Hier vind je onze laatste nieuwsbrief van dit jaar.
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
20 december 2011
19 december 2011
Petrus prikt een vorkje mee
Petrus had de omvang van de genade begrepen. Het oude was voorbij en het nieuwe was gekomen. Echter, als je je hele leven in een bepaald systeem hebt geleefd dan is een kompleet nieuw systeem wel even wennen. Het oude systeem verbood Petrus om een vorkje in de spareribs te prikken. Het feit dat hij dat deed in gezelschap van een bende ongelovigen, betekende dat hij twee punten in moest leveren. Maar het kon; hij was vrij!
Echter, toen er wat strak in het pak zittende geestelijke oligarchen, die overigens ook van de nieuwe orde waren, die nieuwe vrijheid kwamen bespieden, trok Petrus zich voor de zekerheid terug in een eenzaam hoekje van het restaurant waar hij stilletjes z'n visburger verorberde.
Paulus hoort of ziet dit en spreekt Petrus erop aan: "je bent vrij van het oude, of je bent het niet! Snoepen van twee walletjes is ongepast en een vreselijk slecht voorbeeld."
Leven uit genade is vele malen ingewikkelder dan het leven binnen een systeem waarin alles wat wel en niet mag, helder is vastgelegd. Binnen zo'n systeem kun je meten hoe goed of slecht jij zelf en een ander scoort; ijkpunten genoeg.
Leven in een systeem waarbij intrinsieke ijkpunten; die van de Geest van Christus, van binnenuit naar buiten werken, vereist transformatie; een radicale omkeer. Over de schouders terugkijken, hopend op enig houvast, is zinloos. Dat oude systeem wordt ook wel de oppas genoemd. Wel, toen Christus kwam, mocht de oppas naar huis!
Toch vinden we het heerlijk om iets te vinden dat ons helpt om te meten hoe goed we het doen. Misschien iets dat de oppas per ongeluk heeft achtergelaten, of dat we uit zijn/haar zak hebben gepikt. In Galaten waren dat de besnijdenis en de Joodse kalender; in onze tijd zijn het andere zaken (hoewel sommigen toch houvast menen te moeten vinden in het houden van de Joodse kalender, of delen ervan) die de gelovige van de Genade wegduwen.
Genade is uit het kikkerbadje meteen het diepe in gaan, zonder ook maar een meter te kunnen zwemmen. Je laten gaan in geloof en vertrouwen dat die genade in staat is je te dragen is het enige dat rest.
En dat kleine hummeltje in die kribbe gaat dat allemaal regelen? Het is raar, maar waar. Honderden miljoenen getuigen vandaag van de kracht en de werking van die genade in hun leven.
Als het Leven voor het grijpen ligt, waarom pakt men het dan niet?
Het opgeven van betrekkelijke zekerheden lijkt een van de moeilijkste taken die de mens krijgt opgelegd. Het imploderen van een of meerdere van die zekerheden maakt de mens ontvankelijk voor het zoeken naar minder vergankelijke. En deze zijn te vinden in de stal!
(Galaten 1 en 2)
![]() |
| Ze beleven gelukkig wel vrienden. Vriendschap opgeven om een maaltje spareribs is niet zo handig. Taken from The Icon Book by Boojamra, Essey, McLuckie, and Matusiak. |
Paulus hoort of ziet dit en spreekt Petrus erop aan: "je bent vrij van het oude, of je bent het niet! Snoepen van twee walletjes is ongepast en een vreselijk slecht voorbeeld."
Leven uit genade is vele malen ingewikkelder dan het leven binnen een systeem waarin alles wat wel en niet mag, helder is vastgelegd. Binnen zo'n systeem kun je meten hoe goed of slecht jij zelf en een ander scoort; ijkpunten genoeg.
Leven in een systeem waarbij intrinsieke ijkpunten; die van de Geest van Christus, van binnenuit naar buiten werken, vereist transformatie; een radicale omkeer. Over de schouders terugkijken, hopend op enig houvast, is zinloos. Dat oude systeem wordt ook wel de oppas genoemd. Wel, toen Christus kwam, mocht de oppas naar huis!
Toch vinden we het heerlijk om iets te vinden dat ons helpt om te meten hoe goed we het doen. Misschien iets dat de oppas per ongeluk heeft achtergelaten, of dat we uit zijn/haar zak hebben gepikt. In Galaten waren dat de besnijdenis en de Joodse kalender; in onze tijd zijn het andere zaken (hoewel sommigen toch houvast menen te moeten vinden in het houden van de Joodse kalender, of delen ervan) die de gelovige van de Genade wegduwen.
Genade is uit het kikkerbadje meteen het diepe in gaan, zonder ook maar een meter te kunnen zwemmen. Je laten gaan in geloof en vertrouwen dat die genade in staat is je te dragen is het enige dat rest.
