Hier de link naar onze meest recente nieuwsbrief.
Groet,
Jan
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
14 augustus 2013
12 augustus 2013
Zesentwintig keer Shalom zingen
Ja, echt gebeurd. Mijn dochter was er bij en die heeft meegeteld. Het koortje "Shalom, Shalom, Shalom Ha'Mashiach, Shalom, Shalom," werd door de aanwezigen 26 (zes-en-twintig) keer herhaald. In eerste instantie was ik zeer verheugd toen ik de "setlist" zag. Nog geen handjevol liederen, de preek en dan koffie.
Je zit erbij, je zingt een of twee keer mee, je kijkt ernaar en na enkele minuten wordt het een een beetje surreëel. Toen ik uiteindelijk in de blessuretijd op het podium mijn overdenking mocht afleveren kon ik me nog maar moeilijk concentreren. Het is al even gelden en ik weet niet meer precies wat ik als inleiding op de preek heb gezegd maar volgens mijn dochter kon ik het niet laten om "er wat van te zeggen." Ik kan me zo voorstellen, mezelf een beetje kennende, dat ik iets in de geest van "ik denk dat ze na twee keer zingen boven wel hoorden." De betreffende groep bestaat al jaren niet meer en de gelovigen hebben hun weg gevonden naar kalmere, of onstuimigere wateren.
Hoe dan ook, (onnodige) herhalingen wordt als de grootste preekergernis beleefd. Ik ben me ervan bewust dat ik me er zelf regelmatig aan schuldig maak. Als ik me gewoon aan mijn tekst houd, is er niets aan de hand. Maar nee, hoor. Meneer moet zo nodig allerlei zijweggetjes inslaan zodat het voor niemand meer duidelijk is waar het ook alweer over ging. Dus terugspoelen en een stukje herhalen. Meer voor mezelf dan voor de luisteraar. Ik was immers het spoor bijster en moest me herpakken. Om er weer "in te komen" doen we een stukje van de preek over. En dat allemaal in de kostbare tijd die de luisteraar heeft opgeofferd.
Maar misschien lijdt de herhaler aan een vorm van dyspraxie; een stoornis bij het verwerken van informatie die vroeger "minimal brain dysfunction" werd genoemd. Dit kan gevolgen hebben voor spraak:
Ik denk dat dit niet de voornaamste oorzaak is. Misschien heeft het meer te maken met de psychologische behoefte van de mens om gehoord te willen worden. Of wordt herhaling misschien aangewend om de gevonden waarheid tot het brein en hart van iedere individuele bezoeker te laten doordringen? Mischien heeft herhaling een functie voor de prediker zelf: "als ik het nog een keer luid en duidelijk zeg, ga ik het zelf misschien ook geloven."
Het kan ook in het verlengde van onze opvoeding liggen. Diep vanuit de krochten van ons geheugen horen we de woorden van onze moeders en vaders: "Waarom moet ik altijd alles drie keer tegen je zeggen voordat je luistert?" Een keer iets zeggen werkt niet en dat weten uit eigen ervaring.
Ik dwing mezelf meer en meer om te schrappen en stel de vraag wat ik weg kan laten om in twintig minuten helder en duidelijk te zeggen waar ik "normaal gesproken" in onduidelijker vorm en met herhalingen veertig minuten over doe. Het publiek zal me erkentelijk zijn en we zijn allemaal eerder bij de koffie. Daar scoor je pas echt punten mee.
Je zit erbij, je zingt een of twee keer mee, je kijkt ernaar en na enkele minuten wordt het een een beetje surreëel. Toen ik uiteindelijk in de blessuretijd op het podium mijn overdenking mocht afleveren kon ik me nog maar moeilijk concentreren. Het is al even gelden en ik weet niet meer precies wat ik als inleiding op de preek heb gezegd maar volgens mijn dochter kon ik het niet laten om "er wat van te zeggen." Ik kan me zo voorstellen, mezelf een beetje kennende, dat ik iets in de geest van "ik denk dat ze na twee keer zingen boven wel hoorden." De betreffende groep bestaat al jaren niet meer en de gelovigen hebben hun weg gevonden naar kalmere, of onstuimigere wateren.
