29 juni 2010

Was Bunyan een struisvogel?

Wie kent niet de poster en het boek van Bunyan's christenreis naar de eeuwigheid? Het boek is een aardig kado voor een frisse gelovige die zojuist het heil heeft gevonden en moedigt aan om de nieuwe reis in isolement van de wereld en anderen te gaan. De poster beeld de geneugten der wereld af als behorende bij de brede weg en alles wat glorie aan God zou kunnen brengen als behorend bij de smalle weg. Het reizen op die smalle weg vereist opperste concentratie en een enkelvoudige focus; een soort van kokervisie die slechts het einddoel ziet: de hemelse stad. Alles wat van die weg er naartoe kan afleiden, inclusief de relatie met partner en kinderen, alsmede vriendschappen met anderen, moet voor dat ene doel worden opgeofferd.
Het is een subtiele uitdrukking van geestelijk individualisme. Als Christen zijn pelgrimstocht aanvangt, klampen zijn vrouw en kinderen zich aan hem vast maar onze held stopt z'n vingers in de oren en roept "leven, eeuwig leven." Alleen dat laatste telt. De ontkenning van al het andere wordt gezien als geestelijk heroïsche daden.
Als jonge gelovige kreeg ook ik het boek kado. "Heer, zo wil ik mijn leven leiden," was mijn wens en gebed.
De enkelvoudige visie is belangrijk (waar leef ik voor en waar ga ik heen) en de gelovige is een pelgrim. Maar die pelgrim mag zijn ogen niet sluiten voor de wereld waarin God hem een plaats heeft gegeven. Bunyan lijkt alles wat de Bijbel te zeggen heeft over het liefhebben van de naaste, over de man die zijn leven opgeeft voor zijn vrouw, zoals Christus zich gaf voor de wereld, over werknemers die goed werk leveren, over mannen en vrouwen die de extra mijl willen gaan, tot de brede weg te hebben verbannen.
Deze eenzijdige kijk op het leven waarbij het persoonlijke zielenheil voorrang krijgt in alles zien we ook terug in de manier waarop de (westerse) gelovige zijn Bijbel leest. De PPT (Persoonlijke Pastorale Toepassing) is de dispositie: wat kan ik eruit halen; het gaat immers om God en mij.
Gelukkig zijn er wereldwijd vele gelovigen die de kokers hebben afgegooid en veel breder zijn gaan kijken en de wereld om zich heen niet slechts zien als een bekeringsobject maar eerlijk en oprecht zoeken naar wegen om hun eigen bekering relevant te doen zijn in de wereld, die in brand staat en om voorbeelden schreeuwt van mannen en vrouwen die tonen wat ware liefde en opofferingsgezindheid is. De smalle weg is geen geïsoleerd pad dat door de boze, verleidelijke wereld loopt, maar een levensstijl midden in die wereld.
Zou ik Bunyan kado geven aan jonge, frisse gelovigen? Ik denk het niet. Het zou herschreven moeten worden en de poster aangepast. Er zouden beelden opstaan van hoe Christen zich verhoudt tot zijn medemens, zich dienend geeft en zich inspant om dat koninkrijk van God, waar hij zich al in bevindt (en niet als prijs aan het eind van de rit als beloning ontvangt), handen en voeten geeft.

Was de brede weg niet de weg van de religie met de Farizeeën en Schriftgeleerden als representanten die meenden het leven te vinden in wetten en regels? En was de smalle weg niet de weg die Christus als deur heeft en, wanneer eenmaal daardoor naar binnen gegaan, de gelovige ingaat en uitgaat en weide vindt (Joh. 10:9)? De schapen gingen overdag toch echt naar "hun werk" waar de dreiging van beren, leeuwen en wolven dagelijkse realiteit was. Het verschil was dat de Herder er bij was. Weide vinden, vandaag. Dat vind ik een mooi uitzicht.

