Over religie, kerk, christendom, algemene verbazing en vermeldenswaardige gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend in pastelkleuren met meestal een vleugje peper. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
Posts tonen met het label gemeenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeenschap. Alle posts tonen

05 juni 2012

Passieve kerk

Ik kom steeds meer mensen (ook binnen mijn eigen organisatie) tegen die passief kerken. In plaats van echte interactie met levende mensen te zoeken, neemt men genoegen met blikvoer. De tv wordt kerkvervanger. Beter dan niets zou je zeggen.
Maar waarom verandert de eerst actieve participant in een passieve consument?
Antwoorden die ik hoor: "ik ervaar geen gemeenschap," "ik word niet gevoed," "er is niemand echt in me geïnteresseerd," "het is een roddelclub," en "het is een 'ding' geworden."
Is de kerk dan echt zo verkeerd bezig? Volgens mij kun en mag je niet alleen naar de kerk wijzen. Persoonlijke teleurstelling, veranderende inzichten die geen weerklank vinden, vastlopen op het routinematige; het is zo gemakkelijk om dat allemaal op kerk af te wentelen. Maar is dat terecht? Het is in ieder geval niet eerlijk. Op het moment dat iemand zichzelf betrapt op het "wij" en "zij" denken, is dat het moment om te erkennen dat men ietwat boven het 'gepeupel' is gaan zweven en neigt men ernaar te vergeten dat de kerk nog steeds een "wij" is.

Natuurlijk zijn er wezenlijke zaken die aangekaart moeten worden en het is heel zuur als kerkleiding "niet thuis" geeft. Het onvermogen van kerkleiders om discussies over groei en verandering te faciliteren is bijna epidemisch te noemen. De leider dient immers te leiden en teveel naar kerkleden luisteren is een zwaktebod in onze cultuur. Kunnen we het ze kwalijk nemen? Een oudste wordt benoemd en vindt zichzelf van de ene op de andere dag op een plek waar hij plots verantwoordelijk wordt gehouden voor de complete geschiedenis van de kerk (met name de zaken die 'toen' mis zijn gegaan). Bovendien wordt hij nu geacht wijs en verstandig te zijn. Er is bijna niemand die zo'n oudste voorbereid op en coached in zijn nieuwe taak. Daar bovenop wordt hij nu ingepraat op alle lopende zaken waarvan de rest van de gemeente geen weet heeft (en hij gisteren ook nog niet). Het zweet breekt hem uit maar hij wil in het gestelde vertrouwen nu waarmaken en dus "God zegenen de greep."
Een beetje meer ruimte en bewogenheid voor de kerkleiders zou passend zijn.

Even terug naar de nieuwe generatie gelovigen die zich onttrekt van de gemeenschap en kiest voor bliokvoer op maat.
Als een gelovige op het laatste moment een samenkomst binnenvalt en als eerste de deur weer uit is, dan is dat niet veel anders dan thuis de tv aanzetten en onder het genot van een bak koffie te "Joycemeijeren" of te Davidmaasbachen." Wel zo aangenaam, dunkt me. En ook milieu vriendelijker.

In een samenleving waarin het 'uitdrukken van de individualiteit' tot waarde is verheven vraagt de keuze om actief in een gemeenschap te participeren steeds meer moed. Het is een beetje afzien en eigenlijk onaards. Het is een keuze. Die keuze impliceert de erkenning dat we het nooit helemaal goed voor elkaar kunnen en zullen krijgen; het is en blijft een werk in uitvoering. Het antwoord is niet om uiteindelijk zelf iets in elkaar te fabrieken maar om, zolang het kruis van Golgotha centraal blijft staan, telkens weer die keuze te maken.
De banden met de gemeenschap doorsnijden en kiezen voor isolement is de slechtste optie en ook nog eens on-Bijbels.
Overigens is de tv een geweldige zegen en uitkomst voor hen die om wat voor reden de deur niet (meer) uit kunnen!

