25 mei 2011

Zenas en Apollos toerusten

Je leest er wat snelachtig overheen; laatste regels in een brief van Paulus. Instructies, herinneringen, boodschappenlijstje, Pro Memories; een allegaartje met soms mooie tijd- en cultuurstempels.
"Rust Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos goed toe voor hun reis, zodat het hun aan niets ontbreekt" (Titus 3:13). Reizen toen was een ander verhaal dan reizen nu. Nu denken we er eigenlijk niet zo over na. We stappen in de auto, trein, het vliegtuig, op de boot alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Op onze bestemming aangekomen kopen we dat wat we vergeten zijn om mee te nemen, pluggen onze computer in of pikken een draadloos signaal uit de lucht en zetten ons leven in grote lijnen ongewijzigd voort. Business as usual. Het enige echte verschil is de geografische locatie.
Wat is de tijd veranderd! Niemand die mij toerust op wat voor reis dan ook. Het is allemaal minder spannend. Ook bij terugkeer geen ballonnen en andere fratsen. Koffer uitpakken en normaal doen.
Het doel van de toerusting van Zenas en Apollos: zodat het hen aan niets ontbreekt. Geen verzekeringsmaatschappijen die vertragingen en ongemakken belonen; zelfs zo royaal dat je ongemakken bijna gaat verwelkomen. Dat zou zomaar wat op kunnen leveren. Het schip dat wellicht volgende maand de thuishaven aandoet, heeft plaats moeten maken voor een strak schema dat op vrijwel de minuut nauwkeurig bepaalt welke vlucht wanneer vertrekt en aankomt.
Bizar.
Zo bizar dat we ons leven op de minuut zijn gaan plannen en ons druk, ongerust of boos maken als het transportmiddel van onze keuze een paar minuten of een paar uur te laat is.
Voorbereiden op een reis? Dat hoeft toch allang niet meer...
Ik hoop dat de vulkaan op IJsland uit is, geen ongemak veroorzaakt en dat ik morgen gewoon op tijd, dat is om 17.25, vanuit het vreselijk inefficiënte John Lennon Airport in Liverpool, m'n vlucht naar Amsterdam zal halen.

24 mei 2011

Kretenzen zijn gewoon luie vreters!

Ik vind het boeiend om te lezen hoe Paulus zich kan opwinden over leraars die uit winstbejag allerlei dingen leren die geen pas geven. Hij heeft het over lieden die zich een plek weten te veroveren in de gemeente, geen gezag boven zich dulden en met zinloze praatjes complete gezinnen te gronde richten. Zelfs Paulus verliest zich in een overdrijving door een toen bekende typering aangaande mensen van Kreta aan te halen: Kretenzen zijn leugenaars, gemene beesten en luie vreters.
Paulus draagt op om deze lieden de mond te snoeren en scherp toe te spreken, "...om zo hun geloof gezond te maken." Dit alles is te lezen in Titus 1.
Van luie vreter naar gezonde gelovige kan best wel snel gaan. Niet alles in dit leven hoeft een proces te zijn. Gewoon kappen met vreten! Maar eetgewoontes aanpassen maakt van iemand nog geen gezonde gelovige. Winstbejag duidt om een ziekte die veel dieper gaat en de wortel is van alle kwaad: begeerte.
Om eigen begeertes te bevredigen gaan mensen heel ver. Daar mogen anderen voor misbruikt worden: emotioneel, lichamelijk, geestelijk, sociaal en economisch. Dat onder ogen durven zien en te erkennen dat ook ik besmet ben met het begeertevirus is het begin van mogelijk herstel. Om tot de erkenning "het gaat niet om mij" te komen, is wel een proces. Het proces waarin je het fundamentele besluit neemt om te sterven aan jezelf waardoor er ruimte komt voor de ander en de geest van God. Wedergeboorte is het "uit God geboren worden:" de nemers worden gevers, de verwoesters worden helers.
Titus "moat har de mûle stopje" (Fries). Ik moet regelmatig mezelf de "mûle stopje," als ik mezelf erop betrap teveel met mezelf bezig te zijn en niet op de ander gericht.

