01 december 2010

Dodelijk ziek

Ook profeten sterven. Iemand kan nog zo dicht bij God leven en door God gebruikt worden, eenzelfde einde treft ons allemaal. In telegramstijl wordt medegedeeld dat Eliza dodelijk ziek is (2 Kon. 13:14). Vier woorden. Daar moeten we het mee doen. Kort daarop sterft de man van God. Toch heeft zijn leven nog betekenis na zijn dood. Een overleden man wordt in het graf van Eliza gelegd en komt tot leven nadat hij in aanraking komt met het dode lichaam van de profeet. Dat is 'cool.' Een leven dat invloed en betekenis heeft, zelfs nadat het leven hier op aarde is afgelopen, is denk ik zo'n beetje de mooiste erfenis die iemand na kan laten.
Ik bedacht dat ik dat wel zou kunnen wensen maar dat pas na mijn dood duidelijk zal worden welke 'voetafdruk' ik achter heb gelaten.
De meeste mentors in mijn leven zijn dood. Toen ik pas nadacht over de vraag waarom met name oude, dode mentors mij inspireren, realiseerde ik me dat dit te maken heeft met teleurstelling. Levende mentors kunnen en zullen mij teleurstellen. Dode niet. Die kunnen niets meer verkeerd doen. En wat ze verkeerd deden, is of niet bekend, of is in de biografieën weggelaten. Mij best. Ik doe het er toch maar mee.

30 november 2010

Op strooptocht buitgemaakt

Het zal je toch overkomen. Ben je net gezellig met je familie je verjaardag aan het vieren, komt er een bende de wijk binnen die categorisch de mannen afslacht en na afloop van de slachtpartij een flink aantal jonge vrouwen als buit meeneemt. Je dacht veilig te zijn en te kunnen vertrouwen op de beloften van God (die toch voor ons zou strijden). Ontworteld en getraumatiseerd wordt je het hol van de vijand binnengevoerd waar je als sinterklaascadeau aan de vrouw van een van de leiders wordt gegeven. Al met al heb je een aantal redenen om je geloof vaarwel te zeggen en van binnenuit weg te gaan kwijnen. Deze jongedame doet niets van dit alles. Als ze er achter komt dat de baas (ja, de man die haar op zijn strooptocht buitmaakte) een huidaandoening heeft, adviseert ze hem om eens bij de profeet Eliza langs te gaan: die zal hem vast en zeker beter maken. Door haar optreden en houding hebben we het verhaal van de genezing van Naäman in onze Bijbels staan. In onze beeldvorming zijn er drie hoofdrolspelers in dit verhaal: Naäman, Elisa en zijn knecht Gehazi (die er een slaatje uit probeert te slaan en ten slotte zelf met de huidziekte rond moet lopen). Te weinig horen we over de belangrijke en zelfs cruciale rol van deze jonge vrouw, die verder niet meer ten tonele verschijnt.
Is het niet zo dat de zichtbare lspelers alleen maar opvallen en hun werk in de spotlights kunnen doen omdat er een batterij aan helpers, assistenten en aanverwante taakvervullers omheen staat?
Zonder al die mannen en vrouwen die "gewoon" hun werk doen, vaak midden in de wereld staan, zou het werk van God nauwelijks vooruitgang boeken. Juist doordat mannen en vrouwen midden in de samenleving hun plaats innemen en op de juiste tijd verwijzen naar de Man uit Nazareth, groeit het werk van God. Ik ken heel wat mensen die zo graag "meer" zouden willen doen; vrijgesteld willen worden om zich helemaal aan de taak van het maken van discipelen van alle volken te geven. Ja, helaas is het zo dat de meeste kerken en gemeentes meer geïnteresseerd zijn in zelfinvestering en de investering in de groei van het koninkrijk buiten de grenzen van eigen kerk op z'n hoogst als sluitpost op de begroting een zeer bescheiden plaats krijgt.
dat is een kant van het verhaal. De andere kant is dat de plek die Gods mensen innemen in het arbeidsproces, net zo'n waardevolle schakel is in de keten van gebeurtenissen in het leven van de ander als het leven van dit op strooptocht buitgemaakte meisje dat had geleerd om het grotere verhaal in de gaten te blijven houden. Naar de mens gesproken bevond ze zich in een uitzichtloze situatie maar ze had blijkbaar geleerd dat er bij God altijd uitzicht is. En daarom was ze een bruikbaar instrument in Gods hand en lezen miljarden over haar. Ik ben benieuwd hoe ze heette. Ze had vast een naam. Maar we zagen haar maar even. Ze kwam het toneel op, wees de hoofdrolspelers de juiste richting, en weg was ze. Het was een te kort rolletje om haar naam in de aftiteling te noemen. Maar God weet beter. Hij kent haar en Hij weet hoe cruciaal haar rol was. vandaag wil ik stil staan bij de vele miljoenen die vandaag eventjes het toneel opkomen en naar de man van Nazareth wijzen. (2 Koningen 5).

