De gemeente is niet ontploft en de reacties waren over het algemeen kalm en beheerst. De enkele premilleniumisten en pretribulationisten zullen zich misschien afvragen of ik misschien de Belgische griep heb maar los daarvan viel het mee. Als je bent opgegroeid met het idee dat de brief van Johannes aan de zeven gemeenten in Klein Azie voor zeven tijdsperioden staat en dat alle beelden en symbolen zo letterlijk mogelijk geduid dienen te worden dan is een preek waarin het accent ligt op wat die brief betekende voor de toen levende ontvangers even slikken. En als je ontdekt dat de getalswaarde van talloze woorden en namen op 666 uitkomt, (onder andere Luther, de Paus, Hitler, Bill gates, koffiemolen, lantarenpaal, barokcantate en wereldstad), komt het Darbisme en Hal Lindsey-isme in een wat relatiever perspectief te staan.
Kerken scheuren om dit soort zaken.
Waar dat gebeurt is men wel heel erg de weg kwijt.
Voor de gelegenheid had ik een apocalyptisch gekleurd overhemd aangetrokken (met een subtiel oranje biesje, maar daar moet je niets achter zoeken). Een van mijn vrienden zij me na afloop dat zwart me goed staat. Dat was fijn om te horen.
Christus zal terugkomen en dat vooruitzicht is een geweldige kracht in het leven van de gelovige. Tranen die van de ogen gewist zullen worden. De gerechtigheid van het koninkrijk dat tot in de kleinste details van het samenleven werkelijkheid zal zijn. Onrecht; daar zal geen plaats meer voor zijn.
Vrede en vreugde.
Maranatha.
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
22 juni 2009
20 juni 2009
Lees HIER onze meest recente nieuwsbrief
Gisterenavond vierden we in het Vroesenpark de terugkomst van mijn vriend Lennart de Vries. Die heeft een jaar in Ecuador gezeten en is nu voor zes weken in Nederland voordat hij weer voor een periode van zes of twaalf maanden teruggaat. Hij schrijft eens in de zoveel weken een leuke en vooral eerlijk blog over zijn ervaringen.
Wat mij bijzonder bemoedigt is om te zien hoeveel iemand in een jaar tijd kan bereiken. Als je zijn verslag over het verloop van dat jaar leest en over het werk dat vanuit die strubbelingen is ontstaan is dat en verslag van hoe het Koninkrijk van God werkt. Als we daar oog voor krijgen en ons daarvoor in gaan zetten kunnen we beregen verzetten. Lees het hier. Wel even onderaan beginnen.
Gisterenavond vierden we in het Vroesenpark de terugkomst van mijn vriend Lennart de Vries. Die heeft een jaar in Ecuador gezeten en is nu voor zes weken in Nederland voordat hij weer voor een periode van zes of twaalf maanden teruggaat. Hij schrijft eens in de zoveel weken een leuke en vooral eerlijk blog over zijn ervaringen.
Wat mij bijzonder bemoedigt is om te zien hoeveel iemand in een jaar tijd kan bereiken. Als je zijn verslag over het verloop van dat jaar leest en over het werk dat vanuit die strubbelingen is ontstaan is dat en verslag van hoe het Koninkrijk van God werkt. Als we daar oog voor krijgen en ons daarvoor in gaan zetten kunnen we beregen verzetten. Lees het hier. Wel even onderaan beginnen.
18 juni 2009
Eschatonnen
Lees HIER onze meest recente nieuwsbrief
Tja, daar zit ik dan; gebogen over Bijbel en in gedachten verzonken over wat er te zeggen valt over het eind der tijden. Aanstaande zondag preek ik er over en het laatste wat ik wil is met een setje schema's aankomen waarmee ik poog om een letterlijke weergave te illustreren over alles wat de Bijbel zegt betreffende de toekomst. Ik heb eens een dienst meegemaakt waar de jonge, ambitieuze voorganger z'n preek begon met te zeggen: "Broeders en zusters, U heeft waarschijnlijk allemaal al veel gelezen en gehoord over de eindtijd. Ik kan u zeggen dat dat allemaal de prullenbak in kan. Vanmorgen ga ik u haarfijn uitleggen hoe de vork in de steel zit." Ik moest toen een beetje in m'n mond overgeven en voelde de sterke neiging om naar McDonalds te gaan.
Mijn ambitie reikt niet zo ver en mijn insteek zal zijn dat ik de nadruk ga leggen op het belang van een individuele eschatologie. Aan de kosmische eschatologie mogen de Brandarianen hun vingers branden in de kringen.