En dat kleine hummeltje in die kribbe gaat dat allemaal regelen? Het is raar, maar waar. Honderden miljoenen getuigen vandaag van de kracht en de werking van die genade in hun leven.
Als het Leven voor het grijpen ligt, waarom pakt men het dan niet?
Het opgeven van betrekkelijke zekerheden lijkt een van de moeilijkste taken die de mens krijgt opgelegd. Het imploderen van een of meerdere van die zekerheden maakt de mens ontvankelijk voor het zoeken naar minder vergankelijke. En deze zijn te vinden in de stal!
(Galaten 1 en 2)
16 december 2011
Niet helemaal mijn wereld
Hier zit ik dan, de tweede dag van een Think Tank in Edinburgh en ik verveel me stierlijk. Nog een paar uur en dan mag ik weer naar huis. Het is allemaal wel heer erg basis en ik doe toch echt mijn best om nieuwe dingen te leren. Over strategische plannen, teambuilding en nog wat van dat soort zaken. Er is helemaal niet zo veel nieuws onder de zon.
Hoe helpvol is het om de ontwikkeling van een organisatie en een strategie te reduceren tot principes of formules die, eenmaal toegepast, leiden tot een optimale organisatie? Waar mensen samenwerken lopen zaken nooit volgens een blauwdruk. Werken met mensen levert altijd een onvoorspelbaar scenario op. Binnen dat scenario zullen karaktereigenschappen die we in de persoon van Christus vinden toegepast dienen te worden. Die karaktereigenschappen zijn het resultaat van een hechte band met Christus.
Ik moet gaan. Laatste seminar...
14:40 Updeet: verschillende keren in slaap gevallen tijden het seminar. Niet goed. Misschien iets te vroeg opgestaan? Om 05.30 een vriend/collega naar de luchthaven van E'burgh gerbracht en toen bij MacDonalds twee bekertjes havermout gegeten en een paar uur gewerkt (gratis Wifi, weet je wel). Twee dagen aan emails weggewerkt. M'n inbox raakt echter steeds voller en bevat nog steeds zo'n 400 mails die eigenlijk beantwoord moeten worden. Help! Of misschien dat een leuke computercrash helpt. Niet echt want MSExchange zal alles voor me bewaren.
Nog een uur en dan mag ik naar huis. Heb zin in het weekend. Lachuu.
Hoe helpvol is het om de ontwikkeling van een organisatie en een strategie te reduceren tot principes of formules die, eenmaal toegepast, leiden tot een optimale organisatie? Waar mensen samenwerken lopen zaken nooit volgens een blauwdruk. Werken met mensen levert altijd een onvoorspelbaar scenario op. Binnen dat scenario zullen karaktereigenschappen die we in de persoon van Christus vinden toegepast dienen te worden. Die karaktereigenschappen zijn het resultaat van een hechte band met Christus.
Ik moet gaan. Laatste seminar...
14:40 Updeet: verschillende keren in slaap gevallen tijden het seminar. Niet goed. Misschien iets te vroeg opgestaan? Om 05.30 een vriend/collega naar de luchthaven van E'burgh gerbracht en toen bij MacDonalds twee bekertjes havermout gegeten en een paar uur gewerkt (gratis Wifi, weet je wel). Twee dagen aan emails weggewerkt. M'n inbox raakt echter steeds voller en bevat nog steeds zo'n 400 mails die eigenlijk beantwoord moeten worden. Help! Of misschien dat een leuke computercrash helpt. Niet echt want MSExchange zal alles voor me bewaren.
Nog een uur en dan mag ik naar huis. Heb zin in het weekend. Lachuu.
12 december 2011
Atheïsme en de achterlijkheid van het geloof
Gisteren kwam in "God in de lage landen" een atheistische wetenschapper aan het woord die vindt dat wetenschap en geloof elkaar uitsluiten. De wetenschap zou als beste in staat zijn om de zaken te verklaren.
Nu geloof ik in wetenschap. God geeft ons in de Bijbel de opdracht om zaken uit te zoeken. Het getuigt echter van een grote overschatting van diezelfde wetenschap om het geloof weg te zetten als een achterhaald uitgangspunt of een achterhaalde wereld- en mensduiding.
De talloze mysteries waarvoor de wetenschap (nog) geen antwoord op heeft, of tracht te verklaren op basis van vooraannames pleiten juist voor een geloofscomponent.
Tegelijkertijd siert het een gelovige als deze zich over zijn argwaan en antipathie aangaande de wetenschap heen weet te zetten.
De Bijbel is geen wetenschappelijk boek; het is de openbaring van Gods handel en wandel met de mens.
