De afgelopen weken de (christelijke) fora in binnen- en buitenland weer eens afgestruind. Wat opvalt zijn de koppen waarmee potentiële lezers verleid worden om tot het lezen van gekopt artikeltje over te gaan.
Luchtige niemendalletjes worden tot semi-spektakel verheven. De titel van deze blog is daar een voorbeeld van. Het impliceert dat kerkgang gevaarlijk kan zijn. De kans dat iemand fietsend, lopend of anderszins bewegend richting kerk een ongeluk krijgt is vele malen groter dan wanneer iemand besluit om veilig in bed te blijven. Of in bed blijven beter is voor de gezondheid op lange termijn is echter nog niet onderzocht maar me dunkt dat een gezonde wandeling of fietstocht een fractie beter is voor de mens dan passief liggend de aderen nog wat dichter te laten slibben.
De kunst is om het woordje "kan" strategisch te gebruiken. Je beweert iets zonder dat je die bewering hoeft te staven. Ieder logische denkend mens kan je bewering volgen en er ja op zeggen, waarop zonder uitzondering een "maar" zal volgen.
Zo kan niemand ontkennen dat mijn bewering dat kerkgang de kans op ongelukken vergroot waar is, als dit wordt afgezet tegen het alternatief van veilig thuis op bed blijven liggen. De "Maars" stapelen zich echter meteen op. Eén "maar" heb ik al genoemd en het vergt niet al teveel fantasie om er her en der nog wat te vinden.
Bestaat er eigenlijk wel zoiets als objectief nieuws? De wetenschap pretendeert een grote mate van objectiviteit te betrachten bij het vergaren en publiceren van kennis maar regelmatig kunnen we lezen over gemanipuleerde onderzoeken en/of deelnemers met persoonlijke belangen bij een positieve of negatieve uitslag. Het objectieve gehalte van wetenschappelijke onderzoek en uitspraken is relatief.
Het ergst zijn de ankermannen en -vrouwen die verslaggevers ter plekke de vraag stellen: "wat denk jij dat er gaat gebeuren?" Troost hierbij is dat niet langer de schijn van objectiviteit in stand wordt gehouden. Het is helder dat er om een persoonlijke mening wordt gevraagd. Niet dat die mening er niet toe doet want ik vertrouw erop dat het een ietwat beter geïnformeerde mening is dan de mijne maar feitelijk maakt het mij geen fluit uit wat de beste man of vrouw ervan vindt. De 500 zenders moeten echter de ether blijven vullen dus heeft men geen keuze. Bij gebrek aan deskundigheid en er toe doende informatie worden we opgezadeld met quasi informatie: "het zou kunnen dat..."
Ik zie nog de pathetische verslaggevers bij de poort van het Catshuis staan. Door hun baas erop uit gestuurd om een mogelijk nieuwtje te vangen en vervolgens te etheren; het zou kunnen zijn dat er iets gebeurt!
"Kan" blijft een sterkere invloed hebben op ons denken en gedrag dan we wellicht zouden willen. Stel je eens voor dat ik alle predikanten en voorgangers zo ver zou kunnen krijgen dat ze een maand lang twee keer in iedere preek deze zin zouden gebruiken: "Het zou zomaar kunnen dat de wereld in 2013 vergaat." Ik ben geen profeet maar het zou zomaar kunnen dat we het massaal voor waar zouden aannemen. En dat moet ook wel want ieder weldenkend mens weet dat het zomaar zou kunnen.
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
03 januari 2013
02 januari 2013
Kruiperigheid
De apostel Paulus roept in Kolossenzen de slaven op om hun meesters niet naar de ogen te zien. Dat is best wel een lastige opdracht omdat een slaaf (werknemer) in een afhankelijkheidsrelatie tot zijn heer (werkgever) staat. De slaaf doet voldoende z'n best om de werkgever te bewegen om de relatie in stand te houden. Geen relatie, geen brood. Dus slikt de slaaf dingen en zwijgt, of meet zich een kruiperige houding aan om bij de heer in een beter blaadje te komen staan. Mocht dit de goedgezindheid van de meester afdwingen, dan staan daar privileges tegenover. In Nederland hebben we het e.e.a. in CAO's geregeld en genieten zowel slaaf als heer een mate van bescherming en regulering van de relatie.
