15 oktober 2018

FF terug naar waar het allemaal begon

Den Ouden Nieuws
Oktober 2018, nummer 162

Door de deuren na de douane en immigratie lopend, spotte ik al snel mijn OM collega die me in de aankomsthal van het vliegveld in Santiago de Chili op stond te wachten. Na aankomst op de OM basis kon ik meteen aan de bak. De vijfdaagse training in Mentoring die ik samen met een collega uit Canada gaf had van tevoren wel wat vragen opgeroepen. Hoe zal de dynamiek zijn als je studenten, staf en leidinggevenden bij elkaar in een klasje zet? Durft men open en eerlijk te zijn? Is de hiërarchie voelbaar en een belemmering? Wat ik echter aantrof was een diep onderling respect en vriendschappen. Dat creëert een veilig klimaat waarin men zich bevestigd en gewaardeerd weet. Ik had een vrijwilliger gevraagd om mijn "slachtoffer" te zijn in een Mentoringsessie. De echtgenote van de man die zich aanbood vertelde me later dat het best wel heftig was om haar man publiekelijk zo kwets-baar en eerlijk te zien. De als eenmalig bedoelde sessie is uiteindelijk een langer durende Mentoringreis geworden en we spreken elkaar nu maandelijks via Skype. Een steeds groter deel van mijn tijd gaat in dit soort Mentoring en coaching zitten. Met veel genoegen, kan ik wel zeggen.

Een maand later gaf ik in Ecuador een week les aan een klasje van vijftien jongeren die zich drie maanden lang voorbereidden om ergens op de wereld door woord en daad ver-antwoording af te leggen van de levende hoop die ze hebben gevonden in Christus. Het jonge echtpaar dat de training leidde viel op door hun enthousiasme, toewijding en des-kundigheid. Hun passie is training en mentoring. Ik besloot ze uit te nodigen om verant-woordelijkheid voor coaching en Mentoring binnen OM Latijns America op zich te nemen. Voor het echtpaar (Daniel en Anita) betekent dit dat een langgekoesterde droom, begint uit te komen. Het grootste obstakel vormen de financiën. Veel Latino's kampen met de-zelfde realiteit en tenzij ze "sponsors" vinden kunnen ze hun vleugels niet uitslaan. In ver-trouwen heb ik hun tickets geboekt om de clinic en training later dit jaar mee te kunnen maken.

Van Februari tot half September ben ik intensiever betrokken geweest bij OM Nederland. Het "Team Mobilisatie" zat onverwachts zonder leider. Meteen "ja" gezegd toen ik werd gevraagd om het ontstane gat te dichten. Het team is de afgelopen maanden aardig ge-groeid en er is een ontspannen sfeer ontstaan waar creatieve energie vrijelijk kan stromen. Deze "buitendienst" (re)presenteert OM in kerken en groepen en heeft als focus het mobili-seren (optrommelen en inschakelen, actiebereid maken) van volgelingen van Christus in de breedste zin van het woord. Ik blijf bij het team betrokken maar niet als leidinggevende zodat ik mijn aandacht meer op de opdracht vanuit OM Internationaal kan geven.

Het zendingslandschap is de afgelopen dertig jaar behoorlijk veranderd. Toen werden we door kerken en groepen gebeld met de vraag een presentatie of (s)preekbeurt te komen verzorgen. Anno 2018 moeten wij bellen met de vraag of we misschien iets mogen komen vertellen waarbij we aansluiten bij de talloze mini-stichtingen, grote en kleinere organisa-ties, en particuliere initiatieven zoals sponsorlopen, bergbeklimmingen, hongermarathons. Allemaal geweldige en loffelijke doelen die zendtijd willen.
Dertig jaar geleden moest je ook wel iemand laten opdraven als je specifieke informatie over bijvoorbeeld het schepenwerk van OM wilde hebben. Dan kwam er een mannetje met diaprojectors en een verhaal. Dia's laten we al lang niet meer zien en als je iets wilt weten over OM en LogosHope is Google je startpunt. Een aantal muisklikken en je hebt toegang tot meer informatie dan je lief is.

Hadden we toch onze twee kleinzoons, Noël en Isaac, tien dagen over de vloer. Ik heb er een fietszitje, een zandbak en 100 liter speelzand voor aangeschaft. Ook een "Cars" tent waar ze vijf minuten mee hebben gespeeld en verder de overige 9 dagen, 23 uur en 55 minuten genegeerd. Opa Jan bracht de belhamels weer terug naar Barcelona. Onvergetelijke dagen met de mooiste herinneringen!


Martha is aan haar tweede jaar aan de Nieuwe Akademie Utrecht (kunstonderwijs) begonnen. Ze schildert, knipt, plakt alsof het een lieve lust is. Als je haar zoekt is de kans groot dat ze op de zolder te vinden is in haar "She Shed."

