Vanmorgen pakte ik mijn dagboek weer eens op. Ik schrijf
daar niet dagelijks in, maar wel regelmatig. De laatste keer was echter ruim
twee jaar geleden. Dat is een behoorlijk gat. Nu wil het geval dat mijn laatste aantekening
(12-7-2024) ging over “geroepen om vrij te zijn” (Galaten 5). Wat het een “geval” maakt is dat mijn preek
daar gisteren over ging.
“Nou zeg, dat kan geen toeval zijn”, zouden sommigen
zeggen. Of “het moest zo zijn”.
Eerder zou ik niet stilstaan bij dit soort
opmerkingen, maar nu zet het me stil omdat ik me realiseer dat onder deze en verwante
uitspraken een wereldbeeld en/of godsbeeld hangt dat feitelijk niets anders dan
het determinisme: alles wat gebeurt en we doen ligt vooraf en onvermijdelijk
vast door eerdere oorzaken en natuurwetten en/of is van voor de grondlegging
van de wereld door God vastgesteld, waarbij alles bijdraagt aan het bereiken van
een uiteindelijk en al vastgesteld doel (teleologisch determinisme). Binnen dit
beeld is er geen plaats voor toeval, dus ook geen plaats voor zinloos lijden.
Iemand vroeg me onlangs of het Gods plan was dat ze vanaf
haar twaalfde levensjaar door haar vader seksueel is misbruikt en hoe
medegelovigen haar soms menen te bemoedigen met het idee dat God alles doet bijdragen
aan het goede (Romeinen 8:28).
Dat mensen door moeite en lijden belangrijke levenslessen kunnen leren, moge zo zijn. Het idee dat moeite en lijden (strategisch) worden ingezet om de mens lessen te leren, is echter absurd.
Het vers uit de Romeinenbrief en met name het vers dat daar direct op volgt kan
zomaar aanleiding zijn om te geloven in een goddelijk determinisme (tevoren
uitgekozen, tevoren bestemd). Dat is ingewikkelde materie waar theologen en filosofen
het nooit helemaal over eens zullen worden. Wat het vooral absurdistisch maakt, is dat God alles alleen doet bijdragen aan het goede voor hen die Hem
liefhebben en volgens Zijn voornemen geroepen zijn (een exclusief determinisme).
Heb je God niet lief (of niet lief genoeg), dan heb je pech, want een constructieve bijdrage hangt dan immers af van of de zaak zich (toevallig) in jouw voordeel of nadeel ontvouwt.
Dat Paulus geen determinisme bedoelt is duidelijk als hij iets eerder schrijft
dat de schepping een prooi is van de zinloosheid (maar niet zonder hoop). Zinloosheid
staat haaks op het determinisme omdat de zin van alles altijd en onvermijdelijk
bijdraagt aan dat wat moet zijn.
Eén bladzijde terug in mijn dagboek schreef ik dat ik patronen
moet zien te ontwikkelen die (hopelijk) mijn symptomen (gebrek aan motivatie en concentratie
en een algeheel gevoel van onverschilligheid) doorbreken in plaats van eraan
toe te geven.
Twee jaar en veertig dagen verder ben ik geen stap verder gekomen; ik lijd nog aan dezelfde (zelfs heftiger) symptomen. De vraag "wat wil ik later worden als ik groot ben" is voor mij reëel.
Misschien moest het wel zo zijn dat ik dat juist vandaag
weer moest lezen…..
.jpg)
