09 oktober 2015

Wat heerlijk authentiek (II)

De zoektocht naar authenticiteit is een vorm van protest. De zoeker bevraagt praktijken en ontwikkelingen in de maatschappij kritisch; gaat daar niet zonder meer in mee. Als die kritiek leidt tot een resultaat dat meer richting authenticiteit gaat zullen vooral recht, gerechtigheid en onbaatzuchtigheid  beter uit de verf komen; een politicus die klare taal spreekt en de wol op Texel laat, een bankier of CEO die z'n klant hoger heeft zitten dan zijn eigen portemonnee, een werkgever die het welbevinden van het personeel belangrijker vindt dan zijn/haar "verdienmodel," ach vul maar aan.

Authenticiteit wordt over het algemeen als iets positiefs gezien. Iets of iemand wordt er beter van.
Wellicht is de zoektocht ook niet zozeer een verlangen naar het oorspronkelijke recept van de Whisky die Sir Ernest Shackleton bij zich had op zijn tocht door Antartica (hoewel ik deze graag zou proeven en even een gevoeltje van verbondenheid met Sir EH beleven; dit voelde, proefde beleefde de beste man toe hij het errug koud had). We zullen eerder zoeken in karaktereigenschappen en deugden; iemand doet iets met passie en liefde voor het vak.
Authenticiteit is dus echt wel iets anders dan "dicht bij jezelf" zijn en blijven; dat is niets anders dan jezelf toestemming geven om overal schijt aan te hebben en "helemaal jezelf" te zijn; daar zou je immers recht op hebben.
Hoe dan ook, authenticiteit laat zich moeilijk omschrijven. Zolang we het zoeken in 100% biologisch, onze eco-voetstapjes, puur natuur, volgens eeuwenoud recept, rommelen we slechts aan de oppervlakte van iets wat veel dieper gaat.

N.b. Zojuist uit de Trouw geplukt:

De directeur "voelde dat het van de hand van een bijzonder kunstenaar moest zijn." Authenticiteit laat zich echter maar moeilijk voelen....




08 oktober 2015

Wat heerlijk authentiek

Ligt het aan mij of zijn er ook anderen die een lichtelijke hype rondom authenticiteit bespeuren? De claim "100% origineel," de observatie dat iemand "echt authentiek" is, spreekt, doet of denkt (wat een heerlijk pleonasme), bier dat al 300 jaar volgens hetzelfde recept wordt gebrouwen en dus vandaag authentiek mag heten...
Is het een rusteloos pogen om iets van een met valse romantiek omgeven verleden te doen herleven? Of is het een verlangen om anders te zijn dan "de rest." Die "rest" zou dan verre van authentiek gedrag en denken vertonen; iets meer nep zijn. Is het echter niet zo dat ieder mens zichzelf uniek vindt en zich in min of meerder mate van de rest onderscheidt door authentiek gedrag te claimen?
Wanneer is iets authentiek, of echt, of origineel?

A: "Is dit een echte Rembrandt?"
B: "Vindt je het een mooi schilderij?"
A: "Ik vind het prachtig."
B: "Wordt het mooier als het een echte Rembrandt is"
A: "Ik weet dat het geen verschil zou moeten maken maar eerlijk gezegd doet dat het wel."
B: "Volgens de criteria die door de slimste kunstkenners zijn opgesteld is dit zeer waarschijnlijk een echte Rembrandt"
A: "Met andere woorden, je kunt het nooit 100% zeker weten?"
B: "Correct"

Een van de grootste vragen die ik heb is deze: "Wat betekent het om een authentiek volgeling van Jezus te zijn?" Hoe ziet een volgeling van Jezus eruit als je, zover je kunt, tradities, dogma's, sociale druk en veelheid aan interpretaties eraf peutert?
Het antwoord is volgens mij dat dit onmogelijk is vast te stellen.
Je kan weinig anders dan met de criteria die je vaststelt (aan de hand van Zijn woorden) zo gewetensvol mogelijk vorm geven aan dat geloof temidden van een wereld en een cultuur die nu eenmaal is zoals deze vandaag is. Dat maakt een geloof actueel en (hopelijk) relevant en rekent af met een vals romantische hang naar een (niet zo) ver verleden waarvan over het algemeen te gemakkelijk gedacht wordt dat die zoveel beter was.