Een eenzijdige, letterlijke uitleg en interpretatie van de Bijbelwoorden over het eind van de tijd heeft al tot zoveel controverse geleid dat ik daar geen absolute uitspraken over ga doen. Mannen zoals Rene Pache, Tim LaHaye en Hal Lindsey hebben al miljoenen op een eenzijdig spoor gezet. En ook al is het duidelijk dat Hal Lindsey er flink naast zat en zit, we zitten wel opgescheept met een manier van lezen en interpreteren die Evangelicalen belet om nog anders te kunnen denken. De gevolgen zijn ten hemel schreiend:
Er zijn dingen die we zeker weten. Goddelijke mijlpalen in verleden en toekomst zijn de ankerpunten voor ons geloof. En daar wou ik het maar over gaan hebben.
Tja, daar zit ik dan; gebogen over Bijbel en in gedachten verzonken over wat er te zeggen valt over het eind der tijden. Aanstaande zondag preek ik er over en het laatste wat ik wil is met een setje schema's aankomen waarmee ik poog om een letterlijke weergave te illustreren over alles wat de Bijbel zegt betreffende de toekomst. Ik heb eens een dienst meegemaakt waar de jonge, ambitieuze voorganger z'n preek begon met te zeggen: "Broeders en zusters, U heeft waarschijnlijk allemaal al veel gelezen en gehoord over de eindtijd. Ik kan u zeggen dat dat allemaal de prullenbak in kan. Vanmorgen ga ik u haarfijn uitleggen hoe de vork in de steel zit." Ik moest toen een beetje in m'n mond overgeven en voelde de sterke neiging om naar McDonalds te gaan.
Mijn ambitie reikt niet zo ver en mijn insteek zal zijn dat ik de nadruk ga leggen op het belang van een individuele eschatologie. Aan de kosmische eschatologie mogen de Brandarianen hun vingers branden in de kringen.
Een eenzijdige, letterlijke uitleg en interpretatie van de Bijbelwoorden over het eind van de tijd heeft al tot zoveel controverse geleid dat ik daar geen absolute uitspraken over ga doen. Mannen zoals Rene Pache, Tim LaHaye en Hal Lindsey hebben al miljoenen op een eenzijdig spoor gezet. En ook al is het duidelijk dat Hal Lindsey er flink naast zat en zit, we zitten wel opgescheept met een manier van lezen en interpreteren die Evangelicalen belet om nog anders te kunnen denken. De gevolgen zijn ten hemel schreiend:
- Nauwelijks aandacht voor de gerechtigheid van het Koninkrijk nu want dat Koninkrijk is onterecht naar voren geschoven en staat als laatste punt op de agenda hetgeen op gespannen voet staat met het gebed en de realisatie van het "Onze vader".
- Een niet consequente toepassing van de letterlijke uitleg van de Bijbel; men ziet wel een kubus of pyramide achtige constructie van een kubieke kilometer uit de hemel neerdalen ("We are Borg") en het onderwijs van de Bijbel over het omzien naar wezen en weduwen staat veelal nog als sluitpost op de tijds- en financiële begroting van de kerk.
Er zijn dingen die we zeker weten. Goddelijke mijlpalen in verleden en toekomst zijn de ankerpunten voor ons geloof. En daar wou ik het maar over gaan hebben.
17 juni 2009
Stress
Lees HIER onze meest recente nieuwsbrief
Stress is niet leuk. Gisteren even overwogen om overal mee te kappen en een baan te zoeken met minimale verantwoordelijkheden. Zeven en een half uur werken per dag, 30 vakantiedagen, misschien zelfs een pensioen, eindejaarsuitkering. Maar thuis zijn zou gewoon thuis zijn zijn. En dat lijkt me nu wel aardig.
Soms word ik moe van het eeuwige gebedel. Werken voor OM betekent je eigen inkomen bij elkaar zien te sprokkelen. Vrienden en de kerk hoesten dan samen het bedrag op dat ik de organisatie kost. Technisch werk ik dan voor OM maar feitelijk zijn die vrienden en de twee kerken die ons sponsoren meer mijn werkgever.
Hoe dan ook, je went er nooit echt aan om altijd maar weer de hand op te houden. Gisteren kreeg ik de "kwartaalcijfers". We zitten op 90%.
In de mail enkele "uitdagingen" en "aanmoedigingen" om voor het eind van de zomer die laatste 10% nog even te zien binnenkomen.
Dus heb ik vanmorgen een soort van mopperhoofd. Ik ga weer bedelen.
Hoe deden we dat vroeger, toen we bij OM begonnen?
Wel, we vertrouwden God en we kwamen tekort (Over geld mocht niet worden gepraat).
Nu vertrouwen we God en vragen mensen en komen nog steeds tekort.
Kortom, het went niet echt.