28 juni 2010

Het wordt allemaal steeds ingewikkelder

Gisteren gesproken over "opstanding", "daarom", "werk" en "inspanningen". Als Paulus het heeft over het werk dat de Heer je te doen geeft (1 Kor. 15:58) is er het gevaar dat we dit lezen als zou Paulus het hebben over inspanningen die verricht worden in de context van "bediening". Paulus' kijk op "werk" was echter veel breder. Ook bestond er in die tijd geen "christelijk werk". Er was een groepje mannen en vrouwen die rondreisden om de boodschap van Christus uit te dragen. Om niemand tot last te zijn verrichten ze part-time niet christelijke werkzaamheden, zoals het maken van tenten, om in hun onderhoud te voorzien. Op een enkele uitzondering na hadden de gelovigen allemaal hun bezigheden die tot doel hadden om in hun onderhoud te voorzien.
Onze gedachten en praktijken omtrent werk zijn door de eeuwen heen aanzienlijk veranderd. De aard van het werk is ook veranderd. Wie had 30 jaar geleden kunnen bedenken dat AD 2010 tientallen miljoenen arbeiders de hele dag niets anders zouden doen dan naar een scherm staren en twee- tot tienvingerige bewegingen op een sleutelbord verrichten met als merkwaardig resultaat dat er aan het eind van de maand een bedrag op de bankrekening van die arbeider wordt gestort wat hem in staat zou stellen om in zijn onderhoud te voorzien?
De Korintiers hadden geen keuze tussen wat wij geestelijke en niet geestelijke arbeid zouden noemen. Er moest gewoon op het land worden gewerkt en er moest gewoon gevist worden en dat moest ook allemaal worden klaargemaakt (en uiteindelijk opgegeten). Er was helemaal niets mis met dat werk. Het was eerbaar en Paulus helpt de Korintiers om te begrijpen dat het in het leven van de gelovige om meer gaat dan alleen de vangst of de oogst. Omdat het integraal deel uitmaakt van Gods ontwerp voor mens en wereld, wordt het werk uiteindelijk voor Hem en tot zijn eer verricht.
Als ik die gedachte vast kan houden als ik in een zeer complexe wereld m'n plek inneem en arbeid verricht waarvan ik me bij tijd en wijle afvraag in hoeverre dat wat ik doe wel eerbaar is, (want, laten we wel wezen, er is veel "werk" en er zijn talloze producten die niets anders bijdragen dan argeloze burgers geld aftroggelen) zit ik nog wel op koers. Als ik daar niet of nooit bij stil sta en gewoon maar wat doe, heb ik een groter probleem. Om in zo'n complexe wereld een plek te vinden die niet mijn hele leven opeist maar me ook in staat stelt om te genieten van al dat andere dat God mij ook in dit leven geeft, is een geweldige zegen.
Enfin, het is maar een rare blog geworden.

23 juni 2010

De wind waait, hoe dan ook

Wind en fundament zijn twee beelden die in de Bijbel gebruikt worden om aan te geven hoe we in het leven staan en wat het leven met ons doet. De wind waait, hoe dan ook. Wind die altijd van een kant komt levert scheefgroei op. De boom groeit een kant op. dat kan heel lang goed gaan en er zijn talloze plaatjes op het internet te vinden die dit illustreren. Bomen waarvan de stam recht staat maar waarvan de zijscheuten en takken slechts een kant opgroeien. Zolang de wortels stevig en diep de grond in gaan en gezond blijven, kan die boom dat wel verdragen.
Het gevaar van eenzijdigheid is niet denkbeeldig in het leven van een volgeling van Christus. Een eenzijdigheid die ontstaat als het gevolg van een voorkeur voor zuidenwind bijvoorbeeld. Alleen in die wind gaan staan en steeds weer opzoeken. Dan hoor je wat je wilt horen en gaat op een gegeven moment zelfs geloven dat de wind alleen maar uit het zuiden komt.
Noordenwind is slecht.
Nu wil het geval dat de wind ook regelmatig uit het noorden waait. Moet ik die nu uit de weg gaan?
Grote bomen, evenals hoge gebouwen hebben een stevig fundament.
De trots van Rotterdam, de Euromast, staat al jaren stevig in de grond. Toch kan de top, op zo'n 160 meter hoogte, wel tot zes meter uitslaan.
De wind van cultuur, de tijdgeest, de taal beukt op onze levens in. We ervaren het niet als een beukende wind omdat dat ze subtiel en progressief waait, als een subtiel briesje dat af en toe boertjes laat, om ons er eventjes bij te bepalen dat ze er nog is.
De boom groeit echter gestaag door naar het licht; het licht van de opstanding en de verslonden dood. "Daarom", zegt Paulus, "sta pal en onwrikbaar... uw inspanningen zijn niet voor niets."
De wind waait ook vandaag. Ik sla mijn wortels dieper uit in Hem, altijd zoekend naar de plaats waar levend water is te vinden en me tegelijkertijd richtend op dat wat is beloofd.
Vrij naar 1 Korintiers 15.