Gisterenavond onder de as doorgevlogen. Van Amsterdam naar Liverpool werd in een U vorm gevlogen, in plaats van in een recht lijn. Eerste een heel stuk naar het Zuiden (tot ver in België), toen 90 graden naar het Westen en uiteindelijk een bocht naar het Noorden.
Er stond heel wat woei in Engeland en het (trein)verkeer aardig ontregeld. In het Noorden reden een paar uur lang bijna geen treinen.
Tot en met donderdag besprekingen met de aanwezige HR staf.

23 mei 2011

Primitief geloof

Eigenlijk zou er na 33 jaar volgen van Christus af en toe een aureooltje boven mijn hoofd zichtbaar moeten zijn. Helaas, ik ben nog niet zover of, zoals ik gisteren schreef, ik doe het niet goed genoeg.
Via welk zijweggetje ik er belandde, weet ik niet meer maar de preek over de mantel van de profeet (gisteren in De Terp) mondde uit in een relaas over primitief geloven.
Hoezeer je je ook voorbereid, de actualiteit speelt altijd een rol. De door de mand gevallen en zichzelf tot rekenwonder uitgeroepen valse profeet Harold Camping en het schijnbare gemak waarmee gelovigen zich laten inpakken door eenzijdige en/of valse leringen zou alle gelovigen moeten 'verleiden' tot een primitief geloof: "Door genade zijt gij behouden, ...het is een gave van God."
Dit primitieve, basale geloof, dat zovele miljoenen deed besluiten om dat geschenk in alle eenvoud, dankbaarheid en met lege handen te aanvaarden, wordt vervolgens maar al te graag aangedikt. Dat doen we zelf, of laten ons dat door anderen aandoen.

Is het niet juist dat primitieve geloof, een eenvoudig vertrouwen op die gave van God, dat de volgelingen van Christus samenbindt en waarin de eenheid die Christus wil zien wordt gedemonstreerd?

Binnenkort (12 Juni) gedenken we de uitstorting van de Heilige Geest. Ik spreek dan in mijn thuisgemeente en zie daar naar uit. Zonder het werk van de Geest zou eenheid bij voorbaat een verloren zaak zijn. Maar het is juist het werk van de Geest dat ons keer op keer herinnert aan de kracht die schuilt in dat primitieve geloof. Alleen dat verenigt ons. Al het andere verdeelt.


22 mei 2011

Doe ik het wel goed genoeg?

  1. Ben ik wel heilig genoeg?
  2. Neem ik de Bijbel wel letterlijk genoeg?
  3. Evangeliseer ik wel genoeg?
  4. Twijfel ik niet meer?

  1. Zonder heiliging kan/zal ik de Heer niet zien.
  2. De Bijbel is het woord van God en moet dus de letterlijke waarheid zijn.
  3. Aan de hemelpoort zal mij worden gevraagd: "Hoeveel heb je er mee genomen."
  4. Iemand die twijfelt, roept Gods ongenoegen over zich af.

Zomaar een aantal thema's die op het evangelische erf met regelmaat en nadruk te berde worden gebracht en gemakkelijk een algehele twijfel in het leven van de gelovige kunnen veroorzaken.

  1. Levensheiliging kan verzanden in het idee dat we onze verlossing (deels) moeten verdienen of in ieder geval een glimlach op het gezicht van de hemelse vader moeten zien te krijgen. Onvoldoende heiliging kan God niet anders dan zijn zegen een weinig terugtrekken totdat we er "helemaal voor gaan."
  2. Ieder normaal denkend mens is in staat om een schifting aan te brengen in dat wat letterlijk en dat wat figuurlijk is bedoeld. De literalisten waarover ik eerder schreef, doen zichzelf en anderen veel schade en verdriet aan en stichten verwarring (regelmatig op het domme af).
  3. Evangeliseren kan gemakkelijk verworden tot een taak waarbij niet de verlossing van de mens centraal staat maar ons "turven."
  4. Twijfel en zorgen maken horen bij het leven. Iedereen gaat regelmatig door periodes van twijfel en het zorgen maken waar Jezus het over heeft (over de dag van morgen) wordt te gemakkelijk gereduceerd tot een verbod op enige vorm van zorgen maken dan ook.

