03 februari 2012

De route naar de Rabbi


Wat doen mensen om op hun idool te lijken? Ze kleden zich als hun idool, gebruiken bij voorkeur dezelfde instrumenten of artikelen, imiteren de bewegingen tijdens een wedstrijd of optreden. Er zijn er echter maar weinig die zich aan hetzelfde strikte regime van training en voeding onderwerpen als hun favoriete voetbal-, of basketbalspeler. Ze willen er wel op lijken, maar het moet wel zo makkelijk en snel mogelijk. Dat is de zwakke schakel in de “Wat Zou Jezus Doen” benadering. Daar stellen we de vraag wat wij denken dat Jezus zou doen in een vergelijkbare situatie. Die vraag kan bijna onmogelijk objectief beantwoord worden omdat subjectieve componenten het objectieve vervagen. Wat denk ik, wat weet ik, wat wil ik, wat wens ik?  - we gaan te gemakkelijk voorbij aan het feit dat ons kennen onvolkomen is, en dat is dan een keurig woord.

Over het algemeen is dat ook de manier waarop wij met discipelschap omgaan. We leren zoveel mogelijk over Jezus om een arsenaal aan mogelijk acties en reacties op te bouwen die we in vergelijkbare situaties kunnen inzetten en gebruiken. Maar raakt het echt het wezen van ons "zijn"?
Scott Peck schrijft hierover:

Ik ken veel mensen die een visie hebben voor persoonlijke groei maar het ontbreekt hen aan de wil om het waar te maken. Ze willen, en geloven dat dit mogelijk is, de discipline die nodig is overslaan en zijn op zoek naar een sluipweggetje naar heiligheid. Vaak proberen ze het te bereiken door de oppervlakkigheden van heiligen te imiteren: een retraite in de woestijn of door timmerman te worden. Sommigen geloven zelfs dat ze door dergelijke imitaties daadwerkelijk heiligen en profeten zijn geworden. Ze zien niet meer dat ze nog steeds kinderen zijn en het pijnlijke feit moeten erkennen dat ze bij het begin moeten beginnen. [1]

"Alle begin is moeilijk," zegt men wel. Persoonlijk denk ik dat elk einde veel moeilijker is. Zonder goed einde is er geen gezond begin. Dat begin zal altijd achterhaald worden door een eind dat "onaf" bleek te zijn. Vandaar dat je Jezus er niet even bij kunt nemen. Het volgen van de Rabbi betekent dat huis en haard verlaten dient te worden, de schepen achter iemands leven verbrand dienen te worden. Je verhuist van Rotterdam naar Groningen om te studeren. Dan kom je niet iedere avond naar huis om te eten en te slapen om de volgende morgen vroeg weer naar het Noorden af te reizen. Natuurlijk blijft je familie je familie. In deze context moet mijn inziens het haten van de familie, het verkopen van de bezittingen en de opbrengst weggeven aan de armen en andere kwalificeerders moeten worden geïnterpreteerd.
Wat staat is een principiële bekering, een radicale omkeer; een nieuw begin waarbij het oude radicaal wordt afgezworen. Die omkeer is de eerste en belangrijkste stap naar een heldere route naar de Rabbi. Alleen een leeg blik kun je vullen. Een blik dat nog resten erwtensoep bevat zal uiteindelijk de hele inhoud doen rotten.
Maar het lijkt erop dat we zo graag toch nog wat vast blijven houden. "Een goed uiteinde," dat we elkaar voor een nieuw jaar toewensen, krijgt opeens een nieuwe dimensie.


[1] M. Scott Peck, The Road Less Traveled (New York: Simon & Schuster, 1978), 77.

02 februari 2012

Het knellende juk

Jezus maakte het de mensen niet gemakkelijk om een volgeling van Hem te worden. Om te kunnen voldoen aan de eisen die aan het volgelingschap hingen, moest een jonge vent eerst al zijn bezittingen verkopen, complete groepen werd opgedragen om vader en moeder, vrouw, kinderen en broeders en zuster, ja zelfs zijn eigen leven achter te laten (uhm, te haten). Dan heb ik het nog niet over kwalificeerders zoals "bekeert u."

