06 december 2010

Leven van giften

Lees hier onze nieuwsbrief.

Gisteren had ik na de dienst een kort gesprek met een vriend van me die zich afvroeg of "de zendelingen" die door kerken en individuen financieel ondersteund worden, wel effectief bezig zijn. Welk verschil bestaat er tussen mensen die "voor God" werken en een "gewone" baan hebben? De aanhalingstekens zijn van belang omdat dit "normaal evangelisch jargon" (NEJ) is maar waarvoor een gezonde Bijbelse onderbouwing niet te vinden is. Bestaat er vanuit Gods oogpunt zoiets als een normale baan? Of een "full time baan in het koninkrijk?" Het verschil is vrijwel altijd te vinden in de bron van inkomsten. Mensen die van giften leven zouden "voor God werken" omdat ze op hem vertrouwen voor hun inkomsten. Maar dat doen de "normale baan mensen" toch ook? Niets is zo onzeker als een "vast inkomen."
Maar goed, terug naar het dilemma. Zeer regelmatig word ik bevangen door grote twijfel. Al 23 jaar leven wij van giften en dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Iedereen kan z'n euro's maar een keer uitgeven en ik wil zo graag dat de investering die anderen in ons doen "koninkrijksrendement" oplevert. Het leven van giften kan ook voor lief worden genomen: "Ach, God heeft vorig jaar voor ons gezorgd en zal dat heus dit jaar ook wel doen." Veel gevers zijn trouwe gevers en haken ook niet zomaar af. We schrijven trouw onze brieven waarin we voor een deel verantwoordelijkheid afleggen aan onze "financiële partners," en we hobbelen gewoon door. Ik ken ze persoonlijk: doorhobbelaars die al jaren geleden een "normale baan" hadden moeten zoeken. Maar ze kunnen niets anders. Ze zijn vergroeid met de organisatie en de organisatie laat ze niet zomaar vallen, uit coulance of mededogen.
Volgende week heb ik met een aantal stafmedewerkers een jaarlijkse appraisal, of evaluatie. Een van de vragen waar we op ingaan en waar de stafmedewerker zich op moet voorbereiden is die van "effectiviteit:" Wat geloof je dat je roeping is? Hoe effectief ben je in de uitvoering ervan? Hoe zit het met je financiële ondersteuning? Als je nu ontslagen zou worden, of de organisatie doekt zichzelf op, wat zou je gaan doen? Wat zijn je kansen en mogelijkheden buiten de organisatie? 
Waarom dit soort vragen? Juist omdat die vraag van mijn vriend van groot belang is en ik wil voorkomen dat de mensen waar ik leiding aan geef bij de organisatie blijven omdat ze geen enkel ander kunstje kunnen. Niet dat dit het geval zou zijn, maar ik wil de vinger aan de pols houden. En ik hoop dat anderen dat ook bij mij doen. In mijn nieuwe rol heb ik bedongen dat ik kan blijven doen waarvan ik geloof dat God mij heeft geroepen en heeft toegerust: het Goede Nieuws doorvertellen en mijn medemens oproepen tot navolging van Christus, en dat minimaal 100 dagen per jaar. Ik kan niet leven met de gedachte dat ik op een plek kom waar ik alleen maar leiding geef en de directe interactie met onze doelgroep moet missen. De vertwijfeling slaat nog regelmatig toe. Leven van giften is "niet leuk." Misschien is het de trotse calvinist in mij die zegt dat het beter is om met eigen handen een inkomen te verwerken in plaats van uit de hand van anderen te leven. Toch ga ik met frisse moed het nieuw jaar in. In het geloof en vertrouwen dat Gods hand en zegen op mij en Martha rust.

04 december 2010

Passieloze preken en preekloze passie

Lees hier onze nieuwsbrief.

