30 mei 2011

David en Copyright

David, een van de grote liedjesschrijvers in de Bijbel, componeerde niet altijd zelf de muziek. Hij leende muziek van anderen. Zo behoort Psalm 56 gezongen te worden op de wijs van "De stille duif uit de verte," en de volgende op de wijs van "Jaag mij niet de dood in." Psalm 46 heeft dezelfde melodie als "De meisjes," en Psalm 46 en 69 worden als "De lelies" gezongen.
Ik vraag me vaak af hoe dat klonk. Zong men samen of werd er solo gezongen onder begeleiding van bijvoorbeeld snaarinstrumenten?
Bestonden er al muziektheorieën en/of bestond het Oosterse toonsysteem al? Als er in de hemel al gezongen wordt, wat voor maat wordt er dan aangehouden of zal een deel van de eeuwigheid worden geïnvesteerd in een forumdiscussie die moet leiden tot een compromis waar allen zich in kunnen vinden? Ik hoop in ieder geval dat het geen 4/4 is maar bijvoorbeeld 22/16 en 7/4 of misschien wel ongebonden ritmiek waar niet of nauwelijks een patroon in is te ontdekken. Dat gaat nog een interessante discussie opleveren.
Doen de psalmen überhaupt nog mee? Omdat dan alles pais en vree is zal er geen reden meer zijn om bijvoorbeeld Psalm 88 te hoeven zingen.
Muziek en zang in de kerk blijft de gelederen bezig houden. Nu we ons in de evangelische beweging meer richting luisterliedjes begeven zal de discussie zich vooral richten op het meezinggehalte van een lied. persoonlijk zie ik de luisterliedjes wel zitten. "Psalmen voor Nu" zijn prachtige composities maar behoeven een intensief trainingsschema om tot een "onbewust competent" meezingen te komen. Vooralsnog bevind ik me in een "bewust incompetent" stadium en vraagt het al mijn energie om een soort van te snappen hoe het werkt.
Nee, dan geef ik toch de voorkeur aan het luisteren naar mooi uitgevoerde exemplaren middels een goed voorbereide begeleidingsband en begaafde zangers/zangeressen die dat allemaal mooi neerzetten en waar mijn bijdrage in de vorm van het openen van mijn mond en het voorbrengen van keelklanken niets wezenlijks of constructiefs toevoegt; laat mij dan de ogen sluiten en de tekst en muziek haar werk doen. Meezingen zou alleen maar afleiden.

29 mei 2011

Acceptabele roddels

Hoe kun je roddelen over anderen zonder je al te slecht te voelen? Het antwoord is simpel; gebruik een ander woord dat maatschappelijk verantwoord is en getuigt van een enorme betrokkenheid bij en zorg voor een ander.
In plaats van domweg over anderen te praten zonder dat dit een aanleiding heeft (behalve dan dat je de drang om "informatie te delen" niet kunt weerstaan) of een doel dient, denk je van tevoren na welk doel de te delen informatie dient en overtuig je jezelf van het belang om anderen deelgenoot te maken van je informatie. Met anderen woorden, het niet delen van deze informatie kan leiden tot ernstige beoordelingsfouten omdat de ontvanger van de informatie niet hel complete plaatje ziet. Aan jou de eer om te helpen om dat plaatje kompleet te maken.

Dus leid je het in met: "ben je je er bewust van dat die en die..." Van tevoren heb je jezelf overtuigd van jouw verantwoordelijkheid om het bewustzijn van die ander te vergroten.
In het Engels gebruik je "are you aware of...." En wat is een grotere deugd dat het bewustzijn van anderen te vergroten?
De laatste tijd heb ik geprobeerd om informatie die via anderen, over anderen tot mij kwam te analyseren en kan niet anders dan concluderen dat het meestal gewoon om klinkklare roddels gaat. Informatie over anderen waar ik niet beter of rijker van word en die mijn beeldvorming van het slachtoffer ernstig en onomkeerbaar besmet.
Het komt voor dat hele volksstammen iets over iemand weten, terwijl die persoon van dat iets niets weet; niemand die de moeite neemt om het bewustzijn van 'die persoon' te vergroten. Het algemeen voorkomende onvermogen om informatie te verifiëren en zich te laten leiden door eenzijdig verkregen informatie; een verwrongen flard van de werkelijkheid, is destructief voor de persoon in kwestie.

