Je komt ze tegen in allerlei geuren, kleuren en maten: de speciale dienst. Het speciale aspect van de te houden bijeenkomst dient ervoor om een bijzonder groep te verleiden om toch maar eens te komen kijken, of om een niet alledaags onderwerp aan te snijden.
Over het algemeen levert het niet meer en soms zelfs minder bezoekers op.
Jaren geleden had de baptistenkerk in Welland (ON) mijn aanstaande bezoek in de neon verlichte bak in de tuin van de kerk aangekondigd met "This Sunday Jan den Ouden (NL) will speak on Sex and Missions"). De kerk zat bomvol en ik slaagde erin om beide onderwerpen met elkaar te verbinden. Ik weet alleen niet meer hoe ik dat deed.
Themadiensten waarin de kerk tracht een bijdrage te leveren aan het uitdragen van Gods oplossing voor zo'n beetje alle courante en verwachte problematiek slagen maar ten dele. Met name de iets pikantere thema's kunnen zelfs een averechts effect hebben. Ik heb het meegemaakt dat mensen demonstratief wegliepen uit de dienst toen ik aankondigde de spreken over wat de Bijbel zegt over porno. Een themadienst over "De Celestijnse Belofte," in de tijd dat het gelijknamige boek immens populair was, leverde een volle kerk met geïnteresseerden op maar deed een aantal leden besluiten om een avondje Studio Sport te prefereren.
Op jongerendiensten komen vaak vooral ook ouderen af omdat de preek plotseling een stuk toegankelijker blijkt te kunnen zijn en het allemaal anders mag.
Gelukkig is de volgende zondag alles weer normaal; het voorspelbare en beproefde standaard format van zingen, monoloog en koffie/thee.
De zendingszondag is er ook zo een. Veel kerken, met name de evangelische, hebben het ieder jaar wel een keer op de dagende staan. Een keer per jaar mag het accent liggen op dat onderdeel van de taak van de kerk dat buiten de grenzen van het eigen geografische gebiedje valt: het maken van discipelen van alle volken.
Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als ik word gevraagd om een jaarlijkse zendingszondag op te komen luisteren. Ik werk immers voor een zendingsorganisatie en word geacht om mensen "uit te dagen."
Iets klopt er niet in dit plaatje.
Waar de opdracht van Christus om discipelen te maken van alle volken in elke dienst centraal zou moeten staan is deze weggemoffeld en gereduceerd tot een jaarlijkse themadienst.
Begrijp me goed. Het maken van discipelen begint op de eigen grond en dijt uit vanuit dat centrum. Echter, de hoeveelheid energie en middelen die worden geïnvesteerd in het clubje dat zich op de eigen grond bevindt, staat in een zeer ongezonde verhouding tot de investeringen die worden gedaan om hen die nog nooit het verhaal van Jezus hebben gehoord. Zeg ik teveel met mijn bewering dat van iedere euro die in het collectezakje terecht komt er meer dan 90% (in)direct weer bij de gever terechtkomt?
Hoe moet het dan wel? Daar bestaat gewoonweg geen formule of blauwdruk voor. Je kunt structuren en (financieel) beleid veranderen maar dat wil nog niet zeggen dat de individuele gelovige de opdracht om discipelen te maken in het hart sluit en in zijn/haar omgeving bewust op zoek gaat naar mensen die op z'n minst geïnteresseerd zijn in die Jezus en met hen een reis ondernemen die zomaar bij het kruis van Golgotha terecht kan komen.
"Mijn" kerk doet het zo slecht nog niet. Alle betaalde werkers zijn buiten de gemeente werkzaam en de filosofie is dat als je met een paar honderd man bent, alle gaven aanwezig zijn om dat clubje te onderhouden en te doen groeien. Daar is geen betaalde professional voor nodig. Als er al geïnvesteerd wordt is dat in mensen die zich in het buitengebied bezighouden met het maken van discipelen of in het creëren van een plek in het binnengebied dat gericht is op het dienen van de directe omgeving.
Kortom, zolang er nog speciale diensten nodig zijn, doen we het in de gewone diensten blijkbaar niet goed genoeg.
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
24 oktober 2012
22 oktober 2012
Jezus valt wel mee
Onze nationale brombeer, een mijns inziens onterechte kwalificering van de vaak scherp analyserende Maarten van Rossum, laat in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag de volgende woorden optekenen: "Ik ben nu bezig in het Nieuwe Testament en ik moet zeggen dat Jezus mij honderd procent meevalt. Hij is praktischer ingesteld dan ik dacht. Volgens hem kun je op zondag best iets nuttigs doen als je dat wil."
Ook het "gelovigen mogen God op hun blote knieën danken dat ze in Nederland geboren zijn," kan zo de zak in tegen de achtergrond dat Nederlanders over het algemeen nogal mopperen en klagen.
Beeldvorming is dat wat ik zie door de bril van onder andere mijn verleden, trauma's, negatieve en positieve ervaringen, eigen ideeën (hoewel deze zeer zeldzaam zijn) en wordt mede gekleurd door het gehele socialisatieproces. Objectieve beeldvorming bestaat dan ook niet.
We kijken samen naar een boom en we denken hetzelfde te zien. Niets is minder waar. Je kunt zelfs niet objectief naar de vorm van een boom kijken, ook al besluit je samen dat een boom vooral een bonk hout is dat een langzame verticale beweging richting hemel maakt.
Daar heb je het al. Ik heb het net gedaan. Ik heb het beeld van de lezer over bomen gemanipuleerd. Want, zeg nou zelf, als je nu naar een boom kijkt wil je jezelf ervan vergewissen dat het meer is dan een bonk hout dat naar de hemel wijst. Maar je neemt de waarschijnlijk nieuwe of andere invalshoek wel mee in je beeldvorming.
"Praktisch" is een belangrijke waarde voor van Rossum. Voor degenen die hem regelmatig op televisie zien of op de radio horen, is dat geen verrassing. Hij lijkt de meeste zaken te bekritiseren op de praktische waarde ervan. Als deze wordt gevonden, voegt het iets toe. Is deze er niet, dan is het flauwekul.
