07 juni 2012

Wederopstanding van de passie?

Door het open raam hoor ik de vogels fluitend de nieuwe dag begroeten. Vanuit het tweepersoonsbed van mijn nieuwe Pakistaanse vrienden, die zelf op een matje in de woonkamer slapen, (*)  kijk ik naar buiten en besluit dat de nieuwe dag begonnen is; het wordt al licht. Mijn horloge vertelt me dat het drie uur in de ochtend is. Ik draai me om maar de slaap wil niet meer komen. In gedachten ga ik nog eens door het raamwerk van de vier studies die ik de komende twee dagen af zal leveren. Het thema "opdat zij één zijn" heb ik onderverdeeld in vier subthema's: 1: Gods oorspronkelijke plan, 2: De boom, 3: De Rechter en 4: De andere boom.

De stilte van het Zweedse platteland biedt een uitstekend decor voor de twee dagen en ik voel me goed. Dat heeft even geduurd. Ik heb het gevoel dat ik een tijdlang op de automaat heb gestaan waardoor ik eigenlijk niets te bieden had. Eerder had ik een retraite in Israël twee dagen voordat ik zou afreizen afgezegd. Ik was leeg, wilde en kon niet doen alsof ik wel wat te melden had.
Maar nu, de passie was terug en het deed me weer wat. Ik kon weer voelen en meevoelen.

Afgelopen maandag zat ik het live TV programma Café Tinto. Ik kon weer met passie mijn verhaal doen. Het deed me weer wat.

Het lijkt er dus op dat ik aan de andere kant van mijn midlife transitie aan het opkrabbelen ben. Sterker, dieper, losser. Met een overvloed aan ontvangen en hopelijk te geven genade.






(*) Discussie heeft geen zin, hoewel ik echt m'n best deed om ze ervan te weerhouden hun slaapkamer op te geven; gastvrijheid tonen is een erekwestie en het bed weigeren zou het echtpaar in een zeer ongemakkelijk positie brengen)

06 juni 2012

Spiritualiteit voor gevorderden

De titel zegt het al. Deze blog is dus niet voor mensen die slechts een algemene interesse in spiritualiteit hebben, noch voor beginners of enigszins ervaren gebruikers.
Nee, deze is voor de die-hards. Voor hen die een niveau hebben bereikt dan hen meent te doen geloven dat ze gevorderden zijn. Wie kwalificeert zich dan? Alleen zij die weten dat ze gevorderden zijn. Ben je nog aan het lezen? Dan weet je dat je erbij hoort. Welkom.
Maar wat is nu precies spiritualiteit?
Een kort bochtje leert dat het te maken heeft met de mate waarin de mens zich verbonden weet met zijn ziel.
En daar gaat het mis. Want wat de ziel is, daar zijn de geleerden het niet over eens en ik zal een poging om de ziel te duiden achterwege laten om de toch al wazige discussie niet nog ondoorzichtiger te maken.

Er is meer. Meer wat? Meer aanbiedingen bij AH? Meer hagelslag? Wanneer mensen zeggen dat er meer is, koppelen we dat, waar het de fysieke wereld betreft, meestal wel aan het transcendente, het onzichtbare, het buitenaardse. Vaak gaat dat samen met de erkenning dat de mens meer is dan een optelsom van water, botten, brein en bloed.
Maar wanneer is iemand nu spiritueel? Is dat wanneer iemand er openlijk voor uitkomt dat hij/zij gelooft dat er meer is en tijd doorbrengt in een poging om dat 'meer' te doorgronden? En hoe meer inspanningen worden geleverd, hoe spiritueler iemand is?

Is spiritualiteit het quasi antwoord op de moeite die men heeft om te geloven dat de mens niet meer is dan water en botten. Dat willen de 'water en botten gelovers' de spirituelen doen geloven. Spiritualiteit zou daarmee een ontkenning van het aardse, het tijdelijke, zijn; een simpele uitweg voor hen die weigeren te geloven dat de mens en de wereld niet meer zijn dan wat in de vier dimensies bestaat.