Toch menen velen dat het een betere optie is om niet voor een baas te werken en worden zelfstandig, gestimuleerd door een overheid die de illusie van economisch onafhankelijke individualiteit najaagt. De slaaf is uiteindelijk slechter af omdat enige mate van bescherming nu ontbreekt. De begeerde vrijheid mondt uit in een schijnvrijheid. Feitelijk is er ook niet zoveel veranderd. De slaaf is nu afhankelijk van de opdrachten die hij weet binnen te halen en daarvoor is een bepaalde mate van kruiperigheid gewenst. Je voegen naar de fratsen van een heer die weet dat hij iets heeft wat jij nodig heeft, vraagt om een redelijk groot slikvermogen.
Waar het goed werkt is als de heer behept is met een gezonde mate van weldoenerigheid en gelooft in een gelijkheidsbeginsel.
Dat gelijkheidsbeginsel is een van de kernwaarden die we in de Bijbel tegenkomen. We zijn allemaal gelijk en behoren elkaar ook als zodanig te behandelen. De heer misbruikt zijn slaven niet en de slaven doen niet aan kruiperigheid.
Het vraagt van betrokken partijen dat ze stevig in hun mensenschoenen staan en afgerekend hebben met alle manifestaties van afhankelijkheid die er in hun leven aanwezig kunnen zijn. De heer die verliefd is op zijn mach of geld, moet die liefde afleggen en de slaaf die zich meent te kunnen verheffen boven andere slaven door kruiperig te gaan lopen doen, kapt daarmee.
Het evangelie maakt de mens weer mens zoals God het heeft bedoeld. Dat maakt de opdracht van Paulus niet persé eenvoudiger maar het verschaft wel het juiste perspectief. Wanneer partijen die menselijk gezien een sterke afhankelijkheidsfactor kennen, de hang naar kruiperigheid en misbruik herkennen en erkennen en resoluut zijn in het elkaar behandelen als gelijken, is een gezonde werkrelatie opeens mogelijk.
De Bijbels schakelt nog een versnelling door (de overdrive) en dat is het principe dat de een de ander uitnemender acht dan zichzelf. Waar dat gepraktiseerd wordt, zien we een klein stukje hemel.
08 december 2012
Brood bakken, langzaam verkeer en andere zaken
Gelieve hier onze meest recente nieuwsbrief aan te treffen.
11 november 2012
Gedaanteverwisseling
Gisteren Kafka's De Gedaanteverwisseling gratis bij de Volkskrant gekregen en nog dezelfde dag dit gegeven paard meteen maar in de bek gekeken en gezien dat het goed was. Dun boekje (60 blz). Je leest het zo uit. Een wat bizar verhaal maar je blijft lezen omdat je moet weten hoe het afloopt.
Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.
Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.
Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.
Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.
Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.
Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.
Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.
Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.
Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.
Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.
09 november 2012
Geld en zending
De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.
De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.
Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.
De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.
De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.
| Image: Martijn den Ouden, 1993 |
Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.
De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.
04 november 2012
Dopen
Vanmiddag een doopdienst. Vier volgelingen van Jezus willen hun beslissing om Hem te erkennen en belijden als Heer verankeren in deze rite.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.
Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.
Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.
Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.
"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.
Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.
Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.
Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.
"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.
31 oktober 2012
Gerommel in de schaduw
Er was nogal wat kritiek op de volgelingen van Jezus die schoorvoetend (sommigen met wat meer bravoure) de door Jezus geclaimde nieuwe ruimte betraden. De traditionele feesten, het houden van de sabbat, wat je allemaal wel en niet mocht eten; het leek wel alsof ze niet zo belangrijk meer waren voor die Jezusvolgers.
Ook waren er in de nieuwe kerk volgelingen van Jezus die trouw bleven aan de eeuwenoude tradities en waren er wat aanvaringen tussen deze conservatieven en de ietwat rebelse progressieven.
En dan schrijft Paulus een brief waarin hij stelt dat de traditionele feesten, de voorschriften over wat wel en niet gegeten mocht worden en zelfs de sabbat niet meer dan schaduwen zijn van dingen die moeten komen. Dat helpt natuurlijk niet echt.
Toen er nog geen licht was, was de schaduw alles wat er was. De rijdende rechter zou hebben gezegd dat ze het daar dan maar mee moesten doen.
Maar nu was er een licht gekomen dat "werkelijkheid" heet. Al het oude wordt in dat nieuwe licht geplaatst en krijgt een andere plaats en betekenis.
Toch gaven velen er de voorkeur aan om rond te blijven rommelen in die schaduw. Waarom?
