Posts tonen met het label Beeld van God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beeld van God. Alle posts tonen

06 augustus 2026

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik uiteindelijk toch maar gebeld om een afspraak te maken, al was het alleen maar om van dat aanzwellende schuldgevoel af te komen.

De oude tante was op de laatste bladzijden van haar leven beland en haar nicht, de eerdergenoemde collega, wilde haar graag nog een keer bepalen bij het Goede Nieuws zodat tante wellicht in het reine kon komen met haar schepper voordat haar levensboek werd gesloten. O ja, tante haatte de kerk, wilde niets met God noch gebod te maken hebben en was allergisch voor christenen. Dat ik het maar even wist.

Tante gebeld. Ik legde uit wie ik was en waarom ik langs wilde komen. Tante vond het best.

Samen met Martha naar Den Haag gereden (ongeveer in het jaar 2010) en zo belandde dit onwaarschijnlijke pastorale duo in de slaapkamer van de oude tante. Na wat heen en weer gepraat over ditjes, datjes en andere onschuldige niemendalletjes werd het gesprek wat serieuzer. Over teleurstelling, afscheid nemen, verraad, alleen overblijven en eenzaamheid. Ik vroeg haar waar ze dacht dat God in dit alles was, als er überhaupt een God zou zijn.

Wat volgde was een eruptie van verdriet, boosheid (over de kerk, de afwezigheid van God, de hypocrisie van gelovigen die ze kende) en vooral machteloosheid. Deze litanie werd regelmatig onderbroken door verontschuldigingen: “Sorry, ik wil jullie God niet beledigen” en “Neem het me niet kwalijk”, waarop ik haar aanmoedigde om er vooral mee door te gaan, want “God is een grote jongen en kan wel wat hebben.”

Toen ze wat bedaarde was en bij gebrek aan wijze woorden die Martha of ik mogelijkerwijs hadden kunnen bedenken, vroeg ik haar of ik voor haar mocht bidden.
Meteen stak ze haar armen omhoog en zei: “Alsjeblieft, ik kan dit niet alleen, ik kan dit niet alleen, ik kan dit niet alleen.”

Dus baden we voor haar. Ik weet niet meer wat.

De vraag die Martha en ik elkaar stelden toen we onderweg naar huis bij een McDonalds waren gestopt voor een debrief – Martha met een vuurrood gezicht, ik met een vreselijke migraine (zoals gezegd is het pastoraat een onwaarschijnlijke match met ons) – is een vraag geworden die mijn leven en verhouding tot de ander radicaal heeft veranderd. Getraind, geïnstrueerd en feitelijk gebrainwasht met het idee dat slechts zij gered zijn die met de mond belijden dat Jezus Heer is en in het hart geloven dat God hem uit de dood heeft opgewekt (Romeinen 10:9-10). Doe je dit niet, dan ben je dus ‘ongered’ en ga je helaas naar de hel.
Het zou te ver voeren - maar is wel een cruciaal thema - om in deze blog in gaan op de vraag hoe de apostel Paulus dit bedoelde, in welke context, wat gered te maken heeft met hemel en/of hel en de waarde van het abstracte ‘in het hart geloven’ en hoe dit alles zich verhoudt tot Christus die voor eens en altijd het hemelse heiligdom is binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven. (Hebr. 12)

De vraag is deze: Reiken Gods liefdevolle, reddende armen niet vele malen breder, dieper en hoger dan wat ik in mijn benepen dogmatische geloofje heb vastgesteld? Is de erkenning “ik kan dit niet alleen” in feite een geloofsbelijdenis pur sang en vatten deze vijf woorden een leven samen waarin geloof een belangrijkere plaats had dan de ontkenning die zich aan de oppervlakte van het leven manifesteerde. Ik kan niet anders dan deze vraag met een volmondig en volhartig "Jazeker" beantwoorden.

Eerder schreef ik een eerste blog over ontmoetingen/gebeurtenissen die tot een blijvende, vaak radicale verandering in mijn leven hebben geleid. Dit is nummer twee.

