10 augustus 2011

Leven in de virtuele wereld

Het is niet zozeer de vraag of we het ermee eens zijn dat we meer afhankelijk zijn geworden van technologie en tegelijkertijd onafhankelijker van anderen. We kunnen ons eigen wereldje overal mee naar toe nemen, mits er een internetverbinding is. Er zijn nu mensen die niet weten wat ze moeten doen zonder die internetverbinding, of in ieder geval in een tijdelijke stuip geraken bij de ontdekking dat er ergens geen wifi is.
We kunnen steeds meer op afstand werken. We hoeven niet meer van negen tot vijf (wat een rare tijden eigenlijk) bij elkaar in een hok te zitten. We werken virtueel in virtuele teams. Nu ook met video. Die video is vaak nog van erbarmelijke kwaliteit. Kunnen 'ze' daar niet wat aan doen.
Echter, de gedachte dat we nu effectiever kunnen werken en communiceren is deels een illusie, met name waar effectiviteit synoniem is voor kostenbesparing. Het zou in een doorgeschoten geïndividualiseerde samenleving prachtig zijn als we elkaar echt niet meer nodig hadden. Wat zouden we efficiënt kunnen werken. Misschien kunnen we ook nog "virtual hiring and firing" introduceren zodat we het intermenselijke contact vrijwel tot nul kunnen reduceren.
Misschien ben ik een anomalie maar ik kan het niet. Als overbrugging tussen twee momenten van echt live contact is het prima maar verder zuigt de virtuele wereld. Creatieve energie, betrokkenheid, bewogenheid, begrip zijn zaken die zich maar moeilijk vanuit virtualiteit ontstaan en zijn eerder het gevolg van het contact tussen twee of meer mensen die elkaar zien, horen, ruiken, en elkaars non-verbale signalen kunnen ontvangen en interpreteren.
Ik ben voor virtualiteit maar we hebben een probleem als bijvoorbeeld jonge mensen voor een jaar bij OM komen en onder hun arm hun virtuele wereld met zich meedragen zodat de noodzaak om echt huis en haard te verlaten eigenlijk niet langer relevant is; huis en haard gaan mee.
Je zou voor de lol eens een kijkje moeten nemen als over twee weken onze conferentie voor nieuwe werkers op de Kroeze Danne begint. Het tafereel na het programma levert een uniek tijdsbeeld op en zou door een moderne Rembrand analoog vastgelegd moeten worden. In de eetzaal, die tevens dient als ontspanningsruimte, verliezen talloze individuen zich in hun virtuele wereld. Interactie met de buurman, die zich verdiept in zijn eigen virtuele wereld, is beperkt tot een minimum tenzij de hormonen op gaan spelen. Maar dat is een ander verhaal: hormonen winnen het gelukkig nog steeds van de virtualiteit.
Begrijp me goed. Ik ben uiterst happy met technologie en hoe deze met name de communicatie heeft vergemakkelijkt en veraangenaamd. Maar het lost het probleem van eenzaamheid en het gebrek aan levende communicatie niet op. Daar is wel wat meer voor nodig.
In OM wordt best wel wat geld uitgegeven aan vergaderingen, conferenties, werkgroepen enz.. En waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van conference calls. Juist omdat we hebben geleerd dat echt, levend contact onvervangbaar is, is het voor de gezondheid van de organisatie van belang dat er budget blijft voor die levende ontmoetingen.
Elke vergadering of werkgroep die ik voorzit krijgt te maken met twee zaken: veel pauzes en een zo kort mogelijke zakelijke agenda. Waarom? Het meeste werk, de meeste creatieve ideeën en oplossingen komen tot stand waar twee of meer mensen samen koffie drinken. Daar kan geen telefoon tegenop.


