08 november 2011

Hebben recalcitrante koeien bestaansrecht?

Ja, je kunt er maar moeilijk omheen. Volgens Paulus zijn alle regeringen door God geïnstalleerd. Dat is toch even slikken. Als dat waar is, kan ook onze regering alleen bestaan en haar macht uitoefenen omdat God haar op die plek heeft gezet. Ook de Griekse regering. En die van Noord Korea. Zelfs van Amerika... Nou, nou.
In het grote verhaal van God begrijp ik dit wel. Ieder mens, ieder systeem leeft en beweegt bij Zijn gratie.
Mocht dat niet zo zijn dan hebben we een groter probleem omdat we dan zouden moeten besluiten welke regering wel en welke regering niet door Hem regeert. Paulus zegt hier (Romeinen 13) dat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken; de God van alle leven geeft alle regeringen het mandaat om te regeren. Dat ze in dat regeren wel of geen rekening houden met de God, doet dar niets aan toe, of af.
Maar het wordt ingewikkelder als we Paulus nog even laten uitpraten. Hij zegt dat, omdat alle regeringen door God zijn, we ons aan die regering moeten onderwerpen. Daar waar iemand weigert om zich aan het boven haar gestelde gezag te onderwerpen, wordt dat toegerekend als ongehoorzaamheid aan God.
Nou, daar moet je bij een Nederlander niet mee aankomen.
Gisterenavond vroeg een Schotse collega, onze internationale financiële audoitor, of de Nederlanders in het algemeen op de hoogte zijn van de situatie waarin Griekenland de euro heeft gemanoeuvreerd. Mijn antwoord was "waarschijnlijk niet, maar ze hebben wel allemaal een mening."
Zo is het ook met dit stukje onderricht van Paulus. Begrijpen doen we het niet precies maar we hebben wel allemaal een mening.
Hij gaat nog verder: de regering is door God gegeven om ons te helpen.
Helpen? Ik zie de bloeddruk van de gemiddelde Hollander stijgen tot ongekende hoogte. "Graaiers zijn het, meneer. Dat zeg ik: graaiers."
Het gevaar met het isoleren van een stukje in de Bijbel is dat het je vaak maar een stukje van het verhaal laat zien. Als je hier namelijk de uitspraak dat we God meer moeten gehoorzamen dan de mensen (Handelingen 5) naast legt, wordt het geheel al wat interessanter. We worden geacht om binnen het verhaal van 'alle regeringen zijn door God gegeven', keuzes te maken die God eren;  geen slaafse onderdanigheid maar een leven waarin weloverwogen keuzes gemaakt worden die gebaseerd zijn op de principes en uitgangspunten van Zijn koninkrijk.
Gelukkig  geven veel regeringen de ruimte binnen haar wetgeving om het met haar oneens te zijn, in beroep te gaan en te protesteren. Ook dat valt binnen het kader van gehoorzaamheid an de overheid. Vandaar dat we in Nederland best wel veel kunnen doen, binnen de kaders van de wet, zonder dat dat meteen tot gewetensconflict leidt.
The Recalcitrant cow by Georges Redon
Moeilijker is het voor hen binnen totalitaire regimes die deze ruimte niet bieden. Daar heeft het "God meer gehoorzamen dan mensen" verstrekkende gevolgen voor de moedige man of vrouw die opstaat en de regering direct of indirect wijst op misbruik van de haar door God gegeven macht.
Vandaag zullen weer mannen en vrouwen gevangen worden gezet, gemarteld of zelfs gedood omdat ze God meer gehoorzamen dan mensen.
De discussie die wij over deze passage in Romeinen 13 voeren, vindt plaats op en vanuit het pluche van onze welvaartsdemocratie en heeft maar weinig  persoonlijke gevolgen. Zelfs voor de recalcitrant, de dwarsligger en de non-conformist. Onze regering voorziet zelfs in de ruimte die zij claimen.
Gekke wereld eigenlijk. Maar wat doen we met krakers in de kerk? Hoeveel ruimte biedt de kerk om haar gezag aan te spreken? Daarover morgen meer.