In je werk moet je gelijkmatig zijn, emotioneel neutraal; gewoon je ding doen en je klanten niet vermoeien met persoonlijke gevoelens en overtuigingen. Privé en werk moet je scheiden. De profeet Eliza zou aan deze verwachting niet kunnen voldoen. In 2 Koningen 8 vinden we hem in tranen. Hij voorziet dat de man die hem bezoekt, koning van Israël gaat worden en voorziet ook dat deze man gruwelijk geweld gaat gebruiken. Hij voorziet kinderen die te pletter geslagen worden en zwangere vrouwen wier buiken worden opengereten. Zo'n boodschap kun je niet als een zakelijke mededeling brengen. Dat raakt je als persoon. Ik vind het mooi om iets van Eliza als persoon te zien. Het doet je realiseren dat de boodschapper van God geen machine is, maar een mens van vlees en bloed. Dat vlees en bloed mag best gezien worden. De scheiding van privé en zakelijk is kunstmatig. Alleen gewetenloze mannen en vrouwen lijken met een strikte scheiding te kunnen leven (zie programma's zoals Radar en Opgelicht). Onze persoon is altijd verweven met dat wat we doen en dat mogen we best laten zien. Er zijn er ook die juist strategisch gebruik maken van emotie. Tranen als techniek, zou je dat kunnen noemen. Dat is een kunstje geworden. met name waar het gaat om fondsenwervende activiteiten wordt vooral ingespeeld op ons gevoel. Zielige beelden en betrokken presentatoren gaan goed samen. Iemand in beeld die zijn of haar emoties de vrije loop laat, maakt mooie teevee. Emoteevee heet dat geloof ik in vaktermen. Waarom? Kan het zijn dat velen juist de verbinding tussen zaak en privé missen? Eliza kon de twee niet scheiden en dat maakte hem als boodschapper authentiek. Een gezonde balans tussen de twee levert denk ik de echtheid op die we graag in onszelf en anderen zien. In de kerk vindt je het ook: passieloze preken en preekloze passie. Het eerste doet je in slaap vallen en het tweede sleept je mee in het doen van dingen die je "normaal" nooit zou doen. Wat we nodig hebben zijn gepassioneerde preken: èn een helder, verantwoord verhaal, èn persoonlijke betrokkenheid. Met iets anders dan dat wil ik liever niets te maken hebben.

03 december 2010

Inlezing

Het verbaast me vaak hoeveel men in een verhaal kan lezen. De arbeider die z'n geleende bijl in het water ziet verdwijnen waarop Eliza een wonder verricht en de bijl naar de oppervlakte doet stijgen, is daar een voorbeeld van.
De feiten zijn simpel. Man leent bijl. Die bijl was iemand anders' broodwinning en het verlies van zo'n bijl zou stevige gevolgen hebben voor de eigenaar. Die had geen ijzerwarenhandel om de hoek waar hij voor een habbekrats even een nieuwe kon kopen. Gereedschap was zeer kostbaar en werd gekoesterd. Heel anders is het in onze maatschappij die is ingericht op een korte levensduur van apparaten, werktuigen, roerende en onroerende goederen (een modern, goedkoop huis in de VS gaat bijvoorbeeld maar een jaar of dertig mee en de meeste "TellSell" producten die worden gekocht blijven of in de doos of worden na eenmaal te zijn gebruikt op Marktplaats doorverkocht). "Waaibomenhout" lijkt de norm te zijn. Twee bijlen voor de prijs van één; wie wil daar geen gebruik van maken?

Een uitlegger leest "zes wetten" in de korte paragraaf. De wet van associatie, vermenigvuldiging, natuur, geestelijk herstel, geestelijke verzoening en herstel. Heel knap gevonden maar het heeft zo bar weinig met het verhaal te maken dat je haren er een beetje van overeind gaan staan en je wenkbrauwen de neiging hebben om in een permanente frons te blijven hangen. De bijl wordt met een hoop lucht gevuld. Dit soort "inlezing" durf ik best wel waaibomenhouten theologie te noemen. De feiten worden genegeerd, de context vergeten en men floept meteen naar een wazige geestelijke uitleg en abstracte toepassing.

De geleende nieuw vrachtwagen waar mijn vriend jarenlang voor gespaard heeft wordt door mij total-loss gereden. De verzekering blijkt de schade niet te dekken (mijn rijbewijs was verlopen) en ik heb geen rooie cent om mijn vriend schadeloos te stellen. Mijn vriend kan z'n werk niet meer doen en omdat hij al aan zijn plafond zat met de hoogte van de afbetalingen, krijgt hij geen nieuwe lening bij de bank. Dit is het soort achtergrond waartegen we een dergelijk verhaal moeten lezen. Maar goed, ook mijn andere vriend die mij had gevraagd om te helpen bij de bouw van zijn nieuwe huis, voelt zich nu ook schuldig. Hij had mij gevraagd te helpen, ik heb toen die vrachtwagen geleend; om hem te helpen. Wat gaat hij doen?

