05 augustus 2009

De kerk als bedrijf

Onlangs sprak ik met een echtpaar dat full-time studentenwerk doet. Het christelijke studentenwerk is hartstochtelijk missionair en voor duizenden studenten is het werk van deze organisaties van eeuwig levensbelang geworden. Regelmatig spreek ik voor studentenvereniging en vraag dan steevast aan de studenten of ze, zonder het werk van deze organisaties nog zouden geloven in God. De helft steekt dan meest de hand op. Van levensbelang dus.
Kerken zouden m.i. veel meer moeten investeren in dit belangrijke zendingswerk dat in vrijwel alle steden wordt ondernomen.
Goed, terug naar het echtpaar. Ze worden ondersteund door een kerk die niet hun eigen kerk is. Hun eigen kerk heeft geen geld (lees: geen visie) voor deze cruciale bediening en heeft ervoor gekozen om de opgehaalde middelen in het eigen bedrijf te investeren. Het gebouw moet onderhouden, getweaked en, bij voorkeur, winstgevend geexploiteerd worden.
Regelmatig doe ik in mijn posts m'n beklag over het onbegrensde narcisme van de kerk. De zelfhandhaving staat centraal. Schaapjes moeten worden gemolken en de room gaat niet naar de hoofdtaak van het bedrijf.
Een relatief arme, maar heel grote gemeente in Zuid Afrika, heeft een aantal jaren geleden voldoende geld opgehaald om een vliegtuig te kunnen kopen voor de voorganger die zich nu comfortabel van de ene naar de andere conferentie verplaatst. Om deze "zegen van de Heer" in stand te houden, liggen de gemeenteleden krom. Tja, de zegen van de Heer is een behoorlijke kostenpost. Nooit geweten dat dit wel eens Gods prioriteit zou kunnen worden.

Mensen, we zijn de weg toch echt kwijt. Miljoenen lopen met open ogen rechtstreeks de eeuwige vuilnisbelt op, onderweg zich afvragend waar die rare gebouwen met puntdaken en grote parkeerplaatsen eigenlijk voor staan.
Een gebouw; afgelopen zondag noemde ik het een groot aantal kubieke meters lucht, gevangen in een cocon van baksteen en glas. En ja, we hebben zo'n ding nodig om bij elkaar te komen. Daar is niets mis mee, zolang de nadruk er niet op komt te liggen. Maar het gevaar is groot. Als ik "kerk" denk, denk ik aan de taak om de miljoenen zoekenden te bereiken met het levensveranderende Evangelie en zeker niet aan een bedrijf dat alle aandacht, energie en middelen opeist. Heer, vergeef ons!

03 augustus 2009

Ingegroeide teennagel

Ik maak wel eens grapjes (althans ik denk dat het grappig is) over ingegroeide teennagels. Bijvoorbeeld dat een gebedsbijeenkomst het niveau van bidden voor een oudtante die een goede kennis heeft die last heeft van een ingegroeide teennagel, regelmatig niet overstijgt. Dat is eigenlijk helemaal niet grappig, maar tragisch. Ogen kunnen op elkaar zijn gericht terwijl de harten gesloten blijven.
Stanley Jones schrijft over een omgewaaide boom. Door een speling van de natuur waren de wortels van de boom niet de diepte ingegaan maar waren gedraaid en naar binnen gegroeid met de dood als gevolg. Hij zegt naar aanleiding hiervan: "Het "zelf" dat zich aan iets heeft toegewijd, houdt het "zelf" in leven. Het "zelf" dat zichzelf als centrum van het leven ziet, verstikt zichzelf uiteindelijk."

