21 april 2011

Gebrek aan vrijheid

"..zowel individueel als collectief ontbreekt het Christenen vaak aan de vrijheid, flexibiliteit, vreugde, moed en speelsheid van een ware minnaar. Het overvloedige leven en de roekeloze liefde die Jezus voorleefde en voorstond wordt maar al te vaak vervangen door een bewaken en promoten van wat men behoort te geloven, het beschrijven van gewenst gedrag en hoe de kerk eruit zou moeten zien. We brengen liever onze ethisch subjectieve principes en religieuze ideeën in praktijk dan het levendbarende concrete leven en de liefde van God. We leven vooral in het abstracte en niet in het concrete." (Gregory Boyd in "Repenting of Religion," pg. 97)

Overdrijft Boyd niet een beetje?
Over het algemeen zijn christenen het er wel over eens dat de enige grond voor verlossing, verzoening en (eeuwig) leven de genade in Christus is. Het wordt ons vrijelijk aangeboden en we mogen het vrijelijk aannemen als een gift die God geeft.
Toch ontkomen velen vervolgens niet aan de valkuil om dat gratis ontvangen leven met terugwerkende kracht te verdienen. Zoiets als achteraf zegels sparen voor een doos met boodschappen. Dat uit zich in de vorm van het zich laten manipuleren in een bepaald religieus keurslijf (een bepaalde stroming, leer of bijzonder accent op één aspect zoals bijvoorbeeld de Joodse feesten houden, bewust juist wel of niet op zondag een ijsje eten, het vormen van een tegenbeweging die de bressen op gaat voor een bepaalde zaak), of het vertonen van goed gedrag.

Morgen staan we stil bij het feit dat Jezus al die zaken mee het graf in nam. Alle systemen zijn ontoereikend, al het goede gedrag is besmet en schiet tekort.
Waarom dan toch bij dat graf staan spitten om dat wat "niet vermag" toch weer op te graven zodat we kunnen "roemen."
Vrij zij van religie (die verstikt, doodt en van ons rechters van anderen maakt) kan alleen via de weg van het graf waar ik, samen met mijn religie, sterf om vervolgens uit te zien naar de derde dag. Maar daarover later meer.


20 april 2011

Ik ben toch onschuldig

Telkens als ik Nederland binnenkom en de meneer van de paspoortcontrole steevast m'n gegevens in het systeem controleert bekruipt me eventjes een gevoel van schuld. Stel je voor dat ze iets vinden in het systeem? Wat ze dan zouden moeten vinden weet ik niet. Vooralsnog heb ik geen openstaande boetes, nog uit te zitten gevangenisstraf, houd ik me niet bezig met witwasoperaties of andere zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor zover ik weet ben ik helemaal onschuldig. Waarom dan toch een schuldgevoeltje?
Het zit in onze cultuur gebakken om onschuldig te willen zijn. Zelfs al zou het systeem van de meneer van de paspoortcontrole wel een 'hit' geven; ik ben me van geen kwaad bewust.
Nederland verzet zich massaal tegen het biometrisch opslaan van persoonlijke gegevens. Een centraal opgeslagen patiëntendossier kan ook al niet (Volkskrant van vandaag). Het in voorkomende gevallen levensreddende potentieel van een dergelijk systeem moet wijken voor een hoger recht; het recht op privacy.
Natuurlijk ligt misbruik op de loer; de troef die steeds maar weer gespeeld wordt in deze discussies. Mijn gegevens kunnen op straat komen te liggen of door anderen gejat worden. Iemand kan mijn identiteit aannemen. en ga zo maar door.
Een Nederlander verzet zich in principe tegen elke systeem dat hem of haar geen keuze laat. We willen er zelf voor kiezen.
Op vrijwillige basis zetten we onze privacy echter massaal in de etalage. In een paar minuten tijd kan iemand heel veel over mij te weten komen: een Goodle search levert hits die verwijzen naar Hyves, Twitter, Facebook, Linkedln, Blog, de organisatie waarvoor ik werk, fora, sites van diverse andere clubs, inclusief de meeste kerken waar ik heb gesproken of nog ga spreken.
Wellicht komt er een dag dat iemand al deze informatie voor eigen gewin gaat gebruiken en dat ik alles op alles zal moeten zetten om mijn onschuld te bewijzen. Dan zal ik met naijvere weemoed aan mijn wijze vrienden en collega's denken die consequent weigeren om ook maar iets van zichzelf in de publieke etalage uit te stallen. Die zullen hun onschuld niet hoeven bewijzen omdat er niets is wat hen kan koppelen aan iets.

