28 september 2020

Mag opa ook zijn plasje leggen op de boekjes in de Happy Meals?

Ik dacht er niet teveel over na maar was blij verrast dat ik bij het samenstellen van het Happy Meal voor kleinzoon Nelson (bijna twee jaar) kon kiezen tussen of een speelgoedje, of een boekje. Nu heb ik sowieso geen enkel goed woord over voor die verderfelijke speeltjes die al jaar en dag vooral om marketingtechnische redenen in zo'n doosje worden gestopt, en met mijn voorliefde voor lezen was het eigenlijk geen keuze. Zo hebben we één deel van de twaalfdelige serie "De Boomptop-Tweelingen" in huis en is dit deeltje is inmiddels door Oma aan Nelson voorgelezen. Of we de hele serie gaan sparen? Ik denk het niet want vandaag las ik in de krant dat het hier gaat om een tijdelijke actie gedurende de Kinderboekenweek van 30 September tot 11 Oktober. Bovendien heeft Nelson nog niet om "meer" gevraagd.
Een beetje terzijde maar ik denk dat het door ons bezochte filiaal van McDonalds de spelregels nog niet had gelezen want ons bezoek vond plaats op Woensdag 23 September.

McDonalds bezocht, boekje gekregen, boekje gelezen en weer door met het leven. Maar nee, niet in Nederland waar iedereen die zichzelf wat vindt of door anderen wat gevonden wordt zich tegen zo'n actie aan moeten bemoeien en er zijn/haar plasje op moet leggen. Nederland kent inmiddels zoveel platforms en podia die gevuld moeten worden met mensen die iets vinden dat de spoeling van hen die iets wezenlijks te melden hebben zo dun is dat willekeurig wie dan ook met a) enige druk op de blaas en b) meer dan 100 volgers zijn of haar plasje mag komen leggen. Sommigen mogen het de volgende dag weer op komen dweilen. 

Goed, ik dwaal af. Terug naar de hoofdgedachte (of waren het er meer?).

De directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) stelt dat het doel van de stunt het aanwakkeren van de leeshonger is en dat het ongetwijfeld (ook) negatieve reacties gaat oproepen. Ene Frans Kok, hoogleraar (in ruste) voeding en gezondheid vindt het bieden van een podium aan McDonalds om reclame te maken "potentieel niet onschuldig." Ook zou het Nederlandse volk McDonalds opeens als partner van (serieuze) CPNB gaan zien. Kok zou niet al teveel bezwaren zien als het boekje gepaard zou gaan met een supergezonde, duurzame hamburger. (Bron: Volkskrant 28 september).

De stelling door een woordvoerder van het CPNB, dat het effect op lange termijn is dat meer mensen boekhandels en bibliotheken gaan bezoeken (bron: NU.NL), is naar mijn bescheiden mening een potentieel riskante aanname. Niet te riskant natuurlijk want niemand gaat het lange termijn effect van de actie meten. De woordvoeder zal zijn/haar baan kunnen behouden.

Met of zonder boekje in het Happy Meal zal McDonalds ook deze week weer zo'n drie miljoen eters mogen verwelkomen. Hoeveel families zullen daaronder zijn die zich naar deze wereldkeuken snellen omdat een of meerdere leden van het kroost net zo lang zeuren om een Happy Meal dat ouders inbinden? Ik heb geen flauw idee. Waar ik me, eerst als ouder en nu als opa, aan erger is de bereidheid van het concern om volkomen nutteloze, waardeloze, milieubelastende en maximaal kliko gehalte typerende kolerezooi in zo'n doosje te stoppen. Het is bijna net zo erg als de slechts tot diep verdriet leidende zooi die Kinder in haar chocolade eieren stopt. Nog voordat het chocolade omhulsel opgegeten is, is dat speeltje al kapot en de potentiele nasmaak van de chocola vergald. En toch komt het kind, aan de hand van Opa terug voor een volgende ei. Het vorige spleetje al lang vergeten en geklikoodt en met de hoop op eindelijk iets dat wel werkt en twee dagen functioneert.

Voorspelling: Zowel McDonalds als Kinder gaan door met het distribueren van volkomen nutteloze troep. Waarom: Omdat het werkt: de kinderen willen het en wat de kinderen willen, willen de (meeste) ouders ook.

Af en toe een paar weken lang de troep vervangen door iets dat potentieel kan bijdragen aan een gezonde fysieke en mentale ontwikkeling, is een niet al te heftig prijskaartje voor het instandhouden van een systeem dat door en door ziek is.

Maarrrruh, ik ben blij dat ze het doen en hoop van harte dat het wezenlijk bijdraagt aan de grote en almaar groeiende groep van kinderen (en laten we de ouders niet vergeten) die gewoon geen zin hebben om te lezen en liever meeliften op de fantasie en het vermaak door anderen gecreëerd.