07 oktober 2015

De luchtbanier en het verkalkte oor

In mijn ooghoek zie ik een man door een van zijn knieën gaan. Die ene knie rust op de grond terwijl de andere omhoog en vooruit prikt. Laat ik het een "halfkniel" noemen. Zijn gestrekte rechterarm maakt een zwaaiende beweging, beginnend op de grond en een halve cirkel later eindigend, wijzend naar het plafond. Dit alles zoveel mogelijk synchroon lopend aan de gezongen tekst "'k-hef een banier op."
Het beleid van de kerk waar ik spreek staat het gebruik van echte banieren niet toe. Het is een vorm van verzet; een lange neus naar de beleidsmakers die toch niet zover zullen gaan dat ze een luchtbanier verbieden? Echter, wie slim is en voelt toe te moeten geven aan de onbedwingbare drang om het zingen van psalmen, gezangen en lofliederen te complementeren met gebaren maakt dan gebruik van denkbeeldige hulpmiddelen en instrumenten.
Zo is er de luchtgitaar. Deze wordt zeer breed ingezet en is, hoewel het er idioot uitziet over het algemeen geaccepteerd. Luchtgitaren worden vooral gebruikt door hen die er hun leven lang al van dromen gitaar te kunnen spelen maar verder zijn gekomen dan E-A-B7.

Later, tijdens de preek, stapt de banierzwaaier demonstratief op. Of het met de preek te maken had, weet ik. Dat zou gissen zijn maar ik heb een vermoeden dat gelovigen met imaginaire banieren ook een bepaald kritisch oor hebben ontwikkeld. Een selectief oor dat die dingen hoort die men wil horen en vooral ook horen wat er niet gezegd wordt.
Kritische oren hebben we volgens mij allemaal. Mijn oor is voortdurend op zoek naar bondgenoten; mensen die ongeveer hetzelfde voelen en denken als ik. Vind ik zo iemand, dan word ik bevestigd in mijn zijn; ik kan niet gek zijn want er is nog iemand die het begrijpt.... O wacht, er zijn er zelfs twee, nee drie! Nu is het wij tegen de rest. Als we nu ons luchtbanieren synchroniseren is het helemaal toppie!

Zo trok iemand onlangs haar "gele kaart". Na de dienst sprak ze me aan. Ze had niets aan de preek gehad want ik had niet "geproclameerd". Dat had wat mij betreft enig uitleg nodig en het werd me duidelijk dat in haar oren iedere kerkdienst een evangelisatiedienst moet zijn waarbij aan het eind van de preek er een uitnodiging om Christus aan te nemen zou moeten volgen. "Zo heeft God het gewild."
Als ik één lesje heb geleerd in mijn bijna 55 jarige bestaan is het om bij dergelijke confrontaties niet in discussie te gaan. Het kraakbeen in het oor is zo verkalkt dat het bij discussies kan worden ingezet als wapen. Bovendien vangt het nog maar een soort signalen op. Nog net niet stampvoetend verliet ze het gebouw. Verzuchtend nam ik nog een slokje koffie; je kunt niet iedereen tevreden stellen.

De banierzwaaier een rij verderop werkt dan misschien op mijn lachspieren, ik besef dat de verworven vrijheid van expressie, die mensen in staat stelt om uitdrukking te geven aan hun creativiteit, gevoel, verlangen en overtuiging een groot goed is. En zolang ik ervoor waak dat het niet het kraakbeen in mijn oor verkalkt, kunnen de banierzwaaier en ik gewoon door dezelfde deur.

06 oktober 2015

Sociale media en de verheerlijking van het Ego

Een oorzaak van mijn blogstilte is dat ik me ernstig stoor aan de verheerlijking van het Ik dat tamelijk prominent aanwezig is; op FB liggen de ego's voor het opscheppen. De smeekbede's om toch maar alsjeblieft het geposte geroezemoes te "liken" getuigt van een ongepast verlangen naar bevestiging. Alsof het grootste genoegen gelegen is in mensen die door het raam van de etalage hun duim opsteken naar de zender van al dat geweldige nieuws. Het riekt toch een beetje naar exhibitionistische haantjesgedrag maar is weinig anders dan bevestiging zoeken van het toch al onzekere zelf.