Tja, het gaf een gevoel van zekerheid en maakte het allemaal nog een beetje meetbaar. De schaduw stelt je in staat om te bepalen hoe je het doet in vergelijking met anderen. Bovendien, als God er toen "blij" mee was, zal Hij dat nu toch ook nog wel zijn.
En dan had je nog lieden die indruk maakten en velen achter zich aan wisten te slepen door een soort van gemaakte nederige houding, een geclaimd rechtstreeks contact met de onzichtbare wereld en de claim op visioenen; het maakte op velen een diep indruk.
Paulus heeft er weinig goeds over te zeggen: "het is allemaal zelfzucht en ze houden zich niet aan Christus, het hoofd."
Velen vroegen zich af of Paulus het ook zo scherp zou zeggen als hij die fijne, nederige en o zo geestelijke mannen (ja, het waren vooral mannen) zou ontmoeten. Ze dachten dat hij het dan wel zou inzien dat ze authentiek waren.
Tja, er is maar weinig veranderd. Waarom heeft de schaduw zo'n aantrekkingskracht op velen? Ik denk dat het met onzekerheid heeft te maken en het verlangen naar een meetbaar geloof. Om Christus te zien moet ik de schaduw achter me laten. Maar het voelt een beetje kaal en vooral confronterend als er niets tussen mij en Christus staat. Dan is alles zo..., ja wat is een goed woord om aan te geven wat ik bedoel... dan is alles zo zichtbaar en wordt duidelijk wie Hij werkelijk is, maar ook wie ik werkelijk ben.
Nou zeg, dat dat zomaar kan! Dat dat mogelijk is!
Daar hebben we een woord voor: Genade!
Naar Kolossenzen 2:16-19
Ook waren er in de nieuwe kerk volgelingen van Jezus die trouw bleven aan de eeuwenoude tradities en waren er wat aanvaringen tussen deze conservatieven en de ietwat rebelse progressieven.
En dan schrijft Paulus een brief waarin hij stelt dat de traditionele feesten, de voorschriften over wat wel en niet gegeten mocht worden en zelfs de sabbat niet meer dan schaduwen zijn van dingen die moeten komen. Dat helpt natuurlijk niet echt.
Toen er nog geen licht was, was de schaduw alles wat er was. De rijdende rechter zou hebben gezegd dat ze het daar dan maar mee moesten doen.
Maar nu was er een licht gekomen dat "werkelijkheid" heet. Al het oude wordt in dat nieuwe licht geplaatst en krijgt een andere plaats en betekenis.
Toch gaven velen er de voorkeur aan om rond te blijven rommelen in die schaduw. Waarom?
Tja, het gaf een gevoel van zekerheid en maakte het allemaal nog een beetje meetbaar. De schaduw stelt je in staat om te bepalen hoe je het doet in vergelijking met anderen. Bovendien, als God er toen "blij" mee was, zal Hij dat nu toch ook nog wel zijn.
En dan had je nog lieden die indruk maakten en velen achter zich aan wisten te slepen door een soort van gemaakte nederige houding, een geclaimd rechtstreeks contact met de onzichtbare wereld en de claim op visioenen; het maakte op velen een diep indruk.
Paulus heeft er weinig goeds over te zeggen: "het is allemaal zelfzucht en ze houden zich niet aan Christus, het hoofd."
Velen vroegen zich af of Paulus het ook zo scherp zou zeggen als hij die fijne, nederige en o zo geestelijke mannen (ja, het waren vooral mannen) zou ontmoeten. Ze dachten dat hij het dan wel zou inzien dat ze authentiek waren.
Tja, er is maar weinig veranderd. Waarom heeft de schaduw zo'n aantrekkingskracht op velen? Ik denk dat het met onzekerheid heeft te maken en het verlangen naar een meetbaar geloof. Om Christus te zien moet ik de schaduw achter me laten. Maar het voelt een beetje kaal en vooral confronterend als er niets tussen mij en Christus staat. Dan is alles zo..., ja wat is een goed woord om aan te geven wat ik bedoel... dan is alles zo zichtbaar en wordt duidelijk wie Hij werkelijk is, maar ook wie ik werkelijk ben.
Nou zeg, dat dat zomaar kan! Dat dat mogelijk is!
Daar hebben we een woord voor: Genade!
Naar Kolossenzen 2:16-19
30 oktober 2012
Gans naakt
![]() |
| Bij gebrek aan een kale gans hier dan maar een kale kip |
Kaalgeplukt.