14 september 2020

De dag dat de man zich meer kanarie voelde

Afgelopen week keek ik tevee. Ik weet niet meer wat ik keek en wanneer het precies was. Maar dit zag ik en bleef me bij:

Aan het eind van het interview staarde de geinterviewde naar een denkbeeldig punt voorbij de horizon.

Met een blik die iets weg had van gelukzaligheid stelde het dat, eenmaal op dat punt aangekomen, er geen verschil meer zou zijn tussen man en vrouw.

Deed me denken aan de oester, die in de evolutie van de soorten de mens ver vooruit is. Afhankelijk van de omstandigheden is de oester mannelijk of vrouwelijk en kan in zijn/haar leven enkele keren heen en weer hoppen. Cool! Een van nature vloeibaar geslachtelijke dus, niet te verwarren met non-binair, of a-, bi- en/of demi geslachtelijk, of een andere van een groeiende lijst met duidingen en typeringen. Iedereen wil immers uniek zijn en zich op een of meerdere punten van anderen onderscheiden.

En dat deed me weer denken aan de tijd dat de wereld slechts bewoond werd door mannen en kanaries. Dat ging heel lang goed. De man was een man en de kanarie was een kanarie.
Op een dag voelde één man zich meer kanarie dan man en beschreef die gevoelens in een gedicht.

Wat nou man?

Wat nou kanarie?

We zijn allen gelijk.

dus,

hou op met dat gezeik.


Vervolgens vloog de man uit.

En viel te pletter.

Niemand durfde er iets van te zeggen. De man leefde zoals hij voelde dat hij wilde leven en was bereid de prijs ervoor te betalen. Dacht hij echt te kunnen vliegen? Ach we hebben allemaal wel eens een waantje hier of daar: wie vleugels heeft werpe de eerste steen. Met een gevoel kun je niet argumenteren en als gevoelens verheven worden boven de rede wordt de wereld gereduceerd tot een maalstroom waarin ieder druppeltje het recht om te zijn claimt en bevecht.

Iemand moet mij helpen want ik snap er helemaal niets meer van en ben bang dat ik eindig met het slechts meedrijven in die kolk van gevoelens. Want voelen mag als het maar niet te dicht bij vinden komt.

Kaders voor een enigszins geslaagde identiteitsvorming lijken zoek. Het loslaten van welk kader dan ook lijkt het moderne devies te zijn; de nieuwe rebellie. Zonder kaders leven (nee, gevoelens zijn geen kaders)  levert slechts een schijnvrijheid op. Enig houvast is noodzakelijk om te (over)leven. Bij gebrek aan of ontbreken van kaders zal zich onherroepelijk het fenomeen voordoen dat de verkregen schijnvrijheid tot wet wordt verheven. En omdat die kaders gestoeld zijn op gevoelens die tamelijk vloeibaar zijn schepen we onszelf met iets op waar niemand meer iets mee kan. Misschien is dat wat de geinterviewde zag? 

De waardigheid van het individu staat op het spel en dat moet in alle discussies over gelijkheid (een illusie) bovenaan blijven staan. Mijn liefde voor de ander is zo vaak voorwaardelijk (hoewel ik dat natuurlijk nooit zou toegeven). Moet ik die voorwaarden voorrang geven of het kader dat God mij aanreikt waarbinnen geen plaats is voor die voorwaardelijkheid van mij? Ik denk dat de mensen om mij heen er de voorkeur aan geven dat ik kies voor het kader van Gods onvoorwaardelijke, niet discriminerende liefde. Onder die streep kunnen we het over al die andere zaken hebben, inclusief vermeende stippen aan of voorbij de horizon.

07 september 2020

Oer: voer voor verder onderhoud

Ik las Oer; Het grote verhaal van nul tot nu. Over botsende neutronen en andere kleine dingetjes die met elkaar de basis van alle leven vormen. Persoonlijk geloof ik niet dat schepping en wetenschap tegenover elkaar staan maar elkaar steunen en zelfs kunnen versterken. Wie ooit heeft bedacht dat het geloof in de schepping lijnrecht zou staan tegenover wetenschappelijke verklaringen en uitgangspunten, zou met terugwerkende kracht ontslagen moeten worden. Aan de basis van zowel het scheppingsidee als bestaande wetenschappelijke modellen liggen aannames. Het bestaan van God kan niet worden bewezen en geen enkel wetenschappelijk model aangaande de genesis van het leven is waterdicht te krijgen. Aannames zijn nodig om aan een verhaal te kunnen beginnen; "er was eens" is een noodzakelijk begin. Vervolgens kan het alle kanten op. 

