28 mei 2024

Omdat geloof alleen wel wat kaal is...

Het is geen uniek gegeven dat gelovigen zich 'snel afwenden' van 'hem die u door de genade van Christus heeft geroepen'.

Geloof alleen ontbreekt het aan spektakel en uiterlijk meetbare criteria. Die zijn nodig om dat 'geloof alleen' te voorzien van een opwindende dynamiek en verschaffen de gelovige de elementen die nodig zijn om zichzelf ervan te overtuigen dat ze wel op de goede weg moeten zijn en voorziet hem/haar van de nodige ammunitie voor hun (nu) missie om anderen te overtuigen dat 'dit Het is.'

Alles wat afwijkt van 'geloof alleen' zal leiden tot verwarring. Verdraaiingen zijn van alle eeuwen en aanleiding tot zelfs het zaaien van dood en verder.
Omdat alles wat uitstijgt boven 'geloof alleen' tot niets anders leidt dan de gelovige voorzien van valse zekerheden en verwachtingen, resulteert het uiteindelijk in depressie, desillusie, het zich afkeren van het oorspronkelijk omarmde 'geloof alleen' en talloze andere mensvernietigende vruchten.

De apostel Paulus ziet deze potentieel desastreuze gevolgen van aangekleed en gepimpt geloof voor de volgelingen van Jezus en gebruikt sterke bewoordingen om de verdraaiers te betitelen: vervloekten.

Dagboek, 28 Mei
Galaten 1:6 vv


19 april 2024

Vasthouden aan onbetwistbaarheid

Eerder deze week genoot ik met een klein gezelschap van biefstukken, bier en Bijbel. Mijn vriend en gastheer viel een aantal tellen stil toen ik suggereerde dat het mogelijk is dat God niet alles weet. Op de stilte volgde een luid "Noooooooo, I can't believe you're even suggesting the thought". Zijn godsbeeld staat zo'n gedachte niet toe; vastgeroest in leerstellingen en retoriek waarop de enigszins doordenkende mens zonder al te veel moeite de nodige gaten in kan schieten.

Lijden? Komt niet van God maar Hij staat het toe om tot een beter product te komen.
Alwetendheid? Iedere beweging, gedachte en beslissing ligt al voor de grondlegging van de wereld vast. Dat zou allemaal in de Bijbel staan en, zo stelde hij, "Ik geloof dat God is wie Hij zegt te zijn".

Op mijn suggestie dat het beeld van God dat we ontlenen aan Zijn zelfopenbaring, altijd een kwestie is van subjectieve interpretatie volgde een "en dat is het probleem omdat er teveel wordt nagedacht en men niet langer eenvoudigweg de Bijbel gelooft."

Misschien denk ik teveel na maar kan ik weinig anders concluderen dat God best wel problematisch is. Om het probleem behapbaar te maken construeert de mens dogma's (leerstelling die door een religie, ideologie, organisatie of persoon als onbetwistbaar wordt beschouwd) die enige houvast en kadering moeten bieden.

Het wordt lastig als de mens zijn beeld van God als onbetwistbaar beschouwt. Krijgt men te maken met drama dan ontstaan er barstjes en scheurtjes in die dogma's en valt vroeger of later de tot dan toe beleefde solide basis weg. Vragen die er eerst niet waren dringen zich naar de voorgrond van het bestaan. Dan wordt of het beeld van God bijgesteld, of men haakt af. Een optie is ook om pijn, vragen en twijfels te negeren en gewoon door te rammen; houd je aan het script!

Zo maak ik, waar ter wereld ik ze ook tegenkom, altijd en overal praatje met Jehova Getuigen. Die houden zich keurig aan het script.

Maandag kwam ik er weer twee tegen. Ik val ze nooit aan maar neem wel de regie in de conversatie. Deze twee waren wel gezellig. Op mijn vraag waar ze denken na hun dood terecht te komen was hun antwoord "op de nieuwe aarde" (er zou ook een select gezelschap van precies 144.000 zielen zijn die de aarde gaan regeren...). Ze vielen een paar tellen stil toen ik vroeg of er op die aarde ook koeien zouden zijn. Daar hadden ze nog nooit over nagedacht en er stond niets over in hun talloze scripten. Samen met mij hoopten ze echter van wel.

Moeilijke gesprekken hoor, met de ander die aan zijn/haar onbetwistbare beeld van God, of wat voor beeld van wat dan ook, blijft hangen.

