26 februari 2013

Selectief tegelen

Ik las zojuist wat afrondende instructies aan het eind van een brief die een inmiddels overleden gelovige schreef aan een groepje volgelingen van Jezus die wel wat aanmoediging kon gebruiken. Van de veertien instructies hebben enkele het delftsblauwe tegeltje gehaald (zie bovenste plaatje). Een aantal zal het delftsblauwe tegeltje echter nooit halen. Dus heb ik ze zelf maar gemaakt. Je kunt ze uitprinten en over een bestaande spreuk heenplakken. En waarom ook niet? Waarom de ene instructie wel en de ander niet? Bovendien, door selectief te werk te gaan ontstaat een uit balans geraakt totaalpakket; ervan uit gaande dat alle instructies door de dode schrijver als gelijkwaardig zijn neergezet en bedoeld.
Die selectie heeft denk ik te maken met in welke mate het wat raakt in het leven van de selecteur. Zo zal het bovenste tegeltje het hart raken en verwarmen terwijl de andere tegeltjes of de portemonnee raken (er een gaatje in branden), een beroep doen op het moreel besef van de lezer of op de verantwoordelijkheid die we naar en voor elkaar hebben. Oftewel, de een doet pijn terwijl de ander kietelt en een zacht gekietel is meestal prettiger dan pijn lijden. Ik sta een gelijkwaardige behandeling van alle instructies voor. Hieronder de vier tegeltjes die ik heb gefabriekt. De vijfde is leeg. Die kun je knippen, plakken en vullen met tekst  De overige tien instructies zijn te vinden in 1 Thes. 5.


18 februari 2013

Beklommen kunst

Er lag een briefje op de gootsteen. Of ik de kleren en de schoenen, die in de wasmachine zaten, in de droger wilde doen. De kleren en de schoenen bleken van twee vrienden van Martijn. De drie bivakkeerden bij ons.
De twee vrienden hadden een nat pak gehaald.
Hoe? Waar? Wanneer? Waarom?
Het antwoord bleek vanzelfsprekender dan in eerste instantie gedacht.
Onlangs heeft het een aantal gemeentegeesten goed gedacht om onder het Kleinpolderplein een "overstort" te bouwen die in tijden van hevige regenval als een bufferopvang kan dienen om het te vele water tijdelijk op te vangen. Regen stopt en het water uit de overstort loopt vervolgens gemoedelijk op eigen tempo naar de daarvoor bestemde sloten, kanalen en andere watertjes.
Om het een en ander wat op te leuken bedachten dezelfde geesten dat een saaie stortbak best wel een kunstwerkje kan gebruiken.
Kunst, en daar zit meteen de vanzelfsprekendheid van het natte pak in, moet betast, beroken, beleeft en, waar mogelijk, beklommen worden.
Dat de betreffende kunst in de stortbak is geplaatst is derhalve niet verwonderlijk en naar mijn bescheiden mening behoort kunst ook niet te gemakkelijk toegankelijk zijn; er moet wel iets overbrugd worden. Het bevordert de beleving.

Van nature ben ik niet zo super reflecterend. Ik leer bij voorkeur door dingen te doen en laat de reflectie graag aan anderen over. Die reflectie kan ik dan vervolgens lezen en daar wellicht iets van leren.
Omdat de schoenen het beste gedroogd kunnen worden middels een oude en beproefde manier (volstoppen met gelezen stukken Volkskrant) ontkwam ik niet aan het doen van enige reflecterende oefeningen waarbij twee vragen centraal stonden: 1) wat is gebeurd? en 2) zijn er parallelle belevingen en toepassingen te bedenken.

De epifanie was de gedachte dat als ik zondags in een kerk spreek, de sprong die het publiek dient te maken om mijn niet zo kunstig gevonden verdichtselen te benaderen, bijzonder klein is. Wat is dat anders als de te maken sprong zo groot is dat het (kunst)werk niet bereikt wordt maar dat de elementen (water en lucht in dit voorbeeld) de strijd om winst met overtuiging beslechten?
Dan heb je een probleem en zou een vorm van "tussenkunst" handig zijn.

Wat is nu de link tussen deze blog en God?
Een van Martijns vrienden, zo bleek een paar uur eerder, had nog nooit een Bijbel gelezen maar wel 736 vragen over God. Hoe zit het precies met die Bijbel? Is dit (de Bijbel die ik haar gaf (een mooie rode echt leergebonden NIV)) de samenvatting van die 66 boeken of is het een van die 66 boeken? Is het  chronologische van opbouw? Wie heeft besloten dat deze 66 boeken 'het' zijn? En zo voorts.