Maar goed, terug naar Oer waarin neutronen, protonen, quarks, atomen en de rest van de bende als personen worden opgevoerd die in gesprek zijn met elkaar, het tijdrovende proces van organisatie en uiteindelijk orde observeren en er verslag van doen. Mij pakt het niet. De schrijfstijl grijpt me niet bij de lurven. Ik kan me voorstellen dat het anderen wel aanspreekt. Het feit dat het sinds de eerste druk in Mei 2020 al een negende druk (Augustus 2020) beleeft, spreekt boekdelen. Inhoudelijk is het een goede inleiding op het impliciet voorgestelde huwelijk tussen schepping en wetenschap. Het slaat een belangrijke en noodzakelijk brug voor hen die de twee modellen beleven als elkaar uitsluitend; de Loesjes onder ons die het gesprek hierover bij voorbaat al dichttimmeren met hun echt niet zo vindingrijke eerst was er niks en toen is dat ook nog ontploft. Ik vind dat een beetje sneu.

Nu staan christenen niet bepaald bekend om hun vermogen om eenheid te bevorderen en te praktiseren. Eenheid tref je vooral aan in proclamaties, wensdenken en (vaak tijdelijke) lokale groepjes. Helaas valt hen de eer ten deel dat ze zeer bekwaam zijn in het articuleren van verschillen die zelfs van (eeuwig) levensbelang kunnen zijn. Toen ik eens opperde dat het niet zo heel erg interessant is of de zeven dagen van de schepping, zoals beschreven in het boek Genesis, nu wel of niet letterlijke dagen van 24 uur waren en ik suggereerde dat het me zelfs zeer onwaarschijnlijk leek, kon mijn gesprekspartner zijn verontwaardiging maar moeilijk verbergen: "als je niet in letterlijk zeven dagen gelooft, heeft dat direct gevolgen voor je redding. Wat die gevolgen dan precies waren en welke redding hij bedoelde, hebben we verder niet kunnen bespreken. Het gesprek was afgelopen en mijn gesprekspartner vertrok.

Nu is het vermogen om verdeeldheid te zaaien niet voorbehouden aan christenen. Het is een universeel fenomeen. De drie plaatselijke biljartverenigingen in het 600 zielen tellende dorp wil ik graag ter illustrie hiervan opvoeren.

Zeven tellen, uren, dagen maanden, jaren, eeuwen, lichtjaren: secundaire zaken.

Wat mij verbindt met andere gelovigen is wat hieraan ten grondslag ligt: "in den beginne: God". Hij sprak en uit chaos schept Hij orde. De rest is koffietafelpraat, brandstof voor serieus en quasi serieus wetenschappelijk onderzoek en her en der voor splijtzwammen.

N.a.v. " Oer; het grote verhaal van nul tot nu" 
Corien Oranje, Cees Dekker, Gijsbert van den Brink
Ark Media, Heerenveen
ISBN: 9789033802188

30 augustus 2020

Zingen in de elleboog

Enfin, nu de kerken langzaam weer mensen mogen toelaten, zitten we nog wel een beetje met hoe het samenzingen opgelost moet worden. In ons achterhoofd weten we dat het waarschijnlijk is dat het virus zich bij voorkeur via kleine druppeltjes door de lucht verplaatst: de zogeheten aerogene transmissie. Natuurlijk zijn ook hier weer geleerden aan beide kanten van het welles/nietes-debat en heeft daarnaast iedereen er ook nog eens een eigen mening over. Ook zij dus, die er geen bal verstand van hebben (ik hoor bij dit kamp) en zich laten leiden door een cocktail van gezond en ongezond verstand, intuïtie, emotie, vermeende zin en onzin, onverschilligheid of serieusheid met her en der nog wat additieven.

De behoefte om te zingen zit er bij veel gelovigen diep in. Hoewel ik zelf niet zo van de zang ben, kan ik me er wel iets bij voorstellen. Onderzoek wijst uit dat het de hartslag vertraagt en zelfs synchroon laat lopen met de zangers in je directe omgeving. Er komt oxytocine vrij (het bekende knuffelhormoon), hetgeen het gevoel van saamhorigheid versterkt. Het helpt bij traumaverwerking en je hebt als je aan het zingen bent geen tijd om te tobben (bron: Nederland zingt-website). Misschien verklaren deze factoren dat we meestal niet al te kritisch kijken naar wat er gezongen wordt.

Het zingen is voor de gemiddelde kerkganger ook belangrijk omdat het een van de weinige manieren is om te participeren in de kerkdienst.

Een niet nader te identificeren kerk heeft het dilemma opgelost door het zingen aan te moedigen, maar dan wel in de elleboog. Dan heb je al het goede van het samenzingen en heb je, naast de anderhalve meterregel, loopjes en afgesloten sanitair, het nodige gedaan om de aerogene transmissie te beperken. Het klinkt wel raar hoor, tientallen mensen die uit volle borst hun ellebogen volzingen.