Helemaal.
Gans.
Nou, hoor ik mezelf zeggen, daar is dan niet zoveel van te zien. Ik claim een volgeling van Jezus te zijn en volgens Paulus geldt dit voor alle gelovigen.
Ik kijk in de spiegel. Zie ik daar een man wiens zondige bestaan helemaal is weggeplukt?
Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als het geloof in Christus me slechts voor een deel zou ontdoen van dat zondige bestaan. Dat werkt al helemaal niet. Het idee van een soort van halve verlossing is nog absurder. Je bent vrij, of je bent het niet. Half vrij werkt niet. Alleen bij melk, kaas en yoghurt en dat soort artikelen.
Wat Paulus duidelijk wil maken is dat de verlossing in Christus volledig is. Door mijn geloof ben ik met Hem begraven en opgewekt, van een doods bestaan naar een levend bestaan overgegaan en zijn al mijn overtredingen vergeven.
Van duister naar licht.
Van zwart naar wit.
En dat allemaal via rood.
Het is groot. Zo groot dat het bijna absurd is. Ik geloof dat we daar het woord genade voor gebruiken.
29 oktober 2012
De brede rug van God
"Wat moet je doen wanneer een mens zich verschanst achter Gods brede rug?" laat Guus Kuijer Cham, een van de zonen van Noach, in zijn De Bijbel voor ongelovigen, denken.
Guus Kuijer mag dan niet geheel onomstreden zijn en zijn er tal van gelovigen die zich bij voorbaat al een mening denken te kunnen vormen zonder het boek te hebben gelezen; de vraag die Cham stelt is niet uit de lucht gegrepen. Het is alsof er een deur voor je neus wordt dichtgegooid als iemand een mededeling doet die begint met ...
"De Heer heeft me laten zien dat..."
"De Heer heeft me opgedragen om..."
"De Heer heeft me gezegd...."
Keuzes worden op basis van dit soort inzichten gerechtvaardigd en een gesprek erover is nauwelijks mogelijk.
Ik heb het dan niet over zaken die we leren door het lezen van het Woord waardoor we worden aangesproken om ons gedrag of een verkeerde houding te veranderen. De Bergrede bijvoorbeeld is een onuitputtelijke bron van gedragsveranderende triggers en hoe meer je er over leest en nadenkt, hoe meer je de Heer hoort spreken.
Ik heb het over dat vage, dat ontastbare en oncontroleerbare waarin eigenwijsheid vaak opgesloten zit en de verantwoordelijkheid voor keuzes voor een belangrijk deel naar God toe wordt geschoven.
Want wat als het fout gaat? Wie heeft het dan gedaan?
Het verbaast mij al zo lang dat veel christenen op zoek zijn naar Zijn wil voor hun persoonlijke leven. Dat komt in onze Westerse wereld vooral neer op je ding vinden en je ding doen: zelfrealisatie is een deugd geworden.
"Zending" is niet echt mijn ding," hoor ik bijvoorbeeld regelmatig. Nu ga ik even niet in op waar we het dan over hebben want "zending" is gewoon een heel raar ding en ik kan me goed voorstellen dat velen, bij het beeld wat ze daarbij hebben, daar geen trek in hebben. Daarover in een latere Blog meer.
Stel je nu eens voor dat christenen dat wat er al door de Heer gezegd is consequent in praktijk zouden brengen: Het liefhebben van de naaste als zichzelf, alle volken tot Zijn leerlingen maken, de vrijheid gebruiken om anderen te dienen....?
Voor het niet uitvoeren van wat er al is opgedragen is geen rug te vinden om achter te schuilen.
Schuilen achter de brede rug van God doe je om heel andere redenen. In Kolossenzen waren handige praters actief die mensen over wisten te halen om wat door te studeren op wat tradities hen te bieden zouden hebben. Tradities schreven voor dat lot, zin en betekenis te vinden was in de elementen. Paulus drukt hen op het hart: het is Christus. In Hem leven en bewegen wij. Achter deze waarheid is het goed schuilen.
Guus Kuijer mag dan niet geheel onomstreden zijn en zijn er tal van gelovigen die zich bij voorbaat al een mening denken te kunnen vormen zonder het boek te hebben gelezen; de vraag die Cham stelt is niet uit de lucht gegrepen. Het is alsof er een deur voor je neus wordt dichtgegooid als iemand een mededeling doet die begint met ...
