09 januari 2013

Een redelijk pruimbaar mens

Ik heb bepaalde ideeën over hoe ik vind dat God met mij om moet gaan. Het zou super christelijk zijn om te zeggen dat ik niet anders verwacht dan door Hem in de hel geworpen te worden. Immers er is niemand die goed doet, zelfs niet één en goeddoen blijkt de norm te zijn voor een plekje bij de Vader. Ik verdien niets anders dan straf want ik ben slecht en de toorn van God openbaart zich over alle ongerechtigheid van mensen, dus ook die van mij. Bovendien zoek ik hem niet echt, net zomin als enig ander mens God zoekt.
De paragraaf hierboven is gemakkelijk te onderbouwen met de betreffende verwijzingen naar de plaats in de Bijbel waar we ze tegenkomen.
De wat zwaar op de hand zijnde gelovige zal hier de nadruk op leggen. Verlossing is mogelijk maar alleen op initiatief van God die voor de schepping van de wereld al bepaald heeft wie er gered zijn en verloren gaan. Ook deze dubbele uitverkiezing kan Bijbels onderbouwd worden en roept een lawine aan vragen op.
De mens zou door God tot een punt van volkomen radeloosheid en hulpeloosheid worden gebracht (door God geslagen vanwege zijn koppigheid) en op dat allerlaagste punt zou het mogelijk zijn dat God tot redding overgaat (mits de geslagenheid echt is).

Nu lees ik in Kolossenzen 4 dat Paulus de meesters oproept om rechtvaardig en billijk tegenover hun slaven te zijn in het besef dat ze zelf ook een Meester in de hemel hebben.
Tja, als mijn beeld van de Meester in de hemel is dat hij erop uit is om me te breken en een dergelijke behandeling ook voor mezelf verwacht, dan mocht je wensen dat je nooit voor mij zou moeten werken. Het zou een hel zijn.

Het Evangelie is zo belangrijk omdat het alle scheve relaties weer rechttrekt; de relatie tussen God en de (dolende) mens en de relatie tussen de mensen onderling.Vanuit het volbrachte werk van Christus verhouden we ons nu op een nieuwe manier tot God en elkaar waarbij Paulus in deze context zegt dat die relaties worden gekenmerkt door rechtvaardigheid (dat wat juist is) en billijkheid (gelijkheid). Hoe we deze woorden inhoud geven en waaraan we deze ijken is niet geheel onbelangrijk. Juistheid en gelijkheid zijn begrippen die met de tijd veranderen, verschillen per cultuur en waar iedereen weer een andere idee over, en beeld bij heeft. Die ijking is van groot belang en daarbij ontkom je niet aan de Bijbel die deze begrippen de juiste lading en instructies aangaande de uitvoering ervan geeft.
De verlossing staat centraal. Die doet iets met je. Verandert je van een boze, zure, zelfgericht individu in een redelijk pruimbaar mens waar goed mee te leven en te werken is.

08 januari 2013

Expres kwaad doen

He, eindelijk iemand die niet en nooit discrimineert! God maakt geen onderscheid en dus zal wie kwaad doet, voor dat kwaad boeten (Kol. 3:25).
In het systeem van de wereld spelen macht, invloed en geld een vaak doorslaggevende rol bij rechtspraak en handel. En zo'n systeem kan zomaar eeuwen bestaan. Het lijkt erop dat India en China zich op een kantelpunt bevinden. India inzake de rechten en de positie van de vrouw en China inzake een overheid die het nieuws decennia lang heeft bepaald.
Een plaatselijke politie leider in India krijgt nu op z'n bliksem nadat hij een huis is binnengegaan om (zo wordt verondersteld) een vrouw te verkrachten.
Machtigen in China stellen heel wat in het werk om het beeld dat de wereld van China heeft te bepalen. Wellicht dat de huidige revolte daar voor een belangrijk deel een eind aan zal maken, hoewel het slechts één kwaad aanpakt. De willekeur in censuur is hier te zien.

Het kwaad trekt vroeger of later aan het kortste eind en God maakt geen onderscheid.