We komen dit onnatuurlijke mechanisme op allerlei niveaus tegen. Personen die zichzelf tot centrum van het universum hebben verklaard en wier narcisme hen tot sociaal geisoleerden maakt, maar ook kerken die als belangrijkste agendapunt de eigen groei als doel hebben; de energie en bronnen die haar tot beschikking staat vooral op zichzelf richt. Het gevolg is dat de impact op haar directe omgeving nihil is.
Is het niet wrang dat veel kerken onevenredig veel tijd en andere middelen kwijt is aan triviale zaken met als gevolg dat er vrijwel niets overblijft voor de hoofdzaak (als mensen al weten wat deze dan is)?
Weggeven is Gods orde. Waar iemand zich aan die taak wijdt, is er gezonde groei en de kans op een ingegroeide teennagel te verwaarlozen.

31 juli 2009

Transitie en pijn

Elke verandering in het leven gaat gepaard met emoties. Positieve, negatieve en schijnbaar neutrale emoties. De een verwelkomt verandering om de verandering zelf terwijl de ander zich liever vasthoudt aan de schijnbare zekerheid en voorspelbaarheid. Nu vindt de meerderheid van de mensheid waarschijnlijk dat de manier waarop zij met verandering omgaat de juiste is. En dat is een grote misvatting. Er is namelijk niet een juiste manier om met veranderingen om te gaan. Wat voor mechanisme iemand ook heeft om met veranderingen om te gaan; ze hebben alle hun sterke en minder sterke kanten.
Ik houd van verandering om de verandering zelf. Er hoeft niet eens een dringende reden te zijn om te veranderen. De uitdaging van het nieuwe, het onbekende; de positieve energie en anticipatie die het met zich meebrengt, ik vind het allemaal prachtig.
Ik zit dus niet zo vast aan het heden en sommigen zouden zeggen dat dit een goede, positieve eigenschap is. Uiteraard vind ik dat zelf ook. Maar er is meer aan de hand. Ik ken mezelf ondertussen goed genoeg om te weten dat ik het moeilijk vindt om me te binden. Ik houd graag alle opties open. Ik heb een hekel aan afscheid nemen. Dat is namelijk zo definitief. Het liefst glip ik weg uit situaties en relaties. Als mensen me al zouden missen; jammer dan.
Zo zit ik in elkaar en daar hangt een groot verhaal omheen dat ik in de loop van mijn leven ben gaan begrijpen. Het heeft te maken met gebrokenheid, pijn en teleurstelling.
En dan komt plotseling zo'n eerder genoemde positieve eigenschap in een heel ander licht te staan.
Wat doe ik er aan?

Twee dingen:
1) Erken en vier het verleden. Zonder verleden heeft de toekomst maar weinig betekenis. Op zes September leg ik mijn taak als oudste in de Brandaris neer. De preek voor die ochtend is in mijn gedachten al af: Erken en vier het verleden. Ook al blijven wij in Rotterdam wonen en betrokken bij de Brandaris, een belangrijke fase in ons leven ronden we af. Dat kun je niet geruisloos voorbij laten gaan met de mededeling dat er wezenlijk toch niets veranderd. Terugkijken en de hand van God en Zijn handelen in en door de gemeente benoemen; het hoofdstuk uitlezen.
2) Afscheid nemen en ruimte geven voor de emotie. In het Engels zegt men dan "bringing closure." Het belang daarvan kan niet worden onderschat. Zonder "closure" is een nieuw begin alleen maar moelijker en sleep je het verleden geestelijk en emotioneel met je mee. Komplete volksstammen lopen hierdoor getraumatiseerd rond; levensfasen en gebeurtenissen, zowel positief als negatief, zijn nooit afgerond en kunnen daarom niet worden losgelaten.

