31 juli 2026

Van Homo Ludens naar Homo Velum

Wat zou Johan Huizinga te zeggen hebben over de transitie van de mens als 𝐻𝑜𝑚𝑜 𝐿𝑢𝑑𝑒𝑛𝑠 naar 𝘏𝘰𝘮𝘰 𝘝𝘦𝘭𝘶𝘮? Zijn stelling dat het spel de noodzakelijke voorwaarde voor cultuur is, wordt danig op de proef gesteld. De tijd zal leren of 𝑆𝑝𝑒𝑙 en 𝑆𝑐ℎ𝑒𝑟𝑚 op gespannen voet met elkaar staan. Wie weet verrijkt het de cultuur juist?

Vooralsnog lijkt de interactie van de mens met de directe wereld om zich heen - me dunkt een voorwaarde om een spel te spelen - plaats te maken voor een meer op het zelf gerichte virtuele bubbel van twee tot tien kubieke meters. In die bubbel wordt slechts dat zelf gevierd, gevoerd en beleden.

Recent gespot in mijn directe omgeving: de Homo Velum.




De primaire qualiteit spel blijft in den regel eigenlijk onomschreven. Tegenover elk der gegeven verklaringen blijft de vraag gelden: goed, maar wat is nu eigenlijk de „aardigheid" van het spel? Waarom kraait de baby van pleizier? Waarom verliest de speler zich in zijn hartstocht, waarom windt de wedstrijd een duizendkoppige menigte op tot razernij? De intensiteit van het spel wordt door geen biologische analyse verklaard. En toch, in die intensiteit, in dat vermogen om dol te maken steekt zijn wezen, zijn hoedanigheid. De Natuur, schijnt het logisch verstand te zeggen, had haar kroost immers al die nuttige functies van ontlading van overtollige energie, ontspanning na inspanning, voorbereiding op de eischen des levens en compensatie voor het onverwerkelijkte ook wel kunnen geven in den vorm van louter mechanische oefeningen en reacties. Maar neen, zij gaf ons het Spel, met zijn spanning, met zijn vreugde, met zijn „grap".

Huizinga, Johan. (1940).  Homo Ludens: Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur (pp 4-5). Haarlem, Tjeenk Willink.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...