Dat van mij is tamelijk betwistbaar, wat de aan het onbetwistbare beeld vasthoudende noopt mij (weer) op het juiste pad te krijgen.

Later op de dag was er dus die biefstuk. Genieten en  onvermijdelijk nopen van mijn vriend.

07 april 2024

Vol van het zelf zijn


De meeste mensen zijn wel een beetje vol van zichzelf. Geeft niets. Is ook wel nodig als motivatie tot actie.

Ook lijkt, of schijnt de mens graag een beetje of heel erg anders te willen zijn dan de rest. In gesprekken met de ander kun je die ander zo maar horen zeggen dat hij/zij dingen anders doet dan de rest en daarmee zijn/haar uniek zijn etaleert en uitvent. Dat uniek zijn kan dan gaan over de beste route met de caravan naar een bestemming in Spanje, of over hoe iemand zich niet langer identificeert met de biologisch x-en en y-en; het expressieve individualisme dicteert dat we allemaal een uniek plekje op de totale bandbreedte van het bestaan innemen en altijd onderweg zijn om die plek te vinden en in te nemen. Vaak totdat een ander hetzelfde plekje claimt en ons anderszijn toch weer niet zo anders blijkt te zijn dan we hadden gedacht of gewenst. De tocht vervolgt zich; op weg naar de volgende nuance. De reden dat we ons haar laten knippen, is nooit omdat het haar in de weg gaat zitten en het zicht belemert; we dress to impress.

Terug naar de vol van zichzelf zijnde mens.

Zo raakte ik onlangs in gesprek met een man die zo vol van zichzelf was dat het leek, als je goed keek, alsof hij een halve centimeter boven de aarde zweefde.

Het zat zo. God zou de aarde en de hemel hebben geschapen maar zonder de uitzondelijke begaafdheid en kwaliteiten van mijn nieuwe vriend, zou er daarna niet veel gebeurd zijn. 

Ik vind dat lastige gesprekken. Het is meestal in een richting en dus is er feitelijk geen sprake meer van een gesprek maar van een monoloog. Vragen begonnen in mijn hoofd rond te tollen: hoe moet het straks

verder met de aarde en de bediening waarbij jij bent betrokken als je dood bent? En wat moeten we met de eindeloze stroom aan mensen die door jouw betrokkenheid bij projecten en initiatieven zo beschadigd zijn dat ze hulp nodig hebben om die schade te verwerken en weer een beetje vertrouwen in zichzelf te krijgen?

Toen ik wat later op het "gesprek" reflecteerde, vroeg ik me af of deze man ook momenten kent waarop hij aan zichzelf twijfelt of zich schaamt voor zijn potsierlijke grandeur. Of misschien een moment waarop hij op Psalm 144 stuit en het  relativerende "Een mens is vluchtig als een ademtocht, zijn dagen glijden als een schaduw weg" zijn enorme blinde vlek vult. Het is waarschijnlijker dat hij dat leest als zijnde van toepassing op de rest en zijn eigen plek onaangetast laat.

We komen deze vol van zichzelf zijnde mensen overal tegen. Wereldheersers die letterlijk toegang hebben tot de rode knop die het eind van de wereld in gang zet. Politici die het eigenbelang verheffen boven dat van het volk dat hen koos. Leiders die geloven dat ze wel heel goed moeten zijn, anders zouden ze nooit op de plek van CEO terecht zijn gekomen.

Ik kom die vol van zichzelf zijnde mens echter ook in mezelf tegen. Ik ben potentieel echt niet zoveel anders. En daarin is naar mijn mening de gehele mensheid uniek. Als dat besef echter ontbreekt, ligt de kroning van het zelf tot hoofd van de pikorde binnen ieders bereik.

03 april 2024

De zaak "ER". Wat doet het ertoe?

De zaak "ER".

En toen was het bijna een jaar stil. Niets te melden? Best wel maar ik heb niet het idee dat mijn mijmeringen ertoe doen.

Wat is dan de "er" in "toe"?

Dan hangt af van het onderwerp waar "er" naar verwijst.

Welk onderwerp dan ook, velen willen hun plasjes erop achterlaten, of liever zelfs een grote bruine.

Gisterenavond sprak op een Navigator dispuut in Rotterdam waar ik, onder andere, een pleidooi hield voor een cultuur van constructieve conversatie. Dat vond weerklank maar stuitte ook op vragen."Wat als conversaties vrijwel altijd uitmonden in discussies met hete hoofden die zich lijken te verliezen in polariserende standpunten?"