Misbruik in werk- en familierelaties (de context waarin dit vers in Kolossenzen staat) is kwaad op microniveau en wordt, omdat het zo dichtbij is, het diepst gevoeld. Waar vertrouwen en veiligheid verwacht mag worden en men in plaats daarvan onzekerheid en onveiligheid krijgt is de schade denk ik ook het grootst.  Beschaamd vertrouwen herstelt zich niet zomaar en kwaad gaat vaak lange tijd ongestraft.
Is er dan eigenlijk wel zoiets als gerechtigheid?
Ik denk regelmatig na over de beloofde wederkomst van Christus. Ik ben niet zo iemand die "maar niet kan wachten" totdat het eindelijk zover is. In ieder geval niet voor mezelf. Tegelijkertijd bid ik vaak in stilte "Heer, kom spoedig, zodat aan onrecht, misbruik, leugen, bedrog en kwaad een eind zal komen."
De wetenschap dat God niet afgekocht kan worden en er bij Hem geen aanzien des persoons is, stelt gerust; het kwaad blijft niet ongestraft!

07 januari 2013

Voet tussen de deur

Afgelopen zaterdag twee alleraardigste Jehova getuigen aan de deur gehad. Zoals gewoonlijk een tweetal waarvan een oude rot in het vak (een ietwat sjofel geklede Rotterdammer met een stukje wc papier aan een vers bij het scheren opgelopen jaapje geplakt) en de ander een relatief nieuwe getuigen (zeer keurig en smaakvol geklede jongeman van niet Nederlandse komaf). Het script van de week schreef voor dat de naam van God verspreid moest worden en na een korte inleiding werd de vraag gesteld of ik eigenlijk wel wist dat God een naam heeft en, zo ja, wat die naam volgens mij zou zijn.
Mijn antwoord: "JHW, maar dat spreekt zo moeilijk uit dus noem ik Hem hemelse vader," wisten de twee maar moeilijk te pareren dus gingen we over tot een aantal standaard onderwerpen: bloed, leger, politiek en het Koninkrijk. Ook de Paus met zijn vermeende opmerkingen over homoseksualiteit kwam nog even aan bod en hoe erg het was dat hij de Bijbel niet had geciteerd.
Zo'n vijftien minuten in het gesprek, wat overigens constructief en aangenaam verliep, was het mij nog steeds niet duidelijk wat men nu precies van me wilde dus besloot ik het te vragen: "Jullie geven je zaterdag op om deur aan deur over de naam van God te spreken maar wat willen jullie nu precies van mijn? Wat moet er gebeuren willen jullie kunnen zeggen dat het een goed gesprek was en dat mijn naam en adres wordt genoteerd als een "high potential." Er volgde toen een verhaal over de juiste leer en de juiste kerk.
"Maar hoe zit het met mijn ziel? Hoe zit het met mijn behoud? Wat moet ik doen om uit dit verkeerde geslacht behouden te worden?"
Ze weten het echt wel, hoor. Ze weten precies hoe het zit met de door God gegeven middelaar, Jezus Christus en dat de basis van behoud alleen in het geloof in die middelaar te vinden is.
"Maar waarom praten jullie daar dan niet over," was mijn logische vervolgvraag? "Waarom zo hameren op de juiste naam, de juiste leer en  de juiste kerk terwijl je diep van binnen weet dat het daar niet echt om gaat?"
Het lijkt wel alsof er bij mijn van JHW getuigende vrienden een waas over de kern van het Evangelie ligt en dat men zich verliest in betogen over secundaire zaken en die kern dus verborgen blijft.
Wel, om een lang verhaal kort te maken, ik heb met hen over Christus gesproken en werd steeds enthousiaster. Wild gebarend en naar een willekeurige plek aan de hemel wijzend, moedigde ik hen aan: "spreek over Christus, en over Hem alleen."
Of het heeft geholpen weet ik niet. Ik zal het mijn buren eens vragen.
Laten we wel wezen, het blijft moeilijk om van een leer af te stappen en een relatie aan te gaan en daarover te spreken.
Mijn deur en hart zullen wijd open gaan voor deze opmerkelijke, wereldvreemde (dat zullen ze zeker als compliment beschouwen) en goedbedoelende vrienden.

04 januari 2013

Wie is de meester?