07 november 2011

Het publiek neemt afstand

Wat zegt het over een groep, over de individuen in de groep of over de sprekert as je publiek de rijen van achter naar voren opvullen en er zich tussen de sprekert en de eerste levende wezens vijf lege rijen bevinden. Wat zegt het en wat doe je?

  1. De spreker heeft, nog voordat hij z'n mond opentrekt, al zo'n intimiderende uitstraling dat het de mensen bij  voorbaat al doet terugdeinzen; zoiets van "dan hebben we dat vast gehad.
  2. Het publiek is uiterst bescheiden en niemand wil de indruk wekken te gretig te zijn. 
  3. De vorige spreker was te luid en sproeide de eerste rijen onder met een fijn speekselgordijn.
  4. Het publiek heeft een deuk opgelopen. Een ietwat afwachtende houding met een spikkeltje achterdocht is zo gek nog niet. Er wordt in de naam van God al zoveel gezegd.


Hoe dan ook; je moet het ermee doen. Wat nu?

  1. Waar ik zelf een gruwelijke hekel aan heb is als een spreker het publiek gaat commanderen om naar voren te komen, daarbij gebruik makend van flauw grapachtig commentaar: "Ik bijt niet hoor," "Zijn jullie bang of zo," "Is het achterin warmer?" "Ik heb toch echt m'n tanden gepoetst," "Ik beloof dat ik niet zal spugen."
    Verschrikkelijk. Dat is dus geen optie. 
  2. Het spreekgestoelte naar beneden halen en zo dicht mogelijk bij de eerste levende mensen neerzetten zonder flauwe of beschuldigende grappen te maken zoals, "Als de berg niet naar Mozes komt, gaat Mozes wel naar de berg toe," "jullie mogen dan misschien bang zijn voor mij, ik ben echt niet bang voor jullie hoor, haha."

    Dat hebben we dan maar gedaan. Zo dicht mogelijk bij en naast de mens gaan staan zonder flauw te doen.

Maar zwaar was het wel. Omdat het een relatief kleine groep was, zo'n veertig man en vrouw, hielp het om rond te lopen en concrete, en directe en open vragen te stellen. Toen werd het wel wat losser maar het was duidelijk dat de hele groep een aardig ingedeukt was. Reden is mij onbekend maar vaak spelen dikke ego's in het werk van God die weigeren om af te slanken of in te krimpen en prominente rol; het scenario voor jarenlange achterdocht, onvergevingsgezindheid, verwijdering en eenzaam lijden en verdriet.
Ik kan het me goed voorstellen. Als je dat net hebt meegemaakt dat houd je een slag om de arm als er een vreemde spreker op het podium staat. Zou ik ook doen. Doe ik ook. En niet alleen bij vreemde sprekers.

06 november 2011

Veinzend liefhebben

Het is vrij gemakkelijk om in gezelschap met een glimlach rond te lopen, complimenten te geven, veren in achterwerken te steken; zeg maar populair liefhebbend te doen. Hoe weet ik nu of dat toneelspel is of dat het eigenlijk toch wel een soort van menens is?
Er bestaat een test hiervoor. Hoe denk en praat ik over diezelfde mensen als ze er niet bij zijn? Als dat gelijk is aan wat ik publiekelijk demonstreerde mag ik ervan uitgaan dat ik aangenaam besmet ben met het 'ongeveinsd liefhebben virus.' Het is niet zo heel erg om daaraan te lijden.
Mocht er echter een duidelijk discrepantie bestaan tussen hoe ik me publiekelijk uitlaat en wat ik werkelijk vind van de mensen waartussen ik me beweeg, dan lijd ik aan het 'geveinsd liefhebben virus.' En dat is vrij ernstig.
Paulus zegt het zonder opsmuk in een klein zinnetje dat verder weinig ruimte laat voor misinterpretatie: "Heb lief zonder te doen alsof" (Rom. 12).
Maar kan het? Bestaat er iets dat we 'pure, authentieke liefde' kunnen noemen.
Is het niet zo dat we de één wat makkelijker ongeveinsd kunnen liefhebben dan de ander? Sommigen maken het je namelijk wel moeilijk om ze lief te kunnen hebben. Wat doe ik daarmee?

