28 november 2014

Is er nog wel wat te melden?

Hier de link naar de nieuwsbrief voor december 2014.

Het is wel al heel lang stil op mijn blog. Ik leg de schuld bij Facebook. FB is een vreemd medium dat uitnodigt tot luiheid. De meest onzinnige, domme dingen worden doorgelinkt. Dat is makkelijk want dan hoef ik zelf niet meer zo hard na te denken. Een ander heeft het voor mij gedaan.
Ik zie het als een verval in origineel en authentiek denken, in zoverre er zoiets dergelijks bestaat. Het feit dat ik iets leuk vindt wil niet meteen zeggen dat ik het er mee eens ben, hoewel het er wel naar neigt. Als FB'ers nu eens in een of twee regels zouden melden waarom ze iets "liken" dat zou dat al een stap in de goede richting zijn. En dan niet zo van "een van de meest ontroerende filmpjes die ik ooit heb gezien." dat is een beetje laf.
Maar goed, de vraag waar ik mee worstel is of er eigenlijk wel iets zinnigs te melden valt. Ik neig naar "nee." Vandaar de maandelange radiostilte. Het gaat waarschijnlijk vanzelf wel over. Over een poosje.

19 juni 2014

Frisse wind door de ziel. Of liever een lange neus?

"Je openheid doet me af en toe wel slikken. Denk je dat het wijs is om in jouw positie zo open te zijn over wat er zich in je ziel afspeelt?"
Aldus een reactie van een collega op onze meest recente nieuwsbrief.
Interessante vraag die tot nadenken stemt. Hoe ver ga je in openheid en transparantie in communicatie. Met andere woorden, hoeveel van jezelf hang je in de etalage? Zijn er grenzen? En wat heeft positie er mee te maken?

Open een eerlijk communiceren is mijns inziens een betere optie dan het verbergen achter een masker van "het gaat goed met me," "de Heer weet wat Hij doet, of "daar kan ik niets over zeggen." Die laatste is helemaal goed. Met name politici zijn er goed in en als ze al wat zeggen wordt de waarheid veelal gesmoord door wollige taal en zegt men met heel veel woorden helemaal niets. Daar wordt geheel Nederland wel wat moe van.

Waar een mens behoefte aan heeft is aan een medemens die de werkelijkheid zo goed mogelijk omschrijft en beschrijft. Dat houdt het leven erin. Het "kritisch bevragen" van de eigen werkelijkheid en die van de omgeving is de snelste manieren om tot antwoorden te komen. De eigen werkelijkheid en die van de ander wegmoffelen achter generalisaties kan gemakkelijk leiden tot een algehele ontkenning daarvan en zou zomaar kunnen resulteren in een lange neus. Die zal op den duur te smal blijken om achter te verbergen.

Positie heeft er weinig mee te maken. Het lijkt er echter op dat waar men meer verantwoordelijkheid heeft, de kans op verhullen van de werkelijkheid in het kwadraat toeneemt (het salaris en vertrekpremies in veel gevallen ook). Het vertrouwen van de mens in de betreffende persoon neemt echter meestal recht evenredig af. Je zou zelfs kunnen zeggen dat naarmate mannen en vrouwen meer verantwoordelijkheid dragen; leiders worden genoemd, de noodzaak om open en eerlijk te communiceren (en daarbij ook de ziel bloot te geven) groter is. Er bestaat echter een kans dat de mensen er dan achter komen dat jij ook maar mens bent, en dat kunnen we natuurlijk niet gebruiken.

Openheid en eerlijkheid is een goed middel om in de werkelijkheid te kunnen blijven staan; deze te erkennen en met open vizier tegemoet te treden.
Het moet ook een beetje bij je passen. Niet ieder temperament staat te dringen om de ziel in de etalage te hangen. Het gaat er ook niet om waar die ziel opengaat. Dat kan in de etalage zijn maar ook binnen de veilige kaders waarin diepe vriendschappen voorzien.
Hoe dan ook, we hebben allemaal een plek nodig waar onze ziel kan luchten en een ander de gelegenheid krijgt om mee te kijken. Arm is degene die zo'n plek niet heeft.