Een naar mijn mening starre gelovige meldde mij een tijdje terug dat iemand die een letterlijke zesdaagse schepping loslaat, de genadeleer op de helling zit. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, zie ik persoonlijk niet zo. Ja, natuurlijk, God is in staat om de hemel en de aarde in zes dagen uit het niets tot iets te creëren. Het is echter zeer onwaarschijnlijk. Toch zijn er nogal wat gelovigen die aan de hand van theorieën en interpretaties van het woord dag, stellig blijven vasthouden aan die letterlijke zesdaagse schepping. Persoonlijk vind ik dat het er helemaal niet toe doet en bovenal niets af- of toedoet aan Gods genadeverhaal.
De controversiële Joodse wetenschapper Immanuel Velikovski schreef een aantal boeken die zeer de moeite van het lezen waard zijn (Werelden in botsing, Aarde in beroering). Wat hij vooral aantoont is hoe God de natuurlijke gang van zaken gebruikt om het bovennatuurlijke te laten gebeuren. Her en der komt het allemaal wat fantastisch over maar het introduceert wel dat interessante perspectief. Lange tijd was hij persona non grata in de academische wereld; literatuuronderzoek aan de hand van oude geschiedenisboeken is nu eenmaal een mager wetenschappelijk uitgangspunt.
Een wetenschapper die gelovige collega's wegzet als naïef en achterlijk is net zo kwalijk als een gelovige die beweert dat de wetenschap ons niets kan leren.
Het geloofscomponent "In den beginnen schiep God" helpt een wetenschapper juist om vervuld met verbazing onderzoek te doen. De complexiteit van zaken; wie had dat ooit kunnen (be)denken, het maakt God zoveel groter en de mens zoveel nietiger. En misschien is dat het probleem juist; een wetenschapper wil misschien niet als nietig neergezet worden; die wil iets zijn.
Echter, aan het eind van de dag kunnen we maar een ding concluderen: hoewel we nu zoveel weten, we weten nog zo weinig.
Aan de slag dus, wetenschap en geloof, hand in hand op ontdekkingsreis.
God, wat bent U groot.
Nu geloof ik in wetenschap. God geeft ons in de Bijbel de opdracht om zaken uit te zoeken. Het getuigt echter van een grote overschatting van diezelfde wetenschap om het geloof weg te zetten als een achterhaald uitgangspunt of een achterhaalde wereld- en mensduiding.
De talloze mysteries waarvoor de wetenschap (nog) geen antwoord op heeft, of tracht te verklaren op basis van vooraannames pleiten juist voor een geloofscomponent.
Tegelijkertijd siert het een gelovige als deze zich over zijn argwaan en antipathie aangaande de wetenschap heen weet te zetten.
De Bijbel is geen wetenschappelijk boek; het is de openbaring van Gods handel en wandel met de mens.
Een naar mijn mening starre gelovige meldde mij een tijdje terug dat iemand die een letterlijke zesdaagse schepping loslaat, de genadeleer op de helling zit. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, zie ik persoonlijk niet zo. Ja, natuurlijk, God is in staat om de hemel en de aarde in zes dagen uit het niets tot iets te creëren. Het is echter zeer onwaarschijnlijk. Toch zijn er nogal wat gelovigen die aan de hand van theorieën en interpretaties van het woord dag, stellig blijven vasthouden aan die letterlijke zesdaagse schepping. Persoonlijk vind ik dat het er helemaal niet toe doet en bovenal niets af- of toedoet aan Gods genadeverhaal.
De controversiële Joodse wetenschapper Immanuel Velikovski schreef een aantal boeken die zeer de moeite van het lezen waard zijn (Werelden in botsing, Aarde in beroering). Wat hij vooral aantoont is hoe God de natuurlijke gang van zaken gebruikt om het bovennatuurlijke te laten gebeuren. Her en der komt het allemaal wat fantastisch over maar het introduceert wel dat interessante perspectief. Lange tijd was hij persona non grata in de academische wereld; literatuuronderzoek aan de hand van oude geschiedenisboeken is nu eenmaal een mager wetenschappelijk uitgangspunt.
Een wetenschapper die gelovige collega's wegzet als naïef en achterlijk is net zo kwalijk als een gelovige die beweert dat de wetenschap ons niets kan leren.
Het geloofscomponent "In den beginnen schiep God" helpt een wetenschapper juist om vervuld met verbazing onderzoek te doen. De complexiteit van zaken; wie had dat ooit kunnen (be)denken, het maakt God zoveel groter en de mens zoveel nietiger. En misschien is dat het probleem juist; een wetenschapper wil misschien niet als nietig neergezet worden; die wil iets zijn.