22 juni 2010

Vertrouwen

Onlangs hoorde ik het verhaal aan van een collega die vertelde dat er op de werkvloer sprake is van een chronisch gebrek aan vertrouwen. Het is niet de eerste keer dat ik dit hoor. Ongeacht de aard van het werk en de filosofie van het bedrijf; gebrek aan vertrouwen is funest voor de (werk)relaties en de gezondheid van een bedrijf of organisatie.
Hoe vertaalt dat gebrek aan vertrouwen zich dan? Je krijgt een taak toebedeeld maar je "baas" kijkt voortdurend mee met wat je doet, hijgt in je nek en de beslissingen worden uiteindelijk, of door de baas genomen, of moeten altijd met hem worden overlegd.
Nu is vertrouwen niet iets dat je zomaar weggeeft want ik moet ook betrouwbaar blijken te zijn. Wat is daarvoor nodig? Stephen M.R. Covey heeft hierover een zeer inspirerend, praktisch en herkenbaar boek geschreven, "The Speed of Trust". Hij noemt vier eigenschappen, de kern die aanwezig dient te zijn en ontwikkeld dient te worden in de te vertrouwen persoon: 1) Integriteit (walk your talk), 2) Bedoelingen (motieven en gedrag), 3) Vaardigheden (talent, houding, vaardigheden, kennis) en 4) Resultaten (krijgen we dingen voor elkaar).
Zelf zou ik hieraan toe willen voegen dat, daar waar de opdrachtgever, chef, superieur of hoe je de beste man/vrouw ook wilt noemen, altijd op veilig wil spelen en niet bereid is om risico's te nemen (iemand vertrouwen draagt altijd een risico in zich), het vertrouwen als afwezig of op z'n hoogst als heel laag wordt beleefd.

Ik moest hieraan denken in de context van Jezus die zijn discipelen de opdracht geeft om voor "de kudde" te zorgen. Hij geeft minimale instructies, een hulplijn en draagt de zaak na een te korte inwerkperiode al aan hen over. Vervolgens vertrekt hij.
Zullen de discipelen succesvol zijn? Te allen tijden integer blijken te zijn? Altijd de beste bedoelingen hebben? Hebben ze de juiste opleiding en kunnen ze een blijk van in en door de praktijk geoefende vaardigheden tonen? Zijn de resultaten om over naar huis te schrijven? De geschiedenis leert dat ze op alle terreinen tekortschieten. Desondanks is er vandaag wereldwijd een zeer grote kudde.
Als we wachten tot wij vinden dat mensen voldoende betrouwbaar zijn om een taak of opdracht aan te delegeren, gebeurt er niet zoveel. Covey schrijft goede dingen en ik heb veel aan zijn boek, maar net als de talloze andere boeken over management en leiderschap wordt er een veel te rooskleurig beeld geschetst van de (mogelijke) werkelijkheid. De lat wordt meteen onneembaar hoog gelegd.
Ja, ik span me in om betrouwbaar te blijken maar ben ongelooflijk blij dat Jezus vanaf dag een me al een opdracht toevertrouwde. Getuige zijn. Ik kende "het bedrijf" nog helemaal niet, maar mocht het meteen al vertegenwoordigen. Dat in mij gestelde vertrouwen doet iets bijzonders met me. Het in mij gestelde vertrouwen werkt in mij uit dat ik het vertrouwen waard zal blijken te zijn. Het maakt me beretrots dat bij Jezus iedereen mag meedoen.