Het besluit om Jezus te volgen is een van de meest traumatische in een mensenleven omdat het om zoveel meer gaat dan alleen een koerswijziging) met behoud van uitkering). Het raakt het wezen van de mens; zijn hart, zijn ziel. De erkenning dat er geen andere weg is dan (die van) Jezus impliceert de erkenning dat de eigen weg een heilloze is. Het betreft een persoonlijke toewijding aan Hem, die gestalte krijgt in het volgen van Hem en Hem de eerste plaats geven. In alle gevallen van “volgen” is er een bereidheid om Jezus in alles de eerste plaats te geven, ongeacht de kosten die dat met zich meebrengt.

Goed, iemand besluit om de kosten te berekenen en komt tot de slotsom dat het volgen van Jezus de prijs van het eigen leven waard is. Hij sluit zich aan bij de grote groep van volgelingen, of discipelen. Dat volgelingschap is niet een zwijgend volgen maar een actief meewerken aan het vormgeven aan de nieuwe taak: vissers van mensen ("Ik zal u maken tot..." Mat. 4:19).
Het gaat in discipelschap echter over meer dan een nieuwe taak. Het idee van het volgen van een Rabbi is dat de leerling op zijn Rabbi gaat lijken. Na verloop van tijd herkent men de Rabbi in de leerling: "o je kunt wel zien dat jij er een van Jezus bent."


Rabbi was en is een eretitel.  (Oorspr. Rab – ‘groot’, aanspreektitel voor iemand in een respectabele positie. Rabbi werd gebruikt voor mensen die in aanzien waren en waar met ontzag voor had. In tweede eeuw voor Christus werd Rab gebruikt voor ‘leraar’ en Rabbi voor ‘mijn leraar’ of ‘meester’. Nog later werd het gebruikt voor hen die de wet onderrichtten.
De schiftgeleerden lieten zich Rabbi noemen en Jezus zegt dat het onder zijn discipelen niet zo moet zijn (Matteüs 23:7); slechts één is uw meester.

Het is van groot belang om dit macro perspectief op volgelingschap te hebben. Zonder dit valt het volgelingschap uiteen in deeltjes die naar gelang de groep waar men zich bij aansluit de nadruk krijgen en daar lopen volgelingen op den duur op vast: het juk van de Rabbi, dat het leven lichter beloofde te maken, begint te knellen. En dat was nooit de bedoeling. Waar de focus moet liggen is op 'de route naar de Rabbi." Daarover morgen meer.

31 januari 2012

Wervelwind

In onze achtertuin zijn er plekjes waar afval, zoals afgevallen bladeren, zich ophoopt. Het ontwerp van de tuin is zodanig dat die geconcentreerde plekken waar dat afval zich ophoopt er gewoon zijn, ongeacht uit welke hoek de wind waait. Rondom hoge gebouwen die redelijk dicht op elkaar staan zie je eenzelfde fenomeen; op het open veld kan het windstil zijn, rondom die gebouwen lijkt het altijd te waaien en ook daar hebben losse zaken de neiging om zich op een plaats te nestelen.
Gods Geest waait. Vanuit het Noorden, Oosten, Zuiden en Westen en bij nadere beschouwing lijkt die kracht zich op een plek te concentreren: het lichaam van Christus.

