06 maart 2012

Betrouwbare boef

We kennen zijn woorden een vrijwel absoluut gezag toe en de heidense kerk is voor een belangrijk deel op zijn interpretaties, richtlijnen en adviezen gebouwd, gegroeid en gescheurd. Met grote woorden beschrijft hij de kracht en macht van God die in staat is om oneindig veel meer te doen dan alles wat wij kunnen vragen of bedenken. Hij moedigt het volk van God aan om die kracht na te jagen, te testen en te doorgronden.
De man van de grote woorden zit echter zelf in de gevangenis; een bewijs van de kracht en macht van de God die hij dient?
Nu lijkt het gros van de kerk er niet meer mee ter zitten dat hij werd afgeschilderd en weggezet als een boef, een crimineel die verdeeldheid zaaide en de status quo van de bestaande geestelijke machtsverhoudingen openlijk en met verve bekritiseerde.
Wat zou zijn directe omgeving hebben gedacht? Waar rook is, is vuur? Iemand zit toch niet voor niets in de gevangenis? Ook al is hij onschuldig, er zal vast wel iets van waarheid in de aanklacht zitten.
Hoe betrouwbaar is het getuigenis van een beklaagde?
Paulus deed niet zo aan politieke correctheid en dat kwam hem duur te staan. Uiteindelijk sterft hij in ballingschap; zijn vrijheid hem ontnomen.
Echter, de impact van zijn woorden reikt door de eeuwen en de geschiedenis heen. Ze vormen en bepalen vandaag mijn geloof en die woorden liggen op mijn bureau - vandaag in de vertaling van Groot Nieuws.
Men kon zijn fysieke bestaan begrenzen maar zijn woorden niet.

Het gaat me echter om de paradox van enerzijds het bezingen van de kracht en macht van God, die nog oneindig veel groter blijkt te zijn en daartegenover de gevangen bezinger. Hoe verhouden die twee werkelijkheden zich tot elkaar?
Paulus leek er niet zo mee te zitten. De oneindige kracht en macht van God staat los van de beperkingen waartoe we in het aardse bestaan veroordeeld zijn. Deze beperkingen manifesteren zich voor iedereen op een unieke manier en de kunst van het leven is om met en in die beperkingen het koninkrijk van God te zoeken en te vinden.
He kracht en macht van God staan los van de materiële werkelijkheid. Hoewel er lieden bestaan die deze kracht en macht koppelen aan aardse zegeningen in de vorm van voorspoed en welvaart; gezien vanuit de Bijbel houdt die koppeling geen stand.
Het was en is nog steeds Immanuel: God met ons. Hier en nu en ongeacht de omstandigheden waarin we ons bevinden. Paulus begreep en ervaarde dat. Daarom kon hij zingen en schrijven over die geweldige kracht en macht.

Efeziers 3:20-1:1.

Paulus in de gevangenis. Rembrandt van Rijn

05 maart 2012

Een plasje neerleggen

Tijdens onze internationale leidersvergaderingen van afgelopen week is het me weer gelukt om (redelijk onbedoeld) iemand tegen we in het harnas te jagen. Net zoals in kerkdiensten met een open tijd van aanbidding of gebed het na verloop van tijd enigszins voorspelbaar is wie er wat gaat bidden is het ook redelijke voorspelbaar wie er tijdens vergaderingen zijn of haar plasje neer moet leggen. Zo vroeg ik me vorige week af wanneer "Henk" naar de microfoon zou lopen om z'n jaarlijkse plasje te doen. Ik werd niet teleurgesteld. Henk kwam en plaste. Niemand weet waar Henk het nu precies over had of wat hij bedoelde maar plassen zou hij.
Nu is dat op zich niet zo erg of vreemd. Volgens mij vriend, collega en kenner van mensen Jan B. heeft ieder mens de behoefte om tegen een boom of boompje aan te plassen. We willen graag onze aanwezigheid op het levensterrein markeren en een plaats in haar historie opeisen: "Ik was hier."