Ik zou het waarderen als mensen naar mij toe zouden komen om zaken die ze over mij horen persoonlijk te verifiëren, met name zaken die tot een negatieve beeldvorming leiden. Goeie dingen over mij zeggen mag altijd. Daar kan ik niet zo mee zitten. En als dat goede een iets te positieve voorstelling van zaken is, zal ik dat niet zo snel willen weerleggen...
Het pijnlijke is dan wel dat ik ontdekt dat er verhalen over mij de ronde doen. Zo besloot een collega een andere collega te vragen naar de informatie die over hem werd gedeeld te verifiëren. Wat je niet zou verwachten is nu toch gebeurd. De collega waarover geruchten werden verspreid vertrouwt nu mijn andere collega niet meer! De "informatie verifiëring" wordt uitgelegd als zou het gerucht een beschuldiging van de eerste collage zijn.
Het blijft een heet hangijzer. Roddels, geruchten. Je kan het maar beter niet willen horen..

"Wie nooit iets fouts zegt, is een volmaakt mens, iemand die zichzelf helemaal in bedwang heeft" (Jakobus 3:2).
"Maar geen mens kan de tong in bedwang krijgen. Ze is een rusteloos kwaad, vol dodelijk gif" (Jakobus 3:8).

27 mei 2011

Ik kan er niet meer in

Ik kan niet meer bij m’n Blog. Misschien dat het via een email wel lukt. Vandaar? Als je dit leest, lukt het dus via een mail.

Gisterenavond laat thuisgekomen vanuit Carlisle. Er was zowel in Engeland als in Nederland veel woei waardoor de vlucht vertraagd.

Drie zeer goede dagen in Engeland gehad. Ik krijg zoveel energie van de ontmoeting en gesprekken met stafleden. Ik heb er dan weer zin in. Vanuit huis werken is ook niet ideaal. E-mails, Skype en gewone telefoontjes zijn misschien wel aardig maar het ontbreken van de onzichtbare edoch onvervangbare non-verbale communicatie elementen die een gesprek tot een echt gesprek maken doen mij toch een beetje wegpieteren.

Nu kan ik er weer eventjes tegenaan.

 

26 mei 2011

Stereotypen

De vrouw zit wijdbeens op de voor haar veel te kleine stoel om haar buitenproportionele buik de kans te geven om voor de stoel langs richting vloer in alle ontspanning te kunnen hangen. Ze zweet en veegt telkens met een tissue transpiratievocht van haar gezicht. Ze klaagt over het eten.
Tegenover haar zit een zwaar opgemaakte 60 plusser met opgehoogd blond haar, strakke legging met als topje de momenteel waar te nemen en daardoor blijkbaar populaire "T-rokje." Zo noem ik het maar bij gebrek aan een beter woord. Ik bedoel een T-shirt dat uitmondt in een soort van minirokje. Het schijnt hip te zijn maar mooi is het echt niet. Naast de buik zit een man. Gewoon postuur, maar wel kaal. In het uur dat ik het gezelschap observeerde heb ik hem niet kunnen betrappen op zelfs maar de kleinste bijdrage aan de conversatie die overal en nergens over ging. De man was duidelijk de sluitpost van het gezelschap.
Naast het T-rokje zit de Mater Familia, even ervan uitgaand dat dit een familie is, al hebben we het hier niet perse over een bloedband tussen de leden.
Dat weet ik omdat ze zwijgend haar portemonnee trekt en voor heel het gezelschap betaald en omdat ze alleen hoog haar heeft en bescheiden is opgemaakt. Bovendien is een gericht woord van deze oudere dame, regelmatig afgevuurd richting de buik en het T-rokje, voldoende om een eind te maken aan de discussie van het dan besproken onderwerp.
In eerste instantie dacht ik de set van Little Britain te zijn binnengewandeld maar er zijn geen camera's te bespeuren.