Kan iemand "neutraal" tegenover God, de Bijbel en/of Jezus staan? Het lijkt me moeilijk. Anderen hebben invloed op de samenstelling van de elementen die zich tussen mij en het kunstwerk bevinden (het water is koud en de lucht rondom ons Kleinpolderplein stinkt). De bottomline is dat als ik het kunstwerk wil, ik uiteindelijk de sprong waag. Pas dan wordt de ervaring echt en authentiek.

Bedankt Thomas en Emily Jane voor deze geweldige les! En bedankt Martijn en Ruben. Jullie vrienden zijn nooit saai!

De "goot" in het midden is echt wel toegankelijk.
Beetje springen en hop, of op de goot, of in het water.

15 februari 2013

JG's, Laptop uit raam

Hier is de link naar onze nieuwsbrief.

Help, ik zie vlekken

Stel je voor dat iemand zijn of haar blinde vlekken of vlekjes niet ziet. Dat zou niet zo heel vreemd zijn want daarom heten ze ook zo. Iedereen heeft van deze vlekken: gedrag dat anderen irriteert; patronen die  het gevolg kunnen zijn van trauma's, of gewoon zaken die je tot een minder pruimbaar mens maken dan je zou kunnen zijn. De meest effectieve manier om erachter te komen welke blinde vlekken er in je leven zijn is anderen er naar vragen.
Het "ik sta open voor opbouwende kritiek" mondt maar al te vaak uit in het optrekken van een ondoordringbare verdedigingsmuur door de ontvanger van de kritiek. Over het algemeen staan we er minder voor open dan we denken.
Onlangs heb ik een 360 graden evaluatie ondergaan. Vrijwillig en op eigen verzoek. Ik weet dat ik die blinde vlekken heb, wil ze ontdekken en, waar mogelijk, aanpakken.
Het eerst waar je naar kijkt, als je de analyse van de data afkomstig van 12 naaste medewerkers en goede vrienden in je mailbox aantreft, is de top tien en het tweede waar je naar kijkt zijn de onderste tien scores. Je probeert objectief te blijven maar ongewild voel je meteen de behoefte om jezelf te verdedigen: "ik kan het uitleggen." Het devies is: niet doen! Je hebt erom gevraagd en nu moet je er ook iets mee doen.
Sommige zaken vind ik echter prima en wil ze eigenlijk wel houden zoals ze zijn. Een van mijn lage scores is dat ik weinig ambitieus ben. Dat klopt helemaal en vind dat ook niet zo erg.
Een andere lage score is dat ik geneigd ben om zaken af te raffelen. De grote lijn staat op papier en nu verwacht ik dat de wereld het wel begrijpt en dat de inkleuring en afwerking wel zo'n beetje vanzelf gebeurd.
Waar anderen het heerlijk vinden om zaken uit te rollen en systemen en structuren te implementeren, kost dat mij bijzonder veel moeite. Gelukkig ben ik gezegend met een bijzonder team waarin collega's zitten die dat heel goed kunnen en hoef ik me er niet al te druk om te maken. Ik delegeer het met veel genoegen. Echt een blinde vlek kun je het niet noemen omdat ik het al heel lang van mezelf weet.

Kwalijker is het wanneer mensen hun blinde vlekken niet willen zien. Men vraagt om feedback maar wanneer die feedback geleverd wordt breekt de pleuris uit en is de feedback-gever de gebeten hond! Met alle gevolgen voor de werk- en vriendschapsrelatie tot gevolg. Dus houden we onze mond. Omwille van het instant houden van de pais en vree.
Uiteindelijk zijn we beter af wanneer we ons hart openen voor feedback. Dat vraagt echter om een keuze vooraf: ben ik bereid om mijn verdedigingsmuur te laten zakken? Want alleen met een geslechte muur ben ik benaderbaar en bereikbaar. Dan kan verandering plaatsvinden en kan de pais en vree op een diepere, intensere manier worden beleefd. Met de ander en het zelf. Een stukje dichter naar hoe God het oorspronkelijk voor ons heeft bedoeld.

Hier een link naar het zogenaamde "Johari Raam" zoals we dit in de mentoring clinic gebruiken.