Als je een "gewone" baan hebt, verdien je "je eigen" geld. Althans, dat denk je maar je kunt in ieder geval trots zijn.
Als je een "buitengewone" baan hebt, verdien je "andermans" geld. Althans, dat denk je maar het houdt je in ieder geval klein en nederig.
Ik stop er maar mee.
Het went echt niet.
Stress is niet leuk. Gisteren even overwogen om overal mee te kappen en een baan te zoeken met minimale verantwoordelijkheden. Zeven en een half uur werken per dag, 30 vakantiedagen, misschien zelfs een pensioen, eindejaarsuitkering. Maar thuis zijn zou gewoon thuis zijn zijn. En dat lijkt me nu wel aardig.
Soms word ik moe van het eeuwige gebedel. Werken voor OM betekent je eigen inkomen bij elkaar zien te sprokkelen. Vrienden en de kerk hoesten dan samen het bedrag op dat ik de organisatie kost. Technisch werk ik dan voor OM maar feitelijk zijn die vrienden en de twee kerken die ons sponsoren meer mijn werkgever.
Hoe dan ook, je went er nooit echt aan om altijd maar weer de hand op te houden. Gisteren kreeg ik de "kwartaalcijfers". We zitten op 90%.
In de mail enkele "uitdagingen" en "aanmoedigingen" om voor het eind van de zomer die laatste 10% nog even te zien binnenkomen.
Dus heb ik vanmorgen een soort van mopperhoofd. Ik ga weer bedelen.
Hoe deden we dat vroeger, toen we bij OM begonnen?
Wel, we vertrouwden God en we kwamen tekort (Over geld mocht niet worden gepraat).
Nu vertrouwen we God en vragen mensen en komen nog steeds tekort.
Kortom, het went niet echt.
Als je een "gewone" baan hebt, verdien je "je eigen" geld. Althans, dat denk je maar je kunt in ieder geval trots zijn.
Als je een "buitengewone" baan hebt, verdien je "andermans" geld. Althans, dat denk je maar het houdt je in ieder geval klein en nederig.
Ik stop er maar mee.
Het went echt niet.
16 juni 2009
Alfa, Beta en geen zorgen
Lees HIER onze meest recente nieuwsbrief
"Geen zorgen maken over morgen," is de instructie van Jezus. "Vandaag heb je 24 uur en in die 24 uur gebeuren er genoeg dingen die je hart en gedachten in beslag nemen." Voor een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid is dit onderdeel van Gods scheppingsorde een van de grootste uitdagingen om in praktijk te brengen. Af en toe vraag ik me af of het wel wijs is om, en aan een nieuwe uitdaging binnen OM te beginnen, tegelijk een studie waar normaal vier jaar full-time voor staat in een slordige twee en een half jaar tussen de bedrijven door "even mee te pakken" en daarbij de lopende zaken door te laten lopen.
Omdat ik niet zo'n geweldige planner ben is m'n hoofd niet alleen vol met vandaag, maar ook met morgen, overmorgen en volgende week. En dat is niet gezond.
Wat plannen betreft; een van de opdrachten is om in enkele duizenden woorden op te schrijven hoe ik een drie maanden, een half jaar en een vijf jaar plan voor mijn leven en werk maak. Ha-ha. Daar ben ik dan gauw klaar mee want dat doe ik eigenlijk niet zo. Ik zie mezelf al zitten, turend naar een leeg virtueel excel velletje, wanhopig pogend om een plan voor mijn leven te schrijven. Ha-ha.
Ik heb een globaal idee in mijn hoofd, weet waar ik naar toe wil en heb daar wat ideeën over. De eigenlijke uitvoering is onderhevig aan zoveel variabelen dat welk plan dan ook voortdurend bijgesteld moet worden.
Een opdracht om een dergelijke paper te schrijven kan alleen maar uit het brein van een 'beta' (gebaseerd zijn op natuurwetten en theorieën die falsifieerbaar zijn door formele logica en experimentele toetsing) ontsproten zijn. Beta's houden van overzichtjes.
De meer 'alfa' georiënteerde mens is minder geïnteresseerd in de overzichtjes. De 'alfa' snapt de planzucht van de beta niet en de beta kan zich niet voorstellen hoe de 'alfa' zonder overzichtjes, to-do lijstjes en wat dies meer zij, door het leven gaat. En dan heb ik de gamma en delta luitjes nog buiten beschouwing gelaten.
Ondertussen blijf ik me zorgen maken over hoe ik een paper kan schrijven dat ik eigenlijk niet kan schrijven. Maar dat is dan weer de kracht van de alfa; die verzint een list: Ik ga een paper schrijven over de zin en onzin van levensplannen en weet zeker dat ik er een "A" voor krijg.