Was het geloof maar meetbaar en maakbaar te maken. Dan kon ik u, geachte bloglezer, een cijfer presenteren. Ik heb geen cijfer.
Naarmate mijn reis met de Heer voortschrijdt, kom ik meer en meer terecht in een primitieve manier van geloven waarin geen plaats meer is voor opsmuk, competitie of de drang om "iets voor God te doen." Met name dat laatste is een van de meest pretentieuze uitspraken die ik regelmatig hoor en m.i. getuigt van een vertroebeld beeld van de genade en alle werk en activiteiten die niet onder deze noemer vallen als tweederangs wegzet.
"Iets voor God doen" wordt vaak geassocieerd met christelijk werk. Impliciet wordt daarmee het dualistische wereldbeeld versterkt dat men in niet christelijk werk "niets voor God doet." Althans, het snijdt niet echt hout.
Die primitieve vorm van geloven waarbij "genade" een kleur, vorm en betekenis krijgt die ik nooit eerder gekend heb, is een mooie plaats om te zijn. Het is die genade, in Christus zichtbaar en tastbaar geworden, die de hoop is voor de gehele wereld. Vanuit die genade mag ik leven en een houding ontwikkelen die deze genade vorm geeft in gezin en omgeving.

21 mei 2011

Hoe moet het nu verder met de gelovigen?

Vandaag dus "Judgement Day." Althans volgens meneer Camping en zijn weet ik hoeveel volgelingen waarvan sommigen huis en haard hebben verkocht omdat ze ervan overtuigd zijn dat het vandaag gaat gebeuren.
Nu kunnen we ons verbazen over het schijnbare gemak waarmee de schare volgelingen zich heeft in laten palmen en vervolgens een lange neus trekken als zaterdag voorbijgaat zoals alle andere zaterdagen. Opnieuw duizenden gedesillusioneerden die de draad van hun leven weer op moeten pakken en een antwoord vinden op de vraag waarom ze zich mee hebben laten slepen in een dergelijke valse leer.
Ik stel me de drama's voor die zich afspelen in gezinnen die uiteengerukt en bankroet af zullen spelen. Een aantal zal er wellicht zelf een einde aan maken. De zo stellig vermeende toekomst blijkt een deur naar nieuwe onzekerheid te openen. Moge God de genade geven dat ze zich weten vast te klampen aan Hem zelf!
Een meneer Camping? Die zal zich volgende week of hullen in een stilzwijgen maar omdat er een imperium op het spel staat zal hij met een of ander slap verhaal komen.
Meneer Camping is niet de enige die de goegemeente weet te verleiden om houvast te zoeken aan strohalmen. het geloof is in veel relaties en gezinnen een splijtzwam van de eerste orde. Niet de liefde die verbindt staat centraal maar een of andere manifestatie of eenzijdig accent.
Zonder klepels toch klokken luiden? Het kan eigenlijk niet maar in de naam van God gebeurt het op grote schaal.
Ik vergelijk het geloofssysteem weleens met een biljartvereniging waarin mensen hun levensvullende heil zoeken en hun taalgebruik daarop aanpassen.
Wereldvreemd zijn ze niet langer in staat om zich op een gezonde manier tot hun medemens te verhouden. Voor de goede orde, ik bedoel niet dat alle biljarters wereldvreemd zijn, net zo min als dat voor alle duivenmelkers opgaat.
Jezus vervreemde zich nooit van de mens. Mensen vervreemden zich van Jezus. Overal waar gelovigen zich vervreemden van de mensen om hen heen, is er sprake van een ongezonde of eenzijdige leer. Het stukje leer kan goed zijn maar je moet naar het hele pakket kijken.
Marx heeft eens gesteld dat godsdienst opium voor het volk is. Dat kan het gemakkelijk worden wanneer het accent meer op de leer of het systeem dan op het leven komt te liggen.
Christenen zouden zich massaal achter de oren moeten krabben; is er iets waardoor ik me vervreemd van de mensen om me heen, hun taal niet meer kan spreken? Zo ja, meteen ermee kappen. We representeren namelijk een persoon en niet een leer. Een persoon die voorleefde hoe men liefheeft, niet met de tong maar met de daad en in waarheid. dat is wat anders dan op de bressen klimmen voor een eenzijdig uitgelichte deelwaarheid.