Hoe dan ook, (onnodige) herhalingen wordt als de grootste preekergernis beleefd. Ik ben me ervan bewust dat ik me er zelf regelmatig aan schuldig maak. Als ik me gewoon aan mijn tekst houd, is er niets aan de hand. Maar nee, hoor. Meneer moet zo nodig allerlei zijweggetjes inslaan zodat het voor niemand meer duidelijk is waar het ook alweer over ging. Dus terugspoelen en een stukje herhalen. Meer voor mezelf dan voor de luisteraar. Ik was immers het spoor bijster en moest me herpakken. Om er weer "in te komen" doen we een stukje van de preek over. En dat allemaal in de kostbare tijd die de luisteraar heeft opgeofferd.
Maar misschien lijdt de herhaler aan een vorm van dyspraxie; een stoornis bij het verwerken van informatie die vroeger "minimal brain dysfunction" werd genoemd. Dit kan gevolgen hebben voor spraak:
- Voortdurend praten en zichzelf herhalen. Sommige lijders hebben moeite met het organiseren van inhoud en volgorde van hun verhaal.
- Onduidelijk spreken en het niet kunnen uitspreken van sommige woorden.
- De spraak kan een oncontroleerbare toonhoogte, volume en snelheid hebben.
Ik denk dat dit niet de voornaamste oorzaak is. Misschien heeft het meer te maken met de psychologische behoefte van de mens om gehoord te willen worden. Of wordt herhaling misschien aangewend om de gevonden waarheid tot het brein en hart van iedere individuele bezoeker te laten doordringen? Mischien heeft herhaling een functie voor de prediker zelf: "als ik het nog een keer luid en duidelijk zeg, ga ik het zelf misschien ook geloven."
Het kan ook in het verlengde van onze opvoeding liggen. Diep vanuit de krochten van ons geheugen horen we de woorden van onze moeders en vaders: "Waarom moet ik altijd alles drie keer tegen je zeggen voordat je luistert?" Een keer iets zeggen werkt niet en dat weten uit eigen ervaring.
Ik dwing mezelf meer en meer om te schrappen en stel de vraag wat ik weg kan laten om in twintig minuten helder en duidelijk te zeggen waar ik "normaal gesproken" in onduidelijker vorm en met herhalingen veertig minuten over doe. Het publiek zal me erkentelijk zijn en we zijn allemaal eerder bij de koffie. Daar scoor je pas echt punten mee.
07 augustus 2013
Wijnproeverij tijdens een christelijke vaartocht
Vraag: Wat hebben schepen, wijn en christenen gemeen?
Antwoord: Het gebruik van de term "diepgang."
Onder de in een eerdere blog genoemde preekergernissen treffen we "gebrek aan diepgang" aan. In de korte toelichting bij deze ergernis wordt vermeld dat diepgang subjectief is. In het geval van preek en wijn (*) zal dat zo zijn. Bij een schip kun je diepgang echter objectief meten. Een preek kan als diep worden ervaren als bij de ontvanger de bodem van de ziel wordt geroerd terwijl de preek, objectief theologische geanalyseerd, nauwelijks ontworpen was om diep te gaan. Een kort zinnetje zoals bijvoorbeeld "God houdt van je" zal door de ene gelovige als cliché worden ervaren terwijl dezelfde zin het leven van degene die naast de van verveling gapende kerkganger zit volkomen op de kop kan zetten.
Vinologen en gelovigen lenen de term "diepgang" van het varende volk. De diepgang van een schip is, bij gelijkblijvende lading, constant. Een leeg schip heeft minder diepgang dan een afgeladen schip en de diepte van het water bepaalt of het schip ergens wel of niet kan varen. Als het schip de preek is dan is het hart van de toehoorder het water, of om in maritieme termen te blijven, de watergang.

Een van de eerste christelijke boeken die ik las was "het normale christelijke leven" van Watchman Nee. Ik vond het een saai en simpel boekje. Die termen gebruikte ik om te verdoezelen dat ik geen idee had waar de beste man het over had. De boodschap kwam geen millimeter vooruit. Pas jaren later, nadat er iets van wat op een watergang leek in mijn leven was ontstaan, was er de nodige diepte die het schip nodig had om te varen en had ik wat aan het boek.
Predikers hebben de verantwoordelijkheid om diepe schepen te bouwen en, door te spelen met de lading, de diepgang af te stemmen op de ontvangers.