19 mei 2026

Een beeld is maar een beeld en kan dus worden gedeconstrueerd

Als tiener sleutelde ik wat aan brommers. Echt goed was ik daar niet in. Aan het eind hield ik steevast onderdelen over, en meestal was de brommer er slechter aan toe dan vóór mijn ingreep. Het beperkte, slecht passende gereedschap hielp ook niet mee. Mijn jongere broer Leo was het tegenovergestelde. Na de technische school werd hij dieselmonteur — en dat is hij gebleven. Leo kon een kapotte brommer zelfs met een hamer en een zaag repareren.

Het doel van deconstructie kan verschillen. Soms haal je iets uit elkaar om te begrijpen hoe het werkt, om het daarna — misschien na een schoonmaakbeurt — weer in elkaar te zetten en verder te gaan. Soms staat een constructie simpelweg in de weg, en is deconstructie bedoeld om ruimte te maken.

08 maart 2023

Na de beeldenstorm

Hoe verwoord ik de enigszins dwingende uitnodiging, die Jezus als een roepen uit de verte aan zijn eerste leerlingen voorlegt, op zo'n manier dat de moderne mens begrijpt dat het gehoor geven aan dat roepen feitelijk een beslissing is om een reis te ondernemen waarbij het ontdekken van wie Hij is, centraal staat. Als Hij zegt de weg, de waarheid en het leven te zijn, wat betekent dat dan en wat gaat dat mij aan? Het leven dat Hij voorstaat en dat de volger zich gaandeweg eigen maakt, zal telkens weer opnieuw aan de vraag naar betekenis onderworpen moeten worden. 

Vrede met God, zonde, dood, nieuw leven, nieuwe schepping, liefde, geloof, bekering, vertrouwen, nog een keer dood, kapotte dingen, kapotte mensen, genezing, heling, vrede in het hart, overgave, twijfel, ongeloof, genade, een met God, verzoening, verlossing, bevrijding; even een paar woorden en begrippen die we in de Bijbel tegenkomen. Er bestaan mensen die hierover praten alsof het 1) de gewoonste zaak van de wereld is, 2) net doen alsof ze begrijpen waarover ze het hebben en 3) menen God uit hun broekzak tevoorschijn te kunnen toveren. Nou, dat gaat dus niet, hè.

Een aantal jaren geleden heb ik besloten me niet langer een beeld van God te vormen. Dat is verdraaid lastig en vrijwel onmogelijk. Alle beelden die ik door de jaren heen heb gevormd zijn een optelsom van wat ik denk, vind of voel dat God is plus wat ik meen te begrijpen uit de Bijbel, daarbij selectief die passages kiezend die me wel bevallen. Dat levert een aantal fantastische beelden op; een lieve God, een bozige God (met een kort lontje), een afstandelijke God, een nabije God, een belonende God, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar waar kom je uiteindelijk op uit? Laat God zich eigenlijk wel beschrijven of verbeelden? Het verbod op het maken van gesneden beelden helpt (Exodus 20:4-6). Een gesneden beeld is namelijk niets meer dan een subjectieve interpretatie en wordt binnen de kortste keren een idool, een afgod. Voor je het weet vergaap je je aan een karikatuur en volg je een afgod. De beeldenstorm in mijn hoofd had een gunstig effect omdat er uit de gruzelementen de vraag oprees: "wat dan wel? wat nu?"

Zo kwam en kom ik uit bij Jezus, het beeld van de onzichtbare God. God in een mens, vlees en bloed. Nu hebben we het opeens ergens over. Hij spreekt een taal die ik versta en leert mij dat al die eerdergenoemde abstracte woorden en begrippen wel degelijk iets van substantie hebben. Hij weet deze te vertalen naar verhoudingen tussen mensen onderling, tussen de mens en God maar ook de relatie tussen de mens en zijn dingen, zoals zorgen, spullen en de aarde. Wat Hij daarover te zeggen heeft, raakt mij diep. Tot in mijn ziel. Daarom volg ik. Zijn woorden transformeren. Langzaam, maar zeker. Te langzaam naar mijn zin, maar het is even niet anders.