Daar gaat het me nu even niet om. Helemaal niet erg. Hoewel de grote blaas van sommigen toch wel irritatie op kan wekken. Zo ook de blaas van Henk en ik moest het even kwijt. Dus sprak ik Henk erop aan: "Henk, je hebt me niet teleurgesteld; ik wist dat je kostbare zendtijd op zou eisen en tegen een boompje aan zou plassen."
Henk kwam er later op terug. Hij was beledigd en wilde weten wat ik bedoelde. Ik legde hem uit dat zolang ik hem ken, hij bij elke vergadering het een hele tijd over helemaal niets heeft en dat dat mij (en vele anderen) ergert.
We hebben het keurig uitgepraat en de kou tussen ons is uit de lucht.
Volgend jaar doet hij het weer. Hij kan niet anders. Volgend jaar vind ik het minder erg en ik verwacht dat we, mocht er tijdens zijn actie oogcontact tussen ons zijn, in mijn ogen een blik van vermoeide berusting te zien zal zijn en in zijn ogen een glimmertje van "Ik ben hier."
Ach, het hoort er een beetje bij.

03 maart 2012

Vliegen is gewoon niet leuk


Geniet van het moment en denk niet aan de dertien uur stilzitten. Makkelijker gezegd dan gedaan. Toch heb ik her weer overleefd. Een dubbele dosis Ambien verzacht en verkort de reis. Nu stilstaan voor een rood sein op het spoor. Wat de terugreis ook veraangenaamde was de ontmoeting met David Verboom en zijn ouders die een paar weken in BKK verblijven. Lekker bijbeppen en verwonderd staan over hoe snel kinderen opgroeien. Wat een leuk gezin!

De conferentie zit erop. De spannendste in de historie van OM. De vijand zal er alles aan doen om de vaak al kwetsbare eenheid te vernietigen. Ook deze week heeft de genade gezegevierd. De geschiedenis van OM staat bol van het getuigenis van genade, verzoening en de de realiteit van het kruis  an Golgotha.
Martha wacht me op bij CS. Het leven is goed en het discomfort van de reis smelt weg met iedere kilometer die mij dichter bij haar en huis brengt.

02 maart 2012

blogloos

Laptop gecrasht net voordat ik naar Bangkok vetrok. Slechts mijn telefoon als coms middel. Typt verschrikkelijk. Ben over 30 uur weer thuis en moet nodig bijbloggen over deze historische leidersvergadering. Oude paradigma's verdwijnen. Zendingsdenken en praktijken moet worden herzien. Goeie zaak! Te lang heeft het eenzijdige westerse model de boel gedomineerd.

24 februari 2012

Loopgraafvoeten

Het "ontdekken" en "begrijpen" van de wil van God beschrijven deze als een reis, of een proces (Ef. 5:10, 17) dat altijd in een context plaatsvindt. In zijn brief aan de Efeziers is die context het contrast dat Paulus schetst. Hij zegt: dit is het niet (meedoen aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis en dwaas denken) en laat het aan de lezer om invulling te geven aan de tegenhanger; wat het wel is. En wat het wel is, is te toetsen (het woord dat hij voor ontdekken gebruikt is "aan een test onderwerpen). De uitkomst van die test, of reis, valt ruim binnen het gebied dat de paraplu van "goed, recht en waarheid" vrijhoudt van dwaze nattigheid.
Om "goed, recht en waarheid" te begrijpen kun je niet om de informatie heen die daarover in het instructieboek te vinden is. Veel zaken zijn vrij gemakkelijk te toetsen en Paulus noemt enkele voorbeelden. Als je een dief was; kappen met stelen. Wordt je kwaad? Niet boos blijven; doe er wat aan!
Zomaar twee instructies die best wel wat perspectief bieden aan mensen wier leven in het teken staat van wrok, haat en drift. De nattigheid van de wereld zegt dat je recht hebt op die gevoelens; je bent terecht kwaad. De moeilijke jeugd, de opgelopen trauma's, het aangedane onrecht; als je een optelsommetje maakt kun je allemaal wel wat meer of minder vinden. Vervolgens gaat die boosheid de mens en zijn denken en handelen bepalen. Niet de wil van God, maar het eigen gelijk wordt het reisdoel.
Een helend aspect aan het Evangelie is dat ik me niet langer door al die nattigheid hoef te laten bepalen. Ik hoef niet een groot deel van mijn leven met geestelijke loopgraafvoeten rond te lopen. Dat is niet alleen slecht voor mijn voeten maar heeft onmiddellijk en langdurig effect op mijn algehele welbevinden.