29 juli 2009

1,3 en 5 jaar plan

Ik moet een opdracht maken en ik denk dat de professor niet blij is met mijn inzichten. Ik heb geprobeerd te schrijven wat hij graag wil lezen maar ik kan het niet.
De vraag is hoe ik een plan maak voor mijn leven en werk voor 1, 3 en 5 jaar. Wat is mijn probleem?
Het idee van een strak jarenplan is een exclusief westers idee en vindt zijn oorsprong in het kapitalistische denken. Ieder jaar meer winst, ieder jaar een schakeltje meer een een stapje hoger op de carrièreladder. Een globale koers of het volgen van een droom is onvoldoende.
Ik denk aan een man in een sloppenwijk en probeer me voor te stellen dat ik hem in een gesprek vraag naar zijn drie jarenplan: "meneer, waar wilt u over drie jaar zijn?" "Bij voorkeur niet hier in deze sloppenwijk," zal de man antwoorden. "Hoe denkt u hier uit te komen," is mijn volgende vraag. "Ik droom daar wel eens over," zegt de man," maar dan roept mijn vrouw dat ik voor eten moet gaan zorgen. Ik heb geen werk en mijn voornaamste zorg is dat ik mijn gezin moet onderhouden. dat is vreselijk moelijk. Er is gewoon geen werk en ik kan eigenlijk niet verder dromen dan de volgende maaltijd."
Of neem de landarbeider in China. Zijn vader, grootvader en overgrootvader leefden van het land en eigenlijk vindt hij het allemaal best zo.
Is daar iets mis mee? Wie dicteert ons dat we moeten plannen; geen genoegen moeten nemen met onze status quo?
Ik ben heel erg voor (persoonlijke) ontwikkeling. Maar dat is geen wetmatigheid. Als ik zeg dat ik tevreden ben met wat ik doe en dat ik er geen enkel probleem mee heb als ik over vijf jaar nog precies hetzelfde doe als wat ik vandaag doe, kijken de planners me vreemd aan.

Kijk, hoe plannen vorm krijgen heeft veel te maken met ons temperament. Met mijn temperament (een uitzonderlijk hoge "I" op de DISC schaal) neem ik plannen mee de zandbak in en ga spelen en werk met wat ik tegenkom. Een uitzonderlijk hoge "C" begrijpt dat niet, vindt mij onverantwoordelijk en neemt zijn plannen mee naar de tekentafel, hangt er Excel sheets aan en een tijdspad.
Het grappige is dat we na drie jaar ongeveer op dezelfde plek uitkomen.
Plan ik dan niet? Jazeker. maar mijn plannen zijn elastisch. Ik beweeg graag mee met nieuwe spelers en speelgoed.

28 juli 2009

Gebrek aan uitzicht

De wereld van veel mensen is bijzonder klein. Om net even iets anders naar zaken en/of het leven te kijken is vaak al teveel gevraagd. Hoe komt dat? Vaak is die kleine wereld al groot genoeg, soms zelfs groter dan men aankan.
Voorbeeld; een organisatie waarin vele miljoenen euro's in omgaan kan het zicht op een unieke en bijzondere partnership laten stranden omdat men zich druk maakt om 2000 euro. Dat komt dan omdat de sleutelfiguren die dit soort beslissing nemen niet verder wil en kan kijken dan hun neus lang is.

Ons unieke opleidingscentrum in India waar onderwijzend personeel wordt opgeleid, leiders worden getraind en voorgangers gekweekt (op hoger en wetenschappelijk niveau) heeft dit kunne bereiken door de hulp van een gerenommeerd Canadees theologisch seminarie. Na tien jaar komt aan deze samenwerking een eind om 2500 euro op jaarbasis. India ziet niet hoe ze dat geld bij elkaar kan brengen en het seminarie besluit om niet winstgevend activiteit en te termineren. Beide neuzen blijven in geld steken en kunnen niet verder meer kijken. Dat is echt gebrek aan uitzicht. En dat terwijl de grotere organisaties die om beide instituten heenstaan op jaarbasis miljoenen binnenhalen. Dat gebeurt er als je teveel in je eigen verhaal blijft steken.
En dat steekt.
Op microniveau gebeurt hetzelfde. Het is oermenselijk. Vasthouden wat je hebt. Het probleem is dat je dan uiteindelijk niet anders meer kan dan het grotere verhaal alleen maar vanuit je eigen kleine huisje interpreteren. En neem van me aan dat onze deuren en raampjes te klein zijn en altijd maar een stuk van het panorama laten zien.
Goed, ik heb het bommetje gedropt bij de "powers that be" en gevraagd wat er aan problematiek overblijft als die 2.500 euro niet langer een probleem zijn. Ben benieuwd en wordt vervolgd.