De Nederlandse schilder Pieter de Grebber (1600-1652/3) geeft alle spelers een plek in zijn schilderij. Grappig om te zien hoe de karakters naar de 17e eeuw zijn vertaald.

29 november 2010

Ik zit op koor!

Waar in de wereld krijgen beginnende bandjes en solisten de gelegenheid om voor een gedwee publiek te spelen, dat zich als makke lammeren laat instrueren en de gegeven instructies nog opvolgt ook: staan, zitten, knielen, juichen (zij het wat aarzelend), in canon, beurtzang of combinatie daarvan? Dat podium staat in de vrijere kerken, en in toenemende mate in de meer traditionele.
Een vriend van me vertelde dat hij tegenwoordig een half uur, of drie kwartier na aanvang van de dienst ter kerke verschijnt en zo geruisloos mogelijk achter aansluit: "In de drie of vier liederen die dan nog op het programma staan, zeg ik zo'n beetje alles wat ik wilde zeggen."
Zingen is een belangrijke manier waarop mensen hun dank, spijt, blijdschap of droefheid kunnen uiten. Het is dan prettig als je dat met een paar honderd man samen kan doen. Samen blij, dankbaar, verdrietig of sorry. Maar er zijn andere vormen waarin deze gevoelens kunnen worden geuit en die vormen worden helaas te weinig gebezigd. De actieve participatie die zingen vraagt schept de illusie van saamhorigheid en je doet iets met elkaar. Stiltes zijn ongemakkelijk, je hoort je eigen ademhaling en wordt je bewust van de aanwezigheid van anderen. Een kuchje hier, een niesje daar, twee mensen verderop piept iemands ademhaling (nooit geweten dat hij astma had) en vijf mensen verderop vraagt een kind aan moeders wat er aan de hand is en waarom het allemaal zo lang duurt. Dat soort onprettige gewaarwordingen kunnen het beste dichtgesmeerd worden met geluid.
Gisteren viel het heel erg mee. Er stonden tien liederen op het programma (waarvan er een werd geschrapt omdat de spreker iets te lang doorging (30 i.p.v. de toegewezen 22 minuten). De band speelde goed en mooi, de leidende zangeres had een prachtige stem. geen overdreven presentatie tussen de liederen (waardoor sommigen het weer meer associeerden met een concert) en ze hadden er plezier in, hadden goed geoefend en namen genoegen met een bescheiden en dienende plaats. Petje af.
Muziek en zang zijn belangrijk in de Bijbel. Elisa profeteerde nadat hij in de ban was geraakt van harpspel (2 Koningen 3). Dat geeft dan meteen weer te denken: "hè, hoe kan dat nou dat de man van God eerst in een soort trance moest komen? Kan God zich niet zonder harp openbaren?" Ik laat dit laatste maar over aan de Bijbelgeleerden om uit te leggen.
Maar goed, waar wil ik naar toe met deze blog? Gisterenmiddag had ik familie over de vloer die regelmatig gefascineerd luistert naar de verhalen die Martha en ik vertellen over wat we meemaken en hoe we dingen doen in onze subcultuur. Verbaasd over het e.e.a. vroeg mijn aangetrouwde schoonzus (die de kerk zelf niet frequenteert): "als mensen dan zo graag willen zingen, waarom gaan ze dan niet op een koor?" Ik vond dat wel een goeie!
De slotsom is dat we er met elkaar iets van proberen te maken. Om het iedereen naar de zin te kunnen maken is uitgesloten. Maar daarvoor komen we ook niet bij elkaar. We komen bij elkaar om Hem alleen. En ik moet eerlijk zeggen als ik met die gezindheid een samenkomst bezoek, ik nog nooit teleurgesteld huiswaarts ben gekeerd.

