28 februari 2011

Redcliff 2011

Zojuist naar een impressie gekeken van het Redcliff Camp 2011, Eyre Peninsula in Zuid Australië, waar ik een week lang doorbracht met een groep jongeren en ouderen. Het is zo bemoedigend om berichten terug te krijgen waarin deelnemers spreken over veranderingen in hun leven als een gevolg van het onderwijs. En wat een mooie plek op de aardbol. De beelden roepen zoveel mooie herinneringen op. Als relatieve buitenstaander kun je vaak dingen zeggen die ingewijden wel denken, maar niet durven of kunnen uitspreken.
Gisteren sprak ik bijvoorbeeld in Lemmer. Na afloop vroeg iemand me of ik toevallig contact gehad had over het thema. het kon bijna niet anders, volgens mijn gesprekspartner, of ik had "inside informatie." Ik kan met de hand op het hart verklaren dat er geen overleg geweest is met wie dan ook. Blijkbaar was het thema zo actueel in de gemeente en de boodschap zo relevant voor het moment dat het niet anders kon dan dat het voorgekookt was. Ik kan niet anders dan concluderen dat, als er al iets is of was voorgekookt, de "schuldige" niemand anders is dan de Heilige Geest.
Dat maakt me klein en ongelooflijk dankbaar.
Kijk je mee naar de impressie? Klik dan hier.

27 februari 2011

Multitasking in het kleinste kamertje

Wachten en in rijen staan is onderdeel van iedere reis. Maar hoe benut je die tijd optimaal. In de lange rijen bij de immigratie in Melbourne had de Aziaat in de rij naast ons daar iets op gevonden. Planmatig en vastberaden trok hij met een klein pincetje de baardharen uit z'n gezicht. Nu lijkt dat een aardige klus als je de gemiddelde bebaarde Westerling als referentie neemt. Over het algemeen hebben Aziaten niet zo'n welige bos gezichtshaar, zelfs niet in potentie. Het lijkt meer op een jong bos in aanplant waarbij het aantal bomen zich nog gemakkelijk laat tellen. Toen hij eenmaal aan de beurt was, was hij echter nog niet klaar. Er stonden nog een paar frisse, jonge bomen. Misschien dat hij die later nog onder handen zou nemen, bij de bushalte, achter het stuur of gewoon thuis. Ik zag hem voor me, multitasking in het kleinste kamertje.
Hoe zou de man naar mij hebben gekeken. In ieder geval kreeg hij geen stoïcijns en gelaten afwachtende middelgrote Westerling te zien. Meer een druk gebarend en teveel geluid producerende man van middelbare leeftijd die met zijn zoon (of is het zijn partner) de reis aan het evalueren is. Maar dat weet de man niet. Die denkt waarschijnlijk, gezien de drukke en animerende expressies waarmee de twee hun dialoog voeren,. dat ze de wereldproblemen aan het oplossen zijn.
Nederlanders haal je er overal en altijd zo uit. Ze zijn namelijk luid en verliezen zich gemakkelijk in het gesprek met elkaar. De rest van de wereld doet er dan niet meer toe. Ze hebben namelijk recht op hun gesprek en wie ben ik dat ik wat over het daarbij geproduceerde geluidsniveau zeg?
Ik herinner me, op het stuk Amsterdam-Hong-Kong dat een clubje Nederlanders een paar rijen achter ons zat. Zelfs met oordoppen in en een koptelefoon op kon ik ze twaalf uur lang horen.
Ik schaamde me er een beetje voor. Maar vooral ergerde ik me eraan. Zien ze niet dat de rest van het vliegvee probeert te slapen? De meeste meereizende Aziaten ondergaan gedwee hun lot en zullen hun zwarte band gewoon opgevouwen of -gerold in de handbagage laten liggen.
Of volkje eigenlijk. Met en zonder eigenaardige baardtrimpraktijken.
En wat vooral tot me doordrong is dat God, zonder ook maar een millimeter te discrimineren, van iedereen evenveel houdt. Daar wordt een mens blij van.
Ik ga rijen. Naar Lemmer. Is een eindje weg maar ik heb er zin in.