In dit subjectieve licht valt Jezus hem honderd procent mee. Dat maakt van Rossum nog geen idolate volgeling van Jezus. Hij heeft slechts door het brilletje van praktische waarde naar Hem gekeken.
Ik geloof dus niet dat de mens in staat is om objectief naar iets te kijken. Wel kan men het objectiviteitsgehalte verhogen door bewust meer afstand te nemen van de subjectieve elementen die het beeld over iets of iemand bepalen. Dat is echter nogal veel gevraagd omdat je iemand verzoekt naar een eigen idee of gedachte te kijken als zouden deze berust zijn op onwaarheden. Of op z'n minst erkennen dat het "eigen gelijk" nooit objectief is. De ruimte die hierdoor ontstaat maakt een constructief gesprek mogelijk.
Als ik her en der de christelijke fora virtueel doorblader valt me op dat het veel christenen aan het vermogen of de wil ontbreekt om ook maar enige mate van objectivering aan de dag te leggen. Ik vermoed dat angst hen tegenhoudt. Heilige huisjes die nauwkeurig zijn geconstrueerd en stevig in tradities en dogma's zijn verankerd, ontnemen de mens de mogelijkheid om van tunnelvisie naar een ietwat objectievere en bredere beeldvorming te migreren.
Vandaag ga ik het Evangelie nog eens lezen door de bril van Maarten. Best wel verfrissend eigenlijk.
Maarten, bedankt!
Ook het "gelovigen mogen God op hun blote knieën danken dat ze in Nederland geboren zijn," kan zo de zak in tegen de achtergrond dat Nederlanders over het algemeen nogal mopperen en klagen.
Beeldvorming is dat wat ik zie door de bril van onder andere mijn verleden, trauma's, negatieve en positieve ervaringen, eigen ideeën (hoewel deze zeer zeldzaam zijn) en wordt mede gekleurd door het gehele socialisatieproces. Objectieve beeldvorming bestaat dan ook niet.
We kijken samen naar een boom en we denken hetzelfde te zien. Niets is minder waar. Je kunt zelfs niet objectief naar de vorm van een boom kijken, ook al besluit je samen dat een boom vooral een bonk hout is dat een langzame verticale beweging richting hemel maakt.
Daar heb je het al. Ik heb het net gedaan. Ik heb het beeld van de lezer over bomen gemanipuleerd. Want, zeg nou zelf, als je nu naar een boom kijkt wil je jezelf ervan vergewissen dat het meer is dan een bonk hout dat naar de hemel wijst. Maar je neemt de waarschijnlijk nieuwe of andere invalshoek wel mee in je beeldvorming.
"Praktisch" is een belangrijke waarde voor van Rossum. Voor degenen die hem regelmatig op televisie zien of op de radio horen, is dat geen verrassing. Hij lijkt de meeste zaken te bekritiseren op de praktische waarde ervan. Als deze wordt gevonden, voegt het iets toe. Is deze er niet, dan is het flauwekul.
In dit subjectieve licht valt Jezus hem honderd procent mee. Dat maakt van Rossum nog geen idolate volgeling van Jezus. Hij heeft slechts door het brilletje van praktische waarde naar Hem gekeken.
Ik geloof dus niet dat de mens in staat is om objectief naar iets te kijken. Wel kan men het objectiviteitsgehalte verhogen door bewust meer afstand te nemen van de subjectieve elementen die het beeld over iets of iemand bepalen. Dat is echter nogal veel gevraagd omdat je iemand verzoekt naar een eigen idee of gedachte te kijken als zouden deze berust zijn op onwaarheden. Of op z'n minst erkennen dat het "eigen gelijk" nooit objectief is. De ruimte die hierdoor ontstaat maakt een constructief gesprek mogelijk.
Als ik her en der de christelijke fora virtueel doorblader valt me op dat het veel christenen aan het vermogen of de wil ontbreekt om ook maar enige mate van objectivering aan de dag te leggen. Ik vermoed dat angst hen tegenhoudt. Heilige huisjes die nauwkeurig zijn geconstrueerd en stevig in tradities en dogma's zijn verankerd, ontnemen de mens de mogelijkheid om van tunnelvisie naar een ietwat objectievere en bredere beeldvorming te migreren.
Vandaag ga ik het Evangelie nog eens lezen door de bril van Maarten. Best wel verfrissend eigenlijk.
Maarten, bedankt!
21 oktober 2012
Blij dat ik lijd
Paulus zit in de gevangenis als direct gevolg van zijn toewijding aan Jezus Christus. Hij zit daar mede namens de rest van de kerk. Hij ziet zichzelf als representant en trekt het zich niet persoonlijk aan. Als je Kolossenzen 1:24-29 leest komt het over als zou Paulus het een eer beschouwen om voor zijn Heer en Zijn kerk te lijden: "De Heer heeft in mijn sterfelijk lichaam nog niet genoeg kunnen lijden en dit is een kans om dat tekort aan te vullen."
Paulus zag het grotere plaatje: het evangelie moet worden verspreid en ook zijn gevangenschap draagt bij aan dat doel. Alleen door zijn lijden niet als een persoonlijke tragedie te zien maar in de context van van het grotere "God" plaatje krijgt zijn lijden betekenis en kan hij het zien als een aanval op zijn Heer en Zijn kerk.
Het "iedereen tot volmaaktheid brengen" (:28) hangt niet af van omstandigheden en beperkingen maar zijn juist bepalend voor de context waarin dit plaats kan vinden.
Zo kan hij zijn lijden niet alleen met waardigheid dragen maar ziet hij hierin een unieke gelegenheid om dat te doen wat hem door de Heer was opgedragen (Zijn boodschap volledig meedelen).
Ik weet dat ik mezelf vaak zien als een slachtoffer van de omstandigheden. De omstandigheden bepalen hoe ik me voel. Mijn beeld van de ideale omstandigheden bepalen voor een belangrijk deel mijn gevoel van welbevinden. Om dat om te draaien en omstandigheden te zien en te beleven als een gelegenheid om volop het leven dat Christus geeft te beleven en uit te dragen, vraagt van mij dat ik me uit m'n eigen kleine levensplaatje stap en in dat grotere plaatje van God plaatsneem.