Na de dienst was het koffiedrinken. Buiten. Een plotseling losbrekende donderbui deed iedereen naar binnen vluchten, de kleine aula in. Als kippen in een legbatterij hokte men op, alle regels, voorschriften en vermaningen vergetend. Maslows piramide bleek sterker dan de elleboog. De overlevingsdrang zal het altijd winnen van alles wat pas daarna komt.

Zat Grapperhaus fout? Ik daag je uit om bij de eerstvolgende bruiloft waar je als gast of familie bent uitgenodigd consequent anderhalve meter afstand te houden. Ik wil niet vervelend doen, maar als je die anderhalve meter vast wil houden op een bruiloft, is er maar één manier om dat vol te houden: niet gaan. 
Uiteindelijk sluiten we allemaal compromissen.

Trouwens, zingen in de elleboog? Dat gaat ‘m niet worden. Probeer het maar eens.


19 augustus 2020

Bankaardappelen in de nieuwe zuil

Vandaag kwam ik in de verleiding om te reageren op een advertentie die op mijn Facebookpagina verscheen. De algoritmes van Facebook hebben bepaald dat, op basis van de mij achtergelaten metadata, ik wellicht baat zou hebben bij het betreffende product.

Ik besloot in ieder geval de eraan gekoppelde website te raadplegen. Ik moet zeggen dat het wel een aantrekkelijk aanbod lijkt. Voor een kleine zes euro per maand kan ik onbeperkt christelijke films en documentaires kijken en heb ik toegang tot dagelijkse stichtelijke bonus overdenkingen. Alle films en documentaires zijn door de redactie van het geloofsnetwerk bekeken en veilig bevonden. 

Daar zat ik precies op te wachten: anderen die voor mij alle ingewikkelde morele, esthetische en inhoudelijke afwegingen maken zodat ik zonder zelf hoef na te denken denken kan gaan bankaardappelen.

Ik ben opgegroeid in een sterk verzuilde samenleving waarin de meeste dingen duidelijk waren. Je stemde, kerkte, geloofde en bleef binnen je zuil. Ook de niet kerkelijken hadden een zuil. Deze zuilen co-existeerden in redelijke harmonie, zij het met de nodige afstand tussen de zuilen. Die zuilen zijn de afgelopen jaren nagenoeg verdwenen hoewel er her en der nog flink wat marmer overeind staat. 

Is zo'n geloofszuil anno 2020 nu wel zo'n goed idee? De traditionele zuilen legden de zaken vast: dit geloven wij wel en niet, en dit doen wij wel en niet; de identiteit van de Nederlander lag voor een belangrijk deel verankerd in de zuil. Toen de ontzuiling grotendeels een feit was en de meeste Hollanders bevrijd van haar keurslijf, moest men weer voor zichzelf  gaan nadenken. Dat is lastig genoeg maar wel gezonder omdat het het gesprek tussen andersdenken bevordert of zelfs vereist. 

Nu blijkt dat dit geloofsnetwerk al sinds eind 2017 bestaat. Voor mij was en is het nieuw.

Wel een beetje pretentieus: "geef je geloof een nieuwe kans." Daarin lees ik impliciet de aanname dat de potentiële koper op een plek in zijn of haar leven is aangekomen waarin dat geloof niet zoveel, of in ieder geval onvoldoende voorstelt; ons netwerk geeft je nog een kans.

Ook pretendeert het "naadloos aan te sluiten op het leven van vandaag". Ik probeerde me voor te stellen hoe dat er dan uitziet. Films en documentaires waar geen enkele vloek, immorele of seksuele handeling of vocabulaire te horen en te zien is zou naadloos aansluiten op het leven van vandaag? Wie probeert wie voor de gek te houden?

Wat ik begrijp van en uit de lessen van Jezus Christus is dat hij zijn volgelingen bekwaamde en toerustte in het volgen van hem in een wereld die hem vijandig gezind was en is. Dat is toch wat anders dan een denkbeeldig veilig zuiltje creëren waarbinnen onmondigheid  wordt bestendigd en men alleen dingen te horen en te zien krijgt die de redactiecensuur zijn doorgekomen. Stel je voor dat mensen voor zichzelf gaan nadenken en dat doen in een wereld waarin immoraliteit, leugen, bedrog, misbruik, moord en doodslag de zaken zijn waarop het leven bijna naadloos op aansluit.

Ik weerhoud me dan ook wijselijk van enig commentaar en kies ervoor om verder maar niet te reageren op de advertentie.

Foto: eigen werk: Athene 2013

03 augustus 2020

Sta je daar toch met een mond vol tanden..