08 augustus 2011

Paspoorten en Migraines

Ik kan me het bijna niet meer herinneren, zo lang geleden is het dat ik met een vreselijke migraine naar bed ben gegaan. En dat terwijl vanaf 11.00 uur mijn telefoon rood begon te gloeien vanwege talloze telefoontjes van en naar jan en alleman. Een meisje uit India, die met haar familie in Schotland woont en werkt was haar paspoort kwijtgeraakt in de trein in Duitsland. Waarom weet niemand, maar de autoriteiten lieten haar toch naar Amsterdam vliegen alwaar onze autoriteiten besloten dat ze niet verder mocht. Bezorgde vader aan de lijn. Meisje opgehaald, kip uit de vriezer gehaald, we zouden namelijk vark eten en dat wilden we haar niet aandoen, en bellen maar.
Inmiddels was haar paspoort door toeristen gevonden en bij de pliesie gebracht. De pliesie vond dat het een probleem was van hun spoorwegen en besloten het paspoort bij een obscuur kantoor van die spoorwegen te brengen.
Nu was zo'n beetje de halve wereld met dat paspoort bezig en ik lag op bed. Skype had mijn telefoon leeggetrokken dus die was uit en zodoende werd ik een half uur geleden met talloze ingesproken berichten geconfronteerd. Daaruit weer een belangrijke les geleerd: als je wacht lossen veel zaken zich vanzelf op (dat 'vanzelf" komt dan omdat anderen zich er druk om maken). Nu hoefde ik alleen mijn adres te bevestigen omdat de Duitse Spoorwegen het document per koerier naar ons huis sturen.
Nu moet ik snel mijn eigen koffer gaan pakken want ik ben deze week in Engeland. Geen zin in omdat ik nog half in de naschok van de migraineaanval zit. Bovendien had ik nog het e.e.a. voor moeten bereiden hetgeen verhinderd werd door die stomme migraine.
Nu ga ik toch maar. Half ziek en onvoorbereid.

07 augustus 2011

Onderworpen aan goedheid

Hoe erg is het om onderworpen te zijn aan goedheid (genade)? Best wel lastig. Het is veel makkelijker om onderworpen te zijn aan een wet. Die kun je lezen, bestuderen en heeft duidelijke grenzen. Jurisprudentie helpt vervolgens om het e.e.a. wat te nuanceren maar in principe is het helder.
Nu we in Christus bevrijd zijn van de wet is daarvoor onderwerping aan Gods goedheid in de plaats gekomen.
Best wel een aantrekkelijk idee. Niet langer een wet die mij opdraagt wat ik allemaal wel en niet mag doen maar een nieuwe baas die goedheid, genade de boel laat regeren.
Nu is er een probleem en dat is dat ik in principe niet zo bekend ben op het terrein van de goedheid. Heb ik nooit echt geleerd en ik weet ook niet precies wat het is. Als ik op mijn gevoel afga lijkt het me een vrijbrief om maar wat te doen; wat goed voelt, moet wel goed zijn.
Dit was het dilemma van de christenen in Rome en is het dilemma van de moderne christen.
Waarom was en is het een dilemma? Omdat in ons besef goedheid geen duidelijk kader heeft, althans het nivo van "wat je hart je zegt" niet overstijgt. M.a.w. de mens gaat ervan uit dat goedheid aangevoeld kan worden.
Paulus poogt die goedheid in te kaderen door enkele kwalificaties aan te brengen: als je goedheid als je nieuwe baas hebt, ben je in dienst gekomen van de gerechtigheid (juistheid, billijkheid). Dat vraagt om een diepere bestudering van wat daar dan mee bedoeld wordt. Die studie en doordenking ontbreekt nog te vaak, of wordt gereduceerd tot een nieuwe lijst met "doen" en "niet doen" dingen.
Juist omdat we niet helder op het netvlies hebben wat die nieuwe onderwerping betekent, wat de nieuw baas nu precies van ons vraagt, vallen we makkelijk terug op wat oud en vertrouwd is: de wet.
Er bestaat geen eenvoudig antwoord op deze vraag omdat het nauw samenhangt met wereldbeeld en Godsbeeld zodat de interpretatie van "in dienst van de gerechtigheid" uitingen vindt van bevrijdingstheologie tot abstracte, vergeestelijkte typologieen. De keuze daartussen hangt dan weer af van hoe het koninkrijk van God wordt geinterpreteerd: niet hier - alleen daar, alleen hier - niet daar, en hier - en daar.
Waar we het al gauw over eens zijn is dat we in Jezus de authentieke vertegenwoordiging van de goedheid van God vinden en zien we hoe dat zich vertaalt in de relationele, geestelijke en kosmische zin.
Dat lijkt me een aardig beginpunt.
Rom. 6