Negeren is een optie. Als je tot een iets grotere groep behoort is dat een vrij eenvoudige oplossing. Binnen die groep zijn er namelijk genoeg mensen die wat makkelijk lief te hebben zijn. Het valt niet al te zeer op als ik me tot die groep beperk. Er is een maar hier. Als ik kies voor negeren, is die ander sterker en heeft macht over mij. Niet zo gezond, dunkt me. het helpt mij niet en ook de ander niet.

Confronteren is een andere optie en waarschijnlijk een betere dan die van "net doen alsof". Wat is het in mij of in de ander dat het obstakel tot het niet liefhebben vormt? Het is belangrijk dat ik eerst bij mezelf kijk. Een tijd terug had ik op dit gebied behoorlijke problemen met het liefhebben van een collega. Te pas en te onpas viel hij me lastig met totaal irrelevante vragen, opmerkingen en vooral superlange verhalen waarvan de samenvatting alleen al zelfs de meest energieke persoon in slaap zou wiegen. Op een dag confronteerde ik hem en besloot om het mijn probleem te maken: "Luister, jij doet dit en dat, sus en zo en er is een reden dat je dat doet. Ik kan dat niet veranderen. Echter, ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Help me eens." Vervolgens hebben we afspraken gemaakt en het is sindsdien geen probleem meer.

Reflecteren kan ook een gezonde oefening zijn. Niet kunnen liefhebben zegt namelijk vooral iets over mij. De ander kan nog zo'n onmogelijk persoon zijn; het zegt veel over mijn normen en waarden; wat ik acceptabel of normatief vind. En ja, er zijn tal van energiezuigende personen die ook ik liever ontloop; die met een flinke blinde vlek vooral narcistisch of wat dan ook lopen te doen en totaal gevoelloos zijn voor ieder directe en indirecte hint die in de richting van een "dit gesprek is afgelopen" wijst. En dan heb ik het nog niet eens over mijn eigen blinde vlekken die, naar ik hoop in de loop van mijn leven, voor mezelf zichtbaar worden zodat ik er iets aan kan doen.
Liefhebben en aanvaarden dat de realiteit is zoals deze is, gaan hand in hand. Let wel, dit betekent niet dat we hoeven te aanvaarden dat de realiteit blijft zoals deze is. Liefde zet zich in voor verandering. Bij mezelf en bij anderen. Vandaag wil ik daar weer flink aan oefenen.


05 november 2011

Genade als pedagoog (II)

Wel eens een "epifanie" gehad? Ik denk het wel. Het is als je plotseling iets heel scherp ziet wat tot dan toe een beetje wazig, modderig was. Je hebt er lang over nagedacht en dan gaat opeens het licht aan.
Jezus Christus is in het plan van God zijn epifanie voor de wereld. Lang nagedacht en opeens zie je de werkelijkheid en impact van wat God in Jezus heeft gedaan. Niet voor niets dat Jezus het licht van de wereld is.
Jezus is Gods tien dollar biljet in de sombrero (zie blog van gisteren).

De vraag is wat die plotselinge verschijning met ons doet. Hoe verandert het ons?
Paulus zegt dat deze verschijning van Gods genade een opvoedkundig gevolg heeft voor ons leven (Titus 2:11-14). Dat licht gaat niet alleen over ons schijnen; het gaat iets in ons doen.

Twee aspecten:

1) Het leert ons dat we ons moeten afkeren van

  • ons goddeloze leven. God staat vanaf het moment van onze epifanie op ons netvlies gegrift. We kunnen niet langer onbewogen blijven. Ons beeld van God is voorgoed anders. Hij wordt de eerste waar we aan denken. Onze levens; voorgoed veranderd! Godloosheid kenmerkt ons leven niet langer. Godvolheid komt daarvoor in de plaats. Nu moeten we dat niet meteen verwarren met een voortdurend warm en romantische gevoel. De kleinkinderen van de vrouw uit het verhaal van gisteren hadden na verloop van tijd weer honger en het veranderde haar directe werkelijkheid niet. Wat het wel veranderde was de kijk- en denkrichting. Dat is Godvolheid.
  • onze zondige verlangens (passies). Passies zijn neutraal en maken deel uit van Gods scheppingsorde. Zonder het vermogen om honger of trek te voelen, zou ik stoppen met eten. Toegeven aan die passie, of dat verlangen, is wijs. Een verlangen is zondig als ik erdoor geobsedeerd raak en het mijn leven gaat beheersen. Zelfdiscipline is een goede zaak. Dat is best wel lastig in een wereld die ons aanmoedigt om onze passies leidend te laten zijn in het nemen van beslissingen. 
2) De school van God leert me ook het alternatief:

  • Bezonnen, rechtvaardig en vroom leven. Dat is aardige mond vol en dit is dan ook een enigszins glibberig terrein. Er bestaat de neiging om dit te reduceren tot lijstjes met dingen die we moeten doen en als we de meeste onderdelen van dat lijstje af kunnen vinken, doen we het goed. Helaas kent de invulling hiervan een hoog abstractieniveau waarbij het "jij in jouw klein hoekje, en ik in 't mijn" het verder reduceert tot een individuele geestelijke oefening. Alles wijst erop dat deze drie woorden hier midden in de wereld een plek moeten hebben in ons leven. De link naar Jacobus is hier snel gelegd: daders van het woord is hier meer aan de orde dan geisoleerde abstractie. Het verhaal van LaGuardia illustreert niet alleen het principe van genade; het is een tastbaar voorbeeld van hoe we als Godvolle mensen ons in en met de wereld verhouden. 
  • uitzien naar het geluk waar we op hopen. De toekomst trekt als een magneet; motiveert, stimuleert. Niet langer gedreven door magneetje van tijdelijk aard die niet blijven plakken, aspireren we iets hogers: de gelijkvormigheid aan Christus. Onze gebrokenheid mag nooit een excuus zijn om bij de pakken te gaan neerzitten. Verandering is mogelijk. Gods epifanie verandert ons in het hier en nu, van binnen uit terwijl een andere kracht werkzaam is die ons vooruitbeweegt. Da's ook een soortement epifanie.
Ik moest dit even kwijt. Morgenavond spreek ik over dit thema in Carlisle en zoals ik wel vaker doe gebruik ik mijn blog om schetsen neer te zetten en uit te werken. 

04 november 2011

Genade als pedagoog (I)

Genade. Je raakt er niet over nagedacht of uitgepraat. Hoe ver gaat genade? Wanneer kom je op een punt dat je besluit dat het ophoudt? Je trekt toch ergens een grens; die van billijkheid. Iemand eenmaal iets niet toerekenen, dat trekken we nog wel, uiteraard afhankelijk van de ernst van de overtreding.
Er doen tal van legendes de ronde om het principe van genade te illustreren. De meeste behoren tot de categorie "urban legends" omdat niemand met zekerheid kan zeggen of het voorval wel of niet heeft plaatsgevonden.

Een aardige vinden we "The Ragamuffin Gospel" van Brennan Manning.

Links de "little Flower"
Fiorello LaGuardia (1882-1947) was burgemeester van New York City tijdens enkele van de ergste periodes van de Grote Depressie en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hij werd  door de inwoners van New York respectvol  "the Little Flower" genoemd, omdat hij nauwelijks langer was dan 1 meter 50 en altijd een anjer in zijn revers droeg. Tijdens een  koude nacht in januari 1935 ging hij naar de rechtbank in de armste wijk van de stad en stuurde de dienstdoende rechter naar huis en nam zijn plaats achter de rechtbank in. Een haveloze oude vrouw werd voorgeleid. Ze werd beschuldigd van het stelen van een brood. Haar dochter was ziek en haar kleinkinderen ondervoed. De winkelier, van wie ze het brood gestolen had, weigerde de aanklacht te laten vallen en zei: "Het is een echt slechte buurt, edelachtbare. Ze moet gestraft worden om andere mensen hier in de buurt een lesje te leren. In gedachten verzonken zuchtte LaGuardia zuchtte diep. Hij keek de vrouw aan en zei: "Ik moet je straffen. De de wet maakt geen uitzondering - tien dollar of tien dagen in de gevangenis." Maar terwijl hij de straf uitsprak haalde hij een tien dollar biljet uit zijn zak en gooide het in zijn beroemde Sombrero en zei: "Hier is de tien dollar boete en je bent nu vrij om te gaan. Bovendien veroordeel ik iedereen in deze rechtszaal tot een boete van vijftig cent voor het leven in een stad waar mensen een brood moeten stelen, om hun kinderen te eten te kunnen geven." De boetes werden ingezameld en het totaalbedrag aan de vrouw meegegeven.
De volgende dag meldden de kranten dat 47,50 dollar werd overgedragen aan de verbijsterde vrouw die een brood had gestolen om haar hongerende kleinkinderen te voeden. Samen met een zeventigtal kleine criminelen, mensen met verkeersovertredingen, en New York City politieagenten, droeg ook de kruidenier zijn vijftig cent bij, zij het met een rood hoofd! Vervolgens kreeg de burgemeester een staande ovatie.