Met mijn vulpen in de aanslag staar ik naar het lege vel papier dat voor me ligt. Ik probeer woorden te vinden waar de vrouw van een goede vriend die onlangs is gestorven, misschien iets mee zou kunnen. Moeten dat dan troostende woorden zijn? Of bemoedigende? Moet het gaan over wat ik voel, vind en beleef of moet ik me proberen in haar situatie te verplaatsen? Of moet het juist over hem gaan? Of over God? Of gewoon lekker abstract houden zoals "hij is nu op een betere plek," of "hij heeft nu geen pijn meer," of wat dan ook met een dergelijke strekking?
Wat ik ook bedenk, het klinkt allemaal leeg en gekunsteld.
Het vel blijft leeg. Misschien lukt het morgen.

Naarmate ik ouder word, heb ik makkelijker vrede met een leeg vel. In die zin inspireren de drie vrienden van Job me wel die, nadat ze van Jobs rampspoed hebben gehoord, besluiten om hem op te zoeken om hun medeleven te betuigen en hem te troosten.
Ze beginnen goed: "Zeven dagen en nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed (2:13)". 
Da's een leeg vel. Een veelzeggend vel.
Wat ze vervolgens allemaal te zeggen hebben lijkt niet veel meer dan een kladje met een boel vlekken.
De mens rest niets anders dan toch die pen ter hand te vatten. Maar achter de woorden die volgen moet de gedeelde leegte tastbaar zijn. Een gedeelde smart maakt de smart van hem of haar die het zwaarste deel torst ietsiepietsie dragelijker.
Steeds vaker sta ik met een mond vol tanden.
Die brief? Die komt wel.

24 juli 2020

God van de leg

Het beeld van een God met een kort lontje die bij het minste en geringste van de leg raakt, in toorn ontbrandt, vuur en zwavel over Jan en alleman uitstrooit totdat die woede bekoelt, is hardnekkig en redelijk prominent aanwezig in de Bijbel. Daar hoef je echt geen geleerde voor te zijn. Die geleerden zijn er om dat beeld weg te poetsen (zij die voor hem zijn) of juist te benadrukken en versterken (zij die tegen hem zijn).

In het boek Job wordt tegen het eind een nieuwe speler opgevoerd die zich voorstelt als een tamelijk jong persoon die uit beleefdheid en respect tot nu toe z’n mond heeft gehouden en zich voelt als jonge wijn die niet kan ademen en met een buik als een volle wijnzak die bijna openbarst. De kurk gaat eraf en Elihu mag zes hoofdstukken lang ademen en openbarsten. Elihu is een beetje een opschepper die Job en z’n vrienden de les leest en daarmee feitelijk niet onderdoet voor de manier waarop Job en zijn vrienden elkaar voor rotte vis, lege woorden sprekers, zwetsers, dwazen en dergelijke om de oren slaan.

“Ik denk, ik vind, ik weet, God is dit, God is dat…”; ze geven allemaal vol gas zonder rem te beroeren.

Het probleem is en blijft dat de mens niet anders kan dan zich God voorstellen als een twee- of driedimensionale persoon en hem dezelfde eigenschappen toekennen als de mens. Met deze platte God komen we echter niet veel verder. Elihu doet een retorische poging om van dat beeld af te stappen: "Wordt God koud of warm van als de mens zondigt of wanneer je hem een handjevol goede daden als cadeautje aanbiedt?" Het verwachte antwoord van een weldenkend mens hierop zou (kunnen) zijn: “wel, als dat Hem allemaal iets zou doen zoals het ons aardlingen iets doet, doen we Hem waarschijnlijk tekort. Is God immers niet meer dan de mens?”

Puntje voor Elihu (mag ik ook iets vinden..?) Nee, zegt Elihu, “je goddeloosheid raakt mensen als jezelf, je rechtvaardigheid helpt anderen.” Ware godsdienst lijkt zich dus af te spelen op het horizontale speelveld van de aardlingen en is een vertaling van de horizontale relatie met de Eeuwige. Daarom is een boek als Job van belang. Het voorziet de zoektocht van de mens om God te duiden van de noodzakelijke brandstof en is een inleiding op de voortdurende dialoog hierover.

Het plussen en minnen waarbij de mens zich inspant om een denkbeeldige balans te verkrijgen en in stand te houden; God niet te boos of te blij te maken, is een zinloze bezigheid en leidt slechts tot onzekerheid, twijfel en angst. En als  mijn hart daar vol van is, zal zich dat vertalen naar mijn verhouding met mezelf, mijn medemens, de aarde en uiteraard God.

Ondanks z’n opschepperij ziet Elihu ook wel dat hij het vraagstuk niet kan oplossen: “als Job nu eens een pleitbezorger had, een die zijn voorspraak is, één uit duizenden”?

Voor zover ik weet en begrijp, is die pleitbezorger er ook. Niet alleen voor Job, maar voor iedereen.