26 februari 2011

Ik heb er een

Ik ben dan wel geen voorloper maar ik heb er wel een: een e-reader. Zo kan ik voortaan talloze boeken meenemen in een apparaat dat nog geen drie ons weegt. Meteen talloze klassieke e-pub boeken gedownload. Bovendien kan ik het apparaat gebruiken bij mijn preken. In plaats van papieren aantekeningen kan ik nu aardig zijn voor de bomen. Scheelt weer een paar takken per jaar. Ipad bezitters zullen smalend denken: "koop toch een Ipad, man." Zou ook leuk zijn maar dan is het gevaar groot dat ik andere dingen ga doen. Nu heb ik alleen maar een elektronische leesboek dat elektronische inkt gebruikt zodat opladen maar eens in de zoveel maanden hoeft te gebeuren.
Aardige bijkomstigheid is dat de reader die ik gekocht heb zo'n beetje "hufterproef" is: je kunt hem gewoon laten vallen. Mijn laptop is ook "hufterproef" ook wat me al goed van pas is gekomen. Bij de veiligheidscontrole in Hong Kong was ik vergeten de rits van mijn rugzak dicht te doen. Normaal gesproken zwiep ik die rugzak met een soepele, edoch enigszins wilde manoeuvre op mijn rug. Ook toen. M'n rugzak kwam het scanapparaat, ik deed m'n laptop erin en meteen trok ik de tas richting die zwiep. Met de rits open worden zware zaken gelanceerd. Zo vloog mijn laptop richting de linoleumvloer. Nu mis ik een klein stukje laptop; er is een hoekje afgebroken, maar het apparaat doet gewoon wat het moet doen.
Nu ga ik gauw weer verder spelen.

25 februari 2011

Jezushaat (2)

God mag. God is in. God is hip. Ik mijn God, jij jouw God en we zijn allebei blij met onze God. Ik niet met de jouwe en jij niet met de mijne maar we zijn blij voor elkaar dat we blij kunnen zijn met onze individuele God.
God is een nogal algemeen begrip geworden en een openbaar, zij het, geïndividualiseerd bezit. Er zijn echter groepen die voor het collectief bepalen hoe die God eruit ziet, en hoe ons leven zich tot die God dient te verhouden. Met mannen en vrouwen die niet op de toon van het door religieuze, en ook wel politieke leiders gecomponeerde liedje meezingen wordt korte metten gemaakt.

Vandaag las ik over de vrijlating van een Afghaanse man die vorig jaar besloot het keurslijf van de opgedrongen religie af te werpen en een volgeling van Jezus te worden. Deze vrijlating kwam tot stand door grote diplomatieke druk vanuit Amerika en Italië. Zonder deze internationale druk zou Said Musa zeer waarschijnlijk zijn onthoofd op opgehangen. Geweldig dat hij nu een vrij man is. Hoewel, vrij? Hij moet het land verlaten en zal de rest van zijn leven doorbrengen in een of ander Westers land, waar het de mens wel vrij staat om Jezus te volgen.
Ware vrijheid zou betekenen dat Said Musa in zijn eigen land, Afghanistan, Jezus kan volgen zonder dat hem dat belemmerd wordt.
Said is niet de enige Afghaan die in de gevangenis zat en de doodstraf over zich heeft horen uitspreken, als straf op de misdaad om Jezus te gaan volgen. Er zitten er nog meer vast. En stuk voor stuk zijn ze bereid om te sterven voor hun keuze.
Gewild of ongewild meelopen op de trom van georganiseerde en opgelegde religie is niet zo'n kunst. Het wordt als stoer gezien als men in de naam van die God acties onderneemt die als doel hebben anderen aan datzelfde keurslijf te onderwerpen.

Jezus wekt de woede en haat op van de wereld. Ik geloof dat dit te maken heeft met de weg die Hij voorstaat. De weg van de liefde. En de confrontatie met de liefde van God is een confrontatie met het vaak volkomen ontbreken van die liefde in het eigen leven en het daaraan gekoppelde onvermogen om te ontvangen. Jezus volgen betekent dat we ons eigen onvermogen onder ogen zien en onze georganiseerde en geïndividualiseerde, dan wel collectieve Godsbeeld inleveren en terug gaan naar 'start.' Met lege handen opnieuw beginnen.
Niemand heeft ooit God gezien. De enige zoon heeft Hem doen kennen. Je kunt niet om Jezus heen.

24 februari 2011

Overdopen (2)