"Geen zorgen maken over morgen," is de instructie van Jezus. "Vandaag heb je 24 uur en in die 24 uur gebeuren er genoeg dingen die je hart en gedachten in beslag nemen." Voor een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid is dit onderdeel van Gods scheppingsorde een van de grootste uitdagingen om in praktijk te brengen. Af en toe vraag ik me af of het wel wijs is om, en aan een nieuwe uitdaging binnen OM te beginnen, tegelijk een studie waar normaal vier jaar full-time voor staat in een slordige twee en een half jaar tussen de bedrijven door "even mee te pakken" en daarbij de lopende zaken door te laten lopen.
Omdat ik niet zo'n geweldige planner ben is m'n hoofd niet alleen vol met vandaag, maar ook met morgen, overmorgen en volgende week. En dat is niet gezond.
Wat plannen betreft; een van de opdrachten is om in enkele duizenden woorden op te schrijven hoe ik een drie maanden, een half jaar en een vijf jaar plan voor mijn leven en werk maak. Ha-ha. Daar ben ik dan gauw klaar mee want dat doe ik eigenlijk niet zo. Ik zie mezelf al zitten, turend naar een leeg virtueel excel velletje, wanhopig pogend om een plan voor mijn leven te schrijven. Ha-ha.
Ik heb een globaal idee in mijn hoofd, weet waar ik naar toe wil en heb daar wat ideeën over. De eigenlijke uitvoering is onderhevig aan zoveel variabelen dat welk plan dan ook voortdurend bijgesteld moet worden.
Een opdracht om een dergelijke paper te schrijven kan alleen maar uit het brein van een 'beta' (gebaseerd zijn op natuurwetten en theorieën die falsifieerbaar zijn door formele logica en experimentele toetsing) ontsproten zijn. Beta's houden van overzichtjes.
De meer 'alfa' georiënteerde mens is minder geïnteresseerd in de overzichtjes. De 'alfa' snapt de planzucht van de beta niet en de beta kan zich niet voorstellen hoe de 'alfa' zonder overzichtjes, to-do lijstjes en wat dies meer zij, door het leven gaat. En dan heb ik de gamma en delta luitjes nog buiten beschouwing gelaten.
Ondertussen blijf ik me zorgen maken over hoe ik een paper kan schrijven dat ik eigenlijk niet kan schrijven. Maar dat is dan weer de kracht van de alfa; die verzint een list: Ik ga een paper schrijven over de zin en onzin van levensplannen en weet zeker dat ik er een "A" voor krijg.
14 juni 2009
Ontspanning en Mona toetjes
Ontspannen is best wel ingewikkeld als je hoofd vol zit met dingen die gedaan moeten worden. Met name de studie die ik volg is daar momenteel debet aan. Omdat ik volgend jaar in April klaar wil zijn is het nu voortdurend in mijn gedachten en word ik geconfronteerd met de (soms) onzin van opdrachten. Bijvoorbeeld: ik heb gezegd wat ik denk te moeten zeggen over de impact die de conferentie in Edinburgh (1910) heeft gehad op wereldzending. Alleen zit ik dan op 1800 woorden en het moeten er 2500 zijn. Een paar meer of minder is prima maar 700 minder zal worden afgestraft.
Dus ben ik nu bezig met het aandikken van het verhaal; waar kan ik nog enkele, niets aan het verhaal toevoegende, paragrafen plaatsen? En ik kan een batterij aan bijvoeglijke bepalingen in gaan zetten. Maar daar houd ik niet zo van. Soms voegen ze iets wezenlijks toe, maar over het algemeen kan een verhaal heel goed zonder die bepalingen. Kijk, daar hadden we er een. Het woordje "heel" in het laatste zinnetje kun je weglaten. En eigenlijk is het woordje "goed" ook overbodig. Als ik had geschreven "maar over het algemeen kan een verhaal zonder die bepalingen", had iedereen begrepen wat ik bedoelde, hoewel het dan wel wat klinische klinkt.
Maar, hoe dan ook, als een epistel af is en je moet toch woorden vinden (wat op zich afgeschaft zou moeten worden omdat het mogelijk is om het verhaal, kort, krachtig en helder (nu helpen de bepalingen wel) te vertellen, zou een professor dat juist moeten aanmoedigen in plaats van vast te houden aan de "aantal woorden" norm.
De laatste tijd lijken er ook meer boeken te worden uitgegeven waarin een heleboel lucht zit. In veel boeken heeft de auteur zijn/haar verhaal in de eerste twee weken hoofdstukken wel zo'n beetje verteld. Vervolgens gaat men het verhaal inkleden met veel lucht. Een beetje zoals de luchtige toetjes van Mona; net zoveel bladzijden als de vorige generatie toetjes maar nu heeft men de lucht erin weten te bakken. Dat is heel knap. De prijs gaat omhoog en het bijkomende voordeel is dat het minder calorieën bevat (dat komt natuurlijk door de lucht). Minder voor meer dus en we betalen er nog voor ook.