Door de werking van de Geest lijkt alle activiteit zich te richten en tot rust te komen rondom de hoeksteen van een bijzonder gebouw. Alles lijkt daar te landen en zich te hechten aan die zwaar verankerde hoeksteen. De beweging van God heeft tot doel alle losse zaken tot een geheel te smeden; de plek waar Hij woont.
Dit is het beeld dat zich opdringt als je naar de laatste verzen in Efeze 2 staart.
Een aantal vragen borrelt, al starend, naar de oppervlakte:
Is dat gebouw er een die door tijd en eeuwen cumulatief is; zeg maar uitdijt? Of is het een gebouw dat met iedere nieuwe generatie opnieuw vorm krijgt waarbij de hoeksteen en fundering als onveranderlijke elementen permanent aanwezig zijn?
Waarschijnlijk is het allebei waar.
God kijkt er naar vanuit een eeuwig perspectief waarin tijd en ruimte geen rol spelen. Voor ons is dat vooral een abstract idee en abstracte ideeën helpen ons niet echt op maandagochtend.
Wij hebben te maken met de dagelijkse realiteit en kunnen helaas niet bouwen of steunen op de ervaringen van de generatie die ons voorging. In die zin moeten we steeds weer bij 'af' beginnen. Ja, we hebben toegang tot meer kennis en inzicht (het aantal boeken neemt alleen maar toe, met daarbij de polarisatie) maar dat betekent niet dat deze persé bijdragen aan persoonlijke verandering. Daar is wel wat meer voor nodig!
Het wonder blijft dat die Geest van God gewoon blijft waaien en de hoeksteen als vertrouwd ankerpunt rechtop blijft staan. Daar kunnen we op bouwen en steunen. Sommigen zouden die wind van God wat meer willen voorspellen maar het blijft een soms grillige, onvoorspelbare beweging. Uit deze verzen moge duidelijk zijn dat het uiteindelijk op die vast plek landt. Mocht het ergens anders landen dan was het een andere wind.

30 januari 2012

Werken kringen?

Kringen; het houdt de kerk bezig en men is voortdurend op zoek naar het antwoord op de vraag hoe deze zo effectief mogelijk tot een gemeenschap gesmeed kunnen worden. Wat is het toch dat veel mensen doet zoeken naar waarachtige verbinding met de medemens, verlangend naar bevestiging, bemoediging, steun en herkenning; kan het zijn dat de mens op zoek is naar dat wat er bestaat tussen de Vader en de Zoon, zoals Jezus deze vertaalt in Johannes 15. Daar blijkt dat de Zoon wil dat zijn volgelingen een eenheid beleven die bestaat tussen hem en de Vader en bij deze eenheid betrokken wordt. Dat is, zeg maar de geestelijke component van eenheid.
Hoe geven we deze vorm in ons aardse bestaan? Wat zoeken we? Wat  krijgen we? Wat dragen we zelf bij?
Om meer zicht op deze en andere aan kringen gerelateerde vragen te krijgen ben ik een onderzoek gestart en ben benieuwd naar de belevingen, ervaringen en verwachtingen van de moderne volgelingen van Jezus.
Zou je aan dit onderzoek mee willen werken en anderen op dit onderzoek willen attenderen?

Het invullen van de online vragenlijst voor leden van een kring neemt vijf tot tien minuten in beslag. Voorwaarde om deze in te vullen is dat je minstens 18 jaar bent en minimaal twee jaar christen.
Aan het eind van het jaar verwacht ik hierover een boek te publiceren.

Je zit wel op een kring
Doe je mee? Klik hier om naar de vragenlijst te gaan, of kopieer de URL: http://kwiksurveys.com?u=Landelijk

Je zit niet op een kring
De groep die om wat voor reden dan ook geen lid is van een kring, heeft het ietsje makkelijker omdat er minder vragen te beantwoorden zijn. Ik denk dat je drie tot vier minuten nodig hebt. Vul je de vragenlijst in? Ik ben je zeer erkentelijk. Klik hier of kopieer de URL: http://kwiksurveys.com?u=geenkring

Super bedank

Pikorde in de bovenlaag

Met Kees licht onderuitgezakt zittend op de achterbank; z'n lange benen uitgestrekt richting dashboard (mogelijk omdat de passagiersstoel in mijn auto nog steeds in renovatie is), reed ik van Eindhoven Noord naar Zuid, om aldaar m'n tweede overdenking van die ochtend af te leveren. Tussen zijn navigatieinstructies door bespraken we wat ik de 'pikorde in de bovenlaag' zou willen noemen.
Met Kees van gedachten wisselen is overigens altijd inspirerend. Kees analyseert scherp en stelt heldere vragen; is kritisch maar met een royale genadebuffer. We hadden het over de vaak ongezouten kritiek die christelijke groepen (vaak individuen die menen namens zo'n groep, God of de Bijbel te spreken) hebben op anderen. Onbegrepen bewegingen van God worden tot drie plaatsen achter de komma geanalyseerd en vrijwel zonder uitzondering te licht bevonden.
Individuele gelovigen hebben een bijzondere ervaring en die ervaring kan met gemak aanleiding geven om de bressen op te gaan en die ervaring als waarheid te verkondigen. Ervaringsgenoten worden opgezocht en men clustert vervolgens samen om die ervaring samen te vieren en zich samen zorgen te maken om hen die deze ervaring (nog) niet hebben. Het ontbreekt die gelovige vaak aan het vermogen om te objectiveren en die ervaring op de juiste plaats en in de juiste context te duiden. Het gevaar is groot dat 'elitedenken' hen gaat beheersen.