05 februari 2013

In Ierland

Nou, daar zijn we dan. In Ierland en dag 2 van de mentoringclinic. Een gretige groep die veel heeft bij te dragen. Zojuist mentoring gelinkt aan Prediker en met name aan de arme boer die zich afvraagt waar hij zich z'n hele leven zo voor inspant. Bij gebrek aan familie realiseert hij zich dat er niemand is die baat heeft bij de vrucht van zijn arbeid.
Waar doe ik het voor? Voor wie doe ik wat ik doen?
Als het alleen voor het zelf is, is de kans groot dat de uitkomst is dat deze persoon niet zo heel erg happy is met zichzelf of het leven in het algemeen.
Als het is met de bedoeling om te delen met anderen is de kans groot dat deze persoon een redelijk niveau van happiness in zijn of haar leven kent.
Het gaat niet expliciet om het delen van geld en goederen. Het gaat om het delen van de door God gegeven gaven en talenten. En als je er vanuit dit perspectief naar kijkt heeft iedereen altijd wat te geven!

Overigens is het hier koud, nat, winderig en is het ook nog eens gaan sneeuwen. Alle stereotiepen betreffende Ierland worden bevestigd. Behalve de zon. Die schijnt zichtbaar vandaag; af en toe tussen wat wolken door.




30 januari 2013

Een vader slaat zijn kind tot moes


Een vader slaat zijn kind tot moes.
Het was ongehoorzaam.
Het kind is bang,
maar luistert wel.
Dat wilde Pap.
Het doel heiligt de moes.

Maar Pap wil geen bang kind.
Hij aait haar met de hand die sloeg;
Je hoeft niet bang te zijn.
Als je gewoon luistert ben je fijn.
Nu doet het kind wat Pap wil.
Anders vallen er klappen.


Gisteren kwam Martha thuis en het stoom kwam uit haar oren. Ze had iemand gesproken die, nadat ze die persoon verteld had dat een gemeenschappelijke vriend ernstig ziek was, haar meedeelde dat God geneest, tenzij de lijder niet gelooft. En dat met een stelligheid die iedere poging tot relativering bij voorbaat al in de kiem smoorde.
Stoom kwam nu ook uit mijn oren. Mijn hartslag verdubbelde en een stuwend verlangen om een moord, of iets dat bijna net zo erg is, te plegen nam bezit van me. Niet zo christelijk van me maar mijn verbolgenheid over dit soort oversimplificaties en vreselijke kortzichtigheid is groot.
En daar moet je dan straks mee in de hemel rondhangen?

Natuurlijk geeft God gezondheid.
Totdat je ziek wordt.
Dan wil God je waarschijnlijk een lesje leren.
Anders zou je niet ziek zijn.
Of doodgaan.

Waar komt het idee vandaan dat God bewust pijn brengt in het leven van de mens om hem daarmee klein te krijgen?
Ja, er zijn Bijbelverzen die deze gedachte staven. Ik ken ze.

Om pijn te verklaren, koppelen we deze aan de liefde. Een knap staaltje breiwerk.
Maar anders doet het helemaal zo'n zeer!

Als Christus het ware gezicht van God laat zien, dan moet het beeld wat men over het algemeen van God heeft ernstig worden bijgesteld.
In de evangeliĆ«n komen we God niet tegen die op mysterieuze wijze met kwalen om zich heen slaat.
Daar zien we het lam van God dat onze ziekten op zich nam en gewillig naar het kruis ging.
Hij liet zich vernederen, bespuwen en slaan.

Pijn overkomt ons allemaal. Een christen niet meer of minder dan een niet christen.
Velen, zowel christenen als niet christenen, getuigen van de helende werking die moeilijke omstandigheden op hun leven hadden en hebben. Het is de weg van de mens.
Gehoorzaamheid leer je door te respecteren en niet omdat je in een hoek gedreven niets anders meer kan. Dan is gehoorzaamheid aangepast gedrag. Die aanpassing maakt plaats voor de oude modus operandus als de druk uit de hoek verdwijnt.
God heeft zijn eigen weg met de mens en die weg is geplaveid met onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke liefde.

Kortom, het is beter om te huilen om de pijn van de ander dan hem of haar ongeloof te verwijten. Dat laatste getuigt van een minachting voor en een schromelijk gebrek aan inzicht in Zijn weg.

