04 september 2012

Je woord stelt niets voor; je liegt

Lees hier onze nieuwsbrief

Een van de grootste teleurstellingen van het dagelijkse leven in onze huidige samenleving is dat je woord niets meer waard is. Mensen geloven mij niet en ik moet ervan uitgaan dat vrijwel niemand de waarheid spreekt (verborgen gebreken niet melden is ook liegen). Waarheid ontmoeten is een toevalstreffer geworden. Je moet het treffen. Zo heb ik onlangs een kast gekocht via Marktplaats. De kast was te goedkoop om waar te kunnen zijn. Wat bleek is dat het wel waar was! Bovendien kreeg ik bij aankomst nog een extra kast aangeboden. Voor nop. Het is een zeldzaamheid om mensen tegen te komen die een eerlijk verhaal hebben en niet persé de hoofdprijs hoeven te hebben. Zo ben ik nu de gelukkige eigenaar van een wonderschone boekenkast.

Nu overkwam me vorige week toch iets wonderbaarlijks. Met enkele collega's ging ik in Enschede uit eten. Auto geparkeerd. Twee uur parkeergeld in de hongerige en gulzige parkeerautomaat gestort en het betaalbewijs keurig achter de voorruit geplaatst. Toen we anderhalf uur later terugkeerden konden we onze verbazing maar moeilijk verhullen, en deden dat dus ook maar niet. Achter de ruitenwisser pronkte een frisse naheffing wegens het niet zichtbaar plaatsen van een betaalbewijs. Het schikkingsvoorstel is een kleine 60 euro. Misschien was de beambte overijverig en/of had het dagquotum niet gehaald, of negeert stoïcijns de reclame-uiting van Specsavers. Wat nu?
Een keurige brief geschreven en de situatie uitgelegd en het betalingsbewijs als bijlage meegestuurd. Toch schrijf ik zo'n bezwaar met weinig enthousiasme omdat de uitkomst vrijwel al vaststaat: betalen!
Ook de twee getuigen die ik opvoer zullen weinig indruk maken. Dat wordt al gauw uitgelegd als een vriendengroep die samenzweert om Twente te tillen. Nee, ik maak me weinig illusies. Het is mijn, of ons woord tegen de zogenaamde feitelijke constatering van een verlichte beambte die in dat licht van de ons dienende overheid het voordeel van elke twijfel krijgt. Het is immers dat licht tegen mijn licht. En mijn licht is natuurlijk iets minder licht. Het idee dat zijn lichtje het even niet deed kan natuurlijk niet bestaan.

Mocht het op een of andere wonderlijke wijze anders uitpakken, dan zal ik dit uiteraard op deze blog melden, en de melding doen vergezellen van een publieke spijtbetuiging van mijn kant aan het adres van Twente. Vooralsnog ga ik ervan uit dat mijn woord niet telt.
We leven helaas in een doodzieke wereld waarin quota, hoofdprijzen en sjoemelen met de waarheid regeren.

Gelukkig hebben we in Nederland betrouwbare politici die nooit met de waarheid sjoemelen of ronduit liegen. Vooral dat laatste woord is veel te groot voor politici. Nee, we kunnen met een gerust hart naar de stembus. Politici maken hun woord altijd waar.
Om die reden zal ik waarschijnlijk niet stemmen volgende week. Ik heb het wel zo'n beetje gehad. Ik geloof er niets meer van.

Een eerlijke kast voor een schappelijke prijs.
Het bestaat gelukkig nog!

03 september 2012

De Maranatha Generatie

Lees hier onze nieuwsbrief.