Ziel is een niet zo tastbaar begrip. Naast de theologische betekenis vind ik onderstaande definitie (in een fenomenologische context)  wel aardig:  iets dat in het lichaam ervaren kan worden. 'Ziel' kent gevoelens als eenzaamheid, hoop, verlangen, nabijheid en trouw. Als wij daarnaar luisteren, vertelt het ons wat het nodig heeft en wat het liefheeft. Wij vinden het essentieel mensen te helpen een onderscheid te maken tussen wat de ziel wil en nodig heeft en de druk die uitgaat van sociale conditionering, religieuze vooroordelen en politieke ideologieen. (bron)

08 mei 2014

Homo's en lege enveloppen

Vel over been, dat is het eerste wat je ziet. Je kijkt nog een keer: 't-is een kind dat zwaar ondervoed is. Je moet iets doen en trekt je portemonnee. Drie flappen van tien, dat moet wel kunnen; maak ik zelf een keer eten klaar of sla een maaltijd of twee, drie over. Je voelt je goed. Dankbaar pakt het kind bijna het geld aan; "meneer, voordat ik uw geld aanneem... bent u misschien homo, of werkt u voor een organisatie waar wellicht homo's werken?"
Absurd natuurlijk. Het laatste waar een mens in nood aan denkt, voordat deze hulp van anderen aanneemt, is de geaardheid, geloofsovertuiging of het 'geefmotief' van de barmhartige.

Maar nu gaan we die barmhartigheid organiseren. Veelvouden van dertig euro worden ingezameld en door een groep mensen die de nood in de wereld willen lenigen, geadministreerd en gedistribueerd. Wil ik nu die dertig euro toevertrouwen aan zo'n organisatie? Wie weet werken er bij die organisatie mensen die niet zuiver op de door mij bepaalde of gewenste graad zijn. Dat kunnen mannen en vrouwen zijn die niet geloven in een letterlijke zesdaagse schepping, of rechts stemmen, of een seksuele identiteit hebben die afwijkt van die van mij. Het kan ook zijn dat ze linkshandig zijn, of blauwe ogen hebben, of misschien een te kort rokje dragen. Allemaal fout, fout, fout: kappen met geven!

Wat de recente aardschok bij WorldVision[1] aan het licht brengt is de hypocrisie van de mens. Het geven om nood te lenigen wordt ondergeschikt aan de persoonlijke geloofsmoraal; ik geef slechts als dat geven mijn gevoel van wat theologische juist is bevredigt. Voldoet de organisatie niet meer aan mijn voorwaarden; jammer voor het kind, maar dan maar geen eten, onderdak of onderwijs. Het kind wordt daarmee het spreekwoordelijke kind van de rekening. Tot wel 5.000 gevers stopten hun sponsoring.


FOTO: ARKIVISSOUF SANOGO/AFP PHOTO
Natuurlijk maken mensen keuzes als ze kinderen in nood sponsoren. Vertrouw ik de organisatie? Sta ik achter hun missie en visie? Geloof ik dat de organisatie een gezonde ethiek en integriteit voorstaat en demonstreert? Op het moment dat iemand besluit een kind te sponsoren ga je een verbond aan. Als dat verbond wordt geëerd door de organisatie en de hulpstroom verloopt goed, de financiële terugkoppeling geeft reden om te blijven vertrouwen, dan stop je daar niet zomaar mee omdat het kind daar dan de dupe van is. En daar was het je om te doen; een kind een toekomst geven.
Het is een andere zaak als blijkt dat een organisatie de boel belazert en er met (het grootste deel van) jouw geld vandoor gaat. Dat is het een heldere zaak dat je meteen stopt en alles in het werk stelt om de schuldigen naar het gerecht te slepen.

Welk principe is er belangrijker? Het principe van de verantwoordelijkheid om gerechtigheid, of gelijkheid, na te streven of het persoonlijke principe dat mijn enveloppe alleen maar door iemand mag worden afgeleverd die zuiver in de leer en wandel is? Als dat laatste belangrijker is zie ik opeens een heleboel lege enveloppen; eigenlijk zie ik dan zelfs geen enkele enveloppe meer.

Het koninkrijk van God manifesteert zich door alle denkbare vormen van gebrokenheid. Op het moment dat ik voor jou besluit dat jouw gebrokenheid erger is dan die van mij, lijd ik aan een bijna ongeneeslijke vorm van zelfbedrog.


[1] Only two days after announcing it would hire Christians in same-sex marriages, World Vision U.S. has reversed its ground-breaking decision after weathering intense criticism from evangelical leaders.