Ik volg Hem. Niet omdat er een hemel in het vooruitzicht wordt gesteld of om weg te blijven van een of andere hel (daar bestaan ook weer talloze fantastische ideeën over, inclusief "artist impressions"), maar om wie Hij is en waar Hij voor staat. Het is zoals een van zijn leerlingen het verwoordde toen een groot aantal leerlingen besloot om de reis met Hem af te breken en Jezus aan het kleine clubje dat overbleef vroeg of ze er ook niet van tussen moesten: "Waar zouden we heengaan? U hebt woorden van (eeuwig) leven."

Daarom ook blijf ik me inzetten om het verhaal van Jezus te vertellen en hen die zich in 2023 zijn leerlingen noemen aan te moedigen en toe te rusten om te blijven volgen. Afhakers zijn er namelijk genoeg. De meeste afhakers die ik ken, haken niet van God af (dat is ook lastig met een God die maar blijft aanhaken) maar van wat het christendom van dat aanhaken heeft gemaakt (lees ook mijn waarschijnlijk nooit te verschijnen "Aanhakers: rechten, plichten en onmogelijke verwachtingen die de weg naar een geloofscrisis en het afhaken van het geloof in God vereenvoudigen"). 

Kortom, hoe dat mysterie zich zo laat verwoorden dat de mens er voldoende van begrijpt om aan te kunnen haken; het blijft een uitdaging. Toch heb ik goede moed want het is diezelfde Bijbel die mij helpt begrijpen dat de mens niet meer kan doen dan getuigen en dat het de taak van de Heilige Geest is om die voorzet in te koppen. Dat ontspant.

03 januari 2012

Wat bidt Jezus nu eigenlijk? (4-6)


Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij:  ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad.
Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’ (Johannes 17:20-26)

Figuur 1
Toen God de mens schiep zij Hij: “Laat ons mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken” (Gen. 1:26). God schiep de mens vanuit de volmaakte eenheid met de Zoon en de Geest (figuur 1).Uit het gebed van Jezus begrijpen we dat God ernaar verlangt om zijn schepping te laten delen in de grootheid van God ; om zijn schepping te laten ervaren wat het betekent om in eenheid te leven. “God’s liefde stroomt over in Zijn schepping.” (Jonathan Edwards).

Figuur 2
Het gebed van Jezus leert ons ook dat God niet alleen Zijn liefde in de mens kwijt wil maar dat de mens participant wordt van de grootheid, eenheid, heerlijkheid die de drie-eenheid karakteriseert (figuur 2).  

De mens kent een ongestilde honger naar deze beleving; het is onderdeel van Gods scheppingsorde en, wanneer aangesloten op de liefdesstroom van God zijn we niet alleen ontvangers maar worden we ook uitdelers van diezelfde liefde (Figuur 3). 

Figuur 3

 Maar het gaat nog verder. Het is niet het principe van een distributiecentrum waarbij die liefde z’n weg vindt regionale centra, groothandels, winkels en eindgebruiker waarbij de liefdesstroom a.h.w. steeds dunner wordt totdat er niets meer van over is. Geschapen naar Gods beeld betekent ook dat we, naast ontvangers van die liefde ook teruggevers gaan worden. Het wordt een samenspel, een dans (figuur 4). Zoals je ziet is er in deze figuur een grotere driehoek om de kleinere heen geplaatst. Het beeld is beperkt maar je zou dat kunnen zien als het Koninkrijk van God, het eeuwige leven. 


Figuur 4
Van belang is het om op te merken dat onze liefde voor God nooit losgekoppeld kan worden van onze liefde voor de naaste. Daarom leren we uit de Bijbel dat iemand die zegt God lief te hebben maar zijn naaste haat, zichzelf voor de gek houdt. Ook is het een misleiding om te zeggen dat we God liefhebben maar tegelijk onszelf haten.  Maar nu loop ik op de zaken vooruit.  Morgen meer over wat er mis ging en hoe we daar tot vandaag aan toe de gevolgen van ondervinden.