De komende maanden zit er weer wat reizerij in de planning. Zin in! Het blijft toch het mooiste om te (s)preken. Mensen prikkelen, aanmoedigen, stimuleren en uitdagen. De afgelopen dagen had ik het genoegen om de Short Term staf van OM Europa mee te nemen in een reis naar en rondom de zogenaamde Bergrede. Omdat ik niet echt een lineaire spreker ben was het vooral rondom.
Financieel gaan we een spannend kwartaal tegemoet. Enkele financiële supporters kunnen de steun die ze gaven door veranderde omstandigheden niet langer continueren en we kijken aan tegen een gat van zo'n 350 euro per maand.

We zijn trouwens in blijde verwachting van ons vijfde kleinkind. Martijn en Janne verwachten hun eerste kindje ongeveer nu.

Martha en ik willen jullie bedanken voor alle bemoedigingen en concrete (financiële)  support. Daardoor kunnen we dit werk al 31 jaar doen en hopen we nog lang voort te kunnen zetten.

08 oktober 2018

Voedsel en Onderdak? Graag met een nieuwe leasebak

Een goede vriend van me stelde vragend voor : "Waarom begin je niet voor jezelf? Die training voor mentors en coaches die jullie hebben ontwikkeld zit gewoon goed in elkaar en daar is zeker een markt voor, nog los van alle ervaring die je hebt in training, het ontwikkelen van mensen en noem maar op."
Bij tijd en wijle denk ik daar wel eens over na en droom dan hoe het geld als bijna vanzelf binnenstroomt, ik mijn negentien jaar oude Volvo in kan ruilen voor een electrische leasebak en vooral dat ik dan helemaal VRIJ zou zijn!
Dat laatste, plus nog een ander dingetje houden me echter zo tegen dat ik die stap waarschijnlijk nooit zal zetten.
Het zogenaamde "vrij" zijn is namelijk nogal betrekkelijk. Sinds de regering het volk is gaan stimuleren om het juk van de knellende arbeidsovereenkomst van zich af te werpen en als zelfstandige hetzelfde werk te gaan en blijven doen en bedrijven hun personeel aanmoedigen om ontslag te nemen om zich vervolgens op uur- of klusbasis door datzelfde bedrijf in te laten huren, zijn we teruggekeerd naar de tijd van de dagloners.

Vincent van Gogh "Going out to Work,"  1890
De vroegere dagloner was vooral de man die zelf geen land en/of boederij had en tegen een dagloon arbeid verrichte voor de persoon die een te grote boerderij had, teveel land en/of vee om in z'n uppie te kunnen onderhouden en bewerken. Als er werk was had de dagloner inkomen en als er geen werk was werd het behelpen met aardappelschillen, aardappelsoep of gewoon niets.

De tegenwoordige dagloner heet ZZP-er en er zijn er niet weinigen die tegen de aardappelsoepgrens aan leven: inkomen is niet gegarandeerd, bescherming en rechten zijn er niet of nauwelijks en men moet de boer op om zichzelf te verkopen.

Ik ben op LinkedIn te vinden, evenals veel van mijn vrienden, kennisen en vooral nieuwe (oude) potentiele vrienden en kennissen die graag willen "connecten". Niet zozeer omdat ze in mij de lang verloren gewaande oude schoolvriend hebben gevonden maar omdat ze iets te verkopen hebben: zichzelf. Deze ontwikkeling wordt ten onrechte onder de noemer "vooruitgang" geschaard terwijl het niets anders is dan een in een modern jasje gestoken nekkartonnetje  met "ik zoek werk" erop gekalkt. Je weet wel, die arme mannen en vrouwen die 's-morgens op verzamelpunten bij elkaar komen in de hoop dat er een busje komt met een manier die werk voor een dag aanbiedt.
Dat is één.

Het andere dingetje is het feit dat ik vreselijk slecht ben in het verkopen van mezelf. Jezelf neerzetten met een opsomming van je geweldige en lange ervaring, expertise, know-how, toffe persoonlijkheid en temperament, plus de hemelhoge aanbevelingen van vrienden wier levens zo geraakt en veranderd zijn door jou en jouw produkt.... ik kan het gewoonweg niet. En misschien, diep van binnen, wil ik het ook niet.
Maar misschien zit er nog iets anders achter. Een tijd terug kreeg ik tijdens een training, bedoeld om mij te helpen nog beter te worden in wat ik denk dat ik aan het doen ben, de opdracht om op papier te zetten waar ik over vijf jaar wil zijn. Daar was ik snel mee klaar. Ik had opgeschreven: "Als ik over vijf jaar in staat ben om te doen wat ik vandaag doe, ben ik een van de meest gelukkige en prijzenswaardige mensen op aarde." De trainer vond dat overigens geen goed antwoord en verweet me gebrek aan persoonlijke visie.
Het markteconomische denken (consumptiegoederen worden door anderen gemaakt en middels handel verdeeld) heeft de wereld veel goed gebracht maar kan ook doorslaan. Het is juist dat denken dat vooruitgang  (altijd maar meer en groter) tot god heeft verklaard en fnuikend doet over hen die genoegen nemen met dat wat er nu is. Vandaag applaudiseert mijn hart voor die laatste groep.
Natuurlijk is er veel en veel meer over te zeggen maar dat doe ik niet. Vandaag vier ik mijn vrijheid door eens flink aan de slag te gaan!

"Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn." (Apostel Paulus)

01 oktober 2018

't Schiet nu echt op: de wereld naar de hel

Ja, ik rijd in een gele auto. Je ziet ze niet zo heel veel maar ze zijn er wel. Ze vallen op en kennen een aantal voordelen. Gele auto's worden het minst gestolen. Ze vallen wat meer op, zowel overdag als 's-nachts, wat meteen een aannemelijke reden kan zijn dat ze het minst gestolen worden. Nu loopt mijn auto nog minder risico om gestolen te worden omdat hij tegen de twintig jaar oud is.
Zomaar een statistiekje waarin wat harde feiten gepresenteerd worden. De meeste mensen hebben niet zo'n hoge pet op van onderzoek, feiten en statistieken en geloven liever wat hun onderbuik hen influistert. Selectief lezen, kijken en luisteren bevestigt vervolgens hun gelijk.

Zo had ik de afgelopen weken wat gesprekjes waarin terloops het eind der tijden aan bod kwam. "Het duurt niet lang meer, alle puzzelstukjes die aan de komst van Christus voorafgaan liggen nu zo'n beetje op hun plaats. En kijk nu eens naar de toename van het aantal rampen, er is elke week wel iets en dan hebben we het nog niet eens over al die oorlogen. Je ziet de liefde tussen mensen verkillen. Nee, het duurt niet lang meer."

Viktor Vasnetsov, de vier ruiters van de Apocalyps
Ik doe mijn best om de ander tot een dialoog te verleiden: "René Pache stelde hetzelfde in 1955 (De Komende Christus) en ook Hal Lindsey (De planeet die aarde heette) zette in 1970 de zogenaamde eindtijd ook weer eens heerlijk op de kaart, daarbij de nodige controverse veroorzakend." "Trouwens, de eerste generatie christenen was ervan overtuigd dat zij de laatste generatie waren." 
Ik vermoed dat iedere generatie op zoek gaat naar tekenen en bewijzen dat het nu niet lang meer kan duren. Sommige christelijke coryfeeën gooien nog eens olie op het vuur die de controverse verder aanwakkert. Zo liet onlangs ene O. B. te D. zich op de vaderlandse televisie verleiden om er een x aantal jaren aan te verbinden. Dat was niet handig en het heeft hem vast heel wat energie en tijd gekost om verontruste volgelingen die hem ter verantwoording riepen te kalmeren. Zo blijft de kerk lekker in beweging maar of die beweging nu onder de categorie gewenste bewegingen van de kerk bijgeschreven kan worden? Ik vrees van niet.
Naast dat Paché en Lindsey miljoenen christenen hebben gewezen op de mogelijkheid van een komende Apocalyps hebben ze diezelfde miljoenen ook opgezadeld met een specifieke manier van Bijbellezen en -begrijpen. Zo hebben ze miljoenen semi-literalisten voortgebracht. Ik schrijf semi, want literalisten zijn vrijwel altijd selectief, behalve Leo Tolstoi maar die is er dood aan gegaan. 

Ik kom nog even in de verleiding om te verwijzen naar het Human Security Report (Google, lees en huiver) over de dramatische terugloop in het aantal slachtoffers van oorlogen (we leven in de meest vredige tijd ooit!) of naar Steven Pinker's "Ons betere ik, waarom de mens steeds minder geweld gebruikt". Niet dat ik meteen een Steven Pinker fan ben maar hij onderbouwt zijn stellingen met heldere statistieken.
Ik zie ervan af omdat ik het waarschijnlijk alleen maar erger maak en waarschijnlijk het label ketter opgeplakt krijg.
Het aantal aardbevingen en tsunami's neemt niet toe: "Over een langere tijd is het aantal aardbevingen constant. Gemiddeld zijn er jaarlijks 17 met een kracht van 7 à 8. Vanaf het jaar 2000 ligt het aantal iets lager" (Bron: wibnet.nl). We denken dat het vaker voorkomt, of willen dat denken maar het heeft meer met perceptie te maken veroorzaakt door moderne technologie. De aardbevingen en tsunami's stromen vrijwel in werkelijke tijd onze smartphones, tv's en pc's binnen. Vroeger lazen we er af en toe over, nu zien we ze allemaal, met alle gevolgen ervan, in fullcolour en stereo.

Is het misschien typisch menselijk om koppig vast te houden aan een onderbuikgevoel en harde feiten gewoonweg negeren? Is het echt teveel gevraagd om van mensen te verwachten dat ze naar het grotere plaatje, Gods metaverhaal, kijken? In dat verhaal zou het zomaar mogelijk zijn dat het einde (dat al 2000 jaar nabij is) morgen is. Maar ook over 1000, of zelfs 10.000 jaar.
Ik ben maar een miniem puntje in dat verhaal. Dat puntje krijgt slechts betekenis in de grote context. Vanuit die context kan ik oprecht zeggen dat ik hoopvol gestemd ben. Anders had ik wel een andere kleur auto gereden.
Zwart of zo.

24 september 2018

Satans Fluytencast

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw speelde ik gitaar in een gospelkoor. Ik zong ook. Tenor. Ik kon best wel hoog.