"De Heer heeft me laten zien dat..."
"De Heer heeft me opgedragen om..."
"De Heer heeft me gezegd...."
Keuzes worden op basis van dit soort inzichten gerechtvaardigd en een gesprek erover is nauwelijks mogelijk.
Ik heb het dan niet over zaken die we leren door het lezen van het Woord waardoor we worden aangesproken om ons gedrag of een verkeerde houding te veranderen. De Bergrede bijvoorbeeld is een onuitputtelijke bron van gedragsveranderende triggers en hoe meer je er over leest en nadenkt, hoe meer je de Heer hoort spreken.
Ik heb het over dat vage, dat ontastbare en oncontroleerbare waarin eigenwijsheid vaak opgesloten zit en de verantwoordelijkheid voor keuzes voor een belangrijk deel naar God toe wordt geschoven.
Want wat als het fout gaat? Wie heeft het dan gedaan?
Het verbaast mij al zo lang dat veel christenen op zoek zijn naar Zijn wil voor hun persoonlijke leven. Dat komt in onze Westerse wereld vooral neer op je ding vinden en je ding doen: zelfrealisatie is een deugd geworden.
"Zending" is niet echt mijn ding," hoor ik bijvoorbeeld regelmatig. Nu ga ik even niet in op waar we het dan over hebben want "zending" is gewoon een heel raar ding en ik kan me goed voorstellen dat velen, bij het beeld wat ze daarbij hebben, daar geen trek in hebben. Daarover in een latere Blog meer.
Stel je nu eens voor dat christenen dat wat er al door de Heer gezegd is consequent in praktijk zouden brengen: Het liefhebben van de naaste als zichzelf, alle volken tot Zijn leerlingen maken, de vrijheid gebruiken om anderen te dienen....?
Voor het niet uitvoeren van wat er al is opgedragen is geen rug te vinden om achter te schuilen.
Schuilen achter de brede rug van God doe je om heel andere redenen. In Kolossenzen waren handige praters actief die mensen over wisten te halen om wat door te studeren op wat tradities hen te bieden zouden hebben. Tradities schreven voor dat lot, zin en betekenis te vinden was in de elementen. Paulus drukt hen op het hart: het is Christus. In Hem leven en bewegen wij. Achter deze waarheid is het goed schuilen.
26 oktober 2012
Hersenspoeling en hersendruppeling
Hersenspoelen is een methode waarbij bij een persoon de oude gedachte- en ideeënpatronen, inclusief zijn normen-en-waardenstelsel, wordt uitgewist en vervangen door nieuwe ("herprogrammeren") (bron: Wiki).
De wetenschappelijke basis achter het idee lijkt wat dunnetjes te zijn en er wordt verschillend over gedacht in welke mate iemand kan worden geherprogrammeerd.
Over Nederland vindt hersenspoeling in extreme zin niet vaak meer plaats. Hersendruppeling is echter de gewoonste zaak van de wereld. Zojuist heb ik mezelf volgedruppeld met Kolossenzen 2:6-7 en om het effect van de druppels te vergroten, schrijf ik de gedachten, ideeën en vragen die deze twee verzen oproepen in een dagboek op.
Uiteindelijk leiden veel druppels tot een spoeling en deze vormt en bepaalt mijn kijk op mezelf, anderen, God en de wereld. Ik kan daar heel erg geestelijk over doen maar het is niet veel meer dan een biochemisch proces. Daar doe je niet veel aan. Het gebeurt willens en wetens.
Druppels vormen mijn denken en mijn denken ligt ten grondslag aan mijn doen (Kanttekening: het is zeer wel mogelijk dat ons doen meer ons denken informeert dan andersom, maar daarover in een toekomstige Blog meer).
Het goede nieuws is dat ik kan kiezen aan welke druppels ik me blootstel.
Terwijl ik Kolossenzen 2:6-7 lees en overdenk doen de vroege druppels van vandaag (die tijdens het eten van mijn banaan en het drinken van mijn Illy expresso via de ether 'tot mij kwamen') mij nadenken en fantaseren over:
Ik probeer de druppels van me af te schudden en concentreer me op de druppels die zich vanuit Kolossenzen aandienen:
Nu ik Jezus Christus aanvaard heb als Heer behoor ik hetzelfde pad te bewandelen. Mijn wortels in Hem, bouwen op Hem en vasthouden aan Hem terwijl mijn hart overvloeit van dankbaarheid.