"Ik heb niets verkeerds gedaan;" voor de een een reden om hun hele hebben en houden aan het publiek voor te stellen en voor de ander een reden om dat juist niet te doen; alles kan immers tegen je gebruikt worden.
Ik bied mijn vingerafdruk graag aan.

19 april 2011

De Zending

Our newsletter (English)
Lees hier onze nieuwsbrief (Nederlands)

Soms, als je een woord veel keer achter elkaar zegt, kan het zomaar raar gaan klinken. Dat heb ik bij het woordje "zending".
Mensen zijn "in de zending," "willen de zending in," "hebben wel of niet iets met de zending," en "bidden of geven voor de zending."
Bij de TNT of Fedex begrijpen ze wel wat een zending is. Die doen daar niet moeilijk over. Dat is hun vak.

De wenkbrauwen van een TNT medewerker fronsen echter wanneer iemand meldt "een verlangen te hebben de zending in te willen gaan."
Zulke grote enveloppen hebben ze namelijk niet.
Ook krijg ik regelmatig een bericht dat "uw zending wordt gereedgemaakt." Dat gaat dan meestal over een boek.
Over dat boek wil ik het hebben.
Dat boek blijft voor, tijdens en na "de zending" hetzelfde boek. De zending verandert daar niets aan.
Toch, in ons begrip van zending wordt het boek plotseling een andere status toegekend terwijl het in wezen niet uit zou moeten maken. Een boek dat bij de drukker ligt, in de winkel ligt of verzonden wordt naar een exotisch oord; het zou geen gevolgen moeten hebben voor de boodschap van het boek.
"De status van uw zending is gewijzigd," is een boodschap die ik ook wel ontvang. Meestal ligt het dan in een sorteercentrum of er staat bij dat de chauffeur onderweg is.
Wat betekent 'de zending' in christelijke kringen? Het heeft met twee zaken te maken.
  1. Het boek gaat naar een plek waar mensen niet of nauwelijks van het boek hebben gehoord, laat staan gelezen. Inherent hieraan is dat een groep mensen die het boek hebben gelezen dat omringen met gebed.
  2. Het boek kan niet voor z'n eigen verzending betalen en heeft daar anderen voor nodig. Inherent hieraan is dat vaak dezelfde mensen die om het boek heen staan ook de verzendkosten voor hun rekening nemen.
Het overgrote deel van de zendingen wordt echter verstuurd aan hen die het boek allang hebben gelezen.
Slechts een klein percentage komt terecht in een omgeving waar men het boek niet kent terwijl men het er over het algemeen wel over eens is dat zendingen juist daarop gericht moeten zijn.
Ongeacht waar het boek van mijn leven zich bevindt, het gaat om de inhoud. Die wordt toch overal gelezen.
We zenden naar exotische oorden en omringen hen die zich laten verzenden met geestelijke en materiële zorg. Daarmee houden we echter een fenomeen in stand dat ertoe heeft geleid dat we minder oog lijken te hebben voor al die gelovigen die het boek van hun leven meenemen in de trein, auto of op de fiets, onderweg naar een plek waar zo weinigen mensen het boek ooit hebben gelezen. Die zendingen zijn net zo waardevol en daar zou vanaf de preekstoel of het podium veel meer aandacht moeten zijn. God zendt ons allemaal.
Ik bid vandaag voor hen die op al die plekken in de samenleving waar ze misschien de enige zijn, een brief van Christus zijn; gezonden door God.
Werkze!

