Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
03 augustus 2020
Sta je daar toch met een mond vol tanden..
24 juli 2020
God van de leg
Het beeld van een God met een kort lontje die bij het minste en geringste van
de leg raakt, in toorn ontbrandt, vuur en zwavel over Jan en alleman uitstrooit
totdat die woede bekoelt, is hardnekkig en redelijk prominent aanwezig in de Bijbel.
Daar hoef je echt geen geleerde voor te zijn. Die geleerden zijn er om dat
beeld weg te poetsen (zij die voor hem zijn) of juist te benadrukken en
versterken (zij die tegen hem zijn).
In het boek Job
wordt tegen het eind een nieuwe speler opgevoerd die zich voorstelt als een
tamelijk jong persoon die uit beleefdheid en respect tot nu toe z’n mond heeft
gehouden en zich voelt als jonge wijn die niet kan ademen en met een buik als een
volle wijnzak die bijna openbarst. De kurk gaat eraf en Elihu mag zes hoofdstukken
lang ademen en openbarsten. Elihu is een beetje een opschepper die Job en z’n
vrienden de les leest en daarmee feitelijk niet onderdoet voor de manier
waarop Job en zijn vrienden elkaar voor rotte vis, lege woorden sprekers,
zwetsers, dwazen en dergelijke om de oren slaan.
“Ik denk, ik
vind, ik weet, God is dit, God is dat…”; ze geven allemaal vol gas zonder rem te
beroeren.
Het probleem is en blijft dat de mens niet anders kan dan zich God voorstellen als een twee- of driedimensionale persoon en hem dezelfde eigenschappen toekennen als de mens. Met deze platte God komen we echter niet veel verder. Elihu doet een retorische
poging om van dat beeld af te stappen: "Wordt God koud of warm van als de mens
zondigt of wanneer je hem een handjevol goede daden als cadeautje aanbiedt?" Het verwachte antwoord van een weldenkend mens hierop zou (kunnen) zijn: “wel, als
dat Hem allemaal iets zou doen zoals het ons aardlingen iets doet, doen we Hem waarschijnlijk
tekort. Is God immers niet meer dan de mens?”
Puntje voor Elihu (mag ik ook iets vinden..?) Nee, zegt Elihu, “je goddeloosheid raakt mensen als jezelf, je rechtvaardigheid helpt anderen.” Ware godsdienst lijkt zich dus af te spelen op het horizontale speelveld van de aardlingen en is een vertaling van de horizontale relatie met de Eeuwige. Daarom is een boek als Job van belang. Het voorziet de zoektocht van de mens om God te duiden van de noodzakelijke brandstof en is een inleiding op de voortdurende dialoog hierover.
Het plussen en
minnen waarbij de mens zich inspant om een denkbeeldige balans te verkrijgen en
in stand te houden; God niet te boos of te blij te maken, is een zinloze
bezigheid en leidt slechts tot onzekerheid, twijfel en angst. En als mijn hart
daar vol van is, zal zich dat vertalen naar mijn verhouding met mezelf, mijn medemens, de aarde en uiteraard God.
Ondanks z’n
opschepperij ziet Elihu ook wel dat hij het vraagstuk niet kan oplossen: “als
Job nu eens een pleitbezorger had, een die zijn voorspraak is, één uit duizenden”?
Voor zover ik weet en begrijp, is die pleitbezorger er ook. Niet alleen voor Job, maar voor iedereen.
19 juli 2020
Help: ik word niet vervolgd!
Gisteren at ik met Ali bij de Ethiopiër aan het Hudsonplein. Ali komt uit Iran. Zijn visum verloopt vandaag. Een speciaal visum; hij woont en werkt al vijf jaar in Schengenlanden middels een vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Ali is slim en werkt in de IT. Werkte, moet ik zeggen. Covid-19 betekende het einde van zijn contract waarbij automatisch de bijzondere vergunning verloopt.
Morgen gaat Ali naar het AZC in Ter Apel. Na vijf jaar werken in Schengen, premies en belastingen te hebben betaald en effectief te hebben bijgedragen aan onze Europese welvaart is hij met ingang van vandaag asielzoeker en moet hij door de bureaucratische molen. Uiteindelijk zal iemand beslissen of Ali wel of niet terug moet/kan naar Iran.
Wat is Ali’s probleem? Een jaar geleden heeft hij het besluit genomen om Christus te volgen. Dat weten ze inmiddels wel in Iran. Je hoeft zijn naam maar in een zoekmachine in te voeren en de eerste hit is een link naar zijn doop. Het is algemeen bekend dat de Iraanse overheid daar niet meteen een fles champagne bij opentrekt. Integendeel. Iran staat in de top tien van een totaal van 73 landen waar christenen worden vervolgd om hun geloof. Ali neemt de juiste stap om hier asiel aan te vragen.
