Posts tonen met het label groot geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groot geloof. Alle posts tonen

16 april 2026

Ben ik een kleingelovige?

Regelmatig krijg ik vragen over geloof, kerk en wat niet meer. Daar ga ik dan mee aan de slag en geef mezelf de opdracht om na te denken over een mogelijk antwoord.

Onlangs kreeg ik deze vraag van een goede vriend.

Waarom doen christenen zo vaak hysterisch over God. Ik bedoel… het lijkt soms wel of er alleen halleluja en dankbaarheid is. Ik vind mezelf echt een dankbaar mens, maar ik vind dit aardse leven vrij ingewikkeld en ik krijg dat niet ‘weggebeden’…

Ben ik nu een kleingelovige? Dat raag ik me dan af.

Een antwoord:

Het "geloofshuis" van een gelovige (ongeacht waar of in wie iemand gelooft) is voor een belangrijk deel een constructie. De materialen waarmee men dat geloof in hoofd, hart en praktijk vormgeeft, bestaan voor een belangrijk deel uit dat wat men vanuit de cultuur, socialisatie en persoonlijke beleving meekrijgt. Een authentiek of modelgeloof bestaat dan ook niet. De gelovige zal onbewust het kritisch bevragen van die constructie vermijden en angstvallig vasthouden aan wat de "mores" binnen een grotere of kleinere groep "voorschrijft". De gelovige die zichzelf serieuze zelfreflectie toestaat, durft dan de vragen die jij stelt, eindelijk te stellen. Ideeën rondom kleingeloof of grootgeloof zijn dan ook zeer subjectief. Ja, we kunnen leren van elkaars geloof, strijd en worsteling, maar om de ander een subjectieve geloofsbeleving voor te schrijven, door bijvoorbeeld hardnekkig vast te houden aan een "onbevraagd" geloof, houdt een bepaalde illusie in stand. Achter veel Halleluja's gaat een wereld vol drama schuil. Maart om achter dat Halleluja vandaan te komen, vraagt moed en het laten varen van de angst dat er niets over zou blijven. Maar juist dat wat overblijft, is van belang, want dat zou best wel eens echt kunnen zijn.

03 juli 2012

Geloof XXL

Als je aan een groep gelovigen vraagt wie er van zichzelf vindt dat hij of zij een groot geloof heeft, zul je niet snel iemand spontaan een hand in de lucht zien gooien om daarmee aan te geven dat hij of zij zich in de premier league bevind. Is dat misschien valse bescheidenheid of een oprechte erkenning dat het geloof wat aan de krappe kant is? In Marcus 9 verwondert Jezus zich over het kleingeloof van zijn volgelingen en vraagt zich verzuchtend af hoeveel hij daarvan nog kan verdragen. Toch wordt kleingeloof niet door Jezus afgeserveerd. Het tegendeel lijkt in het verhaal over de doofstomme jongen waar. De vader van de jongen die uitroept, "ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp," ziet als reactie op deze uitspraak (en de toestromende menigte) Jezus in actie komen die met dat kleine brokje geloof een wonder verricht.
Groot geloof komen we ook tegen. 
De Kananese vrouw gelooft dat, hoewel Jezus in eerste instantie voor het volk Israël kwam (dat was in het verhaal in Matteüs 16 zijn agenda), er best wel wat kruimels op de grond zouden vallen waar ze haar voordeel mee kon doen. Haar dicht Jezus een groot geloof toe.
De uitspraak van Romeinse officier die het niet persé nodig vindt dat Jezus in situ zou moeten zijn om zijn zoon te genezen, en dat een woord van Jezus op afstand meer dan voldoende is, wordt als groot geloof gekwalificeerd (Mat. 8).

Geloof laat zich maar moeilijk meten. Probeer je geloof maar eens op een glijdende schaal van 0 tot 100 te plaatsen. Waar tref je jezelf aan?




Hoe maak je dat geloof nu concreet? Waar hebben we het over? Het heeft bitter weinig te maken met een innerlijke opgewerkte kracht. Geloof is hartstikke onzichtbaar (de zekerheid van de dingen die we niet zien). Geloof in de context van deze blog heeft alles te maken met hoe groot ik denk dat Jezus is. Die grootheid, macht, kracht en majesteit kan ik belijden met m'n verstand; mijn hart zegt vaak "maar ik moet nog maar zien dat het ook gebeurd."
Hartstochtelijk schaar ik me onder de kleingelovigen. Het geloof ligt wel groot in de mond maar in mijn hart is sprake van schaarste.


Dietrich Bonhoeffer schreef: "Geloven is niet voor eens en altijd/ Geloof is het dagelijks brood dat God ons geeft. Of we ontvangen het elke dag opnieuw, of het schimmelt weg. Een dag is lang genoeg om je geloof vast te houden. Elke nieuwe dag dient een nieuwe worsteling aan om ons een weg te banen door alle ongeloof, kleingeloof,  vaagheid en verwarring. Elke dag begint met: 'Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp"


Het is een groot wonder om te zien wat Jezus met dat kleine, broze geloof kan doen. Daar kan ik de dag mee door!

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...