We hadden geen drumstel. Dat zou teveel afleiden en bovendien deden obscure theorieen rondom de "beat" de ronde. Die zouden een hypnotiserend effect hebben en het publiek wel eens een roesje kunnen bezorgen. Inleidend- en tussenspel was ook altijd summier en dienden vooral als een vier tellen voorafje en/of adempauze. De instrumenten hadden slechts ten doel de tekst te dragen en ingetogen te presenteren, zoals een koekenpan slechts dient om dat waar het echt om draait, te presenteren.
Ik hoorde wel eens andere bandjes en koren. Sommigen hadden wel een drumstel en ik droomde ervan dat de Heer ook ons als gospelkoor op een dag zou laten zien dat je best wel klappen tot Zijn eer kon uitdelen.

Nu we (eindelijk) op een punt in onze kerkgeschiedenis zijn aangekomen dat de aanbiddingsteams van de hippere kerken tot twee cijfers achter de komma de filosofie, psychologie, aanpak, strategie, tactiek en zelfs theologie van aanbidding (inclusief "afstemming") hebben uitgedokterd, hoeven we alleen maar te wachten tot de wat langzamere kerken volgen.
Trouwens, ik moet de eerste kerk nog tegenkomen waar niet bij grote regelmaat gedoe is rondom de samenzang en/of volume van het PA systeem.

Het gebruik van instrumenten in de kerk kent een kleurrijke geschiedenis. In de vroege kerk was er niet echt ruimte voor instrumenten. De kerkvader Chrisostomos noemde de muziek een Joodse instelling en gaf aan de in de Bijbel genoemde instrumenten een symbolische betekenis. Langzamerhand vinden pauken, trommels en fluiten hun weg naar de kerk en komen bij elkaar in het orgel. Zo werd het orgel een dingetje dat, door de achterdeur van de reformatie binnengesijpeld, een leuke duit in de toen toch al overvolle agendazak deed. Dat die discussie er af en toe fel aan toeging illustreert het voorbeeld van de Dordtse Synode die in 1578, onder leiding van Petrus Datheen besliste dat kerkorgels afgebroken moesten worden.

"Satan's Fluytencast" werd het kerkorgel wel genoemd. Het zou de aandacht wegtrekken van het gepredikte woord en het was ook nog eens Roomse uitwas! Bovendien vonden wereldse invloeden (lees: melodien) zo hun weg naar de kerk.
Je kunt er op wachten maar moderne ontwikkelingen binnen de muziek vinden na 15 tot 20 jaar hun weg naar de kerk. Het is gewoonweg niet tegen de houden.
Ik droom wel eens dat het andersom is; de kerk die de maat slaat in plaats van achter de band aan te sukkelen; een kerk die anticipeert in plaats van reageert.
Reageren en meedeinen op de golven van moderniteit is het scenario dat gedoemd is te mislukken. Vorige week heb ik alle boeken en Artikelen die de afgelopen twinti jaar zijn verschenen en die gaan over hoe de kerk zou moeten reageren op maatschappelijke, culturele en sociale ontwuikkelingen (of dat daadwerkelijk doen) in de container gegooid. Zo noem ik (en nee, ik zuig dit niet uit mijn duim): Hybrid church, Organic church, Transformational church, Essential church, Total church, Vertical church, Church worth getting up for, Purpose driven church, Simple church, Church shift, The emotionally healthy church, Rechurch, Sticky church, Center church, Deep and wide, Dangerous church, Church zero, Wow church, The externally focused church.

Misschien is de kerk teveel bezig met haar structuur, strategie, organisatie, uitstraling en intern gedoe. Een antwoord heb ik niet. Als dat zo was had ik al lang dat boek met daarin het antwoord geschreven en was ik mijn model nu aan het verkopen in binnen- en buitenland.
Tenor zingen kan ik niet meer. Hoogstens bas ik nog wat op de achtergond. Ik hou echt wel van een goed stukkie muziek (Bach is mijn nummer 1). Alleen die semi-serieuze flapdrollerij eromheen kan me gestolen worden.

17 september 2018

En toen stopte het orgel met trekken

Er is best wel wat te doen om het kerkorgel. Sommige kerken willen en zullen er niet vanaf. Hippere kerken die oude gebouwen kopen waar zo'n machine in zit slopen het er helaas maar al te vaak en veel te voorbarig uit. Daar maken ze best wel haast mee en het slopen of verkopen is dan ook een van de eerste bouw/breekklussen. Mocht het bij verkoop nog iets opleveren kan dat fijn worden geïnvesteerd in een hooguit matige PA installatie die nieuwe, hippe instrumenten gaat versterken die de zangers niet langer in het lied meezeulen maar 'dragen' (lekker basje...).

Naast dat een kerkorgel gewoon een gaaf ding is kent het een aantal functies.
Een van die functies is het meetrekken van het volk in liederen. Het loopt zeg maar een metertje voor de zingende aanwezigen uit. Dat vraagt wat kundigheid van de organist die een extra tel aan het being van de maat in moet passen. Dat gaat eigenlijk altijd wel goed, zeker waar het de wat 'gedragener' psalmen en gezangen betreft. Waar het mis kan gaan is bij iets te hippe liederen die niet langer één tot vier tellen in een vierkwartje verlangen maar acht, of zelfs uitschieters naar zestien.