Of het slim is om me op de vroege zondagochtend aan dit soort serieuze reflecterende oefeningen te wagen, is een goeie vraag. Voor je het weet is mijn dag vergald.
Echter, juist door het wel te doen wordt mijn leven weer in het juiste perspectief geplaatst en helpt het lezen van en reflecteren op dat wonderlijke woord van God me om me te ontworstelen uit dat miezerige, vaak beklagenswaardige pietepeuterige plaatje van mezelf. Dat lucht aardig op en de wereld ziet er weer een stuk anders uit.
Je kunt van Paulus denken en vinden wat je wilt maar een ding staat vast als je zijn brieven leest: het ging al heel erg lang niet om hemzelf. Hij had altijd het welzijn van anderen en de eer van God voor ogen. Hij zag niet alleen het grote plaatje; hij leefde het. Dat maakt hem tot een bijzondere levenskunstenaar waar veel van geleerd kan worden.
Hieronder Rembrandt's voorstelling van Paulus in de gevangenis. Zag Rembrandt een man die het slachtoffer was de omstandigheden en reden had tot zwaarmoedigheid of zag hij een man die alle omstandigheden als een gelegenheid zag om het leven ten volle te omarmen? Beslis zelf.
Paulus zag het grotere plaatje: het evangelie moet worden verspreid en ook zijn gevangenschap draagt bij aan dat doel. Alleen door zijn lijden niet als een persoonlijke tragedie te zien maar in de context van van het grotere "God" plaatje krijgt zijn lijden betekenis en kan hij het zien als een aanval op zijn Heer en Zijn kerk.
Het "iedereen tot volmaaktheid brengen" (:28) hangt niet af van omstandigheden en beperkingen maar zijn juist bepalend voor de context waarin dit plaats kan vinden.
Zo kan hij zijn lijden niet alleen met waardigheid dragen maar ziet hij hierin een unieke gelegenheid om dat te doen wat hem door de Heer was opgedragen (Zijn boodschap volledig meedelen).
Ik weet dat ik mezelf vaak zien als een slachtoffer van de omstandigheden. De omstandigheden bepalen hoe ik me voel. Mijn beeld van de ideale omstandigheden bepalen voor een belangrijk deel mijn gevoel van welbevinden. Om dat om te draaien en omstandigheden te zien en te beleven als een gelegenheid om volop het leven dat Christus geeft te beleven en uit te dragen, vraagt van mij dat ik me uit m'n eigen kleine levensplaatje stap en in dat grotere plaatje van God plaatsneem.
Of het slim is om me op de vroege zondagochtend aan dit soort serieuze reflecterende oefeningen te wagen, is een goeie vraag. Voor je het weet is mijn dag vergald.
Echter, juist door het wel te doen wordt mijn leven weer in het juiste perspectief geplaatst en helpt het lezen van en reflecteren op dat wonderlijke woord van God me om me te ontworstelen uit dat miezerige, vaak beklagenswaardige pietepeuterige plaatje van mezelf. Dat lucht aardig op en de wereld ziet er weer een stuk anders uit.
Je kunt van Paulus denken en vinden wat je wilt maar een ding staat vast als je zijn brieven leest: het ging al heel erg lang niet om hemzelf. Hij had altijd het welzijn van anderen en de eer van God voor ogen. Hij zag niet alleen het grote plaatje; hij leefde het. Dat maakt hem tot een bijzondere levenskunstenaar waar veel van geleerd kan worden.
Hieronder Rembrandt's voorstelling van Paulus in de gevangenis. Zag Rembrandt een man die het slachtoffer was de omstandigheden en reden had tot zwaarmoedigheid of zag hij een man die alle omstandigheden als een gelegenheid zag om het leven ten volle te omarmen? Beslis zelf.
16 september 2012
Zijn vrijwilligers anders?
Ik geef leiding aan vrijwilligers.Vrijwilligers die deel uitmaken van een organisatie die uitsluitend vrijwilligers kent. Ik ben er zelf een van. Al deze vrijwilligers menen op hun plek te zitten als antwoord op een roeping van, of leiding door God. Da's lastig. Hun baas is God en hun salaris worden ze geacht zelf mee te nemen. Kerken en individuen brengen dat gezamenlijk op. In zekere zin is deze groep dan werkgever.
Tussen mij en de werker waar ik geacht word om leiding aan te geven zitten feitelijk nog twee lagen: God en de financiële supporters.
Voorzichtig gezegd kun je stellen dat de dynamiek in de arbeidsverhoudingen anders is dan in een omgeving waarin iemand voor een bepaald aantal uren tegen een van te voren afgesproken financiële vergoeding een prestatie levert.
Hoewel we in OM goed kijken naar competenties die nodig zijn voor staf posities zijn we in grote mate afhankelijk van het aanbod aan vrijwilligers dat zich veel te spaarzaam aan voor- of achterdeur meldt.
We hebben niet de luxe dat we een ton hier en een ton daar aan een vacature kunnen plakken. Daar staat tegenover dat we over het algemeen met gemotiveerde en gepassioneerde werkers te maken hebben; je gaat niet zomaar aan de slag voor een organisatie die van je vraagt dat je je eigen salaris bij elkaar sprokkelt.
Nu zou ik gemakkelijk in de illusie kunnen geloven dat als je nu maar je eigen team kunt rekruteren, waarbij competenties optimaal worden ingezet, het allemaal geweldig zou gaan.
Het ontwikkelen van een team is een dynamiek die, ongeacht waar mensen vandaan komen of hoe ze beloond worden, overal hetzelfde is. Mensen zijn mensen. Christenen zijn mensen en overal waar je met mensen werkt krijg je te maken met zeer menselijke eigenschappen. Iedereen neemt zijn eigen rugzakje met verleden, trauma's, onhebbelijkheden, hebbelijkheden, gekke dingetjes en wat al niet meer mee.
Misschien dat een christen het liefhebben van de ander aspireert; daar waar je intensief met elkaar optrekt lijkt dat niet al teveel verschil te maken. Van een afstandje liefhebben gaat nog wel, maar als je tot elkaar bent veroordeeld, wordt alles anders.