Toen God de mens de adem inblies werd de mens een levende ziel (Genesis), groter dan materie en beelddrager Gods. Het is juist het zielestempel van God dat de mens doet uitstijgen boven botten en water. En de mens, dolende sinds hij moedwillig de verbinding verbrak, zoekt naar herstel; naar de verbinding van hart tot hart, ziel tot ziel. De mens zoekt naar Leven.

Dorst.

Misschien is dat wel de kern van spiritualiteit; het antwoord op de vraag waarom.
Jezus wist dat. Hij kwam om dorst te lessen. Als iemand dorst heeft, dan mag hij komen.".. wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft" (Joh. 4).

Ik heb niets en niemand anders gevonden die deze eeuwige dorst kan lessen dan alleen Jezus.

Als er al sprake kan zijn kan spiritualiteit voor gevorderden dan zou dat hen kwalificeren die ontdekt hebben dat er niets te vinden is in de eigen ziel en dat deze gevuld dient te worden met het Levende water dat Jezus aanbiedt. Dan is een gevorderde iemand die met lege handen en een lege ziel op Jezus afstapt en vraagt om deze te vullen.

05 juni 2012

Passieve kerk

Ik kom steeds meer mensen (ook binnen mijn eigen organisatie) tegen die passief kerken. In plaats van echte interactie met levende mensen te zoeken, neemt men genoegen met blikvoer. De tv wordt kerkvervanger. Beter dan niets zou je zeggen.
Maar waarom verandert de eerst actieve participant in een passieve consument?
Antwoorden die ik hoor: "ik ervaar geen gemeenschap," "ik word niet gevoed," "er is niemand echt in me geïnteresseerd," "het is een roddelclub," en "het is een 'ding' geworden."
Is de kerk dan echt zo verkeerd bezig? Volgens mij kun en mag je niet alleen naar de kerk wijzen. Persoonlijke teleurstelling, veranderende inzichten die geen weerklank vinden, vastlopen op het routinematige; het is zo gemakkelijk om dat allemaal op kerk af te wentelen. Maar is dat terecht? Het is in ieder geval niet eerlijk. Op het moment dat iemand zichzelf betrapt op het "wij" en "zij" denken, is dat het moment om te erkennen dat men ietwat boven het 'gepeupel' is gaan zweven en neigt men ernaar te vergeten dat de kerk nog steeds een "wij" is.

Natuurlijk zijn er wezenlijke zaken die aangekaart moeten worden en het is heel zuur als kerkleiding "niet thuis" geeft. Het onvermogen van kerkleiders om discussies over groei en verandering te faciliteren is bijna epidemisch te noemen. De leider dient immers te leiden en teveel naar kerkleden luisteren is een zwaktebod in onze cultuur. Kunnen we het ze kwalijk nemen? Een oudste wordt benoemd en vindt zichzelf van de ene op de andere dag op een plek waar hij plots verantwoordelijk wordt gehouden voor de complete geschiedenis van de kerk (met name de zaken die 'toen' mis zijn gegaan). Bovendien wordt hij nu geacht wijs en verstandig te zijn. Er is bijna niemand die zo'n oudste voorbereid op en coached in zijn nieuwe taak. Daar bovenop wordt hij nu ingepraat op alle lopende zaken waarvan de rest van de gemeente geen weet heeft (en hij gisteren ook nog niet). Het zweet breekt hem uit maar hij wil in het gestelde vertrouwen nu waarmaken en dus "God zegenen de greep."
Een beetje meer ruimte en bewogenheid voor de kerkleiders zou passend zijn.

Even terug naar de nieuwe generatie gelovigen die zich onttrekt van de gemeenschap en kiest voor bliokvoer op maat.
Als een gelovige op het laatste moment een samenkomst binnenvalt en als eerste de deur weer uit is, dan is dat niet veel anders dan thuis de tv aanzetten en onder het genot van een bak koffie te "Joycemeijeren" of te Davidmaasbachen." Wel zo aangenaam, dunkt me. En ook milieu vriendelijker.