29 april 2014

Dode heiligen

Het circus waarbij twee overleden pausen tegelijk heilig zijn verklaard is voorbij en nu mogen de beide mannen wereldwijd officieel vereerd worden. De praktijk van de heiligverklaring is zo’n duizend jaar na Christus ontstaan. De praktijk is op geen enkele wijze verbonden aan Bijbelse instructie. Het is een manier om mannen en vrouwen die veel betekent hebben voor het Christelijke geloof of, beter gezegd,  de Katholieke Kerk[1], respect en eer te betonen en dit officieel vast te leggen. Dat deze heiligen ook worden geacht een plaats in de hemel te hebben ingenomen is er ook bij verzonnen. Of het nu gaat om “officiële” heiligen of niet, in wezen houden de meeste mensen er eenzelfde praktijk op na door manieren te vinden om de nagedachtenis aan een dierbare overledene levend te houden. Daar is niets mis mee.

De heiligverklaring is een dubieuze manier van het omgaan met het begrip “heilige” en het is zuur dat juist de kerk, die toch haar bestaan en praktijk ontleend aan de Bijbel, er zo’n gruwelijke draai aan heeft gegeven. De Bijbel kent namelijk geen dode heiligen; slechts levende heiligen. “Heilige” is geen titel die de mens aan een ander toekent maar de wijze waarop God die mannen en vrouwen benoemt die door Hem apart zijn gezet. In de geschiedenis en ontwikkeling van de mensheid lezen we hoe God een onbetekenend volk uitkiest om “Heilig” te zijn; apart gezet door en voor Hem om in de barbaarse wereld een economie, sociale-, en maatschappelijke orde te demonstreren die gekenmerkt wordt door de wetten en verordeningen die door Hem zijn ontworpen. Dat dit volk het er niet zo best van af bracht is te lezen in het Oude Testament; Israël kon de verwachtingen die God aan haar stelde niet waarmaken. Ondanks het voortdurend falen om dat Heilig zijn in praktijk te brengen, geeft God de moed niet op en begint keer op keer opnieuw met zijn volk. De komst van de Verlosser, Jezus Christus, verandert het speelveld. Christus wordt nu “de heiliging” van de mens en in (of rondom) Hem vormt zich een wereldwijde gemeenschap van hen die apart zijn gezet: heiligen die hun leven inrichten volgens de (spel)regels die binnen het Koninkrijk van God gelden. Het belangrijkste onderwijs over die spelregels beslaat “slechts” drie hoofdstukken (Mattheus 5, 6 en 7).

Een belangrijk spanningsveld waarin de christen leeft is het feit dat er enerzijds niet op een heiligverklaring hoeft te worden gewacht. Door het geloof maakt de christen van het ene op het andere moment uit van die apart gezette groep die “heiligen” worden genoemd. Anderzijds is het waarmaken van die status een verhaal dat een leven lang (en ver daarna duurt); je bent er nooit mee klaar. De christen worstelt met het feit dat zijn/haar leven voortdurend door zichzelf en anderen langs de hoge lat van kenmerken van dat heilig zijn wordt gelegd, terwijl de eerste, vaak moeizame stappen nog maar net worden gezet. Een levende heilige zijn maakt het leven echter veel interessanter dan af te moeten wachten of ik na mijn dood door anderen heilig genoeg zal worden bevonden. Wat God betreft is het een uitgemaakte zaak; heilig verklaard worden kan slechts in het hier en nu gebeuren. Een postume heiligverklaring zit er niet in.




[1] Er zijn andere denominaties die een proces kennen waarbij mensen heilig worden verklaard.