In de beginjaren van mijn geloofsreis heb ik me regelmatig afgevraagd of ik die reis eigenlijk wel goed aflegde. Ik werd namelijk niet vervolgd en vervolging was volgens sommige bijbelleraars het bewijs dat je een waarachtige volgeling van Christus bent. Dat heeft Hij immers zelf gezegd. Bijvoorbeeld in Johannes 15: “Als ze mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen.”
Niet alleen individuele gelovigen maar ook landen zoals Nederland en Engeland werden naast economische belangen, pure expansiedrift en hebzucht ook door deze Bijbelse gedachte gemotiveerd. Zozeer zelfs dat tegenstand gezien werd als een bevestiging van God dat ze het juiste deden. Geïnspireerd en aangemoedigd door hun theologen hebben bijvoorbeeld Afrikaners lange tijd geloofd dat ze “scheppers van een nieuw volk, een ander Israël waren, een paradijs dat God voor hen had bestemd,” en “een natie die hen toekomt omdat zij ons gegeven is door de architect van het universum.” (1)
Alec Ryrie schrijft hierover in zijn boek Protestanten:
Aangezien het martelaarschap de hoogst mogelijke eer voor een christen was, was vervolgd worden paradoxaal genoeg een bewijs van Gods liefde. Deze paradox heeft het christendom een ongelooflijke veerkracht verleend. Hoe harder iemands vijanden hem slaan, hoe sterker zijn overtuigingen worden. Staatsgeweld houdt meestal in dat de staat zijn slachtoffers zo intimideert dat ze zich onderwerpen. De eerste christenen ontdekten echter dat het martelaarschap hun spirituele kracht gaf, en vooral door het feit dat ze werden vervolgd. Het bloed van de martelaren was de spreekwoordelijke voedingsbodem van de kerk (2).
Zo werd en wordt in de naam van God veel geweld gelegitimeerd. Geweld in Gods naam is echter nooit legitiem. Een leerzaam boek is Niet in Gods naam van Rabbi Jonathan Sacks die hierin ook uitgebreid ingaat op het schijnbaar door God opgedragen geweld in het Oude Testament.
Zo ontstaat een bizarre wereld: regimes, sekten en individuen die menen God een plezier te doen en punten te scoren door andersdenkenden en andersgelovigen te vervolgen of te doden terwijl, in het geval van christenen, de slachtoffers van diezelfde vervolging een bewijs zien van hun eigen zuiverheid en toewijding.
Het idee dat we met elkaar in dezelfde wereld leven die we met elkaar leefbaar moeten houden lijkt voor menigeen te groot en niet te doen. Hebzucht, de andere het licht in de ogen misgunnen, Wij tegen Zij; ik zou haast de moed opgeven en me terugtrekken in mijn (denkbeeldige) mancave en de boel de boel laten.
Het antwoord begint echter bij het van je afschudden van die machteloosheid en beginnen waar alle verandering begint: in het eigen hart en in de directe omgeving. We geven ons leven niet aan een regime, ideologie of systeem maar investeren het in de ander.
Het eten was goed! Enige minpuntje is dat mijn Leffe Trippel werd geserveerd in een Bavaria glas.
(1) Protestanten, Alec Ryrie, Hfdst 13)
(2) Ibid. Hfdst 4
10 juli 2020
De kunst van het fileren
04 juli 2020
Het weursjip trauma van 2009
28 juni 2020
Het gefluister Gods
18 juni 2020
Tante Eva moet dood!
Iedereen in de
familie weet dat tante Eva de oorzaak is geweest van een heleboel ellende. Ze
zette familieleden tegen elkaar op en kreeg het zelfs voor elkaar ze zover
uiteen te drijven dat zelfs broers en zussen elkaar niet meer wilden zien, laat
staan spreken. Naar verluidt deed tante Eva zelf natuurlijk nooit iets. Het was
altijd de ander. Zij kwam slechts voor haar rechten als slachtoffer op en, nog
veel belangrijker, het belang en welzijn van anderen.
Zelf heb ik tante
Eva nooit in levende lijve ontmoet. Ze houdt zich op in de schaduwen van het bestaan van waaruit
ze opereert. Een prikje hier, een suggestie daar plus een zakje twijfelzaad bij
de jaarlijkse kerstgroet. Ook werkt ze nauw samen met oom Evert.