Onlangs vertelde een jongeman me dat hij voelde dat God hem toestond om een periode te puberen; zich in de nattigheid van de wereld te storten en dan te ontdekken of dat wat God als alternatief biedt, echt wel zoveel beter is.
Stelling: wanneer het voelen van Gods wil het ontdekken en begrijpen van die wil, op grond van Zijn geopenbaarde woord, verdringt, is de kans op loopgraafvoeten het grootst. Het nare ervan is dat de naastgelegen delen van het lichaam er door geïnfecteerd worden en samen met de voet afsterven.

18 februari 2012

Groeien in de ruimte


Zo'n driekwart meter van mijn neus,
daar loopt mijn lichaamsgrens, ja heus,
En al die onbebouwde lucht ertussen
Die is van mij, een lucht(ig) kussen.
Dus vreemdeling, tenzij je me begeert,
wil ik dat je manieren leert.
Passeer die grens vooral niet ruw:
Ik zal niet schieten, maar ik spuw.
(Auden 1965, vertaling F.R. Oomkes)

Edward Twitchell Hall, Jr. (May 16, 1914 – July 20, 2009) was een Amerikaanse antropoloog en cross-culturele onderzoeker. Hij is vooral bekend om de ontwikkeling van het Proxemics concept[1], een beschrijving van hoe mensen reageren en zich gedragen in verschillende cultureel bepaalde persoonlijke ruimte.



Het begrijpen van dit concept helpt om het (huis)kringenwerk in een gezond perspectief te plaatsen. De nadruk op kringen, die in sommige groepen extreme vormen aanneemt waarbij het massale van grotere kerken exclusief plaats maakt voor kerken die uitsluitend uit (huis)groepen bestaat, is deels gebaseerd op de aanname dat kleinere groepen hechter en intiemer zijn; men komt meer 'tot elkaar.'
Nu is het inderdaad zo dat een zondagsamenkomst vooral een gebeuren in de publieke ruimte is. Dat wordt over het algemeen wel onderkent. Om toch tot christelijke gemeenschap te komen zijn er de kringen. Echter, bijeenkomen in een kring, of lid zijn van een kring, betekent niet dat de onderlinge  relaties tussen de deelnemers aan die kring vanzelfsprekend als kwalitatief beter kunnen worden beschouwd of beleefd. 

Intimitiet en gemeenschap laten zich niet afdwingen of organiseren. Het blijft toch een kwestie van afwachten of er sprake is van een klik tussen de deelnemers. Neem een huiskring van een man of tien waar je lid van bent. De manier waarop je je verhoudt tot je negen mededeelnemers zal van persoon tot persoon verschillen. Als oefening zou je de namen van de negen andere leden in de verschillende ruimtes moeten proberen te plaatsen. In de praktijk zul je slechts een enkeling in je 'intieme' ruimte plaatsen.
Onder deze blog vindt je een korte omschrijving van de verschillende ruimtes [3].



De uitdaging, met name voor de kerk, is om niet slechts de publieke en intieme ruimte to propageren en te faciliteren maar ook de sociale en persoonlijke[2]. Het creëren en faciliteren van sociale ruimte (koffie voor de dienst bijvoorbeeld) voorkomt onder andere dat mensen de open tijd van gebed,  die sommige vrije gemeentes bieden, wordt misbruikt voor persoonlijke mededelingen (sommige profetieën zijn niets meer dan het ventileren van persoonlijke klachten of kritiek). 
Het rekent ook af met een al te strikte scheidingen tussen die broodnodige sociale ruimte en de agenda. We kennen het wel: "Als iedereen een plaatsje zoekt, dan kunnen we beginnen." De agenda is een zakelijke agenda en die moet worden afgewerkt. Niets mis mee, maar ongewild en onbewust wordt de sociale ruimte daarmee gedegradeerd tot 'mindere ruimte.' 