20 juni 2010

Sorry, vergeten...

De inlogcode en het wachtwoord waren zo eenvoudig dat ik besloot dat ik ze niet ergens hoefde vast te leggen. Daar gebruik ik normaliter (en meteen) het kleine programma Keepass voor, een geweldig hulpmiddel voor iedereen die geen fotografische geheugen heeft en dreigt om te komen in de zich opstapelende codes, wachtwoorden en pincodes. Ik heb daar veel plezier van. Maar dan moet je de gegevens er wel in opslaan! Duhh!
Toch trap ik er regelmatig weer in: "O, deze onthoud ik wel." Een dag later ben ik alweer vergeten welke website het ook al weer was of waar ik me verzekerd heb tegen brand en opstalschade.
Ja, en nu ben ik geblokkeerd. Kan ik niet meer bij m'n spullen! Moet ik gaan bellen.
Zo heb ik ook een logische structuur voor het archiveren van mijn mails en documenten. Althans, logisch op het moment van opslaan. Een dag later heb ik geen idee meer waar ik het ook al weer had opgeslagen. Meestal zoek ik dan eerst in de prullenbak of gebruik de zoekfuncties die mijn computer argeloze en naïeve gebruikers zoals ondergetekende ter assistentie aanbied.

Waar het me om gaat is dit. Dit soort akkefietjes leert me dat ik zaken nooit voor lief kan nemen en dat ik nog heel ver verwijderd ben van een perfect set gereedschappen dat me veilig en fluitend door het leven navigeert.
Donderdagochtend jogde ik zo'n acht kilometer door de achterhoek. Het was nog vroeg en ik was alleen (er is daar niet zo veel verkeer). Rennend over zandpaadjes en langs de akkers en velden werd ik me opeens bewust van het feit dat, waar ik vroeger stil zou gaan staan om de geur van gemaaid gras tot in de krochten van mijn ziel op te snuiven, ik er letterlijk aan voorbijging. Het leek me niets te doen. Later reflecteerde ik op het ontbreken van een reactie en concludeerde dat ik met teveel dingen bezig ben. M'n hoofd zit zo vol dat de broodnodige prikkels die me helpen om volop van het leven te genieten mijn zintuigen niet lijken te bereiken. Een wit bord met rode rand verscheen op mijn netvlies: "Let op, gevaar."
Het leven is te kort om mezelf te veroorloven om te vergeten en zo druk te zijn met van alles en nog wat (en het zal allemaal best wel belangrijk zijn) dat de code die toegang geeft tot het genieten zo diep is weggezakt dat hij niet meer lijkt te werken. Keepass mag dan een hulp zijn bij triviale zaken die de zakelijke kant van het leven helpt organiseren; als ik de code die me toegang geeft tot het genieten niet meer herinner, heb ik een groter probleem. Ik ga ermee aan de slag! Dat wordt bellen met de Auteur van het leven zelf.

18 juni 2010



U I T N O D I G I N G


Martijn den Ouden

leest voor uit

Melktanden

op donderdag 24 juni

van 15.30 uur tot 15.40 uur
van 15.45 uur tot 15.55 uur
van 16.00 uur tot 16.10 uur
van 16.15 uur tot 16.25 uur

in de Engelse kerk op Begijnhof 48 in Amsterdam

vanaf 16.30 uur is er een afsluitende borrel in café De Engelse Reet

Begijnensteeg 4 in Amsterdam

U bent van harte welkom!



Losse snaar

Lees onze nieuwsbrief hier.


