24 januari 2011

Ruzie!

Volgens Spreuken 17:19 zijn er mensen die van ruzie houden. Ik kon en kan me daar moeilijk iets bij voorstellen. Dacht ik. Zouden ze echt bestaan; mensen die van ruzie houden? Ben ik echt zo naïef als ik in de veronderstelling verkeer dat niemand ruzie wil? Ik denk het wel.

Zelf raak ik betrokken bij ruzie(tjes). Gisteren nog, een kleintje met Martha. Toen ik gisteren om half drie terugkwam uit Eindhoven waren de twee bananen waarop mijn lijf sinds de vroege ochtend had moeten teren wel zo'n beetje verbrand. Een te laag bloedsuikerspiegel maakt mij knorrig en toen ik bij het opentrekken van de voorraadkast tot de ontdekking kwam dat "mijn" Unox bruinebonensoep door anderen was opgegeten en dat er slechts een blik veel te zoute erwtensoep van de Lidl restte. Bovendien waren alle eieren (op een na) er in ochtend doorheen gejast. Mijn reactie was, kort samengevat, enigszins knorrig en verre van beminnelijk. Na twee uur ebt het allemaal wel weer weg en is de harmonie in huize de Ouden herstelt.
Weet je wat het is? Als nou iedereen van "mijn" soep en eieren afblijft, hoef ik niet knorrig te doen en is er dus ook geen aanleiding voor ruzie. Dat is toch logisch. Als iedereen nou eens 'normaal' zou doen?!
Nu is de inzet van veel ruzies wel wat meer dan een blik soep en kippenproducten maar het principe is hetzelfde. Wat anders dan opgeblazen ego's, 'heb, heb heb' of 'mijn, mijn, mijn' zijn de aanleiding voor ruzies?
Spreuken meldt nog een aspect: iemand die van ruzie houdt, bemint ook de misdaad. Die gaat met blikken gooien om zijn gelijk te halen. Probleem is dat het blik leeg is en blijft. Een ruzie kan zo'n blik niet vullen. De stap van ruzie naar daden die mis en misselijkmakend zijn is klein. Een getergd ego en aangetaste bezittingen is een potentiële lont in een kruitvat. Omdat we allemaal een ego hebben en dingetjes hebben schuilt in ieder van ons een potentiële liefhebber van ruzie.
Dacht ik.

Vanavond: Professor Koerts in "Cafe de Bovenwereld" over Sartre.

23 januari 2011

Niemand ziet het

Het "Onze Vader" blijft fascineren. Wat het zo fascinerend maakt is de context waarin het geschreven is. In Matteus 5, 6 en 7 vinden we de regeringsverklaring van de koning van het Koninkrijk der Hemelen. Het "Onze Vader" maakt deel uit van dit grotere verhaal en krijgt diepere betekenis als we het binnen de kaders van Jezus' verklaring lezen. Je zou kunnen zeggen dat het "Onze Vader" een korte samenvatting is van waar Jezus voor staat. Het was in die tijd gewoon dat geestelijke leraren hun discipelen een korte samenvatting van hun leer gaven in de vorm van een gebed. In een van de evangelieen vinden we het Onze vader als Jezus antwoord op de vraag van zijn disciepelen "Heer, leer ons bidden" (Lucas 11). Met andere woorden, ze vroegen hem om de samenvatting die zijn leer kenmerkte en het handelsmerk van zijn discipelen zou moeten zijn; dat waaraan de omgeving zou moeten merken en zien dat ze bij Rabbi Jezus hoorden. De vraag van de discipelen heeft dan ook minder te maken met de vaak gehoorde verklaring dat ze echt niet wisten hoe ze moesten bidden (dat wisten ze echt wel) of dat ze het zat waren om met hun verstand te bidden en dat ze Jezus hiermee indirect vragen of hij hen wilde leren hoe ze met hun hart moesten bidden. Deze 'vergeestelijking' kan ons makkelijk op een dwaalspoor leiden. Matteus 5, 6 en 7 zijn namelijk uitermate practisch en beantwoord voor een belanmgrijk deel de vraag hoe we ons leven behoren te leiden, met name in relatie tot God en tot elkaar. Het gaat over staatsinrichting en het accent ligt op de uitvoering daarvan met de juiste motieven. Die motieven krijgen van Jezus behoorlijk de aandacht omdat, onder andere gebed en het geven van giften een nogal showachtig karakter had gekregen waar met name de invloedrijken schuldig aan waren. Ze lieten hun komst vooruitbazuinen zodat op het dorpsplein zoveel mogelijk publiek getuige kon zijn van het uitdelen van repen Zwitsere chocola. Een item in het journaal was vervolgens de slagroom op de goede daad. Zelfingenomen en zeer tevreden trok de weldoener vervolgens huiswaarts. "Niet zo," zegt Jezus.
Geven vanuit het verborgene en bidden in eenzaamheid en stilte; als iemand dat van harte kan doen, begint het koninkrijk te dagen. En dat is mooi en mogelijk. Grote harten groeien in de stilte.
Over een kwartier ga ik naar Eindhoven om hierover te praten. Wat een voorrecht! Ik heb er zin in.