Goeie vraag en herkenbaar. Als mijn gesprekspartner alle deuren, ramen en kieren rondom zijn/haar mening heeft dichtgesmeerd moet ik me beheersen om niet toe te geven aan de bijna onweerstaanbare drang om die partner een keiharde klap in het gezicht te geven, of een snoeiharde schop in het centrum van zijn/haar achterste met de punt van mijn schoen (uiteraard die met stalen neuzen). Ik houd me in omdat het idee dat er door een dergelijke actie een deur opengaat een illusie is en zelfs een averechts effect heeft.

Zo ken ik een aantal zichzelf tot (gezalfde) leider opgeworpen gelovigen in mijn Evangelicale bubbel, die kritiek en kritische vragen beschouwen als een bevestiging van bovenaf dat ze zich op de enige juiste weg bevinden. Het Boek zegt immers dat wie Christus willen volgen te maken zullen krijgen met tegenstand en vervolging; hoe meer vervolging, hoe rechter het eind.

Mijn advies: Neem de tijd om "Er" te doordenken. Daaruit volgen de juiste vragen. Een juiste vraag zal de ander, die vaak niet meer heeft gedaan dan het plasje van een ander voor waar aannemen om vervolgens zijn/haar eigen plasje ernaast te deponeren, ontmaskeren als iemand met slechts een mening.

Aannames over talloze "erren" verschaffen de mens (schijn)zekerheid en houvast en is het gereedschap om enige zin te zien in een verder onzinnige wereld. Dat geef je niet zomaar op. Niet zelden is een crisis aanleiding om voorzichtig een raampje open te zetten naar een mogelijk alternatief narratief. Dat zijn kwetsbare momenten. Het voelt alsof de grond onder je voeten wegzakt en het is onzeker wat daarvoor in de plaats komt.

Ik ben een begenadigd mens; omgeven door mannen en vrouwen die de kunst van het converseren beheersen (o wacht even, misschien heb ik ze onbewust zelf wel uitgekozen) en met een gretigheid om zichzelf, de ander, God en het geloofsmysterie te begrijpen. Uit zo'n conversatie komen beide partners rijker weg, of ze het "er" wel of niet over eens zijn.

Dus daarom was en is het al bijna een jaar stil.

Ik lees de krant, de weekbladen, kijk regelmatig met ergernis naar actualiteitenprogramma's en, als ik met ertoe kan zetten, "het" nieuws (van de NOS liever niet; daar denken ze blijkbaar dat alle Nederlanders pre-kleuters zijn en hun keuze van onderwerpen op z'n zachts gezegd jammerlijk).

Ik zie veel plasjes maar weinig dat "er" echt toe doet.

16 april 2023

De liefde die sterker is dan de haat

Afgelopen week vroeg iemand mij hoe het zit met de tekst in Romeinen 9 waar staat dat God al voordat Jacob en Esau geboren waren, en dus nog niets goed of kwaads hadden gedaan, het volgende had besloten: "Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat (13)". Een terechte vraag is of dat wel eerlijk is. Geef die jongens toch een kans. 

Dit riekt naar onrecht.

Nee hoor, zegt Paulus, het heeft niets met onrecht te maken maar alles met de vrijheid zoals een pottenbakker die heeft over een homp klei; het staat de bakker vrij om te maken wat hij wil en als het gemaakte hem niet bevalt begint hij gewoon opnieuw. De klei zelf heeft daar niets over te zeggen.

De verhandeling van Paulus neemt een bizarre vorm aan als de lezer het pottenbakkergebeuren op zichzelf toepast; blijkbaar ligt alles vast bij God en of ik nu hoog of laag spring, protest aanteken of niet, het resultaat staat vast: al voor je geboorte ben je of verkozen of afgewezen. Nou, lekkere God zeg!

Dan lees je verder en kun je niet anders dan tot de conclusie komen dat het in Romeinen 9 helemaal niet over de individuele lezer gaat. Dat is even wennen want evangelicalen, evenals vele reformatoren, zijn gedrild om de Bijbel als persoonlijke, aan hen gerichte brief te lezen en te interpreteren. Dan ga je al gauw de mist in met conclusies die op z'n minst angst aanjagen of leiden tot onverschillige berusting. Dat hele gebeuren met God, Jezus, geloof enzo.. 't zit allemaal muurvast want het is al besloten.