In een samenleving waarin het 'uitdrukken van de individualiteit' tot waarde is verheven vraagt de keuze om actief in een gemeenschap te participeren steeds meer moed. Het is een beetje afzien en eigenlijk onaards. Het is een keuze. Die keuze impliceert de erkenning dat we het nooit helemaal goed voor elkaar kunnen en zullen krijgen; het is en blijft een werk in uitvoering. Het antwoord is niet om uiteindelijk zelf iets in elkaar te fabrieken maar om, zolang het kruis van Golgotha centraal blijft staan, telkens weer die keuze te maken.
De banden met de gemeenschap doorsnijden en kiezen voor isolement is de slechtste optie en ook nog eens on-Bijbels.
Overigens is de tv een geweldige zegen en uitkomst voor hen die om wat voor reden de deur niet (meer) uit kunnen!

Vraag rest: hoe krijg ik mijn collega's de kerk weer in?

03 juni 2012

Vrijheid en moeten (II)

In de tuin kocht de mens zijn vrijheid. Althans, dat dacht hij. Vrijheid van God. Wat een heerlijkheid. Toch?Geen verplichtingen, geen grenzen. De vruchten van die laatste boom. Ik wil heb.Ik moet heb.
Die boom van de kennis van goed en kwaad. Heerlijke kennis. Lekker rechter spelen. Moeten spelen. Geen keus meer. Ik schaam me opeens. Waarom ben ik bang? Ik verstop me, voel me schuldig. Waar komt die pijn opeens vandaan?
Bonnhoeffer interpreteert de kennis van goed (Tob) en kwaad (Ra) als een werkelijkheid waarbij de mens tegelijk vol van genot en van van pijn is: deze gaan altijd samen.
Het genot en de vreugde van nieuw leven (bij de geboorte) leidt onherroepelijk tot de immense pijn van het sterven.
De vrijheid van  God stelt de mens inderdaad in staat om vrijwel alle grenzen te verkennen en te overschrijden. Maar tegen welke prijs? Ontwrichte relaties zijn het eerste zichtbare en tastbare gevolg. Wegkruipen voor God en de Zwarte Piet doorgeven. "Klopt inderdaad. Ik luister niet helemaal zo goed maar dat kwam vooral omdat die ander nog minder goed luisterde." "Ja, ik ben heus wel slecht maar nooit slechter dan de ander, kom nou."

Jezus: "Als u mijn woorden vasthoudt, bent u werkelijk volgelingen van mij; u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken"(Joh. 8:31-32). De vrijmaking die Jezus aanbiedt is de vrijheid tot God en tot elkaar. Dat is de vrijheid die de mens past als een handschoen; die past volmaakt bij hem. Waar de vrijheid van God de mens veranderd in onverzadigbare zwarte gaten brengt de vrijheid tot  God hem op die plek waar hij kan doen waartoe hij is geschapen: geven en dienen.

De wereld ontdekt het als techniek. "Dienend leiderschap" is een kreet die niet alleen binnen christelijke kringen wordt gebezigd. Ook de  zakenwereld heeft ontdekt dat het als kunstje werkt. Als ik net doe alsof ik jou dien is de kans groter dat jij doet wat ik van jou wil. Omdat we leven in een wereld waarin het hemelse zich openbaart in en door gebroken mensen kan het zomaar zijn dat dienend leiderschap niet voortkomt uit een gevend hart maar uit een onverzadigbare hang naar mee vrijheid van God en van elkaar. Diep van binnen koestert de mens het vrij van God zijn. Pas als die mens ontdekt dat vrij van God onmogelijk zonder immense pijn zal zijn, is er een kans dat die mens via de weg van Golgotha de vrijheid  tot  God ontdekt. Die weg is een persoon: Jezus Christus.