20 mei 2011

Human Resource

Alleen de term al doet de nekharen bij sommigen omhoog staan. In OM besloot een leider eens dat mensen geen resources zijn en dat we die kreet maar niet moesten gebruiken. Sindsdien heeft onze HR afdeling "International Personnel Services." Het gevolg hiervan is dat ik aan jan en alleman moet uitleggen wat "IPS" is. Dat werkt dus ook niet. Een kort "O, dat is onze internationale HR afdeling" stelt menig vragensteller gerust. Niet dat het daarmee uitgelegd is. HR is complex en er bestaan net zoveel definities als dat er bedrijven bestaan.
Heeft een organisatie een HR afdeling nodig? Of kan het volstaan met Personeelszaken? Zaken zoals training, leiderschapsontwikkeling en de zorg voor de ziel kun je immers uitbesteden.
Als antwoord op de vraag of een organisatie een HR afdeling nodig heeft, schrijft Dave Ulrich in Human Resource Champions: "Natuurlijk kunnen we zonder HR-als het faalt waarde toe te voegen en resultaten belemmert. Natuurlijk moeten we HR behouden-als het waarde toevoegt en resultaten oplevert."
Waarde en resultaat. Beter worden in wat we doen en hoe we het doen; dat zie ik als de taak van HR in OM Internationaal. Anders gezegd en in onze context: Het zodanig toerusten en dienen van onze werkers dat ze effectiever hun werk als discipelmakers kunnen doen waarbij de ontwikkeling van het karakter tot Christusgelijkvormigheid centraal staat.
Karakter en effectiviteit, waarbij het accent op het eerste moet liggen.
In de HR wereld wordt nogal wat technische taal gebruikt en kan het accent komen te liggen op procedures en de bewaking ervan.
Maar als de persoon van de werker in beeld komt en centraal staat, is een HR afdeling de toegevoegde waarde van een organisatie. Als wij ons werk goed doen hebben onze werkers plezier in hun werk en geeft dat werk voldoening.
Teren op een roeping, die door veel werkers wordt ervaren, houdt op een gegeven moment op. De geroepene is ook nog mens die niet alleen kan teren op het hemelse maar ook brood nodig heeft. Die twee samen in de gaten houden maakt een HR afdeling effectief.

18 mei 2011

Gedrongen door kwelling

Een derde motief waar Paulus over schrijft en dat de moderne lezer helpt begrijpen waarom hij met zoveel passie en toewijding zijn taak als evangelist uitvoerde is die van "kwelling." In Romeinen 9 lezen we "Er is iets dat me erg verdrietig maakt en me onophoudelijk kwelt: het lot van mijn volk, mijn natuurlijke verwanten. Ik zou wensen, vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, als ik ze daarmee kon helpen" (:2,3).
Nou, daar schrijft hij nogal wat. dat gaat best wel ver. Zelf vervloekt te worden van Christus om anderen te redden; wie zegt het Paulus na?
Zou hij misschien een beetje overdrijven om een punt duidelijk te maken? Hij wist toch ook wel dat het onmogelijk is om plaatsvervangend een probleem op te lossen? Bedoelt hij het in retorische zin: "... als ik ze daarmee kon helpen?"
Misschien van alles wel een beetje. Het toont in ieder geval zijn bewogenheid met zijn volksgenoten. Van de drie motieven "Verplichting, Liefde en Kwelling" komt deze laatste het dichtst bij het hart, het wezen van Paulus.
Mozes heeft ook eens zoiets gezegd: "Ik vraag u, vergeef het hun. En als u dat niet kunt, schrap mij dan maar uit het boek waarin u onze namen hebt staan" (Ex. 32:32).
Deze persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de naaste komt heel dicht bij het eigen hart. Als een gebed of als een aanklacht. Of beiden. Bij mij is het een beetje van allebei.