Vraag rest: hoe krijg ik mijn collega's de kerk weer in?

18 februari 2012

Groeien in de ruimte


Zo'n driekwart meter van mijn neus,
daar loopt mijn lichaamsgrens, ja heus,
En al die onbebouwde lucht ertussen
Die is van mij, een lucht(ig) kussen.
Dus vreemdeling, tenzij je me begeert,
wil ik dat je manieren leert.
Passeer die grens vooral niet ruw:
Ik zal niet schieten, maar ik spuw.
(Auden 1965, vertaling F.R. Oomkes)

Edward Twitchell Hall, Jr. (May 16, 1914 – July 20, 2009) was een Amerikaanse antropoloog en cross-culturele onderzoeker. Hij is vooral bekend om de ontwikkeling van het Proxemics concept[1], een beschrijving van hoe mensen reageren en zich gedragen in verschillende cultureel bepaalde persoonlijke ruimte.



Het begrijpen van dit concept helpt om het (huis)kringenwerk in een gezond perspectief te plaatsen. De nadruk op kringen, die in sommige groepen extreme vormen aanneemt waarbij het massale van grotere kerken exclusief plaats maakt voor kerken die uitsluitend uit (huis)groepen bestaat, is deels gebaseerd op de aanname dat kleinere groepen hechter en intiemer zijn; men komt meer 'tot elkaar.'
Nu is het inderdaad zo dat een zondagsamenkomst vooral een gebeuren in de publieke ruimte is. Dat wordt over het algemeen wel onderkent. Om toch tot christelijke gemeenschap te komen zijn er de kringen. Echter, bijeenkomen in een kring, of lid zijn van een kring, betekent niet dat de onderlinge  relaties tussen de deelnemers aan die kring vanzelfsprekend als kwalitatief beter kunnen worden beschouwd of beleefd. 

Intimitiet en gemeenschap laten zich niet afdwingen of organiseren. Het blijft toch een kwestie van afwachten of er sprake is van een klik tussen de deelnemers. Neem een huiskring van een man of tien waar je lid van bent. De manier waarop je je verhoudt tot je negen mededeelnemers zal van persoon tot persoon verschillen. Als oefening zou je de namen van de negen andere leden in de verschillende ruimtes moeten proberen te plaatsen. In de praktijk zul je slechts een enkeling in je 'intieme' ruimte plaatsen.
Onder deze blog vindt je een korte omschrijving van de verschillende ruimtes [3].



De uitdaging, met name voor de kerk, is om niet slechts de publieke en intieme ruimte to propageren en te faciliteren maar ook de sociale en persoonlijke[2]. Het creëren en faciliteren van sociale ruimte (koffie voor de dienst bijvoorbeeld) voorkomt onder andere dat mensen de open tijd van gebed,  die sommige vrije gemeentes bieden, wordt misbruikt voor persoonlijke mededelingen (sommige profetieën zijn niets meer dan het ventileren van persoonlijke klachten of kritiek). 
Het rekent ook af met een al te strikte scheidingen tussen die broodnodige sociale ruimte en de agenda. We kennen het wel: "Als iedereen een plaatsje zoekt, dan kunnen we beginnen." De agenda is een zakelijke agenda en die moet worden afgewerkt. Niets mis mee, maar ongewild en onbewust wordt de sociale ruimte daarmee gedegradeerd tot 'mindere ruimte.' 

Interessant in mijn onderzoek is de score die men geeft aan de mate waarin de (huis)kring bijdraagt aan persoonlijke groei en transformatie. Van de tien mogelijkheden waaruit men kan kiezen, eindigt de kring slechts op de achtste plaats. De hoogste vijf scores vallen allen onder de noemer "vriendschappen" waarin men een belangrijke mate van intimiteit beleeft.