Het lijkt een beetje een uitstervend ras omdat het vrijwel zonder uitzondering oudere gelovigen zijn die zich zorgen maken over het lage Maranathagehalte van de gemiddelde zondagspreek. Onlangs werd ik na een dienst benaderd door een seniore gelovige die me meldde dat dit de negende preek op rij was waarin zelfs een spoortje van een heenwijzing naar de wederkomende Christus ontbrak. Dat dit hem ernstig verontrustte was van zijn gezicht af te lezen. Als het daarbij was gebleven dan was de kous daarmee ook af. Kritiek van de ontvangers van de preek op zondag is mij niet vreemd. Het zou ook onmogelijk zijn om alle individuele stokpaardjes in een preek te bevestigen.
Maar hij moest en zou zijn zorg onderbouwen: "zoals we weten zei Jezus dat er twee op het land zouden werken waarvan de een zou worden meegenomen en de ander achtergelaten" (Mat. 24). Dat had hij niet moeten doen. Ik stelde voor dat het zeer wel mogelijk is dat dit specifieke doemscenario al in 66 AD is vervuld toen de Joodse opstand in de kiem werd gesmoord en de tweede tempel werd vernietigd. Volgens Josephus werden er in deze periode 1.1 miljoen Joden gedood en een kleine honderdduizend als slaven weggevoerd.
Probeer je eens voorstellen dat de toen levende gelovigen toevallig Matteus 24 lazen. Weinigen zouden ook maar enige twijfel hebben dat dit scenario zich voor hun neus afspeelde.
Tegen beter weten in voerde ik dit als tegenargument op in mijn korte ontmoeting. Zoals ik had kunnen voorzien werd de gedachte weggewuifd en met een enigszins verwrongen blik verliet de broeder het pand.

Regelmatig hoor ik medegelovigen zeggen dat we nu "echt" in de eindtijd leven: "kijk maar," voegen ze er dan aan toe. Dat de eindtijd al ruim 2000 jaar echt is, ontgaat hen. Maar ook hebben ze gelijk. Als de eindtijd een einde heeft, zitten we daar altijd dichterbij dan gisteren.
Zoiets als "Jan gaat dood" 51 jaar geleden waar was en vandaag nog net zo waar. Alleen wordt het actueler naarmate ik ouder word.

Ik vraag me vaak af wat eindtijdbevestiging zoekende en -vindende gelovigen bezielt. Waarom bevestiging zoeken voor iets dat al een feit is? Is het niet slimmer om met een groepje verwante zoekers, in plaats van steeds maar op zoek te zijn naar bewijzen voor het feit dat Anton Kraaistem niet kan zingen, geld op te halen zodat hij, of zanglessen kan gaan nemen, of de opgehaalde som als zwijggeld wordt aangewend.

Wat mij vooral verontrust is dat het erop lijkt dat complete volksstammen met gelovigen zich bezighouden met allerlei bijzaken terwijl de wereld hard op weg is naar een definitief einde zonder ooit de boodschap van hoop, verandering en vernieuwing te horen. De wereld heeft het harder nodig om de Maranatha boodschap voorgeleefd te zien en te horen dan de christenen. Die weten dat allang.

03 juli 2012

Geloof XXL

Als je aan een groep gelovigen vraagt wie er van zichzelf vindt dat hij of zij een groot geloof heeft, zul je niet snel iemand spontaan een hand in de lucht zien gooien om daarmee aan te geven dat hij of zij zich in de premier league bevind. Is dat misschien valse bescheidenheid of een oprechte erkenning dat het geloof wat aan de krappe kant is? In Marcus 9 verwondert Jezus zich over het kleingeloof van zijn volgelingen en vraagt zich verzuchtend af hoeveel hij daarvan nog kan verdragen. Toch wordt kleingeloof niet door Jezus afgeserveerd. Het tegendeel lijkt in het verhaal over de doofstomme jongen waar. De vader van de jongen die uitroept, "ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp," ziet als reactie op deze uitspraak (en de toestromende menigte) Jezus in actie komen die met dat kleine brokje geloof een wonder verricht.
Groot geloof komen we ook tegen. 
De Kananese vrouw gelooft dat, hoewel Jezus in eerste instantie voor het volk Israël kwam (dat was in het verhaal in Matteüs 16 zijn agenda), er best wel wat kruimels op de grond zouden vallen waar ze haar voordeel mee kon doen. Haar dicht Jezus een groot geloof toe.
De uitspraak van Romeinse officier die het niet persé nodig vindt dat Jezus in situ zou moeten zijn om zijn zoon te genezen, en dat een woord van Jezus op afstand meer dan voldoende is, wordt als groot geloof gekwalificeerd (Mat. 8).