16 mei 2011

Gedrongen door liefde

Mijn vorige blog ging in op een van Paulus' motieven om het Goede Nieuws naar Rome te brengen. De "verplichting" waarover hij schrijft is echter niet zijn enige drijfveer. Een drijfveer, of motivatie, is altijd een optelsom van factoren. Al lezend door zijn brieven komen er nog twee motieven aan het licht. Op het derde motief ga ik morgen in. Vandaag nummer twee: "Want we zijn gegrepen door de liefde van Christus, omdat wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen. Daaruit volgt dat allen zijn gestorven" (2 Kor. 5:14).
Dat klinkt de Nederlander al wat beter en vriendelijker in de oren dan het motief van "verplichting" of "schuld." Echter, wanneer we het hebben over "liefde" wordt dat als bijna vanzelfsprekend geassocieerd met gevoel. We zien Paulus dan voor ons als een man die overstroomde van liefde voor de verloren wereld. Echter, het gaat hier niet zozeer over een emotie. Paulus heeft het over een daad van liefde die God demonstreerde toen Hij Christus, toen wij nog zondaren waren, naar de aarde stuurde om voor de wereld te sterven.
Niet een innerlijk te voelen liefde, maar een externe daad van een ander motiveerde hem. Gevoelens van liefde zijn grillig. Als ik lekker in mijn vel zit, de wind in de rug heb, is het relatief makkelijk om die liefde te voelen. Er hoeft maar iets tegen te zitten of al die gevoelens vervagen. Daarom is het van belang dat we het filmpje van Gods liefdesavontuur regelmatig opnieuw bekijken. Het telkens weer opnieuw onder de de indruk raken van die onverdiende demonstratie leidt tot een bestendiger motivatie.
Het is een terugkerend thema in talloze films. Iemand doet iets voor een ander; offert iets of zichzelf op uit liefde. Dit maakt vervolgens zo'n indruk op de ontvanger van de altruïstische daad dat het hem/haar voorgoed een ander mens maakt.
Ik heb in mijn leven al heel wat mensen gesproken die wachten totdat God hun harten vult met liefde. Gelukkig gebeurt dat ook wel maar dat is niet de liefde waarover Paulus schrijft. Het is niet de innerlijke, maar een externe bron waar we uit putten!


Marc Chagall. White Crucifixion (La crucifixion blanche). 1938. Oil on canvas. 155 x 140 cm. The Art Institute of Chicago, Chicago, IL, USA. (Olga’s Gallery)

14 mei 2011

Gedrongen door plicht

Daar houden we niet zo van. Plicht, schuld en ik het krijt staan; mijden als de pest. Onafhankelijkheid en zelfstandigheid moeten worden gevierd (hoewel moeten ook zoiets dwingends heeft en ik laat me door niemand vertellen wat ik moet doen; spul telt alleen als je uit de goedheid en welwillend van het hart doen...).
Paulus, de apostel, de ietwat ruige, soms ongevoelige pionier die er gewoon voor gaat, had een verplichting naar anderen toe. In Rom. 1:14 schrijft hij over een verplichten tegenover beschaafde en onbeschaafde, en tegenover mensen met en zonder kennis.
Waar kwam die verplichting dan vandaan? Wie had hem die verplichting opgelegd? Wie had hem opgezadeld met deze schuld?
Het kan zijn dat hij uit hoofde van zijn roeping tot apostel die schuld beleefde als een onderdeel van zijn taakomschrijving en functie. Het werd van hem verwacht. En hoewel hij er niet voor werd betaald hield zijn "ja" tegen het apostelschap een "ja" tegen de verwachtingen daarvan in.
Waarschijnlijker is dat hij zijn schuld ervaart als een morele plicht. Waarschijnlijker omdat hij ook schrijft over een "sterke drang in mij." Een sterke innerlijke drang wordt eerder verbonden met het hart en de moraal dan aan een taakomschrijving.
De morele plicht bestaat hierin dat Paulus, die in zijn confrontatie met Christus de weg naar het leven vond.

Zijn leven lang op zoek van "A naar B," verplicht hem, na het vinden van de Weg om anderen daar deelgenoot van te maken.
Als iemand de weg kwijt is en mij hieromtrent vragen stelt, mag die ander verwachten dat, mocht ik de weg wel weten, ik die ander zo getrouw mogelijk instrueer. De andere in het duister laten tasten (ik heb die weg zelf ook op m'n eentje moeten vinden...) zou immoreel zijn.
Mogen we de verplichting die Paulus motiveerde om naar Rome te gaan om daar het Evangelie te brengen, veralgemeniseren? Kunnen en mogen we stellen dat op alle christenen de morele plicht rust om anderen deelgenoot te maken van de Weg die we hebben gevonden? Ik dacht het wel!
De weg voor onszelf houden is geen optie! We moeten deze delen.