28 november 2010

Hangjongeren verscheurd!

Een wel heel bijzonder verhaal is dat van een groep hangjongeren die de nieuwe profeet uitschelden voor kaalkop waarop Eliza de jongeren vervloekt en vervolgens 42 van die hangjongeren door twee berinnen worden verscheurd. Het is zo'n "de wereld draait door" clipje waarin je de verdere context niet te zien krijgt. Maar wat is de context? Hoe je het ook wendt of keert, het is en blijft een bizar verhaal dat niet echt bijdraagt aan positieve reclame voor God. Wat het waarschijnlijk wel deed is dat familie, vrienden en kennissen van de verscheurde jongeren wel twee keer nadenken voordat ze weer een profeet uitschelden. bevestigt een dergelijk "wonder" de naam en reputatie van de profeet? Vervult het de mensen met vrees of angst? Verontwaardiging?
Je kunt het verhaal gemakkelijk vergeestelijken: "spot niet met God," of, "blijf van Zijn gezalfde af." Welke uitleg je ook kiest, het blijft een bizar verhaal waarin iets van Gods onvoorspelbaarheid naar voren komt. Koningen en volwassenen krijgen de wacht aangezegd en de tijd om zich te bekeren en vaak laat God zich vermurwen. In dit verhaal is er verder geen interactie en ontbreekt de ruimte die er doorgaans wel is om tot inkeer te komen.

"Ins blaue hinein" verschijnen de twee berinnen en het is einde verhaal voor 42 kinderen.
Ik zou graag de hele film willen zien. Deze "trailer" van twee zinnen geeft onvoldoende informatie over de aanloop naar het gebeuren en wat er zich verder allemaal afspeelde.
Nu roept het alleen maar een hoop vragen op. Wist Eliza niet dat schelden geen zeer deed? Was het iets persoonlijks; vond hij het niet leuk dat hij z'n weelderige haardos al op jonge leeftijd was kwijtgeraakt en reageert Eliza misschien wat inpulsief? Hoe verhoudt de reactie van Eliza zich tot de eer en naam van God? Hoe zou Eliza zich hebben gevoeld toen hij die twee berinnen 42 kinderen zag verscheuren?
Je kan en mag zo'n verhaal nooit als een klinisch gebeuren lezen. Verklaringen die worden gegeven zijn dat meestal. Ontdaan van enige emotie en vragenstellerij wordt al snel verwezen naar de "God laat niet met zich spotten" variant. En dan zijn er de "numerologen" die inzoomen op betekenis van de getallen (42 is zo'n symbolisch getal).
Als dit vandaag in Overschie zou gebeuren (wees niet bang, ik heb al mijn haar nog) zou dat landelijk nieuws zijn en zou er heel wat uitgelegd moeten worden. het hele land zou maandenlang in de ban zijn van het gebeuren. Zou het ook tot de bekering van velen leiden?
Ik kom er niet uit. Morgen meer.