05 augustus 2011

Dood voor de zonde

Als er een Bijbels thema is wat tot de grootste verwarring in mijn leven heeft geleid is het dit wel: dood zijn voor de zonde (Romeinen 6). Het werd er al vroeg ingehamerd (je bent dood) maar legde ook de basis voor verwarring; als ik dood ben voor iets hoe komt het dan dat ik het nog overal zie en voel. In het begin dacht ik dat het te maken had met het feit dat ik nog maar een baby was in de christelijke levenswandel; gewoon doorwandelen en je wordt steeds "doder." Om me heen zag ik andere nieuwe mensen die dat dood zijn veel beter onder de knie leken te hebben. Met inspanning van alle krachten deed ik zo dood mogelijk en richtte m'n energie op het eruit persen van het nieuwe leven. Uiteraard met alle gevolgen van dien: desillusie en teleurstelling.
Zolang ik leef blijft mijn lichaam onderhavig aan krachten en wetten die er gewoon zijn zoals die van de veroudering, de zwaarte en van de zonde.
Wat betreft dat dood zijn voor de zonde gaat het vooral om de kijkrichting. Wat Christus heeft gedaan aan het kruis is voor die zonde sterven. Hij heeft die zonde 'op zich genomen' en mee het graf ingenomen. Door mijn geloof in Hem wordt lift ik als het ware mee in dat proces. Die zonde is nu niet langer de allesoverheersende kracht in mijn leven en ik hoef 'mijn leden niet langer in haar dienst te stellen.' Het wonder is dat het mogelijk is om diezelfde 'leden' nu in dienst te stellen van de gerechtigheid (dat doen wat juist en billijk is).
En dat werkt wel. Als ik blijf zien op de allesvernietigende kracht van de zonde, trekt dat mij vanzelf naar beneden. Als ik een ander brilletje opzet en ik zie hoe Christus die allesoverheersende en allesdoorsijpelende kracht heeft vernietigd en dat die actie van Christus voor God eens en voor altijd voldoende is om mij niet langer als gevangene van het systeem met haar onherroepelijke einde te zien, maar als een volkomen nieuwe mens, in staat tot goeddoen, begin ik mijn dag toch anders.
Er is hoop.

04 augustus 2011

Analoog schrijven en lezen (aka de leur van geer)

Ja, ik heb een E-reader, een laptop en een PC en veel communicatie, zowel aan de zendende als aan de ontvangende kant vindt elektronisch plaats.
Er gaat echter niets boven de geur van leer, een goede hardback waarin de bladzijden nog open blijven liggen als je het boek loslaat, en een goed schrijvende vulpen.
Studeren kan ook in grote mate elektronisch. Talloze hulpmiddelen reduceren de noodzaak om te onthouden tot een uiterst minimum. Knippen, plakken, lijsten, zoekfuncties met daaraan gekoppelde woordenboeken, encyclopedieën en wat dies meer zij; geweldig (bijvoorbeeld E-sword)! En nu komt er een maar.....
Electronica kunnen het eigenlijke leerproces niet vervangen. Dat is iets dat intern gebeurd en daar is tijd voor nodig.
Voor mij geldt: ik wil leren dus moet ik noteren; voor mij de meest effectieve manier om informatie in me op te nemen om deze vervolgens te kunnen kauwen en herkauwen. Dat lukt me gewoonweg niet op een kladblok van 30 cent bij Zeeman. Een grote stimulans is daarom een heerlijk ruikend leren dagboek (dat open blijft liggen als je het loslaat) en een goede vulpen. Zojuist van paperblanks hun Vincent van Gogh editie uit de serie dagboeken. Wel geen leer, maar wel met een keiharde kaft met magneetflap. Ik kan niet wachten om er in te gaan schrijven met m'n Waterman of Parker vulpen (die wisselen elkaar dagelijks af).
Zo ook met het lezen en het bestuderen van de Bijbel. Digitale hulpmiddelen zijn uiterst handig maar er is niet zo mooi als met je snoet boven een mooi uitgevoerde editie te hangen.
Vandaag nagedacht over het thema "bestemming" voor een spreekbeurt in een dienst later deze maand. Ik ben er helemaal enthousiast over geworden. Zojuist mijn Bijbel dichtgeslagen, maar niet voordat ik er even in dook en de geur van papier en inkt diep opsnoof. Wat een rijkdom.
Nu is mijn dagboek aan de beurt. Ik ruik'em al.

