Een van mijn motto's is "Veranderen is mogelijk, maar is wel een verdraaid langzaam proces". Het zijn meestal voorvallen en incidenten die een veranderingsproces in gang (kunnen) zetten. Ten goede, maar ook ten kwade. De laatste tijd reflecteer ik wat meer op enkele voorvallen die op de lange duur een proces van transformatie in gang zetten.
Ik werkte als stagiaire bij de Hoop (Christelijke ggz en verslavingszorg) tijdens mijn opleiding aan de Stichting Opleiding Sociale Arbeid (bestaat niet meer). Een van de aan mij toegewezen gasten (zo noemden we cliënten) was Karin (niet haar echte naam). Karin was 15, verslaafd aan heroïne en om haar verslaving te bekostigen prostitueerde ze haar lichaam. Haar zus, 17 jaar oud, zat in dezelfde periode in de Hoop.
De zussen kwamen uit een gezin waarvan de vader "in de bediening" stond. God dienen was voor hem prioriteit. Gezin kwam op de tweede plaats. De rekening voor God eerst en dan de rest, moest door het gezin worden opgehoest. Dat gaat vroeger of later altijd fout. De zussen waren opgegroeid in de evangelisch-charismatische traditie en wisten dus van de hoed en de rand met alle potentiële en reële hypocrisie van dien. Vader die naar buiten toe een opgepoetste versie van zichzelf presenteerde, inclusief zalvende glimlach en "vol van God zijn", en dat naar binnen toe, in zijn private wereld, niet waar wist te maken. Het gegeven dat beide dochters aan de heroïne raakten en hun lichamen prostitueerden kan dan ook voor een belangrijk deel aan zijn conto worden geschreven.Maar dat terzijde. Na een aantal weken in de begeleiding van Karin vroeg ik op een gegeven moment of ik voor haar mocht bidden. Niet dat gebed onderdeel was van de therapie, maar we erkenden beiden het bestaan van God en wellicht dat "de Ene" van boven hier beneden iets kon betekenen in haar pijn, verdriet, woede, teleurstelling en desillusie met mensen en God.
"Dat is goed", zei Karin. Ik pakte haar handen en wachtte op woorden die zouden komen. Doorgaans zit ik namelijk niet om woorden verlegen, maar ze kwamen niet. In plaats daarvan kwamen er tranen. Ik kon niet anders dan huilen. In Karin zag ik de destructieve kracht van misbruik, verdriet, teleurstelling en hopeloosheid. Mijn antwoord? Woordeloze tranen! Ik voelde me ernstig tekortschieten en een loser in het kwadraat.
Na een aantal minuten, toen ik was bedaard, keek Karin mij aan en zei: "Dankjewel." Bedankt voor wat? Ik had nog niets gezegd!
Terugkijkend op dat moment in 1983 realiseer ik me dat het een transformerende impact op me heeft gehad. De keren dat ik dit verhaal vertel, komen dezelfde emoties naar boven en houd ik het niet droog.
De gebrokenheid van mensen als gevolg van keuzes die anderen voor hen maken, of de gevolgen van zelfgemaakte keuzes die een verwoestend effect hebben; het mag de ander niet onberoerd laten. Ontferming over de ander lijkt zeldzamer te worden. Waarschijnlijk omdat ontferming zich slechts in de ontmoeting met de ander manifesteert en de moderne mens eerder lijkt te kiezen voor confrontatie op afstand met polarisatie als ultieme uitwas daarvan.
Afstand kom ik nog te vaak tegen in mijn leven. Ik moet steeds een bewuste keuze maken om die afstand te overbruggen. Vanaf een afstand heb ik namelijk nog veel te vaak een veel te grote mond. Die grote mond wordt al snel kleiner als ik de ander ontmoet, zie.
Hoe het Karin is vergaan? Ik heb geen idee, maar zou het wel graag willen weten. Af en toe typ ik haar naam in een zoekmachine maar dat heeft nooit iets wezenlijks opgeleverd.
.jpg)