19 juli 2020

Help: ik word niet vervolgd!

Gisteren at ik met Ali bij de Ethiopiër aan het Hudsonplein. Ali komt uit Iran. Zijn visum verloopt vandaag. Een speciaal visum; hij woont en werkt al vijf jaar in Schengenlanden middels een vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Ali is slim en werkt in de IT. Werkte, moet ik zeggen. Covid-19 betekende het einde van zijn contract waarbij automatisch de bijzondere vergunning verloopt.

Morgen gaat Ali naar het AZC in Ter Apel. Na vijf jaar werken in Schengen, premies en belastingen te hebben betaald en effectief te hebben bijgedragen aan onze Europese welvaart is hij met ingang van vandaag asielzoeker en moet hij door de bureaucratische molen. Uiteindelijk zal iemand beslissen of Ali wel of niet terug moet/kan naar Iran.

Wat is Ali’s probleem? Een jaar geleden heeft hij het besluit genomen om Christus te volgen. Dat weten ze inmiddels wel in Iran. Je hoeft zijn naam maar in een zoekmachine in te voeren en de eerste hit is een link naar zijn doop. Het is algemeen bekend dat de Iraanse overheid daar niet meteen een fles champagne bij opentrekt. Integendeel. Iran staat in de top tien van een totaal van 73 landen waar christenen worden vervolgd om hun geloof. Ali neemt de juiste stap om hier asiel aan te vragen.

In de beginjaren van mijn geloofsreis heb ik me regelmatig afgevraagd of ik die reis eigenlijk wel goed aflegde. Ik werd namelijk niet vervolgd en vervolging was volgens sommige bijbelleraars het bewijs dat je een waarachtige volgeling van Christus bent. Dat heeft Hij immers zelf gezegd. Bijvoorbeeld in Johannes 15: “Als ze mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen.”

Niet alleen individuele gelovigen maar ook landen zoals Nederland en Engeland werden naast economische belangen, pure expansiedrift en hebzucht ook door deze Bijbelse gedachte gemotiveerd. Zozeer zelfs dat tegenstand gezien werd als een bevestiging van God dat ze het juiste deden. Geïnspireerd en aangemoedigd door hun theologen hebben bijvoorbeeld Afrikaners lange tijd geloofd dat ze “scheppers van een nieuw volk, een ander Israël waren, een paradijs dat God voor hen had bestemd,” en “een natie die hen toekomt omdat zij ons gegeven is door de architect van het universum.” (1)

Alec Ryrie schrijft hierover in zijn boek Protestanten:

Aangezien het martelaarschap de hoogst mogelijke eer voor een christen was, was vervolgd worden paradoxaal genoeg een bewijs van Gods liefde. Deze paradox heeft het christendom een ongelooflijke veerkracht verleend. Hoe harder iemands vijanden hem slaan, hoe sterker zijn overtuigingen worden. Staatsgeweld houdt meestal in dat de staat zijn slachtoffers zo intimideert dat ze zich onderwerpen. De eerste christenen ontdekten echter dat het martelaarschap hun spirituele kracht gaf, en vooral door het feit dat ze werden vervolgd. Het bloed van de martelaren was de spreekwoordelijke voedingsbodem van de kerk (2). 

Zo werd en wordt in de naam van God veel geweld gelegitimeerd. Geweld in Gods naam is echter nooit legitiem. Een leerzaam boek is Niet in Gods naam van Rabbi Jonathan Sacks die hierin ook uitgebreid ingaat op het schijnbaar door God opgedragen geweld in het Oude Testament.

Zo ontstaat een bizarre wereld: regimes, sekten en individuen die menen God een plezier te doen en punten te scoren door andersdenkenden en andersgelovigen te vervolgen of te doden terwijl, in het geval van christenen, de slachtoffers van diezelfde vervolging een bewijs zien van hun eigen zuiverheid en toewijding. 

Het idee dat we met elkaar in dezelfde wereld leven die we met elkaar leefbaar moeten houden lijkt voor menigeen te groot en niet te doen. Hebzucht, de andere het licht in de ogen misgunnen, Wij tegen Zij; ik zou haast de moed opgeven en me terugtrekken in mijn (denkbeeldige) mancave en de boel de boel laten. 

Het antwoord begint echter bij het van je afschudden van die machteloosheid en beginnen waar alle verandering begint: in het eigen hart en in de directe omgeving. We geven ons leven niet aan een regime, ideologie of systeem maar investeren het in de ander.

Het eten was goed! Enige minpuntje is dat mijn Leffe Trippel werd geserveerd in een Bavaria glas.

