Regelmatig krijg ik vragen over geloof, kerk en wat niet meer. Daar ga ik dan mee aan de slag en geef mezelf de opdracht om na te denken over een mogelijk antwoord.
Onlangs kreeg ik deze vraag van een goede vriend.
Waarom doen christenen zo vaak hysterisch over God. Ik bedoel… het lijkt soms wel of er alleen halleluja en dankbaarheid is. Ik vind mezelf echt een dankbaar mens, maar ik vind dit aardse leven vrij ingewikkeld en ik krijg dat niet ‘weggebeden’…
Ben ik nu een kleingelovige? Dat raag ik me dan af.
Een antwoord:
Het "geloofshuis" van een gelovige (ongeacht waar of in wie iemand gelooft) is voor een belangrijk deel een constructie. De materialen waarmee men dat geloof in hoofd, hart en praktijk vormgeeft, bestaan voor een belangrijk deel uit dat wat men vanuit de cultuur, socialisatie en persoonlijke beleving meekrijgt. Een authentiek of modelgeloof bestaat dan ook niet. De gelovige zal onbewust het kritisch bevragen van die constructie vermijden en angstvallig vasthouden aan wat de "mores" binnen een grotere of kleinere groep "voorschrijft". De gelovige die zichzelf serieuze zelfreflectie toestaat, durft dan de vragen die jij stelt, eindelijk te stellen. Ideeën rondom kleingeloof of grootgeloof zijn dan ook zeer subjectief. Ja, we kunnen leren van elkaars geloof, strijd en worsteling, maar om de ander een subjectieve geloofsbeleving voor te schrijven, door bijvoorbeeld hardnekkig vast te houden aan een "onbevraagd" geloof, houdt een bepaalde illusie in stand. Achter veel Halleluja's gaat een wereld vol drama schuil. Maart om achter dat Halleluja vandaan te komen, vraagt moed en het laten varen van de angst dat er niets over zou blijven. Maar juist dat wat overblijft, is van belang, want dat zou best wel eens echt kunnen zijn.




0 comments:
Een reactie posten