Posts tonen met het label Rechter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rechter. Alle posts tonen
06 januari 2012
De mens als zwart gat (6-6)
Het
wezen van de zonde is “kennis van goed en kwaad”. Voor de zondeval, toen die
kennis er niet was, was slechts onvoorwaardelijke liefde tot God en elkaar.
Wat er gebeurde toen Adam en Eva van de boom aten is dat zij het centrum van
het paradijs werden; ze legden het paradijs a.h.w. hun wil op en daarmee kwam
er een eind aan het paradijs. In plaats van dat hun leven gevoed werd door het
centrum werden ze zelf het centrum. In de architectuur spreekt men van ruimtes
die bestaan uit “centrums” die om de bron heen bestaan en bewegen elkaar niet
beconcurreren maar aanvullen en samen een groot levend geheel vormen. Zonder een bron
bestaan
al die centrums op zichzelf; staan los van elkaar met als gevolg dat de ruimte
lelijk, leeg en dood wordt.
Onze
kennis van goed en kwaad maakt van ons “rechter” en vrijwel onbewust oordelen
we anderen en ontlenen onze zelfwaarde aan de waarde die we anderen toekennen
of afnemen. In onze gevallen staat hebben dingen en mensen alleen maar waarde
in zover dat ze ons vullen. In plaats van het toekennen van waarde aan anderen
omdat God de schepper dat doet, zonder onderscheid, beperken wij de waarde die
we anderen toekennen afhankelijk van ons oordeel over hen. Vindt deze persoon
mij aardig? Zijn ze aardig voor mij? Levert deze relatie mij niets op?
Bevestigt de ander mij? Is hij/zij het met me eens? Wij zijn het die bepalen of iemand goed
of slecht is omdat wij onszelf in het centrum hebben geplaatst waar alles
omheen draait, de standaard waar al het andere aan gemeten wordt. Een zwart gat!
“Voor een mens in
een staat van verdeeldheid, bestaat het goede in het vellen van een oordeel
waarbij het criterium de mens zelf is. Kennis van goed en kwaad maakt van de
mens feitelijk een rechter” (Bonhoeffer, Ethics, 34).
In het Matteüs evangelie spreekt Jezus duidelijke taal als Hij zegt: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden” (7:1-2).
Toch spreekt de Bijbel over mensen die andere mensen moeten oordelen. Ook worden we opgeroepen om ons onderscheidingvermogen te ontwikkelen. De hele dag door maken we keuzes en veel van die keuzes hebben te maken met een oordeel over goed en kwaad. Allemaal hebben we te maken met ethische kwesties waarin van ons een standpunt wordt gevraagd. En het is gewoon verdraaid moeilijk. Het ontbreken van een moreel kader hiervoor maakt dat de mens vanuit het kader van het corrupte zelf besluiten neemt en oordelen velt.
Het lijkt zo ingewikkeld en moeilijk voor ons om in de liefdesrelatie met God te blijven; alsof Christus niet gestorven zou zijn stappen we er zo weer uit en knabbelen aan de boom van kennis van goed en kwaad, vellen we een oordeel in plaats van gehoor te geven aan het tweede hoogste gebod, gelijk aan het eerste: de naaste lief te hebben als onszelf.
We ontkomen er niet aan. In de gebroken staat van de wereld waarin de kennis van goed en kwaad de mens tot rechter heeft gemaakt, is het onmogelijk om niet te oordelen; onmogelijk om geen ethische beslissingen te hoeven nemen. Hoewel de mens er niet goed in is, kan hij er tegelijk niet voor weglopen. Als er al geoordeeld moet worden, doe het voorzichtig, vanuit de liefdesrelatie met God, mogelijk gemaakt door het verlossingswerk van Christus. Bij twijfel: liefhebben! Voor je het weet stap je weer uit de driehoek en sta je weer aan de boom te snacken.
1 Johannes 3:16 “Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.”
In dit vers ligt de oplossing en - paradoxaal - het dilemma besloten: je leven geven. Om dat te kunnen moeten de barrières van schaamte, angst en schuld genomen worden en daar komt de mens zichzelf keihard tegen. Zichzelf bewijzen, groot lopen doen en anderssoortige opblazerij staan zelfs de erkenning van het probleem al in de weg. De graankorrel komt pas dan tot vrucht als deze eerst in de grond gestopt wordt en sterft. Daarin ligt de belofte van nieuw leven besloten. Maar wie wil er nu sterven? Het lijkt uitzichtloos en hopeloos.