De blog van enkele dagen terug met hetzelfde thema werd op het CIP geplaatst en de mogelijkheid om te reageren al snel uitgeschakeld. Blijkbaar roept het onderwerp talloze verhitte reacties op en ontaard de discussie al snel in een welles/nietes gescherm tussen opponenten en/of een semantische discussie. Een respondent meldde bijvoorbeeld dat "overdopen" in de Bijbel niet gevonden wordt maar wel de "geloofsdoop". Enig speurwerk ontkracht echter ook het bestaan van een geloofsdoop. Technische gezien komen beide termen niet in de Bijbel voor.
Ook zag ik in de gauwigheid nog iemand die meldde dat er niet te snel gedoopt mag worden omdat men er "niet klaar voor zou zijn." Zo'n laatste opmerking is een typisch Westerse kijk op de zaak waarbij het accent ligt op wat ik vind en voel.
De "wederdopers", onder leiding van o.a. Menno Simons, en later de Baptisten (vanaf het begin van de 17e eeuw) zijn bewegingen die hun oorsprong vinden in de reformatie. Waar Luther zich inspande voor hervormingen binnen het instituut (bijvoorbeeld: weg met de beelden en welkom de Bijbel) gingen de dopersen verder en durfden het aan om o.a. het heilige ritueel van de doop te bevragen. Menno Simons en Maarten Luther kunnen van een ding niet beticht worden en dat is dat ze de Bijbel niet serieus zouden nemen. Hun liefde voor het Woord heeft grote gevolgen gehad en het geloofsleven en -beleven losgerukt van het door de Roomsen geclaimde monopolie en intermediair op gezag, uitleg en toepassing.

De dopers werden, net als bijv. de Joden en de katholieken “gedoogd”. Ze waren er wel maar ze mochten hun geloof niet zichtbaar uitoefenen. De kerkgebouwen zijn daarom een eind van de rooilijn van een straat of weg af gebouwd. Soms zelfs zijn ze helemaal niet zichtbaar omdat ze achter de huizen middenin een bouwblok staan.

Waar we nu mee te maken hebben is een bijzonder groei onder de evangelischen. Massa geeft macht en kan eenvoudig leiden tot een superioriteitsdenken op het gevaar af dat deze nieuwe massa laatdunkend over de nieuwe minderheid doet. Nieuwe normen verankeren de nieuwe instituten. In de meeste baptistengemeentes kun je pas lid worden als je de geloofsdoop hebt ondergaan; het nieuwe lidmaatschapsbewijs waarna alle zegeningen en voorrechten van het behoren bij een groep genoten kunnen worden. Bepaalde pinkstergroeperingen geven je het gevoel, of spreken dat zelfs zo uit, dat er eerst een bewijs van het vermogen om in vreemde talen te spreken geleverd moet worden alvorens men zeker kan weten er bij te horen. Het idee van de meerderen die de minderen gedogen, zelfs het kleinste spoortje van superioriteitsgevoel dat het leven van de volgelingen van Christus kan binnendringen, dient als zonde te worden erkend en beleden.

Wat wil ik met deze blog aantonen? Eenvoudigweg dat een enkele paragraaf over de doop de gemoederen zo verhit dat de opdracht om discipelen te maken (ja, ik herhaal hier wat ik in mijn vorige blog schreef) al snel naar de achtergrond verdwijnt.
De toekomst en groei van de kerk hangt voor een belangrijk deel af van de bereidheid van haar leden om zich te verenigen rondom haar uit te voeren taak om discipelen te maken, ingebed in het overweldigende besef van "Sola Gratia." Deze taak, met haar kernboodschap zou de kerk vleugels kunnen geven.
Moeten we dan niet meer nadenken over de doop? Ik dacht het wel. Maar dan op zo'n manier dat we de hoofdzaak scherp weten te scheiden van de bijzaak.

23 februari 2011

Vervullend verlangen

Hier onze nieuwsbrief van Februari

De vrouw heeft geen kans gehad om zich intellectueel te ontplooien, had geen uitgebreide garderobe die de laatste modetrends reflecteerde en aan make-up deed ze ook niet. Haar huis is door de zon gebrand en het ontbrak haar aan de middelen om een leven buiten de zon en in schoonheidssalons door te brengen. Er moest gewerkt worden. Lange dagen. Broers, zussen; iedereen moest hard werken om de noodzakelijke levensbehoeften te vervullen. Geen tijd voor zichzelf. De belangen van de groep waartoe ze behoorde waren belangrijker.
Toch blaakt ze van zelfvertrouwen. Het leven had behoorlijk op haar ingehakt maar ze weet dat het haar ware schoonheid niet heeft aangetast. Ze is een mooie vrouw. Ze weet het en spreekt het uit. En is duidelijk verliefd. Idolaat van haar geliefde en op zoek naar een antwoord op haar liefde voor hem. De enige angst die ze heeft is dat ze dit antwoord moet gaan zoeken bij een ander. Haar geliefde lijkt zich namelijk te verbergen. Ze weet niet precies waar hij woont, hoewel ze wel aan zijn adres zou kunnen komen. Zonder hem te manipuleren spreekt ze haar angst uit om genoegen te moeten nemen met surrogaat liefde.
De gevoelens en verlangens zijn puur en echt. Je voelt de spanning tussen die twee terwijl we tot nu toe alleen haar kant van het verhaal horen. Na een paar verzen leef je al met haar mee: "Als dat maar goed komt. Als hij nu maar ziet hoezeer ze naar hem verlangt."
Zo begint de lofzang op De Liefde. In een paar brede penseelstreken wordt het verhaal neergezet. De herkenbaarheid in universeel. Verlangen naar de liefde die zich verborgen lijkt te houden. Het leven zelf staat tussen de onvervulde verlangens in. Dat neemt niet weg dat die verlangens echt zijn. Meer van Gods liefde. Alsjeblieft?
De manier waarop dat verlangen wordt vervuld is meer een proces waarbij de ontknoping wordt uitgesteld. De spanning blijft. Die lijkt zelfs nodig om de twee geliefden scherp en alert te houden.
Het beeld van een pelgrim dringt zich op. Altijd onderweg en nooit echt aankomen. Het is juist het doel, dat in de verte ligt, dat de pelgrim gaande houdt. Motiveert. Vult met nog meer verlangen en verwachting.
Vandaag reis ik weer een stukje verder.