Ik kan me zo voorstellen dat, toen de bijl eenmaal aan de oppervlakte verscheen, de dankbaarheid en geruststelling enorm was. De bijllener kon met een dankbaar hart weer verder.
God werkt in praktische zaken. Net zo goed als in geestelijke zaken. Dit soort wonderen doet je beseffen dat niets voor God te klein is om bij betrokken te raken. Wat ik me niet kan voorstellen is dat opdrachtgever, bijllener en bijluitlener en overige betrokkenen en geïnteresseerden na afloop in een kringetje zijn gaan zitten om de zes genoemde wetten uit het gebeuren te kristalliseren. Wat eerder voor de hand licht is dat ze God de eer gaven en zich verbaasden om Zijn zorg om het kleine. Zo'n grote God hebben wij! (2 Koningen 6).


02 december 2010

Corruptie in de kerk

Wat doet het mogelijke vooruitzicht op klein of groot geld met mensen? Door de bank genomen kan gesteld worden dat het, net zoals 'macht,' de neiging heeft om de mens te corrumperen. Het Olympisch comité, de beheerders van pensioenfondsen, NGO's, regeringsleiders, maar ook leiders van sommige grote kerken of denominaties, of opleidingsinsituten; ze worden met argusogen aangekeken. Het Olympisch comité is inmiddels zo in opspraak geraakt dat je hoopt dat de Olympische kwelling aan Nederland voorbij gaat. Alles wat wie dan ook die verbonden is aan dat comité in het openbaar zegt, wordt bij voorbaat te licht bevonden. Eenmaal besmet is het beter om de boel op te doeken. Van dit soort blaam kom je namelijk niet zomaar af.
Gehazi, de persoonlijke assistent van Eliza, reist de genezen Naäman na om hem te zeggen dat z'n baas zich heeft bedacht en toch graag een beloning wil. Dat doet Gehazi in het geniep omdat hij allang weet dat dit soort jagen op geld het daglicht niet kan verdragen.
"Was het de tijd wel om geld aan te nemen en je daarmee kleren, olijfgaarden, wijngaarden, schapen, runderen, slaven en slavinnen aan te schaffen?" is de reactie van Eliza, die de schimmige praktijken van Gehazi doorhad. De gecorrumpeerde Gehazi mag vervolgens z'n leven voortzetten met de huidziekte die Naäman kwelde. Weg baan, weg reputatie, weg gezondheid, weg toekomst en weg genieten van een onbezorgde oude dag. Tja, hij had pech. Hij werd gepakt. Geld en het najagen van meer geld verziekt het hart en sleept de hele samenleving in de gevolgen ervan mee.
Wie kent ze; de mannen en vrouwen die met karakter, zelfdiscipline en integriteit met geld en macht weten om te gaan? Ze zijn er wel, al zul je ze met een zaklamp moeten zoeken.
Dit beantwoord ook de vraag waarom ik niet rijk ben. Ik weet bijna zeker dat ik er niet goed mee om zou kunnen gaan. Paulus roept de volgelingen van Jezus op om zijn voorbeeld te volgen: "als we voedsel en onderdak hebben, moet dat ons genoeg zijn." Voedsel en onderdak, dat hebben we. We hebben zelfs kaas op onze boterham, een flesje wijn bij de pasta, een kalkoen met Kerst en onze kleerkasten bevatten zoveel kleding dat we zelfs setjes kunnen maken of kunnen combineren. Ik heb zelfs meer dan 20 paar sokken. Heel dun, dun, dikker en veel dikker tot aan de met de door mijn schoonmoeder handgebreide echte wollen Noorse sokken (die draag ik vandaag en ik heb zelfs twee paar van). En dat zijn alleen nog maar de sokken. Met andere woorden: ik ben stinkend rijk. In de ogen van honderden miljoenen die in krotten leven, of helemaal geen huis hebben, ben ik een miljonair.
Ik bid vaak een eenvoudig gebed: Heer, houdt u mij klein en afhankelijk, ruimhartig en gul en bewaar me voor corruptie.