Afbeelding van de cover van
"Testosteron voor mannen") 
Het 'elite,' of 'bovenlaag' denken is van alle eeuwen. De mens en groepen van mensen willen zich graag onderscheiden; uniek zijn. Als je de brieven aan de gemeentes in het NT leest, zie je dit al. Zonder marketing- en 'branding' goeroe's, die gemeentes helpen in het formuleren en communiceren van visie, missie en plan van aanpak, onderscheidden de gemeentes zich ook toen al. Die onderscheiding werd bepaald door cultuur, geografie, geschiedenis en geloofstradities (of het ontbreken daarvan).
De Joden die de besnijdenis als een soort bonus en kenmerk van 'echte echtheid' omarmden stonden op toch wel wat gespannen voet met de vrijen die deze vermeende bonus bewust buiten de deur van hun praktijk lieten. De vrijen daarentegen betichtten de besnijdende gelovige Joden van wetticisme en claimden een helderder zicht op de vrijmakende waarheid. Mochten er debatten gevoerd worden, dan zouden beide groepen zich kunnen beroepen op een arsenaal aan Bijbelse verwijzingen die hun zaak ondersteunden.
Even terzijde, met een beetje moeite kan de mens de Bijbel laten zeggen wat hij wil. Je pikt ze er zo uit; te herkennen aan verhalen, betogen en oproepen in de trant van "als iedereen zou zien wat ik zie, wat zoude kerk dan heerlijk gezond zijn en de wereld een fantastische plek."
De kerkgeschiedenis kenmerkt zich door bovenlaag denken en - praktijken. De moderne kerk wil zich ook graag onderscheiden. Natuurlijk wordt er ruimte geboden voor anderen en er zijn gelukkig veel voorbeelden van zichtbare, tastbare en hartelijke aanvaarding van elkaars anders zijn. Conferenties zoals de jaarlijkse "Opwekking" zijn een verademing; kerkmuren en - grenzen doen er dan niet toe en met elkaar scharen vele duizenden gelovigen zich onder de grote noemer van de Genade!
We kunnen het dus wel.
Of is dat ook bovenlaagdenken als ik zeg dat het de Genade is die ons verbindt en dat het Genade alleen is die ons toegang verschaft tot de Vader (Ef. 2)?
Als we het daarover eens zijn dan pleit ik ervoor dat we die allesomvattende paraplu van Gods Genade stevig vasthouden. Ik kan me vergissen maar het is mijn ervaring (en ervaringen zijn altijd subjectief) dat dit is wat het allergrootste gedeelte van Gods volk wil.
De uitvoering van die genade in de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden, zal echter altijd wat houterig en schamel zijn, her en der met royale uitschieters. Als je dat in de berekeningen meeneemt en je niet verliest in onrealistisch volmaaktheidsdenken (daar is ons leven te kort voor en onze gebrokenheid te groot) is de kans het grootst dat je persoonlijke genadebuffer uitdijt en bovenlaagdenken verschrompelt.