Geloof laat zich maar moeilijk meten. Probeer je geloof maar eens op een glijdende schaal van 0 tot 100 te plaatsen. Waar tref je jezelf aan?




Hoe maak je dat geloof nu concreet? Waar hebben we het over? Het heeft bitter weinig te maken met een innerlijke opgewerkte kracht. Geloof is hartstikke onzichtbaar (de zekerheid van de dingen die we niet zien). Geloof in de context van deze blog heeft alles te maken met hoe groot ik denk dat Jezus is. Die grootheid, macht, kracht en majesteit kan ik belijden met m'n verstand; mijn hart zegt vaak "maar ik moet nog maar zien dat het ook gebeurd."
Hartstochtelijk schaar ik me onder de kleingelovigen. Het geloof ligt wel groot in de mond maar in mijn hart is sprake van schaarste.


Dietrich Bonhoeffer schreef: "Geloven is niet voor eens en altijd/ Geloof is het dagelijks brood dat God ons geeft. Of we ontvangen het elke dag opnieuw, of het schimmelt weg. Een dag is lang genoeg om je geloof vast te houden. Elke nieuwe dag dient een nieuwe worsteling aan om ons een weg te banen door alle ongeloof, kleingeloof,  vaagheid en verwarring. Elke dag begint met: 'Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp"


Het is een groot wonder om te zien wat Jezus met dat kleine, broze geloof kan doen. Daar kan ik de dag mee door!

02 juli 2012

30 jaar

Vandaag 30 jaar getrouwd. Op gepaste wijze gevierd met een lange wandeling over de kop van Schouwen en een biefstukkie bij Gauchos aan de Maas.


20 juni 2012

Engelen oordelen

Vanmorgen vroeg ik aan mijn baas hoeveel engelen hij dacht te gaan oordelen als alles op aarde tot een eind gekomen is. Volgens Paulus zullen we engelen oordelen. Hij gebruikt dit als argument om de onzin aan te tonen van christenen die elkaar naar de rechter slepen om allerlei disputen. We zouden beter moeten weten, met name wanneer beide partijen in hun levens de principes van het koninkrijk van God hanteren. Wanneer deze worden doorgevoerd zouden we mogelijke disputen onder elkaar op kunnen lossen.
Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en de praktijk is dan ook weerbarstiger. Leugen, bedrog en oplichting komt ook in het gezin van God voor. Ego meets Ego.

Terug naar de vraag hoeveel engelen mijn baas denkt te zullen gaan of moeten oordelen. "Hopefuly not too many," glimlachte hij.
Het is een vraag die in het verlengde ligt van de gedachte dat we met Christus zullen regeren.
Het meest waarschijnlijke scenario is dat Christus oordeelt en regeert en omdat we "in hem zijn" zullen we met hem regeren en/of oordelen. Net zoals mijn voeten, handen, haren en blaren (na een forse wandeling)  met mij zij en blijven, waar ik ook ga.
Ik vind het een geruststellende gedachte: "In Hem." Mocht het anders gaan dan voorzie ik enkele logistieke problemen waaronder de allocatie van bosjes engelen aan individuele oordelers. Dat gaat denk ik niet echt werken.
Ik kan me ook maar moeilijk verplaatsen in de denkwereld van hen die menen dat we letterlijk engelen zullen gaan oordelen en een stukje aarden en universum gaan besturen. Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in volle glorie en volmaaktheid bestaan, valt er ook niet zo bar veel te besturen. De zelfregulatie binnen het koninkrijk treedt dan in werking en regeerder zullen waarschijnlijk vaak duimen zitten draaien, veel solitaire spelen of een boek lezen omdat er niet bar veel te besturen valt.