25 januari 2013

God leert de kerk een lesje

Gisteren te lezen op het CIP en de gedachte alleen al doet mij huiveren: God zou de kerk in Europa een les leren door haar af te breken. Het idee dat God zelf aan de wieg staat van de teloorgang van de kerk, is op z'n zachtst gezegd vreemd. Vreemd als je bedenkt dat Hij er op uit is om haar juist op te bouwen op grond van haar getuigenis dat Jezus de Christus is, de zoon van de levende God.
Nu kan ik me voorstellen dat, daar waar dat getuigenis verwatert, de belangrijkste voorwaarde voor groei wegvalt en het geheel af gaat brokkelen. Die afbrokkeling is dan een mensengebeuren en de mens is de verantwoordelijke voor de erosie van de kerk.
Na het artikel gelezen te hebben dacht ik er verder niet meer over na todat ik zojuist het eerste hoofdstuk van de Thessalonicenzen brief las. Deze groep gelovigen had een transformatie ondergaan die zo opviel dat er door iedereen in de omgeving over gesproken werd. De Thessalonicenzen hadden geen programma, een gelikte PR campagne of kunstig gevonden vormen die hun kerkje promootte. Hun getransformeerde levens waren het bewijs van de transformerende kracht van het geloof en wekte de nieuwsgierigheid van velen op.

Zonder de biochemie en psychologie ter zijde te schuiven, het geloof in God doet iets met de mens. De transformerende kracht van de Geest, die werkzaam is in de gelovige, is een krachtig bewijs voor de werkelijkheid van dat geloof. Het geloof in God is heeft voor velen een sterk "thuiskom" effect; op de een of andere manier klopt het, past bij de mens. Je komt deels in een mysterie terecht wat niet door biochemie of psychologie kan worden verklaard.
Het "thuiskom" gevoel (op bijzonder manier beschreven door Henri Nouwen in "Eindelijk Thuis," heeft alles te maken met een geestelijke realiteit waarbij de mens, door het geloof in Christus, als het ware wordt aangesloten op het hart van God. Daarmee vindt de mens zijn oorsprong.

De missionaire kracht van de kerk is niet te vinden in activiteiten die tot doel hebben om haar missionaire taak te legitimeren en een gevoel te creĆ«ren "goed bezig" te zijn. "Goed bezig" zijn is belangrijk maar dat "goede" zou een vanzelfsprekend gevolg dienen te zijn van een innerlijke transformatie en motivatie die niet ten doel heeft om indruk te maken. Die innerlijke transformatie IS de indruk. En daar gaat men vanzelf wel vragen over stellen en over praten.

21 januari 2013

Ik ben er echt van overtuigd

Geloof is de manifestatie van een aanname. Geen geloof is dat ook. Geloof in God vloeit voort uit de aanname dat "er iets is." Geen geloof vloeit voort uit de aanname dat "er niets is" buiten het waarneembare en empirische aantoonbare.
De Tessalonicenzen werden geprezen om hun geloof in de boodschap die "geladen was met de kracht van de Heilige Geest en gebaseerd op een vaste overtuiging" (1 Thes. 1:5).
Enerzijds was er sprake van een manifestatie en anderzijds die vaste overtuiging.
Aan een vaste overtuiging gaat altijd een aanname vooraf. De aanname "Er is meer" doet de mens zoeken naar dat meer in de hoop iets te vinden dat verdedigbaar is en een bepaalde logica bevat. Dan kun je het namelijk uitleggen.

Het bestaan van "meer" kun je niet empirische staven, net zomin als het niet bestaan van dat "meer." De bewijslast voor "meer" wordt gezocht in de "supernatuur," waarbij psychologie, emotie en spiritualiteit een belangrijke rol spelen. Omdat dit echter geen tastbare zaken zijn is het gebruik ervan als bewijs op z'n zachtst gezegd dunnetjes.
De groep die meent dat slechts dat, wat middels onderzoek aangetoond en bewezen kan worden werkelijkheid is, gaat echter ook uit van een of meerde aannames. Die aanname leidt tot een overtuiging.
Discussies tussen de "er is meer" en de "er is niets meer" kampen gaat helaas maar al te vaak over de manifestaties en te weinig over de aannames. Om die discussie te voeren is er meer nodig dan gescherpte zwaarden van dogma's, 'bewijzen' en (drog)redenen.
De discussie over aannames kan slechts worden gevoerd wanneer men bereid is om van mens tot mens met elkaar te spreken. Van hart tot hart omdat je hoe dan ook altijd uitkomt bij het on(be)grijpbare. En dat vraagt om nederigheid; klein willen worden. Kleiner dan de ander. De zelfverheffing van de een boven de ander maakt een echt gesprek onmogelijk omdat er dat stemmetje in het achterhoofd zegt dat je tafelgenoot eigenlijk aan een vorm van achterlijkheid lijdt: een achterlijke gelovige of een achterlijke ongelovige.
Het is mij een raadsel waarom geloof en wetenschap zo faliekant tegenover elkaar zijn komen te staan. In de bijbeltijd voerde de strijd zich vooral op het filosofische vlak af waarbij met name het gesprek ging over de aannames. Dat blijven interessante discussies. Echter, als het zwaartepunt van een discussie zich verplaatst naar het elkaar om de oren slaan met "bewijzen," is de lol en de mens er van af.
Kortom, ik heb behoefte aan een normaal gesprek met de ander die mij op z'n minst als gelijkwaardig ziet en behandelt.