16 april 2011

God in geitenwollen sokken en (soms) op klompen

Our newsletter (English)
Lees hier onze nieuwsbrief (Nederlands)

Mijn blog van gisteren, over het gebruik van antropomorfismen in de Bijbel waarbij menselijke attributen aan God worden toegekend; de 'bij wijze van spreken,' en dus niet letterlijk bedoeld, laat me niet los. Schrijven we kenmerken en attributen aan God toe, gebruiken we de mens om God te beschrijven inclusief ledematen, organen en emoties, dan is dat helemaal zo'n gek idee nog niet. Was het niet God die het initiatief nam om mensen te maken "naar Zijn beeld en gelijkenis?" Het scheppingsverhaal draait de zaken eigenlijk om: de mens is een "theomorfisme."
Het is een vorm van culturele luiheid om God te vertalen naar een beeld dat we kennen. Hij lijkt op een Nederlander, is tussen de 180 en 190 centimeter lang (omdat ik dat ook ben), werkt graag op het land en draagt geitenwollen sokken omdat deze warm en comfortabel zijn en, mits ze van echte wol gemaakt zijn (dus niet de "Noorse sokken van de markt die vijf euro per drie paar kosten), optimaal vocht afdrijven.
Maar meer dan luiheid is nog dat we Hem maar moeilijk anders voor kunnen stellen; het idee dat Hij op een Australische aboriginal lijkt met onverzorgd haar, een lendedoek (of nog minder) en altijd op blote voeten loopt, met een stok in een mierennest peutert; die van mij ziet er veel beschaafder uit.
Om de mens als theomorfisch uitgangspunt te nemen is vele malen interessanter: de mens als beelddrager van God. Dat dwingt me om eerst naar God te kijken en van daaruit mijn conclusies aangaande de mens te trekken.
Dat creëert wel meteen een probleem omdat dat wat we over God weten, door folklore, bijgeloof, cultuur en religie wordt bepaald. God is in deze zin geen wetenschap die beoefent kan worden met objectieve en meetbare maatstaven of uitgangspunten. Dus moet er een keuze gemaakt worden; waar baseer ik mijn beeld van God op? Hoe kan ik het beeld waarvan ik blijkbaar vervreemd ben geraakt weer hervinden en weerspiegelen?
Als volgeling van Jezus geloof ik dat we het ware gezicht van God in deze Jezus te zien krijgen (Kol. 1:15, 19-21). Wanneer we het verhaal van Jezus lezen dan is het onwaarschijnlijk dat wat we te zien krijgen onaantrekkelijk is. Als je leest wat Hij te zeggen heeft over hoe het leven geleefd behoort te worden (Mat. 5 tot 8 bijvoorbeeld) dan kan het haast niet anders of het wekt een heimwee en verlangen op naar dat wat we voelen kwijt te zijn geraakt.
Dat deze Jezus zich er vervolgens niet voor schaamt om ons zijn broeders te noemen; tilt je ver boven alles uit.
God hoort helemaal niet op ons te lijken, wij horen op hem te lijken (1 Kor. 13:12).

