Verzet tegen nieuwe ideeën, gewoontes of structuren is een natuurlijke, menselijke reactie. Voorspelbaarheid en tradities voorzien de mens van een mate van comfort en veiligheid. Daar is niets mis mee.
Conventies, de ongeschreven regels, gewoontes of afspraken
over hoe we ons gedragen of dingen doen, kunnen echter soms zo vastgeroest zijn
dat vrijwel iedereen die gevangen zit in die conventies of er het slachtoffer
van is, roept om verandering. “Het moet allemaal anders”, hoor je dan. Of “de
knop moet om”.
Politici in Nederland beloven in campagnes dat alles anders wordt als zij
eenmaal aan de knoppen draaien. Eenmaal achter de knoppen komt men er al snel
achter dat de beloofde en gewenste veranderingen in het gunstigste geval niet verder
reiken dan een klein rukje aan één of meer knoppen. Het is ook niet zo heel erg
om in de democratie zoals de onze een bestaan te hebben, afgezet tegen het
gegeven dat 74% van de wereldbevolking moet leven onder autocratisch
landsbestuur. Autocraten zetten de knop geheel naar hun hand, waarbij het
eigenbelang boven het belang van het volk gaat.
Sociale conventies zijn veelal cultuurspecifiek en worden zo’n
beetje automatisch gevolgd. Hoe we bijvoorbeeld in de rij staan, elkaar begroeten, ons
kleden, ons gedragen in de bioscoop, in de supermarkt en in de kerk.
Er zijn kerkelijke conventies. Die verschillen per denominatie
en per plaatselijke afdeling. Sommige van die conventies zijn uitgeschreven. Zo heb ik een aantal keer het Anglicaanse ochtendgebed in de kathedraal
van Carlisle bijgewoond. Dat duurt zo’n 15-20 minuten en je volgt nauwgezet het
script waarin wordt aangegeven wie wat zegt en wanneer je staat of zit. Maximale
voorspelbaarheid. Vond ik helemaal niet vervelend.
Als je dingen wilt veranderen, zo heb ik geleerd, moet je duidelijk
voor ogen hebben waarom die verandering nodig is. Ooit heb ik in de voorbereiding
van een kerkdienst waar ik voorging de liturgie ingrijpend veranderd: we zingen één lied, daarna de preek en pas daarna de 30-45 minuten samenzang.
Dat had ik beter niet kunnen doen. Ik krijg regelmatig terugkoppelingen op mijn overdenkingen, maar nu kreeg ik een shitstorm over me heen. De teneur was die van “neem ons de voorspelbaarheid en verwachtingen over het verloop van de kerkdienst niet af”. Dat zette me wel aan het denken over de vraag waarom ik zo nodig een flinke zwaai aan de liturgieknop had gegeven. Welk belang was ermee gediend? Had ik het belang van de gemeente voor ogen gehad? De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er maar één belang mee gediend was en dat was dat van mij. En dat verdient geen lintje maar iets anders.
Sinds dit incident voeg ik me keurig naar de liturgie. Ik ga voor in kerkdiensten om de kerk en de ander te dienen en niet om mijn eigen voorkeuren te etaleren.
Tegelijk is het belangrijk om conventies te blijven
bevragen. Al is het alleen maar om roestvorming te voorkomen.