[1] De studie van het afstand houden in sociale interacties
[2] Met dank aan J. Myers "The Search to Belong."
[3] De vier ruimtes: 


1. Publieke of, openbare, ruimte 
Publiek 'thuis zijn' vindt plaats wanneer mensen zich met elkaar verbinden door een invloed van buitenaf. Supporters ervaren een vorm van thuishoren omdat ze hetzelfde team aanmoedigen. Ze dragen, voor de gelegenheid, gepaste kleding, staan vroeg op, blijven laat op en reizen door weer en wind, alleen maar om een wedstrijd te kunnen zien. Dit soort relaties zijn belangrijk in ons leven. Voor sommigen is de kerkdienst op zondagochtend een openbare ontmoeting en niet meer dan dat.


 2. Sociale ruimte 
Dit ervaren we wanneer we “polaroids” delen die we uit onze persoonlijke ruimte meenemen. Als iemand het begrip “eerste indruk” gebruikt, doelt hij/zij op deze sociale ruimte. Je verhoud je sociaal tot anderen op verjaardagsfeestjes, tijdens vergaderingen en de kassière van de plaatselijke supermarkt, de apotheker en veel van je collega’s of medestudenten. Sociaal thuishoren is om twee redenen belangrijk. Allereerst voorziet het in de ruimte om “buurman” of “buurvrouw” te zijn. Een buur is iemand die je goed genoeg kent om hem of haar om te vragen iets voor je te doen, of dat kopje suiker te lenen. Ten tweede is het belangrijk omdat het ons de ruimte verschaft waarin we die personen ‘selecteren’ waarmee we een diepere relatie willen ontwikkelen. In deze ruimte wordt informatie uitgewisseld die de ander helpt te beslissen of hij/zij zich wel aan ons wil verbinden. We krijgen net genoeg informatie om op een niet bedreigende manier die persoon op een afstand te houden of naar een andere ruimte te verplaatsen.


 3. Persoonlijke ruimte 
In deze ruimte delen we prive-, of persoonlijke ervaringen, gevoelens en gedachten. We noemen de mensen waarmee we ons in deze ruimte verbinden “goede vrienden.” Zij weten meer over ons dan een kennis maar ook weer niet zoveel dat het oncomfortabel wordt.


 4. Intieme ruimte 
In deze ruimte delen we “naakte” ervaringen, gevoelens en gedachten. Ieder mens heeft slechts een aantal relaties in deze ruimte. Zij zijn het die de naakte waarheid over ons kennen en we schamen ons niet.

06 januari 2012

De mens als zwart gat (6-6)

Het wezen van de zonde is “kennis van goed en kwaad”. Voor de zondeval, toen die kennis er niet was, was slechts onvoorwaardelijke liefde tot God en elkaar. Wat er gebeurde toen Adam en Eva van de boom aten is dat zij het centrum van het paradijs werden; ze legden het paradijs a.h.w. hun wil op en daarmee kwam er een eind aan het paradijs. In plaats van dat hun leven gevoed werd door het centrum werden ze zelf het centrum. In de architectuur spreekt men van ruimtes die bestaan uit “centrums” die om de bron heen bestaan en bewegen elkaar niet beconcurreren maar aanvullen en samen een groot levend geheel vormen. Zonder een bron bestaan al die centrums op zichzelf; staan los van elkaar met als gevolg dat de ruimte lelijk, leeg en dood wordt.


Onze kennis van goed en kwaad maakt van ons “rechter” en vrijwel onbewust oordelen we anderen en ontlenen onze zelfwaarde aan de waarde die we anderen toekennen of afnemen. In onze gevallen staat hebben dingen en mensen alleen maar waarde in zover dat ze ons vullen. In plaats van het toekennen van waarde aan anderen omdat God de schepper dat doet, zonder onderscheid, beperken wij de waarde die we anderen toekennen afhankelijk van ons oordeel over hen. Vindt deze persoon mij aardig? Zijn ze aardig voor mij? Levert deze relatie mij niets op? Bevestigt de ander mij? Is hij/zij het met me eens? Wij zijn het die bepalen of iemand goed of slecht is omdat wij onszelf in het centrum hebben geplaatst waar alles omheen draait, de standaard waar al het andere aan gemeten wordt.  Een zwart gat! 


