Achteraan. Links. Bij de nooduitgang. Dat was nu al een jaar
of twee, drie hun vaste plek op zondagmorgen. De uitgang lonkte, maar de drang
om te blijven was sterker; je loopt niet zomaar weg van je verleden, je
vrienden, je sociale kring en je geestelijk thuis. Daar is wel wat meer voor
nodig dan de frustratie over oppervlakkige, circulaire, dogmabevestigende 30
tot 40 minuten durende monologe bespiegeling van de spreker. Daar valt voor een
tijdje nog wel mee te leven, want er is altijd nog de koffie achteraf waar je je
vrienden ontmoet en de verbinding met hen bestendigt.
Nee, het was meer het gevolg van een lang proces waarbij ze
rondliepen met vragen die, gezien hun reeds afgelegde best wel lange reis in
het geloof, niet gesteld hoorden te worden. Naar de tijd gerekend, wisten ze
toch hoe de vork in de geestelijke steel behoorde te steken? De keren dat ze
deze vragen wel stelden, wisten anderen daar maar moeilijk raad mee en deden
sommigen zelfs twijfelen aan de zuiverheid van hun wandel met God.
De leiders van de geloofsgemeenschap reageerden best wel empathisch
op hun vragen. Sommigen vonden dat ze er iets mee moesten doen, terwijl
anderen teruggrepen op oude, vertrouwde, flinterdunne retoriek: blijven
vertrouwen, ga ermee naar God, God heeft het beste met je voor....
Het onvermogen, of was het onwil, van de kerkleiding om er
echt iets mee te doen deed hen na lang wikken en wegen besluiten om definitief
door de deur onder het groene bordje de kerk te verlaten en hun geloofsreis
zonder aansluiting bij het plaatselijke kerkje te vervolgen.
Al jaren is de trend dat de groep links achteraan
bij de nooduitgang in de kerk groot en groeiende is. De een loopt vast
op de voorspelbare vorm, de ander op de beleving en ego-gerichte versjes
waarvan er dertien in een dozijn gaan, weer anderen op een nieuw gevonden
deelwaarheid die onvoldoende uit de verf zou komen of op schijnbare dogmatische
zekerheden die het geloofsbelijden lekker compact en de geloofsreis meetbaar
houden. Of men loopt vast op het juk van de beloofde geloofsverdieping middels
trainingen, seminars en leertrajecten die het ongrijpbare, onverklaarbare en onzichtbare
voorzien van grijparmen en manifestaties.
Zo lijkt het aan de oppervlakte. Daaronder zit echter een
diepere laag van verlangen naar serieuze doordenking van de bestaansvragen,
evenals filosofische en theologische aannames.
Die doordenking vraagt om een loslaten van gevestigde
reformatorische-, evangelische-, pinkster-, volle evangelie, en andere manifestaties
binnen de protestantse familie. Dat is best wel eng, en ik denk dat de angst dat er na dat loslaten niets overblijft, velen doet besluiten om toch maar niet door te pakken. Dat is echter een gemiste kans, want alleen het serieus afpellen van
alle laagjes dogma, traditie, aannames en wat die meer zij, brengt de mens op
het punt waarbij voor het eerst zichtbaar wordt wat echt en eigen is. Dat hoeft
niet veel te zijn. Jezus zelf gebruikt in eenzelfde context het voorbeeld van
een mosterdzaadje.
Noem me een optimist, maar ik geloof dat het mogelijk is dat
bestaande kerken deze (noodzakelijke) doordenking kunnen faciliteren. Het
vraagt onder andere om leiders die niet meteen van de leg raken als een schaap
uit de kudde aan een dogma knabbelt en om leiders die zich identificeren met
het proces dat zij die links achteraan bij de nooduitgang zitten doormaken.
Het is te simpel om de conclusie te trekken dat zij
die verlaten, God de rug toekeren. Ze hebben vaak geen problemen met God, maar eerder met de beelden van en interpretaties van God die door de tijd zijn ontstaan en een welhaast vaste vorm hebben aangenomen die vervolgens verdedigd dienen te worden.
God laat zich maar moeilijk duiden, behalve natuurlijk voor
hen die vinden dat het zo klaar is als een klontje. Het gesprek over God,
Christus, de Bijbel, ons bestaan, het leven en wat dies meer zij, moet constant
in gang gehouden worden en zuurstof worden ingeblazen. Er mag nooit een laatste
woord over gesproken zijn of worden.



.jpg)


.jpg)