15 april 2011

God als mens beschrijven

Lees hier onze nieuwsbrief. Vers van de pers

Om het beeld van God als het onveranderlijk, niet met menselijke gevoelens behepte alwijze en ondoorgrondelijk, opperwezen te handhaven heeft de theologie het idee van antropomorfismen binnengehaald. God zou een arm hebben die niet te kort is om te verlossen; een menselijke beschrijving van een goddelijke eigenschap. Uitdrukkingen van boosheid, toorn, vreugde en spijt die Hem worden toegeschreven, zouden slechts menselijke beschrijvingen zijn van iets dat Hij helemaal niet zo voelt of ervaart zoals wij dat doen. God heeft toch geen armen en benen? Als Hij geen armen en benen heeft, kan Hij dan nog wel boos zijn zoals wij boos zijn? Of spijt hebben van iets.
We moeten toch iets verzinnen om de Bijbel niet in tegenspraak met zichzelf te laten zijn?
Ik herinner me een Bijbelvers dat staat als een huis: "God is geen man dat Hij liegen zou, of een mensenkind dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen; spreken en niet volbrengen" (Numeri 23:19)?
Om dan passages zoals Exodus 32 uit te leggen waar Mozes God herinnert aan het verbond dat Hij sloot met Israël en aan Zijn gedane beloftes, met als gevolg dat "de Heer spijt kreeg van het onheil waarmee Hij zijn volk bedreigd had," ben je bijna dankbaar dat er zoiets als een antropomorfisme bestaat. De beide verzen kunnen dan toch in harmonie naast elkaar voortbestaan.
Echter, als de dialoog met Mozes, en het uiteindelijk resultaat slechts een manier van spreken is (God heeft immers nooit berouw), dan boet het verhaal wel heel veel aan kracht in.
Zou het zo kunnen zijn dat God echt berouw had en echt van gedachten veranderde? Ik moet zeggen dat ik het een sympathiekere gedachte vind dan het idee dat alles uiteindelijk al was voorgekauwd en gepland.
Het idee dat er echte ruimte bestaat in het hart van God (of heeft Hij geen hart?) is een gedachte die we mogen verwelkomen. In plaats van een statische verhouding is er dan sprake van een dynamiek en interactie die de relatie tussen God en mens leven inblaast.
Nu zijn er mensen die zenuwachtig worden bij de gedachte dat er ruimte zou bestaan bij God; het slaat het fundament onder hun leven en zekerheid weg. Dat heeft alles te maken met het idee dat alles vastligt in formules en de juiste dingen doen of laten. Maar het is juist dit laatste dat de genade Gods die behoudt reduceert tot een wet en dus het (eeuwige) leven tracht meetbaar te maken. Het is juist de genade die onmeetbaar is. Leven in het spanningsveld dat tussen de Bijbelse paradoxen bestaat houdt het aantrekkelijk en houdt het aantrekkelijk. Je raakt immers niet uitgedacht of uitgepraat. En zo erg is dat niet.

14 april 2011

Schuld, Liefde en Hartzeer

Wat bewoog een man als Paulus om de wereld in te trekken teneinde zoveel mogelijk mensen te vertellen over het Goede Nieuws dat God in Christus Jezus de wereld heeft verlost? Zijn er specifieke motieven te vinden en kan ik daar vandaag wat van leren? Zonder er meteen een blauwdruk uit te willen distilleren of het te zien als een filosofische/theologische onderbouwing of zelfs wetmatigheid, stuit ik op drie motieven die bij Paulus boven andere bestaande motieven uitstijgen.

SCHULD
U mag gerust weten, broeders en zusters, dat ik meermalen van plan ben geweest u te bezoeken, maar tot nu toe kwam er telkens iets tussen. Net als bij de andere volken wilde ik ook bij u een aantal mensen voor het geloof winnen. Want ik heb een verplichting tegenover volken met beschaving en volken zonder beschaving, tegenover mensen met kennis en mensen zonder kennis. Vandaar die sterke drang in mij om ook u, in Rome, het evangelie te brengen (Romeinen 1:13-15). (Hiernaast: Paulus volgens Rembrandt)

Jezus heeft de opdracht bij hem (en ons) neergelegd en het volgen van Hem impliceert, discipelschap impliceert de verkondiging van het evangelie en het maken van discipelen. Het is geen optie.

Paulus ziet het als een morele plicht; als ik de weg van A naar B weet en weet dat er velen zoekend zijn naar B heb ik de morele plicht om de weg uit te leggen. Schuld betekent 'bij een ander in het krijt staan'.