22 april 2014

Retro Praise

Je kon erop wachten maar Retro krijgt ook vat op de kerk. De eerste dienst (in zeker vijfentwintig jaar) waarin de samenzang begeleid werd door een knap bespeelt RIHA orgel is een feit. Jawel, zo'n eerste generatie elektronische orgels die je vooral in de mindere zaaltjes van een willekeurig kerkgebouw aantrof of in kerken die zich geen Johannes orgel konden veroorloven. Het voelde altijd aan als een soort van samenzang voor mensen die niet gewoon waren a capella en vierstemmig te zingen zoals men ook nu nog wel kan beleven in de wat traditionelere Vergadering van Gelovigen samenkomsten (is erg mooi trouwens). Om de samenzang toch vooruit te trekken en te voorkomen dat er niet te veel werd "gezakt" was de RIHA en soortgelijke orgels een uitkomst. Maar het klonk van geen kant.
Edoch, de beleving van klank is aan verandering onderhevig. RIHA begeleiding is ongelooflijk cool en het sentiment groot! Wat een geweldig apparaat! Heerlijk die kunstmatige tremolo en ingeblikte galm. Fantastisch hoe een fluit klinkt als zo'n fluitje van 10 cent zonder balletje erin en zonder spuug, en een trombone als een verkouden blokfluit. Wat we toen niet begrepen, begrijpen we nu wel. De fluit en een trompet horen helemaal niet als zodanig te klinken. De fluit klinkt als een RIHA fluit en de trompet als een RIHA trompet; volkomen uniek.
De wereld buiten de kerk had het al een poosje door en de retro instrumenten zijn niet aan te slepen. Retro is het nieuwe cool. De Retrowereld vertegenwoordigt de periode tussen natuurlijke instrumenten en doorontwikkelde midi en sampling technologie die de natuur zo getrouw na kan bootsten dat de gemiddelde sterveling het verschil niet meer kan horen.
Retro bepaalt de mens bij het tijdelijke van de dingen alsook het zich uitstrekken naar perfectie. Het toont aan dat, als die perfectie uiteindelijk is bereikt, of bijna is bereikt, het niet die voldoening geeft die men had gehoopt of verwacht; "geef mij liever de wereld van het pogen, dan blijft er nog iets te doen, iets om na te streven."
Wat me vooral verbaasde is dat het geen kerk was met vijftig plussers. Ik schat dat de helft van de aanwezigen (100 van de 200) onder de 35 jaar oud was.
RIHA vertegenwoordigt een uitdrukking van authenticiteit waar een groeiende groep mensen naar op zoek is; een authenticiteit die alle facetten van het leven betreft, zowel het innerlijke als het uiterlijke.
Genoten heb ik. Onder de klanken van de RIHA zongen we paasliederen met als klapper "U zij de Glorie." Alle registers mochten open. Fluit, trombone en trompet versmolten tot een glorieuze geluidsbrij; de galm stond op maximaal en de tremolo kreeg vakkundig de vrije teugel of werd met het bit (de linkerhand van de organist) in toom gedwongen tot een gladde, edoch ondefinieerbare klank. Ik zong zowaar mee!

Heb je nog zo'n orgel staan? Niet wegdoen. De vraag ernaar neemt toe en je kan er zowaar geld voor vragen. Dat kun je vervolgens naar OM sturen als een gift,

Hier een linkje naar een RIHA orgel op YouTube. helaas heb ik geen opnamen van de bijeenkomst dus moeten we het doen met een "neutraal" voorbeeld.

Hieronder een foto die ik zo'n dertig jaar geleden maakte van Dick Baarsen in een tentbijeenkomst. Daar waren die orgels zeer populair . De apparaten waren redelijk mobiel. Je kon ze makkelijk vervoeren, slechts vier man was nodig om het apparaat te tillen. Op de foto geen RIHA maar een ander merk van een nieuwere generatie, met ritmebox.





03 april 2014

Best wel lastig, die Bijbel

Boeken deel je in genres in: fictie, geschiedenis, fantasie, wetenschappelijk, roman, en ga zo maar door. Een lezer voelt zich thuis in een of meerdere genres en vermijdt het lezen van boeken die minder bij hem passen.

De Bijbel is een verzameling van 66 boeken die onderverdeeld worden in verschillende genres. Je kunt de Bijbel dan ook niet als een geschiedenisboek lezen, als poëzie of als roman. Elk afzonderlijk boek dient binnen het eigen genre te worden gelezen en geïnterpreteerd. Wat de boeken gemeenschappelijk hebben is dat ze worden gewaardeerd als het geopenbaarde woord van God waarin Zijn gezag ligt besloten.

Omdat de Bijbel niet slechts één genre vertegenwoordigd kun je verschillende aanvliegroutes kiezen bij het zoeken naar antwoorden op de grote levensvragen. De geschiedenis van de kerk kent talloze pogingen om deze aanvliegroutes te reduceren tot een compacte, heldere, alles samenvattende route; de zogenaamde dogma’s. Dogma’s zijn handig als je zelf niet al te veel denkwerk wilt verrichten. Grote en voorname (vooral) mannen hebben dat al voor ons gedaan. Dogma’s maken de mens dan ook lui.