Naast deze tafel vinden we een gezelschap dat zich in de beste kleren heeft gestoken voor een avondje uit dat bestaat uit een "all you can eat" buffet voor vijf pond, goedkope cola en "all you can eat" custard op de appel/rabarber crumble (zeer aan te bevelen). Waar anders dan in Engeland tref je op de menukaart "gele vla zonder bodem" aan. Fantastisch! En lekker.

Even los van de stereotypen die o.a. bedoeld zijn om groepen mensen over een kam te scheren; hoe komt zo'n vrouw zo ongelofelijk dit, wat gaat er om in het hart van het hoge haar en geen haar? Stereotypen zijn ontsnappingstrucjes om niet verder na te hoeven denken; niet stil te hoeven staan bij de unieke verhalen, noden en tragedies van individuen.

Eerder deze week kwamen we een stereotype tegen bij de apostel Paulus: Alle Kretenzen liegen en denken alleen aan vreten.
Zelf houden we er niet van om gestereotiept te worden en voelen, daar waar we ermee worden geconfronteerd, de neiging om onszelf te verdedigen, te staan voor onze uniciteit. En terecht.

25 mei 2011

Zenas en Apollos toerusten

Je leest er wat snelachtig overheen; laatste regels in een brief van Paulus. Instructies, herinneringen, boodschappenlijstje, Pro Memories; een allegaartje met soms mooie tijd- en cultuurstempels.
"Rust Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos goed toe voor hun reis, zodat het hun aan niets ontbreekt" (Titus 3:13). Reizen toen was een ander verhaal dan reizen nu. Nu denken we er eigenlijk niet zo over na. We stappen in de auto, trein, het vliegtuig, op de boot alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Op onze bestemming aangekomen kopen we dat wat we vergeten zijn om mee te nemen, pluggen onze computer in of pikken een draadloos signaal uit de lucht en zetten ons leven in grote lijnen ongewijzigd voort. Business as usual. Het enige echte verschil is de geografische locatie.
Wat is de tijd veranderd! Niemand die mij toerust op wat voor reis dan ook. Het is allemaal minder spannend. Ook bij terugkeer geen ballonnen en andere fratsen. Koffer uitpakken en normaal doen.
Het doel van de toerusting van Zenas en Apollos: zodat het hen aan niets ontbreekt. Geen verzekeringsmaatschappijen die vertragingen en ongemakken belonen; zelfs zo royaal dat je ongemakken bijna gaat verwelkomen. Dat zou zomaar wat op kunnen leveren. Het schip dat wellicht volgende maand de thuishaven aandoet, heeft plaats moeten maken voor een strak schema dat op vrijwel de minuut nauwkeurig bepaalt welke vlucht wanneer vertrekt en aankomt.
Bizar.
Zo bizar dat we ons leven op de minuut zijn gaan plannen en ons druk, ongerust of boos maken als het transportmiddel van onze keuze een paar minuten of een paar uur te laat is.
Voorbereiden op een reis? Dat hoeft toch allang niet meer...
Ik hoop dat de vulkaan op IJsland uit is, geen ongemak veroorzaakt en dat ik morgen gewoon op tijd, dat is om 17.25, vanuit het vreselijk inefficiënte John Lennon Airport in Liverpool, m'n vlucht naar Amsterdam zal halen.

24 mei 2011

Kretenzen zijn gewoon luie vreters!