27 juli 2009

Gods plan en inspanning

Als we ons voor anderen inspannen beantwoorden we aan een universele, kosmische wet. Paulus schrijft aan de Korinthiers dat hij zich voor hen inspant omdat hij wil leven volgens Gods plan (2 Kor. 10:13-14). Die twee gaan altijd samen. We zijn geschapen, niet om er alleen maar voor onszelf te zijn maar om te investeren in anderen. Dat is best wel ingewikkeld in een samenleving waarin het narcistische individualisme tot recht is verheven. We sluiten ons op in onze gemiddeld 16 tot 125 vierkante meter woonoppervlak. Vandaaruit plannen en beleven we ons bestaan. Dagblad Trouw meldt vandaag dat het sociale leven van Nederlanders steeds meer naar het internet verschuift. "Gemeenschap per draadje" zou ik het willen noemen. Niets kan een levende ontmoeting vervangen en het is belangrijk dat we dat blijven doen. Aan de andere kant stelt het internet ons in staat om ons steeds grotere netwerk van vrienden te onderhouden. Een kattebelletje hier, een schimpscheut daar. Tien jaar geleden zouden we ons afvragen of "die en die" nog wel in leven is. Vandaag kunnen dezelfde "die en die" ons van real time updates voorzien: "ben even naar de wc, moet grote boodschap doen", "vanmiddag met m'n dochter naar de dierentuin", "ben nu onderweg naar Groningen en zit in de trein". Onzin? De meeste Nederlanders zullen dit wellicht onzin vinden. Ik vind het wel iets aardigs hebben. Ik hou bijvoorbeeld via twitter (gekoppeld aan facebook, blogspot en Hyves) mensen op de hoogte van soomige van de boeken die ik lees en dat heeft er al regelmatig toe geleidt dat 'volgers' dat boek ook zijn gaan lezen. Indirect kan ik dus beinvloeden. En dat is leuk.
Maar dat heeft niet veel meer te maken met het je geestelijk en fysiek inspannen voor anderen. De virtuele wereld heeft mooie kanten maar de echte wereld is toch het mooist. In het echte kontakt met anderen word ik bemoedigd, gesteund en gecorrigeerd. Daar zijn echte, levende mensen voor nodig.

24 juli 2009

Skype

Gisteren zat ik een Skype Conference Call voor met acht deelnemers uit Engeland, Singapore, Maleisie en Dubai. Zoals de meeste trouwe bloglezers weten kom ik uit Nederland en dat telt ook mee als een land.
Het was een nachtmerrie. De geluidskwaliteit was slecht, deelnemers vielen weg en haakten weer aan, enkele van mijn collega's zag ik demonstratief hun headset op hun buro gooien. Toch wat meters gemaakt en een echte vergadering afgesproken in Februari 2010. Dat ligt nog heel ver weg en ik wilde graag dat we elkaar dit jaar nog konden ontmoeten maar iedereen is druk, druk, druk.
Veel agendapunten komen niet tot een oplossing of aktie en dat is al twee jaar zo. Veel praten, weinig konkrete plannen en een aantal gefrustreerde teamleden.
Met de teamleden afzonderlijk gepraat. Iedereen heeft een eigen kijk op en verzie van de (gewenste) werkelijkheid. Het wordt te weinig naar elkaar toe uitgesproken. Werk aan de winkel dus.
Nog een paar uur hier en dan weer richting Manchester.

23 juli 2009

Onderweg

Het is 25 minuten lopen van mijn huis naar Rotterdam airport, inclusief check-in en beveiliging. Ik houd van kleine vliegvelden. Geen gedoe en vrijwel altijd vetrekken de vluchten op tijd. Vandaag en morgen zit ik in Carlisle waar het internationale kantoor van OM is gevestigd. Mijn nieuwe rol als Member Care baasje houdt onder andere in dat ik deze trip regelmatig moet gaan ondernemen. Uur vliegen naar Manchester en dan twee uur in de trein. Krant, boeken, laptop en dossier mee. No sweat.