Zo zongen we onlangs in een kerkdienst in Friesland de hippere verzie van Psalm 100. Vier coupletten met na ieder couplet vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja." Omdat ik dat toch wel een heleboel "Halleluja, Glorie Halleluja's" vond, stelde ik de gemeente voor om eerst de vier verzen achter elkaar te zingen om vervolgens het geheel af te ronden met één keer vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja."
Ik vond dat een redelijk voorstel maar de organist blijkbaar niet. Die riep vanaf het balkon acherin de kerk waar de klavieren zich bevinden: "Nee, gewoon het refrein na ieder couplet." Omdat ik daar als voorganger te gast was dacht ik dat het slim was om geen discussie te beginnen dus wierp ik mijn armen in overgave omhoog en zei: "De organist heeft besloten en ik wil geen ruzie met hem dus zingen we een totaal van 16 "Halleluja, Glorie halleluja's."
Met verve ging de organist van start en trok de gemeente het lied in. Dat ging goed tot aan het refrein. Om de een of andere mysterieuze reden besloot hij de gemeente te trakteren op een bonus-tel tussen de vier "Halleluja, Glorie Halleluja's" in. Verwarring alom. De gemeente op de automaat; doorzingen en doen alsof er niets aan de hand is terwijl de organist gewoon zijn eigen dingetje deed. Het resultaat was dat het orgel drie tellen na de gemeente bij de finish aankwam.
Gelukkig is daar het tussenspel waarmee de schade wordt hersteld en de boel weer wordt gesynchroniseerd. Nadat de organist terugkeerde van zijn geïmproviseerde uitstapje herhaalde het geheel zich dus nog eens drie keer. Om de spanning die was ontstaan enigszins op te heffen en er een niet al te serieuze zaak van te maken besloot ik met een "broeders en zusters, de vergelijking met de elfstendetocht dringt zich aan me op; we kwamen allemaal aan, maar wel op verschillende tijden." Dat kon de gemeente wel waarderen en het bood de gelegenheid om 'het rare' van zich af te lachen. De rest van de liturgie konden we zonder al te veel extra maten en tellen afronden.
Altijd wat te beleven in de kerk.

Moraal van het verhaal: altijd op je tellen blijven passen

10 september 2018

Waarom 'waarom?' eigenlijk niet mag en ik het toch doe.

In mijn 'tak van sport' is het ongewenst om de waarom vraag te stellen. Het schijnt ongepast en politiek incorrect te zijn om iemand te vragen waarom men iets vindt, denkt, doet, of laat. Het zou te confronterend en te pretentieus zijn; wie ben ik dat ik de ander ter verantwoording roep.
Om boze blikken van collega cursusleiders, trainers, personeelswerkers en agogen te voorkomen beweeg ik al jaren op deze trend mee en gebruik taal en vorm die de waarom vraag (on)kundig vermijdt.
"Kun je me helpen begrijpen wat deze reactie veroorzaakte?"
"Ik krijg de indruk dat ik ergens een zenuw bij je heb geraakt. Klopt dat?" Vervolgens laat je een stilte laten vallen waarbij er een kans is dat je gesprekspartner het waarom van zijn/haar reactie poogt te verwoorden.
"Kun je andere mogelijke reacties bedenken in een dergelijke situatie?"

De lijst is lang. Heel lang.

Gisteren, op de vroege zondagochtend, tijdens een twee uur durende rit naar Friesland waarbij ik vrijwel alle asfalft voor mezelf had en niets anders te doen had dan naar dat asfalt te staren, mijmerde ik daar over door en heb het besluit genomen om niet langer die zachte golf te besurfen. Ik ga weer waarom vragen. Niet te pas en te onpas maar daar waar gepast.
De indirecte benadering van de waarom vraag is net zo pretentieus, zeker als er geen relatie aan ten grondslag ligt want ook een antwoord op de zachte, indirecte, naar beweegredenen zoekende vragen vereist enige mate van vertrouwen. En hoe je de vraag naar de beweegredenen ook aanvliegt, het is en blijftt een synoniem van waarom.
Een vriend mag mij de directe waarom vraag stellen. Geen probleem.
Ook drie waaroms achter elkaar ervaar ik niet als een probleem of als bemoeizucht. Een antwoord op de eerste waarom kan zomaar aanleiding zijn om de motieven wat verder af te pellen en tot de kern van een probleem te komen.

Grote zaken, die de Eeuwige aangaan, snap ik niet en ik loop dan ook met het een en ander aan waaroms rond. Is dat erg? Welke theologische of filosofische antwoorden op de waarom vraag dan ook, ze rammelen allemaal en kunnen de zaak niet dichttimmeren. Achter de komma blijft een emmer vol aan mysterie over. Vraag maar eens door als iemand het denkt te weten; waarom geloof je dat? Waarom denk je dat dit de juiste visie of benadering is? Waar je waarschijnlijk uitkomt (wel blijven doorwaarommen) is een subjectieve beleving met gaatjes.