Ik vind het boeiend om te lezen hoe Paulus zich kan opwinden over leraars die uit winstbejag allerlei dingen leren die geen pas geven. Hij heeft het over lieden die zich een plek weten te veroveren in de gemeente, geen gezag boven zich dulden en met zinloze praatjes complete gezinnen te gronde richten. Zelfs Paulus verliest zich in een overdrijving door een toen bekende typering aangaande mensen van Kreta aan te halen: Kretenzen zijn leugenaars, gemene beesten en luie vreters.
Paulus draagt op om deze lieden de mond te snoeren en scherp toe te spreken, "...om zo hun geloof gezond te maken." Dit alles is te lezen in Titus 1.
Van luie vreter naar gezonde gelovige kan best wel snel gaan. Niet alles in dit leven hoeft een proces te zijn. Gewoon kappen met vreten! Maar eetgewoontes aanpassen maakt van iemand nog geen gezonde gelovige. Winstbejag duidt om een ziekte die veel dieper gaat en de wortel is van alle kwaad: begeerte.
Om eigen begeertes te bevredigen gaan mensen heel ver. Daar mogen anderen voor misbruikt worden: emotioneel, lichamelijk, geestelijk, sociaal en economisch. Dat onder ogen durven zien en te erkennen dat ook ik besmet ben met het begeertevirus is het begin van mogelijk herstel. Om tot de erkenning "het gaat niet om mij" te komen, is wel een proces. Het proces waarin je het fundamentele besluit neemt om te sterven aan jezelf waardoor er ruimte komt voor de ander en de geest van God. Wedergeboorte is het "uit God geboren worden:" de nemers worden gevers, de verwoesters worden helers.
Titus "moat har de mûle stopje" (Fries). Ik moet regelmatig mezelf de "mûle stopje," als ik mezelf erop betrap teveel met mezelf bezig te zijn en niet op de ander gericht.

Gisterenavond onder de as doorgevlogen. Van Amsterdam naar Liverpool werd in een U vorm gevlogen, in plaats van in een recht lijn. Eerste een heel stuk naar het Zuiden (tot ver in België), toen 90 graden naar het Westen en uiteindelijk een bocht naar het Noorden.
Er stond heel wat woei in Engeland en het (trein)verkeer aardig ontregeld. In het Noorden reden een paar uur lang bijna geen treinen.
Tot en met donderdag besprekingen met de aanwezige HR staf.

23 mei 2011

Primitief geloof

Eigenlijk zou er na 33 jaar volgen van Christus af en toe een aureooltje boven mijn hoofd zichtbaar moeten zijn. Helaas, ik ben nog niet zover of, zoals ik gisteren schreef, ik doe het niet goed genoeg.
Via welk zijweggetje ik er belandde, weet ik niet meer maar de preek over de mantel van de profeet (gisteren in De Terp) mondde uit in een relaas over primitief geloven.
Hoezeer je je ook voorbereid, de actualiteit speelt altijd een rol. De door de mand gevallen en zichzelf tot rekenwonder uitgeroepen valse profeet Harold Camping en het schijnbare gemak waarmee gelovigen zich laten inpakken door eenzijdige en/of valse leringen zou alle gelovigen moeten 'verleiden' tot een primitief geloof: "Door genade zijt gij behouden, ...het is een gave van God."
Dit primitieve, basale geloof, dat zovele miljoenen deed besluiten om dat geschenk in alle eenvoud, dankbaarheid en met lege handen te aanvaarden, wordt vervolgens maar al te graag aangedikt. Dat doen we zelf, of laten ons dat door anderen aandoen.

Is het niet juist dat primitieve geloof, een eenvoudig vertrouwen op die gave van God, dat de volgelingen van Christus samenbindt en waarin de eenheid die Christus wil zien wordt gedemonstreerd?

Binnenkort (12 Juni) gedenken we de uitstorting van de Heilige Geest. Ik spreek dan in mijn thuisgemeente en zie daar naar uit. Zonder het werk van de Geest zou eenheid bij voorbaat een verloren zaak zijn. Maar het is juist het werk van de Geest dat ons keer op keer herinnert aan de kracht die schuilt in dat primitieve geloof. Alleen dat verenigt ons. Al het andere verdeelt.


22 mei 2011

Doe ik het wel goed genoeg?

  1. Ben ik wel heilig genoeg?
  2. Neem ik de Bijbel wel letterlijk genoeg?
  3. Evangeliseer ik wel genoeg?
  4. Twijfel ik niet meer?

