Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Joodse auteur Claudette Weil, Solomon Finkelstein in de boekwinkel die hij bezit. Terwijl hij in een fauteuil zit, puffend op zijn pijp, en Claudette door de vele (oude) boeken bladert, praten ze over de transformerende kracht van verhalen. Solomon vraagt haar:
‘Ben je bekend met het concept tikkun olam?’
‘Ja,’ antwoordde ik, terwijl ik probeerde de definitie te herinneren. ‘Het betekent “herstel van de wereld”.’
‘Dat klopt.’
‘Door gebed,’ vervolgde ik toen de herinnering terugkwam.
‘En goede daden,’ voegde Solomon eraan toe.
‘Oh.’ Ik herinnerde me dat deel niet, en hij moet mijn verwarring hebben opgemerkt, want in een oogwenk sprong hij op uit zijn stoel en begon in een van de boekenkasten te zoeken.
‘Waar ben je?’ riep hij op een zingende toon, terwijl hij zijn bril op het puntje van zijn neus schoof.
Opnieuw onderdrukte ik de neiging om te giechelen. Een man die tegen boeken praatte, was duidelijk mijn soort mens.
‘Daar!’ Hij kwam terug en legde triomfantelijk een boek op de toonbank voor me neer. Het was een verzameling chassidische verhalen. ‘Heb je tijd voor een heel kort verhaal?’ vroeg hij.
‘Ik heb altijd tijd voor een verhaal,’ antwoordde ik.
‘Uitstekend!’ Zijn ogen lichtten op. ‘Er was eens – helemaal aan het begin van de tijd – toen de Schepper bezig was de wereld te scheppen, dat Hij een moment de controle over het proces verloor.’
‘God verloor de controle?’ vroeg ik, en vond het idee van een onhandige God vreemd genoeg troostrijk.
‘Ja, en vonken van Zijn wezen vielen neer in de fysieke wereld, waar ze gevangen raakten, waardoor Zijn kracht enigszins werd verminderd en de wereld kwetsbaar werd voor chaos en kwaad.’
‘Zoals de nazi’s?’ vroeg ik, en Solomon knikte. Een vraag die me al bezighield sinds de Duitsers begonnen waren met de vervolging van het Joodse volk, was hoe God zulke wreedheid kon toestaan. Een verzwakte God klonk ineens logisch. ‘Dus er is geen hoop voor ons?’ voegde ik eraan toe, half als grap.
‘Oh, maar die is er wel!’ antwoordde hij triomfantelijk. ‘We kunnen het kwaad herstellen en de wereld helen.’
‘Hoe?’
‘Door tikkun olam. Elke keer dat we een daad van religieuze contemplatie verrichten, zoals gebed of een goede daad voor een ander, wordt een van de vonken van licht bevrijd en kan deze terugkeren naar God, waardoor het goede in de wereld wordt versterkt.’ Hij knikte naar het boek met chassidische verhalen en glimlachte. ‘En zo zal, vonk voor vonk, de wereld worden hersteld en de harmonie terugkeren.’
Siobhan Curham, The Storyteller of Auschwitz (London, Bookouture, 2023), 54–55.
De kern van vrijgevigheid
Dit verhaal vangt de essentie van vrijgevigheid, een
relatief nieuw woord (voor het eerst in het Engels gebruikt in 1566), maar het
idee erachter is zo oud als de mensheid. In de Bijbel vinden we het (het
Griekse haplotes) als een deugd, een kenmerk, een houding en/of een
bewuste keuze: slaven worden door de apostel Paulus geïnstrueerd hun meesters
oprecht te dienen (Ef. 6:5, Kol. 3:22) en hij vreest dat de pure en onverdeelde
toewijding aan Christus van de gelovigen in Korinthe zal worden aangetast (2
Kor. 11:3).
Wanneer Paulus schrijft over het geven aan de hongerlijdende gelovigen in Jeruzalem benadrukt hij wat dat geven tot gevolg heeft: “zij zullen God
verheerlijken. Want uw vrijgevigheid aan hen en aan alle gelovigen zal bewijzen
dat u gehoorzaam bent aan het goede nieuws van Christus” (2 Kor. 9:1, 13).
Vrijgevigheid: niet zelfzuchtig en vrij van schijn en
hypocrisie. Als dit de kern is, moet ik toegeven dat ik nog een lange weg te
gaan heb. Ik zal altijd sporen – of zelfs onmiskenbaar bewijs – vinden van
zelfzucht, een beetje (of veel) schijn en hypocrisie in mijn vrijgevigheid. Wanneer Paulus in Romeinen 12 over de gaven van God schrijft, zegt hij dat geven vrijgevig moet gebeuren.
Vrijgevig geven van onze tijd, aandacht, zorg, genade,
liefde, geduld en al het andere goede dat we kunnen bedenken en delen met de
ander, genereert iets dat potentieel het kwaad
herstelt en genezing brengt in de wereld. Vrijgevigheid is dan ook onlosmakelijk
verbonden met het Goede Nieuws als manifestatie van Gods eigen vrijgevigheid.
Ik heb een lijst met punten die kunnen helpen om de
capaciteit om vrijgevig te zijn te vergroten. Die deel ik hier niet (ben namelijk allergisch voor lijstjes en projecteer nu mijn allergie op de lezer), maar als je het echt wil, kun je erom vragen (bedoeld voor persoonlijke of groepstudie van het thema).
Vrijgevigheid is voor velen een keuze. Ik benijd mijn vrouw Martha (ben gewoon stikjaloers), die lijkt te zijn geboren
met een vrijgevige geest. Het geven van haar tijd, aandacht, genade, middelen,
geld en wat al niet; er zit geen verborgen agenda achter. Ze is gewoon
vrijgevig en lijkt niet in staat om het niet te zijn. Ze is een natuurtalent.
Een discipline is een bewuste beslissing om ergens aan te
beginnen (een handeling, een daad, een reis) en kan (en zal waarschijnlijk)
pijn en ongemak met zich meebrengen. Je onderwerpt je eraan vanwege de diepe
overtuiging dat het het juiste is om te doen en in lijn is met Gods ontwerp
voor de mens. Vrijgevigheid beoefenen maakt van ons ietsje betere mensen (zie mijn vorige blog).

.jpg)