Over het idee dat "alles" slechts zelden "alles" betekent heb ik eerder een blog geschreven. Een belangrijk vers waar we een dergelijke uitspraak tegenkomen is Kolossenzen 3:23, "Wat u ook doet, doe het van harte, als was het voor de Heer..." Als zo'n uitspraak uit de context wordt gelezen en toegepast, dan ligt misbruik voor het oprapen. Er is de brede context van het koninkrijk van God waarin zaken zoals diefstal, lust, moord, oppotten, misbruik en dergelijke wordt uitgesloten. Je kunt niet "als voor de Heer" van harte misbruik plegen. Zo valt er al een flink brok af van zaken die als voor de Heer kunnen worden gedaan.
Dan zou je vervolgens naar de wat neutralere zaken van het leven kunnen kijken. Kun je bijvoorbeeld van harte, als voor de Heer boodschappen doen, fietsen, scheren of naar de kapper gaan?
Wordt al wat ingewikkelder omdat er dan ethische overwegingen een rol gaan spelen. Een knipbeurt bij de kapper, daar is niets mis mee. Maar het wordt ingewikkelder wanneer iemand vele honderden euro's per jaar besteed aan kapbeurten. Het is natuurlijk ieders eigen verantwoordelijkheid maar ik hoop toch dat iemand die zich schuldig maakt aan buitensporig kapperbezoek dat niet niet langer van harte en als voor de Heer kan doen en zich voldoende schuldig voelt om de kapbeurten in ieder geval te compenseren door een royale overmaking te doen naar een goed doel.
Het "wat u ook doet, doe het van harte en als voor de Heer", staat in de context van hoe we ons verhouden tot anderen in huwelijk, gezin en arbeid. 
De ware Meester die de gelovige dient is Christus en Paulus wil duidelijk maken dat als dat echt waar is, die dienstbaarheid zichtbaar zal moeten zijn in de relaties die er echt toe doen en waar we dagelijks mee te maken hebben. 
Ik droom er wel eens van; hoe het leven eruit zou zien als ik dat dienen op een gezonde manier onder de knie zou hebben en wat voor effect dat zou hebben op mijn directe omgeving.
Het was Christus die op de vraag wie het belangrijkste is in het koninkrijk, een kind aan de vrager presenteerde en zei dat wie (zulk) een kind in Zijn naam ontvangt, Hem ontvangt (Mat. 18:15).
Dat helpt me om om zo'n potentiële meta-tekst (al wat u doet) in de juiste en doenbare vorm te begrijpen en m'n huiswerk voor vandaag helder voor ogen te houden.

03 januari 2013

Kerkgang kan de kans op ongelukken vergroten

De afgelopen weken de (christelijke) fora in binnen- en buitenland weer eens afgestruind. Wat opvalt zijn de koppen waarmee potentiële lezers verleid worden om tot het lezen van gekopt artikeltje over te gaan.
Luchtige niemendalletjes worden tot semi-spektakel verheven. De titel van deze blog is daar een voorbeeld van. Het impliceert dat kerkgang gevaarlijk kan zijn. De kans dat iemand fietsend, lopend of anderszins bewegend richting kerk een ongeluk krijgt is vele malen groter dan wanneer iemand besluit om veilig in bed te blijven. Of in bed blijven beter is voor de gezondheid op lange termijn is echter nog niet onderzocht maar me dunkt dat een gezonde wandeling of fietstocht een fractie beter is voor de mens dan passief liggend de aderen nog wat dichter te laten slibben.
De kunst is om het woordje "kan" strategisch te gebruiken. Je beweert iets zonder dat je die bewering hoeft te staven. Ieder logische denkend mens kan je bewering volgen en er ja op zeggen, waarop zonder uitzondering een "maar" zal volgen.
Zo kan niemand ontkennen dat mijn bewering dat kerkgang de kans op ongelukken vergroot waar is, als dit wordt afgezet tegen het alternatief van veilig thuis op bed blijven liggen. De "Maars" stapelen zich echter meteen op. Eén "maar" heb ik al genoemd en het vergt niet al teveel fantasie om er her en der nog wat te vinden.

Bestaat er eigenlijk wel zoiets als objectief nieuws? De wetenschap pretendeert een grote mate van objectiviteit te betrachten bij het vergaren en publiceren van kennis maar regelmatig kunnen we lezen over gemanipuleerde onderzoeken en/of deelnemers met persoonlijke belangen bij een positieve of negatieve uitslag. Het objectieve gehalte van wetenschappelijke onderzoek en uitspraken is relatief.

Het ergst zijn de ankermannen en -vrouwen die verslaggevers ter plekke de vraag stellen: "wat denk jij dat er gaat gebeuren?" Troost hierbij is dat niet langer de schijn van objectiviteit in stand wordt gehouden. Het is helder dat er om een persoonlijke mening wordt gevraagd.  Niet dat die mening er niet toe doet want ik vertrouw erop dat het een ietwat beter geïnformeerde mening is dan de mijne maar feitelijk maakt het mij geen fluit uit wat de beste man of vrouw ervan vindt. De 500 zenders moeten echter de ether blijven vullen dus heeft men geen keuze. Bij gebrek aan deskundigheid en er toe doende informatie worden we opgezadeld met quasi informatie: "het zou kunnen dat..."
Ik zie nog de pathetische verslaggevers bij de poort van het Catshuis staan. Door hun baas erop uit gestuurd om een mogelijk nieuwtje te vangen en vervolgens te etheren; het zou kunnen zijn dat er iets gebeurt!