25 januari 2012

Het belang van Kringen

Nee, ik bedoel niet de kringen op het gepolitoerde teakhouten tafelblad.
Huiskringen, kleine groepen, groeigroepen; die bedoel ik. Hoe belangrijk zijn ze en in welke mate dragen ze bij aan het proces van verandering naar het beeld van Christus. Ik ga er een beetje van uit dat dat ten diepste de reden is waarom christenen zich aansluiten bij kleine kringen. Of gaat het om de gezelligheid? Of misschien om er intellectueel wat op vooruit te gaan?
Ik vind het een fascinerend fenomeen. Tienduizenden christenen komen wekelijks, of tweewekelijks in kleine groepen bij elkaar. Waarom? Wat zijn hun verwachtingen? En komt de kring aan die verwachtingen tegemoet?
Ik het kader van een Masters studie doe ik hier onderzoek naar. Een aantal kerken onderzoek ik specifiek maar wil het onderzoek graag in een breder kader plaatsen om zodoende een helderder inzicht te krijgen in motieven, verwachtingen, teleurstellingen en wat dies meer zij.

Wat me ook fascineert is de vraag wat christenen doet besluiten om zich nu juist niet bij een kring aan te sluiten.  Om hierover wat feiten op een rij te krijgen heb ik een online vragenlijst voor beide groepen samengesteld.
Deze blog is dan ook een oproep om zoveel mogelijk christenen te bewegen aan het onderzoek deel te nemen. Aan het eind van het jaar verwacht ik hierover een boek te publiceren.
Mag ik je oproepen om mee te doen? En misschien zelfs om anderen op dit onderzoek te attenderen?
Het invullen van de online vragenlijst voor leden van een kring neemt vijf tot tien minuten in beslag. Voorwaarde om deze in te vullen is dat je minstens 18 jaar bent en minimaal twee jaar christen.

Je zit wel op een kring
Doe je mee? Klik hier om naar de vragenlijst te gaan, of kopieer de URL: http://kwiksurveys.com?u=Landelijk

Je zit niet op een kring
De groep die om wat voor reden dan ook geen lid is van een kring, heeft het ietsje makkelijker omdat er minder vragen te beantwoorden zijn. Ik denk dat je drie tot vier minuten nodig hebt. Vul je de vragenlijst in? Ik ben je zeer erkentelijk. Klik hier of kopieer de URL: http://kwiksurveys.com?u=geenkring

Super bedankt!

13 januari 2012

Moe

Zo noemden we haar als kinderen en veel van mijn vrienden noemden haar ook zo. Vandaag zou ze 79 geworden zijn ware het niet dat kanker haar leven veel te vroeg opeiste. Zo vaak nog denk ik aan haar en het zijn altijd goede en mooie herinneringen. Ze was een vrouw die het je makkelijk maakte om van te houden. Een gever die nood van de ander altijd voorang gaf boven haar eigen behoeftes en noden.
Genade was een belangrijke werkelijkheid in haar leven. Ik schrijf bewust "werkelijkheid" want ze beleefde het niet als een abstract idee of als een ideaal maar als de gave van God zoals deze in Christus tot ons komt.
Mooi mens. De wereld zou een betere plek zijn als er meer mensen zoals zij zouden zijn.


11 januari 2012

Kip zonder kop

Voor de achteloze voorbijganger lijkt het alsof de man rondrent als een kip zonder kop. Niets in minder waar. De man heeft een plan. Tegelijk is dit wel een week dat de kop geen tijd neemt om de voorbijganger te informeren over wat er zich wel en niet afspeelt binnenin die kop.
Gisteren werd de man, geheel tegen zijn gewoonte en biologische ritme in, pas om 07.30 wakker in een obscuur hotel aan de M6. Travelodge voorziet vermoeide passanten van een kamer en een hete douche voor slechts een euro of 15 (mits ver van te voren geboekt). Omdat de man de avond daarvoor, na een appraisal te hebben gedaan met een van zijn stafwerkers in de buurt van Chester, zijn navigatiesoftware meer vertrouwde dan zijn intuïtie, verdween er een kompleet uur in het kippenhok en ging hij pas om middernacht ter bedde. 
Door het eerdervermelde gat in de dag te slapen mistte hij zijn eerste afspraak in Carlisle en werd ook dag twee een lange dag met meer praten dan hem lief was.Er moest worden ingehaald.
Voor al dit soort zaken is een kop nodig dus de gedachte dat hij maar wat rondrent als een kip zonder kop is een foute conclusie.
Eerlijk gezegd voelt de man het zelf ook wel een beetje zo. Regelmatig vraagt hij zich af:  "Weet ik wel waar ik mee bezig ben?" De materie waarmee hij binnen HR te maken heeft is zo gevarieerd en vaak zo complex dat z'n haar spontaan grijs kleurt.
Kippie, houd je koppie erbij, zou ik zeggen.

