27 januari 2011

Reiskoorts

Ik ben niet zo'n reiziger. De dag voor vertrek gaat m'n hartslag omhoog, krijg ik een lichte uitslag in mijn gezicht en vraag me af waarom ik zo nodig moet reizen. Als ik eenmaal in het vliegtuig zit gaat het wel weer maar ga pas genieten als ik op de bestemming ben aangekomen. Het verblijf op de bestemming is dus niet het probleem. Het gaat om de reis van A naar B. Ik kan de toetsencombinatie niet vinden die zou kunnen leiden tot een rustige, kalme en volkomen ontspannen staat waarbij ik het allemaal met een serene glimlach op m'n gezicht (en in mijn hartje) beleef en onderga.
Ruben gaat deze reis mee en dat maakt het allemaal een stuk aangenamer. Hij loopt al dagen met een grijns op z'n gezicht en telt de uren die nog resten voordat we eindelijk die kant op kunnen; "nog zoveel uur en dan vliegen we, gaaf hè?"
Als we over 29 uur in Melbourne landen ben ik alle 'leed' in een mum van tijd vergeten en kan ik me concentreren op de taak die voor me ligt:

Maandag 31 t/m Vrijdag 4 Feb. Mentoring Clinic
Zaterdag 5 t/m dinsdag 8 Feb. Zeven toespraken/studies met Eltham Baptist Church.
Woensdag 9 t/m Woensdag 16 Feb. Jongeren en volwassen kamp in Tumby Bay.
Over 22 dagen hopen we weer thuis te zijn.

Nu ga ik mijn koffer maar eens pakken.

26 januari 2011

Het Lekkere Laster Preekje

"Lasterpraat slikt men als zoete koek, het raakt immers de donkere hoeken van het hart"(Spreuken 18:8).
Op enkele uitzondering na, zijn Westerlingen suikerverslaafd. Deze geraffineerde zoetstof geeft voor korte tijd energie, maar wekt vooral meer trek op. Vandaar dat een koekje, zeker als het een lekker koekje is, naar meer smaakt. Het doosje Ferrero Rocher, dat Martha regelmatig van een van haar klanten meekrijgt, staat vaak dagenlang onaangeroerd totdat ik het zegel verbreek en er een neem. De kans is groot (en wordt door de praktijk gestaafd) dat de 16 mierzoete bolletjes mijn spijsverterende organen en systemen een uur later in de overdrive hebben gedwongen. Suiker zit trouwens bijna overal in; een bewuste keus van de voedselindustrie om ons meer te laten consumeren; het is in hun belang om ons verslaafd te houden.
De donkere hoeken van het hart behoeven ook aandacht en onderhoud. Laster is als een dunne olie die zelfs de kleinste en meest verborgen hoekjes van het hart weet te bereiken en te vullen.
Het vraagt zelfdiscipline om niet aan laster toe te geven; er aan mee te doen of het in je op te nemen.
Moddergooien is als een primitieve sport waar je niet al te veel voor hoeft te oefenen. Iedereen kan het in zeer korte tijd leren. Wat vaak vergeten wordt is dat iemand die met modder gooit, zelfs voordat hij of zij gooit, al vuile handen heeft. Het is dan ook een rotsport omdat iedereen die in de buurt is uiteindelijk onder de modder zit.
Is er een alternatief voor het vullen van de donkere hoeken van het hart met zoete koek? Is God, de schepper in staat om die donkere hoeken te verlichten? Ik dacht het wel. De erkenning dat ik donkere hoeken in mijn hart heb is de eerste stap naar genezing. Ten tweede is het van belang dat dat licht blijft schijnen en die hoeken vult met Zijn tegenwoordigheid. Dat is mogelijk door, als vervolg op de erkenning dat ze er zijn, deze te belijden, of benoemen. En als een probleem is herkent, erkent en beleden, geeft dat uitzicht op herstel. En dan kun je niet om Christus heen die de mens wil en kan verlossen van elk denkbaar donkere hoekje. Volgens mij is dat Goed Nieuws.