Is het mogelijk om één te zijn zoals de Vader en de Zoon dat zijn? Omdat het ideaal zo ver weg lijkt zou het de mens ervan kunnen weerhouden om te beginnen bij de basis: sterven. Dat is wat er gebeurt wanneer de mens zijn vertrouwen op het volbrachte werk van Christus stelt. Een nieuw leven begint en verandering is niet langer onmogelijk. In plaats van energie te zuigen, leert de mens te geven, zoals ook Hij zich gaf. In mijn ontmoeting met Christus, ontvang ik altijd leven, word ik meer mens. In mijn ontmoeting met mensen die hebben leren geven, word ik ook meer mens. En dat is gemeenschap. Met dank aan Greg Boyd's Repenting of Religion.
In het Matteüs evangelie spreekt Jezus duidelijke taal als Hij zegt: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden” (7:1-2).
Toch spreekt de Bijbel over mensen die andere mensen moeten oordelen. Ook worden we opgeroepen om ons onderscheidingvermogen te ontwikkelen. De hele dag door maken we keuzes en veel van die keuzes hebben te maken met een oordeel over goed en kwaad. Allemaal hebben we te maken met ethische kwesties waarin van ons een standpunt wordt gevraagd. En het is gewoon verdraaid moeilijk. Het ontbreken van een moreel kader hiervoor maakt dat de mens vanuit het kader van het corrupte zelf besluiten neemt en oordelen velt.
Het lijkt zo ingewikkeld en moeilijk voor ons om in de liefdesrelatie met God te blijven; alsof Christus niet gestorven zou zijn stappen we er zo weer uit en knabbelen aan de boom van kennis van goed en kwaad, vellen we een oordeel in plaats van gehoor te geven aan het tweede hoogste gebod, gelijk aan het eerste: de naaste lief te hebben als onszelf.
We ontkomen er niet aan. In de gebroken staat van de wereld waarin de kennis van goed en kwaad de mens tot rechter heeft gemaakt, is het onmogelijk om niet te oordelen; onmogelijk om geen ethische beslissingen te hoeven nemen. Hoewel de mens er niet goed in is, kan hij er tegelijk niet voor weglopen. Als er al geoordeeld moet worden, doe het voorzichtig, vanuit de liefdesrelatie met God, mogelijk gemaakt door het verlossingswerk van Christus. Bij twijfel: liefhebben! Voor je het weet stap je weer uit de driehoek en sta je weer aan de boom te snacken.
1 Johannes 3:16 “Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.”
In dit vers ligt de oplossing en - paradoxaal - het dilemma besloten: je leven geven. Om dat te kunnen moeten de barrières van schaamte, angst en schuld genomen worden en daar komt de mens zichzelf keihard tegen. Zichzelf bewijzen, groot lopen doen en anderssoortige opblazerij staan zelfs de erkenning van het probleem al in de weg. De graankorrel komt pas dan tot vrucht als deze eerst in de grond gestopt wordt en sterft. Daarin ligt de belofte van nieuw leven besloten. Maar wie wil er nu sterven? Het lijkt uitzichtloos en hopeloos.
Is het mogelijk om één te zijn zoals de Vader en de Zoon dat zijn? Omdat het ideaal zo ver weg lijkt zou het de mens ervan kunnen weerhouden om te beginnen bij de basis: sterven. Dat is wat er gebeurt wanneer de mens zijn vertrouwen op het volbrachte werk van Christus stelt. Een nieuw leven begint en verandering is niet langer onmogelijk. In plaats van energie te zuigen, leert de mens te geven, zoals ook Hij zich gaf. In mijn ontmoeting met Christus, ontvang ik altijd leven, word ik meer mens. In mijn ontmoeting met mensen die hebben leren geven, word ik ook meer mens. En dat is gemeenschap. Met dank aan Greg Boyd's Repenting of Religion.
04 januari 2012
De boom verknalt alles (5-6)
Gisteren ging mijn blog over Jezus' verlangen dat zijn volgelingen één zijn zoals hij en de Vader één zijn. Hij brengt daarmee het goddelijke ideaal onder woorden. De eerste mens, man en vrouw, moeten dat ideaal hebben ervaren. Wat gebeurt er nu als de mens besluit
om toch uit die volmaakte, heilige verbintenis met God te stappen?