Trouwens, het valt het over het algemeen wel mee met dat geweldige denken. Zoveel denken kom ik niet tegen in de sociale media. Wel vooral veel doorgeven wat anderen denken of doen: "dit moet je echt lezen, of zien."
Nu is het natuurlijk aan de potentiële ontvanger van de geweldige boodschap om deze wel of niet te lezen; ik hoef immers niet te lezen of te kijken.

Hier hebben we meteen een van de dilemma's. Sociale Media is redelijk effectief in het onderhouden van contacten met vrienden. Mass mailing hoeft niet meer, ik ben op Facebook en onderhoud een Blog. Van de groep vrienden die al vroeg hebben besloten om niet met deze ontwikkeling mee te gaan hebben de meeste wel een e-mailadres en zijn gelukkig bereikbaar zonder bomen op te hoeven offeren en een beroep te moeten doen op de diensten van onze voorheen trotse postbezorgers.

Mea Culpa

Door blogs te schrijven en deze ter beschikking te stellen aan de wereld doe ik mee aan dit vreemde circus. Aan de ene kant wil ik dit niet maar aan de andere kant heb ik wel de behoefte om een deel van mijn leven, denken, doen en laten te delen met hen die daar om wat voor reden dan ook in geïnteresseerd zijn. Hoe ik dat op een goede, gezonde manier doe zonder de indruk te wekken dat ik uit ben op omhooggestoken duimpjes, daar ben ik nog niet uit. Pas als ik volmodig ja kan zeggen op de vraag of ik ook zou "delen" als geen enkele levende ziel ooit de moeite zou nemen om de deling te lezen, ben ik volgens mij gerechtigd om het te doen. Maar hieruit volgt meteen een ander dilemma. Delen is pas delen als er in ieder geval een ontvanger is. Tot dan is er geen sprake van delen.

Ik moet denken aan Jezus (sorry, ik kan moeilijk anders). Als er één iemand is die niet uit was op de omhooggestoken duim van anderen, was Jezus dat wel. Johannes zegt over hem "niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen" (Johannes 1:18). Alles wat Jezus zei, of deed, had als doel om de Vader in de etalage te zetten.
Waar menig blog tot doel heeft de ruimte van het zelf van de blogger te vullen is een blog dat tot doel heeft de ontvanger te leiden naar de ruimte die van dat zelf verwijderd is en een hoger doel dient een blog waar je letterlijk mee verder kunt.

28 november 2014

Is er nog wel wat te melden?

Hier de link naar de nieuwsbrief voor december 2014.

Het is wel al heel lang stil op mijn blog. Ik leg de schuld bij Facebook. FB is een vreemd medium dat uitnodigt tot luiheid. De meest onzinnige, domme dingen worden doorgelinkt. Dat is makkelijk want dan hoef ik zelf niet meer zo hard na te denken. Een ander heeft het voor mij gedaan.
Ik zie het als een verval in origineel en authentiek denken, in zoverre er zoiets dergelijks bestaat. Het feit dat ik iets leuk vindt wil niet meteen zeggen dat ik het er mee eens ben, hoewel het er wel naar neigt. Als FB'ers nu eens in een of twee regels zouden melden waarom ze iets "liken" dat zou dat al een stap in de goede richting zijn. En dan niet zo van "een van de meest ontroerende filmpjes die ik ooit heb gezien." dat is een beetje laf.
Maar goed, de vraag waar ik mee worstel is of er eigenlijk wel iets zinnigs te melden valt. Ik neig naar "nee." Vandaar de maandelange radiostilte. Het gaat waarschijnlijk vanzelf wel over. Over een poosje.

19 juni 2014

Frisse wind door de ziel. Of liever een lange neus?

"Je openheid doet me af en toe wel slikken. Denk je dat het wijs is om in jouw positie zo open te zijn over wat er zich in je ziel afspeelt?"
Aldus een reactie van een collega op onze meest recente nieuwsbrief.
Interessante vraag die tot nadenken stemt. Hoe ver ga je in openheid en transparantie in communicatie. Met andere woorden, hoeveel van jezelf hang je in de etalage? Zijn er grenzen? En wat heeft positie er mee te maken?

Open een eerlijk communiceren is mijns inziens een betere optie dan het verbergen achter een masker van "het gaat goed met me," "de Heer weet wat Hij doet, of "daar kan ik niets over zeggen." Die laatste is helemaal goed. Met name politici zijn er goed in en als ze al wat zeggen wordt de waarheid veelal gesmoord door wollige taal en zegt men met heel veel woorden helemaal niets. Daar wordt geheel Nederland wel wat moe van.