12 mei 2011

Woorden in de woestijn

Gisteren bladerde ik weer eens door een boek dat ik 24 jaar geleden kocht. Je staat te bladeren, begint te lezen, blijft bij een paragraaf hangen, gaat zitten en kan niet meer stoppen met lezen. Zo'n boek is "40 woorden in de woestijn" van Bernard Rootmensen). Hij gaat in op de vraag wat er aan de hand is met de kerk, geloof en cultuur die alle drie tekenen van 'verwoestijning' vertonen. Welke wegen leiden wel en niet tot heil in de woestijn en wat is de weg tot vernieuwing. Na 23 jaar heeft het boek nog niets aan actualiteit ingeboet. Vooral het vluchtgedrag (naar achter, voren, binnen, buiten, boven, beneden en opzij) dat mensen geneigd zijn te vertonen is zeer herkenbaar. Omdat de weg door de woestijn nu eenmaal niet geplaveid is met waterdichte of eenvoudige antwoorden, is de verleiding groot om deels in ontkenning te leven. dat geldt niet alleen voor de niet gelovige mens. Ook de gelovige heeft de neiging zijn of haar heil in een eenzijdige vlucht te zoeken. Superlatieven zijn gemeengoed maar helpen niet echt. "De Heer heeft met alles een plan," "Lijden heeft zin," "Alles gaat goedkomen," "In de Bijbels staat duidelijk dat..." Met name deze laatste wordt vaak gebruikt als een dooddoener en het elkaar met Bijbelverzen om de oren smijten zou iedere zaak doen vaststaan.
Een staaltje daarvan was gisteren weer eens te zien/lezen op het CIP in een aardig artikel van Andries Knevel over 'twijfel.' Naast een aantal reacties die (gelukkig) getuigen van het vermogen van de mens om toch ietsje dieper na te denken over het leven en de Bijbel in de volle breedte serieus te nemen (in plaats van met een vers de discussie af te hameren hetgeen getuigt van een onvermogen om mezelf los te maken van de rode lolly waaraan ik me al jaren vastklamp omdat de kleur groen me niet aanstaat), is het eigenlijk een vertoning om je voor te schamen.
Mij bevalt de samenvatting van Rootmensen wel als hij in het laatste hoofdstuk "De bloeiende woestijn," schrijft over de toekomst:

De ontwikkelingen van wetenschap en techniek gaan nog steeds razend snel. Morgen is alles weer anders. Futurologen worden daarom ook steeds bescheidener. Je kunt op deze wijze eigenlijk niet veel verder komen dan wat uitspraken op de korte termijn en een aantal vermoedens op de langere termijn. Ik denk ook niet dat we het moeten hebben van bepaalde christelijke toekomstvoorspellers. Te denken valt daarbij aan fundamentalistische christenen van het snit a la Hall Lindsey en de zijnen. Zij hebben weliswaar hun hulpmiddelen danig uitgebreid en geperfectioneerd sinds de komst van de computer. Ze stoppen daar bijbelteksten en krantenberichten tegelijk in en menen zo via bepaalde programmeringen te kunnen bepalen op welk station we zijn aangeland op weg naar Armageddon of naar de wederkomst van de Heer. Maar het door hen gebruikte computerprogramma is echter zeer twijfelachtig en kan elk moment verstoord worden door het computervirus uit Marc. 13,32: 'Maar van die dag of die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader'. We zullen met een ander, veel opener programma moeten werken.

Bescheidenheid past ons. Realiteitszin moet ons kenmerken. De woestijn kan niet ontkend worden, slechts beleefd. Daarin hebben we elkaar hard nodig. Niet om elkaar zand in de ogen te strooien, kuilen te graven voor een ander of duinen op te werpen. Daar waar Christus onze focus is en ons dus samenbindt, kan het.

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...