Ontvangers hebben de verantwoordelijkheid om, middels structureel baggerwerk, te zorgen voor een gezonde waterweg. Dat baggeren wordt door anderen gedaan. Er zijn baggerschepen die de watergang bewust uitdiepen. Er is de stroming die, wanneer deze sterk genoeg is, voor een verdieping kan zorgen. Daar hoef je niet veel voor te doen. Dat regelt het leven met al haar ongeplande, ongewenste en onverwachte grilligheid zelf wel.
De prediker gebruikt de Bijbel, Gods Woord, als instrument. Als de prediker het over vuur heeft, terwijl mijn dorstige ziel zich wil laven aan melk en honing dan kan de preek wel twintig meter diep zijn maar mij raakt het op dat moment niet.
Maar een beetje water verdraagt dat wel!
Gods woord is (onder andere):
Antwoord: Het gebruik van de term "diepgang."
Onder de in een eerdere blog genoemde preekergernissen treffen we "gebrek aan diepgang" aan. In de korte toelichting bij deze ergernis wordt vermeld dat diepgang subjectief is. In het geval van preek en wijn (*) zal dat zo zijn. Bij een schip kun je diepgang echter objectief meten. Een preek kan als diep worden ervaren als bij de ontvanger de bodem van de ziel wordt geroerd terwijl de preek, objectief theologische geanalyseerd, nauwelijks ontworpen was om diep te gaan. Een kort zinnetje zoals bijvoorbeeld "God houdt van je" zal door de ene gelovige als cliché worden ervaren terwijl dezelfde zin het leven van degene die naast de van verveling gapende kerkganger zit volkomen op de kop kan zetten.
Vinologen en gelovigen lenen de term "diepgang" van het varende volk. De diepgang van een schip is, bij gelijkblijvende lading, constant. Een leeg schip heeft minder diepgang dan een afgeladen schip en de diepte van het water bepaalt of het schip ergens wel of niet kan varen. Als het schip de preek is dan is het hart van de toehoorder het water, of om in maritieme termen te blijven, de watergang.

Een van de eerste christelijke boeken die ik las was "het normale christelijke leven" van Watchman Nee. Ik vond het een saai en simpel boekje. Die termen gebruikte ik om te verdoezelen dat ik geen idee had waar de beste man het over had. De boodschap kwam geen millimeter vooruit. Pas jaren later, nadat er iets van wat op een watergang leek in mijn leven was ontstaan, was er de nodige diepte die het schip nodig had om te varen en had ik wat aan het boek.
Predikers hebben de verantwoordelijkheid om diepe schepen te bouwen en, door te spelen met de lading, de diepgang af te stemmen op de ontvangers.
Ontvangers hebben de verantwoordelijkheid om, middels structureel baggerwerk, te zorgen voor een gezonde waterweg. Dat baggeren wordt door anderen gedaan. Er zijn baggerschepen die de watergang bewust uitdiepen. Er is de stroming die, wanneer deze sterk genoeg is, voor een verdieping kan zorgen. Daar hoef je niet veel voor te doen. Dat regelt het leven met al haar ongeplande, ongewenste en onverwachte grilligheid zelf wel.
De prediker gebruikt de Bijbel, Gods Woord, als instrument. Als de prediker het over vuur heeft, terwijl mijn dorstige ziel zich wil laven aan melk en honing dan kan de preek wel twintig meter diep zijn maar mij raakt het op dat moment niet.
Maar een beetje water verdraagt dat wel!
Gods woord is (onder andere):
een lamp voor mijn voet
zoeter dan honing
overvloeiende van melk en honing
honing dat de ogen verlicht...
kostbaarder dan goud
goudzoeken
als regen en sneeuw
als zaad
als vuur
als een hamer
als melk
als een zwaard
als reinigend water
(*) Een wijn heeft diepgang als hij veel schakeringen heeft in geur en smaak
06 augustus 2013
Verschrikkelijk preek
Een van de "big five" van preekergernissen dat een onderzoek aan de dag legt is het gemis aan praktische toepassing van de overwegingen des predikers. Veel instructies die we in de Bijbel tegenkomen zijn in principe niet al te ingewikkeld om uit te voeren. "Maakt discipelen, ziet om naar wezen en weduwen, verkondigt het evangelie, hebt elkaar lief" er is niet veel verbeelding voor nodig om deze instructies om te zetten naar de praktijk. De soms gehoorde oversimplificatie - laten we het maar gewoon gaan doen - zet blijkbaar niet al te veel zoden aan de dijk; de wereld zou al lang een veel betere plek zijn omdat al die christenen "gewoon doen" wat Christus hen opdraagt te doen.