Dus ben ik nu bezig met het aandikken van het verhaal; waar kan ik nog enkele, niets aan het verhaal toevoegende, paragrafen plaatsen? En ik kan een batterij aan bijvoeglijke bepalingen in gaan zetten. Maar daar houd ik niet zo van. Soms voegen ze iets wezenlijks toe, maar over het algemeen kan een verhaal heel goed zonder die bepalingen. Kijk, daar hadden we er een. Het woordje "heel" in het laatste zinnetje kun je weglaten. En eigenlijk is het woordje "goed" ook overbodig. Als ik had geschreven "maar over het algemeen kan een verhaal zonder die bepalingen", had iedereen begrepen wat ik bedoelde, hoewel het dan wel wat klinische klinkt.
Maar, hoe dan ook, als een epistel af is en je moet toch woorden vinden (wat op zich afgeschaft zou moeten worden omdat het mogelijk is om het verhaal, kort, krachtig en helder (nu helpen de bepalingen wel) te vertellen, zou een professor dat juist moeten aanmoedigen in plaats van vast te houden aan de "aantal woorden" norm.
De laatste tijd lijken er ook meer boeken te worden uitgegeven waarin een heleboel lucht zit. In veel boeken heeft de auteur zijn/haar verhaal in de eerste twee weken hoofdstukken wel zo'n beetje verteld. Vervolgens gaat men het verhaal inkleden met veel lucht. Een beetje zoals de luchtige toetjes van Mona; net zoveel bladzijden als de vorige generatie toetjes maar nu heeft men de lucht erin weten te bakken. Dat is heel knap. De prijs gaat omhoog en het bijkomende voordeel is dat het minder calorieën bevat (dat komt natuurlijk door de lucht). Minder voor meer dus en we betalen er nog voor ook.
11 juni 2009
Seks enzo
Vanmorgen m'n lezing/seminar over seksualiteit en relaties up to date gebracht. Vanavond verzorg ik een avond over dit thema bij de Navigators Studentenvereniging Den Haag. In 2006 werd er wereldwijd naar schatting 100 miljard dollar besteed aan pornografie. Er gaat in deze 'industrie' meer geld om dan het totaal van de jaarlijkse omzet bij Microsoft, Google, Amazon, Ebay, Yahoo!, Apple en enkele andere grote bedrijven!
De cijfers lopen drie jaar achter. Het 'groeipercentage' is gigantisch waarbij China als markt het snelst groeit en momenteel al twee keer zo'n grote markt is als de VS. Elke 39 minuten wordt er ergens op de wereld een nieuwe pornofilm geproduceerd (de meeste komen uit de zogenaamde puriteinse VS).
In Nederland gaat het om een omzet van 20 miljard dollar op jaarbasis in 2006.
Pornoverslaving is een ziekte. het is geen zwakte of een nare gewoonte. Het is een verslaving waar zonder hulp maar moeilijk vanaf te komen is.
In onze kerken wordt er vooralsnog weinig over gesproken. Als het al gebeurd is dat in bedekte en algemene termen waarbij vooral de nadruk ligt op hoe een gezonde relatie en een gezonde kijk op seksualiteit er uit zou moeten zien. Schaamte weerhoudt menigeen ervan om hulp te zoeken. Erkennen dat er een probleem zou zijn wordt al gauw gezien als en gebrek aan zelfdiscipline en dat staat weer gelijk aan een geestelijk watje. Dus zwijgt men.
Dat is jammer en onnodig, zelfs onverstandig.
De helft van de mensen die zich Christen noemt heeft in min of meerder mate problemen met pornografie. Het internet levert een van de grootste bijdragen aan de groei van het probleem.
We kunnen het probleem vergeestelijken, ja zelfs demonen uitdrijven of opnieuw beginnen maar het zet allemaal geen zoden aan de dijk. Het is een hardnekkige verslaving waar men niet zomaar vanaf komt. Ik pleit voor meer zelfhulpgroepen. Met elkaars hulp en Gods genade is verandering mogelijk.
Ik spreek regelmatig over dit onderwerp. Maar er intensief mee bezig zijn kent ook z'n gevaren. Objectief onderzoek kan gemakkelijk resulteren in 'doorklikken' naar voorbeelden. Ook ik moet hierin flink bij de les blijven en me niet laten afleiden.