Hoe dan ook, iedere voorstelling van "hoe het zou zijn" is niets meer dan speculatie. Ik wacht rustig af.


17 juni 2012

Glimlachende God

Onlangs deed een medepelgrim de volgende uitspraak: "Normaal gesproken is het hier bewolkt maar God heeft uit liefde voor jullie vandaag glimlachend de wolken weggetrokken zodat jullie kunnen genieten van het uitzicht."
Meteen moest ik denken aan hen die zonder onze aanwezigheid een andere bewolkte dag hadden moeten genieten. 
Wat als het die dag had geregend? Zou God die regen dan met een glimlach over ons hebben uitgestort?
Gelukkig hebben we daar in onze duiding van Zijn ondwingbare wil vaktaal ontwikkeld.
  • Het is Zijn onvoorwaardelijke liefde en genade voor ons die de goede dingen regelt (zoals deze onbewolkte dag).
  • Het is Zijn wijsheid die de  mindere omstandigheden dicteert (we vroegen om zon maar God heeft anders besloten)
  • Het is Zijn onnavolgbare wil die rampspoed bestiert.
Met andere woorden: het is altijd goed en altijd Zijn wil, ook al is het nog zo pijnlijk. De redenaties hierboven zijn constructies die we gebruiken om nog iets van perspectief te houden).

Fatalistisch denken komt veel voor in de beleving van christenen. Onlangs bezocht ik een vriend die al jaren met kanker worstelt. Het ging al weken goed en net toen ik haar opzocht had ze hoge koorts en bleek uit haar bloedwaarden dat de kanker weer actief was.
Door haar tranen heen vroeg ze me of ik geloofde dat dit een aanval van satan was omdat het al zo lang goed met haar ging. Op zo'n moment breekt mijn hart. Ze staat niet alleen in deze redenering/conclusie. Deze gaat ongeveer zo: Het gaat lange tijd goed met ons. De duivel ziet dat en zet, uiteraard met goedkeuring van God, de aanval in. We hebben immers Job als voorbeeld om te begrijpen hoe lijden werkt?
Voorbeelden in de Bijbel worden te gemakkelijk gereduceerd of opgewaardeerd tot modellen.

Mijn theodicee is wellicht aan de simpele kant maar helpt mij wel om voor- en tegenspoed te duiden: 
Als het regent worden we allemaal nat. Het grote verschil dat Christus maakt is de manier waarop we op die nattigheid reageren.
Het idee dat God het wolkendek weghoudt omdat Hij zoveel van mij houdt is eerder een gevolg van Westers individualistisch denken (God als privé butler waarbij mijn welbevinden centraal staat) dan van gezond theologisch denken.

14 juni 2012

Wie is "Zij"?

OM zou meer dit en minder dat. OM is goed in dit en niet zo goed in dat. Weet je wat ze moeten doen? Ze zitten er helemaal naast.
Wie zijn ze? Ze zijn "wij" met een nadruk op "zij". En die "zij" zijn "wij."
Eerst was ik gewoon ik maar sinds ik deel uitmaak van het Int. Exec. ben ik wij en voor de niet wij-en ben ik zij. Hoewel mij op het hart gedrukt wordt dat als men over "zij" praat dat niet persé ook over mij zou gaan. Want ik ben ook nog een beetje van hen; die andere zij.
Affijn, hoe je het ook wendt of keert uiteindelijk zijn we met elkaar wij. Zodra er in termen van wij en zij gedacht wordt heb je al een potentieel probleem.
Wij de jongeren, zij de ouderen.
Wij de vrouwen, zij de mannen
Wij de blanken, zij de zwarten
Wij van de Global North en zij van de Global South.

