16 april 2011

God in geitenwollen sokken en (soms) op klompen

Our newsletter (English)
Lees hier onze nieuwsbrief (Nederlands)

Mijn blog van gisteren, over het gebruik van antropomorfismen in de Bijbel waarbij menselijke attributen aan God worden toegekend; de 'bij wijze van spreken,' en dus niet letterlijk bedoeld, laat me niet los. Schrijven we kenmerken en attributen aan God toe, gebruiken we de mens om God te beschrijven inclusief ledematen, organen en emoties, dan is dat helemaal zo'n gek idee nog niet. Was het niet God die het initiatief nam om mensen te maken "naar Zijn beeld en gelijkenis?" Het scheppingsverhaal draait de zaken eigenlijk om: de mens is een "theomorfisme."
Het is een vorm van culturele luiheid om God te vertalen naar een beeld dat we kennen. Hij lijkt op een Nederlander, is tussen de 180 en 190 centimeter lang (omdat ik dat ook ben), werkt graag op het land en draagt geitenwollen sokken omdat deze warm en comfortabel zijn en, mits ze van echte wol gemaakt zijn (dus niet de "Noorse sokken van de markt die vijf euro per drie paar kosten), optimaal vocht afdrijven.
Maar meer dan luiheid is nog dat we Hem maar moeilijk anders voor kunnen stellen; het idee dat Hij op een Australische aboriginal lijkt met onverzorgd haar, een lendedoek (of nog minder) en altijd op blote voeten loopt, met een stok in een mierennest peutert; die van mij ziet er veel beschaafder uit.
Om de mens als theomorfisch uitgangspunt te nemen is vele malen interessanter: de mens als beelddrager van God. Dat dwingt me om eerst naar God te kijken en van daaruit mijn conclusies aangaande de mens te trekken.
Dat creëert wel meteen een probleem omdat dat wat we over God weten, door folklore, bijgeloof, cultuur en religie wordt bepaald. God is in deze zin geen wetenschap die beoefent kan worden met objectieve en meetbare maatstaven of uitgangspunten. Dus moet er een keuze gemaakt worden; waar baseer ik mijn beeld van God op? Hoe kan ik het beeld waarvan ik blijkbaar vervreemd ben geraakt weer hervinden en weerspiegelen?
Als volgeling van Jezus geloof ik dat we het ware gezicht van God in deze Jezus te zien krijgen (Kol. 1:15, 19-21). Wanneer we het verhaal van Jezus lezen dan is het onwaarschijnlijk dat wat we te zien krijgen onaantrekkelijk is. Als je leest wat Hij te zeggen heeft over hoe het leven geleefd behoort te worden (Mat. 5 tot 8 bijvoorbeeld) dan kan het haast niet anders of het wekt een heimwee en verlangen op naar dat wat we voelen kwijt te zijn geraakt.
Dat deze Jezus zich er vervolgens niet voor schaamt om ons zijn broeders te noemen; tilt je ver boven alles uit.
God hoort helemaal niet op ons te lijken, wij horen op hem te lijken (1 Kor. 13:12).