Dat laatste is een interessante in de context van deze Blog. Overvloeien begint bij druppelen. Zonder druppels zal er nooit iets overvloeien.
Niemand staat ongedruppelt of ongespoelt in het leven. Hoe harder iemand zegt authentiek te zijn en voor zichzelf na te denken, hoe groter de verdenking zou moeten zijn op de aanwezigheid van een emmer die danig in de weg is gaan zitten.
Het idee wat in deze afbeelding wordt geïllustreerd is deels waar. Ik schrijf "deels" omdat er m.i. nog andere zaken een rol spelen bij de vorming van een religieus bewustzijn.
Het idee impliceert echter dat niet religieuzen niet het slachtoffer zijn van georganiseerde hersenspoeling. Niet religieuzen mogen zich dan wellicht aan een minder strikt georganiseerd proces van hersenspoeling houden; ook zij kiezen bewust of onbewust voor blootstelling aan tal van druppels die samen een aardige spoeling opleveren. Waar niet religieuze en religieuze personen dat onderkennen is er zowaar een constructief gesprek mogelijk. Met elkaar en ook onder elkaar.
De wetenschappelijke basis achter het idee lijkt wat dunnetjes te zijn en er wordt verschillend over gedacht in welke mate iemand kan worden geherprogrammeerd.
Over Nederland vindt hersenspoeling in extreme zin niet vaak meer plaats. Hersendruppeling is echter de gewoonste zaak van de wereld. Zojuist heb ik mezelf volgedruppeld met Kolossenzen 2:6-7 en om het effect van de druppels te vergroten, schrijf ik de gedachten, ideeën en vragen die deze twee verzen oproepen in een dagboek op.
Uiteindelijk leiden veel druppels tot een spoeling en deze vormt en bepaalt mijn kijk op mezelf, anderen, God en de wereld. Ik kan daar heel erg geestelijk over doen maar het is niet veel meer dan een biochemisch proces. Daar doe je niet veel aan. Het gebeurt willens en wetens.
Druppels vormen mijn denken en mijn denken ligt ten grondslag aan mijn doen (Kanttekening: het is zeer wel mogelijk dat ons doen meer ons denken informeert dan andersom, maar daarover in een toekomstige Blog meer).
Het goede nieuws is dat ik kan kiezen aan welke druppels ik me blootstel.
Terwijl ik Kolossenzen 2:6-7 lees en overdenk doen de vroege druppels van vandaag (die tijdens het eten van mijn banaan en het drinken van mijn Illy expresso via de ether 'tot mij kwamen') mij nadenken en fantaseren over:
- Oorlogsmisdadigers, en met name Klaas Faber
- Eva Jinek en Leonie ter Braak
- Tatjana op haar 49ste in de Playboy
- Henk Westbroek over herfst-, winter-, lente-, en zomer depressies
- Het asymmetrische gezicht van de journaal nieuwslezeres inclusief het spleetje tussen haar voortanden.
Ik probeer de druppels van me af te schudden en concentreer me op de druppels die zich vanuit Kolossenzen aandienen:
Nu ik Jezus Christus aanvaard heb als Heer behoor ik hetzelfde pad te bewandelen. Mijn wortels in Hem, bouwen op Hem en vasthouden aan Hem terwijl mijn hart overvloeit van dankbaarheid.
Dat laatste is een interessante in de context van deze Blog. Overvloeien begint bij druppelen. Zonder druppels zal er nooit iets overvloeien.
Niemand staat ongedruppelt of ongespoelt in het leven. Hoe harder iemand zegt authentiek te zijn en voor zichzelf na te denken, hoe groter de verdenking zou moeten zijn op de aanwezigheid van een emmer die danig in de weg is gaan zitten.
Het idee wat in deze afbeelding wordt geïllustreerd is deels waar. Ik schrijf "deels" omdat er m.i. nog andere zaken een rol spelen bij de vorming van een religieus bewustzijn.Het idee impliceert echter dat niet religieuzen niet het slachtoffer zijn van georganiseerde hersenspoeling. Niet religieuzen mogen zich dan wellicht aan een minder strikt georganiseerd proces van hersenspoeling houden; ook zij kiezen bewust of onbewust voor blootstelling aan tal van druppels die samen een aardige spoeling opleveren. Waar niet religieuze en religieuze personen dat onderkennen is er zowaar een constructief gesprek mogelijk. Met elkaar en ook onder elkaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)
De gevende mens is een beter mens
Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...