  1. Zonder heiliging kan/zal ik de Heer niet zien.
  2. De Bijbel is het woord van God en moet dus de letterlijke waarheid zijn.
  3. Aan de hemelpoort zal mij worden gevraagd: "Hoeveel heb je er mee genomen."
  4. Iemand die twijfelt, roept Gods ongenoegen over zich af.

Zomaar een aantal thema's die op het evangelische erf met regelmaat en nadruk te berde worden gebracht en gemakkelijk een algehele twijfel in het leven van de gelovige kunnen veroorzaken.

  1. Levensheiliging kan verzanden in het idee dat we onze verlossing (deels) moeten verdienen of in ieder geval een glimlach op het gezicht van de hemelse vader moeten zien te krijgen. Onvoldoende heiliging kan God niet anders dan zijn zegen een weinig terugtrekken totdat we er "helemaal voor gaan."
  2. Ieder normaal denkend mens is in staat om een schifting aan te brengen in dat wat letterlijk en dat wat figuurlijk is bedoeld. De literalisten waarover ik eerder schreef, doen zichzelf en anderen veel schade en verdriet aan en stichten verwarring (regelmatig op het domme af).
  3. Evangeliseren kan gemakkelijk verworden tot een taak waarbij niet de verlossing van de mens centraal staat maar ons "turven."
  4. Twijfel en zorgen maken horen bij het leven. Iedereen gaat regelmatig door periodes van twijfel en het zorgen maken waar Jezus het over heeft (over de dag van morgen) wordt te gemakkelijk gereduceerd tot een verbod op enige vorm van zorgen maken dan ook.

Was het geloof maar meetbaar en maakbaar te maken. Dan kon ik u, geachte bloglezer, een cijfer presenteren. Ik heb geen cijfer.
Naarmate mijn reis met de Heer voortschrijdt, kom ik meer en meer terecht in een primitieve manier van geloven waarin geen plaats meer is voor opsmuk, competitie of de drang om "iets voor God te doen." Met name dat laatste is een van de meest pretentieuze uitspraken die ik regelmatig hoor en m.i. getuigt van een vertroebeld beeld van de genade en alle werk en activiteiten die niet onder deze noemer vallen als tweederangs wegzet.
"Iets voor God doen" wordt vaak geassocieerd met christelijk werk. Impliciet wordt daarmee het dualistische wereldbeeld versterkt dat men in niet christelijk werk "niets voor God doet." Althans, het snijdt niet echt hout.
Die primitieve vorm van geloven waarbij "genade" een kleur, vorm en betekenis krijgt die ik nooit eerder gekend heb, is een mooie plaats om te zijn. Het is die genade, in Christus zichtbaar en tastbaar geworden, die de hoop is voor de gehele wereld. Vanuit die genade mag ik leven en een houding ontwikkelen die deze genade vorm geeft in gezin en omgeving.

21 mei 2011

Hoe moet het nu verder met de gelovigen?