21 januari 2011

Zonder leugen is zo kaal

Vier dagen geen Blog. Dat is een record, denk ik. Ik was gewoon een paar dagen een beetje zielig met griepachtige verschijnselen. Ik ben echter alweer omhoog aan het klimmen. De afgelopen dagen heb ik enkele malen de wereld gered. Ik heb onder andere bedacht hoe de aanval op de Twin Towers (9/11) voorkomen had kunnen worden en, mocht deze oplossing niet echt werken, dan voorzag plan B in de redding van alle in het gebouw aanwezige zielen ten tijde van de aanval. Nu ik weer helderder ben, geloof ik niet dat mijn oplossingen echt zouden hebben gewerkt. Ik kan uitleggen wat mijn beoogde oplossing was maar het is nogal gecompliceerd. Dus, laat maar. Ook heb ik bedacht hoe je kunt voorkomen dat twee op elkaar af denderende treinen frontaal met elkaar in botsing komen: Een van de twee treinen wordt stilgezet en vervolgens duwt men handmatig de wagons en locomotief omver. Die liggen dan wel op z'n kant maar dat is een stuk minder erg. Handmatig terugzetten gaat echter moeilijker. Bizar eigenlijk wat er in ons hoofd en lijf gebeurd als onze lichaamstemperatuur iets afwijkt van de standaard.

Even iets anders. In Spreuken 17 treffen we de vergelijking aan van een leugen met een dambreuk. Die breuk moet gedicht worden om overstroming te voorkomen.
Hoe creëer je een overstroming in werkrelaties? Heel eenvoudig: bedenk een leugen over de ander en ga dicht bij dit kunstmatig veroorzaakte gat in de dam staan. Voed het, koester het en probeer de stroom water die door het gaatje loopt onder controle te houden. Dat gaat eventjes goed. Op een gegeven moment wordt het gat zo groot dat je dekking moet zoeken. De kracht van het water doet vervolgens z'n werk.
Ik maak het echt mee. Onlangs begon iemand een beetje gif te verspreiden over iemand anders. A zou B in de kou hebben laten staan. Althans, volgens G, de gifverspreider. Dat was heel slecht van A maar G had niet anders verwacht want "zo zit A nu eenmaal in elkaar." B, in G's lezing, was nu zielig en of ik A eens aan wilde pakken.
Ik dacht, "kom, laat ik eens met B gaan praten."
"B, heeft A jou zo laten zitten?"
Zegt B: "Niets is minder waar, A heeft z'n werk naar behoren gedaan en er is geen sprake van nalatigheid."
G maakte een gaatje omdat hij A niet aardig vindt en eigenlijk van hem af wil. En het zure van het verhaal is dat G in zijn eigen leugen blijft geloven. Die heeft echt hulp nodig!
In een programma zoals "Het familiediner" waarvan ik gisteren een samenvatting in 20 seconden zag in DWDD (lang genoeg naar mijn smaak), zien we dit principe terug. Ik denk dat mensen naar het programma kijken omdat ze het principe van de leugen aan het werk zien en dat is zo heerlijk herkenbaar. De gestage waterstroom wordt voor velen een vriendje en men kan niet meer zonder. Het vasthouden aan het eigen gelijk is zo lekker. Ook al is dat eigen gelijk geconstrueerd door de leugen. Zonder eigen gelijk is zo kaal. en wie wil er nu kaal zijn?