Echter, aan het eind van de dag kunnen we maar een ding concluderen: hoewel we nu zoveel weten, we weten nog zo weinig.
Aan de slag dus, wetenschap en geloof, hand in hand op ontdekkingsreis.
God, wat bent U groot.
09 december 2011
Drukkerig
Het was even non-stop actie. Aan bloggen kwam ik niet echt toe de laatste negen dagen. Toen ik gisterenavond thuiskwam en naast Martha zat, nippend aan de Pepsi Max en knabbelend aan de HamKaas besefte ik opnieuw hoe heerlijk het is om een thuis te hebben. De verwarming aan, een hete douche, Muesli van de Lidl (uiteraard met volle melk en een schepje Fair Trade Rietsuiker); wat een genot.
De afgelopen dagen zat ik in de buurt van Roscommon, Ierland. Stereotypen werden bevestigd. Wind, regen en kou. De fruit Scone met clotted cream en jam bij Molloy's bakery was een culinaire beleving.
In Roscommon staat een ruine waarvan de fundamenten zo'n 800 jaar oud zijn. Een keer raden wat enkele eeuwen geleden het kasteel in een ruine veranderde. Hoewel de geschiedenis omtrent het wel en wee van het kasteel vaag is, is het duidelijk dat de protestanten onder leiding van Oliver Cromwell de katholieken op hun sodemieter gaven en het kasteel "ontmantelden."
Hoewel oppervlakkig gezien de strijd een politieke strijd was; de motieven waren religieus.
Op een veel kleiner niveau, van mens tot mens, doen we het ook. Onlangs een sessie bijgewoond over "conficthantering." De wat academische benadering draagt ons op om een eerste onderscheid te maken tussen twee zaken: is het persoonlijk of is het een issue. Het zou leuk zijn als je een duidelijke scheidslijn zou kunnen trekken. De weerbarstiger praktijk is echter dat de twee vrijwel altijd door elkaar lopen. Conflicten ontstaan vrijwel altijd vanuit een verschil van mening. En die meningen zijn gebaseerd op wereldbeelden en waarden en deze zijn altijd persoonlijk.
We horen het regelmatig en maken het zelf ook mee: "wat ik nu ga zeggen heeft niets met jou persoonlijk te maken, het is puur zakelijk, technische, of wat dan ook." Conflicten laten zich moeilijk objectiveren en raken de persoon, hoe dan ook.
Dus knikkeren we elkaar uit het kasteel van ons leven. De fundamenten mogen dan wel blijven staan maar de schade kan aanzienlijk zijn.
Ik zie het om me heen te veel gebeuren en het is over het algemeen terug te voeren aan een chronisch tekort aan genade en een overdosis aan ego.
"Weest elkaar dienstbaar in een geest van liefde." (Galaten 5:13).
De afgelopen dagen zat ik in de buurt van Roscommon, Ierland. Stereotypen werden bevestigd. Wind, regen en kou. De fruit Scone met clotted cream en jam bij Molloy's bakery was een culinaire beleving.
In Roscommon staat een ruine waarvan de fundamenten zo'n 800 jaar oud zijn. Een keer raden wat enkele eeuwen geleden het kasteel in een ruine veranderde. Hoewel de geschiedenis omtrent het wel en wee van het kasteel vaag is, is het duidelijk dat de protestanten onder leiding van Oliver Cromwell de katholieken op hun sodemieter gaven en het kasteel "ontmantelden."
Hoewel oppervlakkig gezien de strijd een politieke strijd was; de motieven waren religieus.
Op een veel kleiner niveau, van mens tot mens, doen we het ook. Onlangs een sessie bijgewoond over "conficthantering." De wat academische benadering draagt ons op om een eerste onderscheid te maken tussen twee zaken: is het persoonlijk of is het een issue. Het zou leuk zijn als je een duidelijke scheidslijn zou kunnen trekken. De weerbarstiger praktijk is echter dat de twee vrijwel altijd door elkaar lopen. Conflicten ontstaan vrijwel altijd vanuit een verschil van mening. En die meningen zijn gebaseerd op wereldbeelden en waarden en deze zijn altijd persoonlijk.
We horen het regelmatig en maken het zelf ook mee: "wat ik nu ga zeggen heeft niets met jou persoonlijk te maken, het is puur zakelijk, technische, of wat dan ook." Conflicten laten zich moeilijk objectiveren en raken de persoon, hoe dan ook.
Dus knikkeren we elkaar uit het kasteel van ons leven. De fundamenten mogen dan wel blijven staan maar de schade kan aanzienlijk zijn.
Ik zie het om me heen te veel gebeuren en het is over het algemeen terug te voeren aan een chronisch tekort aan genade en een overdosis aan ego.
"Weest elkaar dienstbaar in een geest van liefde." (Galaten 5:13).