Gisterenavond laat waren Martha en ik weer thuis, na drie dagen op de Betteld in Zelhem te hebben doorgebracht. Vijf studies in Maleachi, het laatste Bijbelboek in het Oude Testament. De parallellen met de tijd waarin wij leven liggen voor het oprapen. Hoe ga je om met een belofte die maar niet lijkt te worden ingelost. De verlosser zou komen. Maar de opa's en de oma's, en hun opa's en oma's en later zagen ook hun kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen zagen het maar niet gebeuren. Lang geleden beloofd en de inlossing ervan zou nog honderden jaren dure. Hoe blijf je dan geestelijk bij de les? Hoe blijf je scherp en hoe richt je je leven in als zou de belofte vandaag ingelost worden.
Je zou bijna gaan twijfelen aan de belofte en het hele leven kan zomaar z'n glans verliezen. Onrecht, ontrouw en misbruik lijken geen gevolgen te hebben en het zou zomaar een vrijbrief kunnen worden om er maar op los te leven. En dat is precies at er gebeurde.
Moreel verval en compromissen tekenen de tijd. De voorbeelden van de deskundigen, de priesters, die toch het venster op God waren, zijn met modder besmeurd.
Misschien heb ik het mis maar wat ik in de moderne christelijke wereld zie is een haast spastische overdrijving van de triomf die ten koste gaat van de werkelijkheid waarin de mens leeft. Tragedie lijkt her en des te worden weggepoetst of zelfs ontkend.
Daar waar we ons als volk bevinden tussen tragedie en triomf is de boodschap van Immanuel, God met ons, van groot belang. Laten we wel wezen, God neemt niet alle pijn weg, slechts enkelen ervaren dramatische genezing en we blijven te maken hebben met verlies, onrecht, misbruik, verdeeldheid en noem maar op.
Wat het leven "op spanning" houdt is de polariteit van "gedenken" aan de ene kant en "zien" aan de andere kant. Dat is de oproep van Maleachi. We mogen nooit vergeten waar we vandaan komen en hoe God het leven heeft bedoeld. Maar dat mag niet los staan van de hoop. Deze polariteit komen we in de allerlaatste twee verzen van het Bijbelboek tegen.
Ds. Dick van Keulen zei het zo in de kerstdienst van 25-12-1996, "Een christen die niet terugziet op de geboorte van de Here Jezus, en tegelijkertijd uitziet naar zijn wederkomst, is als een snaar die maar aan een kant vastzit; je kunt er niets mee. Een christen die dit wel doen, is als een strakgespannen snaar en kan door God worden bespeeld."


15 juni 2010

Via Duitsland naar Nederland

Ik ging zo op in mijn enthousiaste uitleg aan Martha over wat ik geleerd had aangaande Organisational Systems, dat ik de afslag Doetinchem miste en we ons vervolgens in Duitsland bevonden.
Gemengde gevoelens bekropen me:
1. Blijdschap en dankbaarheid dat ik nog enthousiast kan zijn over zoiets als Organisational Systems.
2. Teleurstelling dat ik na bijna 50 jaar aardse omzwervingen nog steeds niet kan 'multi-tasken.'
3. Nadat Martha kort daarop in de tuin naast ons chalet een uil zag die nep bleek te zijn, kwamen we stilzwijgend overeen om deze gebeurtenissen niet door te vertellen, zo van 'wie mist nu de afslag Doetinchem' en 'Wie ziet nu niet het verschil tussen een echte en een kunstuil?' Alleen de bloglezers mogen het weten, die doen dit soort dingen zelf niet maar hebben begrip voor hen die dat wel doen.
Zometeen m'n eerste studie (van vijf) over Maleachi. Of was het Zacharias? Ik kan zomaar een afslag gemist hebben.

14 juni 2010

Wat voor soort ben ik...

Een van de "dingen" die ik reuze interessant vind is het temperamentenonderzoek. Of dat nu het DISC profiel is of de Meyers Brigs Type Indicator maakt me niet zoveel uit. Het is niet dat zo'n temperamnetenonderzoek het laatste woord zegt over mensen maar het is een zeer nuttig stukje gereedschap dat een leider helpt om beter te begrijpen hoe teamleden zich tot elkaar en de wereld verhoude, wat hun (onbewuste) voorkeuren zijn in hoe ze samenwerken, wie je het beste voor iets kunt vragen en hoe.
Goed, ik heb daar een flink aantal (werk)boeken over en het beste boek dat ik in huis had en heb uitgeleend, heb ik nooit meer teruggekregen. Tegenwoordig houd ik een lijstje bij met de namen van wie welke titels geleend heeft. Na twee oproepen in deze blog heb ik m'n conclusies getrokken: a) de dief is geen bloglezer en b) het boek is voor eeuwig verloren.
Twee weken geleden het boek toch maar weer besteld. Direct maar tien exemplaren gedaan. Er zijn vast wel liefhebbers voor te vinden.
Interesse? Het is gebaseerd op de Myers Brigs Type Indicator Kost bij mij 15 euri.