Vandaag dus "Judgement Day." Althans volgens meneer Camping en zijn weet ik hoeveel volgelingen waarvan sommigen huis en haard hebben verkocht omdat ze ervan overtuigd zijn dat het vandaag gaat gebeuren.
Nu kunnen we ons verbazen over het schijnbare gemak waarmee de schare volgelingen zich heeft in laten palmen en vervolgens een lange neus trekken als zaterdag voorbijgaat zoals alle andere zaterdagen. Opnieuw duizenden gedesillusioneerden die de draad van hun leven weer op moeten pakken en een antwoord vinden op de vraag waarom ze zich mee hebben laten slepen in een dergelijke valse leer.
Ik stel me de drama's voor die zich afspelen in gezinnen die uiteengerukt en bankroet af zullen spelen. Een aantal zal er wellicht zelf een einde aan maken. De zo stellig vermeende toekomst blijkt een deur naar nieuwe onzekerheid te openen. Moge God de genade geven dat ze zich weten vast te klampen aan Hem zelf!
Een meneer Camping? Die zal zich volgende week of hullen in een stilzwijgen maar omdat er een imperium op het spel staat zal hij met een of ander slap verhaal komen.
Meneer Camping is niet de enige die de goegemeente weet te verleiden om houvast te zoeken aan strohalmen. het geloof is in veel relaties en gezinnen een splijtzwam van de eerste orde. Niet de liefde die verbindt staat centraal maar een of andere manifestatie of eenzijdig accent.
Zonder klepels toch klokken luiden? Het kan eigenlijk niet maar in de naam van God gebeurt het op grote schaal.
Ik vergelijk het geloofssysteem weleens met een biljartvereniging waarin mensen hun levensvullende heil zoeken en hun taalgebruik daarop aanpassen.
Wereldvreemd zijn ze niet langer in staat om zich op een gezonde manier tot hun medemens te verhouden. Voor de goede orde, ik bedoel niet dat alle biljarters wereldvreemd zijn, net zo min als dat voor alle duivenmelkers opgaat.
Jezus vervreemde zich nooit van de mens. Mensen vervreemden zich van Jezus. Overal waar gelovigen zich vervreemden van de mensen om hen heen, is er sprake van een ongezonde of eenzijdige leer. Het stukje leer kan goed zijn maar je moet naar het hele pakket kijken.
Marx heeft eens gesteld dat godsdienst opium voor het volk is. Dat kan het gemakkelijk worden wanneer het accent meer op de leer of het systeem dan op het leven komt te liggen.
Christenen zouden zich massaal achter de oren moeten krabben; is er iets waardoor ik me vervreemd van de mensen om me heen, hun taal niet meer kan spreken? Zo ja, meteen ermee kappen. We representeren namelijk een persoon en niet een leer. Een persoon die voorleefde hoe men liefheeft, niet met de tong maar met de daad en in waarheid. dat is wat anders dan op de bressen klimmen voor een eenzijdig uitgelichte deelwaarheid.

20 mei 2011

Human Resource

Alleen de term al doet de nekharen bij sommigen omhoog staan. In OM besloot een leider eens dat mensen geen resources zijn en dat we die kreet maar niet moesten gebruiken. Sindsdien heeft onze HR afdeling "International Personnel Services." Het gevolg hiervan is dat ik aan jan en alleman moet uitleggen wat "IPS" is. Dat werkt dus ook niet. Een kort "O, dat is onze internationale HR afdeling" stelt menig vragensteller gerust. Niet dat het daarmee uitgelegd is. HR is complex en er bestaan net zoveel definities als dat er bedrijven bestaan.
Heeft een organisatie een HR afdeling nodig? Of kan het volstaan met Personeelszaken? Zaken zoals training, leiderschapsontwikkeling en de zorg voor de ziel kun je immers uitbesteden.
Als antwoord op de vraag of een organisatie een HR afdeling nodig heeft, schrijft Dave Ulrich in Human Resource Champions: "Natuurlijk kunnen we zonder HR-als het faalt waarde toe te voegen en resultaten belemmert. Natuurlijk moeten we HR behouden-als het waarde toevoegt en resultaten oplevert."
Waarde en resultaat. Beter worden in wat we doen en hoe we het doen; dat zie ik als de taak van HR in OM Internationaal. Anders gezegd en in onze context: Het zodanig toerusten en dienen van onze werkers dat ze effectiever hun werk als discipelmakers kunnen doen waarbij de ontwikkeling van het karakter tot Christusgelijkvormigheid centraal staat.
Karakter en effectiviteit, waarbij het accent op het eerste moet liggen.
In de HR wereld wordt nogal wat technische taal gebruikt en kan het accent komen te liggen op procedures en de bewaking ervan.
Maar als de persoon van de werker in beeld komt en centraal staat, is een HR afdeling de toegevoegde waarde van een organisatie. Als wij ons werk goed doen hebben onze werkers plezier in hun werk en geeft dat werk voldoening.
Teren op een roeping, die door veel werkers wordt ervaren, houdt op een gegeven moment op. De geroepene is ook nog mens die niet alleen kan teren op het hemelse maar ook brood nodig heeft. Die twee samen in de gaten houden maakt een HR afdeling effectief.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...