Hier stopt het meestal. We hebben genade geïllustreerd, vinden dat de wereld daar wel wat meer van kan gebruiken en nemen onszelf voor een tikje genadiger naar anderen te zijn. Ook dient het als illustratie om de diepte van genade die God is, wat zichtbaarder, tastbaarder te maken: wij die het niet verdienden of er aanspraak op zouden kunnen maken, ontvangen gratis het Leven. God spreekt ons vrij. Zijn zoon is de prijs die betaald is voor onze overtredingen.

Een wat lange inleiding maar het is van belang dat we verder kijken. Wat doet genade met de vrouw die in plaats van te moeten dokken of zitten met een smak geld naar huis wordt teruggestuurd. Hoe denkt zij vanaf dat moment over de rechter? Wat dacht ze eerst, en wat denkt ze nu? ik denk dat ik haar ogen en beleving die rechter vanaf dat moment nog maar heel weinig verkeerd kan doen. Ze zal voor de rest van haar leven met eerbied en respect over hem spreken en ik kan me zo voorstellen dat mensen die met haar on contact kwamen vroeger of later heer genade verhaal te horen kregen.

Wat doet de genade meer met ons, verder dan ons vrijkopen en zicht op een hoopvolle toekomst geven? Hoe verandert het mijn leven van vandaag? Daar gaat Paulus op in in Titus 2:11-14.
Om u beste lezer niet ter verliezen, laat ik het nu even hier bij. Morgen het vervolg.

p.s. Is de LaGuardia anekdote een broodje aap verhaal of is het een op feiten gebaseerd verhaal?
Als je nieuwsgierig bent naar het antwoord, lees dan hier.


01 november 2011

Bescheiden denken over God

God uittekenen, wie zou dat niet willen? We erkennen dat het onmogelijk is. Toch proberen we het, waarbij de neiging bestaat om een bepaald ontdekt aspect sterk uit te vergroten en daarmee in alle over- en hoogmoed mee aan de slag te gaan.
Het staat nog op mijn netvlies gegrift. Ergens in 1979 bezocht ik regelmatig samen met enkele vrienden een bijbelstudiegroep. Twee bezoekers waren onlangs de kerk uitgestapt omdat "de dominee niet in de opname van de gemeente geloofde." Ze spraken er schande van en zagen zich genoodzaakt om de kerk de rug toe te keren en de fijne groep van wederomgeboren evangelischen te omarmen. Het isolement waarin ze zich plaatsten en het stigma wat hen werd opgeplakt werd met een combinatie van pijn en vreugde als teken van hun gelijk gezien; het was lijden om Christus wil. Hopelijk hebben ze in de laatste 32 jaar ontdekt dat het op z'n zachtst gezegd een domme en absurde zet was.
In de loop der jaren ben ik, vaker dan me lief is, zoveel gelovigen tegengekomen die op de bressen klimmen voor even zoveel bijzaken en maar zelden gaat dit gepaard met bescheidenheid. In gesprekken klinkt een houding van superioriteit door en ik blijf achter met een sterk gevoel dat ik zojuist ben gestigmatiseerd als iemand "die het niet ziet." Hopelijk bidden deze mensen voor me dat ik mag groeien in inzicht want dat inzicht is iets wat ik chronische tekort kom.
Paulus somt het verhaal van God op: onpeilbaar is zijn rijkdom, wijsheid en kennis, ondoorgrondelijk zijn beslissingen en onnaspeurlijk zijn wegen (R 11:33). Over het plan van God lezend en trachten daar een blauwdruk aan te ontlenen, is onbegonnen werk. Bescheidenheid past ons in ons denken over God, naar de mate van het geloof dat God aan een ieder geeft.
Misschien komt het dat we bescheidenheid verwarren met onzekerheid terwijl we onszelf vertellen dat, als we eenmaal de waarheid hebben ontdekt, we een zekerheid hebben gevonden die z'n vergelijking met enige andere filosofie niet kent en gemakkelijk overstijgt.
En ja, bescheidenheid en onzekerheid zouden best wel eens in elkaars verlengde kunnen liggen. Als ik Hem niet kan peilen, doorgronden of naspeuren, kan me dat onzeker maken. Wat weet ik nu eigenlijk over Hem? Laat ik m'n mond maar houden.