02 juni 2012

Over vrijheid en moeten

Ik had er (er = bloggen) even helemaal geen zin in en ook de rust niet voor. Spanje, Amerika en nu net terug uit Zweden; een maand lang had de agenda meer te zeggen over mij dan ik zelf. Niet dat dat bij tijd en wijle zo erg is. Het is een illusie om te geloven dat we altijd maar ons eigen leven en ritme kunnen bepalen. Sommige dingen moeten gewoon!
Wat? Hoor ik iemand zuchten? Sinds wanneer moeten wij dingen? Niets moet!
De vrije Hollander zou iets moeten? We hebben onze vrijheid niet voor niets bevochten. Eenmaal in 't-handje laten we deze nooit meer gaan.
We geloven graag dat we de dingen die we doen uit vrije wil doen; omdat we het willen. Op het moment echter dat ik met mijn vermeende vrije wel ergens voor kies; treedt het moeten in werking. Nu zullen we niet zo snel het woordje moeten in deze context gebruiken. Liever gebruiken we "verantwoordelijkheid." Dat klinkt vriendelijker maar verwijst nog steeds naar een (morele)  verplichting.

Iemand die "ja" zegt tegen een baan, gaat daarmee een verplichting aan met zijn of haar werkgever. De verplichting om op een bepaalde tijd ergens te verschijnen en een product te leveren. De monetaire beloning aan het eind van de maand verzacht het moeten, maar dat moeten is er wel degelijk. Geld motiveert enorm. Misschien is het wel zo dat hoe hoger de beloning, hoe minder het moeten als moeten wordt ervaren. Je kunt dan namelijk meer dingen kopen die je wilt. Dat zijn dan meestal dingen die de schijn in stand houden dat we vrij zijn om te doen wat we willen.

  • Je dochter weggeven aan een Spanjaard? Hij had keurig om haar hand gevraagd en op het moment dat ik toestemde, zegde ik impliciet ook ja tegen de gevolgen daarvan. Dat moet gewoon.
  • Toen ik "ja" tegen het faciliteren van een mentoring clinic in Denver moest ik daar wel heen.
  • Toen ik "ja" zei tegen het leiden van een retraite in Zweden, nam ik de verantwoordelijkheid op me om deze voor te bereiden en het gevraagde product te leveren.

Jezus had daar ook wat over te zeggen: "laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze" (Mat. 5:37).
Een belofte schept verplichtingen. Geen belofte, geen verplichtingen.
Echter, tegen beter weten ik betrap ik mezelf regelmatig op het doen van beloften die ik niet waarmaak. Soms is het een belofte om mezelf en anderen niet in verlegenheid te brengen.

  • "We moeten snel eens afspreken. Ja, dat moeten we zeker doen."  Deze is onschuldig, beide partijen weten dat het waarschijnlijk nooit gaat gebeuren maar dat is okay. Niemand heeft zich vastgelegd of iets beloofd.
  • "Ik ga je snel bellen om een afspraak te maken."  Deze is al een stuk gevaarlijker. Misschien hoop je dat de ander nooit belt of denkt alvast na over wat je zult zeggen om ervoor te zorgen dat de afspraak nooit plaatsvindt.
  • "Ja, ik kom zeker van de week langs om het in orde te maken." Dit zijn de ergste. Hoe stelliger de belofte hoe onwaarschijnlijker de kans dat het gaat gebeuren. De "belover" verliest het toch al minimale krediet dat hij/zij had (heeft al de reputatie van woordbreker). Hier treedt het "boze mechanisme" in werking. De belover weet dat hij/zij geen woord zal houden. Voelt zich waarschijnlijk teleurgesteld in zichzelf (of heeft er gewoon helemaal lak aan, dat kom ook wel voor) en heeft al zoveel woorbreekvoorvalletjes op zijn/haar lijstje staan dat reparatie onmogelijk lijkt.

Beter is om "nee" te leren zeggen als je bij voorbaat al weet dat je de belofte niet waar kunt maken. Eenmaal "ja" gezegd neem je de verplichting tot uitvoering van de belofte op je. En dat is een serieuze zaak.

