Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

23 juni 2026

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Joodse auteur Claudette Weil, Solomon Finkelstein in de boekwinkel die hij bezit. Terwijl hij in een fauteuil zit, puffend op zijn pijp, en Claudette door de vele (oude) boeken bladert, praten ze over de transformerende kracht van verhalen. Solomon vraagt haar:

Ben je bekend met het concept tikkun olam?’

‘Ja,’ antwoordde ik, terwijl ik probeerde de definitie te herinneren. ‘Het betekent “herstel van de wereld”.’

‘Dat klopt.’

‘Door gebed,’ vervolgde ik toen de herinnering terugkwam.

‘En goede daden,’ voegde Solomon eraan toe.

‘Oh.’ Ik herinnerde me dat deel niet, en hij moet mijn verwarring hebben opgemerkt, want in een oogwenk sprong hij op uit zijn stoel en begon in een van de boekenkasten te zoeken.

‘Waar ben je?’ riep hij op een zingende toon, terwijl hij zijn bril op het puntje van zijn neus schoof.

Opnieuw onderdrukte ik de neiging om te giechelen. Een man die tegen boeken praatte, was duidelijk mijn soort mens.

‘Daar!’ Hij kwam terug en legde triomfantelijk een boek op de toonbank voor me neer. Het was een verzameling chassidische verhalen. ‘Heb je tijd voor een heel kort verhaal?’ vroeg hij.

‘Ik heb altijd tijd voor een verhaal,’ antwoordde ik.

‘Uitstekend!’ Zijn ogen lichtten op. ‘Er was eens – helemaal aan het begin van de tijd – toen de Schepper bezig was de wereld te scheppen, dat Hij een moment de controle over het proces verloor.’

‘God verloor de controle?’ vroeg ik, en vond het idee van een onhandige God vreemd genoeg troostrijk.

‘Ja, en vonken van Zijn wezen vielen neer in de fysieke wereld, waar ze gevangen raakten, waardoor Zijn kracht enigszins werd verminderd en de wereld kwetsbaar werd voor chaos en kwaad.’

‘Zoals de nazi’s?’ vroeg ik, en Solomon knikte. Een vraag die me al bezighield sinds de Duitsers begonnen waren met de vervolging van het Joodse volk, was hoe God zulke wreedheid kon toestaan. Een verzwakte God klonk ineens logisch. ‘Dus er is geen hoop voor ons?’ voegde ik eraan toe, half als grap.

‘Oh, maar die is er wel!’ antwoordde hij triomfantelijk. ‘We kunnen het kwaad herstellen en de wereld helen.’

‘Hoe?’

‘Door tikkun olam. Elke keer dat we een daad van religieuze contemplatie verrichten, zoals gebed of een goede daad voor een ander, wordt een van de vonken van licht bevrijd en kan deze terugkeren naar God, waardoor het goede in de wereld wordt versterkt.’ Hij knikte naar het boek met chassidische verhalen en glimlachte. ‘En zo zal, vonk voor vonk, de wereld worden hersteld en de harmonie terugkeren.’

Siobhan Curham, The Storyteller of Auschwitz (London, Bookouture, 2023), 54–55.


De kern van vrijgevigheid

Dit verhaal vangt de essentie van vrijgevigheid, een relatief nieuw woord (voor het eerst in het Engels gebruikt in 1566), maar het idee erachter is zo oud als de mensheid. In de Bijbel vinden we het (het Griekse haplotes) als een deugd, een kenmerk, een houding en/of een bewuste keuze: slaven worden door de apostel Paulus geรฏnstrueerd hun meesters oprecht te dienen (Ef. 6:5, Kol. 3:22) en hij vreest dat de pure en onverdeelde toewijding aan Christus van de gelovigen in Korinthe zal worden aangetast (2 Kor. 11:3).

Wanneer Paulus schrijft over het geven aan de hongerlijdende gelovigen in Jeruzalem benadrukt hij wat dat geven tot gevolg heeft: “zij zullen God verheerlijken. Want uw vrijgevigheid aan hen en aan alle gelovigen zal bewijzen dat u gehoorzaam bent aan het goede nieuws van Christus” (2 Kor. 9:1, 13).