06 januari 2012

De mens als zwart gat (6-6)

Het wezen van de zonde is “kennis van goed en kwaad”. Voor de zondeval, toen die kennis er niet was, was slechts onvoorwaardelijke liefde tot God en elkaar. Wat er gebeurde toen Adam en Eva van de boom aten is dat zij het centrum van het paradijs werden; ze legden het paradijs a.h.w. hun wil op en daarmee kwam er een eind aan het paradijs. In plaats van dat hun leven gevoed werd door het centrum werden ze zelf het centrum. In de architectuur spreekt men van ruimtes die bestaan uit “centrums” die om de bron heen bestaan en bewegen elkaar niet beconcurreren maar aanvullen en samen een groot levend geheel vormen. Zonder een bron bestaan al die centrums op zichzelf; staan los van elkaar met als gevolg dat de ruimte lelijk, leeg en dood wordt.


Onze kennis van goed en kwaad maakt van ons “rechter” en vrijwel onbewust oordelen we anderen en ontlenen onze zelfwaarde aan de waarde die we anderen toekennen of afnemen. In onze gevallen staat hebben dingen en mensen alleen maar waarde in zover dat ze ons vullen. In plaats van het toekennen van waarde aan anderen omdat God de schepper dat doet, zonder onderscheid, beperken wij de waarde die we anderen toekennen afhankelijk van ons oordeel over hen. Vindt deze persoon mij aardig? Zijn ze aardig voor mij? Levert deze relatie mij niets op? Bevestigt de ander mij? Is hij/zij het met me eens? Wij zijn het die bepalen of iemand goed of slecht is omdat wij onszelf in het centrum hebben geplaatst waar alles omheen draait, de standaard waar al het andere aan gemeten wordt.  Een zwart gat! 


“Voor een mens in een staat van verdeeldheid, bestaat het goede in het vellen van een oordeel waarbij het criterium de mens zelf is. Kennis van goed en kwaad maakt van de mens feitelijk een rechter” (Bonhoeffer, Ethics, 34). 
In het Matteüs evangelie spreekt Jezus duidelijke taal als Hij zegt: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden” (7:1-2). 


Toch spreekt de Bijbel over mensen die andere mensen moeten oordelen. Ook worden we opgeroepen om ons onderscheidingvermogen te ontwikkelen. De hele dag door maken we keuzes en veel van die keuzes hebben te maken met een oordeel over goed en kwaad. Allemaal hebben we te maken met ethische kwesties waarin van ons een standpunt wordt gevraagd. En het is gewoon verdraaid moeilijk. Het ontbreken van een moreel kader hiervoor maakt dat de mens vanuit het kader van het corrupte zelf besluiten neemt en oordelen velt. 
Het lijkt zo ingewikkeld en moeilijk voor ons om in de liefdesrelatie met God te blijven; alsof Christus niet gestorven zou zijn stappen we er zo weer uit en knabbelen aan de boom van kennis van goed en kwaad, vellen we een oordeel in plaats van gehoor te geven aan het tweede hoogste gebod, gelijk aan het eerste: de naaste lief te hebben als onszelf. 
We ontkomen er niet aan. In de gebroken staat van de wereld waarin de kennis van goed en kwaad de mens tot rechter heeft gemaakt, is het onmogelijk om niet te oordelen; onmogelijk om geen ethische beslissingen te hoeven nemen. Hoewel de mens er niet goed in is, kan hij er tegelijk niet voor weglopen. Als er al geoordeeld moet worden, doe het voorzichtig, vanuit de liefdesrelatie met God, mogelijk gemaakt door het verlossingswerk van Christus. Bij twijfel: liefhebben! Voor je het weet stap je weer uit de driehoek en sta je weer aan de boom te snacken. 