13 mei 2012

Metaalmoeheid

Hadden de Filippenzen last van metaalmoeheid toen Paulus hen aanmoedigde om alles zonder morren en bedenkingen te doen? Waren ze het zat om de gekste taken voor hun veelal Romeinse bazen uit te voeren? Konden ze temidden van de waarheid claimende partijen het niet langer opbrengen om hun werk met plezier te doen?
Wat Paulus hen opdroeg gaat wel erg ver; alles zonder morren of bedenkingen doen. Trouwens, het is een wat vreemde instructie als Paulus het over "alles" heeft. Hoeveel is alles? Alles kan natuurlijk nooit "alles" zijn. "Alles" staat altijd in een context. Soms is alles daadwerkelijk alles maar meestal niet.
Stel je voor dat mijn Romeinse baas mij opdraagt om de buurman in vier stukken te zagen. Als Paulus' instructie universeel is bedoeld, haal ik vervolgens fluitend mijn decoupeerzaag tevoorschijn, verdoof mijn nietsvermoedende buurman en zaag hem vervolgens in vier gelijke parten.
Wat doe ik als mij een taak wordt opgedragen die moreel verwerpelijk is? In zo'n geval is er een hogere wet van toepassing die Paulus' instructie overstijgt. Mijn gehoorzaamheid aan God overstijgt de christelijke regel om alles zonder morren of bedenkingen te doen. Alles is dus zelden alles. Waar het Paulus om te doen is, is dat er temidden van de vervolging en de druk waaraan de gelovigen te Filippi blootstonden, een houding mogelijk is die de waarheid recht doet. Wie er gelijk heeft of het debat zou kunnen winnen is van minder groot belang dan de houding waarmee men dat debat voert.
Christenen zijn redelijk goed in het claimen van de waarheid. Als men een waarheidje heeft gevonden wordt deze gepromoot en verdedigd alsof het om lijfsbehoud zou gaan. Het fanatisme waarmee het waarheidje wordt gepromoot en verdedigd verhoudt zich omgekeerd evenredig aan de houding; de liefde spoelt zomaar het riool in.
Paulus pleit ervoor dat de manifestatie van de liefde van Christus in elke situatie het enige antwoord is in welke mogelijke strijd dan ook. Het licht van een schitterende ster laat zich maar moeilijk ontkennen. Daarin is de toets van ware naastenliefde te vinden. Het is een heerlijke ervaring als je mensen ontmoet die weinig anders kunnen dan liefhebben. Daar kun je het niet van winnen.

Naar Filippenzen 2.


16 april 2012

Bestaat een zuiver motief?

Gisteren kwam er na de dienst een jongedame naar me toe die het niet eens was met iets wat ik had gezegd. Eerlijk gezegd wind ik het wel prettig als mensen dat doen en het verbaasde me dat er niet meer naar me toe waren gekomen. Dit zei ik ongeveer:

"Als ik in een achterstandswijk in Afrika, Azië of Latijns Amerika een oproep doe om "de zending" in te gaan, is de reactie niet zelden overweldigend. "Varen met OM" spreekt velen tot de verbeelding en betekent dat de leef en woonomstandigheden van de potentieel geroepen tot wel de tiende macht toenemen.
Eenzelfde oproep in een van de landen waar we het redelijk voor elkaar lijken te hebben levert komische taferelen op. Potentieel geroepen zien opeens dat hun veters los zitten, verschuilen zich achter zopas uitgedeelde communicatieorganen, voelen plotseling de behoefte om met gesloten ogen zelf reflecterende oefeningen te doen, of kijken de boodschapper fier aan omdat ze een heldere filosofie hebben ontworpen die hen volkomen vrijpleit om niet te hoeven terugvallen in woon- en leefomstandigheden die krap boven de armoedegrens uitkomen."

De jongedame meende te begrijpen dat ik bedoelde te zeggen dat alle zendelingen uit arme(re) landen "de zending ingaan" (wat een verschrikkelijk begrip is dat toch) omdat dit een opwaardering van hun levensstandaard zou inhouden.
Dat was geenszins wat ik bedoelde te zeggen. Ze was het inleidende zinnetje tot de bewuste paragraaf vergeten. Dat kan ik me wel voorstellen omdat iedereen normaliter de neiging heeft om de knop om te zetten wanneer iemand iets zegt dat een stekelig gevoel in je nek oproept. Het is niet ongewoon dat mensen op zo'n moment besluiten om met terugwerkende kracht niet meer te luisteren.
Ik leidde de gewraakte paragraaf in met "Ik geloof dat het antwoord van de mens op de vraag van God altijd een"blend" is van motieven." De volgende paragraaf was ter illustratie bedoeld en niet als universeel principe.