15 april 2011

God als mens beschrijven

Lees hier onze nieuwsbrief. Vers van de pers

Om het beeld van God als het onveranderlijk, niet met menselijke gevoelens behepte alwijze en ondoorgrondelijk, opperwezen te handhaven heeft de theologie het idee van antropomorfismen binnengehaald. God zou een arm hebben die niet te kort is om te verlossen; een menselijke beschrijving van een goddelijke eigenschap. Uitdrukkingen van boosheid, toorn, vreugde en spijt die Hem worden toegeschreven, zouden slechts menselijke beschrijvingen zijn van iets dat Hij helemaal niet zo voelt of ervaart zoals wij dat doen. God heeft toch geen armen en benen? Als Hij geen armen en benen heeft, kan Hij dan nog wel boos zijn zoals wij boos zijn? Of spijt hebben van iets.
We moeten toch iets verzinnen om de Bijbel niet in tegenspraak met zichzelf te laten zijn?
Ik herinner me een Bijbelvers dat staat als een huis: "God is geen man dat Hij liegen zou, of een mensenkind dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen; spreken en niet volbrengen" (Numeri 23:19)?
Om dan passages zoals Exodus 32 uit te leggen waar Mozes God herinnert aan het verbond dat Hij sloot met Israël en aan Zijn gedane beloftes, met als gevolg dat "de Heer spijt kreeg van het onheil waarmee Hij zijn volk bedreigd had," ben je bijna dankbaar dat er zoiets als een antropomorfisme bestaat. De beide verzen kunnen dan toch in harmonie naast elkaar voortbestaan.
Echter, als de dialoog met Mozes, en het uiteindelijk resultaat slechts een manier van spreken is (God heeft immers nooit berouw), dan boet het verhaal wel heel veel aan kracht in.
Zou het zo kunnen zijn dat God echt berouw had en echt van gedachten veranderde? Ik moet zeggen dat ik het een sympathiekere gedachte vind dan het idee dat alles uiteindelijk al was voorgekauwd en gepland.
Het idee dat er echte ruimte bestaat in het hart van God (of heeft Hij geen hart?) is een gedachte die we mogen verwelkomen. In plaats van een statische verhouding is er dan sprake van een dynamiek en interactie die de relatie tussen God en mens leven inblaast.
Nu zijn er mensen die zenuwachtig worden bij de gedachte dat er ruimte zou bestaan bij God; het slaat het fundament onder hun leven en zekerheid weg. Dat heeft alles te maken met het idee dat alles vastligt in formules en de juiste dingen doen of laten. Maar het is juist dit laatste dat de genade Gods die behoudt reduceert tot een wet en dus het (eeuwige) leven tracht meetbaar te maken. Het is juist de genade die onmeetbaar is. Leven in het spanningsveld dat tussen de Bijbelse paradoxen bestaat houdt het aantrekkelijk en houdt het aantrekkelijk. Je raakt immers niet uitgedacht of uitgepraat. En zo erg is dat niet.

14 april 2011

Schuld, Liefde en Hartzeer

Wat bewoog een man als Paulus om de wereld in te trekken teneinde zoveel mogelijk mensen te vertellen over het Goede Nieuws dat God in Christus Jezus de wereld heeft verlost? Zijn er specifieke motieven te vinden en kan ik daar vandaag wat van leren? Zonder er meteen een blauwdruk uit te willen distilleren of het te zien als een filosofische/theologische onderbouwing of zelfs wetmatigheid, stuit ik op drie motieven die bij Paulus boven andere bestaande motieven uitstijgen.

SCHULD
U mag gerust weten, broeders en zusters, dat ik meermalen van plan ben geweest u te bezoeken, maar tot nu toe kwam er telkens iets tussen. Net als bij de andere volken wilde ik ook bij u een aantal mensen voor het geloof winnen. Want ik heb een verplichting tegenover volken met beschaving en volken zonder beschaving, tegenover mensen met kennis en mensen zonder kennis. Vandaar die sterke drang in mij om ook u, in Rome, het evangelie te brengen (Romeinen 1:13-15). (Hiernaast: Paulus volgens Rembrandt)

Jezus heeft de opdracht bij hem (en ons) neergelegd en het volgen van Hem impliceert, discipelschap impliceert de verkondiging van het evangelie en het maken van discipelen. Het is geen optie.

Paulus ziet het als een morele plicht; als ik de weg van A naar B weet en weet dat er velen zoekend zijn naar B heb ik de morele plicht om de weg uit te leggen. Schuld betekent 'bij een ander in het krijt staan'.

Door God aangesteld als apostel onder de heidenen had hij een verplichting om in Rome het evangelie te verkondigen. Hij wilde deze verplichting eerder nakomen maar werd verhinderd door de Heer. Er was zoveel te doen in Klein Azië dat hij niet onmiddellijk naar Rome kon gaan..

Wat werkt het besef van deze “schuld” uit? Deze schuld is de motivatie om te gaan (vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het evangelie te brengen (15).

LIEFDE
Omdat we weten dat we ontzag moeten hebben voor de Heer, proberen we de mensen te overtuigen. Voor God zijn we een open boek, maar hopelijk ook voor u, als u bij uw geweten te rade gaat. Niet dat we onszelf opnieuw bij u aanbevelen; nee, we geven u juist de gelegenheid met recht trots op ons te zijn. Dan kunt u hen van antwoord dienen die zich laten voorstaan op uiterlijkheden en niet op wat een mens innerlijk waard is. Als we in vervoering zijn, dan was het voor God; maar als we verstandig zijn, dan is het voor u. Want we zijn gegrepen door de liefde van Christus, omdat wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen. Daaruit volgt dat allen zijn gestorven. En hij stierf voor allen met de bedoeling dat zij die leven, niet langer voor zichzelf leven maar voor hem die voor hen is gestorven en door God is opgewekt (2 Korintiërs 5: 11).