Pieter Fransz. de Grebber, 1637, "Eliza weigert het geschenk van Naäman." Te vinden in het Frans Hals Museum te Haarlem. Eliza's persoonlijke assistent gaat later achter Naäman aan om te melden dat "zijn baas zich heeft bedacht." Deze zelfverrijking leidt uiteindelijk tot Gehazi's ziekte.

01 december 2010

Dodelijk ziek

Ook profeten sterven. Iemand kan nog zo dicht bij God leven en door God gebruikt worden, eenzelfde einde treft ons allemaal. In telegramstijl wordt medegedeeld dat Eliza dodelijk ziek is (2 Kon. 13:14). Vier woorden. Daar moeten we het mee doen. Kort daarop sterft de man van God. Toch heeft zijn leven nog betekenis na zijn dood. Een overleden man wordt in het graf van Eliza gelegd en komt tot leven nadat hij in aanraking komt met het dode lichaam van de profeet. Dat is 'cool.' Een leven dat invloed en betekenis heeft, zelfs nadat het leven hier op aarde is afgelopen, is denk ik zo'n beetje de mooiste erfenis die iemand na kan laten.
Ik bedacht dat ik dat wel zou kunnen wensen maar dat pas na mijn dood duidelijk zal worden welke 'voetafdruk' ik achter heb gelaten.
De meeste mentors in mijn leven zijn dood. Toen ik pas nadacht over de vraag waarom met name oude, dode mentors mij inspireren, realiseerde ik me dat dit te maken heeft met teleurstelling. Levende mentors kunnen en zullen mij teleurstellen. Dode niet. Die kunnen niets meer verkeerd doen. En wat ze verkeerd deden, is of niet bekend, of is in de biografieën weggelaten. Mij best. Ik doe het er toch maar mee.

30 november 2010

Op strooptocht buitgemaakt

Het zal je toch overkomen. Ben je net gezellig met je familie je verjaardag aan het vieren, komt er een bende de wijk binnen die categorisch de mannen afslacht en na afloop van de slachtpartij een flink aantal jonge vrouwen als buit meeneemt. Je dacht veilig te zijn en te kunnen vertrouwen op de beloften van God (die toch voor ons zou strijden). Ontworteld en getraumatiseerd wordt je het hol van de vijand binnengevoerd waar je als sinterklaascadeau aan de vrouw van een van de leiders wordt gegeven. Al met al heb je een aantal redenen om je geloof vaarwel te zeggen en van binnenuit weg te gaan kwijnen. Deze jongedame doet niets van dit alles. Als ze er achter komt dat de baas (ja, de man die haar op zijn strooptocht buitmaakte) een huidaandoening heeft, adviseert ze hem om eens bij de profeet Eliza langs te gaan: die zal hem vast en zeker beter maken. Door haar optreden en houding hebben we het verhaal van de genezing van Naäman in onze Bijbels staan. In onze beeldvorming zijn er drie hoofdrolspelers in dit verhaal: Naäman, Elisa en zijn knecht Gehazi (die er een slaatje uit probeert te slaan en ten slotte zelf met de huidziekte rond moet lopen). Te weinig horen we over de belangrijke en zelfs cruciale rol van deze jonge vrouw, die verder niet meer ten tonele verschijnt.
Is het niet zo dat de zichtbare lspelers alleen maar opvallen en hun werk in de spotlights kunnen doen omdat er een batterij aan helpers, assistenten en aanverwante taakvervullers omheen staat?
Zonder al die mannen en vrouwen die "gewoon" hun werk doen, vaak midden in de wereld staan, zou het werk van God nauwelijks vooruitgang boeken. Juist doordat mannen en vrouwen midden in de samenleving hun plaats innemen en op de juiste tijd verwijzen naar de Man uit Nazareth, groeit het werk van God. Ik ken heel wat mensen die zo graag "meer" zouden willen doen; vrijgesteld willen worden om zich helemaal aan de taak van het maken van discipelen van alle volken te geven. Ja, helaas is het zo dat de meeste kerken en gemeentes meer geïnteresseerd zijn in zelfinvestering en de investering in de groei van het koninkrijk buiten de grenzen van eigen kerk op z'n hoogst als sluitpost op de begroting een zeer bescheiden plaats krijgt.
dat is een kant van het verhaal. De andere kant is dat de plek die Gods mensen innemen in het arbeidsproces, net zo'n waardevolle schakel is in de keten van gebeurtenissen in het leven van de ander als het leven van dit op strooptocht buitgemaakte meisje dat had geleerd om het grotere verhaal in de gaten te blijven houden. Naar de mens gesproken bevond ze zich in een uitzichtloze situatie maar ze had blijkbaar geleerd dat er bij God altijd uitzicht is. En daarom was ze een bruikbaar instrument in Gods hand en lezen miljarden over haar. Ik ben benieuwd hoe ze heette. Ze had vast een naam. Maar we zagen haar maar even. Ze kwam het toneel op, wees de hoofdrolspelers de juiste richting, en weg was ze. Het was een te kort rolletje om haar naam in de aftiteling te noemen. Maar God weet beter. Hij kent haar en Hij weet hoe cruciaal haar rol was. vandaag wil ik stil staan bij de vele miljoenen die vandaag eventjes het toneel opkomen en naar de man van Nazareth wijzen. (2 Koningen 5).