Naar Hooglied 1:1-7

22 februari 2011

Onze nieuwsbrief

Hier onze nieuwsbrief van Februari

Allermooiste lied

Is het niet wat voorbarig als een schrijver, die nog heel wat te schrijven heeft, op een punt komt waar hij zegt "dit is het mooiste boek dat ik ooit geschreven heb of zal schrijven." Het zou toch best kunnen dat hij zichzelf met een volgende boek overtreft? Een slag om de arm houden zou verstandig zijn.
Toch doet hij het en Hooglied komt met deze lofzang op zichzelf ons leven binnenvallen: "Het lied der liederen," of, "Het mooiste lied onder de liederen."
De reden hiervoor is niet al te moeilijk vast te stellen. Het gaat namelijk over de liefde. En liefde kent geen overtreffende trap. In het Nieuwe Testament is het de apostel Paulus die van alle goede kwaliteiten, gaven en zegeningen zegt dat er altijd nog de overtreffende trap van "De Liefde" is (1 Kor. 12:31 en 13). Jonathan Edwards stelde vast dat God besloot om de mens te scheppen vanuit zijn overstromende liefde.
Maar is dat echt wat we nodig hebben? Liefde is namelijk een nogal kwetsbare aangelegenheid en heeft voor velen een ietwat zacht kader. Je kunt er op duwen en het geeft een tijdje mee; het deukt in, veert weer terug. Het heeft iets van een vloeibare substantie die de eigenschap heeft om zelfs de kleinste holtes te vinden en op te vullen, maar dringt zich niet op.
En daar begint het probleem. Die kleine en grotere holtes in de levens van velen zijn al opgevuld met zaken zoals afwijzing, boosheid, teleurstelling, misbruik, hardheid; de mens is maar moeilijk in staat om liefde te ontvangen terwijl men dat tegelijk wel wil. Het ontvangen van liefde is de grootste behoefte van de mens. Zolang de mens in staat is om deze te ontvangen kan hij ook geven. Bevestiging, veiligheid, waardering en aanvaarding vormen de juiste voedingsbodem om liefde te kunnen ontvangen. Maar het zijn juist deze zaken die vaak ontbreken en veranderen de mens in een "black hole" dat alle energie van anderen opzuigt om nog enigszins te kunnen functioneren.
De lofzang op de liefde die we in Hooglied vinden wekt een gevoel van heimwee op: "dit is wat ik wil en nodig heb." De beelden zijn sprekend, herkenbaar en doen je hart gewild of ongewild wat sneller kloppen: "Ik kan wel zingen van geluk, ja, jouw liefde is zoeter dan wijn."
Is het mogelijk om een leven te leiden waarin we weer in staat zijn om die liefde, die alle vrees uitdrijft, te ontvangen?
Dat is toch het wonder van het kruis van Golgotha waar Christus alle afwijzing, boosheid, teleurstelling, misbruik en hardheid, ook wel bekend als "de zonde," in zichzelf heeft opgenomen en de mens in staat stelt om weer te ontvangen en te geven! Ik doe graag mee.


Marc Chagall. Song of Songs. 1974. Oil on canvas. 46 x 55. Private collection.