Interessant in mijn onderzoek is de score die men geeft aan de mate waarin de (huis)kring bijdraagt aan persoonlijke groei en transformatie. Van de tien mogelijkheden waaruit men kan kiezen, eindigt de kring slechts op de achtste plaats. De hoogste vijf scores vallen allen onder de noemer "vriendschappen" waarin men een belangrijke mate van intimiteit beleeft.


[1] De studie van het afstand houden in sociale interacties
[2] Met dank aan J. Myers "The Search to Belong."
[3] De vier ruimtes: 


1. Publieke of, openbare, ruimte 
Publiek 'thuis zijn' vindt plaats wanneer mensen zich met elkaar verbinden door een invloed van buitenaf. Supporters ervaren een vorm van thuishoren omdat ze hetzelfde team aanmoedigen. Ze dragen, voor de gelegenheid, gepaste kleding, staan vroeg op, blijven laat op en reizen door weer en wind, alleen maar om een wedstrijd te kunnen zien. Dit soort relaties zijn belangrijk in ons leven. Voor sommigen is de kerkdienst op zondagochtend een openbare ontmoeting en niet meer dan dat.


 2. Sociale ruimte 
Dit ervaren we wanneer we “polaroids” delen die we uit onze persoonlijke ruimte meenemen. Als iemand het begrip “eerste indruk” gebruikt, doelt hij/zij op deze sociale ruimte. Je verhoud je sociaal tot anderen op verjaardagsfeestjes, tijdens vergaderingen en de kassière van de plaatselijke supermarkt, de apotheker en veel van je collega’s of medestudenten. Sociaal thuishoren is om twee redenen belangrijk. Allereerst voorziet het in de ruimte om “buurman” of “buurvrouw” te zijn. Een buur is iemand die je goed genoeg kent om hem of haar om te vragen iets voor je te doen, of dat kopje suiker te lenen. Ten tweede is het belangrijk omdat het ons de ruimte verschaft waarin we die personen ‘selecteren’ waarmee we een diepere relatie willen ontwikkelen. In deze ruimte wordt informatie uitgewisseld die de ander helpt te beslissen of hij/zij zich wel aan ons wil verbinden. We krijgen net genoeg informatie om op een niet bedreigende manier die persoon op een afstand te houden of naar een andere ruimte te verplaatsen.


 3. Persoonlijke ruimte 
In deze ruimte delen we prive-, of persoonlijke ervaringen, gevoelens en gedachten. We noemen de mensen waarmee we ons in deze ruimte verbinden “goede vrienden.” Zij weten meer over ons dan een kennis maar ook weer niet zoveel dat het oncomfortabel wordt.


 4. Intieme ruimte 
In deze ruimte delen we “naakte” ervaringen, gevoelens en gedachten. Ieder mens heeft slechts een aantal relaties in deze ruimte. Zij zijn het die de naakte waarheid over ons kennen en we schamen ons niet.

14 februari 2012

God verandert wel, of misschien ook niet

Gisteren kwam ik een aardig staaltje van eenzijdige bijbeluitleg tegen. Op de vraag of God wel eens van gedachten verandert antwoordde de beantwoorder in een poging om de tekstgedeelten te verklaren waaruit blijkt dat God wel degelijk wel eens van gedachten verandert:
"De tekstgedeelten die worden geïnterpreteerd als zou God van gedachten veranderen zijn menselijke pogingen om het handelen van God te verklaren. God ging iets doen maar besloot het toch anders te doen. Wij zouden zeggen dat dat als een verandering klinkt. Maar voor God, die alwetend is en soeverein is het geen verandering. Hij wist altijd al wat Hij zou gaan doen." (bron)
Dit verwoordt de toch wel algemeen aanvaarde theoretische dogma's aangaande Gods alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid.
Waar de beantwoorder scheef schaatst is de aanname onveranderlijkheid als uitgangspunt. Dat is de fundamentele gedachte die staat en iedere variant of afwijking daarop moet worden weggeïnterpreteerd.
Je zou echter van een ander fundamenteel uitgangspunt uit kunnen gaan; die van de veranderlijkheid van God en alle afwijkingen en varianten daarop weginterpreteren.