De lat ligt hoog en de gelovige zoekt naar het volgende stapje dat hem/haar in staat stelt vandaag ietsje meer lief te hebben dan gisteren, vandaag de wees meer barmhartigheid te bewijzen dan gisteren. De frustratie is niet zozeer met een eventueel gebrek aan helderheid in de instructie. De frustratie is de strijd met het hart. Elke prediker die een volgende stap in een mogelijk te overwinnen obstakel weet te verwoorden, krijgt lof - wat een heerlijk praktische preek: "daar kan ik wat mee".
Onlangs sprak een predikant over de instructie van Paulus aan Timoteus om zich niet te schamen voor het getuigenis van de Heer en voor Paulus die in de bak zat. De strekking was dat we geen reden hebben om ons te schamen met daarop, geheel naar verwachting, de oproep om het morgen allemaal wat beter te doen. De predikant, en dat sierde hem, begon met te zeggen dat hij zich meestal voor het evangelie schaamt. Nog even lost van de context - hier wordt niet bedoeld dat we onze schroom overwinnen en morgen de zeepkist mee naar het werk nemen - dit is iets waar de gehele gemeente zich in herkent, schuld belijdt en zich voorneemt om het morgen echt anders, beter te doen. Commentaar na afloop: "Wat een heerlijk praktische preek." Ik zag echter mannen en vrouwen die met een zwaarder juk huiswaarts keerden; het gewicht ervan meer voelbaar naarmate de werkweek zou vorderen en de goede voornemens niet uitwerkten waarop was gehoopt of ingezet.
Misschien is het juist omdat veel instructies zo helder en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn dat de desillusie zo groot is als men na verloop van tijd merkt dat de mogelijke eenvoudige uitvoering gehinderd wordt door een complex web van innerlijke overwegingen en bezwaren die kunnen leiden tot een verslagenheid en genoegen nemen wat menselijk gezien maximaal haalbaar is.
Het dilemma dat we tegenkomen wanneer Paulus het heeft over het uitdoen van de oude mens en het aantrekken van de nieuwe mens met de daarop volgende lijst met praktische uitwerking in gedrag die eigenlijk makkelijk te doen zouden moeten zijn (Kol. 3), is dat van het ontbreken van een daarbij behorend goed doordacht normen-, en waardenstelsel en wereldbeeld. Daarover nadenken is niet praktisch en daarom niet zo van deze tijd. Je scoort er als prediker niet zoveel punten mee. Het menselijk gedrag is vooral het product van wat men diep van binnen gelooft en waardevol vindt.
Een goede preek over het nemen van ethische beslissingen en wat daarvoor nodig is, een uitdagend referaat dat mij dwingt om zelf na te denken en mijn gedachten te formuleren (in plaats van na te praten wat ik in een "goed" boek heb gelezen), een controversiële stelling die mij dwingt een positie te kiezen en het waarom te kunnen beargumenteren, graag! Misschien niet meteen praktisch maar op den duur zal het een praktische uitwerking hebben.
De preek; van mij mag het best wat minder praktisch.
De lat ligt hoog en de gelovige zoekt naar het volgende stapje dat hem/haar in staat stelt vandaag ietsje meer lief te hebben dan gisteren, vandaag de wees meer barmhartigheid te bewijzen dan gisteren. De frustratie is niet zozeer met een eventueel gebrek aan helderheid in de instructie. De frustratie is de strijd met het hart. Elke prediker die een volgende stap in een mogelijk te overwinnen obstakel weet te verwoorden, krijgt lof - wat een heerlijk praktische preek: "daar kan ik wat mee".