25 januari 2011

De dwaze zwijger

Als iemand z'n mond houdt, kom je moeilijk te weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Het kan zijn dat je nieuwe vriend een wijs man is, maar ook een dwaas. Het blijft giswerk maar vooralsnog krijgt hij het voordeel van de twijfel en schat je hem als 'redelijk tot best wel wijs' in. Zwijgen is immer goud en kostbaarder dan het sprekende zilver.
Waarom schatten we zwijgers volgens Spreuken 17:28 in als wijzen? Ik moest daar even over nadenken en observeerde het volgende. Een dwaas etaleert, over het algemeen zijn wijsheden breeduit, en vooral luid. Terwijl de meesten in zijn omgeving allang in de gaten hebben dat er spul uit z'n nek druipt, bazelt de dwaas maar; de omgevingssignalen deren hem niet en bovendien, hij ziet ze niet.
In zwijgen schuilt een potentiële bewustwordende deugd. En dat kan zomaar goed zijn voor de mens. Zelfreflectie, door sommige hard-core evangelicalen streng veroordeeld omdat de enige reflectie op het leven Christus zou moeten en mogen zijn, is een gezonde oefening zolang deze niet ontaard in zelfabsorptie waarbij de reflector zo met zichzelf ingenomen raakt (zowel ten goede als ten kwade) dat hij denkt dat het allemaal om hem draait.
Gezonde zelfreflectie stuwt tekorten naar de oppervlakte. Een te kort wereldbeeld, een te kort Godsbeeld, een te kort zelfbeeld en een te kort anderbeeld. Dat is niet zo erg als het klinkt. Dat tekort doet je realiseren dat je niet alleen bent en anderen nodig hebt. In de verlorenheid waartoe zelfreflectie kan leiden hebben miljoenen God gevonden. Het tekort leidde tot een roepen waarop God zich liet vinden. Het is juist vanuit dat ontdekte tekort dat de mens om hulp roept.
Ik kan me zomaar voorstellen dat de zwijgende, voor zich uit starende, op het koude bankje in het kale bos zittende dwaas daar over aan het nadenken is. Best wel wijs eigenlijk.

24 januari 2011

Ruzie!

Volgens Spreuken 17:19 zijn er mensen die van ruzie houden. Ik kon en kan me daar moeilijk iets bij voorstellen. Dacht ik. Zouden ze echt bestaan; mensen die van ruzie houden? Ben ik echt zo naïef als ik in de veronderstelling verkeer dat niemand ruzie wil? Ik denk het wel.

Zelf raak ik betrokken bij ruzie(tjes). Gisteren nog, een kleintje met Martha. Toen ik gisteren om half drie terugkwam uit Eindhoven waren de twee bananen waarop mijn lijf sinds de vroege ochtend had moeten teren wel zo'n beetje verbrand. Een te laag bloedsuikerspiegel maakt mij knorrig en toen ik bij het opentrekken van de voorraadkast tot de ontdekking kwam dat "mijn" Unox bruinebonensoep door anderen was opgegeten en dat er slechts een blik veel te zoute erwtensoep van de Lidl restte. Bovendien waren alle eieren (op een na) er in ochtend doorheen gejast. Mijn reactie was, kort samengevat, enigszins knorrig en verre van beminnelijk. Na twee uur ebt het allemaal wel weer weg en is de harmonie in huize de Ouden herstelt.
Weet je wat het is? Als nou iedereen van "mijn" soep en eieren afblijft, hoef ik niet knorrig te doen en is er dus ook geen aanleiding voor ruzie. Dat is toch logisch. Als iedereen nou eens 'normaal' zou doen?!
Nu is de inzet van veel ruzies wel wat meer dan een blik soep en kippenproducten maar het principe is hetzelfde. Wat anders dan opgeblazen ego's, 'heb, heb heb' of 'mijn, mijn, mijn' zijn de aanleiding voor ruzies?
Spreuken meldt nog een aspect: iemand die van ruzie houdt, bemint ook de misdaad. Die gaat met blikken gooien om zijn gelijk te halen. Probleem is dat het blik leeg is en blijft. Een ruzie kan zo'n blik niet vullen. De stap van ruzie naar daden die mis en misselijkmakend zijn is klein. Een getergd ego en aangetaste bezittingen is een potentiële lont in een kruitvat. Omdat we allemaal een ego hebben en dingetjes hebben schuilt in ieder van ons een potentiële liefhebber van ruzie.
Dacht ik.