27 november 2010

Overgave: zin en onzin

De afgelopen week stond in het teken van "overgave." Drie gemeentes vroegen me om een (enthousiast) verhaal te houden over dit thema. Nu is dit een thema dat voortdurend de aandacht van de volgeling van Christus vraagt. We moeten "overgeven" en "vertrouwen." "God moet het werk doen, ik moet vooral niets zelf doen want ik kan ook niets," is de heersende gedachte. De grote uitdaging is dat voor een abstract begrip als "overgave" een duidelijk instructieboekje ontbreekt. Het beeld dat men heeft bij begrippen zoals "loslaten, overgeven en vertrouwen," beperkt zich tot subjectieve projecties in 's-mensen eigen verbeelding en kent dan ook een hoog abstractiegehalte. Omdat het ontbreekt aan tastbare en meetbare eigenschappen en men tegelijk een diepere, of hogere overgave nastreeft, is de behoefte aan een helder verhaal hierover groot. Heb ik daar dan zo'n helder verhaal over? Ik vrees van niet. De talloze voorbeelden uit de praktijk verhelderen de gedachte maar dragen niet bij aan een concrete vertaling naar het geestelijke leven. Van tandemparachutesprongen, via een te ondergane operatie waarbij men zich overgeeft aan de doktoren, tot aan het "op een stoel gaan zitten in het vertrouwen dat de stoel mijn gewicht kan dragen;" ik kan het nog steeds niet geestelijk "pakken." Voorbeelden helpen om de gedachte uit te leggen, maar schieten ook weer tekort. Op maandagochtend sta je er voor je gevoel weer helemaal alleen voor en het bruggetje tussen praktische voorbeelden en geestelijke toepassing kan mijn gewicht vaak niet dragen en stort, voordat ik de overkant haal, geluidloos uiteen.
In de toepassing van onze theologie aangaande deze begrippen gaat men te vaak voorbij aan het verzoenend werk van Christus. Er is iets fundamenteels veranderd in onze positie ten opzichte van God. Niet langer zijn we vijanden maar gezinsleden van God, Niet langer staan we als "krachten" tegenover elkaar maar worden we door dat werk van Christus opgetild tot op een plek waarin we oog in oog met God staan: "synergos", dat wil zeggen: samenwerkenden. Niet langer zijn we totaal onbekwaam maar, door de genade Gods, worden we toegerust tot dienstbetoon en authentieke "aanbidders."
In een van de opdrachten stond de instructie om uit te leggen dat we al onze keuzes horen over te geven aan God. Maar dat vind je niet terug in de Bijbel. Wij maken keuzes. Kleintjes, grote, en supergrote. Al die keuzes bepalen mede hoe de dag van morgen er uit zal zien. Niet God, maar ik zal met de gevolgen van die keuzes moeten leven. Van belang is dus dat we keuzes maken waarin die overgave tot uitdrukking komt. In het samenspel tussen God en mens mag de mens vertrouwen op het teamspel dat God heeft bedacht: de mens wikt, God beschikt. Ik vertrouw erop dat als ik een weloverwogen en goed geplaatste voorzet plaats, God er zal zijn om deze het doel in te schieten. Het alternatief is dat ik de andere spelers om me heen vergeet en als een solistische kip zonder kop alles zelf doe. Loslaten, vertrouwen en overgeven? Ja! In de volle verzekerdheid dat Hij zijn deel zal leveren (Spreuken 16:4). En dat is de kern van de overgave: een rotsvast vertrouwen dat ik niet in een diep gat zal vallen maar dat Hij er is en Zijn woord zal waarmaken.

25 november 2010

VIJFTIG Jaar!

Ik herinner me hoe ik me als zestienjarige op mijn Zundap met verhoogde benzinetank op de veerpont naar Lekkerkerk paniekerig afvroeg hoe oud ik zou worden. Het jaar 2000 leek toen zo ver weg dat ik vrijwel zeker wist dat ik dat magische jaartal nooit zou halen. Mijn toenmalige levensstijl droeg overigens niet constructief bij aan een mogelijke lange levensverwachting. De eeuwwisseling voltrok zich bijna een kwart eeuw daarna. Ik viel niet dood neer en nu zijn we weer tien jaar verder. Vijftig jaar. het klinkt oudachtig maar het voelt geenszins zo. Ik ben fitter dan ooit, heb ontzettend mooi werk, ben gelukkig met Martha, kinderen en kleinkind en prijs mezelf gelukkig met veel vrienden die het mogelijk maken dat ik mijn werk kan blijven doen. Gods trouw is overweldigend geweest en Hij zal trouw blijven.
Ook had ik nooit kunnen denken dat ik zo lang voor OM zou werken. Ik dacht dat dit na vijf jaar wel afgelopen zou zijn, maar dat is inmiddels bijna 24 jaar!
Het verhaal van Elia en Elisa heeft me de afgelopen dagen opnieuw geïnspireerd en uitgedaagd. Ik wil die mantel blijven dragen en zolang de Heer kracht en gezondheid geeft, en blijft voorzien in alle financiële middelen, hoop ik mijn werk bij OM nog lang te kunnen voortzetten.
Dankbaar en gelukkig!