De liefde die Paulus dringt is het gevolg van een diepe overtuiging. De overtuiging dat een voor allen gestorven is.
We denken wel dat liefde de onderliggende emotie of het onderliggende motief is om het evangelie te verkondigen maar Paulus maakt duidelijk dat ook de liefde die hem beweegt ergens vandaan komt. Wij leggen liefde te vaak uit als een gevoel en als de liefde ontbreekt, zo zeggen we, kunnen we beter niets doen omdat het dan waardeloos is. Paulus draait in gedachten het filmpje nog eens af waarin te zien is hoe God zijn eigen zoon gaf terwijl wij met z'n allen stonden te joelen en te krijsen "kruisigt Hem, kruisigt Hem." Het is deze daad van liefde die Paulus drong; een daad van God die buiten onze gevoelens, opinies en raadpleging of goedkeuring plaatsvond.

De Bijbel maakt leert dat liefde en geven elkaars synoniemen zijn (Gal 2:20 leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven). Liefde uit zich in overgave en niet in mooie woorden of goede bedoelingen.

HARTZEER/KWELLING
Omdat ik verbonden ben met Christus, spreek ik de waarheid, ik lieg niet: de heilige Geest bevestigt het door de stem van mijn geweten. 2 Er is iets dat me erg verdrietig maakt en me onophoudelijk kwelt: 3 het lot van mijn volk, mijn natuurlijke verwanten. Ik zou wensen, vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, als ik ze daarmee kon helpen (Romeinen 9:1-3).

Deze gaat best wel ver. Ik weet niet of ik dit Paulus na kan zeggen en het herinnert me aan een ander verhaal in de Bijbel. Wanneer God besluit om Israël uit te roeien vanwege haar voortdurende en herhaaldelijke koppigheid, springt Mozes op de bres (Ex.32). Hij bidt en pleit waarbij hij God eraan herinnert dat het toch het volk is dat Hij heeft uitgekozen. Het gevolg is dat God van gedachten veranderd. Dat op zich is een ontzagwekkende gedachte; de mens die Gods hart zoekt en in staat is om dat hart van God te bewegen. Twee mannen die bereid waren om hun namen uit het Levensboek gegomd te zien, als dat tot de redding van anderen zou leiden!

Ik heb vandaag voldoende om eens flink over na te denken en mijn eigen motieven te onderzoeken.

08 april 2011

De Volle Zegen?

Ter voorbereiding op mijn preek in Nieuw-Lekkerland (aanstaande zondag om 13.30) ben ik Doelgericht Samenleven aan het lezen. Het is een bijzonder appelerend boek en Rick Warren heeft er alles aan gedaan om de lezer te voorzien van allerlei praktische en nuttige tips die het "samen" gestalte geven en versterken. Ik ben wel een liefhebber van theologie die zich naar het praktische vertaalt maar waarom bekruipt me dan toch zo'n onbestemd gevoel bij het lezen?
Het zit in de voorwaardelijkheid die Warren creëert. Een voorbeeld: "Als we niet delen, weerhouden we de gelovige gemeenschap ervan de volle zegeningen van God te ervaren" (Rick Warren, Doelgericht Samen Leven, 2006, 133) Met andere woorden, als iemand binnen de gelovige gemeenschap de volle zegening van God niet meent te ervaren, wiens schuld is dat dan? Misschien is het wel mijn schuld omdat ik toch nog iets meer had moeten geven. Of, als ik het niet ben, wie is dan de boosdoener die een obstakel tot het ontvangen van de volle zegening is? Gaan we dan loten en wie aan het kortste eind trekt moet bijbetalen?
Maar wat bedoelt Warren met "de volle zegening?" Hoe ziet dat eruit? Hoe voelt dat? Wanneer weet ik of de zegening vol is?
Persoonlijk voel ik me best wel vol, hetgeen overigens een zeer subjectief iets is en afhankelijk van vele factioren, maar ik heb altijd het idee dat het nog wel wat voller kan en nu ben ik me af gaan vragen wie in mijn omgeving nog aan krenterigheid lijdt.
Wollig taakgebruik en vreemde definities zetten je in ieder geval aan het denken: "Nederigheid houdt simpelweg in dat we zuiver en zonder vooroordelen onze sterke en zwakke punten kunnen inschatten (137)." Wel een heel vreemde definitie! De gedachten dat een zuivere en onbevooroordeelde inschatting van eigen sterke en zwakke punten mogelijk zou zijn gaat wel erg ver. Hoe kom ik op een punt in mijn leven dat ik dat allemaal zuiver en onbevooroordeeld kan doen? Is het niet zo dat iedereen, altijd en overal, zichzelf en anderen in toch enigzins door besmette lenzen ziet?
Ik verwacht niet dat de gemiddelde lezer net zo kritisch boeken leest als ik en dat men er snel doorheen leest en overgaat tot het samen nadenken over de vraag hoe dat Samen Leven gestalte krijgt en wat mij in de weg staat om me aan dat Samen Leven te kunnen geven.
Overigens is het van belang dat we nadenken over de vraag wat het betekent om een gemeenschap van gelovigen te zijn. In ons individualische Westen zijn we het idee en de praktijk van "gemeenschap" al heel lang kwijt. Echt samen vindt je bijna nergens meer. Daarom is deze oefening van veertig dagen doelgericht Samen Leven van belang.