Het belang van het grotere verhaal; ik kan het niet genoeg benadrukken maar het lijkt aan dovemansoren besteed. We laten onze kinderen lustig zingen: "zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo ben jij in de hand van de Heer" en "kneed mij, Here God, ook als het soms wel eens pijn doet". De ouders zingen met een gelukzalige glimlach mee; kijk eens hoe mooi mijn koter dit al kan zingen en hij is nog niet een drie jaar. De kindertjes vervolgen hun leven met het idee dat ze niet meer zijn dan een hompje klei in de hand van de Eeuwige die daar mee doet wat Hem goeddunkt. 

Verder lezen dus. In de Romeinenbrief gaat het niet expliciet over mij, of over jou. Impliciet uiteraard wel, want we maken deel uit van een groter verhaal: In Christus verlost God allen: wat mijn volk niet was, zal ik mijn volk noemen; wie mijn geliefde niet was, zal ik mijn geliefde noemen (:25).

Dat was even wennen voor de Joden die dachten door hun aparte status een ecxlusieve plek bij de Eeuwige toegewezen te hebben gekregen.

Het is even wennen om te horen dat het Goede Nieuws inclusief is en niemand uitsluit.

Je plek op het pottenbakkerswiel delen met anderen waarvan je altijd dacht dat ze er niet bij hoorden; vanaf het begin der tijden voorzag God al in ruimte voor allen.

Die klei, gaat niet om mij

maar om jou en mij daarbij

08 maart 2023

Na de beeldenstorm

Hoe verwoord ik de enigszins dwingende uitnodiging, die Jezus als een roepen uit de verte aan zijn eerste leerlingen voorlegt, op zo'n manier dat de moderne mens begrijpt dat het gehoor geven aan dat roepen feitelijk een beslissing is om een reis te ondernemen waarbij het ontdekken van wie Hij is, centraal staat. Als Hij zegt de weg, de waarheid en het leven te zijn, wat betekent dat dan en wat gaat dat mij aan? Het leven dat Hij voorstaat en dat de volger zich gaandeweg eigen maakt, zal telkens weer opnieuw aan de vraag naar betekenis onderworpen moeten worden. 

Vrede met God, zonde, dood, nieuw leven, nieuwe schepping, liefde, geloof, bekering, vertrouwen, nog een keer dood, kapotte dingen, kapotte mensen, genezing, heling, vrede in het hart, overgave, twijfel, ongeloof, genade, een met God, verzoening, verlossing, bevrijding; even een paar woorden en begrippen die we in de Bijbel tegenkomen. Er bestaan mensen die hierover praten alsof het 1) de gewoonste zaak van de wereld is, 2) net doen alsof ze begrijpen waarover ze het hebben en 3) menen God uit hun broekzak tevoorschijn te kunnen toveren. Nou, dat gaat dus niet, hè.

Een aantal jaren geleden heb ik besloten me niet langer een beeld van God te vormen. Dat is verdraaid lastig en vrijwel onmogelijk. Alle beelden die ik door de jaren heen heb gevormd zijn een optelsom van wat ik denk, vind of voel dat God is plus wat ik meen te begrijpen uit de Bijbel, daarbij selectief die passages kiezend die me wel bevallen. Dat levert een aantal fantastische beelden op; een lieve God, een bozige God (met een kort lontje), een afstandelijke God, een nabije God, een belonende God, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar waar kom je uiteindelijk op uit? Laat God zich eigenlijk wel beschrijven of verbeelden? Het verbod op het maken van gesneden beelden helpt (Exodus 20:4-6). Een gesneden beeld is namelijk niets meer dan een subjectieve interpretatie en wordt binnen de kortste keren een idool, een afgod. Voor je het weet vergaap je je aan een karikatuur en volg je een afgod. De beeldenstorm in mijn hoofd had een gunstig effect omdat er uit de gruzelementen de vraag oprees: "wat dan wel? wat nu?"

Zo kwam en kom ik uit bij Jezus, het beeld van de onzichtbare God. God in een mens, vlees en bloed. Nu hebben we het opeens ergens over. Hij spreekt een taal die ik versta en leert mij dat al die eerdergenoemde abstracte woorden en begrippen wel degelijk iets van substantie hebben. Hij weet deze te vertalen naar verhoudingen tussen mensen onderling, tussen de mens en God maar ook de relatie tussen de mens en zijn dingen, zoals zorgen, spullen en de aarde. Wat Hij daarover te zeggen heeft, raakt mij diep. Tot in mijn ziel. Daarom volg ik. Zijn woorden transformeren. Langzaam, maar zeker. Te langzaam naar mijn zin, maar het is even niet anders.