Onlangs bekeek ik het interview dat J. John had met Andrew White. Andrew White was tot 2014 predikant in Irak en heeft als bijnaam "Vicar of Bhagdad." Een zeer markant persoon die de donkere kant van het leven heeft ervaren. Hier is een kort fragment (1 minuut) waar hij ingaat op de vraag hoeveel van zijn stafleden (en kinderen) gedurende zijn leiderschap zijn vermoord. Als je tijd hebt bekijk dan hier het hele interview van een uur. Ik kan je beloven dat het je ziel diep zal raken!
Ter verheldering: Andrew Ahite heeft al jaren MS en dat heeft zijn spraak aangetast (vandaar dat je je afvroeg: "Waarom praat die man zo eigenaardig?)

Met de waarom vraag raken we het leven daar waar het ertoe doet en verdoezelen we de zaak niet meer. Waarom confronteert ons met de harde werkelijkheid van zaken die we niet begrijpen of kunnen doorgronden. En als het dan om grote dingen gaat waar we echt geen antwoord op hebben is het beter om er gewoon maar voor de ander te zijn, zonder het op proberen te lossen of een atwoord in elkaar te fabrieken. Een arm om de schouder is beter dan een lek antwoord.

Nu zijn er ook wel mensen die uit zelfbehoud woorden gebruiken als "het moest zo zijn,"  of "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk." Ik denk echter dat deze berusting in het lot (want dat is het) niet de beste optie zijn. Als copingmechanisme werkt het voor een tijdje maar onherroepelijk komt men uiteindelijk weer uit bij waarom. Waarom dat zo is? Omdat het lot uiterst willekeurig en onbetrouwbaar is. Met dat soort gedoe willen we toch zeker niets van doen hebben?

03 september 2018

Kattenkop met hondenlijf en paardenstaart

Een verhaal lijkt wel wat op een dier: kop, lijf, staart. Die drie samen maken het tot een herkenbaar geheel.
Een van de vreemde trekjes die ik heb, trekjes waarvan sommigen zich maar moeilijk laten plooien, is dat als ik tijdsdruk ervaar de (on)bewuste neiging heb om "minuten te winnen." Zo wilde het geval dat er onlangs in de samenkomst waar ik sprak er al bijna een uur voorbij was toen mij het podium gegund werd. Omdat er na de preek ook avondmaal gevierd zou worden (wat vrijwel altijd en overal minimaal een half uur in beslag neemt) en ik mededogen met het publiek wilde tonen, besloot ik de kop van het dier te hakken. Vervolgens construeerde ik hapsnap een andere korte kop in de veronderstelling hiermee tijd te winnen. Daarna ging het bergafwaarts. Het lijf had nog wel wat te bieden maar de staart hing er vervolgens wat losjes bij. De mist tussen mij en het publiek trok langzaam en dik op. Dat zie je en dat voel je. Dus doe ik er vervolgens alles aan om de zaak te repareren om de mist te zien verdampen. Maar nu duurt het hele verhaal zelfs langer dan gepland en het publiek drijft verder en verder van me af en ik voel me meer en meer alleen staan; dit komt niet meer goed!

Nu krijg ik na mijn preken slechts zelden directe feedback. Nu wel: "ik heb geen idee waar je mee naar toe wilde nemen," was een terechte reactie. Omdat ik in deze kerk in de loop der jaren wel wat krediet heb opgebouwd zullen ze het waarschijnlijk wel door de vingers zien en me een volgende keer weer met een glimlach welkom heten maar een beste beurt was het niet.

Vraag: Wat heeft de spelende vrouw hiervan geleerd?
Antwoord: Nooit met de kop van een dier rommelen!

Ik lees graag en veel. Het soort boeken dat ik bij voorkeur lees (theologie, filosofie, psychologie) hebben vaak een behoorlijk lange inleiding of introductie. Vroeger sloeg ik die (om tijd te winnen?) over en ging direct door naar het "echte" werk. Dat heb ik inmiddels wel afgeleerd. Een inleiding lees ik nu vaak zelfs twee keer en wel om de volgende reden: als ik een antwoord lees zonder dat ik de vraag weet dan zegt dat antwoord niet zoveel, of leg ik verbindingen die de schrijver helemaal niet bedoelde.
Een goeie kop zet de vraag helder neer. Het lijf blijft keurig verbonden met de kop en de staart maakt het verhaal netjes af. Het resultaat is dat je gewoon een mooi beest hebt.
Tegen dat principe heb ik gezondigd en mijn doel (minuten winnen) niet gehaald.

20 augustus 2018

Een patatje zonderling

Na de samenkomst doolde ik met mijn automatenkoffie nog wat rond tussen de druk met elkaar in gesprek zijnde gemeenteleden. Iemand prikte me met een vinger in mijn rug. Ik draaide me om en een semi-bejaarde meneer stelde vragend vast dat ik dus uit Rotterdam kwam. Een betere openingszin is moeilijk te bedenken. Mijn verse gespreksgenoot kwam daar dus ook vandaan, hoewel hij ten zuiden van de rivier woont. Da's toch anders.