Waar een mens behoefte aan heeft is aan een medemens die de werkelijkheid zo goed mogelijk omschrijft en beschrijft. Dat houdt het leven erin. Het "kritisch bevragen" van de eigen werkelijkheid en die van de omgeving is de snelste manieren om tot antwoorden te komen. De eigen werkelijkheid en die van de ander wegmoffelen achter generalisaties kan gemakkelijk leiden tot een algehele ontkenning daarvan en zou zomaar kunnen resulteren in een lange neus. Die zal op den duur te smal blijken om achter te verbergen.

Positie heeft er weinig mee te maken. Het lijkt er echter op dat waar men meer verantwoordelijkheid heeft, de kans op verhullen van de werkelijkheid in het kwadraat toeneemt (het salaris en vertrekpremies in veel gevallen ook). Het vertrouwen van de mens in de betreffende persoon neemt echter meestal recht evenredig af. Je zou zelfs kunnen zeggen dat naarmate mannen en vrouwen meer verantwoordelijkheid dragen; leiders worden genoemd, de noodzaak om open en eerlijk te communiceren (en daarbij ook de ziel bloot te geven) groter is. Er bestaat echter een kans dat de mensen er dan achter komen dat jij ook maar mens bent, en dat kunnen we natuurlijk niet gebruiken.

Openheid en eerlijkheid is een goed middel om in de werkelijkheid te kunnen blijven staan; deze te erkennen en met open vizier tegemoet te treden.
Het moet ook een beetje bij je passen. Niet ieder temperament staat te dringen om de ziel in de etalage te hangen. Het gaat er ook niet om waar die ziel opengaat. Dat kan in de etalage zijn maar ook binnen de veilige kaders waarin diepe vriendschappen voorzien.
Hoe dan ook, we hebben allemaal een plek nodig waar onze ziel kan luchten en een ander de gelegenheid krijgt om mee te kijken. Arm is degene die zo'n plek niet heeft.

Ziel is een niet zo tastbaar begrip. Naast de theologische betekenis vind ik onderstaande definitie (in een fenomenologische context)  wel aardig:  iets dat in het lichaam ervaren kan worden. 'Ziel' kent gevoelens als eenzaamheid, hoop, verlangen, nabijheid en trouw. Als wij daarnaar luisteren, vertelt het ons wat het nodig heeft en wat het liefheeft. Wij vinden het essentieel mensen te helpen een onderscheid te maken tussen wat de ziel wil en nodig heeft en de druk die uitgaat van sociale conditionering, religieuze vooroordelen en politieke ideologieen. (bron)

08 mei 2014

Homo's en lege enveloppen

Vel over been, dat is het eerste wat je ziet. Je kijkt nog een keer: 't-is een kind dat zwaar ondervoed is. Je moet iets doen en trekt je portemonnee. Drie flappen van tien, dat moet wel kunnen; maak ik zelf een keer eten klaar of sla een maaltijd of twee, drie over. Je voelt je goed. Dankbaar pakt het kind bijna het geld aan; "meneer, voordat ik uw geld aanneem... bent u misschien homo, of werkt u voor een organisatie waar wellicht homo's werken?"
Absurd natuurlijk. Het laatste waar een mens in nood aan denkt, voordat deze hulp van anderen aanneemt, is de geaardheid, geloofsovertuiging of het 'geefmotief' van de barmhartige.

Maar nu gaan we die barmhartigheid organiseren. Veelvouden van dertig euro worden ingezameld en door een groep mensen die de nood in de wereld willen lenigen, geadministreerd en gedistribueerd. Wil ik nu die dertig euro toevertrouwen aan zo'n organisatie? Wie weet werken er bij die organisatie mensen die niet zuiver op de door mij bepaalde of gewenste graad zijn. Dat kunnen mannen en vrouwen zijn die niet geloven in een letterlijke zesdaagse schepping, of rechts stemmen, of een seksuele identiteit hebben die afwijkt van die van mij. Het kan ook zijn dat ze linkshandig zijn, of blauwe ogen hebben, of misschien een te kort rokje dragen. Allemaal fout, fout, fout: kappen met geven!