16 januari 2011

En dan is het opeens op

Vanmorgen wakker geworden in een enigzins ranzig hotel in Dalfsen (met Martha naast me). De griep had me al enigzins in haar greep. Met een dubbele dosis Paracod en Ibuprofen richting Ommen om te spreken. Daarna gauw naar huis. Ik dnek dat de griep nu echt toeslaat. Ik bedoel, als het twintig graden in huis is en je zit nog steeds te klappertanden, dan is dat denk ik een teken dat m'n lijf in strijd is met zichzelf. Dus, vroeg naar bed en hopen dat het niet echt "de griep" is.
Tja, de kracht van dit moment biedt geen enkele garantie voor morgen. Gezondheid is een bijzondere zegen.
De twee toespraken in Eersel tijdens het discipelschapsweekend gingen aardig maar ik merkte dat mijn lijf me niet helemaal steunde.
Het blijft een voorrecht om een schakeltje te zijn in het proce van verandering in de levens van mensen. We streven allemaal naar geluk en voldoening en God's woord heeft daar zoveel over te zeggen. Ik vertrouw erop dat God alle tijd die ik erin heb gestopt gebruiken zal. Nu snel ter bedde!

15 januari 2011

Een discipel die niet volgt

Kan dat? Bestaan ze?
Jezus had volgelingen, leerlingen die nog zoekende waren. Wil dat zeggen dat een hardcore leerling van Jezus uitgezocht is?
Kun je een discipel van Jezus zijn en tegelijk Hem niet als Heer over je leven hebben gemaakt?
Deze vragen gaven gisterenavond aanleiding tot een vruchtbare discussie. Zoveel mensen, zoveel meningen.
Waar we het over eens zijn is dat we een discipel van Jezus associëren met een bekeerling. Maar is dat terecht? Er zijn mensen die zeggen Jezus te volgen omdat hij hen mateloos inspireert, of een geweldig voorbeeld is.
Discipelschap en de heerschappij van Christus mogen niet aan elkaar gelijkgesteld worden. Het verwatert de voorwaarden die Jezus stelt aan zijn volgelingen. Ik durf te stellen dat het mogelijk is om Jezus te volgen zonder dat iemand zich onder zijn heerschappij stelt.
Slechts aan de vrucht herkent men de boom. De boom zelf ontleent zijn bestaansrecht slechts aan zijn (te verwachten) vrucht. Niet aan de capaciteit om er een boomhut in te bouwen.

14 januari 2011

Lerende Leerlingen

Jezelf inschrijven bij een opleidingsinstituut is vrij makkelijk. Als je voldoet aan de acceptatienormen en je rekeningen op tijd betaalt, ben je binnen. Je mag jezelf dan student noemen en aan je vrienden vertellen dat je hier of daar studeert. Echter, het zegt helemaal niets over je eigenlijke leren. Vroeger kende men het karikatuur van de eeuwige student; die stond ingeschreven en stortte zich vervolgens in het studentenleven, de collegebanken slechts zelden betredend. De overheid heeft daar uiteindelijk een stokje voor gestoken en als je heden te dagen niet presteert is het al gauw schluss, plus dat je de rekening gepresenteerd krijgt.
Vanavond en morgen spreek ik op een discipelschapsweekend waar een grote groep jongeren en jongvolwassenen (en enkele medium-, en zelfs oudere volwassenen) uit dezelfde kerk aan deelneemt. Ik geloof dat de teller op 80 deelnemers staat. Een aantal mannen uit deze kerk besloot een tijd geleden dat discipelschap meer aandacht moest krijgen en is aan de slag gegaan met een discipelschapstraject. Met succes.
Wat spreekt mensen hierin aan? Ik geloof dat steeds meer volgelingen van Jezus het "in de kaartenbak opgenomen gevoel" zat is en concreet met dat volgelingschap aan de slag wil. Men wil zakendoen. Men wil leren!
Leren houdt o.a. in dat je tot inzichten komt die ertoe leiden dat je leven gevormd en hervormd wordt. Zo'n discipelschapsweekend wil dat proces faciliteren.
Dit weekend gaan we in op de vraag hoe het komt dat veranderen zo vreselijk moelijk is en wat er voor nodig is om tot verandering te komen.
Een van de verwachtingen die een leerling van Jezus heeft, is dat verandering mogelijk is. De harde realiteit leert ons echter dat een veranderingsproces maar langzaam tot stand komt en dat we onder druk terugvallen op onze "fabrieksinstellingen."
Er komt ook van alles bij kijken. Verandering kan niet alleen geestelijk geduid worden. Antropologie, sociologie, theologie en zelfs economische factoren spelen een rol.
De uitdaging voor mij is om het zo eenvoudig mogelijk te houden. En, mijn boodschap zal hoopvol zijn: in Christus is verandering mogelijk. Dat is de kern van het Evangelie.