Een team bouwen en ontwikkelen is gewoon keihard werken.Of het nu vrijwilligers zijn of niet. Dat maakt namelijk niet zoveel uit want in principe zitten ze er allemaal omdat ze ervoor hebben gekozen.
Het alternatief voor team is dat iedereen zijn of haar dingetje doet (wat een afschuwelijk concept: "je ding doen"). Voor een succesvol team gaat op dat de som meer is dan het geheel van de afzonderlijke delen. Daarom is "Team" van groot belang. "Team" is goed rentmeesterschap en slim werken en maakt deel uit van Gods oorspronkelijke ontwerp voor de mens. Maar om tot een team te komen moet werk worden verzet. Zeker in een samenleving waar zo de nadruk ligt op het individu en het "uitdrukken van iemands individualiteit."
Ik zeg: het is het alle moeite waard!
Tussen mij en de werker waar ik geacht word om leiding aan te geven zitten feitelijk nog twee lagen: God en de financiële supporters.
Voorzichtig gezegd kun je stellen dat de dynamiek in de arbeidsverhoudingen anders is dan in een omgeving waarin iemand voor een bepaald aantal uren tegen een van te voren afgesproken financiële vergoeding een prestatie levert.
Hoewel we in OM goed kijken naar competenties die nodig zijn voor staf posities zijn we in grote mate afhankelijk van het aanbod aan vrijwilligers dat zich veel te spaarzaam aan voor- of achterdeur meldt.
We hebben niet de luxe dat we een ton hier en een ton daar aan een vacature kunnen plakken. Daar staat tegenover dat we over het algemeen met gemotiveerde en gepassioneerde werkers te maken hebben; je gaat niet zomaar aan de slag voor een organisatie die van je vraagt dat je je eigen salaris bij elkaar sprokkelt.
Nu zou ik gemakkelijk in de illusie kunnen geloven dat als je nu maar je eigen team kunt rekruteren, waarbij competenties optimaal worden ingezet, het allemaal geweldig zou gaan.
Het ontwikkelen van een team is een dynamiek die, ongeacht waar mensen vandaan komen of hoe ze beloond worden, overal hetzelfde is. Mensen zijn mensen. Christenen zijn mensen en overal waar je met mensen werkt krijg je te maken met zeer menselijke eigenschappen. Iedereen neemt zijn eigen rugzakje met verleden, trauma's, onhebbelijkheden, hebbelijkheden, gekke dingetjes en wat al niet meer mee.
Misschien dat een christen het liefhebben van de ander aspireert; daar waar je intensief met elkaar optrekt lijkt dat niet al teveel verschil te maken. Van een afstandje liefhebben gaat nog wel, maar als je tot elkaar bent veroordeeld, wordt alles anders.
Een team bouwen en ontwikkelen is gewoon keihard werken.Of het nu vrijwilligers zijn of niet. Dat maakt namelijk niet zoveel uit want in principe zitten ze er allemaal omdat ze ervoor hebben gekozen.
Het alternatief voor team is dat iedereen zijn of haar dingetje doet (wat een afschuwelijk concept: "je ding doen"). Voor een succesvol team gaat op dat de som meer is dan het geheel van de afzonderlijke delen. Daarom is "Team" van groot belang. "Team" is goed rentmeesterschap en slim werken en maakt deel uit van Gods oorspronkelijke ontwerp voor de mens. Maar om tot een team te komen moet werk worden verzet. Zeker in een samenleving waar zo de nadruk ligt op het individu en het "uitdrukken van iemands individualiteit."
Ik zeg: het is het alle moeite waard!
10 september 2012
Sublimale beinvloeding
Creativiteit komt niet zomaar uit de lucht vallen. Voor zover ik weet is er slechts een iemand die ooit iets uit niets maakte. Verleden en nu levende creatieve geesten kunnen 'slechts' putten uit het iets dat er al is. Vernieuwende kunst is daarom relatief.
Vernieuwend denken bestaat in zekere zin ook niet. Denken kan eigenzinnig, vrijzinnig, buiten de kaders of wat dan ook zijn maar het is nooit nieuw.
Ik verbaas me er trouwens telkens weer over hoe schrijvers, denkers, kunstenaars en muzikanten telkens weer in staat zijn het bestaande zo te herschikken dat er iets 'nieuws' ontstaat.
Denken en doen zijn onlosmakelijk. Mijn denken kan tot doen leiden. Mijn doen zal altijd mijn denken vormen.
Dat denken wordt voor een belangrijk deel gevormd door alle prikkels die ik tot me neem. Zowel bewuste als onbewuste signalen. Een mooi voorbeeld vinden we in de eerste episode van Derren Brown's "Mind Control" serie waarin twee grafisch ontwerpers denken dat ze iets uit niets creëren. Later blijkt dat alle elementen die in hun eindproduct voorkomen tijdens de tocht naar de studio onbewust in hun hoofd geplant en verankerd werden.
Gisterenavond liet ik het stukje zien aan een groep jongeren om de gedachte te onderstrepen dat waar ik me aan blootstel mijn denken vormt en uiteindelijk gevolgen heeft voor mijn handelen.
Paulus roept in zijn brief aan de Filippenzen op om alles wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is te bedenken (4:8). Deze deugden komen niet uit de lucht vallen en helaas kom ik er maar weinig van tegen als ik over straat loop. Eerder het tegenovergestelde.
Hoe kan ik deze deugden ontwikkelen? Allereerst moet ik me eraan blootstellen (bedenken) zodat het me bewust en onbewust kan beïnvloeden.
Ook al zal het vooral mijn handelen zijn dat mij verandert, het begint met informatie dat de basis vormt voor de handeling. Die informatie kan ik beïnvloeden. Daar kan ik keuzes in maken.
De wereld mag dan een mening hebben over God, de Bijbel, Jezus Christus; ik kan me maar moeilijk voorstellen dat er iemand is die tegen waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is. Daar krijgen we toch geen genoeg van? En dan te bedenken dat het allemaal begint bij informatie over mijzelf, de ander en God.