Ik volg Hem. Niet omdat er een hemel in het vooruitzicht wordt gesteld of om weg te blijven van een of andere hel (daar bestaan ook weer talloze fantastische ideeën over, inclusief "artist impressions"), maar om wie Hij is en waar Hij voor staat. Het is zoals een van zijn leerlingen het verwoordde toen een groot aantal leerlingen besloot om de reis met Hem af te breken en Jezus aan het kleine clubje dat overbleef vroeg of ze er ook niet van tussen moesten: "Waar zouden we heengaan? U hebt woorden van (eeuwig) leven."

Daarom ook blijf ik me inzetten om het verhaal van Jezus te vertellen en hen die zich in 2023 zijn leerlingen noemen aan te moedigen en toe te rusten om te blijven volgen. Afhakers zijn er namelijk genoeg. De meeste afhakers die ik ken, haken niet van God af (dat is ook lastig met een God die maar blijft aanhaken) maar van wat het christendom van dat aanhaken heeft gemaakt (lees ook mijn waarschijnlijk nooit te verschijnen "Aanhakers: rechten, plichten en onmogelijke verwachtingen die de weg naar een geloofscrisis en het afhaken van het geloof in God vereenvoudigen"). 

Kortom, hoe dat mysterie zich zo laat verwoorden dat de mens er voldoende van begrijpt om aan te kunnen haken; het blijft een uitdaging. Toch heb ik goede moed want het is diezelfde Bijbel die mij helpt begrijpen dat de mens niet meer kan doen dan getuigen en dat het de taak van de Heilige Geest is om die voorzet in te koppen. Dat ontspant.

26 januari 2023

Wegrotten in de woestijn

Had ik toch de puinhoop aangehaald die twee oude van dagen, hun dagen slijtend met een langzaam dovende hoop op een beloofde zoon (waaruit een groot volk zou voortkomen), over hun leven hadden afgeroepen door een oplossing te fabrieken die ook vandaag op z’n minst enkele wenkbrauwen zou doen fronsen.

Omdat de beloofde zoon uitbleef en het eierdoosje van de vrouw al enige tijd leeg was, mag de man het van zijn vrouw met de huishoudster doen. Die wordt prompt zwanger en daarmee is het probleem van de onvervulde belofte opgelost totdat de bejaarde vrouw dertien jaar later op wonderbaarlijke wijze toch zwanger wordt en negen maanden later, jawel, een zoon baart.

De dynamiek van het verhaal en met name tussen de twee vrouwen verandert hierdoor, escaleert, met als uiteindelijk gevolg dat de betreffende huishoudster en haar zoon met een lunchpakket en een flesje water de woestijn in worden gestuurd. Overlevingskans: nihil. Tenzij..

De belover in het verhaal geraakt door het gestuntel van de bejaarden niet al te zeer van z’n stuk en verbreedt de gedane belofte. Die wordt nu all-inclusive. Ook de andere zoon wordt een groot nageslacht in het vooruitzicht gesteld. Twee zoons, twee volken.

Kwam er na afloop van de dienst iemand naar me toe met de vraag/stelling dat ze niet beter wist dan dat het ene grote volk de Joden waren en dat het andere grote volk de moslims waren. Zelf had ik daar met geen woord over gerept of iets in die zin gesuggereerd, maar ik realiseerde me wel dat deze gedachte representatief is voor wat menig christen geleerd is om te geloven.

Het is een logisch gevolg van het lezen van de Bijbel alsof alle verhalen vorige week zijn gebeurd. De betekenis en interpretatie worden daarbij met het grootste gemak naar de actualiteit van vandaag getrokken. De duizenden jaren die er tussen toen en nu zitten worden slinks weggewuifd of -gemoffeld. Dat scheelt namelijk een hoop geschiedenisboeken lezen. En wie zit daar op te wachten? Bovendien hebben we de experts die met hun kenniskaravanen door Nederland trekken om de gelovigen bij te spijkeren; in twee uur of in vijf avonden helemaal bijgepraat! En dat allemaal objectief en loepzuiver...