04 april 2011

Religie sterft uit

Gisterenavond las ik in Time Magazine dat er momenteel negen landen zijn waar religie min of meer uitgestorven is, of dat punt spoedig bereiken. Helaas werd bij deze mededeling niet uitgelegd wat daarmee wordt bedoeld. Een duiding van wat de mededeler verstaat onder religie zou helpen om het een en ander te begrijpen. Nu ben je aan je eigen gedachten, ideeën en gevoelens overgeleverd om zo'n mededeling een plaats te geven. Betekent het dat in landen zoals Australië(een van die negen landen) de overgrote meerderheid van de bevolking aangeeft "niet religieus" te zijn? Waarschijnlijk is dit de achtergrond van de uitspraak in Time.
En wat bedoelt iemand wanneer hij aangeeft "niet religieus" te zijn? Geen georganiseerde religie? Geen geloof in een onzichtbare God of een mogelijk hiernamaals? Het heeft er allemaal mee te maken. Maar is het mogelijk om "niet religieus" te zijn?
Is "niet geloven" ook niet een geloof? Of het door zelfgeformuleerde normen en waarden geconstrueerde eigen referentiekader van de mens? Leeft niet iedereen volgens en binnen bepaalde kaders? Maken we niet allemaal keuzes op grond van overtuigingen betreffende de waarde en rechten van de mens? Dat klinkt dan misschien minder religieus maar strikt genomen is het dat wel.
In Wikipedia is onder andere dit te vinden over religie:

Religie is een menselijk verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in het bewustzijn van zijn eigenstandigheid. De individuele mens ziet zichzelf als een eenling tussen vele anderen, geworpen in een wereld/universum waarvan hij door middel van het ontwikkelen van zijn bewustzijn en denkvermogen afstand kan nemen. Deze 'eenzaamheid' of 'individualiteit' is al duizenden jaren object van menselijk denken en is onder andere verwoord in het verdrijvingsverhaal in Genesis. Met behulp van religie probeert de mens zich te herverbinden met de ander en de wereld en probeert een verklaring te bieden voor deze 'breuk'.

De meeste mensen zijn bezig met dit "herverbinden." Met een god, de natuur, de medemens of wat dan ook. De enige niet religieuze mens is die mens die zich bewust afkeert van het proces van herverbinden en zich daarmee sociaal isoleert. Alleen A-socialen zijn de ware en enige niet religieuzen. De rest van de mensheid, die overeenkomstig een aangeboren drang naar verbondenheid op zoek is en bezig is met dat herverbinden, is gewoon religieus.
Zo'n schande is het niet om te erkennen dat we zoekend zijn naar zingeving en betekenis. Stoppen met zoeken lukt maar moeilijk, ook al zijn velen het zoeken beu omdat de meeste systemen die herverbindingen in de aanbiedingen hebben, geen soelaas bieden en niet tot het Leven leiden.
Om te stellen dat religie uitsterft is hoe dan ook veel te kort door de bocht. Zolang er leven is zal er religie zijn. Dat zoeken is de mens gewoon eigen.

03 april 2011

Echt! Heel vervelend

Bah, al die bomen en frisse lucht. Wat een straf om hier een weekend door te brengen. Zojuist m'n laatste sessie 'afgeleverd'. De deelnemers heb ik maar weer het bos ingestuurd om het een en ander te verwerken en op papier te zetten. Vanmiddag nog even op de koffie bij de voorzitter van het Deense OM bestuur. Ook een Jan die ik al jaren 'kan' maar al eeuwen niet meer heb gezien of gesproken.