Wat de recente aardschok bij WorldVision[1] aan het licht brengt is de hypocrisie van de mens. Het geven om nood te lenigen wordt ondergeschikt aan de persoonlijke geloofsmoraal; ik geef slechts als dat geven mijn gevoel van wat theologische juist is bevredigt. Voldoet de organisatie niet meer aan mijn voorwaarden; jammer voor het kind, maar dan maar geen eten, onderdak of onderwijs. Het kind wordt daarmee het spreekwoordelijke kind van de rekening. Tot wel 5.000 gevers stopten hun sponsoring.


FOTO: ARKIVISSOUF SANOGO/AFP PHOTO
Natuurlijk maken mensen keuzes als ze kinderen in nood sponsoren. Vertrouw ik de organisatie? Sta ik achter hun missie en visie? Geloof ik dat de organisatie een gezonde ethiek en integriteit voorstaat en demonstreert? Op het moment dat iemand besluit een kind te sponsoren ga je een verbond aan. Als dat verbond wordt geëerd door de organisatie en de hulpstroom verloopt goed, de financiële terugkoppeling geeft reden om te blijven vertrouwen, dan stop je daar niet zomaar mee omdat het kind daar dan de dupe van is. En daar was het je om te doen; een kind een toekomst geven.
Het is een andere zaak als blijkt dat een organisatie de boel belazert en er met (het grootste deel van) jouw geld vandoor gaat. Dat is het een heldere zaak dat je meteen stopt en alles in het werk stelt om de schuldigen naar het gerecht te slepen.

Welk principe is er belangrijker? Het principe van de verantwoordelijkheid om gerechtigheid, of gelijkheid, na te streven of het persoonlijke principe dat mijn enveloppe alleen maar door iemand mag worden afgeleverd die zuiver in de leer en wandel is? Als dat laatste belangrijker is zie ik opeens een heleboel lege enveloppen; eigenlijk zie ik dan zelfs geen enkele enveloppe meer.

Het koninkrijk van God manifesteert zich door alle denkbare vormen van gebrokenheid. Op het moment dat ik voor jou besluit dat jouw gebrokenheid erger is dan die van mij, lijd ik aan een bijna ongeneeslijke vorm van zelfbedrog.


[1] Only two days after announcing it would hire Christians in same-sex marriages, World Vision U.S. has reversed its ground-breaking decision after weathering intense criticism from evangelical leaders.

29 april 2014

Dode heiligen

Het circus waarbij twee overleden pausen tegelijk heilig zijn verklaard is voorbij en nu mogen de beide mannen wereldwijd officieel vereerd worden. De praktijk van de heiligverklaring is zo’n duizend jaar na Christus ontstaan. De praktijk is op geen enkele wijze verbonden aan Bijbelse instructie. Het is een manier om mannen en vrouwen die veel betekent hebben voor het Christelijke geloof of, beter gezegd,  de Katholieke Kerk[1], respect en eer te betonen en dit officieel vast te leggen. Dat deze heiligen ook worden geacht een plaats in de hemel te hebben ingenomen is er ook bij verzonnen. Of het nu gaat om “officiële” heiligen of niet, in wezen houden de meeste mensen er eenzelfde praktijk op na door manieren te vinden om de nagedachtenis aan een dierbare overledene levend te houden. Daar is niets mis mee.

De heiligverklaring is een dubieuze manier van het omgaan met het begrip “heilige” en het is zuur dat juist de kerk, die toch haar bestaan en praktijk ontleend aan de Bijbel, er zo’n gruwelijke draai aan heeft gegeven. De Bijbel kent namelijk geen dode heiligen; slechts levende heiligen. “Heilige” is geen titel die de mens aan een ander toekent maar de wijze waarop God die mannen en vrouwen benoemt die door Hem apart zijn gezet. In de geschiedenis en ontwikkeling van de mensheid lezen we hoe God een onbetekenend volk uitkiest om “Heilig” te zijn; apart gezet door en voor Hem om in de barbaarse wereld een economie, sociale-, en maatschappelijke orde te demonstreren die gekenmerkt wordt door de wetten en verordeningen die door Hem zijn ontworpen. Dat dit volk het er niet zo best van af bracht is te lezen in het Oude Testament; Israël kon de verwachtingen die God aan haar stelde niet waarmaken. Ondanks het voortdurend falen om dat Heilig zijn in praktijk te brengen, geeft God de moed niet op en begint keer op keer opnieuw met zijn volk. De komst van de Verlosser, Jezus Christus, verandert het speelveld. Christus wordt nu “de heiliging” van de mens en in (of rondom) Hem vormt zich een wereldwijde gemeenschap van hen die apart zijn gezet: heiligen die hun leven inrichten volgens de (spel)regels die binnen het Koninkrijk van God gelden. Het belangrijkste onderwijs over die spelregels beslaat “slechts” drie hoofdstukken (Mattheus 5, 6 en 7).