Een voorbeeld van zo’n dogma:

In de Bijbel komt de mens er niet best van af. De mens is door en door rot. Zo rot zelfs dat hij niet eens in staat is om zich om te keren van zijn rotheid tenzij God het initiatief neemt en de mens tot omkering beweegt. De mogelijke goede daden die hij verricht worden zelfs gekenmerkt als een bevuild kleed. Gelukkig liet God de mens niet aan zijn lot over en stuurde Hij zijn Zoon die onze rotheid omkeert in goedheid. Dat is niet onze goedheid, maar zijn goedheid. Het geloof in Hem maakt alles tussen God en de mens weer goed, maar de mens zelf wordt niet veel beter.

Het bovenstaande kan keurig met Bijbelteksten worden onderbouwd en verdedigd.

Het onderstaande is echter net zo waar:
De mens is Gods oogappel, de kroon op Gods schepping en wordt innig geliefd door God die slechts één wens heeft voor alle mensen en dat is dat ze Leven en Vrede ervaren, zowel nu als later. De mens lijkt echter in voortdurende strijd te leven met die wens van God en kiest bij voorkeur dingen die niet zo veel met leven en vrede te maken hebben; liegen, bedriegen, zelfverrijking en zelfverheffing zijn vreemden voor niemand. De ontmoeting met Christus confronteert de mens ten diepste met zichzelf en stelt de mens in staat om mens te worden zoals oorspronkelijk door God bedoelt. Het staat de mens vrij om deze weg van Christus te kiezen.

Het maakt nogal verschil wanneer de poëet een blauwe lucht beschrijft en wanneer een natuurkundige dat doet. Beiden beschrijven een deel van de waarheid; de een meer als een beleving en de andere meer als fenomeen en feitelijk hebben ze beiden gelijk.


Dat is ook het lastige met de Bijbel. Dat geopenbaarde, gezaghebbende woord van God laat zich maar moeilijk in een formule samenvatten. En zo blijven we zoeken en tasten. Dat houdt de ziel en het verstand lekker lenig.

12 februari 2014

De normale kerk

Naast de talloze pogingen om de kerk te definiëren begin ik me af te vragen of er ook plaats is voor "de normale kerk."
Eerder somde ik een aantal pogingen om de kerk opnieuw te definiëren op. In slechts een aantal minuten Googelen vond ik onder andere de Hybride, Organische, Transformerende, Essentiële, Totale, Verticale, Eenvoudige, Emotioneel Gezonde, Rusteloze, Plakkerige, Diepe, Brede, gevaarlijke, Nul, Wow, Her, Moeite Waard Om Voor Op Te Staan, doelgerichte en naar Buiten Gerichte Kerk aan.
Onlangs sprak een vader van een aantal opgroeiende tieners me aan. Met veel moeite had hij zijn tieners kunnen vermurwen om ter kerke te gaan. Met passie liet hij me weten dat de kerk een volledige generatie over het hoofd ziet door stug vast te houden aan de beproefde liturgie van 45 minuten "worship" en een 30 tot 45 minuten durende monoloog van een man in pak (of zonder pak; de monoloog blijft echter staan). Na de dienst verandert de sfeer meteen. Jongeren, ouderen en nog ouderen zitten of staan rond de tafeltjes in de sociale ruimte, hun speculaasjes dopend in de hete koffie en vrijuit keuvelend over van alles en nog wat.
Een klassieke denkfout is om de tijd na de dienst te degraderen tot "na de dienst" impliciet die tijd devaluerend tot "mindere" tijd.
Het probleem ligt niet perse bij de leaders van de gemeente. Over het algemeen staan zij best wel open voor vernieuwing en verandering. Ze dienen echter niet slechts de belangen van jongeren en verontrusten in het oog te houden; ook die van ouderen, die wellicht meer hechten aan traditie en voorspelbaarheid, zijn belangrijk.
Alle pogingen ten spijt, ik geloof niet dat het opnieuw definiëren van wat de kerk is of een hippere liturgie veel zoden aan de dijk zet. Het nieuwe hip wordt al snel de oude traditie.
Jaren geleden kwamen een jaar lang iedere week 15 jongeren en 4 coaches bijeen om de relevantie van het geloof te onderzoeken en de link met het echte leven te leggen. Voor een aantal van die jongeren leidde dat jaar tot een belangrijke doorbraak in hun (geloofs)leven. Een aantal van die jongeren had zelfs van hun ouders toestemming gekregen om niet mee te hoeven naar de zondagdienst zolang ze maar de woensdagavond meemaakten. Cool!
De "normale" kerk behoor niet exclusief de zondag toe. De zondag is een dag waarop veel gelovigen prefereren om samen met lotgenoten een poosje te zingen en naar een meer of minder relevante boodschap te luisteren (met daarna koffie, thee en limonade). De "normale" kerk functioneert op talloze manieren en in vele vormen. Die jongeren, waar zo hard voor wordt gebeden, willen best wel nadenken over wat dat geloof nu precies inhoudt en betekent. Ze hebben echter wel hun tijd nodig en het is hun heel wat waard als ze gedurende die tijd worden vergezeld door mannen en vrouwen die met hen optrekken. Niet oordelend, stigmatiserend, of prekend maar door zelf een leven te leiden dat de juiste richting op wijst. Ik pleit ervoor om meer van deze "vrijplaatsen" te creëren. Dat lijkt me "normaal."
Tenslotte denk ik dat niet alleen jongeren er bij gebaat zijn. Ik spreek regelmatig gelovigen die deel uitmaken van een (naar mijn gevoel groeiende) groep die verlangt naar meer "normaal." Onlangs nog sprak ik iemand die al twee jaar niet meer naar zijn (grote) kerk is geweest. Niemand die iets heeft gevraagd of zelfs maar contact heeft gezocht. Da's niet normaal.