Een voorbeeld van de traditionele aanpak is deze:
We lezen in Maleachi 3:6, Jacobus 1:17 en Numeri 23:19 dat God nooit van gedachten verandert. Hoe moet ik dan een tekst als Genesis 6:6 lezen waar God er spijt van heeft dat Hij de mens gemaakt heeft en besluit om het experiment te stoppen?

Wat ook kan is dit:
We lezen in Genesis 6:6, Jona 3:10 en Exodus 32:14 dat God van gedachten verandert. Hoe moet ik een tekst als Numeri 23:19 dan lezen? Wat ik daar lees staat immers haaks op de gedachte die we in die andere verzen vinden!

Je kunt er zoveel Hebreeuws bijhalen als je wilt, wat blijft staan is dat de tegenstelling een reële is. Het is allebei waar. Waarom is men zo bang voor paradoxen en weert men deze als de pest? Kan het zijn omdat we het maar moeilijk vinden om te erkennen dat we iets gewoonweg niet weten? 

Wat de paradox overstijgt is de Genade. Die "is verschenen" en heeft ons het ware gezicht van God laten zien. Daar is niets paradoxaals aan. En dat is maar goed ook. Op dat fundament kun je bouwen: Christus.

13 februari 2012

Weg met de manager!

Wanneer een bedrijf moet bezuinigen zijn het vooral managers en consultants die voor hun baan moeten vrezen. Blijkbaar kan een bedrijf zonder deze 'plekken' aardig voortbestaan.
Stel je voor dat de minister die verantwoordelijk is voor de auto's de treinen en de boten toegeeft dat de scheiding van spoor en spoorboekje een gruwelijke, monsterachtige fout is geweest, spijt betuigt en belooft dat het spoor en het noodzakelijke boekje binnen drie weken weer herenigd worden. De machinist en conducteur worden weer verantwoordelijk voor hun trein en het stukje spoor waar de trein op rijdt. Een mogelijk slecht werkende wissel wordt weer tot meewerken gedwongen door er wat tegen aan te husselen.
Hoe groter de afstand tussen het mannetje en het produkt, hoe groter de afstand tussen dat mannetje en de klant. De klant doet er niet meer toe en het product eigenlijk ook niet. Hoe groter de afstand, hoe kleiner de betrokkenheid.
Wat dan optreedt is een extreme vorm van "compassion fatigue," ofwel, "ik word gillend gek van al die mensen die iets van me moeten." Die extremere vorm is "indifference fallout," ofwel "het kan me allemaal niets meer schelen."

"Toen Hij (Jezus)  de scharen zag, werd Hij met ontferming bewogen" (Mat. 9:36)
Cool!
Dus ook Jezus had het nodig om zich op de werkvloer te bewegen. Die concrete beweging werkte bewogenheid uit.
Een bedrijf of organisatie kan zonder al te veel nare gevolgen die mensen "laten gaan" die niet of nauwelijks op de werkvloer te vinden zijn. Uiteindelijk zijn deze meer last dan lust en dragen weinig tot niets concreets bij aan de uitvoering van welke missie dan ook.