Vanavond: Professor Koerts in "Cafe de Bovenwereld" over Sartre.

23 januari 2011

Niemand ziet het

Het "Onze Vader" blijft fascineren. Wat het zo fascinerend maakt is de context waarin het geschreven is. In Matteus 5, 6 en 7 vinden we de regeringsverklaring van de koning van het Koninkrijk der Hemelen. Het "Onze Vader" maakt deel uit van dit grotere verhaal en krijgt diepere betekenis als we het binnen de kaders van Jezus' verklaring lezen. Je zou kunnen zeggen dat het "Onze Vader" een korte samenvatting is van waar Jezus voor staat. Het was in die tijd gewoon dat geestelijke leraren hun discipelen een korte samenvatting van hun leer gaven in de vorm van een gebed. In een van de evangelieen vinden we het Onze vader als Jezus antwoord op de vraag van zijn disciepelen "Heer, leer ons bidden" (Lucas 11). Met andere woorden, ze vroegen hem om de samenvatting die zijn leer kenmerkte en het handelsmerk van zijn discipelen zou moeten zijn; dat waaraan de omgeving zou moeten merken en zien dat ze bij Rabbi Jezus hoorden. De vraag van de discipelen heeft dan ook minder te maken met de vaak gehoorde verklaring dat ze echt niet wisten hoe ze moesten bidden (dat wisten ze echt wel) of dat ze het zat waren om met hun verstand te bidden en dat ze Jezus hiermee indirect vragen of hij hen wilde leren hoe ze met hun hart moesten bidden. Deze 'vergeestelijking' kan ons makkelijk op een dwaalspoor leiden. Matteus 5, 6 en 7 zijn namelijk uitermate practisch en beantwoord voor een belanmgrijk deel de vraag hoe we ons leven behoren te leiden, met name in relatie tot God en tot elkaar. Het gaat over staatsinrichting en het accent ligt op de uitvoering daarvan met de juiste motieven. Die motieven krijgen van Jezus behoorlijk de aandacht omdat, onder andere gebed en het geven van giften een nogal showachtig karakter had gekregen waar met name de invloedrijken schuldig aan waren. Ze lieten hun komst vooruitbazuinen zodat op het dorpsplein zoveel mogelijk publiek getuige kon zijn van het uitdelen van repen Zwitsere chocola. Een item in het journaal was vervolgens de slagroom op de goede daad. Zelfingenomen en zeer tevreden trok de weldoener vervolgens huiswaarts. "Niet zo," zegt Jezus.
Geven vanuit het verborgene en bidden in eenzaamheid en stilte; als iemand dat van harte kan doen, begint het koninkrijk te dagen. En dat is mooi en mogelijk. Grote harten groeien in de stilte.
Over een kwartier ga ik naar Eindhoven om hierover te praten. Wat een voorrecht! Ik heb er zin in.

21 januari 2011

Zonder leugen is zo kaal

Vier dagen geen Blog. Dat is een record, denk ik. Ik was gewoon een paar dagen een beetje zielig met griepachtige verschijnselen. Ik ben echter alweer omhoog aan het klimmen. De afgelopen dagen heb ik enkele malen de wereld gered. Ik heb onder andere bedacht hoe de aanval op de Twin Towers (9/11) voorkomen had kunnen worden en, mocht deze oplossing niet echt werken, dan voorzag plan B in de redding van alle in het gebouw aanwezige zielen ten tijde van de aanval. Nu ik weer helderder ben, geloof ik niet dat mijn oplossingen echt zouden hebben gewerkt. Ik kan uitleggen wat mijn beoogde oplossing was maar het is nogal gecompliceerd. Dus, laat maar. Ook heb ik bedacht hoe je kunt voorkomen dat twee op elkaar af denderende treinen frontaal met elkaar in botsing komen: Een van de twee treinen wordt stilgezet en vervolgens duwt men handmatig de wagons en locomotief omver. Die liggen dan wel op z'n kant maar dat is een stuk minder erg. Handmatig terugzetten gaat echter moeilijker. Bizar eigenlijk wat er in ons hoofd en lijf gebeurd als onze lichaamstemperatuur iets afwijkt van de standaard.