Door God aangesteld als apostel onder de heidenen had hij een verplichting om in Rome het evangelie te verkondigen. Hij wilde deze verplichting eerder nakomen maar werd verhinderd door de Heer. Er was zoveel te doen in Klein Azië dat hij niet onmiddellijk naar Rome kon gaan..

Wat werkt het besef van deze “schuld” uit? Deze schuld is de motivatie om te gaan (vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het evangelie te brengen (15).

LIEFDE
Omdat we weten dat we ontzag moeten hebben voor de Heer, proberen we de mensen te overtuigen. Voor God zijn we een open boek, maar hopelijk ook voor u, als u bij uw geweten te rade gaat. Niet dat we onszelf opnieuw bij u aanbevelen; nee, we geven u juist de gelegenheid met recht trots op ons te zijn. Dan kunt u hen van antwoord dienen die zich laten voorstaan op uiterlijkheden en niet op wat een mens innerlijk waard is. Als we in vervoering zijn, dan was het voor God; maar als we verstandig zijn, dan is het voor u. Want we zijn gegrepen door de liefde van Christus, omdat wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen. Daaruit volgt dat allen zijn gestorven. En hij stierf voor allen met de bedoeling dat zij die leven, niet langer voor zichzelf leven maar voor hem die voor hen is gestorven en door God is opgewekt (2 Korintiërs 5: 11).

De liefde die Paulus dringt is het gevolg van een diepe overtuiging. De overtuiging dat een voor allen gestorven is.
We denken wel dat liefde de onderliggende emotie of het onderliggende motief is om het evangelie te verkondigen maar Paulus maakt duidelijk dat ook de liefde die hem beweegt ergens vandaan komt. Wij leggen liefde te vaak uit als een gevoel en als de liefde ontbreekt, zo zeggen we, kunnen we beter niets doen omdat het dan waardeloos is. Paulus draait in gedachten het filmpje nog eens af waarin te zien is hoe God zijn eigen zoon gaf terwijl wij met z'n allen stonden te joelen en te krijsen "kruisigt Hem, kruisigt Hem." Het is deze daad van liefde die Paulus drong; een daad van God die buiten onze gevoelens, opinies en raadpleging of goedkeuring plaatsvond.

De Bijbel maakt leert dat liefde en geven elkaars synoniemen zijn (Gal 2:20 leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven). Liefde uit zich in overgave en niet in mooie woorden of goede bedoelingen.

HARTZEER/KWELLING
Omdat ik verbonden ben met Christus, spreek ik de waarheid, ik lieg niet: de heilige Geest bevestigt het door de stem van mijn geweten. 2 Er is iets dat me erg verdrietig maakt en me onophoudelijk kwelt: 3 het lot van mijn volk, mijn natuurlijke verwanten. Ik zou wensen, vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, als ik ze daarmee kon helpen (Romeinen 9:1-3).

Deze gaat best wel ver. Ik weet niet of ik dit Paulus na kan zeggen en het herinnert me aan een ander verhaal in de Bijbel. Wanneer God besluit om Israël uit te roeien vanwege haar voortdurende en herhaaldelijke koppigheid, springt Mozes op de bres (Ex.32). Hij bidt en pleit waarbij hij God eraan herinnert dat het toch het volk is dat Hij heeft uitgekozen. Het gevolg is dat God van gedachten veranderd. Dat op zich is een ontzagwekkende gedachte; de mens die Gods hart zoekt en in staat is om dat hart van God te bewegen. Twee mannen die bereid waren om hun namen uit het Levensboek gegomd te zien, als dat tot de redding van anderen zou leiden!

Ik heb vandaag voldoende om eens flink over na te denken en mijn eigen motieven te onderzoeken.

08 april 2011

De Volle Zegen?