Als de besmetting ten gevolge van mijn omgaan met het woord van God leidt tot karaktervorming waarbij genoemde deugden zich meer en meer in mijn leven gaan manifesteren weet ik wat mij te doen staat.
Ik ga nog een stukje lezen!
Vernieuwend denken bestaat in zekere zin ook niet. Denken kan eigenzinnig, vrijzinnig, buiten de kaders of wat dan ook zijn maar het is nooit nieuw.
Ik verbaas me er trouwens telkens weer over hoe schrijvers, denkers, kunstenaars en muzikanten telkens weer in staat zijn het bestaande zo te herschikken dat er iets 'nieuws' ontstaat.
Denken en doen zijn onlosmakelijk. Mijn denken kan tot doen leiden. Mijn doen zal altijd mijn denken vormen.
Dat denken wordt voor een belangrijk deel gevormd door alle prikkels die ik tot me neem. Zowel bewuste als onbewuste signalen. Een mooi voorbeeld vinden we in de eerste episode van Derren Brown's "Mind Control" serie waarin twee grafisch ontwerpers denken dat ze iets uit niets creëren. Later blijkt dat alle elementen die in hun eindproduct voorkomen tijdens de tocht naar de studio onbewust in hun hoofd geplant en verankerd werden.
Gisterenavond liet ik het stukje zien aan een groep jongeren om de gedachte te onderstrepen dat waar ik me aan blootstel mijn denken vormt en uiteindelijk gevolgen heeft voor mijn handelen.
Paulus roept in zijn brief aan de Filippenzen op om alles wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is te bedenken (4:8). Deze deugden komen niet uit de lucht vallen en helaas kom ik er maar weinig van tegen als ik over straat loop. Eerder het tegenovergestelde.
Hoe kan ik deze deugden ontwikkelen? Allereerst moet ik me eraan blootstellen (bedenken) zodat het me bewust en onbewust kan beïnvloeden.
Ook al zal het vooral mijn handelen zijn dat mij verandert, het begint met informatie dat de basis vormt voor de handeling. Die informatie kan ik beïnvloeden. Daar kan ik keuzes in maken.
De wereld mag dan een mening hebben over God, de Bijbel, Jezus Christus; ik kan me maar moeilijk voorstellen dat er iemand is die tegen waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is. Daar krijgen we toch geen genoeg van? En dan te bedenken dat het allemaal begint bij informatie over mijzelf, de ander en God.
Als de besmetting ten gevolge van mijn omgaan met het woord van God leidt tot karaktervorming waarbij genoemde deugden zich meer en meer in mijn leven gaan manifesteren weet ik wat mij te doen staat.
Ik ga nog een stukje lezen!
07 september 2012
Gaat een kwinkslag de verkiezingen winnen?
Hoeveel van de 43% zwevende kiezers heeft zich gebogen over de partijprogramma's van de kiesbare partijen? Ik vermoed dat het er maar weinigen zijn. Je vraagt namelijk nogal wat van jezelf: een document lezen dat tussen de 40 (VVD) en de tachtig (CU) bladzijden telt.Het programma's van de SP (50 pagina's) en de PVV (53 bladzijden) bevatten foto's zodat het oog ook wat krijgt.
Vervolgens moet je zelf nadenken over wat je nu zelf vindt. Dan kom je terecht bij de basiskeuzes die je in het leven maakt. Welke waarden zijn voor mij belangrijk? Welke normen passen daarbij (normen zijn die dingen die jij vindt als je zegt dat iemand 'normaal' moet doen)?
Ik geloof dat het feit dat we met 43% zwevende kiezers te maken hebben alles te maken heeft met gegeven dat we nog maar moeilijk weten wat we met die waarden en normen moeten.
Is het te pessimistisch om te zeggen dat we de weg kwijt zijn sinds de mens zichzelf tot norm heeft verkozen. Ik zal het uitleggen. Sjaak heeft bepaalde ideeën over wat normaal rijgedrag is. De automobilist die voor hem met 132 kilometer hardnekkig op de linkerrijstrook blijft rijden moet normaal doen: slakken horen rechts te rijden. De automobilist achter hem die irritant met z'n lichten seint moet ook normaal doen en Sjaak blijft op z'n plek: je gaat op de snelweg toch geen 150 rijden. Om de automobilist achter hem een lesje te leren blijft Sjaak zo lang mogelijk 135 voor het potentiële snelheidsmonster rijden. Alleen Sjaak rijdt normaal. Sjaak's norm is niet tot stand gekomen door een fundamentele keuze voor een bepaalde waarde, tenzij het "eigengelijk" (het gelijk omdat ik gewoon gelijk heb) een waarde is.
Normen die niet verankerd zijn in een helder mens-, gods-, en wereldbeeld zijn zwevende normen. En zwevende normen produceren zwevende kiezers. Politici proberen met hun debatten, one-liners en andere verkiezingsretoriek de zwevende kiezer over te halen om op zijn of haar partij te stemmen.
Kan ik mijn stem weggeven op basis van wat een welbespraakt politicus op de teevee of radio meldt? In dat geval wint de beste kwinkslag die nog net op het netvlies of in de gehoorgang van de zwever is blijven hangen. Wat men krijgt te zien is slechts het topje. Daaronder hangt een programma dat op termijn de kiezer in veel facetten van het leven zal raken. Om dan achteraf te moeten zeggen "ik had geen idee dat 'mijn' partij ook hiervoor stond,"is dan wel heel erg zuur.
Download de programma's van de partij(en) waar je sympathie naar uitgaat en lees dit weekend eens door waar ze echt voor staan. Dan kun je volgende week een weloverwogen hokje inkleuren. Als bonus heb je dan ook weer eens nagedacht over wat waardevol voor jou is en wat je diep van binnen echt vindt en gelooft. Mijns inziens is dat normaal.