De Nederlandse schilder Pieter de Grebber (1600-1652/3) geeft alle spelers een plek in zijn schilderij. Grappig om te zien hoe de karakters naar de 17e eeuw zijn vertaald.

29 november 2010

Ik zit op koor!

Waar in de wereld krijgen beginnende bandjes en solisten de gelegenheid om voor een gedwee publiek te spelen, dat zich als makke lammeren laat instrueren en de gegeven instructies nog opvolgt ook: staan, zitten, knielen, juichen (zij het wat aarzelend), in canon, beurtzang of combinatie daarvan? Dat podium staat in de vrijere kerken, en in toenemende mate in de meer traditionele.
Een vriend van me vertelde dat hij tegenwoordig een half uur, of drie kwartier na aanvang van de dienst ter kerke verschijnt en zo geruisloos mogelijk achter aansluit: "In de drie of vier liederen die dan nog op het programma staan, zeg ik zo'n beetje alles wat ik wilde zeggen."
Zingen is een belangrijke manier waarop mensen hun dank, spijt, blijdschap of droefheid kunnen uiten. Het is dan prettig als je dat met een paar honderd man samen kan doen. Samen blij, dankbaar, verdrietig of sorry. Maar er zijn andere vormen waarin deze gevoelens kunnen worden geuit en die vormen worden helaas te weinig gebezigd. De actieve participatie die zingen vraagt schept de illusie van saamhorigheid en je doet iets met elkaar. Stiltes zijn ongemakkelijk, je hoort je eigen ademhaling en wordt je bewust van de aanwezigheid van anderen. Een kuchje hier, een niesje daar, twee mensen verderop piept iemands ademhaling (nooit geweten dat hij astma had) en vijf mensen verderop vraagt een kind aan moeders wat er aan de hand is en waarom het allemaal zo lang duurt. Dat soort onprettige gewaarwordingen kunnen het beste dichtgesmeerd worden met geluid.
Gisteren viel het heel erg mee. Er stonden tien liederen op het programma (waarvan er een werd geschrapt omdat de spreker iets te lang doorging (30 i.p.v. de toegewezen 22 minuten). De band speelde goed en mooi, de leidende zangeres had een prachtige stem. geen overdreven presentatie tussen de liederen (waardoor sommigen het weer meer associeerden met een concert) en ze hadden er plezier in, hadden goed geoefend en namen genoegen met een bescheiden en dienende plaats. Petje af.
Muziek en zang zijn belangrijk in de Bijbel. Elisa profeteerde nadat hij in de ban was geraakt van harpspel (2 Koningen 3). Dat geeft dan meteen weer te denken: "hè, hoe kan dat nou dat de man van God eerst in een soort trance moest komen? Kan God zich niet zonder harp openbaren?" Ik laat dit laatste maar over aan de Bijbelgeleerden om uit te leggen.
Maar goed, waar wil ik naar toe met deze blog? Gisterenmiddag had ik familie over de vloer die regelmatig gefascineerd luistert naar de verhalen die Martha en ik vertellen over wat we meemaken en hoe we dingen doen in onze subcultuur. Verbaasd over het e.e.a. vroeg mijn aangetrouwde schoonzus (die de kerk zelf niet frequenteert): "als mensen dan zo graag willen zingen, waarom gaan ze dan niet op een koor?" Ik vond dat wel een goeie!
De slotsom is dat we er met elkaar iets van proberen te maken. Om het iedereen naar de zin te kunnen maken is uitgesloten. Maar daarvoor komen we ook niet bij elkaar. We komen bij elkaar om Hem alleen. En ik moet eerlijk zeggen als ik met die gezindheid een samenkomst bezoek, ik nog nooit teleurgesteld huiswaarts ben gekeerd.