Vrijgevigheid: niet zelfzuchtig en vrij van schijn en hypocrisie. Als dit de kern is, moet ik toegeven dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik zal altijd sporen – of zelfs onmiskenbaar bewijs – vinden van zelfzucht, een beetje (of veel) schijn en hypocrisie in mijn vrijgevigheid. Wanneer Paulus in Romeinen 12 over de gaven van God schrijft, zegt hij dat geven vrijgevig moet gebeuren.

Vrijgevig geven van onze tijd, aandacht, zorg, genade, liefde, geduld en al het andere goede dat we kunnen bedenken en delen met de ander, genereert iets dat potentieel het kwaad herstelt en genezing brengt in de wereld. Vrijgevigheid is dan ook onlosmakelijk verbonden met het Goede Nieuws als manifestatie van Gods eigen vrijgevigheid.

Ik heb een lijst met punten die kunnen helpen om de capaciteit om vrijgevig te zijn te vergroten. Die deel ik hier niet (ben namelijk allergisch voor lijstjes en projecteer nu mijn allergie op de lezer), maar als je het echt wil, kun je erom vragen (bedoeld voor persoonlijke of groepstudie van het thema).
Vrijgevigheid is voor velen een keuze. Ik benijd mijn vrouw Martha (ben gewoon stikjaloers), die lijkt te zijn geboren met een vrijgevige geest. Het geven van haar tijd, aandacht, genade, middelen, geld en wat al niet; er zit geen verborgen agenda achter. Ze is gewoon vrijgevig en lijkt niet in staat om het niet te zijn. Ze is een natuurtalent.

Een discipline is een bewuste beslissing om ergens aan te beginnen (een handeling, een daad, een reis) en kan (en zal waarschijnlijk) pijn en ongemak met zich meebrengen. Je onderwerpt je eraan vanwege de diepe overtuiging dat het het juiste is om te doen en in lijn is met Gods ontwerp voor de mens. Vrijgevigheid beoefenen maakt van ons ietsje betere mensen (zie mijn vorige blog).

12 januari 2026

De geweld(ad)ige mens....

Ik ben het boek ๐บ๐‘œ๐‘‘ ๐‘’๐‘› ๐บ๐‘’๐‘ค๐‘’๐‘™๐‘‘ van Renรฉ Girard aan het lezen. Geweld kent talloze veschijningsvormen en is te vinden in de diepste haarvaten van culturen, systemen, zaken en relaties. Politieke leiders komen er mee weg en worden door velen aangemoedigd, geprezen en zelfs als Messiassen omarmd. Religieuze leiders schromen niet om manipulatie als geweldsinstrument in te zetten; de angst houdt de kudde volgelingen bijeen.

Sebastian Brant schreef in 1494 ๐‘ฏ๐’†๐’• ๐‘ต๐’‚๐’“๐’“๐’†๐’๐’”๐’„๐’‰๐’Š๐’‘. (isnb: 9789055738021) Vanmorgen las ik weer eens paar hoofdstukken en realiseerde me dat het er niet beter op is geworden.
Geweld heeft hooguit een andere vernislaag gekregen waardoor het zelfs als beschaafd kan worden gelegitimeerd.
Het archetype van geweld vinden we al in het vierde hoofdstuk van de Bijbel; Kain vermoordt z'n eigen broer. Kain zag maar een uitlaatklep voor zijn jaloersheid en boosheid: geweld.

Geweld wordt veelal geassocieerd lichamelijk en/of psychisch leed toebrengen aan de ander. Maar het gaat veel verder. Bedrijven die om maximale wist te behalen werknemers tekort doen. Een grote bank die om haar aandeelhouders een tijdelijk geluksgevoel te geven 5200 werknemers ontslaat. De CJIB die om een begrotingsgat van de overheid te dichten op onwaarschijnlijke plekken mobiele "melkkoeien" neerzet; ook dit zijn uitingen van geweld die, omdat elke rechtvaardiging voor deze praktijken als buitenproportioneel wordt ervaren, boosheid, wantrouwen en gevoelens van wrok oproept. Uiteraard niet bij aandeelhouders en instituten die er voordeel van hebben maar bij hen die het trefpunt zijn van dat geweld. En het gevoel van aangedaan onrecht en boosheid gaat niet vanzelf weg. Het stompt de mens af of zet aan tot protest. Dat protest wordt vervolgens beantwoord met nog meer geweld en zo komen we in een vicieuze cirkel terecht. Om een kantelpunt te bereiken en de cirkel te doorbreken heb je "massa" nodig.