07 december 2011
Waterkou
Zou zijn mijn moeder het hebben gezegd: het is waterkoud. Vocht en kou; een combinatie die op de lange duur niet zo lekker is voor de botten.
De Mentoring Clinic zit er al weer op en ik ben doorgereisd naar Ierland. Ik zit ergens in de buurt van Rahara. Veel schaap, veel koud en veel wind. Vannacht dacht ik er goed aan te doen om met de ramen open te slapen. Het heeft wel iets om zo'n beetje uit je bed geblazen te worden. Echter, het dekbed en de twee dekens deden hun werk. Het neemt wel iets meer tijd om je bed uit te komen omdat je dan het warme holletje moet verlaten. En da's gewoon niet leuk.
Het is zo gaaf om de lichten aan te zien gaan bij de meeste deelnemers aan de mentoring clinic. Een van de deelnerms die twee dagen van te voren overwoog om misschien toch maar gezellig thuis te blijven heb ik met een sluwe salespitch over kunnen halen om toch te komen. Hij is nu zo enthousiast. Hij schreef dat hij meteen bij thuiskomst en terug op het werk aan de slag ging met een aantal tools en vroeg me of we elkaar volgende week kunnen ontmoeten om er over door te praten. Zodoende hebben we nu een ontbijtafspraak om zes uur staan in het truckerscafe aan de rotonde nabij ons kantoor in Carlisle.
En daar doe je het voor: mensen tot ontwikkeling en bloei zien komen; een onderdeel van het maken van discipelen. De Clinic reikt de route, de vaardigheden, de gereedschappen en een groeiend zelfbewustzijn aan om hierin effectiever te worden.
Hieronder de groep deelnemers. Morgen weer naar huis. Yes!
De Mentoring Clinic zit er al weer op en ik ben doorgereisd naar Ierland. Ik zit ergens in de buurt van Rahara. Veel schaap, veel koud en veel wind. Vannacht dacht ik er goed aan te doen om met de ramen open te slapen. Het heeft wel iets om zo'n beetje uit je bed geblazen te worden. Echter, het dekbed en de twee dekens deden hun werk. Het neemt wel iets meer tijd om je bed uit te komen omdat je dan het warme holletje moet verlaten. En da's gewoon niet leuk.
Het is zo gaaf om de lichten aan te zien gaan bij de meeste deelnemers aan de mentoring clinic. Een van de deelnerms die twee dagen van te voren overwoog om misschien toch maar gezellig thuis te blijven heb ik met een sluwe salespitch over kunnen halen om toch te komen. Hij is nu zo enthousiast. Hij schreef dat hij meteen bij thuiskomst en terug op het werk aan de slag ging met een aantal tools en vroeg me of we elkaar volgende week kunnen ontmoeten om er over door te praten. Zodoende hebben we nu een ontbijtafspraak om zes uur staan in het truckerscafe aan de rotonde nabij ons kantoor in Carlisle.
En daar doe je het voor: mensen tot ontwikkeling en bloei zien komen; een onderdeel van het maken van discipelen. De Clinic reikt de route, de vaardigheden, de gereedschappen en een groeiend zelfbewustzijn aan om hierin effectiever te worden.
Hieronder de groep deelnemers. Morgen weer naar huis. Yes!
30 november 2011
Evaluatie kan pijnlijk zijn
Over een paar minuten de deur uit. Naar Birmingham om een Mentoring Clinic te leiden. Erg leuk om te doen.
Meestal wordt, ter afsluiting van trainingen, conferenties en dergelijke door de baas betaalde uitstapjes, deelnemers om feedback gevraagd. Deze feedback is vrijwel altijd positief: "De beste training die ik ooit gevolgd heb, wat een leuke en goede staf, we hebben vreselijk gelachen, ik zou het iedereen aanbevelen, ik kan eigenlijk geen verbeterpunten bedenken,..."
Het is natuurlijk leuk om te horen en te lezen voor de mensen die een dergelijk evenement faciliteren en organiseren maar het is een vreselijk slecht meetpunt. Mensen zijn uit de sleur van hun werk gehaald, ontmoeten anderen, eten andere dingen; ik durf te stellen dat onder deze omstandigheden willekeurig wat voor onderwerp dan ook hoge punten in de evaluatie scoort en dat je het desnoods over postzegelverzamelen had kunnen hebben.
Interessant is de impact op lange termijn en zojuist heb ik een onderzoek afgerond onder enkele honderden deelnemers aan de twintig clinics die we de afgelopen vijf jaar hebben gehouden. Dat levert bruikbare data op en geeft een goed beeld van de sterke en de zwakke punten van de clinic: veel "yes, dat hebben we goed gedaan" maar ook aandachtspunten waar de score niet naar verwachting of wens is. Daar moeten we mee aan de bak! Vanmiddag plan de campagne met twee collega's waarmee ik de meeste clinics leid.