Een motief: dat wat mij motiveert, is altijd een optelsom van componenten. Het is een soort van bouwwerk dat de mens construeert en dus ook kan deconstrueren. Een enkelvoudig motief is als een standbal. Als die lekgeprikt wordt, is er niets meer over dan alleen het omhulsel. Wanneer een component in een constructie erodeert, hoeft dat niet meteen einde verhaal te zijn. De andere componenten kunnen het ontstane gat vullen of er komt iets anders voor in de plaats.

Wat van belang is dat ik mijn motief onderzoek en analyseer; eerlijk kijk naar de verschillende componenten, deze erken en benoem. Ik word namelijk maar moeilijk gelooft als ik beweer dat slechts "de liefde van Christus mij dringt." De apostel Paulus (ja, hij zei het echt) verhaalt in andere brieven over andere componenten die deel uitmaken van zijn motiefconstructie. Hij noemt ook als motief dat hij een "schuldenaar" is en dat het een "verplichting" is.
Eenduidigheid betekent niet dat een motief zuiver is. Het eerlijk onderkennen, erkennen en benoemen van dat wat mij motiveert komt een beetje in de buurt van zuiver.
Dacht ik.

10 april 2012

Ontbijtje met Jezus

De Franse schilder Tissot heeft er iets heel gewoons van gemaakt. Eigenlijk is het een beetje een saai plaatje. Jezus aan het ontbijt met zijn discipelen. Een gewoon tafereel tegen een ongewone achtergrond omdat het na Zijn dood en begrafenis plaatsvond. De jongens waren gaan vissen, werkten de hele nacht, vingen niets en op aanwijzing van de vreemdeling, die van de kant roept dat ze het eens aan de andere kant van de boot moeten proberen, halen ze uiteindelijk hun ontbijt, en meer, binnen.
Aan de kant aangekomen heeft de vreemdeling een vuurtje klaar en de jongens zijn al snel hun magen aan het vullen. Ze hebben al een soort van door dat het Jezus was, maar niemand durft er over te beginnen.
Het ongewone temidden van het gewone. De opstanding verandert alles. Niets is meer gewoon. Opeens is er niet langer een doorkijkje naar de eeuwigheid, maar een helder zicht en een wijd open deur.
Naast alle geestelijk waarheden die we in hoge en verheven taal breed uitmeten, laat dit tafereel ons zien dat het  leven doorgaat. er moet gewerkt en gegeten worden. Daar is niets hoogs of verhevens aan. Het grote verschil is dat Jezus aanschuift. Het gewone ontbijt wordt een ontbijt met uitzicht.
Het maken van de vertaalslag van het hemelse naar het aardse is niet altijd gemakkelijk maar wel cruciaal. Een hemelse waarheid die zich niet manifesteert in het aardse, ontbreekt zeggingskracht.

Eugene Perterson schrijft dat "De vorming van ons geestelijk leven gaat helemaal mis als we dit los van het alledaagse gestalte proberen te geven.”( Eugene Peterson, Living the resurrection, 71).
De wereld is op zoek naar antwoorden. Christenen claimen die antwoorden te hebben maar weten deze vaak abstracte waarheden maar moeilijk vorm te geven rond de ontbijttafel. De uitdaging is om taal en vorm te vinden die iedereen aan die ontbijttafel begrijpt. Misschien dat het zou helpen om de eerstvolgende keer een prediker die blijft haken in hemelse taal, te onderbreken en te vragen of hij het in ontbijttaal wil vertalen. Dat kan best, het kost alleen wat meer inspanning.