13 januari 2011

Trots

De trots van de kinderen zijn hun ouders. Althans, dat wordt beweerd in Spreuken 17:6. Niet iedereen zal met trots over hun ouders spreken. Voor mijn moeder gaat dit echter zeker op. Vandaag zou ze 78 jaar zijn geworden. Ik mis haar nog vaak. Een ouder waar je trots op bent hoort ook gemist te worden. Een eervol gemis, noem ik het. Missen spreekt van een tekort aan iets eervols. Mijn moeder had daar veel van. Ik ben er trots op als ik denk aan hoe ze zich een weg wist te banen door een moeilijk huwelijk en het vrijwel alleen opvoeden van zes opgroeiende kinderen. Naast haar sterke karakter, het willen en kunnen luisteren naar al onze verhalen, het altijd plaats bieden voor iedereen, haar open hart en huis, zijn het ook de meer basale dingen.
  • De zes kleine tupperware containers (in zes verschillende kleuren) die iedere maandag werden gevuld met snoepjes die op de markt waren gekocht. Daar moesten we dan een week mee doen.
  • De zelfgebakken Cake (toch wel een van haar handelsmerken).
  • De anijsmelk.
  • Haar "welterusten" als we ons langs haar kamer richting onze eigen slaapkamer begaven (pas als iedereen thuis was kon ze echt slapen).
  • De band in het geloof die onze relatie alleen maar versterkte nadat we besloten hadden om Christus te gaan volgen.
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan maar omdat het om mijn moeder gaat en niet om die van de lezer van dit Blog, moet er nu worden weggeklikt.
Ik mis haar nog steeds en wens iedereen een moeder zoals "Moe" toe. Vandaag eer ik haar gedachtenis.

12 januari 2011

Vijftien jaar

Gisterenavond tegen tienen werd ik gebeld met de vraag of ik wilde komen spreken in Hoogeveen. "Ik heb je vijftien jaar geleden horen spreken in Emmen en ik heb toen het besluit genomen om Jezus te gaan volgen."
Emmen.
Vijftien jaar geleden.
Nu vergeet ik heel erg veel maar "Emmen, vijftien jaar geleden" ben ik en kan ik niet vergeten. Deze samenkomst waarin een aantal jeugdgroepen van verschillende gemeentes bijeenkwamen, staat nog aardig op m'n netvlies gegrift. Tijdens het gebed vooraf wist ik te melden dat we niet hoefden te bidden voor beslissingen. Die gebeden waren al verhoord en met een snel kloppend hart, maar met volle overtuiging wist ik dat die avond vijftien jongeren het radicale besluit zouden nemen om Jezus te gaan volgen. Ik zie nog hoe een aantal leiders me vreemd aankeken en zich waarschijnlijk in stilte afvroegen of die den Ouden het allemaal nog wel op een rijtje had. Maar het was te laat om me naar huis te sturen. De termijn waarbinnen redelijkerwijs nog een andere spreker gevonden kon warden was al lang verstreken. Overigens weet ik vrijwel nooit van tevoren wat er gaat gebeuren, dus dit was een redelijk unieke gebeurtenis.
Ik deed m'n praatje en koppelde daaraan een oproep om Jezus te volgen.
Vijftien jongeren kwamen naar voren.
In de afgelopen vijftien jaar word ik regelmatig herinnerd aan die avond. De meeste van die vijftien jongeren zijn nu leidinggevenden in verschillende gemeentes.
Het is bijzonder bemoedigend om hier regelmatig aan herinnerd te worden.
We hebben een datum afgesproken en ik zie uit naar wat de Heer op zondagmorgen 27 Maart in de Beth-El gemeente in Hoogeveen gaat doen.
Het is een jongerendienst en hoewel resultaten in het verleden geen garantie geven voor de toekomst, ben ik hoopvol en geloofsvol gestemd!
Ik zal de aanwezigen waarschijnlijk met dikke ogen aanstaren omdat ik dan net terugkom van drie weken in Azië en ik had die datum eigenlijk opengehouden om een vrij weekend te hebben maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