Als de clinics op termijn niet leiden tot effectiever en kundiger mentors, als de deelnemers niet zijn gegroeid in hun vaardigheden, de tools niet gebruiken en met het geleerde niet intentioneel aan de bak gaat, moeten we er meteen mee kappen.
Dit onderzoek moedigt me aan om op een dergelijke manier het effect van alle trainingen te gaan meten. Want er wordt me daar toch een partij getraind en gevormd! Maar is het allemaal wel zo effectief?
Zelfkritiek en gezonde evaluatie met daaraan verbonden consequenties zijn noodzakelijk. Ik durf dat best aan. Iets instandhouden om reden dat we het al jaren doen is de eerste indicatie dat serieuze evaluatie op zijn plaats is. Niet volgend jaar, maar nu.
Trouwens, we verzorgen deze clinics ook voor andere organisaties: mentoringclinic.weebly.com.
Meestal wordt, ter afsluiting van trainingen, conferenties en dergelijke door de baas betaalde uitstapjes, deelnemers om feedback gevraagd. Deze feedback is vrijwel altijd positief: "De beste training die ik ooit gevolgd heb, wat een leuke en goede staf, we hebben vreselijk gelachen, ik zou het iedereen aanbevelen, ik kan eigenlijk geen verbeterpunten bedenken,..."
Het is natuurlijk leuk om te horen en te lezen voor de mensen die een dergelijk evenement faciliteren en organiseren maar het is een vreselijk slecht meetpunt. Mensen zijn uit de sleur van hun werk gehaald, ontmoeten anderen, eten andere dingen; ik durf te stellen dat onder deze omstandigheden willekeurig wat voor onderwerp dan ook hoge punten in de evaluatie scoort en dat je het desnoods over postzegelverzamelen had kunnen hebben.Interessant is de impact op lange termijn en zojuist heb ik een onderzoek afgerond onder enkele honderden deelnemers aan de twintig clinics die we de afgelopen vijf jaar hebben gehouden. Dat levert bruikbare data op en geeft een goed beeld van de sterke en de zwakke punten van de clinic: veel "yes, dat hebben we goed gedaan" maar ook aandachtspunten waar de score niet naar verwachting of wens is. Daar moeten we mee aan de bak! Vanmiddag plan de campagne met twee collega's waarmee ik de meeste clinics leid.
Als de clinics op termijn niet leiden tot effectiever en kundiger mentors, als de deelnemers niet zijn gegroeid in hun vaardigheden, de tools niet gebruiken en met het geleerde niet intentioneel aan de bak gaat, moeten we er meteen mee kappen.
Dit onderzoek moedigt me aan om op een dergelijke manier het effect van alle trainingen te gaan meten. Want er wordt me daar toch een partij getraind en gevormd! Maar is het allemaal wel zo effectief?
Zelfkritiek en gezonde evaluatie met daaraan verbonden consequenties zijn noodzakelijk. Ik durf dat best aan. Iets instandhouden om reden dat we het al jaren doen is de eerste indicatie dat serieuze evaluatie op zijn plaats is. Niet volgend jaar, maar nu.
Trouwens, we verzorgen deze clinics ook voor andere organisaties: mentoringclinic.weebly.com.
28 november 2011
27 november 2011
Smaakpapillen kietelen
Ze bevinden zich onder ons en vallen niet al te zeer op. Spreken dezelfde taal en wanneer ze spreken doen ze dat voortreffelijk. Met weldoordachte en goed geplaatste retoriek weten ze de argeloze burger voor zich in te palmen, tweedracht en ergernis achterlatend.
We zoomen in op de vierkante millimeter Christoloog en volgen hem een paar dagen. Kan het zijn dat zijn voorliefde voor alles wat de smaakpapillen stimuleert en zijn buikholtes vult model staat voor een allesoverheersende symptomatiek? Als je namelijk wat rond blijft hangen en observeren blijkt de beste man of vrouw een 'zwart gat' te zijn. Een van de belangrijkste kenmerken van een zwart gat is dat ze alle energie en ruimte in hun omgeving opzuigen. Een errug leuk filmpje die dit illustreert en een moderne interpretatie is van het narcissus (ja die gozer die verliefd werd op z'n eigen spiegelbeeld) syndroom vind je hier.
Iedereen kent ze. Vraag een willekeurig iemand of hij/zij iemand kent die de "gave van het nemen" heeft en men hoeft niet al te lang na te denken eer er een naam of twee, drie uitrolt.