Als je onderzoek doet naar het nageslacht van Abraham kom je op het bizarre spektakel, dat we internet noemen, alle mogelijke antwoorden tegen met volgens mij de enige plausibele conclusie dat we het niet echt kunnen weten. Er is sindsdien te veel water naar de zee gestroomd.
De islam is zich pas in de zevende eeuw gaan verspreiden. De vraag of de moslims tot het nageslacht van Ismael behoren, lijkt mij daarmee beantwoord. Bovendien hangt een moslim de islam aan. Dat is een religie en niet een volk.

Frappant is echter dat het verhaal, zoals we dat vinden in Genesis 15 tot 21:21, de lezers en duiders als bijna vanzelf doen verzanden in een discussie over genealogieën, terwijl aan de kern, of de kernen van het verhaal, met de relevante tijdloze theologische en antropologische toepassing wordt voorbijgeschaatst.

Eigen karavaan notities: 

  • God eert zijn belofte en raakt niet van zijn stuk als de mens linksaf gaat waar rechtsaf de bedoeling was.   
  • De mens moet leven met de gevolgen van de keuzes die hij maakt en is er verantwoordelijk voor. 
  • Door gestuntel en misbruik van positie en macht maakt de mens slachtoffers. Die slachtoffers hebben weinig tot geen keuzes of opties en betalen de prijs: een enkeltje woestijn. 
  • In de woestijn is God dichtbij. Hij ziet en Hij hoort. Zelfs als de mens Hem niet ziet of hoort(*).
  • God lost het probleem niet, of slechts deels op.


(*) Hierom is de Bergrede en zijn de zaligsprekingen (Matteüs 5-7) relevant voor vandaag. De zaligsprekingen hebben een sterk eschatologisch karakter dat uitzicht biedt in de vaak inktzwarte werkelijkheid van situaties waarin de mens zich kan bevinden.

Illustratie: Marc Chagall, Hagar in de woestijn


20 januari 2023

Een fantastische beste versie van mezelf?

Onlangs beleefde ik, zij het van een afstandje, de presentatie van een veelbelovende training. In eerste instantie kon ik gemakkelijk meegaan in het verhaal over het belang van goede communicatie en aanhangende, belangrijke thematiek. Het wijd open luisterluikje klapte echter helemaal dicht, zelfs een stukje verder dan dicht, toen de presentator suggereerde dat de training van tien weken "de beste versie van jezelf" in je naar boven zou brengen.

Om een niet zo heel duistere reden kan ik me bijzonder opwinden over dit soort retoriek dat past in de huidige tijdgeest van opgeblazen verwachtingen aangaande het zelf: het ware zelf, het authentieke zelf, alles wat God je bedoelde te zijn, je ding vinden en doen.... Er zit een zekere logica achter die tamelijk resoneert bij iedere min of meer zelfbewuste ontvanger van dit soort boodschappen. De meeste mensen zijn zich ervan bewust dat ze leven vanuit een gevoeld of zichzelf aangepraat tekort op de akkers van het levensterrein.

Ben ik de beste vader, echtgenoot, communicator, burger, spreker, werknemer, opa, buurman, verkeersdeelnemer? Van mij krijg je een volmondig "nee" op alles te horen. Regelmatig fantaseer ik over hoe in mijn verbeelding de beste vader, echtgenoot, communicator en de rest van in het rijtje genoemde rollen en verantwoordelijkheden eruitzien. Fantasie en werkelijkheid staan hierbij mijlenver uit elkaar. Er zijn momenten dat ik mezelf voel wegzinken in sterke gevoelens van neerslachtigheid en melancholie als ik te veel inzoom op de te overbruggen afstand en me realiseer dat het leven te weinig tijd biedt om die brug naar enige tevredenheid te construeren. Ik moet mezelf dan toespreken, herpakken en er gewoon voor de volle 100% voor gaan vanuit de wetenschap dat ik maar één uitgangspunt heb en dat is wat we de werkelijkheid waarin we hier en nu leven noemen. Daar zal ik het mee moeten doen. Een fantasie najagen is onuitsprekelijk vermoeiend en demotiverend. Alle trainingen, cursussen en preken die anders beweren zouden in de ban gedaan moeten worden.

Tien weken?
Als er één les is die communicatie-experts ter harte dienen te nemen, is het om nooit méér te beloven dan kan of zal worden waargemaakt. Iedereen weet inmiddels dat de aangeprezen revolutionaire, superkrachtige, meest innovatieve turbostofzuiger ooit, binnen een dag geleverd, uitgepakt en in werking gesteld, gewoon een stofzuiger is met flubberige plastic buizen en slecht passende accessoires.
Blijkbaar niet iedereen, want men blijft ze kopen.