Ook kom ik "ikken" tegen. De zij in hun verhaal zijn echt alle anderen (in een organisatie of een kerk bijv.). Waarom deze "ikken" dan blijven hangen? Vaak om een simpele reden: Buiten "zij" is er helemaal niets meer. De zij is hun ik gaan bepalen. Oplossing: zij zou ik zo snel mogelijk moeten laten gaan. Dat is beter voor ons en voor ik.

13 juni 2012

Wijze mannen en vrouwen

We zitten in een soort van Carre. Zestien mannen en vrouwen die het allemaal wel even oplossen. Eerste vraag: Wat is het? Tweede vraag? Waarom moet het opgelost worden?
"Het" zijn de zaken die de internationale agenda van de organisatie hebben gehaald. Dat kunnen morele, ethische, financiële of personele zaken zijn. Vaak is het een mix van zaken zodat het alleen maar moeilijker wordt om een wijs besluit te nemen. En dan is wijsheid ook betrekkelijk. Een wijs besluit vanuit de Nederlandse optiek hoeft niet perse een wijs besluit te zijn vanuit de optiek van een Centraal Aziaat.
Zij die mij kennen weten dat ik niet perse uit bestuurdershout ben gesneden. En ja, het gaat me vaak wat te traag; de politiek wordt al snel stroperig, echte objectiviteit bestaat niet enz. enz.  Toch is het een bijzonder voorrecht om op een plek te zijn waar ik mede vorm kan geven aan hoe de organisatie er morgen uitziet. Die directe stem hebben motiveert enorm. Het weegt ook wel eens zwaar want hoe je het ook wendt of keert, het zal altijd een compromis zijn. Als ik geen behoefte heb aan het sluiten van compromissen blijft er een optie over: een eigen bediening beginnen. En van dat laatste begint mijn broek een heel klein beetje errug af te zakken. Onder het mom van "De Heer heeft me laten zien," starten veel goede initiatieven. In de opstartfase lijkt de Heer in van alles en nog wat te voorzien maar al gauw moet de kerk meedokken. De voorzienigheid van de Heer blijkt zo z'n beperkingen te kennen.
Het gebeurt ook binnen organisaties hoor. Ook binnen one eigen club menen mensen van de Heer te horen en uiteindelijk de organisatie op te zadelen met onmogelijke rekeningen. De oorspronkelijke 'stemmenhoorder" is dan vaak al lang gevlogen. En dat allemaal niets eens met slechte bedoelingen. Integendeel. Vaak juist vanuit zuivere bedoelingen waarbij (helaas) verwachte resultaten met een laagje goudstof worden overgoten of in ieder geval zeer zwaar overschat.

Helaas blijft het slechts bij het kijken naar dit soort doorkijkjes.
We zitten  (vrijwel) de hele dag binnen
Dat "van de Heer horen;" ik weet het niet hoor. Allereerst heeft iemand veel wijsheid nodig om te onderscheiden of het echt de Heer is die spreekt of dat het gaat om een stemmetje in het eigen hoofd. Vervolgens heeft men veel wijsheid nodig om die stem te interpreteren. Het zijn vaak grote ego's die grote dingen horen.

Ik kijk nog eens om me heen. Ik zie mooie mannen en vrouwen die ook vandaag weer als bedelaars bij de Heer aankloppen. Wijsheid! Geef ons wijsheid Heer!
Wijze mannen en vrouwen met lege handen. Best wel een mooi gezicht.

10 juni 2012

God gaat iets nieuws doen?