02 april 2011

Stilte gezocht


Het is wonderlijk wat stilte met een mens doet. De tijd lijkt te vertragen en het ontbreken van stimuli die de zintuigen prikkelen maakt dat je geoncentreerder kunt werken. De wat stille groep bepaalt me bij de hoeveelheid geluid die ik produceer. Om de vijf sessies van 90 minuten niet te beperken tot al te lange monologen laat is deelnemers regelmatig in kleine groepjes werken. De laatste sessie van vandaag wordt aan de hand van enkele simpele instrucies individueel in het bos doorgebracht. Vanavond rond het kampvuur zal er worden gerapporteerd. Ik welke zin heb je je beeld van God bij moeten stellen? Wat meen je van God te hebben gehoord en hoe kun je weten of God wel of niet tot je heeft gesproken? Hoe ziet een leven tot Zijn eer eruit? Deze en andere vragen zullen de revue passeren en als deelnemers zich veilig genoeg voelen zullen ze ook vertellen over hun grootste innerlijke worsteling. Dat, en gebed voor elkaar werkt bevrijdend. Opnieuw voel ik me bijzonder bevoorrecht om een dergelijk weekend in zo'n bijzondere omgeving te mogen leiden. Morgen nog twee laatste sessies en dan weer naar huis.

01 april 2011

In het midden van niets

Ofwel 'in the middle of nowhere.' Iets buiten Kopenhagen, in de buurt van een meer en omringd door bossen en velden. Aardedonker en vrijwel komplete stilte maken het beeld kompleet. Met een kleine 20 man is het Life Direction weekend aardig gevuld. Klein genoeg voor goede groepsinteractie en groot genoeg dat mensen zich niet afvragen of het wel wat is. Vanavond de eerste sessie gedaan: Waar is God mee bezig? Waarom is Hij er überhaupt aan begonnen en hoe kan een alwetende God nu spijt hebben van iets waarvan Hij van tevoren zou moeten hebben geweten dat het niet best zou aflopen. Over het grotere verhaal, welke plaats mijn leven daarbij inneemt, hoe God in verleden en heden spreekt en wat Christus dreef om te doen wat Hij deed. Met als afsluitende vraag 'waarom kom jij 's-morgens uit bed?' Het is Zo'n voorrecht om dit te kunnen doen en om in zo'n inspirerende omgeving te zijn. Jammer alleen dat Martha er niet bij is. Die had zich kompleet uit kunnen leven in mooie wandelingen.
Kreeg ook nog een berichtje uit Emmeloord dat zich een nieuwe maandelijkse financiële supporter heeft aangemeld. Broodnodig en zeer bemoedigend!

Glanzend als een bergje tarwe

Wie zou de mooie buik van een vrouw omschrijven als "glanzend als een bergje tarwe tussen de lelies"? De geliefde lijken toegang te hebben tot een onuitputtelijk bron van beelden en associaties die de liefde voor elkaar omschrijven.
Stadmensen voelen niet dezelfde verrukking bij het zien van een bergje tarwe tussen de lelies. "Je oksel is als de volmaakte ronding tussen de A13 en de A20," zou hen meer aanspreken. "Je benen zijn als langzaamrijdend tot stilstaand verkeer tussen Delft en de afslag Berkel en Rodenrijs." "Je neus fier als de Euromast." Toch werkt dat niet zo sterk omdat we deze moderne beelden niet per se met schoonheid associëren.
Schoonheid en liefde gaan samen. Liefde in haar puurste vorm is als het mooiste kunstwerk ooit gemaakt. Het kan niet anders dan dat bij het lezen van Hooglied een gevoel van heimwee wordt opgewekt: "dat is het, dat wil ik ook, zo moet het zijn." "Hoe mooi is de liefde! Het heerlijkste wat je verlangen kunt! (Hooglied 7:7). Maar wat is de wereld er ver vanaf! De zonde, de naar binnen gekeerde en zelf verheffende surrogaat van liefde, is tot in de diepste poriën van het bestaan doorgedrongen. Wanneer zal de aarde recht worden gedaan? Sommigen menen God te horen spreken en vluchten naar een terp in Aalten. Anderen menen dat er een globale samenzwering aan de gang is die medio 2012 plotseling tot een halt zal worden geroepen en er een tijdperk van vrede aanbreekt. Weer anderen zien de profetieën uit de Bijbel letterlijk in onze tijd uitkomen (al komt daar wel heel wat creatieve en suggestieve interpretatie bij kijken); van de week waren deze drie varianten te zijn op Uitgelicht.
Is men het leven dan zo beu? Wil men zo graag dat er een eind aan komt? Te midden van alle onrecht en haat om ons heen is een verlangen naar recht en liefde heel goed te begrijpen. Het gevaar schuilt hierin dat we onze energie gaan steken in het ontwikkelen of interpreteren van allerlei theorieën. Druk doend gaan we dan misschien te makkelijk voorbij aan de opdracht om liefdeverspreiders te zijn. Dat glanzende bergje tarwe moet meer zijn dan een beeld. het is het geloof in aktie.