We
nemen de plek in die alleen God toekomt: rechter. Vanaf het moment dat we uit
de veilige driehoek stapten zijn we gaan oordelen. Wat waren de eerste nieuwe
ervaringen voor Adam en Eva? In het Genesis verhaal lezen we over schaamte,
schuld en angst (Genesis 3:10). De mens
is nu overgeleverd aan de boom met als gevolg dat hij rechter moet zijn over
zichzelf en anderen. Een rol die God zichzelf had voorbehouden. Wij zijn niet
geschapen om te oordelen. Naast de capaciteit om lief te hebben wilde de mens
ook de capaciteit om te oordelen. De gevolgen daarvan voelen we iedere dag van
ons leven.
Met het eten van de boom betreedt de rechter het speelveld:
Het gevolg is wat de volgende afbeelding weergeeft:
De boom en de rechter hebben vrij spel. De mens staat op zichzelf en hoewel hij zich bewust is en kan zijn van het goddelijke - er is iets meer tussen hemel en aarede - is er geen sprake meer van een levende, rechtstreekse verbinding. Ook bestaat de mens nu naast de ander en niet persé met de ander.
Het wonder van het Evangelie is dat Christus de oorspronkelijke eenheid herstelt. Het kruis van Golgotha is de verbindende factor tussen God en mensen en de mensen onderling. De boom blijft een realiteit maar hoeft niet langer het leven van de mens te bepalen:
"Lekker snacken" van de boom lijkt een favoriete hobby van de mens te zijn. Het begint meestal 's-morgens vroeg als hij zichzelf aanstaart in de spiegel. "Je ziet er niet uit," is het eerste oordeel wat de nieuwe dag brengt. En er volgen er nog veel meer.
Eenheid wordt beleefd in onvolmaaktheid. Die eenheid, zo is mijn stelling, is van fundamenteel belang voor het veranderingsproces naar Christusgelijkvormigheid. Het ontbreken van die eenheid zal de mens nog steeds transformeren, maar niet noodzakelijkerwijs ten goede.
Dietrich Bonhoeffer, Creation and Fall, 54
Gregory A. Boyd, Repenting
from Religion,
67
(De blogs van gisteren en vandaag zijn een samenvatting van wat Greg Boyd in dit voortreffelijke boek weet te melden).
01 januari 2012
Ik kan al aardig rechtspreken (3-6)
De "kennis van goed en kwaad" vraagt om een een normen-, en waardensysteem waarin goed en kwaad worden beschreven. Het vraagt om een wet. Vervolgens vraagt een wet om een rechter. Waar halen we die nu weer vandaan?
Bonhoeffer observeert dat "in de verdeeldheid van de mens met God zijn alle dingen in verdeeldheid; wat is en wat zou moeten zijn, het leven en recht,kennis en actie, idee en werkelijkheid, rede en instinct, plicht en neiging, overtuiging en voordeel, noodzaak en vrijheid, inspanning en genius, universeel en concreet, individueel en collectief, zelfs de waarheid, rechtvaardigheid, schoonheid en liefde komen in conflict met elkaar, net zoals genoegen en ongenoegen, geluk en verdriet. Men zou de lijst langer kunnen maken en het verloop van de menselijke geschiedenis draagt daar constant aan bij. Al deze verdeeldheden zijn variaties op de verdeeldheid in de kennis van goed en kwaad.
Het is in deze conflicten dat de rechter wordt opgevoerd; en de rechter is de kennis van goed en kwaad, hij is mens."[1]
Het is een modeverschijnsel en vooral correct om in onze moderne tijd niet langer over conflicten te spreken. We ontkennen dat zaken en mensen wel degelijk diametraal tegenover elkaar kunnen staan. Niemand is meer schuldig of verantwoordelijk. In Engeland heeft het British Medical Journal het gebruik van het woord "ongeluk" (accident) in de ban gedaan.[2] "Ongeluk" is altijd verweven met een schuldvraag. Beter is om "voorval" te gebruiken (incident). Ongeluk heeft slechts betekenis als de schuldvraag gesteld en naar tevredenheid van ten minste een der partijen beantwoord kan worden, bij voorkeur monetair and vooral royaal.
“Verscheidenheid vieren” is de term die we gebruiken om onze mislukte pogingen om tot eenheid te komen te verhullen. Michael Foley schrijft dat "als de waarden van anderen geldig zijn, dan zijn de eigen waarden net zo arbitrair en dus zonder waarde. Het onvermijdelijke gevolg van dit relativisme is dat het onmogelijk is om waarden hoog te houden en waardeoordelen te vellen."[3]
Foley schrijft over een voorstel waar de studenten op de universiteit waar hij lesgeeft mee kwamen om behaalde onvoldoendes niet in het systeem te registeren maar helemaal weg te laten alsof de student de test niet had gedaan. Beter een test helemaal niet doen dan er een onvoldoende voor te halen.