Een belangrijk spanningsveld waarin de christen leeft is het feit dat er enerzijds niet op een heiligverklaring hoeft te worden gewacht. Door het geloof maakt de christen van het ene op het andere moment uit van die apart gezette groep die “heiligen” worden genoemd. Anderzijds is het waarmaken van die status een verhaal dat een leven lang (en ver daarna duurt); je bent er nooit mee klaar. De christen worstelt met het feit dat zijn/haar leven voortdurend door zichzelf en anderen langs de hoge lat van kenmerken van dat heilig zijn wordt gelegd, terwijl de eerste, vaak moeizame stappen nog maar net worden gezet. Een levende heilige zijn maakt het leven echter veel interessanter dan af te moeten wachten of ik na mijn dood door anderen heilig genoeg zal worden bevonden. Wat God betreft is het een uitgemaakte zaak; heilig verklaard worden kan slechts in het hier en nu gebeuren. Een postume heiligverklaring zit er niet in.




[1] Er zijn andere denominaties die een proces kennen waarbij mensen heilig worden verklaard.

22 april 2014

Retro Praise

Je kon erop wachten maar Retro krijgt ook vat op de kerk. De eerste dienst (in zeker vijfentwintig jaar) waarin de samenzang begeleid werd door een knap bespeelt RIHA orgel is een feit. Jawel, zo'n eerste generatie elektronische orgels die je vooral in de mindere zaaltjes van een willekeurig kerkgebouw aantrof of in kerken die zich geen Johannes orgel konden veroorloven. Het voelde altijd aan als een soort van samenzang voor mensen die niet gewoon waren a capella en vierstemmig te zingen zoals men ook nu nog wel kan beleven in de wat traditionelere Vergadering van Gelovigen samenkomsten (is erg mooi trouwens). Om de samenzang toch vooruit te trekken en te voorkomen dat er niet te veel werd "gezakt" was de RIHA en soortgelijke orgels een uitkomst. Maar het klonk van geen kant.
Edoch, de beleving van klank is aan verandering onderhevig. RIHA begeleiding is ongelooflijk cool en het sentiment groot! Wat een geweldig apparaat! Heerlijk die kunstmatige tremolo en ingeblikte galm. Fantastisch hoe een fluit klinkt als zo'n fluitje van 10 cent zonder balletje erin en zonder spuug, en een trombone als een verkouden blokfluit. Wat we toen niet begrepen, begrijpen we nu wel. De fluit en een trompet horen helemaal niet als zodanig te klinken. De fluit klinkt als een RIHA fluit en de trompet als een RIHA trompet; volkomen uniek.
De wereld buiten de kerk had het al een poosje door en de retro instrumenten zijn niet aan te slepen. Retro is het nieuwe cool. De Retrowereld vertegenwoordigt de periode tussen natuurlijke instrumenten en doorontwikkelde midi en sampling technologie die de natuur zo getrouw na kan bootsten dat de gemiddelde sterveling het verschil niet meer kan horen.
Retro bepaalt de mens bij het tijdelijke van de dingen alsook het zich uitstrekken naar perfectie. Het toont aan dat, als die perfectie uiteindelijk is bereikt, of bijna is bereikt, het niet die voldoening geeft die men had gehoopt of verwacht; "geef mij liever de wereld van het pogen, dan blijft er nog iets te doen, iets om na te streven."
Wat me vooral verbaasde is dat het geen kerk was met vijftig plussers. Ik schat dat de helft van de aanwezigen (100 van de 200) onder de 35 jaar oud was.
RIHA vertegenwoordigt een uitdrukking van authenticiteit waar een groeiende groep mensen naar op zoek is; een authenticiteit die alle facetten van het leven betreft, zowel het innerlijke als het uiterlijke.
Genoten heb ik. Onder de klanken van de RIHA zongen we paasliederen met als klapper "U zij de Glorie." Alle registers mochten open. Fluit, trombone en trompet versmolten tot een glorieuze geluidsbrij; de galm stond op maximaal en de tremolo kreeg vakkundig de vrije teugel of werd met het bit (de linkerhand van de organist) in toom gedwongen tot een gladde, edoch ondefinieerbare klank. Ik zong zowaar mee!