22 juli 2009

Ik ben de norm

Paulus schrijft over mensen die zichzelf met anderen vergelijken en zichzelf daarbij als maatstaf nemen. Hij zegt dat deze mensen ongelofelijk stom zijn. Hoe werkt dit?
Men neme een mens, bij voorkeur mij, en verheffe deze tot norm. Alle andere mensen worden vanaf dat moment langs deze nieuwe norm gelegd en gemeten. Uiteraard schieten de meesten tekort. Hoe komt dat? Ik rek mijn norm gewoon op zodat de ander het net niet haalt.
Want:

Als jij steelt, is het fout,
maar als ik steel, is het anders; ik deed het echt niet voor mezelf.

Als jij liegt, ben je geen knip voor je neus waard,
maar als ik lieg, kan ik verklaren waarom het nodig was; ik deed het om jou te sparen.

Als jij je mond houdt wanneer je had moeten spreken, ben je een lafaard,
maar als ik zwijg, is het omdat ik gevoelig wil zijn, de ander de ruimte wil laten.

Als jij geeft is het altijd te weinig,
maar als ik geef is het weldoordacht en overwogen.

Als jij Jantje Smit leuk en aardig vind,
dan kom je nog niet tot aan mij knie.

Dat, zo'n houding, zegt Paulus, is ongelofelijk stom. Kwam Christus niet juist daarvoor, om de mensen erop te wijzen dat de enige, die de plaats in het centrum van het bestaan toekomt, God de vader is?
Dat betekent dat ik opzij moet stappen en Hem bewust die plaats geef in mijn leven. En weet je, het gevolg is dat je meteen een stuk minder hoog van de toren blaast. Niet langer "kijk mij nou" maar vooral "kijk Hem nou."
Met Hem als norm valt alles in het leven weer in het juiste perspectief en ben ik vrij om de waarheid te spreken, van harte te geven, betrouwbaar te zijn en van harte van mensen houden die Jantje Smit cedees in huis hebben.

21 juli 2009

Vier stoelpoten

De tijger en de temmer gaan zo leuk met elkaar om omdat de temmer een stoel of kruk met vier poten voor de neus van de tijger houdt. De tijger ziet in die poten vier potentiele vijanden en doet zijn best om op alle vier z'n aandacht te richten. Dat is ook voor een tijger een beetje teveel van het goede met als gevolg dat het een verlammende werking heeft op het beest. Tegenwoordig zie je vaker dompteurs met een zweepje maar goed.
Teveel prioriteiten in ons leven hebben hetzelfde effect. Ik moet vandaag eingelijk studeren maar ben alleen maar bezig met een andere taak die op dit moment urgenter is. Officeel begin ik op 1 september met mijn nieuwe Member Care role maar langzaam aan wordt ik er al door opgezogen. Vandaag een Skype Conference Call voorbereidt en een "award-ticket" geboekt om donderdag naar Manchester te kunnen vliegen om (hoognodig) tijd door te brengen met een aantal teamleden in ons hoofdkantoor in Carlisle.
Waar ik nu naar op zoek ben is een stoel of een kruk met een poten.
Zakengoeroe's zullen me vertellen dat ik het niet goed doe maar ik kan ze vertellen dat de ideale wereld waarin goedbetaalde managers zich kunnen omringen met goedbetaalde secretaresses en personal assistents niet mijn wereld is.
En, in boeken over deze materie is het model altijd mooier dan de harde werkelijkheid

Misschien is het beter om het niet langer over God te hebben. Geeft alleen maar gedoe.

Mijn werk is nogal verweven met het gebruik van het woord God. Een zendingsorganisatie houdt zich immers bezig met de export, uitleggingen, ...