Bijvoorbeeld: hoeveel meer Iraniรซrs moeten de straat op om het door de overheid geparktiseerde geestelijke, sociale en lichamelijk geweld een halt toe te roepen.

Ik word er niet echt vrolijk van. Zeker niet als ik bedenk dat ook ik in staat ben om geweld te gebruiken. Ik heb dan (nog) niemand omgebracht, maar de meer "onschuldige"vormen zijn mij niet vreemd.
๐˜ˆ๐˜ญ ๐˜ธ๐˜ช๐˜ฆ ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ
๐˜ˆ๐˜ข๐˜ฏ ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ฎ ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ ๐˜ฏ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ช๐˜ต ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ต๐˜ด ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ด๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ
๐˜š๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฎ๐˜ฆ๐˜ต ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ต ๐˜ป๐˜ช๐˜ฏ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ด ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ
(Sebastian Brant; Het Narrenschip (1494), Hfdst 10. Vert. Dr. E. Vandervoort)
Illustratie: AI interpretatie van de originele gravure van Albrecht Dรผrer)


๐˜ž๐˜ฉ๐˜ฐ ๐˜ค๐˜ถ๐˜ง๐˜ง๐˜ด ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ข๐˜ต๐˜ด ๐˜ฉ๐˜ช๐˜ด ๐˜ฉ๐˜ถ๐˜ฎ๐˜ข๐˜ฏ ๐˜ฃ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ
๐˜›๐˜ฉ๐˜ข๐˜ต ๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฉ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฅ ๐˜ต๐˜ฐ ๐˜ฉ๐˜ข๐˜ณ๐˜ฎ ๐˜ฐ๐˜ณ ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ
๐˜–๐˜ง๐˜ง๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด ๐˜ต๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ด๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ง ๐˜ฎ๐˜ข๐˜ฏ๐˜บ ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ
(Sebastian Brant: The Ship of Fools (1494), Chpt. 10, Transl. Edwin. H. Zeydel)
Illustration: AI interpretation of original engraving by Albrecht Dรผrer)

13 november 2025

Een wel heel smalle weg

Gisteren was ik weer aan het uitstellen. Meestal als ik aan een nieuwe, wat grotere taak begin, zoek ik allerlei excuses om niet te hoeven beginnen. Ik ga bijvoorbeeld mijn bureau opruimen, schrijf een blog (of twee) of ga boeken afstoffen. Daar blader ik dan meteen maar even door. Zo blies ik de stof af van John Bunyan's "De Christen- en christinnereis naar de eeuwigheid". Ik heb een mooi exemplaar; de ongewijzigdde herdruk (1975) naar de uitgave van 1868. Om het uitstel wat verder op te rekken besloot ik tot een reflectie/kritiek op het boek. De illustratie in deze blog is รฉรฉn van de 100 zwart wit platen waarvan het boek rijkelijk is voorzien. Ik heb AI gevraagd er een cartoon van te maken in kleur.

John Bunyan’s "De Christen- en christinnereis naar de eeuwigheid" geldt als een iconisch werk binnen de christelijke literatuur en wordt vaak gepresenteerd als een spirituele gids voor nieuwe gelovigen (mijn moeder gaf me een pocketuitgave op mijn 18e verjaardag en lange tijd is de in het boek geportretteerde mannelijke hoofdrolspeler, Christen, mijn mimese* geweest). De bijbehorende beeldtaal, zoals de bekende poster die de brede en de smalle weg visualiseert, draagt een krachtige symboliek uit: de brede weg representeert wereldse geneugten, terwijl de smalle weg staat voor een leven dat exclusief gericht is op God en het hemelse einddoel. Deze tegenstelling impliceert een spirituele reis die gekenmerkt wordt door afzondering, ascese en een rigide focus op het persoonlijke zielenheil.