“Voor een mens in een staat van verdeeldheid, bestaat het goede in het vellen van een oordeel waarbij het criterium de mens zelf is. Kennis van goed en kwaad maakt van de mens feitelijk een rechter” (Bonhoeffer, Ethics, 34). 
In het Matteüs evangelie spreekt Jezus duidelijke taal als Hij zegt: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden” (7:1-2). 


Toch spreekt de Bijbel over mensen die andere mensen moeten oordelen. Ook worden we opgeroepen om ons onderscheidingvermogen te ontwikkelen. De hele dag door maken we keuzes en veel van die keuzes hebben te maken met een oordeel over goed en kwaad. Allemaal hebben we te maken met ethische kwesties waarin van ons een standpunt wordt gevraagd. En het is gewoon verdraaid moeilijk. Het ontbreken van een moreel kader hiervoor maakt dat de mens vanuit het kader van het corrupte zelf besluiten neemt en oordelen velt. 
Het lijkt zo ingewikkeld en moeilijk voor ons om in de liefdesrelatie met God te blijven; alsof Christus niet gestorven zou zijn stappen we er zo weer uit en knabbelen aan de boom van kennis van goed en kwaad, vellen we een oordeel in plaats van gehoor te geven aan het tweede hoogste gebod, gelijk aan het eerste: de naaste lief te hebben als onszelf. 
We ontkomen er niet aan. In de gebroken staat van de wereld waarin de kennis van goed en kwaad de mens tot rechter heeft gemaakt, is het onmogelijk om niet te oordelen; onmogelijk om geen ethische beslissingen te hoeven nemen. Hoewel de mens er niet goed in is, kan hij er tegelijk niet voor weglopen. Als er al geoordeeld moet worden, doe het voorzichtig, vanuit de liefdesrelatie met God, mogelijk gemaakt door het verlossingswerk van Christus. Bij twijfel: liefhebben! Voor je het weet stap je weer uit de driehoek en sta je weer aan de boom te snacken. 


1 Johannes 3:16 “Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.” 


In dit vers ligt de oplossing en - paradoxaal - het dilemma besloten: je leven geven. Om dat te kunnen moeten de barrières van schaamte, angst en schuld genomen worden en daar komt de mens zichzelf keihard tegen. Zichzelf bewijzen, groot lopen doen en anderssoortige opblazerij staan zelfs de erkenning van het probleem al in de weg. De graankorrel komt pas dan tot vrucht als deze eerst in de grond gestopt wordt en sterft. Daarin ligt de belofte van nieuw leven besloten. Maar wie wil er nu sterven? Het lijkt uitzichtloos en hopeloos. 
Is het mogelijk om één te zijn  zoals de Vader en de Zoon dat zijn? Omdat het ideaal zo ver weg lijkt zou het de mens ervan kunnen weerhouden om te beginnen bij de basis: sterven. Dat is wat er gebeurt wanneer de mens zijn vertrouwen op het volbrachte werk van Christus stelt. Een nieuw leven begint en verandering is niet langer onmogelijk. In plaats van energie te zuigen, leert de mens te geven, zoals ook Hij zich gaf. In mijn ontmoeting met Christus, ontvang ik altijd leven, word ik meer mens. In mijn ontmoeting met mensen die hebben leren geven, word ik ook meer mens. En dat is gemeenschap. Met dank aan Greg Boyd's Repenting of Religion.

Geloofsdeconstructie deel 1

“Help, ik ga door (theologische) deconstructie" (deel 1 van 3) Wanneer geloof begint te schuiven Beknopte bewerking en vertaling van ee...