24 november 2010

De jas op de grond

Elia wordt op spectaculaire wijze weggevoerd. In een wagen van vuur, getrokken door paarden van vuur stijgt Elia in een stormwind op naar de hemel. Slechts weinige aardlingen is zulk een dramatische overgang van het tijdelijke naar het eeuwige gegund!
Slechts een ding blijft achter: de mantel van Elia (zie vorige blog). Elia raapt de mantel op en gaat ermee aan de slag (2 Koningen 2).

Naast dat de mantel warmte biedt, is het ook een stuk gereedschap. Je kunt er bijvoorbeeld een droog pad in de rivier mee slaan.
Er zit in dit verhaal een mooie edoch enigszins tragische symboliek. Eerder zagen we dat Elia de jas om Elia heensloeg; een uitnodiging om als zijn helper, of protégé aan de slag te gaan. De overdracht van de mantel verloopt hier naadloos maar de kerkgeschiedenis kent ook voorbeelden van mantels die jaren ergens op de grond zijn blijven liggen. Een bediening, eens met elan en visie begonnen, komt tot stilstand omdat er niemand bleek te zijn die bereid was om de mantel op te pakken.
Ik was onlangs bij vrienden op bezoek die me vertelden dat ze nooit van giften zouden willen of kunnen leven. De onzekerheid van een leven uit geloof, of de gedachte dat men geassocieerd wordt met "handophouders," doet menigeen huiveren. De illusie van de door de baas gegarandeerde maandelijkse saldobijschrijving en een op te verwachten salarisgroei afgestemde hypotheek doet velen besluiten om de bedieningsmantel te laten liggen.
Goed, het doet er uiteindelijk niet zoveel toe hoe er in ons levensonderhoud wordt voorzien; een vast salaris of de wat onzekere geloofsoptie. Waar het om gaat is dat er een principiële keuze wordt gemaakt om ons leven in alle facetten in dienst van God te stellen. Die bedieningsmantel dient namelijk overal gedragen te worden. We dragen deze op ons werk, op school, in de straat waar we wonen, in onze gezinnen, en noem maar op. het vraagt om een haast eenzijdige kijkrichting: die van het koninkrijk. Er is namelijk ook maar een akker en dat is de hele wereld. Ongeacht waar we zijn of werken, dienen we Hem en zijn we representanten van Zijn koninkrijk. Dit neemt niet weg dat God mensen wil inschakelen in "buitengewone dienst;" die apart gezet worden om zich geheel aan de verkondiging en uitbreiding van Zijn werk wijden. Ik ken mensen die eerder in hun leven lang naar een op de grond liggende mantel hebben gestaard maar uiteindelijk doorliepen. Zonder uitzondering zijn er later gevoelens van spijt; een weemoedig heimwee naar wat wellicht had kunnen zijn.
Als je een mantel tegenkomt moet je niet al te lang na willen denken. Oprapen en aan de slag! Er staat meer op het spel dan onze vermeende zekerheden. Het eeuwige lot van miljoenen bijvoorbeeld.

22 november 2010

Bizarre roeping

Stel je voor, je bent aan het werk op het land en er loopt een gozer langs die z'n jas naar je toegooit. Je kent die man, hij staat bekend als een probleemschopper en de regering van het land heeft hem om die reden dan ook op de zwarte lijst gezet. Hij claimt in de naam van de God van Israël te spreken.
Affijn, je neemt de jas van hem aan, loopt nog even langs huis om paps en mams gedag te zeggen, zet je koeien en gereedschap te koop op Marktplaats en gaat vervolgens voor de man met de jas (die hij nu niet meer heeft?) werken.
Bizar verhaal.