Onlangs sprak een predikant over de instructie van Paulus aan Timoteus om zich niet te schamen voor het getuigenis van de Heer en voor Paulus die in de bak zat. De strekking was dat we geen reden hebben om ons te schamen met daarop, geheel naar verwachting, de oproep om het morgen allemaal wat beter te doen. De predikant, en dat sierde hem, begon met te zeggen dat hij zich meestal voor het evangelie schaamt. Nog even lost van de context - hier wordt niet bedoeld dat we onze schroom overwinnen en morgen de zeepkist mee naar het werk nemen - dit is iets waar de gehele gemeente zich in herkent, schuld belijdt en zich voorneemt om het morgen echt anders, beter te doen. Commentaar na afloop: "Wat een heerlijk praktische preek." Ik zag echter mannen en vrouwen die met een zwaarder juk huiswaarts keerden; het gewicht ervan meer voelbaar naarmate de werkweek zou vorderen en de goede voornemens niet uitwerkten waarop was gehoopt of ingezet.
Misschien is het juist omdat veel instructies zo helder en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn dat de desillusie zo groot is als men na verloop van tijd merkt dat de mogelijke eenvoudige uitvoering gehinderd wordt door een complex web van innerlijke overwegingen en bezwaren die kunnen leiden tot een verslagenheid en genoegen nemen wat menselijk gezien maximaal haalbaar is.
Het dilemma dat we tegenkomen wanneer Paulus het heeft over het uitdoen van de oude mens en het aantrekken van de nieuwe mens met de daarop volgende lijst met praktische uitwerking in gedrag die eigenlijk makkelijk te doen zouden moeten zijn (Kol. 3), is dat van het ontbreken van een daarbij behorend goed doordacht normen-, en waardenstelsel en wereldbeeld. Daarover nadenken is niet praktisch en daarom niet zo van deze tijd. Je scoort er als prediker niet zoveel punten mee. Het menselijk gedrag is vooral het product van wat men diep van binnen gelooft en waardevol vindt.
Een goede preek over het nemen van ethische beslissingen en wat daarvoor nodig is, een uitdagend referaat dat mij dwingt om zelf na te denken en mijn gedachten te formuleren (in plaats van na te praten wat ik in een "goed" boek heb gelezen), een controversiële stelling die mij dwingt een positie te kiezen en het waarom te kunnen beargumenteren, graag! Misschien niet meteen praktisch maar op den duur zal het een praktische uitwerking hebben.
De preek; van mij mag het best wat minder praktisch.
14 juli 2013
Kerkvolk: rare jongens (en meisjes)
Een korte zoektocht naar boeken over de kerk die de afgelopen jaren zijn verschenen levert een resultaat op dat je doet afvragen wat er in hemelsnaam aan de hand is met de kerk dat aanleiding heeft gegeven om dit soort boeken te publiceren:
Een jaar of dertig geleden zouden dergelijke boeken nooit het publicitaire daglicht hebben gezien. De voortdurende zoektocht van vele kerken om zichzelf te vernieuwen en tot een (voor zichzelf) acceptabel niveau van relevantie te komen speelde zich voornamelijk in de achterkamers van die kerken af, niet zelden resulterend in een scheiding tussen de meer vernieuwende geesten en hen die deze vernieuwingen schuwden, of er op z'n minst een groot gevaar in zagen. Met de opkomst van de nieuwe media en betaalbare, toegankelijke drukpersen kan vrijwel iedereen zijn of haar gedachtegoed in de (virtuele) etalage zetten.
De zoektocht naar relevantie is een gezonde oefening. Iedere kerk zou zich aan de discipline van deze oefening moeten onderwerpen, om haar eigen bestwil en om de wil en eer van Hem, die heeft gezegd Zijn kerk te zullen bouwen. Alle plaatselijke uitingen van die kerk zoals opgesomd in de lijst hierboven zijn pogingen om tot het wezen van kerk zijn te komen. Daar is niets mis mee. Het gevaar schuilt in twee hoeken:
De kerk laat zich niet vatten in een enkele formule, zeven opsommingstekens, of een slim gevonden one liner. De kerk is een organisme dat voortdurend in beweging en crisis is: zoekend, tastend, experimenterend, enigszins rusteloos en nooit helemaal tevreden met de status quo.
Is "rariteitenkabinet" een treffende vergelijking? Een plek in een gebroken wereld, waarin gebroken mensen zich in gebrokenheid tot elkaar verhouden; pelgrims die hun gebrokenheid erkennen en onderweg zijn naar Christus, die door Zijn Geest al in die mens woont en hen een gemeenschappelijke taal en streven geeft.
De kerk, de meest wonderlijke plek die je kunt bedenken. En een blijvertje ondanks de vreemde, vaak beschamende uitwassen.