02 augustus 2011

Overal nu

De foto met slaapmuts is nu overal te zien. Musea, in New York en zelfs on mouspads...




01 augustus 2011

Hulpeloos...

Toen wij nog hulpeloos waren...
Behangen doe je het best met z'n tweeën. Dat kunnen Martha en ik vrij goed en het is ook geen schande om de hulp van iemand in te roepen als je een Ikea slaapbank een paar trappen op moet sjouwen. Het inschakelen van hulp in triviale zaken is niet zo'n probleem voor mensen.
Een verkapte hulpvraag die we in het dagelijks spraakgebruik tegenkomen kan zelfs irritant worden. De traditionele opdracht "hands up" is nu verpakt in een persoonlijke gunst: "could you please put your hands in the air for me, please?"
Of: "dit potje plast u even vol" heeft plaats gemaakt voor "wilt u voor mij dit potje volplassen" Dat eerste vind ik prettiger omdat de vraag om een "persoonlijke" gunst de indruk wekt dat er ook de keuze is om niet de handen in de lucht te steken (op straffe van neer-, of doodgeschoten te worden), of het potje niet vol te plassen zodat verder onderzoek om uit te vogelen waarom mijn grote teen altijd jeukt onmogelijk wordt.
Bovendien, ik steek mijn handen niet in de lucht om de politieagent te plezieren maar omdat het systeem dat dicteert. De dokter heeft geen enkele persoonlijk baat bij mijn plas. Ik steek mijn handen in de lucht voor het systeem en plas het potje vol voor mezelf. Het idee dat ik de agent en de dokter zou helpen om hun vermeende persoonlijke behoeftes om armen in de lucht te zien en volle plaspotjes is op z'n minst bizar. Echter, de manier waarop de "opdracht" wordt gegeven impliceert dat wel.
De agent is niet hulpeloos en de dokter ook niet. De quasi werkelijkheid die we hebben gecreëerd; iedereen is altijd een ander aan het 'helpen' is een maniertje geworden om de andere het gevoel van macht te geven. Het idee dat ik de agent help; hij erkent indirect zijn hulpeloosheid door het commando in een persoonlijke vraag te gieten, zou mij een goed gevoel kunnen geven wanneer ik mijn handen uiteindelijk ind e lucht steek. Wat fijn dat ik iemand hebben kunnen helpen.

De hulpeloosheid waar Paulus het over heeft in Romeinen 5, is er een van een een andere orde van grootte. Hulpeloosheid wordt hier verbonden aan de universele goddeloosheid van de mensheid. De mens is van God los en kan niet zonder Zijn hulp weer vast geraken. Het sterven en de dood van Christus is de enige hulp die beschikbaar is om van onze god-los-heid af te komen.
Om dat in een persoonlijke hulpvraag te gieten, lijkt voor de overgrote meerderheid van de mensheid teveel gevraagd. Het erkennen dat ik echt hulpeloos ben en echt van God los ben (en nee, die is niet ergens binnen in mijn te vinden) vraagt om het loslaten van een sterk aanwezig eergevoel. Zoals een kind niet kan wachten om zonder steun en hulp zelf te kunnen fietsen, lijkt de mens een innerlijke drang te hebben om het leven zelf aan te kunnen, er zelf mee te "dealen."
Goed, er zijn levenscoaches, financiële coaches en noem maar op coaches beschikbaar maar dat soort coaching is niets meer dan een elitair, lacherig verschijnsel dat is weggelegd voor vermogenden die gevangen zitten in het zichzelf aangedane labyrint van alsmaar hoger en alsmaar meer.

"Here Jezus, wilt U voor mijn God-los-heid sterven, zodat ik kan leven?" Zijn antwoord is "dat heb ik al gedaan."