Even iets anders. In Spreuken 17 treffen we de vergelijking aan van een leugen met een dambreuk. Die breuk moet gedicht worden om overstroming te voorkomen.
Hoe creëer je een overstroming in werkrelaties? Heel eenvoudig: bedenk een leugen over de ander en ga dicht bij dit kunstmatig veroorzaakte gat in de dam staan. Voed het, koester het en probeer de stroom water die door het gaatje loopt onder controle te houden. Dat gaat eventjes goed. Op een gegeven moment wordt het gat zo groot dat je dekking moet zoeken. De kracht van het water doet vervolgens z'n werk.
Ik maak het echt mee. Onlangs begon iemand een beetje gif te verspreiden over iemand anders. A zou B in de kou hebben laten staan. Althans, volgens G, de gifverspreider. Dat was heel slecht van A maar G had niet anders verwacht want "zo zit A nu eenmaal in elkaar." B, in G's lezing, was nu zielig en of ik A eens aan wilde pakken.
Ik dacht, "kom, laat ik eens met B gaan praten."
"B, heeft A jou zo laten zitten?"
Zegt B: "Niets is minder waar, A heeft z'n werk naar behoren gedaan en er is geen sprake van nalatigheid."
G maakte een gaatje omdat hij A niet aardig vindt en eigenlijk van hem af wil. En het zure van het verhaal is dat G in zijn eigen leugen blijft geloven. Die heeft echt hulp nodig!
In een programma zoals "Het familiediner" waarvan ik gisteren een samenvatting in 20 seconden zag in DWDD (lang genoeg naar mijn smaak), zien we dit principe terug. Ik denk dat mensen naar het programma kijken omdat ze het principe van de leugen aan het werk zien en dat is zo heerlijk herkenbaar. De gestage waterstroom wordt voor velen een vriendje en men kan niet meer zonder. Het vasthouden aan het eigen gelijk is zo lekker. Ook al is dat eigen gelijk geconstrueerd door de leugen. Zonder eigen gelijk is zo kaal. en wie wil er nu kaal zijn?

16 januari 2011

En dan is het opeens op

Vanmorgen wakker geworden in een enigzins ranzig hotel in Dalfsen (met Martha naast me). De griep had me al enigzins in haar greep. Met een dubbele dosis Paracod en Ibuprofen richting Ommen om te spreken. Daarna gauw naar huis. Ik dnek dat de griep nu echt toeslaat. Ik bedoel, als het twintig graden in huis is en je zit nog steeds te klappertanden, dan is dat denk ik een teken dat m'n lijf in strijd is met zichzelf. Dus, vroeg naar bed en hopen dat het niet echt "de griep" is.
Tja, de kracht van dit moment biedt geen enkele garantie voor morgen. Gezondheid is een bijzondere zegen.
De twee toespraken in Eersel tijdens het discipelschapsweekend gingen aardig maar ik merkte dat mijn lijf me niet helemaal steunde.
Het blijft een voorrecht om een schakeltje te zijn in het proce van verandering in de levens van mensen. We streven allemaal naar geluk en voldoening en God's woord heeft daar zoveel over te zeggen. Ik vertrouw erop dat God alle tijd die ik erin heb gestopt gebruiken zal. Nu snel ter bedde!

15 januari 2011

Een discipel die niet volgt

Kan dat? Bestaan ze?
Jezus had volgelingen, leerlingen die nog zoekende waren. Wil dat zeggen dat een hardcore leerling van Jezus uitgezocht is?
Kun je een discipel van Jezus zijn en tegelijk Hem niet als Heer over je leven hebben gemaakt?
Deze vragen gaven gisterenavond aanleiding tot een vruchtbare discussie. Zoveel mensen, zoveel meningen.
Waar we het over eens zijn is dat we een discipel van Jezus associëren met een bekeerling. Maar is dat terecht? Er zijn mensen die zeggen Jezus te volgen omdat hij hen mateloos inspireert, of een geweldig voorbeeld is.
Discipelschap en de heerschappij van Christus mogen niet aan elkaar gelijkgesteld worden. Het verwatert de voorwaarden die Jezus stelt aan zijn volgelingen. Ik durf te stellen dat het mogelijk is om Jezus te volgen zonder dat iemand zich onder zijn heerschappij stelt.
Slechts aan de vrucht herkent men de boom. De boom zelf ontleent zijn bestaansrecht slechts aan zijn (te verwachten) vrucht. Niet aan de capaciteit om er een boomhut in te bouwen.