Deze voorstelling van het geloofsleven weerspiegelt een vorm van geestelijk individualisme waarin de pelgrim zijn sociale relaties—met partner, kinderen en gemeenschap—ondergeschikt maakt aan zijn persoonlijke verlossing. Bunyan’s Christen sluit zich letterlijk af voor de roep van zijn gezin, wat wordt gepresenteerd als een daad van geestelijke heldhaftigheid. Deze benadering roept vragen op over de balans tussen persoonlijke toewijding en relationele verantwoordelijkheid binnen het christelijk ethos.

Hoewel de metafoor van de pelgrimstocht een waardevolle spirituele oriรซntatie biedt—gericht op zingeving en bestemming—dreigt zij, in Bunyan’s interpretatie, de bredere roeping van de gelovige in de wereld te marginaliseren. De Bijbel getuigt immers van een geรฏntegreerd leven waarin liefde voor de naaste, toewijding aan het gezin, arbeidsethos en maatschappelijke betrokkenheid fundamentele uitingen zijn van navolging van Christus. Door deze dimensies impliciet te associรซren met de ‘brede weg’, lijkt Bunyan een reductie van het christelijk leven tot een innerlijke, geรฏsoleerde reis te bepleiten.

Deze eenzijdige spiritualiteit weerspiegelt zich ook in de wijze waarop veel westerse gelovigen de Schrift benaderen: via de lens van de Persoonlijke Pastorale Toepassing (PPT), waarbij de vraag centraal staat wat de tekst betekent voor het individu, los van bredere sociale of ecclesiale contexten. Dit individualisme versterkt het idee dat het geloof primair een privรฉaangelegenheid is tussen ‘God en mij’.

Tegenover deze benadering staat een groeiende beweging van gelovigen wereldwijd die de ‘kokervisie’ van het geรฏsoleerde pelgrimageleven afwijzen. Zij zoeken naar manieren om hun geloof relevant te maken in een wereld die geconfronteerd wordt met sociale, ecologische en morele crises. Voor hen is de smalle weg geen pad dat zich onttrekt aan de wereld, maar een levensstijl die zich juist midden in die wereld manifesteert—door dienstbaarheid, opofferingsgezindheid en liefdevolle betrokkenheid.

In dit licht verdient Bunyan’s werk een herinterpretatie. Niet om de kernboodschap van toewijding en volharding te verwerpen, maar om deze te herijken binnen een theologie die het Koninkrijk van God niet slechts als toekomstig einddoel ziet, maar als een realiteit die reeds hier en nu gestalte krijgt. De smalle weg is dan niet de route van religieuze afzondering, maar van belichaamde navolging in het dagelijks leven—waar de gelovige ingaat en uitgaat en weide vindt (Joh. 10:9), onder de hoede van de Herder.

*Over de mimese schijf ik binnenkort een aanlat blogs

18 mei 2022

God geeft niet? Eigen schuld! 7 stappen naar succesvol (verhoord) gebed?

Van Tom de Wal en de door hem en zijn vrouw Femke geleide Frontrunners had ik nog nooit gehoord totdat mij een jaar geleden werd gevraagd of ik bekend was met zijn recent verschenen boek Bidden = Ontvangen en zo ja, wat ik ervan vond. Meteen maar een exemplaar besteld en gelezen.

Het boek beoogd praktische waarheden en principes over gebed aan te reiken (15) en mengt zich niet in de theologische en filosofische vraagstukken rondom bidden en heeft daar eigenlijk ook geen boodschap aan. De Bijbel is immers duidelijk over gebed en wat de verhoring van gebeden in de weg staat. Alle denkbare tegenwerpingen en “ja maars” zijn niets minder dan leugens van de duivel die diep in het denken van de mensen geprogrammeerd zijn (30).

Het vraagt moed om in het spectrum van historische, moderne, theologische en filosofische opvattingen en interpretaties over gebed een stem te durven laten horen. Respect voor Tom, hij doet het en durft het aan, wetende dat het hoe dan ook op kritiek zal stuiten en een polariserende bijdrage levert aan de controverse rondom gebed en de verhoring van dat gebed. We raken er immers niet over uitgepraat en tegenover iedere gebedsverhoring zijn voldoende voorbeelden voorhanden van niet verhoorde gebeden. Eรฉn ding klinkt helder door het boek heen: onverhoorde gebeden kunnen we God niet verwijten maar slechts onszelf; het ontbreekt aan geloof of men volgt niet de juiste stappen.