31 juli 2011

Als God mij roept...

In 1 Koningen 19:19-21 is het verhaal van de roeping van Elisa te vinden. De roeping komt middels een boodschapper, in dit geval de profeet Elia, tot stand. Elisa gooit z'n mantel naar Elisa toe, die onmiddellijk begrijpt wat er aan de hand is. Of het okay is als hij pa en ma nog even gedag gaat zeggen, vraagt hij aan Elia, waarop deze antwoord "Wat heb ik u eigenlijk aangedaan?" Zo maakt Elia duidelijk dat Elisa hem geen antwoord of verantwoording schuldig is, maar dat zijn antwoord aan God alleen is; Elia was slechts de boodschappenjongen.
Het is onmogelijk om helemaal te ontkomen aan de rol en de plaats van de boodschapper en het werk dat hij vertegenwoordigd. Misschien vond Elisa het hartstikke cool om met Elia te gaan werken en in de profetenbusiness te geraken; het aanzien, de unieke uitdagingen en problemen, een eigen mantel...
Daarom is het van belang dat Elia duidelijk maakt dat, waar het Elisa's antwoord op Gods vraag betreft, ze niets met elkaar te maken hebben. Elisa zal z'n eigen hart en motieven moeten onderzoeken en God een antwoord geven.
In onze mijlenver doorgeschoten individuele samenleving gaat het, waar het Gods vraag aan zijn kinderen betreft om de boodschap van het Goede Nieuws te vertellen aan hen die het nog niet hebben gehoord, vaker meer over de vraag of de geroepene zichzelf kan vereenzelvigen met een zaak, een organisatie of mensen die zo'n zaak en organisatie vertegenwoordigen.
Hoe "cool" is het niet om voor George Verwer (de oprichter van 'mijn' organisatie) te werken, of met Anne van der Bijl Bijbels te smokkelen en vul maar in.
Nu kun je de persoon van de boodschapper nooit helemaal uitschakelen. Ik geloof dat het antwoord van de mens op de vraag van God altijd een "blend" is van motieven.
Als ik in een achterstandswijk in Afrika, Azië of Latijns Amerika een oproep doe om "de zending" in te gaan, is de reactie niet zelden overweldigend. "Varen met OM" spreekt velen tot de verbeelding en betekent dat de leef-, en woonomstandigheden van de potentieel geroepene tot wel de tiende macht zal toenemen.
Eenzelfde oproep in een van de landen waar we het redelijk voor elkaar lijken te hebben levert komische taferelen op. Potentieel geroepen zien opeens dat hun veters los zitten, verschuilen zich achter zopas uitgedeelde communicatieorganen, voelen plotseling de behoefte om met gesloten ogen zelfreflecterende oefeningen te doen, of kijken de boodschapper fier aan omdat ze een heldere filosofie hebben ontworpen die hen volkomen vrijpleit om niet te hoeven terugvallen in woon-, en leefomstandigheden die ternauwernood boven de armoedegrens uitkomen.

"Wat heb ik u eigenlijk aangedaan?" Gods vraag is helder en de kerk heeft de capaciteit om de wereld te veranderen. Met woord en daad. En toch kiest de kerk ervoor om zichzelf te reduceren tot een 'industrie' die meer bezig is met zelfhandhaving dan met gezinsuitbreiding.
Jammer, jammer, jammer. Mens zijn is best wel hardnekkig!

29 juli 2011

Is verdrukking en vervolging het bewijs?