Ter voorbereiding op mijn preek in Nieuw-Lekkerland (aanstaande zondag om 13.30) ben ik Doelgericht Samenleven aan het lezen. Het is een bijzonder appelerend boek en Rick Warren heeft er alles aan gedaan om de lezer te voorzien van allerlei praktische en nuttige tips die het "samen" gestalte geven en versterken. Ik ben wel een liefhebber van theologie die zich naar het praktische vertaalt maar waarom bekruipt me dan toch zo'n onbestemd gevoel bij het lezen?
Het zit in de voorwaardelijkheid die Warren creëert. Een voorbeeld: "Als we niet delen, weerhouden we de gelovige gemeenschap ervan de volle zegeningen van God te ervaren" (Rick Warren, Doelgericht Samen Leven, 2006, 133) Met andere woorden, als iemand binnen de gelovige gemeenschap de volle zegening van God niet meent te ervaren, wiens schuld is dat dan? Misschien is het wel mijn schuld omdat ik toch nog iets meer had moeten geven. Of, als ik het niet ben, wie is dan de boosdoener die een obstakel tot het ontvangen van de volle zegening is? Gaan we dan loten en wie aan het kortste eind trekt moet bijbetalen?
Maar wat bedoelt Warren met "de volle zegening?" Hoe ziet dat eruit? Hoe voelt dat? Wanneer weet ik of de zegening vol is?
Persoonlijk voel ik me best wel vol, hetgeen overigens een zeer subjectief iets is en afhankelijk van vele factioren, maar ik heb altijd het idee dat het nog wel wat voller kan en nu ben ik me af gaan vragen wie in mijn omgeving nog aan krenterigheid lijdt.
Wollig taakgebruik en vreemde definities zetten je in ieder geval aan het denken: "Nederigheid houdt simpelweg in dat we zuiver en zonder vooroordelen onze sterke en zwakke punten kunnen inschatten (137)." Wel een heel vreemde definitie! De gedachten dat een zuivere en onbevooroordeelde inschatting van eigen sterke en zwakke punten mogelijk zou zijn gaat wel erg ver. Hoe kom ik op een punt in mijn leven dat ik dat allemaal zuiver en onbevooroordeeld kan doen? Is het niet zo dat iedereen, altijd en overal, zichzelf en anderen in toch enigzins door besmette lenzen ziet?
Ik verwacht niet dat de gemiddelde lezer net zo kritisch boeken leest als ik en dat men er snel doorheen leest en overgaat tot het samen nadenken over de vraag hoe dat Samen Leven gestalte krijgt en wat mij in de weg staat om me aan dat Samen Leven te kunnen geven.
Overigens is het van belang dat we nadenken over de vraag wat het betekent om een gemeenschap van gelovigen te zijn. In ons individualische Westen zijn we het idee en de praktijk van "gemeenschap" al heel lang kwijt. Echt samen vindt je bijna nergens meer. Daarom is deze oefening van veertig dagen doelgericht Samen Leven van belang.

04 april 2011

Religie sterft uit

Gisterenavond las ik in Time Magazine dat er momenteel negen landen zijn waar religie min of meer uitgestorven is, of dat punt spoedig bereiken. Helaas werd bij deze mededeling niet uitgelegd wat daarmee wordt bedoeld. Een duiding van wat de mededeler verstaat onder religie zou helpen om het een en ander te begrijpen. Nu ben je aan je eigen gedachten, ideeën en gevoelens overgeleverd om zo'n mededeling een plaats te geven. Betekent het dat in landen zoals Australië(een van die negen landen) de overgrote meerderheid van de bevolking aangeeft "niet religieus" te zijn? Waarschijnlijk is dit de achtergrond van de uitspraak in Time.
En wat bedoelt iemand wanneer hij aangeeft "niet religieus" te zijn? Geen georganiseerde religie? Geen geloof in een onzichtbare God of een mogelijk hiernamaals? Het heeft er allemaal mee te maken. Maar is het mogelijk om "niet religieus" te zijn?
Is "niet geloven" ook niet een geloof? Of het door zelfgeformuleerde normen en waarden geconstrueerde eigen referentiekader van de mens? Leeft niet iedereen volgens en binnen bepaalde kaders? Maken we niet allemaal keuzes op grond van overtuigingen betreffende de waarde en rechten van de mens? Dat klinkt dan misschien minder religieus maar strikt genomen is het dat wel.
In Wikipedia is onder andere dit te vinden over religie:

Religie is een menselijk verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in het bewustzijn van zijn eigenstandigheid. De individuele mens ziet zichzelf als een eenling tussen vele anderen, geworpen in een wereld/universum waarvan hij door middel van het ontwikkelen van zijn bewustzijn en denkvermogen afstand kan nemen. Deze 'eenzaamheid' of 'individualiteit' is al duizenden jaren object van menselijk denken en is onder andere verwoord in het verdrijvingsverhaal in Genesis. Met behulp van religie probeert de mens zich te herverbinden met de ander en de wereld en probeert een verklaring te bieden voor deze 'breuk'.

De meeste mensen zijn bezig met dit "herverbinden." Met een god, de natuur, de medemens of wat dan ook. De enige niet religieuze mens is die mens die zich bewust afkeert van het proces van herverbinden en zich daarmee sociaal isoleert. Alleen A-socialen zijn de ware en enige niet religieuzen. De rest van de mensheid, die overeenkomstig een aangeboren drang naar verbondenheid op zoek is en bezig is met dat herverbinden, is gewoon religieus.
Zo'n schande is het niet om te erkennen dat we zoekend zijn naar zingeving en betekenis. Stoppen met zoeken lukt maar moeilijk, ook al zijn velen het zoeken beu omdat de meeste systemen die herverbindingen in de aanbiedingen hebben, geen soelaas bieden en niet tot het Leven leiden.
Om te stellen dat religie uitsterft is hoe dan ook veel te kort door de bocht. Zolang er leven is zal er religie zijn. Dat zoeken is de mens gewoon eigen.

03 april 2011

Echt! Heel vervelend

Bah, al die bomen en frisse lucht. Wat een straf om hier een weekend door te brengen. Zojuist m'n laatste sessie 'afgeleverd'. De deelnemers heb ik maar weer het bos ingestuurd om het een en ander te verwerken en op papier te zetten. Vanmiddag nog even op de koffie bij de voorzitter van het Deense OM bestuur. Ook een Jan die ik al jaren 'kan' maar al eeuwen niet meer heb gezien of gesproken.

02 april 2011

Stilte gezocht


Het is wonderlijk wat stilte met een mens doet. De tijd lijkt te vertragen en het ontbreken van stimuli die de zintuigen prikkelen maakt dat je geoncentreerder kunt werken. De wat stille groep bepaalt me bij de hoeveelheid geluid die ik produceer. Om de vijf sessies van 90 minuten niet te beperken tot al te lange monologen laat is deelnemers regelmatig in kleine groepjes werken. De laatste sessie van vandaag wordt aan de hand van enkele simpele instrucies individueel in het bos doorgebracht. Vanavond rond het kampvuur zal er worden gerapporteerd. Ik welke zin heb je je beeld van God bij moeten stellen? Wat meen je van God te hebben gehoord en hoe kun je weten of God wel of niet tot je heeft gesproken? Hoe ziet een leven tot Zijn eer eruit? Deze en andere vragen zullen de revue passeren en als deelnemers zich veilig genoeg voelen zullen ze ook vertellen over hun grootste innerlijke worsteling. Dat, en gebed voor elkaar werkt bevrijdend. Opnieuw voel ik me bijzonder bevoorrecht om een dergelijk weekend in zo'n bijzondere omgeving te mogen leiden. Morgen nog twee laatste sessies en dan weer naar huis.

Misschien is het beter om het niet langer over God te hebben. Geeft alleen maar gedoe.

Mijn werk is nogal verweven met het gebruik van het woord God. Een zendingsorganisatie houdt zich immers bezig met de export, uitleggingen, ...