Edoch, temidden van dit alles staat de boodschap van genade en liefde als een onneembaar fort in het tumult, de chaos en de onzekerheid. Terwijl de wereld met haar elementen erop in beukt staat de liefde en de genade ongeschokt.
Die genade en die liefde zijn niet na te speuren, niet te doorgronden en niet te peilen. Hoe diep je ook graaft, ze gaan altijd dieper. Dat creëert verwondering. Hoe kan God dat doen? Is er dan echt plaats voor iedereen?
Ja! zou Paulus zeggen. Wie met de mond belijdt dat Jezus Heer is en met het hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, vindt een zekere en veilige plaats in dat overigens onvernietigbare fort.
Die boodschap verkondigen we. Onbescheiden.
Wat alle andere zaken betreft past ons bescheidenheid.

Het teken van hoop temidden van chaos en talloze vragen
Artist:  Completion Date: c.1963 Place of Creation: France
Technique: gouache, pastel Material: paper Dimensions: 28.5 x 42 cm
Gallery: Musée national Message Biblique Marc Chagall, Nice, France



31 oktober 2011

Het is toch echt maar een lamp

In onze badkamer hangen twee wandlampjes. Messing/Brons met opaalglazen kap. Een van die opaalglazen kappen is jaren geleden in kleinere fragmenten op de vloer uiteengespat. Omdat ik geen idee had welk merk het betrof hing daar jarenlang een energiezuinige lamp in, die z'n werk gewoon deed, echter zonder die mooie overkapping. Vanmorgen besloot ik daar wat aan te doen en op zoek te gaan naar een kap die wel zou kunnen passen. Tijdens mijn ontdekkingsreis kwam ik zowaar het merk en typenummer tegen (Dornbracht 83300360).
Met hulp van Google treed ik vervolgens een wereld binnen die mij totaal onbekend is: die van het design sanitair. Nu is de toevoeging "design" redelijk arbitrair en technische overbodig omdat aan, om het even welke lamp altijd een ontwerp ten grondslag ligt. De toevoeging "design" houdt een waarschuwing in: "Let op: u betreedt een gebied waarin zich normaliter slechts vermogenden of mensen met een bepaalde fetish ophouden. Voor de man die gewoon een functionele badkamerlamp zoekt is deze wereld alleen om te kijken. U kunt of wilt niet kopen." Wat ik bedoel is dit. Mijn lamp is gelukkig nog wel te krijgen. De bronzen uitvoering is in de aanbieding voor 436 euro (normaal ruim 700). Zie hieronder de lijst met de aanbieding. Ik ben geneigd om m'n twee lampen te koop aan te bieden. Als setje (en een glas dat ontbreekt). Daarom nu te koop (let wel dit zijn "gerijpte" exemplaren) voor 625 euro. Dan koop ik bij de gamma of bij Ikea voor een paar tientjes twee vervangende lampen.