20 februari 2011

Overdopen

Een kerkleider vroeg mijn mening over hoe om te gaan met mensen die lid willen worden van de kerk of middels een huwelijk de kerk binnen zijn gekomen, die niet "groot" gedoopt zijn maar wel als kind gedoopt. Na wat doorvragen begreep ik dat dit een groot probleem was in de kleine kerk die hierdoor onder behoorlijke spanning was komen te staan. Een aantal leden staat erop dat deze mannen en vrouwen zich alsnog laten dopen, terwijl anderen er meer ontspannen in staan.
Hoe kan het bestaan dat men toestaat dat deze discussie de toch al fragiele groep gaat beheersen. De kerkleiding durft geen standpunt in te nemen en de kwestie sleept nu al jaren en dreigt langzaam tot een kookpunt te komen.
Het "probleem" staat niet op zich. Wereldwijd staan discussies over relevante, doch secundaire zaken de opdracht van de kerk om discipelen te maken zozeer in de weg, dat het zicht op de uitvoering van die taak volkomen belemmerd is. Het resultaat is dat tienduizenden, honderdduizenden kerken meer naar binnen gekeerd dan naar buiten gericht zijn. Programma's die ten doel hebben om de schaapjes binnen te houden, ontelbare uren en middelen die geïnvesteerd worden in het ontwikkelen van een voor de plaatselijke groep unieke missie en visie, huishoudelijke reglementen en constituties die tot een goed gesmeerde organisatie beogen, terwijl ondertussen de wereld in brand staat en talloze zielen zonder hoop verloren gaan.
Verouderde en achterhaalde methodieken die willens en wetens in leven worden gehouden omdat met het altijd zo heeft gedaan. Zending en Evangelisatie zijn gereduceerd tot activiteiten die bij velen een wrange smaak oproepen.
We hebben er in de Nederlandse taal een woord voor dat dit compact samenvat: erg!

Het idee achter de doop is dat deze kort achter het moment van bekering plaatsvindt; een openbare gebeurtenis waarbij de te dopen kandidaat zijn zonden belijdt (we noemen dat tegenwoordig "een getuigenis geven") en te kennen geeft zich te willen bekeren om vervolgens Jezus te gaan volgen. Ouweneel onderstreept in zijn boek "Sta op, laat u dopen" een belangrijk punt met betrekking tot "overdoop;" het beoogde effect verdwijnt als mensen te lang wachten om zich te laten dopen. Het komt vaak voor dat mensen na hun bekering jaren, zelfs tientallen jaren wachten tot ze "er klaar voor zijn."
Ach, er is zoveel meer over te zeggen en te schrijven. Maar om er een kerk op te laten knallen?
We zijn en blijven met elkaar toch echt een stel tobbers. Ik wens de kleine kerk veel genade toe en bid dat God hen helpt om de hoofd en bijzaken te onderscheiden zodat ze zich ongehinderd kan toeleggen op de uitvoering van de opdracht om discipelen te maken van alle volken.

19 februari 2011

Traag reizen

Als je in een vliegtuig reist lijkt ieder uur twee keer zo lang te duren en er zijn momenten dat je je afvraagt of je ooit nog thuiskomt. Nadat stadsbus 33 ons bij de aan het eind van de straat gelegen bushalte aflevert en we toch echt weer thuis zijn, lijkt alle reisleed al snel voorbij en in zeer korte tijd is alles weer normaal. Wat is het goed om weer thuis te zijn! Martha houdt nog van me, en ik van haar. Wat kan ik nog meer wensen?
Lang stilzitten was er niet bij. Gistereavond vierden we in Rotterdam dat de eerste LOGOS precies veertig jaar geleden uit onze havenstad vertrok. 52 miljoen mensen hebben de afgelopen veertig jaar een van de schepen bezocht en talloze bezokers kochten of kregen op de schepen hun eerste Bijbel. Het brengen van Kennis, Hulp en Hoop zijn al die jaren de speerpunten van het schepenwerk. Ik had het voorrecht om een korte overdenking te verzorgen over Deuterenomium 8:2; "Gedenk de tocht." Het belang van terugkijken en het werk van God in onze persoonlijke geschiedenis en die van onze organisatie identificeren en markeren is van belang om voorruit te kunnen kijken. Het handelen van God in het verleden bouwt ons geloof voor de toekomst op. Met andere woorden, zonder geschiedenis is er geen toekomst.
Hieronder nog wat plaatjes uit Australie. Ik zou foto's van mensen kunnen plaatsen maar die zeggen allen mij maar iets. Deze plaatjes laten zien dat er schoonheid te vinden is in de meest triviale zaken die we in het leven tegenkomen. Een kadertje om een schelp, een stukje zeegras, een vogel of ding heen maakt een waakt bijvoorbeeld van een schelp, waarvan er tienduizenden op het strand te vinden zijn, opeens tot een wonderschoon estetisch object.




Wat dit is weet ik niet maar het nodigde uit tot inkaderen






De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...