"Kan" blijft een sterkere invloed hebben op ons denken en gedrag dan we wellicht zouden willen. Stel je eens voor dat ik alle predikanten en voorgangers zo ver zou kunnen krijgen dat ze een maand lang twee keer in iedere preek deze zin zouden gebruiken:  "Het zou zomaar kunnen dat de wereld in 2013 vergaat." Ik ben geen profeet maar het zou zomaar kunnen dat we het massaal voor waar zouden aannemen. En dat moet ook wel want ieder weldenkend mens weet dat het zomaar zou kunnen.

02 januari 2013

Kruiperigheid


De apostel Paulus roept in Kolossenzen de slaven op om hun meesters niet naar de ogen te zien. Dat is best wel een lastige opdracht omdat een slaaf (werknemer) in een afhankelijkheidsrelatie tot zijn heer (werkgever) staat. De slaaf doet voldoende z'n best om de werkgever te bewegen om de relatie in stand te houden. Geen relatie, geen brood. Dus slikt de slaaf dingen en zwijgt, of meet zich een kruiperige houding aan om bij de heer in een beter blaadje te komen staan. Mocht dit de goedgezindheid van de meester afdwingen, dan staan daar privileges tegenover. In Nederland hebben we het e.e.a. in CAO's geregeld en genieten zowel slaaf als heer een mate van bescherming en regulering van de relatie.
Toch menen velen dat het een betere optie is om niet voor een baas te werken en worden zelfstandig, gestimuleerd door een overheid die de illusie van economisch onafhankelijke individualiteit najaagt. De slaaf is uiteindelijk slechter af omdat enige mate van bescherming nu ontbreekt. De begeerde vrijheid mondt uit in een schijnvrijheid. Feitelijk is er ook niet zoveel veranderd. De slaaf is nu afhankelijk van de opdrachten die hij weet binnen te halen en daarvoor is een bepaalde mate van kruiperigheid gewenst. Je voegen naar de fratsen van een heer die weet dat hij iets heeft wat jij nodig heeft, vraagt om een redelijk groot slikvermogen.
Waar het goed werkt is als de heer behept is met een gezonde mate van weldoenerigheid en gelooft in een gelijkheidsbeginsel.
Dat gelijkheidsbeginsel is een van de kernwaarden die we in de Bijbel tegenkomen. We zijn allemaal gelijk en behoren elkaar ook als zodanig te behandelen. De heer misbruikt zijn slaven niet en de slaven doen niet aan kruiperigheid.
Het vraagt van betrokken partijen dat ze stevig in hun mensenschoenen staan en afgerekend hebben met alle manifestaties van afhankelijkheid die er in hun leven aanwezig kunnen zijn. De heer die verliefd is op zijn mach of geld, moet die liefde afleggen en de slaaf die zich meent te kunnen verheffen boven andere slaven door kruiperig te gaan lopen doen, kapt daarmee.
Het evangelie maakt de mens weer mens zoals God het heeft bedoeld. Dat maakt de opdracht van Paulus niet persé eenvoudiger maar het verschaft wel het juiste perspectief. Wanneer partijen die menselijk gezien een sterke afhankelijkheidsfactor kennen, de hang naar kruiperigheid en misbruik herkennen en erkennen en resoluut zijn in het elkaar behandelen als gelijken, is een gezonde werkrelatie opeens mogelijk.
De Bijbels schakelt nog een versnelling door (de overdrive) en dat is het principe dat de een de ander uitnemender acht dan zichzelf. Waar dat gepraktiseerd wordt, zien we een klein stukje hemel.

11 november 2012

Gedaanteverwisseling

Gisteren Kafka's De Gedaanteverwisseling gratis bij de Volkskrant gekregen en nog dezelfde dag dit gegeven paard meteen maar in de bek gekeken en gezien dat het goed was. Dun boekje (60 blz). Je leest het zo uit. Een wat bizar verhaal maar je blijft lezen omdat je moet weten hoe het afloopt.

Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.

Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.

Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.

Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.

Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.

09 november 2012

Geld en zending

De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.

De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.

Image: Martijn den Ouden, 1993
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.

Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.

De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat  er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.

04 november 2012

Dopen

Vanmiddag een doopdienst. Vier volgelingen van Jezus willen hun beslissing om Hem te erkennen en belijden als Heer verankeren in deze rite.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling  zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.

Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel  eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.

Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat  tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.

Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.

"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...