Koopmanshaven en de beperkte impact van een preek

Vanmorgen vertrek ik naar Koopmanshaven dat een bijna net zo rijke geschiedenis kent als eigen vertrouwde Aemestelle, waar juist ten zuiden ervan vliegmachines opstijgen en landen. Een ervan zal mij naar mijn bestemming brengen. Veel zal ik niet te zien krijgen van Kopenhagen. Het Life Direction Seminar begint op vrijdagavond, gaat de gehele zaterdag door tot net na de lunch op zondag. Dan heb ik nog een paar uur voordat ik weer naar Amsterdam terugreis.
Life Direction; door de jaren heen heb ik het seminar al zo vaak gegeven dat ik de zeven sessies zo'n beetje kan dromen. Mensen blijven worstelen met het horen van Gods stem, hebben nog steeds een oppervlakkig en eenzijdig begrip van roeping en gaven van de Geest. De traditionele manier waarop we onze kerkdiensten vorm geven geeft maar bar weinig ruimte voor gavenontwikkeling. De predikant bereidt de dienst voor en leidt deze. Inbreng van anderen is summier en de preekstoel is en blijft van de aanvoerder. Die wordt daar immer voor betaald. Het "iedereen heeft wat," gepromoot door de apostel Paulus, tref je nog veel te weinig aan. Daar is een cultuuromslag voor nodig. Maar ook aanpassingen in theologische-, en lekenopleidingen. Het maken van discipelen, toch de voornaamste opdracht die Jezus zijn eerste generatie Goed Nieuws verspreiders meegaf, vraagt dat een voorganger of predikant meer een trainer is dan een man/vrouw die saaie of boeiende, nuftig retorische monologen houdt.
Het overdragen van kennis betekent nier per se dat er iets geleerd wordt. Daarvoor moeten mensen met de overgedragen informatie aan de slag. Om die brug te slaan is creativiteit nodig en een realistischer duiding van 'de preek.' De impact van de preek, sinds de reformatie centraal staand in de eredienst, als instrument om het Woord Gods aan Zijn volk duidelijk te maken, wordt naar mijn mening overschat en moet veel meer zijn dan een bezinning of overdenking. Welke predikant durft z'n toehoorders bij de stof te betrekken door vragen vanaf kansel of katheter te stellen. Nee, geen retorische, maar echte waarop echte mensen een antwoord moeten geven.
Nu wordt deze blog geschreven door zo'n prediker die het best wel lastig vindt om, in plaats van een monoloog voor te bereiden, nu opeens na te gaan denken over leer- en verwerkingsvormen. Dat kost veel te veel tijd! Een monoloog is makkelijk en het publiek in de kerk is erop getraind om stil te luisteren; de indruk te wekken dat het allemaal goed is. "Mooi gepreekt meneer," hoor ik wel. Een beetje preek doet pijn! Raakt de ziel? Appelleert en roept op tot actie. Wat "mooie preek?" Die van mij missen sowieso schoonheid. Tevergeefs zoekt men de 'bullet points'. "Mooi? Fijn! Maar wat ga je ermee doen?"
Een weekend lang optrekken met een kleine groep mensen. Interactie. Conversatie. Samen worstelend zoeken naar antwoorden. Of alleen maar tot een juiste formulering van een belangrijke vraag komen. Ik heb zin in Kopenhagen en zie uit naar verhalen van mensen die getuigen van veranderingen in hun leven. Levenskoersen die bijgesteld worden. Prioriteiten die door elkaar geschud worden. Wat een voorrecht om op zo'n manier met een groep jongeren op te mogen trekken. Het voelt als een kado. En dat is het ook.

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...