Is er dan niets om te verbeteren en na te streven? Het zwartste scenario is het besluit dat de wereld om ons heen maar moet accepteren dat ik ben zoals ik ben, zonder ook maar enige ambitie om kleine en grotere stappen te zetten om die (iets) betere vader, echtgenoot en wat dies meer zij, te zijn. Dat zijn nare mensen in de omgang: zwartgallig, gedesillusioneerd, uitgereflecteerd of nooit geleerd om te reflecteren en iets met feedback te doen.

De prettigste mensen in de omgang zijn zij die hun tekort erkennen, er verantwoordelijkheid voor nemen en het de volgende keer beter doen. Dat geloven zij en dat kunnen zij. Dat zijn ook de mensen die niet geloven in de tien weken illusie en dat voldoende kunnen relativeren om die training wellicht toch maar te gaan doen.

Die laatste groep; geef mij er tien van en we komen de rest van de winter wel door.

Foto Pixabay: Peggy und Marco Lachmann-Anke. Bewerking tot cartoon met AI



17 september 2022

Hond staat op uit de dood

Naast me , op stoel 33B, zat een vrouw van middelbare leeftijd. Dat zou de komende negen uur zo blijven. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat ze op haar telefoon naar een bekende Aziatische teledominee luisterde. Dat was meteen een aanleiding voor een zes uur durend gesprek. Ze had haar eigen "bediening" en zoals tegenwoordig te doen gebruikelijk ook al twee boeken geschreven. Alles wat je maar kunt bedenken, had ze God al zien doen. Behalve mensen uit de dood zien opstaan. "Maar wel dieren", voegde ze eraan toe. "Je bent er dus bijna," wilde ik zeggen, maar hield (wijselijk?) m'n cynische mond. Vervolgens kreeg ik in detail te horen hoe ze God aan het werk had gezien bij een bevallende teef die een van de pups schijnbaar dood had afgeleverd. Na handoplegging en een gelovig gebed kwam er leven in het dier.

Zo wisselden we over en weer verhalen uit, maar het gesprek verliep niet vanzelf en stokte regelmatig. De reden daarvoor zoek ik dan maar bij mezelf. Ik vind het lastig om een gesprek te hebben met mensen die overal een antwoord op hebben, God helemaal uit kunnen tekenen en daarbij anderen bewust of onbewust bepalen bij de zonde van hun twijfel en vragen; God en mysterie gaan immers niet samen. Een echt debat voeren waarbij je met elkaar vanuit een zoekende, vragende houding de diepten en de randen van de theologie en de werkelijkheid waarin we leven verkent, is dan onmogelijk.

Wat is er veranderd sinds Prediker deze wijze woorden sprak: Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn (5:1).

God manifesteert zich als mens in Jezus Christus. In Hem krijgt God voor het eerst gestalte en krijgen we Hem te zien. Maar dat wil dan niet zeggen dat we Hem nu wel uit kunnen tekenen. Ook naar Jezus kijkend kunnen we niet anders dan in gesprek gaan en blijven over de betekenis en relevantie van Zijn woorden. Deze proberen samen te vatten in dogma's en belijdenissen helpen ons een stuk op weg, maar als deze vervolgens geen ruimte meer laten voor verdere verkenningen en zoektochten en we ons aan deze dogma's en belijdenissen vast gaan klampen, reduceren we God daarmee tot iets wat Hij niet is: Hij laat zich niet vangen!

Aan de hand van de opgewekte pup had mijn buurvrouw een interessante conclusie over God getrokken: "God houdt net zoveel van dieren als van mensen".

Ik wilde nog zeggen dat Hij in haar praktijk de voorkeur had gegeven aan de pup, maar we waren inmiddels geland in Minneapolis.





02 augustus 2022

De beleving voorbij - Het Zalige zelf (3/3)

Geluk geduidt in de Bijbel

De Bijbel reikt een perspectief op geluk aan dat afwijkt van de definitie van geluk waarmee ik de vorige Blog afsloot en plaatst het in een moreel/ethisch perspectief van waaruit de mens keuzes maakt. Een voorbeeld daarvan treffen we aan in de eerste Psalm.

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, 2 maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.[1]

Dit roept meteen een aantal vragen op die doordenking en articulatie uitnodigen die verder gaat dan vaak oppervlakkig gebezigde 'eenzinners' die voortkomen uit impliciete en subjectieve ingevingen. Wat is kwaad? Wat is de weg van zondaars? Wat is een spotter? Hoe ziet het leven eruit van iemand die vreugde vindt in de wet van de Heer? Deze serie Blogs zou eindeloos zijn als ik daar uitgebreid op in zou gaan. Ik wil me dan ook beperken tot enkele observaties.