28 november 2010

Hangjongeren verscheurd!

Een wel heel bijzonder verhaal is dat van een groep hangjongeren die de nieuwe profeet uitschelden voor kaalkop waarop Eliza de jongeren vervloekt en vervolgens 42 van die hangjongeren door twee berinnen worden verscheurd. Het is zo'n "de wereld draait door" clipje waarin je de verdere context niet te zien krijgt. Maar wat is de context? Hoe je het ook wendt of keert, het is en blijft een bizar verhaal dat niet echt bijdraagt aan positieve reclame voor God. Wat het waarschijnlijk wel deed is dat familie, vrienden en kennissen van de verscheurde jongeren wel twee keer nadenken voordat ze weer een profeet uitschelden. bevestigt een dergelijk "wonder" de naam en reputatie van de profeet? Vervult het de mensen met vrees of angst? Verontwaardiging?
Je kunt het verhaal gemakkelijk vergeestelijken: "spot niet met God," of, "blijf van Zijn gezalfde af." Welke uitleg je ook kiest, het blijft een bizar verhaal waarin iets van Gods onvoorspelbaarheid naar voren komt. Koningen en volwassenen krijgen de wacht aangezegd en de tijd om zich te bekeren en vaak laat God zich vermurwen. In dit verhaal is er verder geen interactie en ontbreekt de ruimte die er doorgaans wel is om tot inkeer te komen.

"Ins blaue hinein" verschijnen de twee berinnen en het is einde verhaal voor 42 kinderen.
Ik zou graag de hele film willen zien. Deze "trailer" van twee zinnen geeft onvoldoende informatie over de aanloop naar het gebeuren en wat er zich verder allemaal afspeelde.
Nu roept het alleen maar een hoop vragen op. Wist Eliza niet dat schelden geen zeer deed? Was het iets persoonlijks; vond hij het niet leuk dat hij z'n weelderige haardos al op jonge leeftijd was kwijtgeraakt en reageert Eliza misschien wat inpulsief? Hoe verhoudt de reactie van Eliza zich tot de eer en naam van God? Hoe zou Eliza zich hebben gevoeld toen hij die twee berinnen 42 kinderen zag verscheuren?
Je kan en mag zo'n verhaal nooit als een klinisch gebeuren lezen. Verklaringen die worden gegeven zijn dat meestal. Ontdaan van enige emotie en vragenstellerij wordt al snel verwezen naar de "God laat niet met zich spotten" variant. En dan zijn er de "numerologen" die inzoomen op betekenis van de getallen (42 is zo'n symbolisch getal).
Als dit vandaag in Overschie zou gebeuren (wees niet bang, ik heb al mijn haar nog) zou dat landelijk nieuws zijn en zou er heel wat uitgelegd moeten worden. het hele land zou maandenlang in de ban zijn van het gebeuren. Zou het ook tot de bekering van velen leiden?
Ik kom er niet uit. Morgen meer.