16 januari 2013

Het clubje van Bonhoeffer

Ik ben "Life Together" van Bonhoeffer aan het herlezen. Bonhoeffer doet een poging om 1) te definiĆ«ren wat "gemeenschap" is en 2) die gemeenschap praktisch invulling te geven.
Gemeenschap is geen ideaal, maar een realiteit, is een van zijn  stellingen. De vraag is wat voor realiteit dat dan is. Het is in ieder geval een theologische realiteit. Of die realiteit zich ook daadwerkelijk manifesteert in een gebroken wereld waarin het ego meer uit is op de vervulling van de behoefte tot fysieke nabijheid van anderen is op zijn minst interessant om wat verder te verkennen.
Bonhoeffer onderkent het spanningsveld tussen enerzijds het emotionele verlangen van de mens om nabij de ander te zijn en anderzijds de diepere behoefte aan geestelijke gemeenschap. Dat eerste verlangen wordt wat al te gemakkelijk afgedaan als een zielsverlangen (dus aards, werelds en vleselijk) en voor het tweede onderneemt hij een poging om de randvoorwaarden te omschrijven die van belang zijn voor het creƫren van die geestelijke gemeenschap.
Hij creƫert hier een dichotemie die mijns inziens onterecht is. Ziel en Geest worden tegenover elkaar gezet als verschillende belangen dienend waarbij, om tot ware gemeenschap te komen, de ziel aan het kortste eind zou moeten trekken.
Dus de randvoorwaarden. Een christelijke gemeenschap is dat pas als:

1. de Christen niet langer redding en rechtvaardiging in zichzelf zoekt, maar alleen in Christus.
2. Christenen tot elkaar komen door Christus: Hij is onze vrede.
3. de Christen begrijpt dat hij Hem toebehoort. Met de ander en voor alle eeuwigheid.

Het abstractieniveau gaat hier in het kwadraat omhoog. Ik kan het theologisch begrijpen maar er ontbreekt iets in het mensbeeld van Bonhoeffer. Je leest niets over wat het werk van Christus voor gevolgen heeft voor de totale mens; de mens die je niet kunt opdelen in stoffelijke en geestelijke stukjes. Is de mens niet ƩƩn; geschapen naar het beeld van God, die ƩƩn is?

Het ontkennen of negeren van de menselijke, emotionele kant van het mens-zijn leidt helaas tot een vrijwel onmogelijk uit te voeren opdracht.
Toch heeft Bonhhoeffer getracht om het gestalte te geven. Het tweede deel van zijn boek gaat over "de dag in gemeenschap," waarin de nadruk ligt op de verwezenlijking van die geestelijke gemeenschap. Hoewel goed te volgen is deze moeilijk, zo niet onmogelijk uitvoerbaar in welke setting dan ook.
Bonhoeffer's antwoord was om die geestelijke gemeenschap met liturgie te vullen. Liturgische gebeden, bijbellezingen, gezangen leggen vanzelf de nadruk op de hemelse zaken zodat de aandacht als vanzelf daar naar toe gaat en er geen tijd  of gelegenheid is om van mens tot mens met elkaar te spreken. De verhouding is een stukje van de ene mens tot een stukje van de andere mens. Het beeld is niet kompleet. Het is onaf.

Dat wil niet zeggen dat het boek meteen door de papiervernietiger kan. Integendeel! Het is een van de betere boeken over het duiden van de gemeenschap die God voor ogen heeft en zit vol met parels die tot nadenken stemmen.