14 januari 2011

Lerende Leerlingen

Jezelf inschrijven bij een opleidingsinstituut is vrij makkelijk. Als je voldoet aan de acceptatienormen en je rekeningen op tijd betaalt, ben je binnen. Je mag jezelf dan student noemen en aan je vrienden vertellen dat je hier of daar studeert. Echter, het zegt helemaal niets over je eigenlijke leren. Vroeger kende men het karikatuur van de eeuwige student; die stond ingeschreven en stortte zich vervolgens in het studentenleven, de collegebanken slechts zelden betredend. De overheid heeft daar uiteindelijk een stokje voor gestoken en als je heden te dagen niet presteert is het al gauw schluss, plus dat je de rekening gepresenteerd krijgt.
Vanavond en morgen spreek ik op een discipelschapsweekend waar een grote groep jongeren en jongvolwassenen (en enkele medium-, en zelfs oudere volwassenen) uit dezelfde kerk aan deelneemt. Ik geloof dat de teller op 80 deelnemers staat. Een aantal mannen uit deze kerk besloot een tijd geleden dat discipelschap meer aandacht moest krijgen en is aan de slag gegaan met een discipelschapstraject. Met succes.
Wat spreekt mensen hierin aan? Ik geloof dat steeds meer volgelingen van Jezus het "in de kaartenbak opgenomen gevoel" zat is en concreet met dat volgelingschap aan de slag wil. Men wil zakendoen. Men wil leren!
Leren houdt o.a. in dat je tot inzichten komt die ertoe leiden dat je leven gevormd en hervormd wordt. Zo'n discipelschapsweekend wil dat proces faciliteren.
Dit weekend gaan we in op de vraag hoe het komt dat veranderen zo vreselijk moelijk is en wat er voor nodig is om tot verandering te komen.
Een van de verwachtingen die een leerling van Jezus heeft, is dat verandering mogelijk is. De harde realiteit leert ons echter dat een veranderingsproces maar langzaam tot stand komt en dat we onder druk terugvallen op onze "fabrieksinstellingen."
Er komt ook van alles bij kijken. Verandering kan niet alleen geestelijk geduid worden. Antropologie, sociologie, theologie en zelfs economische factoren spelen een rol.
De uitdaging voor mij is om het zo eenvoudig mogelijk te houden. En, mijn boodschap zal hoopvol zijn: in Christus is verandering mogelijk. Dat is de kern van het Evangelie.

13 januari 2011

Trots

De trots van de kinderen zijn hun ouders. Althans, dat wordt beweerd in Spreuken 17:6. Niet iedereen zal met trots over hun ouders spreken. Voor mijn moeder gaat dit echter zeker op. Vandaag zou ze 78 jaar zijn geworden. Ik mis haar nog vaak. Een ouder waar je trots op bent hoort ook gemist te worden. Een eervol gemis, noem ik het. Missen spreekt van een tekort aan iets eervols. Mijn moeder had daar veel van. Ik ben er trots op als ik denk aan hoe ze zich een weg wist te banen door een moeilijk huwelijk en het vrijwel alleen opvoeden van zes opgroeiende kinderen. Naast haar sterke karakter, het willen en kunnen luisteren naar al onze verhalen, het altijd plaats bieden voor iedereen, haar open hart en huis, zijn het ook de meer basale dingen.
  • De zes kleine tupperware containers (in zes verschillende kleuren) die iedere maandag werden gevuld met snoepjes die op de markt waren gekocht. Daar moesten we dan een week mee doen.
  • De zelfgebakken Cake (toch wel een van haar handelsmerken).
  • De anijsmelk.
  • Haar "welterusten" als we ons langs haar kamer richting onze eigen slaapkamer begaven (pas als iedereen thuis was kon ze echt slapen).
  • De band in het geloof die onze relatie alleen maar versterkte nadat we besloten hadden om Christus te gaan volgen.
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan maar omdat het om mijn moeder gaat en niet om die van de lezer van dit Blog, moet er nu worden weggeklikt.
Ik mis haar nog steeds en wens iedereen een moeder zoals "Moe" toe. Vandaag eer ik haar gedachtenis.

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...