05 september 2012
Heilige Tijd
De zichzelf agnost verklaarde A.V. Jacobs, auteur van "Een jaar leven volgens de Bijbel," heeft na zijn jaar durende experiment een aantal veranderingen in zijn leven doorgevoerd. Hoewel zijn jaar, waarin hij zo nauwgezet mogelijk alle geboden, verboden en voorschriften die de Bijbel opsomt na probeerde te leven, hem niet in een devote gelovige heeft veranderd, houdt hij nu wel een soort van sabbat: een heiligdom in tijd. Hij houdt eraan vast omdat gebleken is dat het goed voor hem en zijn gezin is.
Eugene Peterson noemt Jezus in een van zijn boeken "een notoire sabbatter." Naast de voorgeschreven sabbat pakte Jezus wanneer Hij de kans zag een "sabbatmoment." Hij trok zich regelmatig terug om tijd met de Vader door te brengen.
Contemplatie, tijd nemen om zaken te doorworstelen, verbaast staan over de grootheid en het mysterie van God, de eigen nietigheid en kleinheid zien en gewoon niets doen; Heilige Tijd is een gepaste titel voor die momenten. Ik heb ze nodig en zoek ze bewust op. Of we dat allemaal op dezelfde tijd en in eenzelfde ruimte moeten doen, daar mogen de moderne Schriftgeleerden zich over uitspreken; die discussie is ondergeschikt aan het principe. Een principe dat onderdeel is van Gods ontwerp voor de mens.
In het Westen heeft tijd uitgedrukt in geld, productie of kwaliteit, prioriteit gekregen. Tijd moet optimaal benut worden. Tijd moet gevuld worden. Daarom bestaat het bijna niet dat je met je visite in de kamer zit en en er een stilte van twee minuten valt.
Samen met een vriend ging ik op bezoek bij een Indiase vriend, die een vriend van mijn vriend was, maar nog niet van mij. Het bezoek duurde uren. Er vielen stiltes. Grote stiltes. En het was prima. Op een gegeven moment viel ik in slaap. Dat was ook prima en een nare gewoonte van me. Ik val nogal eens in slaap als ik een half uur of langer stilzit. Daarom loop ik liever.
Dat de niet westerse beleving en praktijk van "tijd" naast z'n charmes ook z'n irritante kanten heeft, moge duidelijk zijn. De charme ervaar je vooral als je er eventjes bent en aspecten ontdekt die we verloren zijn geraakt. De irritatie ervan ervaar je als je zaken probeert te doen, of een afspraak wilt maken en na wilt komen: "Jullie in het Westen hebben horloges, wij in het Oosten hebben tijd." Maar die tijd hoeft niet persé heilige tijd te zijn.
Heilige tijd gaat in essentie om plaatsbepaling en een herijking van de verhoudingen tussen God en mij, m'n omgeving en mijn relaties.Het is de tijd waarin ik zo klein ben en Hij zo groot is.
Eugene Peterson noemt Jezus in een van zijn boeken "een notoire sabbatter." Naast de voorgeschreven sabbat pakte Jezus wanneer Hij de kans zag een "sabbatmoment." Hij trok zich regelmatig terug om tijd met de Vader door te brengen.
Contemplatie, tijd nemen om zaken te doorworstelen, verbaast staan over de grootheid en het mysterie van God, de eigen nietigheid en kleinheid zien en gewoon niets doen; Heilige Tijd is een gepaste titel voor die momenten. Ik heb ze nodig en zoek ze bewust op. Of we dat allemaal op dezelfde tijd en in eenzelfde ruimte moeten doen, daar mogen de moderne Schriftgeleerden zich over uitspreken; die discussie is ondergeschikt aan het principe. Een principe dat onderdeel is van Gods ontwerp voor de mens.
In het Westen heeft tijd uitgedrukt in geld, productie of kwaliteit, prioriteit gekregen. Tijd moet optimaal benut worden. Tijd moet gevuld worden. Daarom bestaat het bijna niet dat je met je visite in de kamer zit en en er een stilte van twee minuten valt.
Samen met een vriend ging ik op bezoek bij een Indiase vriend, die een vriend van mijn vriend was, maar nog niet van mij. Het bezoek duurde uren. Er vielen stiltes. Grote stiltes. En het was prima. Op een gegeven moment viel ik in slaap. Dat was ook prima en een nare gewoonte van me. Ik val nogal eens in slaap als ik een half uur of langer stilzit. Daarom loop ik liever.
Dat de niet westerse beleving en praktijk van "tijd" naast z'n charmes ook z'n irritante kanten heeft, moge duidelijk zijn. De charme ervaar je vooral als je er eventjes bent en aspecten ontdekt die we verloren zijn geraakt. De irritatie ervan ervaar je als je zaken probeert te doen, of een afspraak wilt maken en na wilt komen: "Jullie in het Westen hebben horloges, wij in het Oosten hebben tijd." Maar die tijd hoeft niet persé heilige tijd te zijn.
Heilige tijd gaat in essentie om plaatsbepaling en een herijking van de verhoudingen tussen God en mij, m'n omgeving en mijn relaties.Het is de tijd waarin ik zo klein ben en Hij zo groot is.
04 september 2012
Je woord stelt niets voor; je liegt
Lees hier onze nieuwsbrief
Een van de grootste teleurstellingen van het dagelijkse leven in onze huidige samenleving is dat je woord niets meer waard is. Mensen geloven mij niet en ik moet ervan uitgaan dat vrijwel niemand de waarheid spreekt (verborgen gebreken niet melden is ook liegen). Waarheid ontmoeten is een toevalstreffer geworden. Je moet het treffen. Zo heb ik onlangs een kast gekocht via Marktplaats. De kast was te goedkoop om waar te kunnen zijn. Wat bleek is dat het wel waar was! Bovendien kreeg ik bij aankomst nog een extra kast aangeboden. Voor nop. Het is een zeldzaamheid om mensen tegen te komen die een eerlijk verhaal hebben en niet persé de hoofdprijs hoeven te hebben. Zo ben ik nu de gelukkige eigenaar van een wonderschone boekenkast.