Op het plaatje hiernaast een bewerkte versie van het "playboy" logo. In het Arabisch betekent dit symbool "NEE". het is een advertentie zoals deze te zien is in de verenigde Arabische Emiraten. Goed gedaan!
Kortom, deze wereld is pornoziek en de ziekte is pandemisch. Voor de Mexicaanse griep, vandaag mogelijk tot pandemie uitgeroepen, is nog wel een oplossing te vinden.
Voor pornografie is meer nodig dan een inenting of uitzieken. De oplossing is een radicale toepassing van de Bijbelse Koninkrijksprincipes. En die kunnen we niet opdringen. Maar wel demonstreren. Hoe? Door in het licht te leven, onze zwakheden te erkennen en te bekennen en door elkaar in "community" te dragen.
De cijfers lopen drie jaar achter. Het 'groeipercentage' is gigantisch waarbij China als markt het snelst groeit en momenteel al twee keer zo'n grote markt is als de VS. Elke 39 minuten wordt er ergens op de wereld een nieuwe pornofilm geproduceerd (de meeste komen uit de zogenaamde puriteinse VS).
In Nederland gaat het om een omzet van 20 miljard dollar op jaarbasis in 2006.
Pornoverslaving is een ziekte. het is geen zwakte of een nare gewoonte. Het is een verslaving waar zonder hulp maar moeilijk vanaf te komen is.
In onze kerken wordt er vooralsnog weinig over gesproken. Als het al gebeurd is dat in bedekte en algemene termen waarbij vooral de nadruk ligt op hoe een gezonde relatie en een gezonde kijk op seksualiteit er uit zou moeten zien. Schaamte weerhoudt menigeen ervan om hulp te zoeken. Erkennen dat er een probleem zou zijn wordt al gauw gezien als en gebrek aan zelfdiscipline en dat staat weer gelijk aan een geestelijk watje. Dus zwijgt men.
Dat is jammer en onnodig, zelfs onverstandig.
De helft van de mensen die zich Christen noemt heeft in min of meerder mate problemen met pornografie. Het internet levert een van de grootste bijdragen aan de groei van het probleem.
We kunnen het probleem vergeestelijken, ja zelfs demonen uitdrijven of opnieuw beginnen maar het zet allemaal geen zoden aan de dijk. Het is een hardnekkige verslaving waar men niet zomaar vanaf komt. Ik pleit voor meer zelfhulpgroepen. Met elkaars hulp en Gods genade is verandering mogelijk.
Ik spreek regelmatig over dit onderwerp. Maar er intensief mee bezig zijn kent ook z'n gevaren. Objectief onderzoek kan gemakkelijk resulteren in 'doorklikken' naar voorbeelden. Ook ik moet hierin flink bij de les blijven en me niet laten afleiden.
Op het plaatje hiernaast een bewerkte versie van het "playboy" logo. In het Arabisch betekent dit symbool "NEE". het is een advertentie zoals deze te zien is in de verenigde Arabische Emiraten. Goed gedaan!Kortom, deze wereld is pornoziek en de ziekte is pandemisch. Voor de Mexicaanse griep, vandaag mogelijk tot pandemie uitgeroepen, is nog wel een oplossing te vinden.
Voor pornografie is meer nodig dan een inenting of uitzieken. De oplossing is een radicale toepassing van de Bijbelse Koninkrijksprincipes. En die kunnen we niet opdringen. Maar wel demonstreren. Hoe? Door in het licht te leven, onze zwakheden te erkennen en te bekennen en door elkaar in "community" te dragen.
10 juni 2009
Ingezegende transportmiddelen
Vanmorgen, tijdens mijn hardlooprondje, reflecteerde ik nog wat op mijn bezoek aan Zuid-Afrika in Mei. Een van de zaken die me maar niet loslaat is de vreemde gewoonte om een auto te zien als een "zegen van God". Het hoeft geen nieuwe te zijn, als hij maar vier wielen heeft en een enigszins werkende motor. Natuurlijk begrijp ik dat het een zegen is als een auto je helpt om mobieler te zijn maar daar gaat het niet om. Het heeft met status te maken. Als je een auto hebt, heb je iets bereikt en stijg je in aanzien; je behoort nu tot de rijkere bevolkingsgroep.
Ik vroeg aan een voorganger, die regelmatig wordt geacht om de inzegeningsceremonie van gemeenteleden die door God gezegend zijn met een auto (en daarvoor de rest van tijd die de auto nog rest financieel kromliggen) of een fiets ook ingezegend kon worden. "Nee, we doen geen fietsen", was zijn antwoord.