Meewerkende managers, daar ben ik wat milder over. Die combineren leidinggeven met concrete betrokkenheid bij hun product. De "gewone arbeider" is dan niet langer de dupe maar wordt hooggacht als zijnde cruciaal voor het welslagen van de missie. Naar hen luister ik graag als ze wat te melden hebben.
Een loerend gevaar voor de Christelijke professionals is dat ze meer en meer verwijderd raken van de werkvloer. Ze worden experts en trainers die nog even kunnen teren op hun vroegere concrete betrokkenheid. Na verloop van tijd verworden zij tot mannetjes en vrouwtjes die alles keurig herleiden tot opsommingstekens en principes en de goegemeente in vertwijfeling achterlaten met de vraag hoe ze dat allemaal moeten doen. Het leven laat zich niet vergelijken met een in een keurige symmetrische partjes gesneden en verdeelde boterham met kaas maar eerder als een grillig soepje waarvan elk hapje weer anders is.



08 februari 2012

Recht op voorspoed

Zojuist in een boek begonnen dat meteen een zurig gevoel op mijn tong genereerde. Ralph Neighbour schrijft over een ontmoeting met een man die om gebed vroeg,

Een man vroeg me "Wil je voor me bidden dat mijn zaak mag floreren? Ik zit tegen een bankroet aan en ik wil dat God me zegent." Ik reageerde, "Mag ik je een vraag stellen? Heb je God trouw geëerd met de winsten die je maakte in het verleden? God zegt in Maleachi dat als we trouw aan Hem zijn en Hem niet van zijn tienden beroven, hij de sluizen van de hemel zal openen!"
Hij bekende, "Wel, ik moet zeggen dat ik het werk van de Heer al jarenlang niet heb gesteund."
"Ik heb een dilemma," zei ik, hardop denkend. "Hoe kan ik God vragen om een dief te zegenen die van God heeft gestolen? [1]

Een slecht begin van een overigens aardig boek. Het zet echter wel de toon en plaatst de materie in het theologische kader dat de schrijver omarmt. Dat theologisch kader komt er simpelweg op neer dat als ik God geeft wat (ik denk dat) Hem toekomst, geeft God wat ik vind of denk dat mij toekomt.
Het zijn dit soort vergelijkingen en veralgemeniseringen die het denken van complete volksstammen beheerst en de basis vormt voor het welvaartsevangelie. Het geloof wordt gereduceerd tot een rekensom. Daar waar dingen misgaan of niet uitwerken wat ik hoop of waar ik meen recht op te hebben kan het niet anders of er is een debet op  mijn kant van de balans. Vindt de debetpost, stort een krediet en de balans is weer zuiver. De zegenstromen kunnen weer ongehinderd en rijkelijk heen en weer stromen.
Ik heb vrienden die een eigen zaak hebben en door moeilijke tijden gaan. Personeel moet worden ontslagen en sommigen zitten zelfs tijdelijk zonder werk. Een mogelijk bankroet ligt niet alleen op de loer maar manifesteert zich aan hen als een welhaast onvermijdelijk monster. Deze zelfde vrienden ondersteunen het werk van de Heer (om even bij de cliché te blijven) rijkelijk en hebben volgens deze redenering eerder een tegoed dan een tekort bij de Heer opgebouwd. Toch gaat het niet goed. Misschien dat er ergens anders een onbalans is? Toch nog maar eens goed kijken.
Als het regent worden we allemaal nat. Net zo goed als dat de economische crisis gelovigen en ongelovigen raakt, zonder daarbij te discrimineren.
Zegen van God wordt te vaak en te gemakkelijk vertaalt in economische welvaart. Erg hip is momenteel ook de lichamelijke welvaart; alleen jammer dat we toch allemaal dood gaan, het zou fijn zijn als we ook daar in Jezus naam een stokje voor konden steken.
Stel dat de zakenman uit het voorbeeld wel het werk van de Heer trouw en royaal had ondersteund? Wat zou de auteur dan hebben gebeden? Tja, we weten het niet want dat soort voorbeelden doet het niet goed in een boek - de tienden werden keurig afgedragen en toch gaan de sluizen niet open. Dan weten we opeens niet zo goed wat we moeten bidden of sturen de vrager naar huis met de opdracht om nog eens wat serieus zelfonderzoek te doen; er is vast wel iets, ergens mis.
Even terzijde; als het om geld gaat zijn we er vaak als de kippen bij om met Oud Testamentische wetten en voorschriften te smijten. Niet zo heel erg consequent waar men zich tegelijkertijd beroept op en roemt in de Genade - we kunnen niets verdienen!
De manifestatie van Immanuel - God met ons - ongeacht onze lichamelijke, economische en wat voor omstandigheden dan ook is de rijkste zegen die men zich kan wensen. Daarvan te kunnen getuigen is de meest realistische uitdrukking van een diep besef van genade die in alle vezels van iemands bestaan is doorgedrongen.


