23 juni 2026

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Joodse auteur Claudette Weil, Solomon Finkelstein in de boekwinkel die hij bezit. Terwijl hij in een fauteuil zit, puffend op zijn pijp, en Claudette door de vele (oude) boeken bladert, praten ze over de transformerende kracht van verhalen. Solomon vraagt haar:

Ben je bekend met het concept tikkun olam?’

‘Ja,’ antwoordde ik, terwijl ik probeerde de definitie te herinneren. ‘Het betekent “herstel van de wereld”.’

‘Dat klopt.’

‘Door gebed,’ vervolgde ik toen de herinnering terugkwam.

‘En goede daden,’ voegde Solomon eraan toe.

‘Oh.’ Ik herinnerde me dat deel niet, en hij moet mijn verwarring hebben opgemerkt, want in een oogwenk sprong hij op uit zijn stoel en begon in een van de boekenkasten te zoeken.

‘Waar ben je?’ riep hij op een zingende toon, terwijl hij zijn bril op het puntje van zijn neus schoof.

Opnieuw onderdrukte ik de neiging om te giechelen. Een man die tegen boeken praatte, was duidelijk mijn soort mens.

‘Daar!’ Hij kwam terug en legde triomfantelijk een boek op de toonbank voor me neer. Het was een verzameling chassidische verhalen. ‘Heb je tijd voor een heel kort verhaal?’ vroeg hij.

‘Ik heb altijd tijd voor een verhaal,’ antwoordde ik.

‘Uitstekend!’ Zijn ogen lichtten op. ‘Er was eens – helemaal aan het begin van de tijd – toen de Schepper bezig was de wereld te scheppen, dat Hij een moment de controle over het proces verloor.’

‘God verloor de controle?’ vroeg ik, en vond het idee van een onhandige God vreemd genoeg troostrijk.

‘Ja, en vonken van Zijn wezen vielen neer in de fysieke wereld, waar ze gevangen raakten, waardoor Zijn kracht enigszins werd verminderd en de wereld kwetsbaar werd voor chaos en kwaad.’

‘Zoals de nazi’s?’ vroeg ik, en Solomon knikte. Een vraag die me al bezighield sinds de Duitsers begonnen waren met de vervolging van het Joodse volk, was hoe God zulke wreedheid kon toestaan. Een verzwakte God klonk ineens logisch. ‘Dus er is geen hoop voor ons?’ voegde ik eraan toe, half als grap.

‘Oh, maar die is er wel!’ antwoordde hij triomfantelijk. ‘We kunnen het kwaad herstellen en de wereld helen.’

‘Hoe?’

‘Door tikkun olam. Elke keer dat we een daad van religieuze contemplatie verrichten, zoals gebed of een goede daad voor een ander, wordt een van de vonken van licht bevrijd en kan deze terugkeren naar God, waardoor het goede in de wereld wordt versterkt.’ Hij knikte naar het boek met chassidische verhalen en glimlachte. ‘En zo zal, vonk voor vonk, de wereld worden hersteld en de harmonie terugkeren.’

Siobhan Curham, The Storyteller of Auschwitz (London, Bookouture, 2023), 54–55.


De kern van vrijgevigheid

Dit verhaal vangt de essentie van vrijgevigheid, een relatief nieuw woord (voor het eerst in het Engels gebruikt in 1566), maar het idee erachter is zo oud als de mensheid. In de Bijbel vinden we het (het Griekse haplotes) als een deugd, een kenmerk, een houding en/of een bewuste keuze: slaven worden door de apostel Paulus geïnstrueerd hun meesters oprecht te dienen (Ef. 6:5, Kol. 3:22) en hij vreest dat de pure en onverdeelde toewijding aan Christus van de gelovigen in Korinthe zal worden aangetast (2 Kor. 11:3).

Wanneer Paulus schrijft over het geven aan de hongerlijdende gelovigen in Jeruzalem benadrukt hij wat dat geven tot gevolg heeft: “zij zullen God verheerlijken. Want uw vrijgevigheid aan hen en aan alle gelovigen zal bewijzen dat u gehoorzaam bent aan het goede nieuws van Christus” (2 Kor. 9:1, 13).

Vrijgevigheid: niet zelfzuchtig en vrij van schijn en hypocrisie. Als dit de kern is, moet ik toegeven dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik zal altijd sporen – of zelfs onmiskenbaar bewijs – vinden van zelfzucht, een beetje (of veel) schijn en hypocrisie in mijn vrijgevigheid. Wanneer Paulus in Romeinen 12 over de gaven van God schrijft, zegt hij dat geven vrijgevig moet gebeuren.

Vrijgevig geven van onze tijd, aandacht, zorg, genade, liefde, geduld en al het andere goede dat we kunnen bedenken en delen met de ander, genereert iets dat potentieel het kwaad herstelt en genezing brengt in de wereld. Vrijgevigheid is dan ook onlosmakelijk verbonden met het Goede Nieuws als manifestatie van Gods eigen vrijgevigheid.