Een gemeente waar ik een paar dagen later sprak had onlangs geld opgehaald om 400 fietsen te kopen voor voorgangers in India die gewoon zijn alles met de benenwagen te doen. Voor veel Indiers is de fiets met recht een zegen van de Heer. Rondom de fiets wordt een dankstond gehouden en het gebeuren wordt op de gevoelige digitale plaat vereeuwigd.
Voor de Zuid Afrikanen is een fiets te gewoon om gezegend te worden. Voor veel van mijn Indiase collega's is het aanschaffen van een fiets een enorme belevenis.
Waar het me om gaat is dat het dualistische denken en praktijk in iedere samenleving voorkomt en zich op cultuurunieke manieren manifesteert.
Een Bijbelse kijk op dit soort zaken zou zijn dat we geen onderscheid maken. Kleine, grote en middelgrote zaken, betekenisvolle en niet noemenswaardige zaken; we leven ons totale leven in Zijn tegenwoordigheid en mogen alles als uit Zijn hand ontvangen. Dankbaarheid vult onze harten. Ik beschouw me dan ook als een geweldig gezegend mens en heb de verantwoordelijheid om die zegen met anderen te delen.
O ja, mijn auto is te koop. Zie hier. Geen geintje.
Ik vroeg aan een voorganger, die regelmatig wordt geacht om de inzegeningsceremonie van gemeenteleden die door God gezegend zijn met een auto (en daarvoor de rest van tijd die de auto nog rest financieel kromliggen) of een fiets ook ingezegend kon worden. "Nee, we doen geen fietsen", was zijn antwoord.
Een gemeente waar ik een paar dagen later sprak had onlangs geld opgehaald om 400 fietsen te kopen voor voorgangers in India die gewoon zijn alles met de benenwagen te doen. Voor veel Indiers is de fiets met recht een zegen van de Heer. Rondom de fiets wordt een dankstond gehouden en het gebeuren wordt op de gevoelige digitale plaat vereeuwigd.
Voor de Zuid Afrikanen is een fiets te gewoon om gezegend te worden. Voor veel van mijn Indiase collega's is het aanschaffen van een fiets een enorme belevenis.
Waar het me om gaat is dat het dualistische denken en praktijk in iedere samenleving voorkomt en zich op cultuurunieke manieren manifesteert.
Een Bijbelse kijk op dit soort zaken zou zijn dat we geen onderscheid maken. Kleine, grote en middelgrote zaken, betekenisvolle en niet noemenswaardige zaken; we leven ons totale leven in Zijn tegenwoordigheid en mogen alles als uit Zijn hand ontvangen. Dankbaarheid vult onze harten. Ik beschouw me dan ook als een geweldig gezegend mens en heb de verantwoordelijheid om die zegen met anderen te delen.
O ja, mijn auto is te koop. Zie hier. Geen geintje.
08 juni 2009
De grammateurs
De mensen die Jezus hoorden stonden versteld over zijn leer. Waarom? Er zijn altijd wel mensen die bijzondere dingen te melden hebben, scherp kunnen analyseren en goed kunnen communiceren. Wat maakte Jezus dan zo bijzonder? De reden is dat Hij leerde als gezaghebbende en niet als schriftgeleerde. Dat vonden de toen levende schriftgeleerden, of laat ik ze liever grammateurs noemen, behoorlijk bedreigend.
Heb je eindelijk tot vijf cijfers achter de komma een van de Bijbelse leerstellingen uitgerekend, walst Jezus er overheen door de dingen zo simpel te zeggen dat het bijna absurd is.
Als je Jezus trouwens ooit ergens van wilt beschuldigen is het verwijt dat Hij een bijna absurd realisme voorstaat een hele goeie.
De grammateurs hadden bijvoorbeeld net uitgerekend wie we als naaste mogen of moeten zien, met andere woorden, waar onze liefde tot de naaste mag ophouden; komt Jezus met de mededeling dat "ieder die kwaad is op een andere zich voor de rechtbank moet verantwoorden."
En het is natuurlijk heel vervelend als je, na jarenlang gekissebis, gespeur en gegrammateer, eindelijk overeenstemming hebt bereikt over een definitie van "gerechtvaardigde boosheid", Jezus over de vloer krijgt die met Zijn opmerking dat boosheid niet gerechtvaardigd is je virtueel overlevert aan de rechter die je schuldig zal bevinden. Daar hebben we dus allemaal een probleem!
Heb je eindelijk tot vijf cijfers achter de komma een van de Bijbelse leerstellingen uitgerekend, walst Jezus er overheen door de dingen zo simpel te zeggen dat het bijna absurd is.
Als je Jezus trouwens ooit ergens van wilt beschuldigen is het verwijt dat Hij een bijna absurd realisme voorstaat een hele goeie.