1 Johannes 3:16 “Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.” 


In dit vers ligt de oplossing en - paradoxaal - het dilemma besloten: je leven geven. Om dat te kunnen moeten de barrières van schaamte, angst en schuld genomen worden en daar komt de mens zichzelf keihard tegen. Zichzelf bewijzen, groot lopen doen en anderssoortige opblazerij staan zelfs de erkenning van het probleem al in de weg. De graankorrel komt pas dan tot vrucht als deze eerst in de grond gestopt wordt en sterft. Daarin ligt de belofte van nieuw leven besloten. Maar wie wil er nu sterven? Het lijkt uitzichtloos en hopeloos. 
Is het mogelijk om één te zijn  zoals de Vader en de Zoon dat zijn? Omdat het ideaal zo ver weg lijkt zou het de mens ervan kunnen weerhouden om te beginnen bij de basis: sterven. Dat is wat er gebeurt wanneer de mens zijn vertrouwen op het volbrachte werk van Christus stelt. Een nieuw leven begint en verandering is niet langer onmogelijk. In plaats van energie te zuigen, leert de mens te geven, zoals ook Hij zich gaf. In mijn ontmoeting met Christus, ontvang ik altijd leven, word ik meer mens. In mijn ontmoeting met mensen die hebben leren geven, word ik ook meer mens. En dat is gemeenschap. Met dank aan Greg Boyd's Repenting of Religion.

04 januari 2012

De boom verknalt alles (5-6)

Gisteren ging mijn blog over Jezus' verlangen dat zijn volgelingen één zijn zoals hij en de Vader één zijn. Hij brengt daarmee het goddelijke ideaal onder woorden. De eerste mens, man en vrouw, moeten dat ideaal hebben ervaren. Wat gebeurt er nu als de mens besluit om toch uit die volmaakte, heilige verbintenis met God te stappen?


We nemen de plek in die alleen God toekomt: rechter. Vanaf het moment dat we uit de veilige driehoek stapten zijn we gaan oordelen. Wat waren de eerste nieuwe ervaringen voor Adam en Eva? In het Genesis verhaal lezen we over schaamte, schuld en angst (Genesis 3:10).  De mens is nu overgeleverd aan de boom met als gevolg dat hij rechter moet zijn over zichzelf en anderen. Een rol die God zichzelf had voorbehouden. Wij zijn niet geschapen om te oordelen. Naast de capaciteit om lief te hebben wilde de mens ook de capaciteit om te oordelen. De gevolgen daarvan voelen we iedere dag van ons leven.
Met het eten van de boom betreedt de rechter het speelveld:



Het gevolg is wat de volgende afbeelding weergeeft:


De boom en de rechter hebben vrij spel. De mens staat op zichzelf en hoewel hij zich bewust is en kan zijn van het goddelijke - er is iets meer tussen hemel en aarede - is er geen sprake meer van een levende, rechtstreekse verbinding. Ook bestaat de mens nu naast de ander en niet persé met de ander.

Het wonder van het Evangelie is dat Christus de oorspronkelijke eenheid herstelt. Het kruis van Golgotha is de verbindende factor tussen God en mensen en de mensen onderling. De boom blijft een realiteit maar hoeft niet langer het leven van de mens te bepalen:


"Lekker snacken" van de boom lijkt een favoriete hobby van de mens te zijn. Het begint meestal 's-morgens vroeg als hij zichzelf aanstaart in de spiegel. "Je ziet er niet uit," is het eerste oordeel wat de nieuwe dag brengt. En er volgen er nog veel meer.
Eenheid wordt beleefd in onvolmaaktheid. Die eenheid, zo is mijn stelling, is van fundamenteel belang voor het veranderingsproces naar Christusgelijkvormigheid. Het ontbreken van die eenheid zal de mens nog steeds transformeren, maar niet noodzakelijkerwijs ten goede.


Dietrich Bonhoeffer, Creation and Fall, 54
Gregory A. Boyd, Repenting from Religion, 67 
(De blogs van gisteren en vandaag zijn een samenvatting van wat Greg Boyd in dit voortreffelijke boek weet te melden).

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...