Ik heb een lijst met punten die kunnen helpen om de capaciteit om vrijgevig te zijn te vergroten. Die deel ik hier niet (ben namelijk allergisch voor lijstjes en projecteer nu mijn allergie op de lezer), maar als je het echt wil, kun je erom vragen (bedoeld voor persoonlijke of groepstudie van het thema).
Vrijgevigheid is voor velen een keuze. Ik benijd mijn vrouw Martha (ben gewoon stikjaloers), die lijkt te zijn geboren met een vrijgevige geest. Het geven van haar tijd, aandacht, genade, middelen, geld en wat al niet; er zit geen verborgen agenda achter. Ze is gewoon vrijgevig en lijkt niet in staat om het niet te zijn. Ze is een natuurtalent.

Een discipline is een bewuste beslissing om ergens aan te beginnen (een handeling, een daad, een reis) en kan (en zal waarschijnlijk) pijn en ongemak met zich meebrengen. Je onderwerpt je eraan vanwege de diepe overtuiging dat het het juiste is om te doen en in lijn is met Gods ontwerp voor de mens. Vrijgevigheid beoefenen maakt van ons ietsje betere mensen (zie mijn vorige blog).

18 juni 2026

Is het mogelijk om een ietsje beter, zachter mens te worden?

Een van mijn motto's is "Veranderen is mogelijk, maar is wel een verdraaid langzaam proces". Het zijn meestal voorvallen en incidenten die een veranderingsproces in gang (kunnen) zetten. Ten goede, maar ook ten kwade. De laatste tijd reflecteer ik wat meer op enkele voorvallen die op de lange duur een proces van transformatie in gang zetten.

Ik werkte als stagiaire bij de Hoop (Christelijke ggz en verslavingszorg)  tijdens mijn opleiding aan de Stichting Opleiding Sociale Arbeid (bestaat niet meer). Een van de aan mij toegewezen gasten (zo noemden we cliënten)  was Karin (niet haar echte naam). Karin was 15, verslaafd aan heroïne en om haar verslaving te bekostigen prostitueerde ze haar lichaam. Haar zus, 17 jaar oud, zat in dezelfde periode in de Hoop. 

De zussen kwamen uit een gezin waarvan de vader "in de bediening" stond. God dienen was voor hem prioriteit. Gezin kwam op de tweede plaats. De rekening voor God eerst en dan de rest, moest door het gezin worden opgehoest. Dat gaat vroeger of later altijd fout. De zussen waren opgegroeid in de evangelisch-charismatische traditie en wisten dus van de hoed en de rand met alle potentiële en reële hypocrisie van dien. Vader die naar buiten toe een opgepoetste versie van zichzelf presenteerde, inclusief zalvende glimlach en "vol van God zijn", en dat naar binnen toe, in zijn private wereld, niet waar wist te maken. Het gegeven dat beide dochters aan de heroïne raakten en hun lichamen prostitueerden kan dan ook voor een belangrijk deel aan zijn conto worden geschreven.

Maar dat terzijde. Na een aantal weken in de begeleiding van Karin vroeg ik op een gegeven moment of ik voor haar mocht bidden. Niet dat gebed onderdeel was van de therapie, maar we erkenden beiden het bestaan van God en wellicht dat "de Ene" van boven hier beneden iets kon betekenen in haar pijn, verdriet, woede, teleurstelling en desillusie met mensen en God.

"Dat is goed", zei Karin. Ik pakte haar handen en wachtte op woorden die zouden komen. Doorgaans zit ik namelijk niet om woorden verlegen, maar ze kwamen niet. In plaats daarvan kwamen er tranen. Ik kon niet anders dan huilen. In Karin zag ik de destructieve kracht van misbruik, verdriet, teleurstelling en hopeloosheid. Mijn antwoord? Woordeloze tranen! Ik voelde me ernstig tekortschieten en een loser in het kwadraat.
Na een aantal minuten, toen ik was bedaard, keek Karin mij aan en zei: "Dankjewel." Bedankt voor wat? Ik had nog niets gezegd!

Terugkijkend op dat moment in 1983 realiseer ik me dat het een transformerende impact op me heeft gehad. De keren dat ik dit verhaal vertel, komen dezelfde emoties naar boven en houd ik het niet droog.

De gebrokenheid van mensen als gevolg van keuzes die anderen voor hen maken, of de gevolgen van zelfgemaakte keuzes die een verwoestend effect hebben; het mag de ander niet onberoerd laten. Ontferming over de ander lijkt zeldzamer te worden. Waarschijnlijk omdat ontferming zich slechts in de ontmoeting met de ander manifesteert en de moderne mens eerder lijkt te kiezen voor confrontatie op afstand met polarisatie als ultieme uitwas daarvan.