(1) Protestanten, Alec Ryrie, Hfdst 13)

(2) Ibid. Hfdst 4


10 juli 2020

De kunst van het fileren

Complotdenkers zijn er nooit plotseling. Het vermoeden van een complot begint bij een of meerdere aannames die voortkomen uit een bepaald wereldbeeld. Als dat wereldbeeld eenmaal voldoende houvast heeft gevonden in het denken van de mens, ziet en vindt men  her en der bewijs voor het vermoeden dat vervolgens soepeltjes wordt opgewaardeerd tot een feit. Medestanders worden gevonden en een nieuw "wij en zij" denken is ontstaan. Afhankelijk van de mate van overtuiging en strijdlust gaat men de bressen op, uiteraard met veel liefde en geduld, om de dommen en onwetenden te overtuigen: "ik zie ik zie wat jij niet ziet want je staat aan de verkeerde kant."

Als ik bijvoorbeeld geloof - een geloof dat me gewild en ongewild is opgedrongen door rethorisch begaafde manipulators - dat de wereld bestuurd wordt door een klein goepje stinkend rijke en/of invloedrijke mannen (en misschien een vrouw of twee) dan zal ik daar bewijs voor zien en vinden in het journaal, de krant en, vooral in de moderne tijd, sociale media.

Als ik geloof in de slechtheid van de mens (niemand is rechtvaardig, zelfs niet één; de rechtvaardigheden van de mens zijn als een bezoedeld kleed) en dat die slechtheid wordt bestuurd door een hogere macht (satan, a.k.a. de duivel, de boze, de slang, de vader van de leugen, enz.) dan zal ik al het menselijk handelen daaraan verbinden. Altruisme van weldoeners kan dan niet worden vertrouwd of gewaardeerd en moet worden verbonden aan dat wereldbeeld - de weldoener is niet meer dan een marionet in de hand van de grote leugenaar, zonder dat zelf te hoeven weten.

Onze overheid tracht middels bepaalde maatregelen de verspreiding van het Covid-19 virus in te dammen. Als mijn aanname is dat onze overheid uit is op controle van haar burgers en deze op slinkse wijze haar vrijheden poogt te beperken of zelfs af te nemen, dan haak ik aan bij demonstrerende hordetjes en kom ik in verzet. Ook leer ik vrij vlot om alle maatregelen te interpreteren als verder bewijs voor een bestaand groot globaal complot, onderdeel van de strategie van de rijken en/of de duivel tot alleenheerschappij en  grenzeloze zelfverrijking

Zou het echter mogelijk zijn dat onze overheid bezig is met het treffen van maatregelen waarvan sommige, als we over vijf jaar terugkijken op de Corona periode, gunstig bleken uit te werken en andere wat minder slim, zeg maar dom bleken te zijn?

Hier komt "het scheermes van Hanlon"* om de hoek kijken; een frisse, realistiche en relativerende reflectie op situaties en processen: "Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende verklaard kan worden door domheid." 
De tv-serie "De rijdende rechter" is een treffend voorbeeld. Als de klagers eens zouden stoppen met het zoeken en vinden van bewijs voor kwaad opzet, zou er slechts een mager serietje overblijven. Soms doen de buren gewoon domme dingen en is er geen sprake van een complot. Veel familievetes zouden oplossen als sneeuw voor de zon als men stopt met geloven in een moedwillige strategie tot  vervreemding of uitsluiting (hoewel dat natuurlijk best wel voorkomt). Sommige familieleden zijn gewoon niet slimmer.
Het scherpe scheermes is nodig om te onderscheiden tussen strategie en domheid.

Veel christenen geloven ook in een complot waarbij zij degenen zijn (althans, zij die het zien) die dat complot een halt toe kunnen roepen door (een bepaalde versie van) De Waarheid te proclameren. Hierbij wordt de grote duivel behoorlijk wat macht en invloed toegeschreven. De grote leugenaar a.k.a. de Briesende Leeuw, is er voortdurend op uit om het plan van God te dwarsbomen en de gelovigen pootje te haken.
Daarbij meent men de Bijbel zuiver te lezen en te interpreteren zonder in de gaten te hebben dat men bij het lezen en het interpreteren ook al begint met bepaalde aannames.
Waarom ik hier een wat wee gevoel bij krijg is dat ik al die tijd heb gedacht dat Christus aan het kruis de boze heeft overwonnen.
Maar ja, dat is misschien wel een verkeerde aanname.


* Wikipedia:
Het scheermes van Hanlon (of Hanlons scheermes) luidt:

"Never attribute to malice what can be adequately explained by stupidity"
Vertaling: "Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende verklaard kan worden door domheid."
Waar de term vandaan komt, is niet bekend; een vergelijkbaar epigram wordt onder andere toegeschreven aan William James Laidley. Een mogelijke oorsprong is de gelijkenis met Ockhams scheermes. De website Status-Q schrijft het toe aan Robert J. Hanlon, die het kennelijk bijdroeg aan een boek over de Wet van Murphy.