Wat bracht hem hier? Komt u hier vaker?
"De Heer" en "nee," waren de antwoorden.
Mijn "wat bracht u hier, meneer" was de vraag waar hij blijkbaar op had zitten wachten.
Wat volgde was een verhaal van het uit twee kerken te zijn gezet en hoe de Heer hem vervolgens duidelijk had gemaakt dat de beste man uitverkoren was om privéonderwijs van de levende God te ontvangen; "zoals de Heer van aangezicht tot aangezicht met zijn dienstknecht Mozes sprak, zo spreekt hij ook met mij."

Ik realiseerde me meteen dat ik in bijzonder gezelschap verkeerde. Iemand die een directe verbinding met God heeft, daar moet je zuinig op zijn en heel goed naar luisteren. Het gehalte aan openbaring dat volgde viel me enigszins tegen. Wat ik kreeg was een relaas over de zuiverheid van de Statenvertaling en hoe God zich slechts openbaart middels de zuiverste vertaling. Juist ja.
Hoewel de Heer hem dus duidelijk had gemaakt dat hij in de dienst moest zijn waar ik die morgen toevallig sprak, werd me al snel duidelijk dat hij niet de opdracht had gekregen om naar de preek te luisteren. Anders had mijn verhaal over hoe de mens geneigd is om secundaire zaken gemakkelijk te promoveren tot primaire zaken om er vervolgens mee aan de haal te gaan om het tot kernpunt van een persoonlijk missie te maken, wellicht wat irritatie bij hem gewekt. Nee, het was helder dat het idee dat een vertaling, of het verliefd zijn op eigen kennis en interpretatie een afgod kon worden bij hem aan dovemansoren was gericht. Een kenmerk van dit soort lieden is dat ze slecht of niet langer naar anderen luisteren. De kerk kan een afgod worden, zo ook de liturgie, de samenzang, de eigen ervaring, een leider of predikant en ga zo maar door.

Omdat ik mensen zoals hierboven beschreven regelmatig tegenkom en spreek, houdt de vraag wat hen bezielt mij regelmatig bezig. Ik ben tot de voorzichtige conclusie komen dat, als ze verder normaal functioneren en er geen sprake is van enige chemische onbalans in de hersenen, de stellige,  doch begoochelde ideeën een resultaat zijn van onzekerheid. De onzekere klampt zich redelijk gemakkelijk vast aan het vermeende zekere. Het geeft namelijk het houvast dat men buiten dat geloof mist.
Het geloof heeft met de wetenschap gemeen dat het steunt op dogma's, de fundamenten waarop de bouwstenen van de geloofsconstructie, of wetenschapsconstructie worden geplaatst die uiteindelijk tot een "logisch" geheel leiden.
Het idee dat taal en beeld (zie ook mijn vorige blog) slechts uitdrukkingen zijn van iets dat veel groter, dieper, onbegrijpelijker, en ondoorzichtiger is, gaat er bij sommigen niet in. Het vraagt echter niet al te veel verbeeldingskracht en redeneringsvermogen om in te zien dat beeld en taal altijd beperkt zijn in hun vermogen om dat diepere te vertalen. Vandaar dat we bijvoorbeeld zeggen: "woorden schieten tekort." Als het gevonden woord of het gecreëerde beeld wordt verabsoluteerd, is er sprake van een afgod.
Het wezen van geloof en wetenschap is dat ze nooit "uitgedogmaad" zijn. Dat is ook de schoonheid en aantrekkingskracht van zowel geloof als wetenschap. Dat wat we menen te weten dient voortdurend  te worden blootgesteld aan de werkelijkheid en onderworpen aan tests. Dat is geen bedreiging en kan slechts leiden tot een treffender beeld of woord en een robuuster "weten,"

Ik wens mijn gespreksgenoot het allerbeste (en zo weinig mogelijk slachtoffers) toe en mijzelf meer geduld. Ja, ik verlies mijn geduld vrij snel. Helaas komt dat de zaak niet ten goede.

14 augustus 2018

Vriendelijke woorden zijn als honing

Na uren in vliegende buizen met vleugels te hebben doorgebracht, spuwen de tientallen passagiersbruggen die de vliegmachines met het luchthavengebouw verbinden hun honderden passagiers uit. Vermoeid, enigszins gedesoriënteerd, geïrriteerd, een enkeling nog enigszins fris, volgt de massa de bordjes die naar de verlossende uitgang, toiletten of (minder verlossende)
doorverbinding wijzen. Aan het eind van de tunnel zingt een man. De breed glimlachende Afro-Amerikaan zingt de passagiers een welkom toe en dirigeert de uitgang zoekende passagiers naar links en de doorverbindende passagiers naar rechts. Met weidse gebaren onderstreept hij zijn woorden. De tot dan toe redelijk in zichzelf gekeerde massa verandert zichtbaar. Hoofden gaan omhoog, irritaties verdwijnen als sneeuw voor de zon en het aanstekelijke optimisme van de zanger tovert bij de meeste een glimlach op het gezicht. 