Nu overkwam me vorige week toch iets wonderbaarlijks. Met enkele collega's ging ik in Enschede uit eten. Auto geparkeerd. Twee uur parkeergeld in de hongerige en gulzige parkeerautomaat gestort en het betaalbewijs keurig achter de voorruit geplaatst. Toen we anderhalf uur later terugkeerden konden we onze verbazing maar moeilijk verhullen, en deden dat dus ook maar niet. Achter de ruitenwisser pronkte een frisse naheffing wegens het niet zichtbaar plaatsen van een betaalbewijs. Het schikkingsvoorstel is een kleine 60 euro. Misschien was de beambte overijverig en/of had het dagquotum niet gehaald, of negeert stoïcijns de reclame-uiting van Specsavers. Wat nu?
Een keurige brief geschreven en de situatie uitgelegd en het betalingsbewijs als bijlage meegestuurd. Toch schrijf ik zo'n bezwaar met weinig enthousiasme omdat de uitkomst vrijwel al vaststaat: betalen!
Ook de twee getuigen die ik opvoer zullen weinig indruk maken. Dat wordt al gauw uitgelegd als een vriendengroep die samenzweert om Twente te tillen. Nee, ik maak me weinig illusies. Het is mijn, of ons woord tegen de zogenaamde feitelijke constatering van een verlichte beambte die in dat licht van de ons dienende overheid het voordeel van elke twijfel krijgt. Het is immers dat licht tegen mijn licht. En mijn licht is natuurlijk iets minder licht. Het idee dat zijn lichtje het even niet deed kan natuurlijk niet bestaan.
Mocht het op een of andere wonderlijke wijze anders uitpakken, dan zal ik dit uiteraard op deze blog melden, en de melding doen vergezellen van een publieke spijtbetuiging van mijn kant aan het adres van Twente. Vooralsnog ga ik ervan uit dat mijn woord niet telt.
We leven helaas in een doodzieke wereld waarin quota, hoofdprijzen en sjoemelen met de waarheid regeren.
Gelukkig hebben we in Nederland betrouwbare politici die nooit met de waarheid sjoemelen of ronduit liegen. Vooral dat laatste woord is veel te groot voor politici. Nee, we kunnen met een gerust hart naar de stembus. Politici maken hun woord altijd waar.
Om die reden zal ik waarschijnlijk niet stemmen volgende week. Ik heb het wel zo'n beetje gehad. Ik geloof er niets meer van.
Een van de grootste teleurstellingen van het dagelijkse leven in onze huidige samenleving is dat je woord niets meer waard is. Mensen geloven mij niet en ik moet ervan uitgaan dat vrijwel niemand de waarheid spreekt (verborgen gebreken niet melden is ook liegen). Waarheid ontmoeten is een toevalstreffer geworden. Je moet het treffen. Zo heb ik onlangs een kast gekocht via Marktplaats. De kast was te goedkoop om waar te kunnen zijn. Wat bleek is dat het wel waar was! Bovendien kreeg ik bij aankomst nog een extra kast aangeboden. Voor nop. Het is een zeldzaamheid om mensen tegen te komen die een eerlijk verhaal hebben en niet persé de hoofdprijs hoeven te hebben. Zo ben ik nu de gelukkige eigenaar van een wonderschone boekenkast.
Nu overkwam me vorige week toch iets wonderbaarlijks. Met enkele collega's ging ik in Enschede uit eten. Auto geparkeerd. Twee uur parkeergeld in de hongerige en gulzige parkeerautomaat gestort en het betaalbewijs keurig achter de voorruit geplaatst. Toen we anderhalf uur later terugkeerden konden we onze verbazing maar moeilijk verhullen, en deden dat dus ook maar niet. Achter de ruitenwisser pronkte een frisse naheffing wegens het niet zichtbaar plaatsen van een betaalbewijs. Het schikkingsvoorstel is een kleine 60 euro. Misschien was de beambte overijverig en/of had het dagquotum niet gehaald, of negeert stoïcijns de reclame-uiting van Specsavers. Wat nu?
Een keurige brief geschreven en de situatie uitgelegd en het betalingsbewijs als bijlage meegestuurd. Toch schrijf ik zo'n bezwaar met weinig enthousiasme omdat de uitkomst vrijwel al vaststaat: betalen!
Ook de twee getuigen die ik opvoer zullen weinig indruk maken. Dat wordt al gauw uitgelegd als een vriendengroep die samenzweert om Twente te tillen. Nee, ik maak me weinig illusies. Het is mijn, of ons woord tegen de zogenaamde feitelijke constatering van een verlichte beambte die in dat licht van de ons dienende overheid het voordeel van elke twijfel krijgt. Het is immers dat licht tegen mijn licht. En mijn licht is natuurlijk iets minder licht. Het idee dat zijn lichtje het even niet deed kan natuurlijk niet bestaan.
Mocht het op een of andere wonderlijke wijze anders uitpakken, dan zal ik dit uiteraard op deze blog melden, en de melding doen vergezellen van een publieke spijtbetuiging van mijn kant aan het adres van Twente. Vooralsnog ga ik ervan uit dat mijn woord niet telt.
We leven helaas in een doodzieke wereld waarin quota, hoofdprijzen en sjoemelen met de waarheid regeren.
Gelukkig hebben we in Nederland betrouwbare politici die nooit met de waarheid sjoemelen of ronduit liegen. Vooral dat laatste woord is veel te groot voor politici. Nee, we kunnen met een gerust hart naar de stembus. Politici maken hun woord altijd waar.
Om die reden zal ik waarschijnlijk niet stemmen volgende week. Ik heb het wel zo'n beetje gehad. Ik geloof er niets meer van.
![]() |
| Een eerlijke kast voor een schappelijke prijs. Het bestaat gelukkig nog! |
03 september 2012
De Maranatha Generatie
Lees hier onze nieuwsbrief.
Het lijkt een beetje een uitstervend ras omdat het vrijwel zonder uitzondering oudere gelovigen zijn die zich zorgen maken over het lage Maranathagehalte van de gemiddelde zondagspreek. Onlangs werd ik na een dienst benaderd door een seniore gelovige die me meldde dat dit de negende preek op rij was waarin zelfs een spoortje van een heenwijzing naar de wederkomende Christus ontbrak. Dat dit hem ernstig verontrustte was van zijn gezicht af te lezen. Als het daarbij was gebleven dan was de kous daarmee ook af. Kritiek van de ontvangers van de preek op zondag is mij niet vreemd. Het zou ook onmogelijk zijn om alle individuele stokpaardjes in een preek te bevestigen.