10 januari 2011

De Vorm Vasthouden

Hoewel men het er over het algemeen over eens is dat boodschap en vorm twee verschillende grootheden zijn, waarbij de vorm slechts de verpakking is voor een boodschap, vindt men het toch moeilijk om de vorm los te laten. De fabrikant van een goed lopend product ziet geen reden om de verpakking van dat product te veranderen. Als iets goed loopt; houden zo.
Maar als iets nu niet goed loopt terwijl er met het product helemaal niets mis is? Dan zou je mogen verwachten dat men de uiterste best gaat doen om een vorm te vinden die het product recht doet.

Er is op zich niets mis mee als groepen gemotiveerde mensen die bij een bepaalde kerk horen wensen, hopen, bidden en actie plegen teneinde meer mensen naar de door hen georganiseerde bijeenkomsten te zien komen. Door hippere, eigentijdsere verpakkingen te introduceren hoopt men het tij te keren en vollere zalen te zien.
Het succes van veel groeiende kerken is hieruit te verklaren dat men een welsprekend en helder boegbeeld weet aan te trekken en/of een klimaat weet te realiseren dat de bezoeker doet merken dat hij/zij er mag zijn en er ruimte is voor participatie. De groei die deze kerken meemaken wordt vooral gegenereerd door doorstromers vanuit andere groepen en/of mensen die zich al in de periferie van de kerk bevinden (feitelijk gezien zijn dat de meeste Nederlanders).

Kerkbezoek is en mag geen doel op zich zijn. Kerkbezoek is een gevolg van iets wat zich in het hart van de mens afspeelt: een zoektocht naar of een confrontatie met de Waarheid. De vorm die men kiest zou deze zoektocht en confrontatie moeten faciliteren en is altijd secundair. Waarom dan toch zo hardnekkig vasthouden aan die bestaande vormen, of, als er al een nieuwe, redelijk succesvolle vorm is gevonden, deze meteen vast te leggen als format?
Vormen geven zekerheid, vastigheid en voorspelbaarheid. De mens blijkt dat nodig te hebben in het leven. Tegelijk kan die vorm daardoor het grootste obstakel zijn of worden in de openbaring van, en confrontatie met de waarheid. Het vraagt moed om zo losjes met de vorm om te gaan dat het kerkplein, of de aula, die plaats is waar het naar waarheid en leven hunkerende hart bevredigd wordt en Christus zichtbaar wordt.

09 januari 2011

Een kwastje verf voldoet niet

Vanmorgen in Lemmer gepreekt. Het orgel is weg, de preekstoel gesloopt, de muren gewhitewashed en de steunbalken in stemmig grijs geverfd. veder veel hetzelfde, de zaal vult van achter naar voren op, de jongeren zitten nog steeds rechtsachter en het kruis hangt nog op dezelfde plaats. "Glorie, glorie, Halleluja" stond gewoon op het programma. Deze confrontatie op het snijvlak van heden en verleden deed me opnieuw realiseren hoe geweldig moeilijk het (voor mij) is om diep van binnen te veranderen. Het exterieur gaat met de tijd mee; het interieur is moeilijker aan te pakken.
Zometeen naar Nieuwkoop. Een jeugddienst in de Hervormde Kerk. Een 190 jaar oud gebouw dat de tand des tijds fier doorstaat. De paradox van onze geschiedenis is hier te vinden. De fundering van deze "nieuwe" kerk bevat 48.000 stenen van de vroegere, van oorsprong katholieke, kerk. Er zou geen protestantisme zijn zonder katholicisme en zonder protestantisme geen evangelicalisme. Ondanks de vaak enorme verschillen willen we samen maar een ding en dat is Jezus begrijpen, volgen en proclameren.Aan die inhoud kan en mag niets veranderen. Wat ik wil zeggen dat een kwastje verf, waar vaak een ware kerkstrijd aan vooraf gaat, heel erg betrekkelijk is. Waar ik me op wil richten is de verandering van het hart en daar is meer voor nodig dan een kwast.

Misschien is het beter om het niet langer over God te hebben. Geeft alleen maar gedoe.

Mijn werk is nogal verweven met het gebruik van het woord God. Een zendingsorganisatie houdt zich immers bezig met de export, uitleggingen, ...