Wat dacht Eliza (de jasaanpakker)? Vond hij het misschien stoer om met Elia (de jassengooier) op te trekken? Was hij z'n werk als landarbeider misschien zat en dacht hij dat een verandering van carrière goed zou zijn voor z'n verdere zelfontplooiing? Of zou het kunnen zijn dat hij dit gebeuren als een roeping van God ervaarde? Volgens de geschiedkundigen was die jassengooierij een symbolische actie die een uitnodiging inhield. We moeten ons voorstellen dat Elia geen uitgebreide garderobe had waarmee hij door het land trok. Er was nog geen H&M die wegwerpkleding naar de laatste modetrends ontwierp zodat je om de drie maanden wel van jas moet wisselen omdat de oude op is, of uit de mode. Z'n jas (ook wel mantel genoemd) was z'n kenmerk, of handelsmerk. Daaraan herkenden mensen de profeet. Door de jas van Elia aan te nemen, stemde Elia toe de opdracht om de spreekbuis van God te zijn, aan te nemen. De jas vertegenwoordigt het spreken van God. Dat spreken blijft bestaan; de jasdrager niet; die vergaat.
In december spreek ik op de conferentie Mission 2010: "Van Mokum tot Mumbay." Omdat de organisatoren twee weken geleden al een thema moesten hebben ben ik al vroeg aan de slag gegaan met nadenken en lezen en dacht dat dit verhaal een mooi uitgangspunt zou kunnen zijn voor de aftrap van de conferentie. Met name de eenvoud van het verhaal, hoe bizar ook, spreekt mij bijzonder aan. Over het werk van God en ons werk op zijn akker moeten we niet al te ingewikkeld willen doen. Het gaat om een fundamentele beslissing om ons leven in te willen zetten voor Hem. De jas is slechts een symbool, maar kenmerkt wel het werk van God. Mannen en vrouwen van God komen en gaan, maar de mantel blijft bestaan. Die moet worden doorgegeven. Maar wie durft hem aan te trekken? En dan moeten we daarbij niet denken dat we die mantel even een maandje aan kunnen trekken om ergens in de rimboe wc putten te graven voor mensen die dat heel goed zelf kunnen. Of een eenjarig, of tweejarig trainingsprogramma waar het meer om onze eigen vorming gaat. Of een 'actietje' in een exotisch oord waarna we naar huis terug kerken en "weer normaal gaan doen.". Dat mag nooit verward worden met het dragen van de mantel. Dat is voor het leven. Geen populaire uitnodiging in onze moderne tijd waarin het leven gelijkgesteld lijkt te zijn aan een aaneenschakeling van zoveel mogelijk en gevarieerde ervaringen en uitdagingen. We moeten weer terug durven naar één leven, één God, één taak! Bizar? Misschien.
Mogelijk? Jazeker!

20 november 2010

De lege stoel en de behoefte aan contact

De stoel naast me is leeg. Dat is een bonus als je een stukje moet vliegen. Zeker als je bedenkt dat de man naast me vanwege zijn postuur eigenlijk 1,2 stoelen nodig heeft om z'n brede lijf kwijt te kunnen. In Parijs moet er worden overgestapt op een ander toestel dat me naar Schiphol zal vliegen. Parijs (Charles de Gaulle) staat verder onderaan mijn lijst van favoriete vliegvelden. Waarom? Overstappen vraagt van de reiziger dat deze als het ware eerste het vliegveld verlaat en dan opnieuw het proces van inchecken en security moet doorlopen. Bizar. Bovendien is Charles de Gaulle een logistiek en esthetisch monster.
Eenmaal thuisgekomen vallen alle ongemakken weg en verdampt de misère van het intercontinentaal vliegen als een ochtendmist die door de zon wordt weggebrand. Thuis! Het hoogtepunt van drie weken. Nu lijkt het alsof zo'n reis alleen maar kommer en kwel is. Niets is minder waar. De Mentoring Clinic in Atlanta was een genot om te doen. Het geeft zoveel voldoening als het licht aangaat in de harten en breinen van mannen en vrouwen die wegen zoeken om effectief te investeren in de levens van anderen. De Mentoring Clinic is zo'n weg. Niet dat Mentoring iets nieuws is. Het is een model voor groei en transformatie dat we overal in de Bijbel tegenkomen als onderdeel van Gods ontwerp voor de mens. God is de God van ontwikkeling en transformatie. De mens is ontworpen om in relatie met anderen te leven. Zonder anderen om ons heen kunnen we niet tot groei en ontwikkeling komen.