Paulus schrijft over dergelijke lieden in Romeinen 16. Lieden die het dienen van Christus ondergeschikt hebben gemaakt aan de eigen buik, of "bediening."
Je dacht door genade behouden te zijn en houdt je al je leven lang aan deze eenvoudige waarheid vast. Geweldig.
Maar daar komen ze al aan en stellen zich op in rijen van drie: het "Genade Plus" leger. Allen hebben ze een zogenaamde diepere waarheid gevonden waarmee ze de onmeetbare genade toch weer een beetje meetbaar denken te maken.
Het vraagt een zeker vernuft om een deeltje van de waarheid te isoleren en op een vierkante millimeter van het onmeetbare terrein van genade een constructie te doen oprijzen die het hele terrein overschaduwt.
Het zit zo diep in de mens verankert: de neiging om het zelf als de norm te verheffen. Maar het is zo vreselijk zwargatterig.
En het ziet er gewoon raar uit, zoals het plaatje illustreert.
Genade, zo oneindig groot.
Dat ik, die 't niet verdien
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan 'k zien.
Genade die mij heeft geleerd
te vrezen voor het kwaad.
Maar ook - als ik mij tot Hem keer
dat God mij nooit verlaat.
Want Jezus droeg mijn zondelast
en tranen aan het kruis.
Hij houdt mij door genade vast
en brengt mij veilig thuis.
Als ik daar in zijn heerlijkheid
mag stralen als de zon,
dan prijs ik Hem in eeuwigheid )
dat ik genade vond.
(c) DP / Universal Songs Tekst & muziek: John Newton Ned. tekst: Elly Zuiderveld-Nieman
We zoomen in op de vierkante millimeter Christoloog en volgen hem een paar dagen. Kan het zijn dat zijn voorliefde voor alles wat de smaakpapillen stimuleert en zijn buikholtes vult model staat voor een allesoverheersende symptomatiek? Als je namelijk wat rond blijft hangen en observeren blijkt de beste man of vrouw een 'zwart gat' te zijn. Een van de belangrijkste kenmerken van een zwart gat is dat ze alle energie en ruimte in hun omgeving opzuigen. Een errug leuk filmpje die dit illustreert en een moderne interpretatie is van het narcissus (ja die gozer die verliefd werd op z'n eigen spiegelbeeld) syndroom vind je hier.
Iedereen kent ze. Vraag een willekeurig iemand of hij/zij iemand kent die de "gave van het nemen" heeft en men hoeft niet al te lang na te denken eer er een naam of twee, drie uitrolt.
Paulus schrijft over dergelijke lieden in Romeinen 16. Lieden die het dienen van Christus ondergeschikt hebben gemaakt aan de eigen buik, of "bediening."
Je dacht door genade behouden te zijn en houdt je al je leven lang aan deze eenvoudige waarheid vast. Geweldig.
Maar daar komen ze al aan en stellen zich op in rijen van drie: het "Genade Plus" leger. Allen hebben ze een zogenaamde diepere waarheid gevonden waarmee ze de onmeetbare genade toch weer een beetje meetbaar denken te maken.Het vraagt een zeker vernuft om een deeltje van de waarheid te isoleren en op een vierkante millimeter van het onmeetbare terrein van genade een constructie te doen oprijzen die het hele terrein overschaduwt.
Het zit zo diep in de mens verankert: de neiging om het zelf als de norm te verheffen. Maar het is zo vreselijk zwargatterig.
En het ziet er gewoon raar uit, zoals het plaatje illustreert.
Genade, zo oneindig groot.
Dat ik, die 't niet verdien
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan 'k zien.
Genade die mij heeft geleerd
te vrezen voor het kwaad.
Maar ook - als ik mij tot Hem keer
dat God mij nooit verlaat.
Want Jezus droeg mijn zondelast
en tranen aan het kruis.
Hij houdt mij door genade vast
en brengt mij veilig thuis.
Als ik daar in zijn heerlijkheid
mag stralen als de zon,
dan prijs ik Hem in eeuwigheid )
dat ik genade vond.
(c) DP / Universal Songs Tekst & muziek: John Newton Ned. tekst: Elly Zuiderveld-Nieman
25 november 2011
Een echt exemplaar
Vanmorgen dacht ik de balans op te maken van wat 51 jaar aardlingschap mij heeft gebracht.
Is het allemaal onuitsprekelijk vermoeiend, zoals de Prediker het enigszins kort door de bocht samenvat? Of geeft het reden tot een volmondig "Tsjakka?" Ik denk dat ik er ergens tussenin zit en de balans de ene keer wat naar links en de andere keer wat naar rechts neigt, afhankelijk van hoe ik me op dat moment voel. Het leven en de levenskwaliteit laat zich maar moeilijk objectief meten. De waardering ervan is in grote mate subjectief en afhankelijk van zoveel factoren dat een jaar lang bloggen niet genoeg zou zijn om die allemaal op te sommen en te verkennen.