We schrijven 1978. Jan besluit om zich aan te sluiten bij de volgelingen van Rabbi Jezus. Deze Rabbi Jezus heeft de macht om zonden te vergeven en Jan's hart aan te sluiten op het hart van de Schepper. En jawel, het werkt. Jan staat anders in het leven en alles lijkt nieuw te zijn wat hem motiveert om zo dicht mogelijk bij de Rabbi te blijven, tot aan de dag van vandaag toe. Hoewel de Rabbi niet altijd gemakkelijk te begrijpen is (Hij heeft de gewoonte om heden en toekomst naar elkaar toe te trekken en te vermengen), blijkt Hij toch bij voortduring de levensvuller te zijn. 
Een van de vragen waar Jan mee worstelt is die van de belofte dat Hij alles nieuw gaat maken. Hoeveel daarvan wordt in het hier en nu waargemaakt en hoeveel daarvan is gericht op de toekomst?
Niet alleen Jan worstelt met die vraag. In de afgelopen 35 jaar dat hij de (helaas vaak quasi) vakliteratuur, door klasgenoten geproduceerd, leest en z'n oren zich verder opensperden telkens wanneer klasgenoten meenden signalen van boven over vernieuwing door te krijgen, bleek dat in de praktijk toch nogal tegen te vallen.
De regelmatig te horen en te lezen geluiden over God die iets nieuws zou gaan doen bleken en blijken als een hete opgediende soep bij verorbering Peter Pan soep te zijn; slechts bestaand in de fantasie van de overigens zeer begeesterde herauten.

Vaak is dat zogenaamde nieuwe werk van God gekoppeld aan een voorwaarde. Als wij meer dit of dat, dan zal God als beloning dat nieuwe werk ook gaan uitvoeren.
Dat is belangrijk want het is de ontsnappingsclausule van de herauten. Als het nieuwe werk zich niet manifesteert, dan ligt de schuld altijd bij het deel van de klas dat zich niet aan de voorwaarden hield of houdt. De heraut kan zijn geroep voortzetten en de klas boete doen.

Het kan natuurlijk zijn dat ik verkeerd kijk. De belofte van een nieuw werk kan zich natuurlijk manifesteren in het onzichtbare (de zogenaamde hemelse gewesten); een soort van verschuiving in de machtsverhoudingen in het buitenaardse: we zien niets maar er is wel degelijk wat gebeurd.

35 jaar volgen van de Rabbi. 25 jaar daarvan in een deel van de klas dat zich inspant om de boodschap van de Rabbi uit te dragen en de nieuwe klasgenoten wegwijs maken.
De boodschap van de Rabbi manifesteert zich vooral door en in de pijn van de wereld waarin we leven. In de schrijnende armoede, corruptie en lijden van een hongerende, geteisterde wereld. Ik heb collega's die zo verknocht zijn aan de Rabbi, dat ze om Hem hun leven inzetten en sommigen dat leven letterlijk verliezen in de inspanning om de wereld bekend te maken met het feit dat die Rabbi een volkomen nieuw werk in het hart en de ziel van de mens kan doen. Een van die collega's vertelde me eens dat het zijn ervaring was (na 25 jaar werk in de Arabische wereld) dat het koninkrijk van God vooral groeit door een glas water voor de vreemdeling, vermengt met het bloed en het zweet van de volgelingen van de Rabbi.

Wat is dan het nieuwe waar de kerk in Nederland zo naar snakt? Wat wil men zo graag zien in een mogelijke manifestatie van de kracht en macht van God? Helaas heeft het vaak maar weinig te maken met recht en gerechtigheid. Het is eerder gekoppeld aan het besef van de eigen schaarste. we komen zelf tekort en het is het verlangen naar dat meer van God dat die schaarste op kan vullen dat de herauten prikkelt en verleidt tot het doen van uitspraken en beloftes waarvan men bij voorbaat weet dat de klas aan de daaraan verbonden voorwaarden nooit zal kunnen voldoen.

In plaatst van onszelf gek te laten maken en op te laten zwepen tot iets dat niet is, is het mijns inziens realistischer om zo dicht mogelijk in de buurt van de Rabbi te blijven en elke nieuwe dag onze lege handen te laten vullen met Zijn leven. Dan hebben we iets om uit te delen dat de zielen en de harten van hen die God in onze directe omgeving heeft geplaatst, beroert. De vraag wat de Heer nog meer voor mij zou kunnen doen, zou plaats moeten maken voor de vraag wat de Heer nog meer door mij heen zou kunnen doen.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...