Het taalgebruik is helder en lekker Nederlands; niet lullen maar poetsen!  De vele grote uitspraken laten ook geen enkele twijfel bestaan over wat de Wal bedoeld. Hij zegt wat hij bedoelt en bedoelt wat hij zegt.

De opsomming van verschillende soorten gebed is verhelderend waarbij wordt aangetekend dat God ieder gebed wil verhoren maar ieder soort zijn eigen principes heeft om dat voor elkaar te krijgen (42-3).

Ondanks dat het geen theologisch werkt beoogd te zijn is theologie overal aanwezig waar de Bijbel wordt geรฏnterpreteerd. Als bijvoorbeeld Numeri 23:19 wordt aangehaald als bewijs dat God niet van gedachten verandert en niet kan liegen en dat daarmee het “ieder die bidt, ontvangt” wordt onderstreept als waarheid voor iedereen (78) is dat slechts een van de talloze passages waar sprake is van de overheersende retoriek die de Wal gebruikt: je kunt het niet met hem oneens zijn want het staat er toch?! Dan moet je van goede huize komen om met tegenwerpingen of vragen te komen. Maar wie wil er nu een spreekbuis van de duivel zijn? Dus houdt je wijselijk je mond. Is God het namelijk niet aan zichzelf verplicht om te doen wat Hij zegt in zijn woord? God wil wel, maar de mens staat zichzelf in de weg....

Door het boek heen onderstreept de Wal regelmatig de eigen verantwoordelijkheid van de mens. Dat is sterk, helder en ik denk dat er best wel wat gelovigen zijn voor wie een dergelijk schopje onder de kont nuttig is zeker in een tijd waarin beleving een centrale plaats is gaan innemen. Als de Wal schrijft dat de zorg voor gebedsverhoring meer bij ons ligt dan bij God, heeft hij echt wel een punt (37). 

De belofte van voorziening op bladzijde 169 is een ander voorbeeld van zandbaktheologie en inlegkunde. Paulus schrijft over de belofte dat God overeenkomstig zijn rijkdom voorzien zou in alles wat de gelovigen te Filippi nodig hadden, als reactie op hun betrokkenheid bij zijn bediening (Fil 4:19). Ze gaven regelmatig geld aan Paulus. De principes van vrijgevigheid, ontferming, barmhartigheid en gerechtigheid zijn belangrijke principes voor het leven van de christen. Deze principes worden echter omgebogen en leggen de basis voor het geven aan een bediening zodat je er zelf ook weer door gezegend wordt en terug krijgt van God.  De door de Wal gebruikte taal is manipulerend en creรซert de voedingsbodem voor toekomstige groei van partners van zijn bediening: marketingtechnisch slim gedaan. Terzijde maar wel relevant: gratis boeken bestaan niet. Iemand heeft daar in geรฏnvesteerd. Het komt echter wel sympathiek over als iemand dingen weggeeft omdat hij/zij zo zeer gelooft in zijn/haar boodschap. De gelikte marketingmachine van Tom de Wal verdient een compliment. Daar is goed over nagedacht.

Het boek past keurig in de traditie van het welvaartsevangelie en pentecostalisme.

Mijn grootste bezwaar heeft te maken met de gebruikte analogie van een systeem waarbij het meest voor de hand liggende voorbeeld de computer is. Door dagelijks gebruik dringt ongewenste data het systeem binnen en leidt ertoe dat de computer niet langer optimaal functioneert en te maken krijgt met vastlopers en dus slechte resultaten. Slechts een harde reset kan uitkomst bieden en afrekenen met de leugens van de duivel. Na de reset wordt vanaf bladzijde 23 het nieuwe systeem opgestart door te kijken naar wat Gods woord wel zegt over gebed.