En allemaal omdat we weglopen voor eenheid? De gevolgen van het ontbreken of tekort aan eenheid zijn vergaand. Rechter spelen over onszelf, anderen en God (het laatste subliem beschreven in "The Shack" waar de hoofdpersoon wordt opgeroepen om recht over God te spreken. In eerste instantie weigert hij - absurd, niemand kan God ter verantwoording roepen - tot hij na enige reflectie ontdekt dat hij eigenlijk niets anders doet!).
Hoewel we maar slecht rechter kunnen spelen over onszelf, anderen en God; we kunnen maar weinig anders en moeten onze eigen wereldje in stand houden en rechtvaardigen.
Eenheid maakt daar een eind aan. In eenheid ligt transparantie besloten. Zaken komen daarin aan het licht, zichtbaar voor anderen. Betrapt worden is het laatste wat een mens wil. We houden ons dus in en de mate van eenheidsbeleving is op z'n hoogst oppervlakkig te noemen.
Toch, diep van binnen, in mijn ziel, is er dat verlangen naar ware eenheid. Is dat mogelijk? Waarschijnlijk moet de rechter dan eerst dood.
Bonhoeffer observeert dat "in de verdeeldheid van de mens met God zijn alle dingen in verdeeldheid; wat is en wat zou moeten zijn, het leven en recht,kennis en actie, idee en werkelijkheid, rede en instinct, plicht en neiging, overtuiging en voordeel, noodzaak en vrijheid, inspanning en genius, universeel en concreet, individueel en collectief, zelfs de waarheid, rechtvaardigheid, schoonheid en liefde komen in conflict met elkaar, net zoals genoegen en ongenoegen, geluk en verdriet. Men zou de lijst langer kunnen maken en het verloop van de menselijke geschiedenis draagt daar constant aan bij. Al deze verdeeldheden zijn variaties op de verdeeldheid in de kennis van goed en kwaad.
Het is in deze conflicten dat de rechter wordt opgevoerd; en de rechter is de kennis van goed en kwaad, hij is mens."[1]
Het is een modeverschijnsel en vooral correct om in onze moderne tijd niet langer over conflicten te spreken. We ontkennen dat zaken en mensen wel degelijk diametraal tegenover elkaar kunnen staan. Niemand is meer schuldig of verantwoordelijk. In Engeland heeft het British Medical Journal het gebruik van het woord "ongeluk" (accident) in de ban gedaan.[2] "Ongeluk" is altijd verweven met een schuldvraag. Beter is om "voorval" te gebruiken (incident). Ongeluk heeft slechts betekenis als de schuldvraag gesteld en naar tevredenheid van ten minste een der partijen beantwoord kan worden, bij voorkeur monetair and vooral royaal.
“Verscheidenheid vieren” is de term die we gebruiken om onze mislukte pogingen om tot eenheid te komen te verhullen. Michael Foley schrijft dat "als de waarden van anderen geldig zijn, dan zijn de eigen waarden net zo arbitrair en dus zonder waarde. Het onvermijdelijke gevolg van dit relativisme is dat het onmogelijk is om waarden hoog te houden en waardeoordelen te vellen."[3]
Foley schrijft over een voorstel waar de studenten op de universiteit waar hij lesgeeft mee kwamen om behaalde onvoldoendes niet in het systeem te registeren maar helemaal weg te laten alsof de student de test niet had gedaan. Beter een test helemaal niet doen dan er een onvoldoende voor te halen.
En allemaal omdat we weglopen voor eenheid? De gevolgen van het ontbreken of tekort aan eenheid zijn vergaand. Rechter spelen over onszelf, anderen en God (het laatste subliem beschreven in "The Shack" waar de hoofdpersoon wordt opgeroepen om recht over God te spreken. In eerste instantie weigert hij - absurd, niemand kan God ter verantwoording roepen - tot hij na enige reflectie ontdekt dat hij eigenlijk niets anders doet!).
Hoewel we maar slecht rechter kunnen spelen over onszelf, anderen en God; we kunnen maar weinig anders en moeten onze eigen wereldje in stand houden en rechtvaardigen.