Mijn persoonlijk conclusie met betrekking tot "geestelijke gemeenschap" is dat of het nu John Wesley's "bands" betreft, Bonhoeffer's "gemeinschaft" of Jospeh Myers's "search to belong;" iedere poging om tot een ware geestelijke gemeenschap te komen zijn experimenten.
De mens blijft zoeken naar betekenisvolle aansluiting met anderen. Die is niet gemakkelijk te vinden, maar hij is er wel. Er zijn momenten dat je denkt het gevonden te hebben. Geef het een paar maanden en je ontdekt dat je er toch nog niet bent. Wat dan nodig is is het geloof in de door Bonhoeffer genoemde basis. Uiteindelijk is dat wat ons verbindt. Mensen die het als ideaal blijven zoeken, hebben eerder een destructief aandeel in het bouwen van zo'n gemeenschap dan dat ze er aan meewerken, zegt Bonhoeffer. Mensen die het zien als een theologische realiteit kunnen op de een of andere manier leven met de gebrokenheid die zich in het pogen om tot gemeenschap te komen manifesteert. Het onderkennen van gebrokenheid van de ander alsook het onderkennen dat de eigen gebrokenheid even groot, zo niet groter is dan die van de ander, maakt het al een stuk eenvoudiger om tot geestelijke gemeenschap te komen

15 januari 2013

Wat nou, sociaal?

Stel je voor dat een aantal vrienden in Groningen zich zorgen maakt om jouw welbevinden. Je woont zelf in de Randstad en je wilt deze bezorgde vrienden graag bijpraten over je wel en wee van de afgelopen tijd. Voordat er telegraaf en telefoon was moest dat middels een brief gebeuren of, nog beter, je reisde af naar Groningen om je bezorgde vrienden gerust te stellen.
Gelukkig hebben we vandaag de Sociale Media. Middels een twitterbericht of een Facebooknotitie kan ik niet alleen mijn vrienden in Groningen maar ook de rest van de wereld in real time bijpraten.
Vrienden gerust en ik al lang blij dat ik niet per trein een reis hoef te ondernemen om me in persoon te melden. Zeker vandaag niet. Het sneeuwt dus de NS heeft bij voorbaat al het een en ander van de planning gehaald. Dat is vervelend want "strak reizen" (op de seconde nauwkeurig)  is helemaal 2013 en de gedachte dat dit "strakke reizen" mogelijk niet plaats kan vinden noopt de burger tot binnenblijven en de zich weinig van ijs en weder aantrekkende Sociale Media ter hand te nemen.
De depersonalisatie van interactie is een pijnlijke ontwikkeling. Er hoeft dan misschien geen noodzaak te zijn om  elkaar persoonlijk te ontmoeten; het is wel het luchtje dat aan de moderne Sociale Media hangt.
Dat luchtje ruik je vooral wanneer je de ontvanger wordt van haatmail of anoniem geklaag en gemopper van derden. Ontdaan van elk gevoel van compassie, medeleven of begrip wordt de gedepersonaliseerde mening de ether in gespuwd. Het ergste is het als dit soort informatie begint met "het is niet persoonlijk bedoeld." Dat is een van de grootste dooddoeners van deze tijd. Communicatie, direct of indirect, is voor een belangrijk deel altijd persoonlijk.

Paulus stuurt een brief en een aantal persoonlijke medewerkers op een reis die weken, zo niet maanden, in beslag zal nemen om een meelevende groep op de hoogte te stellen van zijn wel en wee (Kol. 4 vanaf vers 7). Hij hoopt hun bezorgdheid daarmee weg te kunnen nemen. Hij zal een goede reden hebben gehad om niet zelf te kunnen gaan maar dat zal zeker z'n voorkeur hebben gehad.
Sociale Media had een totaal andere betekenis. Sociaal betekende echt contact tussen echte mensen die samen aten, lachten en huilden.
Als je elkaar van mens tot mens ontmoet is de kans groot dat de communicatie tussen de partijen op een menselijke manier verloopt.
Afgaande op wat ik over anderen weet en lees, vorm ik een mening over die persoon. Zolang ik het echte contact met die persoon kan vermijden blijft mijn beeld gebaseerd op wat ik weet, of denk te weten.
Op het moment dat ik de ander ontmoet, verandert er iets. Ik word zachter, milder, begripvoller en voel mee en zal vrijwel altijd mijn beeld van en gevoelens over die persoon bij moeten stellen.
Met andere woorden, de sociale media zijn niet zo sociaal. Het begrip sociaal is misleidend omdat het de illusie wekt dat er iets sociaals aan de hand is terwijl er slechts een uitwisseling van informatie plaatsvindt.
Dan toch maar wat langzamer zodat er iets echt sociaals kan gebeuren; mensen die tot elkaar komen.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...