Zolang de lezer vasthoudt aan de gebruikte analogie en het kijken naar gebed als systeem klopt de Wals retoriek. Als A, A is en B, B dan moet de uitkomst wel C zijn. Wat zich buiten het systeem afspeelt is irrelevant en zijn leugens van de duivel. Als God je gebed niet verhoort ligt dat nooit aan Hem maar altijd aan de bidder. Binnen het systeem is de christen verantwoordelijk voor het niet ontvangen. De bidder:

  • kent Gods wil niet (met betrekking tot genezing kennen we immers Gods wil – Hij wil genezing (54)
  • bidt niet in geloof,
  • onderneemt geen actie,
  • wandelt niet in Zijn goddelijke liefde,
  • is niet bereid te geven aan de ander waar hij in gebed zelf om vraagt,
  • bidt vanuit een verkeerd motief,
  • bidt met een verkeerd motief of volhardt niet in het gebed.

Waarom ik denk dat de Wal de komende tijd nog groei zal zien in zijn bediening is omdat de mens van nature in systemen leeft en beweegt. Systemen maken de wereld wat overzichtelijker en vooral meetbaar – je kunt groene vinkjes en rode kruisjes zetten zodat je weet wat je te doen staat en waar je aan toe bent. Ook komt een dergelijk boek tegemoet aan het verlangen dat de meeste christenen (vermoed ik) uitzien naar een verdieping van hun geloof en streven naar het zien van de werkelijkheid van hun geloof; God die zich hier en nu manifesteert. We willen zo graag dat het allemaal werkt!

De worsteling met dat andere deel van hun werkelijkheid, waarin Gods schijnbare afwezigheid , ongekend lijden, onrecht, honger, ziekte, misbruik en wat dies meer zij, een groter deel van hun leven in beslag neemt dan een systematische benadering van het gebed, wordt echt niet opgelost door dit boek.

Een ander bezwaar is dat door de Wal’s benadering het boek vrijwel ongeschikt is om een bijdrage te leveren aan het grotere bestaande verhaal van God. Alles wat buiten het systeem valt, is immers de vijand en daarmee wordt de dialoog geblokeerd. De Wal lost het vraagstuk over het gebed niet op. Het boek is omgeven door een penetrante geur van pretentie in de volgende richting: als iedereen zich aan dit systeem zou houden, zullen we eens wat gaan zien.

De mens vergelijken met een systeem reduceert de beelddrager Gods tot iets wat hij/zij niet is. De mens is in voortdurende interactie met zichzelf, de ander, God en de omgeving. Dit is een ongekende dynamiek die zich niet laat reduceren tot een “iets”. Het leven met God is een reis waarin vallen en opstaan, triomf en tragedie, twijfel en zekerheid zich als metgezellen gewild en ongewild opdringen. Om vallen, tragedie en twijfel af te doen als zaken van de duivel en deze niet te benaderen als integraal deel van het zijn van de mens, resulteert in valse schuldgevoelens, stress en gevoelens van minderwaardigheid. De twijfel van Petrus die hem deed wegzakken in het water wordt door de Wal als klassiek voorbeeld neergezet als hoe fout het is om te zien op de omstandigheden. Dat we wat met onze omstandigheden moeten moge duidelijk zijn maar laten we alsjeblieft ruimte laten voor het geloofsproces.

Ik werk sinds 1987 voor Operatie Mobilisatie. We zijn werkzaam in meer dan 100 landen. Daar op de plekken waar men het verhaal van God niet kent worstelen mijn collega's dagelijks met het mysterie van het gebed. Mannen en vrouwen die huis en haard hebben achtergelaten om zich, gedreven door de liefde Gods, met Woord en Daad in te zetten om te zien dat het  levensveranderende goede nieuws van Jezus Christus mensen bereikt en levens transformeert.
Vooralsnog is Toms boodschap (Tom zou meteen ontkennen dat het zijn boodschap is en dat hij niet anders kan dan werken met wat er staat) een belediging aan het adres aan allen die met dagelijks met het mysterie van het gebed en de schijnbaar willekeurigheid van het handelen van God worstelen.


Tom de Wal
Bidden = Ontvangen; ontdek de 7 meest voorkomende redenen waardoor gebedsverhoring uitblijft.
ISBN 9789082957723
Uitgever: Frontrunners Media
Jaar van uitgave: 2020

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...