27 november 2010

Overgave: zin en onzin

De afgelopen week stond in het teken van "overgave." Drie gemeentes vroegen me om een (enthousiast) verhaal te houden over dit thema. Nu is dit een thema dat voortdurend de aandacht van de volgeling van Christus vraagt. We moeten "overgeven" en "vertrouwen." "God moet het werk doen, ik moet vooral niets zelf doen want ik kan ook niets," is de heersende gedachte. De grote uitdaging is dat voor een abstract begrip als "overgave" een duidelijk instructieboekje ontbreekt. Het beeld dat men heeft bij begrippen zoals "loslaten, overgeven en vertrouwen," beperkt zich tot subjectieve projecties in 's-mensen eigen verbeelding en kent dan ook een hoog abstractiegehalte. Omdat het ontbreekt aan tastbare en meetbare eigenschappen en men tegelijk een diepere, of hogere overgave nastreeft, is de behoefte aan een helder verhaal hierover groot. Heb ik daar dan zo'n helder verhaal over? Ik vrees van niet. De talloze voorbeelden uit de praktijk verhelderen de gedachte maar dragen niet bij aan een concrete vertaling naar het geestelijke leven. Van tandemparachutesprongen, via een te ondergane operatie waarbij men zich overgeeft aan de doktoren, tot aan het "op een stoel gaan zitten in het vertrouwen dat de stoel mijn gewicht kan dragen;" ik kan het nog steeds niet geestelijk "pakken." Voorbeelden helpen om de gedachte uit te leggen, maar schieten ook weer tekort. Op maandagochtend sta je er voor je gevoel weer helemaal alleen voor en het bruggetje tussen praktische voorbeelden en geestelijke toepassing kan mijn gewicht vaak niet dragen en stort, voordat ik de overkant haal, geluidloos uiteen.
In de toepassing van onze theologie aangaande deze begrippen gaat men te vaak voorbij aan het verzoenend werk van Christus. Er is iets fundamenteels veranderd in onze positie ten opzichte van God. Niet langer zijn we vijanden maar gezinsleden van God, Niet langer staan we als "krachten" tegenover elkaar maar worden we door dat werk van Christus opgetild tot op een plek waarin we oog in oog met God staan: "synergos", dat wil zeggen: samenwerkenden. Niet langer zijn we totaal onbekwaam maar, door de genade Gods, worden we toegerust tot dienstbetoon en authentieke "aanbidders."
In een van de opdrachten stond de instructie om uit te leggen dat we al onze keuzes horen over te geven aan God. Maar dat vind je niet terug in de Bijbel. Wij maken keuzes. Kleintjes, grote, en supergrote. Al die keuzes bepalen mede hoe de dag van morgen er uit zal zien. Niet God, maar ik zal met de gevolgen van die keuzes moeten leven. Van belang is dus dat we keuzes maken waarin die overgave tot uitdrukking komt. In het samenspel tussen God en mens mag de mens vertrouwen op het teamspel dat God heeft bedacht: de mens wikt, God beschikt. Ik vertrouw erop dat als ik een weloverwogen en goed geplaatste voorzet plaats, God er zal zijn om deze het doel in te schieten. Het alternatief is dat ik de andere spelers om me heen vergeet en als een solistische kip zonder kop alles zelf doe. Loslaten, vertrouwen en overgeven? Ja! In de volle verzekerdheid dat Hij zijn deel zal leveren (Spreuken 16:4). En dat is de kern van de overgave: een rotsvast vertrouwen dat ik niet in een diep gat zal vallen maar dat Hij er is en Zijn woord zal waarmaken.

25 november 2010

VIJFTIG Jaar!

Ik herinner me hoe ik me als zestienjarige op mijn Zundap met verhoogde benzinetank op de veerpont naar Lekkerkerk paniekerig afvroeg hoe oud ik zou worden. Het jaar 2000 leek toen zo ver weg dat ik vrijwel zeker wist dat ik dat magische jaartal nooit zou halen. Mijn toenmalige levensstijl droeg overigens niet constructief bij aan een mogelijke lange levensverwachting. De eeuwwisseling voltrok zich bijna een kwart eeuw daarna. Ik viel niet dood neer en nu zijn we weer tien jaar verder. Vijftig jaar. het klinkt oudachtig maar het voelt geenszins zo. Ik ben fitter dan ooit, heb ontzettend mooi werk, ben gelukkig met Martha, kinderen en kleinkind en prijs mezelf gelukkig met veel vrienden die het mogelijk maken dat ik mijn werk kan blijven doen. Gods trouw is overweldigend geweest en Hij zal trouw blijven.
Ook had ik nooit kunnen denken dat ik zo lang voor OM zou werken. Ik dacht dat dit na vijf jaar wel afgelopen zou zijn, maar dat is inmiddels bijna 24 jaar!
Het verhaal van Elia en Elisa heeft me de afgelopen dagen opnieuw geïnspireerd en uitgedaagd. Ik wil die mantel blijven dragen en zolang de Heer kracht en gezondheid geeft, en blijft voorzien in alle financiële middelen, hoop ik mijn werk bij OM nog lang te kunnen voortzetten.
Dankbaar en gelukkig!

Godsverlichting in den Haag (of all places)

Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...