Eenheid maakt daar een eind aan. In eenheid ligt transparantie besloten. Zaken komen daarin aan het licht, zichtbaar voor anderen. Betrapt worden is het laatste wat een mens wil. We houden ons dus in en de mate van eenheidsbeleving is op z'n hoogst oppervlakkig te noemen.
Toch, diep van binnen, in mijn ziel, is er dat verlangen naar ware eenheid. Is dat mogelijk? Waarschijnlijk moet de rechter dan eerst dood.
[1] Dietrich
Bonhoeffer, Ethics (New York: Touchstone, 1955), 29-30
[2] Michael Foley, The Age of Absurdity (London: Simon & Schuster, 2010), 86. Zie voor een uitgebreid artikel http://www.bmj.com/content/322/7298/1320.full
[3] Ibid, 89
[3] Ibid, 89
30 december 2011
Angst, Schuld en Schaamte (2-6)
Nee, ze vallen niet meteen dood ter aarde, maar er sterft wel degelijk iets in hen. Ze stappen uit de vertrouwde, veilige, harmonieuze relatie met God, elkaar en zichzelf, om te ontwaken in de nieuwe wereld, die wordt geregeerd door drie krachten, die tot aan de dag vandaag de volmaakte zaak van God verkankeren en de mens tegen zichzelf, de ander, de schepping en God zelf opzet. Pandora's doos gaat open en boze machten en krachten beginnen hun gif te spuien. De zielen van de mens zijn het eerst aan de beurt.
De wereld die zich buiten de eenheid van God bevindt kenmerkt zich onder andere door de volgende drie fundamentele krachten die de handel en wandel van het menselijke bestaan bepalen.
- Schaamte: Toen gingen hun de ogen open, ze ontdekten dat ze naakt waren. Daarom bonden ze vijgenbladeren om hun heupen (Gen. 3:7).Een aardige definitie van schaamte vinden we in Wikipedia: Schaamte of gène is een psychosociale emotie waarvoor de angst om door anderen misprezen te worden bepalend is. Vaak staat de vrees niet door de groep geaccepteerd te worden centraal. Schaamte is daarmee een sterk cultureel bepaald fenomeen, dat ongeveer de tegenpool van het eergevoel vormt.
- Angst: ‘Toen ik u in de tuin hoorde,’ antwoordde de man, ‘werd ik bang, omdat ik naakt ben. Daarom heb ik me verborgen’ (Gen. 3:10).
Adam zegt eigenlijk: omdat ik me schaam, ben ik nu bang. Als die twee krachten maar sterk genoeg werken, verbergt de mens zich vanzelf. Adam zocht een plekje in het struikgewas, de meeste mensen trekken zich terug in zichzelf; durven niet meer gezien te worden. - Schuld: ‘De vrouw die u mij gegeven hebt,’ antwoordde de man, ‘die heeft mij van die vruchten laten eten.’ Toen vroeg God, de Heer, aan de vrouw: ‘Waarom heb je dat gedaan?’ ‘De slang heeft me bedrogen,’ antwoordde ze, ‘daarom heb ik ervan gegeten’ (Gen. 3:12-13).
Dit is een aardige klassieker. Niemand heeft het ooit gedaan. Doorschuiven die hap. Je hoort het nog maar weinig: "Ik heb het gedaan; ik ben schuldig." En als je het al hoort dan kun je vaak wachten op de volgende zin die vrijwel zonder uitzondering begint met het woordje "maar."Als er niet verder meer kan worden doorgeschoven, krijgt God gemakshalve de schuld; het was oorspronkelijk toch Zijn idee?!
![]() |
Marc Chagall. Original lithograph in
colors for "Illustrations for The Bible"
Verve, Mourlot (1960)
|
Om eenheid, zoals in mijn blog van gisteren beschreven, te ervaren, vraagt van de mens om alle drie krachten onder ogen te zien. Het besef dat het juist deze drie krachten zijn die ons weghouden van de beleving van ware eenheid is een belangrijke stap om weer tot gezonde eenheid te kunnen komen. Vervolgens zal er een weg gevonden moeten worden om met deze drie obstakels af te rekenen. Die weg is er maar het is geen toverformule die van het ene op het andere moment alles anders maakt. Kanker heeft tijd nodig om te genezen en eenmaal een kankerpatiënt blijft de ziekte voor de rest van ons leven op de loer liggen.
Geloofsdeconstructie deel 1
“Help, ik ga door (theologische) deconstructie" (deel 1 van 3) Wanneer geloof begint te schuiven Beknopte bewerking en vertaling van ee...