Regelmatig lees of hoor ik uitspraken in de trant van christenen die geen of nauwelijks te maken hebben met verdrukking en vervolging, zich af moeten vragen of ze eigenlijk wel christen zijn. Jezus heeft immers gezegd dat zijn discipelen in de wereld verdrukt zouden worden, ergo, iemand die niet verdrukt wordt, is dus geen echte discipel.
Het probleem is niet zozeer wat Jezus zegt, maar eerder wat we er als mensen van maken. Wat is die verdrukking? Veelal wordt deze geassocieerd met daadwerkelijke fysieke vervolging of, op z'n minst tegenstand van collega's en familie omwille van het Evangelie.
Nu kun je je afvragen of iemand die de irritatie van anderen oproept door te pas en te onpas zijn geloof uit te dragen op een manier die vergelijkbaar met een niet te stoppen vrachtwagen die een doodlopende weg inrijdt en onherroepelijk tegen de muur aan zal knallen, zich mag beroepen op deze woorden van Jezus: "Zie je wel, ik moet wel een goede christen zijn want ik heb last van tegenstand (dank U, Heer)."
Paulus zegt ook dat "we ons beroemen wanneer we verdrukt worden (Rom. 5:3)."
"Verdrukking" wordt gebruikt voor de barensnood van de vrouw en ook voor de leefomstandigheden van wees en weduwe. Dat plaatst zo'n begrip meteen al in een bredere context.
Iedereen heeft te maken met verdrukking: christenen hebben er niet het alleenrecht op. Soms zijn deze 'moeilijke omstandigheden' tijdelijk van aard maar kunnen ook blijvend zijn (het verlies van een geliefde is blijvend).
Waar Jezus het over heeft, en waar ook Paulus op duidt, is verdrukking die het (in)directe gevolg is van het feit dat iemand een volgeling van Christus is. In deze zin valt verdrukking in Nederland alleszins mee. Zeker in vergelijking met landen waar mensen om het feit dat ze Christus volgen o.a. worden achtergesteld, gediscrimineerd, gestigmatiseerd, gevangen gezet, gefolterd en zelfs gedood.
Verdrukking kent ook verschillende orde van groottes. Als Paulus schrijft dat de gelovigen samen met de aarde kreunen en steunen als een vrouw die moet bevallen (Rom. 8:22-23), reikhalzend uitziend naar de bevrijding: voorgoed tot Gods kinderen gemaakt, dan is dat ook een vorm van verdrukking. Het besef dat de omstandigheden waarin we ons leven leiden, ver van Gods oorspronkelijke plan afstaan mag best tot wat gezonde weemoed leiden. Dat is een verdrukking waarin hoop een belangrijke rol speelt: de zekerheid van een geweldige uitkomst.

27 juli 2011

Vertrouwen en verraad

Gisterenavond de laatst bladzijden van Douglas Kennedy's The Moment gelezen. Ik heb alle boeken van Kennedy gelezen. Altijd spannend, intrigerend, vaak absurd en onwerkelijk en dan zomaar een boek dat "normaal" genoemd kan worden. Een verhaal over liefde en verraad, waarvan het verraad onverwachts komt en onwerkelijk aandoet. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Koude oorlog en de val van de muur.
De liefdesband tussen de twee hoofdpersonen is zo sterk gesmeed dat de gedachte aan verraad ondenkbaar is. Hartverscheurend.
En toch gebeurt het. Later in het verhaal als de lezer geconfronteerd wordt met de achtergrond van het verraad begin je te beseffen dat er een logische reden voor het verraad was, in de orde van grootte die je in Sophie's Choice tegenkomt.
Het verhaal bevestigd wat ik al wist. De wereld is ziek we zijn er allemaal in min en meerdere mate mee en door besmet.
Verraad is de zwartste kant van een van de kwetsbaarste ideeën: overgave. Het idee van overgeven is op zich helemaal niet zo negatief. In een gezonde relatie geven de partners zich graag aan elkaar over.
  • God de vader "gaf alle dingen over" aan de Zoon; ook niet echt een slechte zaak.
  • Judas "gaf Jezus over". Een van de pressiemiddelen die aan dit besluit bijdroegen waren de centjes.
Vrijwilligheid is cruciaal. Op het moment dat overgave onder wat voor druk dan ook tot stand komt, is het verraad en wordt als zodanig beleefd.
De totaal vrijwillige overgave van twee geliefden aan elkaar is een van de grootste dingen die iemand kan doen, omdat je weet dat deze vrijwillige overgave uiteindelijk tot verraad kan leiden en juist dan is de schade ook het grootst, getuige het verloop van de levens van de twee geliefden. Je kan niet anders dan denken "ze hadden zo gelukkig kunnen zijn als...."
Hoe dan ook, een mooi, tragisch verhaal dat de moeite van het lezen waard is. Wordt vast verfilmd.

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...