Het vreemde is
dat iedereen in de familie van haar bestaan afweet maar niemand het lef heeft
om over haar te praten en het gif dat ze verspreidt te noemen wat het is: gif. We praten liever om haar heen zodat we niet hoeven te praten over waar het echt om gaat.
Ik denk dat de
reden voor het niet noemen van tante Eva gelegen is in het feit dat wat ze doet
zo lekker aansluit op mijn gevoel van eigen gelijk. Het gevaar is dat, als
tante Eva het onderwerp van het gesprek wordt, de deelnemers aan dat gesprek
zich gaandeweg onprettiger gaan voelen; het eigen gelijk blijkt een flinke
dosis ongelijk te bevatten. En wie wil nou erkennen dat slachtofferschap en
daderschap zomaar ik elkaars verlengde kunnen liggen.
De idealistische
strijder tegen onrecht kan zich zomaar ontpoppen als een wrede, niets en
niemand ontziende demagoog wanneer hij de ruimte van de onrecht
vertegenwoordigende en nu gewipte heerser inneemt. De geschiedenisboeken spreken
hier voor zich. Ik zou dat uiteraard natuurlijk nooit doen.
Als familie hebben we onlangs de koe bij de horens gevat en het besluit genomen om tante Eva en elke herinnering aan haar bestaan uit te vagen. Fotoalbums zijn ontdaan van beeltenissen van tante en we hebben haar naam door laten halen in het bevolkingsregister. Wat ons betreft heeft tante Eva nooit bestaan en hoeven we het noemen van haar naam niet langer angstvallig te vermijden. Tante Eva? Nooit van gehoord. Tante Eva? Slechts een mythe.
Tot onze ontsteltenis is er vorige week iets in de familie gebeurd wat niemand had verwacht. We hadden ons zo verheugd op een leven vol pais en vree waarin we allemaal gelijk zijn en niemand wordt voor- of achter getrokken. Nu blijkt dat er een verre neef is die overduidelijk de genen van tante Eva heeft geërfd. Maar nog erger was dat bij het laatste familieberaad en tijdens een zeldzaam moment van eerlijkheid en zwakte, we allemaal erkenden dat (iets van) tante Eva in ons leeft.
Iedereen huilen natuurlijk maar ik dacht bij mezelf dat die ontdekking eigenlijk helemaal zo slecht niet was. Een leefbare wereld begint pas bij dit besef: tante Eva, dat ben ik.
13 juni 2020
Leugenstoffeerders
Als de weg uit het lijden eeuwige duisternis is en dat het enige lichtpunt is waar reikhalzend naar wordt uitgezien, heb je het niet langer over een verrekte spier. Dan hebben we het over uitzichtloos lijden.
De jongens die langs zijn gekomen om Job een hart onder de riem te steken en om uit te vogelen wat Job allemaal wel niet gedaan moet hebben om zo'n lijden te moeten ondergaan, spreken hem toe met enkele bemoedigende woorden:
- Job, je bent een winderige wetenschapper en je buik is gevuld met oostenwind.
- Job, als jij je mond opendoet hoor ik dat achter jouw woorden een flinke portie schuld schuilgaat.
- Job, je kent het gezegde "waar rook is, is vuur". Ook al zegt God zelf van jou dat je rechtschapen en onberispelijk bent, het kan niet anders of je moet wel iets verkeerds hebben gedaan. Anders zou dit je niet overkomen. Het beste is dat je je dus bekeert.
Job weet echter niet waarvan hij zich zou moeten bekeren en smeekt God om dat aan hem te laten zien: "Laat het me zien of laat me met rust, dan zal ik nog een beetje plezier hebben van de dagen die ik nog op aarde heb."
Job zelf is echter niet van gisteren en put uit een heerlijk arsenaal aan metaforen. Zijn vrienden noemt hij leugenstofeerders en kwakzalvers die beter hun mond kunnen houden; dan komen ze wijzer over dan wanneer ze hun scheur opentrekken.
Ze zijn vijftien hoofdstukken onderweg en nog geen steek verder. Ze maken elkaar uit voor rotte vis en menen stuk voor stuk dan hun beeld van God juister is dan dat van de ander.
- Alles wat God doet, doet hij ten diepste uit liefde.
- Hij kan er wel wat aan doen, maar staat het toe.
- We verdienen niet beter.
- Hij staat het toe om de mens iets te leren.
- We moeten het maar aanvaarden zoals het is.
- In Christus is het allemaal opgelost.
- We moeten ruimte laten voor het mysterie.
- En meer.