Edoch, iemand biedt op Markplaats een nog ongebruikt exemplaar aan voor 50 euro. Wel de Chrome editie maar het gaat mij toch alleen maar om het glas. Ik heb 35 euro geboden. Toch een rare wereld waar je voor een vierkante douchekop ruim 3000 euro neertelt als deze het label "Dornbracht" draagt, terwijl het erom gaat dat water door gaatjes naar buiten geperst wordt zodat je effectiever nat wordt dan met een dikke straal uit een tuinslang. Hetzelfde effect bereik je met een douchekop van een paar euro. Waarschijnlijk mis ik iets. Ja, zullen sommigen zeggen, maar die douchekop van jou gaat maar een jaar of vijf, en als je geluk hebt, tien mee. Op den duur heb je dan toch een kapitaal aan douchekoppen uitgegeven.

Wat me vooral verontrust is dat we in een wereld leven waarin de verschillen zo groot, zo tragisch zijn. Ik kan, sinds ik een uur geleden m'n lampje Googelde, het beeld van een van dorst stervend kind, niet uit m'n hoofd zetten. Die denkt niet na over welke douchekop of welk lampje hij graag in z'n badkamer zou willen hebben. Die kan maar aan ding denken: water.



28 oktober 2011

Wat voor burrie?

Ja, Congresbury. Net iets ten zuiden van Bristol. Iedereen kent het. Nooit van Congresbury gehoord? Nou zeg!
De eigenaars van een van de twee B&B's die Congresbury telt, vroegen me honderduit over m'n werk en leven. 'Die organisatie waarvoor jij werkt, werken daar Katholieken, Protestanten of Christenen?' Zo'n vraag, daar kan ik wel wat mee. Het zegt veel over het wereld- en Godsbeeld van het sympathieke, gepensioneerde echtpaar. 'Bij ons werken zowel katolieken, protestanten als christenen. Wat hen typeert en verenigt is dat ze gegrepen zijn door hetzelfde verhaal van Christus; van leven, hoop, liefde en verandering. Zozeer zelfs dat ze, wars van kerk- en dogmatische muren zich samen in willen zetten om dat verhaal te vertellen aan iedereen die het wil horen.
Vandaag aan de slag met een van mijn mentors en thesis begeleiders. Het is zo gezond om een of meer mentors in je leven te hebben. Een wijze, bekwame man of vrouw die wat verder is in het leven en die je vraagt om over je schouders mee te kijken naar je leven en en werk en toestemming heeft om alles te mogen zeggen en vragen. Daar kom je echt een stuk verder mee in je leven. Vandaag dus wat levens-, en werkoefeningen in Congresbury. Of all places!

27 oktober 2011

Tech je zegeningen

Technologie verandert de wereld. En levens. Vooral de manier waarop we onze tijd invullen. Lichte tot zware afhankelijkheid van technologische verdovende middelen lijkt eerder regel dan uitzondering te zijn. Met een internetdichtheid van 92% aangesloten huishoudens spant Nederland de wereldwijde kroon. Om me heen kijkend vind ik vijf mobiele telefoons. Uiteraard sterk verouderd. De nieuwste is de inmiddels 25 maanden geleden op de markt verschenen Nokia 97Mini. Eigenlijk ook al weer verouderd. En een onding. in plaats van belangrijkere en urgentere zaken te doen ben ik deze ochtend gestart met een harde reset en het volledig opnieuw installeren. Nu, twee en een half uur verder, heb ik het bijna voor elkaar. Maar het geeft geen voldaan gevoel. Eerder een onbestemd leeg, nutteloos gevoel. Ik heb er niets van opgestoken en het blijft een onding.
Lijkt op de Nokia N97 Mini
Onze afhankelijkheid van technologie zal alleen maar toenemen. Zeker nu meer en meer bedrijven hun bestanden en software in en uit virtuele wolken opslaan en/of halen. Een leuke stroomstoring of een platte server en we zijn ontheemd.