- Hybrid church
- Organic church
- Transformational church
- Essential church
- Total church
- Vertical church
- Church worth getting up for
- Purpose driven church
- Simple church
- Church shift
- The emotionally healthy church
- The restless church
- Rechurch
- Sticky church
- Center church
- Deep and wide
- Dangerous church
- Church zero
- Wow church
- The externally focused church
Een jaar of dertig geleden zouden dergelijke boeken nooit het publicitaire daglicht hebben gezien. De voortdurende zoektocht van vele kerken om zichzelf te vernieuwen en tot een (voor zichzelf) acceptabel niveau van relevantie te komen speelde zich voornamelijk in de achterkamers van die kerken af, niet zelden resulterend in een scheiding tussen de meer vernieuwende geesten en hen die deze vernieuwingen schuwden, of er op z'n minst een groot gevaar in zagen. Met de opkomst van de nieuwe media en betaalbare, toegankelijke drukpersen kan vrijwel iedereen zijn of haar gedachtegoed in de (virtuele) etalage zetten.
De zoektocht naar relevantie is een gezonde oefening. Iedere kerk zou zich aan de discipline van deze oefening moeten onderwerpen, om haar eigen bestwil en om de wil en eer van Hem, die heeft gezegd Zijn kerk te zullen bouwen. Alle plaatselijke uitingen van die kerk zoals opgesomd in de lijst hierboven zijn pogingen om tot het wezen van kerk zijn te komen. Daar is niets mis mee. Het gevaar schuilt in twee hoeken:
- De hoek van frustratie en kritiek. Als de hoeksteen van vernieuwing geplaatst is op frustratie met en kritiek op het verleden; het verleden wordt gevoegelijk weggezet als irrelevant, is de oefening niet meer dan een vruchteloos experiment dat geen lang leven is beschoren. Kritisch naar het verleden kijken is gezond maar zonder dat verleden is er geen toekomst. Respect voor wat het verleden ons heeft gebracht, de tranen en zelfs bloed dat is gevloeid om ons te brengen waar we nu zijn, is op zijn plaats. Vernieuwing die geënt is op het gezonde dat het verleden ons heeft gebracht, vormt een gezondere basis voor bovengenoemde experimenten.
- De hoek van eenzijdigheid. Het inzoomen op een of twee waarheden die sterk worden uitvergroot is een gevaar omdat de nieuwe kerk door te sterk over te hellen gemakkelijk in de afgrond van niemandsland kan storten. Een overdreven reactie op dat wat de kerk in het verleden heeft laten liggen kan ertoe leiden dat de nieuwe kerk nu bijvoorbeeld een sterk naar buiten gerichte focus krijgt met als gevolg dat het interne pastorale werk eronder gaat leiden (maar dan hebben we als antwoord "the emotionally healthy church").
De kerk laat zich niet vatten in een enkele formule, zeven opsommingstekens, of een slim gevonden one liner. De kerk is een organisme dat voortdurend in beweging en crisis is: zoekend, tastend, experimenterend, enigszins rusteloos en nooit helemaal tevreden met de status quo.
Is "rariteitenkabinet" een treffende vergelijking? Een plek in een gebroken wereld, waarin gebroken mensen zich in gebrokenheid tot elkaar verhouden; pelgrims die hun gebrokenheid erkennen en onderweg zijn naar Christus, die door Zijn Geest al in die mens woont en hen een gemeenschappelijke taal en streven geeft.
De kerk, de meest wonderlijke plek die je kunt bedenken. En een blijvertje ondanks de vreemde, vaak beschamende uitwassen.