Ondertussen gaat het lijden door. Volgens berekeningen van de wereldgezondheidsorganisatie pleegt er iedere 40 seconden iemand ergens op de wereld zelfmoord. Persoonlijk ken ik zo'n diep lijden niet maar als ik het verhaal van Job lees kan ik me voorstellen dat de dood omarmt wordt als het licht aan het eind van een inktzwarte tunnel. Velen vertellen hun verhaal niet. Wellicht uit schaamte, schuld of gebrek aan woorden maar ik denk vooral omdat elk woord van troost in dat lijden als luchtig zout in de wonde wordt ervaren.
Ze begonnen goed, die vrienden van Job. Ze kwamen en waren er voor Job in een woordeloos zijn. We lezen niet hoe Job dat ervaren heeft en het is moeilijk een boek te schrijven over niet zo heel veel. Na zeven dagen van "zijn" is het Job zelf die de stilte doorbreekt. De dialoog begint en er komt geen einde aan. Wat als God nu zelf eens zou spreken en uiteen zou zetten hoe het nu precies in elkaar steekt. Ik kan niet wachten!
05 juni 2020
De Job van God a.k.a. De kop van jut
01 juni 2020
De apostel met z'n kijkdoos
De uitdaging bij het trachten te duiden van de tijd waarin we leven en de mogelijk daaruit voortvloeiende toekomstscenario's, is om je niet te laten verleiden dit te doen vanuit een korte termijn perspectief en/of slechts het heden als uitgangspunt te nemen.
Pas als je ver en breed terugkijkt kun je wellicht iets wezenlijks zeggen over morgen. Maar dat doet men over het algemeen niet. Toen de bedelingenleer in de 18e eeuw nieuw leven werd ingeblazen was de Paus de grote boze man (en is het voor velen nog steeds). In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren het de Russen, daarna China en nu blijkbaar Bill Gates.
![]() |
| Viktor Vasnetsov, de vier ruiters van de Apocalyps |
De stelligheid waarmee we om de oren worden geslagen met doemscenario's betreffende de opwarming van de aarde is hiervan ook ander voorbeeld. Kijk verder en breder terug en het perspectief verandert hoewel het niets afdoet aan onze verantwoordelijkheid om goed rentmeesterschap te bedrijven.
Ik denk dat een wezenlijk probleem is dat niemand met een lege kijkdoos begint. Als ik mijn kijkdoos ga vullen met fenomenen die zich vandaag voordoen, realiseer ik me dat er al heel wat in mijn kijkdoos zit. Aannames en ideeën over wat ik denk dat de Bijbel en anderen over de toekomst, God en de mens zegt; ik zal onbewust dat wat ik nu zie, vind of voel, zo in mijn kijkdoos plaatsen dat het beeld dat er al is, wordt bevestigd. Dat is ook de reden dat complottheorieën worden ontwikkeld en door velen gretig worden afgenomen; "kijk eens hoe mooi het allemaal past in mijn kijkdoos!"
Toch getuigt het wel van moed om zo'n serie op Youtube te plaatsen. Ik vind het wel stoer hoewel de beste man in mijn beleving een karikatuur van zichzelf maakt en ik het niet anders kan zien dan een Jiskefet sketch of een aflevering van "man bijt hond." Anderen daarentegen zullen hem en zijn stelligheden omarmen als een godsgeschenk omdat het zo fijn in hun kijkdoosje past.
Hoop heeft alles met de toekomst te maken. Hoop kun je niet zien, hooguit omschrijven als een beleving, een soort van "diep weten" dat als een anker heden en toekomst met elkaar verbindt. Dat de mens die hoop wat handen en voeten probeert te geven is een eigenschap die ons onderscheidt van de dieren. Hoop echter die tastbaar wordt en je als het ware vast kunt houden kan je ontnomen worden en daarmee een illusie armer maken.
Nee, geef mij een toekomst die gemotiveerd wordt door die onzichtbare hoop. Die verwacht ik met een volharding die sterker is dan welk mogelijk toekomstscenario dan ook.
(*) De bedelingenleer (of dispensationalisme) is een systematisch-theologisch kader, dat ervan uitgaat dat Gods plan met de wereld kan worden opgedeeld in verschillende bedelingen. Zo hebben christenen het vaak over "de eindtijd," zeg maar dat we aan het eind gekomen zijn van een reeks bedelingen waarbij men reikhalzend uitziet naar een dramatische, bovennatuurlijk ingrijpen van God dat pas zal gebeuren nadat de tegenstander van God een tijdje gigantische te keer kan gaan. Met andere woorden, het moet eerste veel erger worden voordat een nieuwe tijd aanbreekt. In deze context worden dan Corona, Gate en 5G geplaatst.
De gevende mens is een beter mens
Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...