04 juli 2020

Het weursjip trauma van 2009

Eigenlijk had ik het aan moeten zien komen maar er was in eerste instantie geen alarmbelletje afgegaan. De professor systematische theologie vroeg ons, de studenten, welke auteurs we zoal beliefden. Ik meldde "Oden". Pas later realiseerde ik me dat de prof allergisch was voor Oden. Niet openlijk, maar door te zwijgen en door het zenuwtrekje in z'n oog dat bij het horen van de naam Oden leidde tot een oprisping van het ooglid; een soort van kort bibbertje. 
Tja, waarom Oden? Kan het me niet goed herinneren. Was waarschijnlijk een aanbieding of omdat het op Ouden lijkt? Ik heb ook Erickson, Grudhem,Verleg en zelfs Berkhof (om me ervoor te behoeden teveel af te dwalen van de rechte reformatorische leer).
Het, naar later bleek, meest populaire jongetje van deze klas, bleek het juiste antwoord te hebben: Grudhem! De prof kon zijn vreugde nauwelijks verbergen; amper begonnen aan 30 lesuren en deze jongen begreep het al. "Waarom Grudhem?", vroeg de prof. "Grudhem is meer "weursjippie", was het antwoord. "Weursjippie, inderdaad!". De prof maakte een vreugdedansje.
Het slimste jongetje van de klas kreeg aan het eind de hoogst mogelijke beoordeling. Een A+. Ik moest het met een C- doen. En wel om het volgende:

Een van de "papers" die we moesten produceren was "het belang en de betekenis van de zeven woorden (uitspraken) van Jezus aan het kruis."
De Bijbel op deze manier benaderen is typerend voor een bepaalde school van denken en interpreteren binnen het christendom waarbij het geloof in God allereerst gereduceerd wordt tot één woord waaraan alles (en iedereen) wordt gemeten: "weursjip." Vervolgens wijst alles wat geschreven is naar maar één ding: weursjip.
In dit geval moet je de uitspraken van Jezus die de vier evangelisten in hun respectievelijke versies van het Evangelie opvoeren, bij elkaar optellen om tot een totaal van zeven uitspraken te komen.

In mijn "paper" voerde ik redenen aan dat de Bijbel geen wiskundeboek is en dat het best wel eenzijdig en zelfs gevaarlijk is om het vanuit één kijkhoek te benaderen. Daar was de prof niet blij mee. Dat wilde hij niet horen en droeg mij op om mijn "paper" wat te verdiepen door een verbinding te leggen tussen de zeven uitspraken van Jezus en de zeven scheppingsdagen. Eerst wilde ik een gat in mijn paper boren en er, ter verdieping een gekleurd velletje achter plakken. Niet gedaan, zou flauw zijn en een beetje doorzichtig. Wat ik toen geschreven heb noopte de prof echter om met rood in de kantlijn te schrijven: "Jan, ik wil je aanmoedigen om je positie in gebed te heroverwegen". 
Ik kan me niet herinneren of ik God heb gevraagd of Hij me alsjeblieft wilde helpen om "het" te zien zoals de prof "het" zag, maar ik denk het niet.

De betreffende prof is het jaar daarop ontslagen wegens een te grote nadruk op een bepaalde "geloofsschool" (die van de weursjip - alles draait om weursjip). Nu is een bepaalde nadruk niet erg. Die heeft iedereen maar als je de professionaliteit niet kan opbrengen om ruimte te laten voor andere interpretaties, dan heb je een verkeerd vak gekozen.

Er zijn er niet weinigen die helemaal opgewonden raken van cijfers, nummers, jaartallen, jaren, dagen, uren, maanden, tellen en seizoenen die in Bijbel voorkomen. Het zal allemaal wel iets te betekenen hebben maar ik kan er niet echt van in extase raken. Voordat je het weet ga ik uitspraken doen zoals "ik geloof dat Jezus terugkomt en dat dit ergens in de komende vijftien jaar gaat gebeuren". HOU ME TEGEN!

Ik liep net terug van de supermarkt waar ik een knabbeltje kocht voor vanavond en moest weer denken aan dit trauma dat ik in 2009 opliep. Het feit dat ik er nog regelmatig aan denk en de betreffende prof af en toe zelfs Google (en hem iets kleins toewens),  toont dat het misschien wel makkelijk is luidkeels "let it go" (ja, die uit Frozen) te zingen maar om het dan ook te doen?? Het is echt geen kwestie van een knop omzetten. Ik denk wel eens dat ik, naarmate ik ouder word, steeds verknipter raak.

Nu hoop ik natuurlijk dat U, beminde lezer, nu denkt van "Jan, je hebt helemaal gelijk, wat zie je heerlijk scherp". Op dat verknipte na, uiteraard. 

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...