Ik had al enkele keren het voorrecht gehad om bij aankomst in New York de beste man te treffen. Tijdens het landen vroeg ik me af of hij er vandaag weer zou staan. Ik hoopte het van harte, temeer ik zo'n passagier ben die gemakkelijk door irritatie en andere gevolgen van reisstress overmand word. Het besef drong tot me door dat deze vriendelijke man in mijn hoofd was gaan zitten.
Ja, hij stond er weer en ik kon mezelf niet helpen of tegenhouden; zijn optimisme en vriendelijkheid spoelden alle stress van me af zoals een welkome douche het zweet en vuil van het lichaam spoelt. Na zo'n douche voel je je weer helemaal mens.

Na zonder al te veel moeite alle vliegtuigvoedsel dat me gedurende de reis was aangeboden te hebben geweerd, was ik nu wel aan een gezonde hamburger met frietjes toe en parkeerde mezelf bij de eerste de beste fastfoodtent die ik in de aankomsthal tegenkwam. Net toen ik de hamburger in een houdgreep had en richting mijn gezicht bewoog zonder dat er al te veel spul van tussen de broodjes wegsijpelde, vroeg een man of de stoel naast me vrij was. 
Hé, die man ken ik. Dat is de man die passagiers al zingend welkom heet in het land waar alle dromen (kunnen) uitkomen. Het was zijn lunchpauze en uiteraard greep ik de gelegenheid aan om hem eens ernstig te ondervragen.
Zijn optimisme was voor hem een logisch gevolg van zijn geloof en hij vertelde me hoeveel voldoening het gaf om een lach op het gezicht van vermoeide passagiers te zien verschijnen: "Dit is mijn missie en ik heb dit tientallen jaren met veel genoegen en voldoening mogen doen." 
"Hoezo, mogen doen?"
"Wel, jongeman, vandaag is mijn laatste dag. Ik ga met pensioen."
Fijn voor hem, een verlies voor New York!

Nu, jaren later, zit hij nog steeds in mijn hoofd en ik realiseer me dat er niet zo bar veel nodig is om deze wereld een iets betere plek te maken. Ik denk regelmatig aan hem als ik weer eens in de reisstress dreig te geraken (of er middenin zit). Op zo'n moment zeg ik dan stilletjes "sorry," en het gewicht dat ik draag wordt wat lichter. 
  
Spreuken 16:24 Vriendelijke woorden zijn als honing voor de ziel en als medicijn voor het lichaam.


07 augustus 2018

Behelpen met beelden

Her en der ontmoet ik ze; mensen die claimen God te hebben gezien, of gehoord. Ik voel altijd iets van jaloezie als ik bijvoorbeeld hoor: "God zei tegen me....", of "God verscheen aan mij in een droom." Het blijft echter altijd wel in wat abstracte vaagheid hangen. Ik moet de eerste nog tegenkomen die vertelt dat hij in een café een cola light aan het drinken was en dat God naast hem kwam zitten en een gesprekje met hem begon. Als ik doorvraag over het hoe, wat, waar en de omstandigheden en of, als ik er bij was geweest ik precies hetzelfde gehoord of gezien zou hebben, blijkt het een "sterke indruk" te zijn geweest; "het klonk, leek heel echt".
Het "probleem" met het horen en/of zien van God is dat dit altijd plaatsvindt binnen de overweldigende beperkingen die inherent zijn aan beeld en taal. Voor zover we weten is God een "ondoordringbaar licht", of "woont in een ontoegankelijk licht" (1 Tim. 6:16).
Licht kun je niet zien, hoewel we in het gangbare taalgebruik wel zeggen "ik zag een licht." Dat laatste kunnen we alleen maar zeggen omdat het betreffende licht de omgeving zichtbaar maakt. Licht kun je slechts beschrijven en daarvoor gebruiken we taal en beelden.
Licht als metafoor voor God is wellicht het sterkst beschikbare beeld: als object onzichtbaar en tegelijk alles zichtbaar makend.

Credit: Atelier Ed Boelaarts
Een tijd terug vertelde iemand me dat hij Jezus in een droom had gezien; "althans, ik denk dat het Jezus was want hij leek er precies op". Dit nu is een klassiek voorbeeld van wat we als mensen doen; we vormen beelden in onze gedachten. Helemaal niets mis mee want we kunnen niets anders dan werken met wat we aan beeld en taal voorhanden hebben. Het wordt een "issue" wanneer we in het beeld dat we hebben gevormd gaan geloven - de basis voor fundamentalisme in alle verschijningsvormen en de vrijwel altijd daarmee gepaard gaande zendingsdrang  (economisch, sociaal, politiek, spiritueel, enz.).

Beelden spelen een belangrijke rol in hoe we naar de wereld kijken. Ze zijn zelfs essentieel. Beelden zijn dan ook onmisbaar voor onze geloofsvorming. Een beeld kan echter nooit het geloof vervangen. Sterker nog, beelden kunnen zomaar een obstakel zijn voor het geloof in God. Wellicht dat geloof pas mogelijk is na een radicale beeldenstorm! Zonder beelden kan ik me nergens meer aan vast houden. Het enige dat overblijft is vertrouwen op en in dat Licht!
Een van de redenen dat Jezus zo belangrijk is in het christelijke geloof is dat, wat niemand ooit gezien heeft, door Hem zichtbaar en tastbaar is gemaakt.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...