Heb je nog zo'n orgel staan? Niet wegdoen. De vraag ernaar neemt toe en je kan er zowaar geld voor vragen. Dat kun je vervolgens naar OM sturen als een gift,

Hier een linkje naar een RIHA orgel op YouTube. helaas heb ik geen opnamen van de bijeenkomst dus moeten we het doen met een "neutraal" voorbeeld.

Hieronder een foto die ik zo'n dertig jaar geleden maakte van Dick Baarsen in een tentbijeenkomst. Daar waren die orgels zeer populair . De apparaten waren redelijk mobiel. Je kon ze makkelijk vervoeren, slechts vier man was nodig om het apparaat te tillen. Op de foto geen RIHA maar een ander merk van een nieuwere generatie, met ritmebox.





03 april 2014

Best wel lastig, die Bijbel

Boeken deel je in genres in: fictie, geschiedenis, fantasie, wetenschappelijk, roman, en ga zo maar door. Een lezer voelt zich thuis in een of meerdere genres en vermijdt het lezen van boeken die minder bij hem passen.

De Bijbel is een verzameling van 66 boeken die onderverdeeld worden in verschillende genres. Je kunt de Bijbel dan ook niet als een geschiedenisboek lezen, als poëzie of als roman. Elk afzonderlijk boek dient binnen het eigen genre te worden gelezen en geïnterpreteerd. Wat de boeken gemeenschappelijk hebben is dat ze worden gewaardeerd als het geopenbaarde woord van God waarin Zijn gezag ligt besloten.

Omdat de Bijbel niet slechts één genre vertegenwoordigd kun je verschillende aanvliegroutes kiezen bij het zoeken naar antwoorden op de grote levensvragen. De geschiedenis van de kerk kent talloze pogingen om deze aanvliegroutes te reduceren tot een compacte, heldere, alles samenvattende route; de zogenaamde dogma’s. Dogma’s zijn handig als je zelf niet al te veel denkwerk wilt verrichten. Grote en voorname (vooral) mannen hebben dat al voor ons gedaan. Dogma’s maken de mens dan ook lui.

Een voorbeeld van zo’n dogma:

In de Bijbel komt de mens er niet best van af. De mens is door en door rot. Zo rot zelfs dat hij niet eens in staat is om zich om te keren van zijn rotheid tenzij God het initiatief neemt en de mens tot omkering beweegt. De mogelijke goede daden die hij verricht worden zelfs gekenmerkt als een bevuild kleed. Gelukkig liet God de mens niet aan zijn lot over en stuurde Hij zijn Zoon die onze rotheid omkeert in goedheid. Dat is niet onze goedheid, maar zijn goedheid. Het geloof in Hem maakt alles tussen God en de mens weer goed, maar de mens zelf wordt niet veel beter.

Het bovenstaande kan keurig met Bijbelteksten worden onderbouwd en verdedigd.

Het onderstaande is echter net zo waar:
De mens is Gods oogappel, de kroon op Gods schepping en wordt innig geliefd door God die slechts één wens heeft voor alle mensen en dat is dat ze Leven en Vrede ervaren, zowel nu als later. De mens lijkt echter in voortdurende strijd te leven met die wens van God en kiest bij voorkeur dingen die niet zo veel met leven en vrede te maken hebben; liegen, bedriegen, zelfverrijking en zelfverheffing zijn vreemden voor niemand. De ontmoeting met Christus confronteert de mens ten diepste met zichzelf en stelt de mens in staat om mens te worden zoals oorspronkelijk door God bedoelt. Het staat de mens vrij om deze weg van Christus te kiezen.

Het maakt nogal verschil wanneer de poëet een blauwe lucht beschrijft en wanneer een natuurkundige dat doet. Beiden beschrijven een deel van de waarheid; de een meer als een beleving en de andere meer als fenomeen en feitelijk hebben ze beiden gelijk.


Dat is ook het lastige met de Bijbel. Dat geopenbaarde, gezaghebbende woord van God laat zich maar moeilijk in een formule samenvatten. En zo blijven we zoeken en tasten. Dat houdt de ziel en het verstand lekker lenig.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...