Heb ik nog wensen?
Een zinnetje in Romeinen 16 trok zojuist in het bijzonder mijn aandacht: "Doe de groeten aan Apelles, de echte christen."
"Wat maak je me nou, Paulus?" was mijn eerste gedachte. "Gradaties en kwalificaties introduceren? Is het allemaal al niet verwarrend genoeg?"
Ik heb altijd al moeite met de vele adjectieven die we in het dagelijks taalgebruik bezigen. Iets moois gaat meestal gepaard met een adjectief. Iets is "ontzettend," "best," "redelijk," "super," of wat dan ook mooi. Gewoon mooi is zo gewoon.
Wie of wat bepaalt dat iemand christen is? De eerste gedachte is dat als je de Here Jezus hebt aangenomen als je persoonlijk verlosser, je christen bent. Dat is de heersende gedachte. In de Bijbel komen we echter een andere praktijk tegen. Het was de omgeving die bepaalde of iemand christen was. Paulus en z'n kornuiten worden in Antiochië christen genoemd door de mensen die hun levens een jaar lang hadden kunnen observeren: ze leken op Christus en werden, waarschijnlijk licht spottend, naar Hem vernoemd wiens leven in hen zichtbaar was.
De echte christen Apelles.
De gedachte erachter is deze: Apelles werd bij de Consumentenbond afgeleverd om een aan batterij tests te worden onderworpen. Die tests beoogden in kaart te brengen in welke mate het product voldeed aan de specificaties. Apelles kwam uiteindelijk als "beste koop" uit de bus: de Christustest ondergaan en authentiek gebleken!
Nu hoeven wij die tests niet te bestellen. Die komen vanzelf op ons af. Het leven bevat voldoende testelementen die op de Christus claimende mens worden losgelaten. Deze proeven van bekwaamheid zullen uitwijzen of we met het echte product te maken hebben of met een goedkope Chinese kloon.
Dat is mijn grootste wens: echt te blijken.
Is het allemaal onuitsprekelijk vermoeiend, zoals de Prediker het enigszins kort door de bocht samenvat? Of geeft het reden tot een volmondig "Tsjakka?" Ik denk dat ik er ergens tussenin zit en de balans de ene keer wat naar links en de andere keer wat naar rechts neigt, afhankelijk van hoe ik me op dat moment voel. Het leven en de levenskwaliteit laat zich maar moeilijk objectief meten. De waardering ervan is in grote mate subjectief en afhankelijk van zoveel factoren dat een jaar lang bloggen niet genoeg zou zijn om die allemaal op te sommen en te verkennen.
Heb ik nog wensen?
Een zinnetje in Romeinen 16 trok zojuist in het bijzonder mijn aandacht: "Doe de groeten aan Apelles, de echte christen."
"Wat maak je me nou, Paulus?" was mijn eerste gedachte. "Gradaties en kwalificaties introduceren? Is het allemaal al niet verwarrend genoeg?"
Ik heb altijd al moeite met de vele adjectieven die we in het dagelijks taalgebruik bezigen. Iets moois gaat meestal gepaard met een adjectief. Iets is "ontzettend," "best," "redelijk," "super," of wat dan ook mooi. Gewoon mooi is zo gewoon.
Wie of wat bepaalt dat iemand christen is? De eerste gedachte is dat als je de Here Jezus hebt aangenomen als je persoonlijk verlosser, je christen bent. Dat is de heersende gedachte. In de Bijbel komen we echter een andere praktijk tegen. Het was de omgeving die bepaalde of iemand christen was. Paulus en z'n kornuiten worden in Antiochië christen genoemd door de mensen die hun levens een jaar lang hadden kunnen observeren: ze leken op Christus en werden, waarschijnlijk licht spottend, naar Hem vernoemd wiens leven in hen zichtbaar was.
De echte christen Apelles.
De gedachte erachter is deze: Apelles werd bij de Consumentenbond afgeleverd om een aan batterij tests te worden onderworpen. Die tests beoogden in kaart te brengen in welke mate het product voldeed aan de specificaties. Apelles kwam uiteindelijk als "beste koop" uit de bus: de Christustest ondergaan en authentiek gebleken!
Nu hoeven wij die tests niet te bestellen. Die komen vanzelf op ons af. Het leven bevat voldoende testelementen die op de Christus claimende mens worden losgelaten. Deze proeven van bekwaamheid zullen uitwijzen of we met het echte product te maken hebben of met een goedkope Chinese kloon.Dat is mijn grootste wens: echt te blijken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Godsverlichting in den Haag (of all places)
Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...