29 december 2011

Beelden dragen of liever toch niet (1-6)

De komende weken zal ik mijn blog regelmatig gebruiken als vingeroefeningen voor de afronding van mijn studie. Mijn onderzoek naar in welke mate het deel uitmaken van een kleine groep, of huiskring, bijdraagt aan  persoonlijke transformatie (of Christus gelijkvormigheid) begint met een theologie van eenheid en gemeenschap.
Als op de eerste bladzijde van mijn thesis kom ik inde problemen; de spanning tussen ideaal en werkelijkheid.
Jezus drukt een ideale werkelijkheid uit in zijn gebed tot de Vader in Johannes 17:20-23(*). Uit deze verzen kunnen we het volgende samenvatten en concluderen:

  1. Jezus wil dat zijn volgelingen een zijn. 
  2. Het model voor deze eenheid is te vinden in de eenheid met de Vader. 
  3. Eenmaal in die eenheid betrokken en er deel van uitmakend, zal de ervaring van deze eenheid zo'n invloed op zijn volgelingen hebben, dat de transformatie die blijkbaar binnen die eenheid plaatsvindt een impact hebben op de ongelovige wereld; de eenheid als instrument om de wereld ervan te overtuigen van de waarheid van het Goede Nieuws.
Met het genoemde onder "1" zullen weinigen moeite hebben. De uitwerking en het beoogde effect hiervan (3) levert grote problemen op. De geschiedenis van de kerk kenmerkt zich eerder door een gebrek hieraan. Hoewel er tal van individuele getuigenissen zijn van mensen die deze eenheid wel ervaarden en daarin de kracht van het Evangelie zagen; door de bank genomen verdient de demonstratie van deze eenheid geen schoonheidsprijs.We bakken er niet zoveel van.
Hoe komt dat? Was Jezus wel een realist? Of misschien meer een idealist?

Een belangrijk deel van het antwoord op dit dilemma heeft alles te maken met het onvoldoende begrijpen van het onder "2" genoemde. We zijn onvoldoende bekend met het model. Een chronisch tekort aan intrinsieke beleving heeft to gevolg dat we het naar buiten toe niet waar kunnen maken. 

Chagall, Unity
De mens in zijn dualiteit - man en vrouw - geschapen naar Gods beeld, doet zijn intrede in de materiële en levende wereld in de hoedanigheid als beelddrager Gods. Vrij om te kiezen ligt in dit beeld besloten. Die vrijheid impliceert, zoals Bonhoeffer het treffend beschrijft in "Creation and Fall" ook de vrijheid van God, schepping, medemens. Wil de mens echter zijn mens-zijn in de volste zin beleven, kan dat alleen in relatie tot God, de schepping en zijn medemens. De keuze van de mens om zich los van dat alles te bewegen zou een definitie van "zonde" kunnen zijn. In het herstel van de relatie met God door het volbrachte werk van Christus, is de weg ook weer open tot een gezonde relatie met de schepping en medemens. Het lijkt een van de taaiste eigenschappen van de zonde om de mens zijn schijnbare onafhankelijkheid op te doen geven: leven in eenheid, in gemeenschap, vraagt een fundamentele keuze. Die keuze is om te stoppen met dat te doen wat God aan zichzelf heeft voorbehouden: oordelen.

Wordt vervolgd.

(*) Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen die door hun verkondiging in mij geloven. 21 Vader, laten ze allen één zijn zoals u in mij bent en ik in u ben. Laten ook zij in ons zijn; dan zal de wereld geloven dat u mij hebt gezonden. 22 De glorie die u mij hebt gegeven, heb ik hun gegeven opdat ze één zijn zoals wij één zijn: 23 ik in hen en u in mij. Zo zullen ze volmaakt één zijn, en dan zal de wereld weten dat u mij gezonden hebt en dat u hen hebt liefgehad zoals u mij hebt liefgehad.

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...