De papeloze kerk

Lees onze meest recente nieuwsbrief hier.

Er is in Nederland geen enkele reden om nog hagenpreken of, "papeloze kerken", te houden. De katholieke kerk is, in Nederland, al heel lang geleden gestopt met het tegenhouden en verbranden van calvischten die illegale bijeenkomsten tussen de koeien belegden. Enkele redenen die je kunt bedenken om ze nog te organiseren zijn:
1) het historisch besef van de hoge tol die onze godsdienstvrijheid eiste in leven houden en deze te gedenken
2) de hoop dat achteloze voorbijgangers blijven plakken en "toch iets meekrijgen"
3) de pogingen van de evangelisatiecommissie om iets te doen dat ook leuk is voor het eigen volk en enkelen hopelijk activeert tot praktische betrokkenheid
4) dat Nederlanders een behoefte voelen om dingen te organiseren.

Zo verliepen de 5 kwartier tussen de de koeien achter ons en een boomhaag rondom ons, en met behulp van een vrijwel windstille zondagmiddag en een zonnetje dat z'n best deed om achter de wolken vandaan te komen, zeer aangenaam. Geen enkele vijandige katholiek te bespeuren en omdat we ver genoeg van de weg af zaten om ook de achteloze voorbijganger nog te kunnen treffen, was het voornamelijk de eigen parochie die op kwam draven.
De enige bedreiging zou kunnen komen uit de op hele noten zingende mannen en vrouwen die op een steenworp afstand hun zondagmiddagdienst hadden. Dat was zo'n beetje de enige zorg die ik had toe het koperensemble, dat was opgetrommeld om de zang te begeleiden, aansloeg! De leden van het ensemble deden hun best om ingetogen te spelen maar kopergeluiden dragen ver, met name bij windstilte.
Onder andere het verhaal verteld van Kadidje, een gemeenteleidster die ik in Noord Afrika ontmoette. De kleine huisgemeente zou alleen maar kunnen dromen van een hagenpreek. Totdat er een kritische massa is die groot genoeg is voldoende druk uit te oefenen, is de kleine, kwetstbare kerk in Noord Afrika gedoemd om strikt in het geheim bijeen te komen. Ik vroeg haar wat de grootse uitdaging was voor die kleine, jonge kerk? Ze vertelde me:
  • Gebrek aan vrijmoedigheid
  • Gebrek aan eenheid
  • Woorden en daden spreken niet dezelfde taal.
Dit verraste me. Ik had verwacht dat waar een kerk klein en kwetsbaar is, de gelovigen als bijna vanzelfsprekend een eenheid zouden vormen en, omdat men wel degelijk de kosten voor het volgen van Christus berekent alvorens te besluiten om Hem te volgen, zal, als gevolg van zo'n ingrijpende beslissing en de daaropvolgende transformatie het verlangen om die boodschap te delen met anderen, ook wel een vanzelfsprekendheid zijn. Ik zat er helemaal naast. Ik heb daar vaak en lang over nagedacht. Hoe kan dat nou? Het antwoord is simpel en ontnuchterend: het zijn ook maar gewone mensen!

terug naar de Haag. Na afloop nog wat doorgepraat met enkele leden van de evangelisatiecommissie. "Hoe bereiken we de ongelovigen nog? Mensen zijn niet enthousiast te krijgen voor dit soort initiatieven." Mijn antwoord is simpel: "wacht niet totdat de mensen naar jou toekomen maar ga naar ze toe. Waar jeukt het? Waar moet er gekrabt worden? Inventariseer en kom in actie. Heb lief en dien."

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...