01 april 2012

Strategie is toch gewoon onzin

"Laat mij maar gewoon wat doen," is iets wat pragmatisch en praktische ingestelde mensen zeggen bij het uitzicht op een mogelijke "vergadering" waarbij mensen om een tafel, in rijtjes, in cirkels of in kleine groepen over dingen gaan praten. Probeer je in te beelden dat je een groep van vijftig leiders die op het puntje van hun stoel zitten om zo snel mogelijk iets te gaan doen, uit moet nodigen om een week lang op strategisch niveau te gaan praten en de vraag "waar willen we dat Human Resource in OM over drie jaar is" te beantwoorden.
Ik had de juiste groep mensen bij elkaar om hier over na te denken. Als je hen afzonderlijk zou vragen of ze op strategische niveau functioneren en denken zouden de meesten ontkennend hebben geantwoord. Dat heeft alles te maken met beeldvorming. Ze denken dat ze het niet kunnen maar zien niet dat ze het elke dag doen.
Ik zal aantonen dat zelfs de meest operationeel functionerende mens zich ook bezig houdt met strategie.
Feit: Alle vijftig deelnemers waren op tijd in Duitsland aangekomen en zaten keurig netjes op dinsdagmorgen om 08.30 te wachten op wat komen ging. Dit impliceert dat er strategische is nagedacht, gepland en gehandeld.
Om daar op dinsdagmorgen 08.30 in de zaal te zitten was het resultaat van een goed strategisch plan waarbij onder andere de volgende vragen zijn beantwoord:
1. Waarom ga ik naar Duitsland?
2. Wanneer moet ik daar zijn?
3. Hoe kom ik daar?
4. Welke stappen moet ik zetten om daar dinsdagmorgen om 08.30 te zijn?
5. Wat is de eerste stap die nodig is om dit proces uit te voeren?

Met andere woorden; iedereen is elke dag met dit soort strategische vragen bezig. Dat het antwoord zich vertaalt in operationele stappen die concreet, tastbaar en meetbaar zijn, moge helder zijn.

Je kunt op verschillende manieren tot een strategisch plan komen.
1. De leider ontwikkelt zo'n plan en verkoopt het aan zijn team. Dit is de zwakste optie omdat het het plan is van de leider. Net zoiets als een dichtgetimmerde drie punten preek; je kunt alleen maar amen zeggen of het verwerpen (je mompelt "amen" omdat iedereen het doet maar je weet nu al dat je er niets mee gaat doen, of het uiterste minimum om je "baas" te plezieren).
2. Je neemt je team mee op een reis en ontwikkelt het samen zodat ze mede eigenaar worden van het eindproduct. Dat is verreweg de betere optie omdat het hun ook hun plan is.

Strategie is zo slecht nog niet. Ik moet denken aan de strategie van de hemel. Vader, Zoon en Geest hadden  overeenstemming over het doel (het verlorene zoeken en behouden) en de route er naar toe (Golgotha). Ook over de waarom vraag bestond en bestaat overeenstemming (liefde).
Alle stappen die nodig zijn om dat plan uit te voeren zijn even belangrijk in het geheel. Sommige stappen spreken meer tot de verbeelding en grijpen dieper in. Neem bijvoorbeeld de "Paasstap" in Gods plan. Het lijden en de dood van Christus raakt de mens waarschijnlijk het diepst en is op het wereldtoneel het helderst zichtbaar. We zijn er echter nog niet. Gods plan is pas kompleet met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Een strategie is niet alleen bepalend voor wat er moet gebeuren maar ook voor helderheid over wat er niet moet gebeuren.
Als ik morgen om 9 uur in Duitsland moet zijn heeft bepaalt dat gegeven hoe mijn dag er vandaag uitziet en vooral wat ik niet kan of moet doen.
Ik ga over een uur richting Bleiswijk om daar te spreken. Wat ik vooral niet moet doen is doorgaan met deze blog, hoe graag ik dat misschien ook zou willen. Die beperking is echter niet negatief (ik word gehinderd in mijn bewegingsvrijheid) maar helpt me juist om mijn acties te plannen en uit te voeren. Mijn dag krijgt inhoud en betekenis. Dat voelt eigenlijk wel goed.
Strategische plannen? Als je er wat langer over nadenkt klinkt het helemaal zo gek nog niet.

O, voor het geval je het wilt weten. We hebben een strategische plan voor onze Internationale Human Resource Services voor de komende drie jaar. Het was keihard werken maar hun hebben we iets dat ons 'doen' van morgen betekenis en richting geeft. We gaan ergens naar toe.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...