Afstand kom ik nog te vaak tegen in mijn leven. Ik moet steeds een bewuste keuze maken om die afstand te overbruggen. Vanaf een afstand heb ik namelijk nog veel te vaak een veel te grote mond. Die grote mond wordt al snel kleiner als ik de ander ontmoet, zie.

Hoe het Karin is vergaan? Ik heb geen idee, maar zou het wel graag willen weten. Af en toe typ ik haar naam in een zoekmachine maar dat heeft nooit iets wezenlijks opgeleverd.

16 juni 2026

De veranderingsmachine loopt vast

Bill Hull beschrijft in Jesus Christ, Disciplemaker, de diverse aspecten die gerelateerd zijn aan het proces van discipelschap. Dat doet hij goed en daar kunnen we van leren. Hij benadrukt het idee dat discipelschap een proces is en vooral geen programma. 
Als hij vervolgens een chronologische (volg)orde suggereert (Kom en zie, Kom en volg, Kom bij Mij en Blijf in mij) wordt het kunstmatig. In de boeken die daarop volgen (The disciplemaking Pastor en The disciplemaking Church) staat de structurele uitvoering van deze ideeën centraal.

De ideeën zijn helder maar hij doet teveel z'n best om het toch in een structuur en programma te wringen.
Dat is mijns inziens de zwakte van zijn benadering. De suggestie dat alle volgelingen van Christus discipelmakers zijn, is te kort door de bocht en te eenzijdig omdat voorbijgegaan wordt aan het gegeven dat alle gelovigen uniek zijn, met unieke gaven en temperamenten en dus uniek bijdragen aan de instandhouding, groei en ontwikkeling van het lichaam van Christus a.k.a. de Kerk.

Deze eenzijdige benadering vindt je ook wel terug bij Operatie Mobilisatie, waar de gedachte dat het doel van het volgen van Jezus het maken van discipelen is, best wel een flink accent krijgt - en dat aan de hand van één tekst (Mat. 28:18). De andere drie evangelisten verwoorden die "grote opdracht" anders, waarbij het getuigen van de opstanding en het elkaar liefhebben centraal staan. De nadruk ligt hierbij op het (potentiële) transformerende effect van het volgen van Jezus in de volgeling.

Trouwens, zijn suggestie dat Jezus een methodisch model voor ogen stond toen hij de 12 discipelen "trainde" is meer een voortvloeisel uit de westerse filosofieën rondom management en leiderschapsontwikkeling dan een vermeende strategische agenda van Jezus. Wat vooral ontbreekt in deze ontwikkelingsfilosofieën is de aandacht voor de transformatie van karakter. Wat de wereld nodig heeft, is niet alleen betere leiders, maar betere mensen. Daar zijn geen programma's voor.

Een programma waarbij gelovigen worden "bijgepraat" over de theologische en praktische essenties en consequenties van het geloof in God en het volgen van Jezus; daar is niets mis mee. Catechisatie is helemaal niet zo'n gek idee. Als dat samengaat met een vorm van mentorschap waarbij gelovigen die wat verder zijn jonge gelovigen op sleeptouw nemen, dan zou er zomaar iets kunnen gebeuren dat bijdraagt aan een gezonde groei en ontwikkeling van de volgeling. Dat kun je echter ook weer niet regelen of in een programma plempen. Een mentor toewijzen kan werken, maar de chemie die voor een succesvolle match vereist is, laat zich niet plannen. Mensen kiezen best hun eigen mentor/model/voorbeeld omdat transformatie eerder plaatsvindt als resultaat van het volgen van inspirerende, levengevende voorbeelden dan van strategische modellen en "ontwikkelingspijpleidingen". 


02 juni 2026

De evolutie van satan's fluytencast

Over hoe het orgel ooit een plek veroverde in de zondagse eredienst, daar heb ik ooit deze blog over geschreven. Toentertijd lag het accent op de Psalter; de 150 psalmen die in de Hebreeuwse bijbel te vinden zijn en die berijmd, ritmisch en ook niet ritmisch werden en worden gezongen om God te eren, het leven te beklagen en te bewenen, en vertrouwen uit te spreken. Het van beneden naar boven zingen stond centraal.

Met name de laatste eeuw heeft de kerk verscheidene revoluties gekend en heeft die fluytencast op veel plekken plaats moeten maken voor wat verworden is tot een regelrechte industrie waarbij vooral de laatste decennia het ”God naar ons toezingen” centraal is komen te staan. Hippe kerken waar “de aanbidding zo fijn is” en je “zo heerlijk de tegenwoordigheid van God ervaart” doen het goed en leveren dan ook een belangrijke bijdrage aan het fenomeen van kerk(s)hoppen.

Veel van de moderne liederen vallen onder de categorie “gerealiseerde eschatologie:”   Gods uiteindelijke overwinning op lijden, depressie, ziekte en financieel gebrek kan door uitroepen, uitzingen of proclamatie (het vocabulaire verschilt per denominatie en dijt nog wel wat uit) naar het hier en nu worden gemanifesteerd.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...