22 juni 2013
25 mei 2013
En toen had God spijt
Het idee dat God spijt van iets zou kunnen hebben gaat er bij de meeste gelovigen niet in. Nadat Hij in eerste instantie met goedkeuring keek op Zijn scheppingswerk gaat het fout als de mens zijn autonomie opeist en Zijn eerste en enige gebod overtreedt. De reactie van God daarop is dat het hem spijt en pijn doet dat Hij de mens gemaakt heeft. Zijn besluit om de mens compleet van Zijn schepping weg te vagen vindt vervolgens geen doorgang omdat Hij toch nog een rechtvaardig mens aantreft (Noach). Aldus het verhaal in Genesis 6. Als je hierover vragen stelt komen er steevast de vastgeklonken antwoorden dat het een "wijze van spreken is" want hoe zou God in Zijn alwetendheid ergens spijt van kunnen hebben. De mogelijkheid dat Hij het niet had aan zien komen doet de rechtgeaarde gelovige helemaal op de grondvesten trillen. De vrijwel platte, menselijke weergave van reacties en emoties op dit drama wordt te vaak opgepoetst tot een geestelijke exercitie. Daar heb ik toch wel wat moeite mee omdat je vervolgens alle passages in het Oude Testament die ook maar een mogelijke verwijzing in zich hebben naar een God die op onverwachte wendingen stuit, van gedachten verandert of Zijn plan bijstelt, met dezelfde lap in de bestaande dogma's moet zien te poetsen.
De enige escape die ik kan bedenken is dat al deze verwijzingen in een veel groter verhaal passen. Dat is dan het grote verhaal van God die van het begin der schepping slechts een wens kent en dat is dat alle volkeren Hem vrijwillig erkennen als hoogste autoriteit en Hem met diezelfde vrijwilligheid loven (Psalm 67). Vervolgens verhaalt de Bijbel dan hoe die wens tot vervulling komt waarbij de centraliteit van Christus een onbetwistbare plaats inneemt.
De studenten die deze week les van mij krijgen vormen geen uitzondering op de verwachte en stereotiepe reactie die je wereldwijd aantreft. De bekende dogma's vlogen door de zaal. De poetslap, evenals de dogma's, zijn universeel. Het lijkt onmogelijk te geloven in een God die bij tijd en wijle voor aangename en onaangename verrassingen komt te staan.
Ja, het is een lastig dilemma en nee, de theologie heeft daar nooit een voldoende antwoord op kunnen geven zonder zich te bezondigen aan het construeren van paradoxen en kunstige formules.
Mijn uitdaging aan de studenten was om zich nooit te verschuilen achter de breed geaccepteerde dogma's van de alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid van God, maar altijd te willen blijven verkennen en onderzoeken. De studenten beloofden plechtig zich hieraan niet te bezondigen.
De enige escape die ik kan bedenken is dat al deze verwijzingen in een veel groter verhaal passen. Dat is dan het grote verhaal van God die van het begin der schepping slechts een wens kent en dat is dat alle volkeren Hem vrijwillig erkennen als hoogste autoriteit en Hem met diezelfde vrijwilligheid loven (Psalm 67). Vervolgens verhaalt de Bijbel dan hoe die wens tot vervulling komt waarbij de centraliteit van Christus een onbetwistbare plaats inneemt.
De studenten die deze week les van mij krijgen vormen geen uitzondering op de verwachte en stereotiepe reactie die je wereldwijd aantreft. De bekende dogma's vlogen door de zaal. De poetslap, evenals de dogma's, zijn universeel. Het lijkt onmogelijk te geloven in een God die bij tijd en wijle voor aangename en onaangename verrassingen komt te staan.
Ja, het is een lastig dilemma en nee, de theologie heeft daar nooit een voldoende antwoord op kunnen geven zonder zich te bezondigen aan het construeren van paradoxen en kunstige formules.
Mijn uitdaging aan de studenten was om zich nooit te verschuilen achter de breed geaccepteerde dogma's van de alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid van God, maar altijd te willen blijven verkennen en onderzoeken. De studenten beloofden plechtig zich hieraan niet te bezondigen.
23 mei 2013
De anderhalve stoel passagier.
Na zich nauwkeurig te hebben gepositioneerd gaf de jonge vrouw zich over aan de zwaartekracht om de laatste dertig centimeter, die zich van haar en de zitting van de stoel naast me scheidde, te slechten. Na de plof kwam ook de rest van haar lichaam tot een zekere rust en golfde een deel van haar lichaam mijn kant op. Mijn zorg over wie het grootste gedeelte van de armleuning zou weten op te eisen bleek ongegrond. Die leuning was niet meer te zien en de stille machtsstrijd hoefde dan ook niet gestreden te worden. Deze penibele situatie zou mijn wereld zijn voor de komende veertien uur.