De grammateurs hadden bijvoorbeeld net uitgerekend wie we als naaste mogen of moeten zien, met andere woorden, waar onze liefde tot de naaste mag ophouden; komt Jezus met de mededeling dat "ieder die kwaad is op een andere zich voor de rechtbank moet verantwoorden."
En het is natuurlijk heel vervelend als je, na jarenlang gekissebis, gespeur en gegrammateer, eindelijk overeenstemming hebt bereikt over een definitie van "gerechtvaardigde boosheid", Jezus over de vloer krijgt die met Zijn opmerking dat boosheid niet gerechtvaardigd is je virtueel overlevert aan de rechter die je schuldig zal bevinden. Daar hebben we dus allemaal een probleem!
07 juni 2009
Preken
Ik staar naar mijn papieren; "is dit het dan"? "Niet praktisch genoeg. Veel te theoretisch. Waarschijnlijk te scherp en trouwens, wat bak je er zelf van? Hoe doe je dat in je eigen leven?"
Het Brandaris motto is "Jezus kennen en gehoorzamen" en vandaag hebben we onze jaarlijkse Market Plaza. We maken zichtbaar bij welke Evangelieverkondigende projecten en organisaties Brandarianen betrokken zijn. Dat is nogal een spektakel. In de hal staan talloze tafeltjes van waar achter (of voor) de representanten en werkers de Brandarianen verlichten met kennis en informatie over die projecten, organisaties of zichzelf.
Zeventig procent van de Brandarisbegroting wordt geinvesteerd in wereldevangelisatie. Daarom bestaat de kerk immers; om het evangelie uit te dragen, discipelen te maken.
Ik heb een "volle" boodschap voor vandaag maar innerlijk voel ik me leeg. Een overweldigend gevoel van onbekwaamheid boort een gat in mijn ziel. Ik vraag me af of het misschien normaal is dat je, naarmate je Jezus langer volgt, dat voelt?
In de naam van God wordt al zoveel geblaat. Ik noem het blaten want als er geen verbinding is met het persoonlijk leven van de prediker, is het geblaat.
Vanmorgen las ik een stukje in P.T. Forsyth's "The cruciality of the cross", een serie toespraken die hij hield in 1908 Edinburgh tijdens de "third international congregational council". Bij deze councils verdiepte men zich in theologische vraagstukken.
Wat me opviel was "Edinburgh" waar twee jaar later de belangrijke vergadering over wereldzending werd gehouden. Die laatste conferentie, waarin het doen centraal stond, heeft de wereld veranderd. De eerste niet.
We hebben een gezonde balans nodig tussen kennen en gehoorzamen, dat snap ik. Maar daar waar we dingen gaan doen, komt de zaak in beweging. Zolang het bij praten, debateren en studeren blijft, verandert er niets in deze wereld; komt het koninkrijk geen milimeter dichterbij.
Het Brandaris motto is "Jezus kennen en gehoorzamen" en vandaag hebben we onze jaarlijkse Market Plaza. We maken zichtbaar bij welke Evangelieverkondigende projecten en organisaties Brandarianen betrokken zijn. Dat is nogal een spektakel. In de hal staan talloze tafeltjes van waar achter (of voor) de representanten en werkers de Brandarianen verlichten met kennis en informatie over die projecten, organisaties of zichzelf.
Zeventig procent van de Brandarisbegroting wordt geinvesteerd in wereldevangelisatie. Daarom bestaat de kerk immers; om het evangelie uit te dragen, discipelen te maken.
Ik heb een "volle" boodschap voor vandaag maar innerlijk voel ik me leeg. Een overweldigend gevoel van onbekwaamheid boort een gat in mijn ziel. Ik vraag me af of het misschien normaal is dat je, naarmate je Jezus langer volgt, dat voelt?
In de naam van God wordt al zoveel geblaat. Ik noem het blaten want als er geen verbinding is met het persoonlijk leven van de prediker, is het geblaat.
Vanmorgen las ik een stukje in P.T. Forsyth's "The cruciality of the cross", een serie toespraken die hij hield in 1908 Edinburgh tijdens de "third international congregational council". Bij deze councils verdiepte men zich in theologische vraagstukken.
Wat me opviel was "Edinburgh" waar twee jaar later de belangrijke vergadering over wereldzending werd gehouden. Die laatste conferentie, waarin het doen centraal stond, heeft de wereld veranderd. De eerste niet.
We hebben een gezonde balans nodig tussen kennen en gehoorzamen, dat snap ik. Maar daar waar we dingen gaan doen, komt de zaak in beweging. Zolang het bij praten, debateren en studeren blijft, verandert er niets in deze wereld; komt het koninkrijk geen milimeter dichterbij.
Abonneren op:
Posts (Atom)
De gevende mens is een beter mens
Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...