31 januari 2014

Wat doet die vos daar?

Een zwarte kraai stal eens een stuk vlees. Ze vloog een boom in met het vlees in haar bek. Een vos, die de kraai zag, wilde het vlees voor zichzelf, keek de kraai aan en zei: "Hallo schoonheid. Je veren zijn zoveel mooier dan die van een duif. Is je stem net zo mooi als dat je veren wonderschoon zijn? Indien dat het geval is, moet je wel de koningin van de vogels zijn." De kraai was zo blij met deze lofprijs dat ze haar bek opende om te laten horen hoe goed ze kon zingen. Het vlees viel naar omlaag en de vos ging er mee vandoor.  
We hebben allemaal wel het een ander dat we graag in onze bek houden en hebben we vossen in ons leven nodig om los te leren laten.

Dit in de context van Paulus die zichzelf een slaaf van Christus noemt. Een slaaf van Christus ziet af van zijn/haar rechten. In dat proces komen we regelmatig dingen tegen waar we blijkbaar meer waarde aan hechten dan we dachten en moeilijk vinden om los te laten. Ik gaf de zestig deelnemers aan het jongerenweekend in Zuid Australië tien minuten om hierover door te praten in kleine groepjes. Na een uur waren ze nog niet uitgepraat. Ben ik nu de vos? Nee toch....

Over vossen gesproken. Een jager/boer die indruk wil maken op passanten heeft z'n jachtbuit op een hoek van z'n weiland tentoongesteld. Het stinkt daar behoorlijk.

28 januari 2014

Het absurde van de eenvoud

“Maar je moet toch iets kunnen doen,” riep de jongeman bijna wanhopig uit. Het was een reactie die velen voelen en slechts weinigen zo duidelijk verwoorden. Het verhaal van God die in Jezus aan de mens verschijnt en de straf die de mens toekomt, op zich neemt aan het kruis van Golgotha is eigenlijk te eenvoudig om te kunnen geloven. Als je daar dan ook nog eens aan toevoegt dat Leven je deel wordt door eenvoudig te geloven in dat eenvoudige verhaal van God, dan heb je de poppen aan het dansen.
“Er moet iets tegenover staan,” “We moeten in actie komen; aan God bewijzen dat we best wel wat kunnen.” “Er moet indruk gemaakt worden op de wereld.”
De diepste indruk die we als mens in deze wereld kunnen achterlaten is de demonstratie van een veranderd leven. De transformerende kracht van God die door Zijn Geest aan het werk is in het leven van de gelovige, is het meest overtuigende bewijs van de werkelijkheid van Gods verhaal.
Het afgelopen weekend stond 2 Timoteus centraal waar Paulus hamert op het belang van het conserveren van de eenvoudige boodschap van het Evangelie. Vanaf de dag van Christus opstanding stonden ook de genaderovers op en zijn nooit meer tot rust gekomen. Het geloof “meetbaar” maken door punten te scoren is van alle eeuwen. Nu we Christus volgen moeten we “dit” en moeten we “dat”. Voordat je het in de gaten het worden “dit” en “dat” belangrijker dan dat wat het dit en dat tot gevolg heeft.
Hoe langer ik geloof, hoe eenvoudige dat geloof wordt. Er blijft vrijwel niets over. Slechts dat kruis! Absurd eenvoudig.
En vooralsnog genoeg.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...