In het Oude Testament heeft geluk vooral te maken met het leven hier: een goed huwelijk, een boel kinderen, spullen, dieren en vooral shalom; de optelsom van al het goede. Ook wordt geluk gekoppeld aan wijsheid en kennis, keurig leven en het gerespecteerd worden door anderen. In het Nieuwe Testament komt daar uitdrukkelijker dan in het Oude Testament het uitzicht op de toekomst bij. Verlies, verdriet en dood zijn obstakels in de geluksbeleving maar deze zijn van tijdelijke aard. 

Onze levensloop kan gezien worden als een eindeloos najagen van dat wat we denken dat ons tevreden, voldaan en blij maakt. Dat is wat doorgaans wordt begrepen als we het over geluk hebben. Het probleem is dat we niet altijd helder voor ogen hebben wat ons gelukkig maakt: “Geluk is niet gelegen in het bevredigen van mijn verlangens, tenzij ik leer om dat te verlangen wat het beste voor me is.” Aristoteles en Thomas van Aquinas leerden dat geluk te vinden is in goeddoen. Voor Aristoteles door deugdzaam leven en voor Aquinas een leven van liefde en vriendschap met God. Geluk en goedheid zijn één, leerden zij. Daarom, om gelukkig te zijn moeten we leren om goed te worden.[2]

Geluk in de Bijbel begrijp ik als ‘dat wat we zijn en/of (zullen) ervaren als gevolg van omstandigheden, eigenschappen, keuzes en acties die op Gods ontferming en/of goedkeuring kunnen rekenen’.

Bij elke zaligspreking geeft Jezus aan wie/welke groep gelukkig is en waarom.[3] De tijd ontbreekt om op iedere zaligspreking met de daarbij horende belofte afzonderlijk in te gaan. Daar zitten best wel wat lastige tussen. Mensen die treuren, uitgescholden of vervolgd worden worden nou niet meteen met geluk geassocieerd. Het geluk is echter daarin gelegen dat het treuren, de vervolging, de vernedering voor de mens die zijn vertrouwen op God heeft gesteld nooit het eind van het verhaal is. De bepalende factor van het zelf ligt buiten je en niet in je of in de omstandigheden. Waarom zijn de door Jezus benoemde groepen van mensen gelukkig/zalig? Hij verbindt er een eschatolgische perspectief aan. Als voorbeeld: zalig/gelukkig de treurenden, want ze zullen getroost worden. Die troost ligt in het verschiet; het treuren is niet voor eeuwig. Er komt een moment dat de troost werkelijkheid zal zijn.

De discipelen moeten hier meteen gedacht hebben aan Jesaja 61[4] waaruit een sterke boodschap van hoop klinkt voor een volk dat zo’n beetje alle hoop had opgegeven.

61:1 De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, 2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten, 3 om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid.

Voorzichtige conclusies:

·         Geluk heeft maar zijdelings te maken met materiele voorspoed

·         Geluk staat los van je gelukkig voelen of gelukkige omstandigheden

·         Geluk heeft alles te maken met het goede doen – de keuze om God te gehoorzamen ook al kan dat je in moeilijkheden brengen

·         Geluk verbindt het leven hier met het eeuwige

Geluk als beleving is begrensd door tijd, omstandigheden, gezondheid, welvaart en een boel andere zaken waar we slechts ten dele invloed op uit kunnen oefenen.

Geluk als perspectief dat voorbij de beleving reikt is een levenskunst die ontwikkeld wordt vanuit hoop; een uiterst krachtige levensmotor.

Veel geluk toegewenst!


[1] De eerste Psalm begint met het Hebreeuwse ‘asjré’ (of eh-sher). Het Griekse markarios en Latijnse beatus zijn hiervan de vertaling.

[2] Naar Scot McKnight, Happiness; Given, lost, regained, Books and Culture, 21-11-2008.

[3] Lucas plaatst tegenover de zaligsprekingen de “wee-sprekingen”; als er gelukkigen zijn, moeten er toch ook ongelukkigen zijn? Lukas 6:24 Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. 25 Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. 26 Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.

[4] Jesaja 61: 1-10 loopt vrijwel parallel aan de zaligsprekingen.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...