Eenmaal in Ecuador aangekomen is het leed al snel vergeten en zie ik uit naar de komende week. Een aangename verrassing is de properheid die ik aantref in de "single men's accommodation." Mijn ervaringen daarmee zijn zonder uitzondering slecht te noemen maar deze twee jonge mannen hebben het goed voor elkaar. Ze staan bovenaan mijn top drie van schoonste vrijgezellen accommodatie in de wondere wereld van Operatie Mobilisatie.
Met een dicht oor, een ontstoken neusholte en keel en een irritant kuchje (begonnen in Libanon een paar weken terug) heb ik mezelf vandaag een kuurtje voorgeschreven en hoop dat de Amoxicilina de boosdoeners in mijn lijf effectief een halt gaat toeroepen. Gezondheid is een groot goed en ik realiseer me dat er maar weinig nodig is om ons van ons stuk af te brengen. Oftewel, je wordt je pas bewust van iets dat goed werkt als er iets mis gaat.
De komende week lesgeven op de jaarlijks missions school van OM Ecuador. Heb er zin in.
De afgelopen nacht had ik een boze droom. Een morbide obese jonge vrouw bleek de stoel naast me toegewezen te hebben gekregen. Na zich boven haar stoel te hebben gepositioneerd liet ze zich achterovervallen en werd ik als het ware geassimileerd. Tegenstand bieden had geen zin. Ik stikte en werd wakker.
Eenmaal in Ecuador aangekomen is het leed al snel vergeten en zie ik uit naar de komende week. Een aangename verrassing is de properheid die ik aantref in de "single men's accommodation." Mijn ervaringen daarmee zijn zonder uitzondering slecht te noemen maar deze twee jonge mannen hebben het goed voor elkaar. Ze staan bovenaan mijn top drie van schoonste vrijgezellen accommodatie in de wondere wereld van Operatie Mobilisatie.
Met een dicht oor, een ontstoken neusholte en keel en een irritant kuchje (begonnen in Libanon een paar weken terug) heb ik mezelf vandaag een kuurtje voorgeschreven en hoop dat de Amoxicilina de boosdoeners in mijn lijf effectief een halt gaat toeroepen. Gezondheid is een groot goed en ik realiseer me dat er maar weinig nodig is om ons van ons stuk af te brengen. Oftewel, je wordt je pas bewust van iets dat goed werkt als er iets mis gaat.
De komende week lesgeven op de jaarlijks missions school van OM Ecuador. Heb er zin in.
De afgelopen nacht had ik een boze droom. Een morbide obese jonge vrouw bleek de stoel naast me toegewezen te hebben gekregen. Na zich boven haar stoel te hebben gepositioneerd liet ze zich achterovervallen en werd ik als het ware geassimileerd. Tegenstand bieden had geen zin. Ik stikte en werd wakker.
27 april 2013
Het raadsel van de verdwijnende kerk
Dit weekend werk ik met een groep werkers waarvan velen al jaren in het Midden Oosten het Goede Nieuws handen en voeten geven. Ze komen uit Mexico, Zwitserland, Jordanië, Korea, Amerika, Australië Duitsland en Nederland. Grote dingen van God waarover ik gisteren kritisch schreef en waar sommige lezers zich aan ergerden, lijken hier wat langer op zich te laten wachten. Een van de vragen waar een veteraan mee worstelt is hoe het kan dat een gezonde, groeiende kerk (zoals de eerste kerken in Klein Azië) uiteenvalt, ophoudt te bestaan en gereduceerd wordt tot een voetnoot in de geschiedenisboeken. Het kan toch niet zo zijn dat het altijd de mens is die, dat wat God bouwt in een mum van tijd weet af te breken? Er zal toch wel meer over te zeggen zijn. Ik weet het echt niet.
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!
26 april 2013
God gaat grote dingen doen!
Glimlachend van oor tot oor kijkt de man in de camera. Duidelijk geïntoxiceerd door een combinatie van eindeloos herhaald gezongen christelijke mantra's, opzwepende en claimende beloftes van de dienstdoende voorganger (die waarachtig op de stereotiepe autoverkoper lijkt) en afgeblust met een krampachtig aandoend geloof dat het allemaal anders gaat worden roept de toevallig aangesproken feestganger de kijker toe dat God grote dingen gaat doen en dat Nederland wel eens een poepje gaat ruiken.
Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.
Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.
Abonneren op:
Posts (Atom)
De gevende mens is een beter mens
Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...