De lege stoelen symboliseren het tegennatuurlijke verlangen om alleen gelaten te worden; om afstand te bewaren. Nu is dat natuurlijk niet zo heel erg op een trans-Atlantische vlucht maar als dat in het leven een patroon is, komen we echt iets tekort. Sociaal isolement maakt de mens echt niet gelukkiger. Integendeel, een mens in een sociaal isolement zal steeds meer "wild vlees" ontwikkelen. Niet langer in staat om zich op gezonde wijze te verhouden tot zijn medemens komt deze in een neerwaartse spiraal van ongezonde ontwikkeling (of gebrek daaraan) terecht waarvan het einde verder leegte en vereenzaming is; een van de vruchten van de geïndividualiseerde samenleving.
Misschien is dat de reden dat, als ik onderweg ben, het verlangen naar contact met familie, vrienden en kennissen juist zo sterk is. Ik heb anderen nodig. Met name mannen en vrouwen die mij goed kennen en mij durven te wijzen op tekortkomingen, zwakheden en blinde vlekken in mijn leven; die afremmen en aanmoedigen. Dat houdt het leven leefbaar en zelfs aangenaam.
Aanstaande donderdag word ik vijftig jaar. Als je in de buurt bent of woont, kom dan gerust op de koffie, thee of anderssoortige nattigheid. Er is vast nog wel een lege stoel die je kunt vullen!

17 november 2010

Nooit meer doen

Het was voor de deelnemers aan de advanced clinic niet eenvoudig om na een vijf dagen actiegerichte en sterk afwisselende training twee dagen lang te moeten zitten en luisteren naar een pratend hoofd. Paul heeft ongelooflijk veel ervaring en de te vertellen verhalen zijn eindeloos, maar je kunt zoveel meer overdragen als je de deelnemers actief bij de materie betrekt. Klassieke fout gemaakt! Les: Ga er nooit vanuit dat een goede schrijver ook wel goed zal kunnen communiceren.

Hoe dan ook, de clinics zitten erop en over een paar uur mag ik mijn koffer gaan pakken om vanavond via Parijs naar Amsterdam te vliegen.
Drie weken van huis is lang. Vind ik.
God is goed! Het idee van leren en voortgaande ontwikkeling is onderdeel van Zijn ontwerp. Eigenlijk zijn we nooit uitgeleerd. De kunst is om de ervaringen die we opdoen en de informatie die we in ons opnemen om te zetten in "leren," zodat het ons karakter verder kan vormen en we belangrijke levenslessen kunnen doorgeven aan een volgende generatie.
In een samenleving die steeds meer naar binnen gekeerd is, lijkt dit overdragen steeds minder te gebeuren. We kijken naar de competenties en vaardigheden als we iemand voor een taak of baan zoeken, maar gaan te gemakkelijk voorbij aan het karakter en het gedrag van de persoon. Het is zo belangrijk om altijd naar het hele plaatje te kijken. "Een 'fijne' man of vrouw als baas die verder niet competent is, is maar even leuk." "Een vaardige man of vrouw die het ontbreekt aan karakter, is een garantie voor veel verloop in personeel/team."

Vanmorgen 7 mijl in 52 minuten en 30 seconden gelopen. Pas nu ontdek ik dat als je lichter wordt, je blijkbaar ook wat sneller gaat lopen.

Hieronder: "mijn" team: de clinic facilitators. Van links naar rechts (Rick Hicks (USA): regioleider OM Canada, USA and Caribean, Jan den Ouden, Elke Hanssman (Duitsland): Team Life Development, Reinhold Titus (Zuid Afrika): Associate Director OM Zuid Afrika, Gord Abraham (Canada); voorganger baptistengemeente en voormalig leider OM Canada.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...