Maar hij moest en zou zijn zorg onderbouwen: "zoals we weten zei Jezus dat er twee op het land zouden werken waarvan de een zou worden meegenomen en de ander achtergelaten" (Mat. 24). Dat had hij niet moeten doen. Ik stelde voor dat het zeer wel mogelijk is dat dit specifieke doemscenario al in 66 AD is vervuld toen de Joodse opstand in de kiem werd gesmoord en de tweede tempel werd vernietigd. Volgens Josephus werden er in deze periode 1.1 miljoen Joden gedood en een kleine honderdduizend als slaven weggevoerd.
Probeer je eens voorstellen dat de toen levende gelovigen toevallig Matteus 24 lazen. Weinigen zouden ook maar enige twijfel hebben dat dit scenario zich voor hun neus afspeelde.
Tegen beter weten in voerde ik dit als tegenargument op in mijn korte ontmoeting. Zoals ik had kunnen voorzien werd de gedachte weggewuifd en met een enigszins verwrongen blik verliet de broeder het pand.
Regelmatig hoor ik medegelovigen zeggen dat we nu "echt" in de eindtijd leven: "kijk maar," voegen ze er dan aan toe. Dat de eindtijd al ruim 2000 jaar echt is, ontgaat hen. Maar ook hebben ze gelijk. Als de eindtijd een einde heeft, zitten we daar altijd dichterbij dan gisteren.
Zoiets als "Jan gaat dood" 51 jaar geleden waar was en vandaag nog net zo waar. Alleen wordt het actueler naarmate ik ouder word.
Ik vraag me vaak af wat eindtijdbevestiging zoekende en -vindende gelovigen bezielt. Waarom bevestiging zoeken voor iets dat al een feit is? Is het niet slimmer om met een groepje verwante zoekers, in plaats van steeds maar op zoek te zijn naar bewijzen voor het feit dat Anton Kraaistem niet kan zingen, geld op te halen zodat hij, of zanglessen kan gaan nemen, of de opgehaalde som als zwijggeld wordt aangewend.
Wat mij vooral verontrust is dat het erop lijkt dat complete volksstammen met gelovigen zich bezighouden met allerlei bijzaken terwijl de wereld hard op weg is naar een definitief einde zonder ooit de boodschap van hoop, verandering en vernieuwing te horen. De wereld heeft het harder nodig om de Maranatha boodschap voorgeleefd te zien en te horen dan de christenen. Die weten dat allang.
Het lijkt een beetje een uitstervend ras omdat het vrijwel zonder uitzondering oudere gelovigen zijn die zich zorgen maken over het lage Maranathagehalte van de gemiddelde zondagspreek. Onlangs werd ik na een dienst benaderd door een seniore gelovige die me meldde dat dit de negende preek op rij was waarin zelfs een spoortje van een heenwijzing naar de wederkomende Christus ontbrak. Dat dit hem ernstig verontrustte was van zijn gezicht af te lezen. Als het daarbij was gebleven dan was de kous daarmee ook af. Kritiek van de ontvangers van de preek op zondag is mij niet vreemd. Het zou ook onmogelijk zijn om alle individuele stokpaardjes in een preek te bevestigen.
Maar hij moest en zou zijn zorg onderbouwen: "zoals we weten zei Jezus dat er twee op het land zouden werken waarvan de een zou worden meegenomen en de ander achtergelaten" (Mat. 24). Dat had hij niet moeten doen. Ik stelde voor dat het zeer wel mogelijk is dat dit specifieke doemscenario al in 66 AD is vervuld toen de Joodse opstand in de kiem werd gesmoord en de tweede tempel werd vernietigd. Volgens Josephus werden er in deze periode 1.1 miljoen Joden gedood en een kleine honderdduizend als slaven weggevoerd.
Probeer je eens voorstellen dat de toen levende gelovigen toevallig Matteus 24 lazen. Weinigen zouden ook maar enige twijfel hebben dat dit scenario zich voor hun neus afspeelde.
Tegen beter weten in voerde ik dit als tegenargument op in mijn korte ontmoeting. Zoals ik had kunnen voorzien werd de gedachte weggewuifd en met een enigszins verwrongen blik verliet de broeder het pand.
Regelmatig hoor ik medegelovigen zeggen dat we nu "echt" in de eindtijd leven: "kijk maar," voegen ze er dan aan toe. Dat de eindtijd al ruim 2000 jaar echt is, ontgaat hen. Maar ook hebben ze gelijk. Als de eindtijd een einde heeft, zitten we daar altijd dichterbij dan gisteren.
Zoiets als "Jan gaat dood" 51 jaar geleden waar was en vandaag nog net zo waar. Alleen wordt het actueler naarmate ik ouder word.
Ik vraag me vaak af wat eindtijdbevestiging zoekende en -vindende gelovigen bezielt. Waarom bevestiging zoeken voor iets dat al een feit is? Is het niet slimmer om met een groepje verwante zoekers, in plaats van steeds maar op zoek te zijn naar bewijzen voor het feit dat Anton Kraaistem niet kan zingen, geld op te halen zodat hij, of zanglessen kan gaan nemen, of de opgehaalde som als zwijggeld wordt aangewend.
Wat mij vooral verontrust is dat het erop lijkt dat complete volksstammen met gelovigen zich bezighouden met allerlei bijzaken terwijl de wereld hard op weg is naar een definitief einde zonder ooit de boodschap van hoop, verandering en vernieuwing te horen. De wereld heeft het harder nodig om de Maranatha boodschap voorgeleefd te zien en te horen dan de christenen. Die weten dat allang.
02 september 2012
Het heeft even geduurd
Maar hier is dan weer een bericht. Onze nieuwsbrief, vers van de pers:
http://www.lifedirection.org/images/stories//nieuwsbrief.pdf
http://www.lifedirection.org/images/stories//nieuwsbrief.pdf
Abonneren op:
Posts (Atom)
De gevende mens is een beter mens
Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...





.jpg)