Aan de andere kant, aan het eind van de achttiende eeuw duurde de reis van Rotterdam naar Amsterdam zeven uur (per koets). Van Amsterdam naar Marseille duurde drie weken (als alles meezat).
Nu rekenen we in minuten. Vanmiddag pak ik om 14.53 de trein naar Schiphol die me daar 25 minuten later aflevert zodat ik ruim op tijd ben om de vlucht van 16.20 naar Bristol te halen. Dat komt neer op een uur wachten en als het vliegtuig iets te laat vertrekt, heb ik de neiging om me daarover op te winden. Ik kom aan in Bristol en bel vanuit het vliegtuig m'n gastheer die precies weet hoeveel minuten ik nodig heb om bij de uitgang aan te komen waar hij dan precies op dat moment aan komt rijden. Geheel naadloos. Als alles meezit.
Dan eten en praten, wat slapen, ontbijten, meer praten, een snelle lunch en dan het vliegtuig van 14.05 weer terug naar Schiphol. Nog zes dagen in die rotkoets te gaan naar Marseille.
Ondertussen vangt mijn telefoon iedere aan mij geadresseerde email- of tekstboodschap uit de lucht en kan ik contact houden met collega's en op afstand zaken regelen die vroeger alleen via briefcontact of face-to-face geregeld kon worden (in het pre analoge telefoontijdperk).
Zegeningen zijn het als het werkt. Maar de wereld wordt er geen betere plek door. En de Nokia 97Mini blijft zuigen.

24 oktober 2011

Anti Theologisme

Recentelijk las ik enkele reacties van christenen in den lande die een uitgesproken afkeer hebben van theologie en zij die dat vak bezigen. Een uiteenzetting van enkele gedachten hierover tref je o.a. op het CIP aan. Interessant zijn ook de reacties van lezers hierop.
Waar men aan voorbijgaat is dat in wezen iedereen aan theologie doet; "woorden over God" spreekt. Iedereen heeft een mening over het wel of niet bestaan van God en in het geval dat Hij zou bestaan zijn er bijna net zoveel interpretaties van wie we denken dat Hij is, Zijn wezen, Zijn rol in geschiedenis, heden en toekomst en ga zo maar door.
De gevaarlijkste groep theologen zijn zij die beweren dat we geen theologie en/of theologen nodig hebben: "we hebben genoeg aan de Bijbel en die nemen we zoals deze tot ons komt." Het gevaar zit hem hierin dat ze blind lijken te zijn voor het feit dat ze zich positioneren als "niet theologisch" terwijl ze juist een uiterst theologische uitspraak hebben gedaan.
Het is van groot belang om te erkennen dat iedereen aan theologie doet. De "niet theologen" die met vuur en soms op gif lijkend elan vasthouden aan "het staat er toch" doen de Bijbel een groot onrecht aan als ze zich niet allereerst inspannen om dat wat er dan zo stellig staat in de onmiddellijke en grotere context te plaatsen.
Ook is het van belang dat we erkennen dat we veel dingen (nog) niet snappen. De cultuur, de tijd waarin wij leven, onze sociale en economische systemen, onze normen en waarden; alles is zo anders dat het gewoon heel veel van ons vergt om dat wat de Bijbel zegt op een betekenisvolle manier naar 2011 te vertalen.

Het feit dat Petrus en Johannes als idioten werden weggezet die hun grammatica niet op orde hadden (gewone, ongeletterde mensen, Handelingen 4:13) wil niet zeggen dat het geen theologen waren. In Handelingen 4 zijn ze wel degelijk theologie aan het bedrijven. Ze zouden zeker niet gezegd hebben dat ze geen theologen waren terwijl ze zeer uitgesproken woorden over God spraken.

Laten we voorzichtig zijn met het veroordelen van theologie en/of theologen want daarmee oordelen we ook onszelf. Een zuiver begrijpen is te vinden in een nederig en voortdurend zoeken naar de juiste woorden. En als we dan al woorden menen te vinden, dan past het ons om deze in alle bescheidenheid uit te spreken. God laat zich niet in dogma's of overdreven simplificatie vatten. Daar zijn onze woorden te beperkt voor.

Meer waarde dan aan onze woorden hecht Christus aan onze daden. Petrus en Johannes deden aan praktische theologie. Woorden vinden zonder daaraan de consequentie van de daad te voegen, blijven liever onuitgesproken. Het is juist de taak van de theologie om zich voortdurend bezig te houden met de vertaling van dat geopenbaarde woord van God naar woorden en daden die in onze taal, cultuur en denken de oorspronkelijke bedoeling weergeven. En daarover raak je niet uitgepraat.

Saints Peter and John Healing the Lame Man (1655)

Artist:Nicolas Poussin
Location:Met Museum of New York

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...