[1] Ralph W. Neighbour, Jr.  Christ's Basic Bodies (Texas: TOUCH Publications, 2008), 23.

06 februari 2012

Relatie niet zonder religie

De populariteit van de bijna 20 miljoen keer bekeken clip op youtube waarin een jongeman zijn aversie tegen religie niet onder stoelen of banken steekt bevestigt het blijkbaar heersende ideee dat religie en relatie elkaar uit behoren te sluiten. Excessen in de geschiedenis maar ook in de huidige, moderne tijd verklaren de sympathie voor een accent op relatie en het exorciceren van religie, met name de religieuze systemen.
De vraag is echter of deze twee wel tegenover elkaar gesteld kunnen worden. Als je even snel door de vraag heenfietst is het antwoord een volmondig "ja." Maar wat nu als je in de handrem knijpt en de vraag wat nauwkeuriger bekijkt?
Elke relatie bestaat binnen een systeem. Dat systeem ontwikkelt zich vanzelf, met name in het begin van die relatie. Partners houden rekening met elkaars wensen, verlangens, persoonlijke ruimte en grenzen. In mijn relatie met Martha span ik me in om deze nauwgezet in acht te nemen (Cicero), me er aan te verbinden (Lactanius), mezelf achter te laten (Aulus Gellius), in alles te laten blijken dat ik haar verkies (Augustinus) Bron. Toen we op 2 juli 1982 trouwden beloofden we elkaar trouw. Aan deze belofte zijn door de wet voorwaarden en voorschriften verbonden (Zie burgerlijk wetboek 1, titel 5).
Met andere woorden, het systeem bepaalt de aard van de relatie.

Kan een relatie zonder religie? Het antwoord is simpelweg "nee." Een relatie zonder kaders, zonder systeem dat de grenzen, verwachtingen en verplichtingen beschrijft, is een relatie die voortdurend op drift is; het gaat slechts de kant op die omstandigheden en persoonlijke gevoelens dicteren. Het ontbreken van zo'n systeem kan alleen maar tot desillusie leiden; een die het gevolg is van verwachtingen die er wel zijn maar niet, of onvoldoende zijn uitgesproken en in lijn gebracht met wat de ander te bieden heeft of overeenstemmen met de verwachtingen van die ander.

Het geloof kan niet zonder religie; sterker nog, geloof is religie.Religie schept duidelijkheid. Jezus verwoordde Zijn verwachtingen omtrent een relatie met hem helder. Wanneer Hij het heeft over vader en moeder haten, bezittingen verkopen, kruis opnemen, doet Hij niets anders dan de voorwaarden en voorschriften op papier zetten. Juist het ontkennen van 'religie' leidt tot slappe, nietszeggende relaties die meer romantisch van aard zijn dan degelijke bouwwerken zijn die tegen een stootje kunnen.

Helaas zijn er excessen en die zullen er altijd blijven. De relatie, met het daarbij horende systeem, kan namelijk niet aan een ander worden opgedrongen. Daar waar men dit toch doet, gaat men voorbij aan het wezen van God, die de mens de vrijheid geeft om die relatie wel of niet aan te gaan. De mens verheft zich daarmee boven God en kent Hem eigenschappen toe die Hij niet heeft. Het (desnoods met geweld) vestigen van een theocratie is derhalve mensenwerk en is een schandvlek in de geschiedenis van de kerk.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...