19 juli 2010

Deed hij het nu wel of niet?

Is het verhaal van Abraham die bereid is om zijn zoon Isaak te offeren nu wel of niet echt gebeurd? Persoonlijk denk ik dat het authentiek is en niet slechts symbolisch. Maar het lijkt een ongebruikelijke uitzondering te zijn op de norm. Dat zien we wel vaker in het Oude Testament wanneer God zijn profeten taken opdraagt die we nu als on-Bijbels zouden kwalificeren. Wat centraal staat in de geschiedenis van Abraham is zijn geloof. Zonder deze component zou Abraham niets meer zijn dan een potentiële moordenaar. Maar met dat bijzondere geloofscomponent krijgt het verhaal een andere lading. Soren Kierkegaard heeft hier een intrigerende verhandeling over geschreven in "Fear and Trembling." Ik laat hem hier zelf aan het woord. Sorry dat het in het Engles is maar de tijd ontbreekt om het te vertalen.

"Now the story of Abraham has the remarkable property that it is always glorious, however poorly one may understand it; yet here again the proverb applies, that all depends upon whether one is willing to labor and be heavy-laden. But they will not labor, and yet they would understand the story. They exalt Abraham — but how? They express the whole thing in perfectly general terms: "The great thing was that he loved God so much that he was willing to sacrifice to Him the best." That is very true, but "the best" is an indefinite expression. In the course of thought, as the tongue wags on, Isaac and "the best" are confidently identified, and he who meditates can very well smoke his pipe during the meditation, and the auditor can very well stretch out his legs in comfort. In case that rich young man whom Christ encountered on the road had sold all his goods and given to the poor, we should extol him, as we do all that is great, though without labor we would not understand him — and yet he would not have become an Abraham, in spite of the fact that he offered his best. What they leave out of Abraham's history is dread; for to money I have no ethical obligation, but to the son the father has the highest and most sacred obligation. Dread, however, is a perilous thing for effeminate natures, hence they forget it, and in spite of that they want to talk about Abraham.
How is one to explain the contradiction illustrated by that orator? Is it because Abraham had a prescriptive right to be a great man, so that what he did is great, and when another does the same it is sin, a heinous sin? In that case I do not wish to participate in such thoughtless eulogy. If faith does not make it a holy act to be willing to murder one's son, then let the same condemnation be pronounced upon Abraham as upon every other man. If a man perhaps lacks courage to carry his thought through, and to say that Abraham was a murderer, then it is surely better to acquire this courage, rather than waste time upon undeserved eulogies. The ethical expression for what Abraham did is, that he would murder Isaac; the religious expression is, that he would sacrifice Isaac; but precisely in this contradiction consists the dread which can well make a man sleepless, and yet Abraham is not what he is without this dread. Or perhaps he did not do at all what is related, but something altogether different, which is accounted for by the circumstances of his times — then let us forget him, for it is not worth while to remember that past which cannot become a present. Or had perhaps that orator forgotten something which corresponds to the ethical forgetfulness of the fact that Isaac was the son? For when faith is eliminated by becoming null or nothing, then there only remains the crude fact that Abraham wanted to murder Isaac — which is easy enough for anyone to imitate who has not faith, the faith, that is to say, which makes it hard for him."
Soren Kierkegaard, Fear and Trembling (London: Everyman's Library,1994), 20-2

Het blijft echter mistige materie. Wat als dat geloof van Abraham hem op het laatste moment in de steek zou hebben gelaten? Zou hij, zoals Kierkegaard voorstelt, op het laatste moment dan het mes in zijn eigen borstkas hebben gestoken? We kennen allemaal eigentijdse voorbeelden van mannen en vrouwen die met de beste bedoelingen bijzondere geloofsclaims uitten maar toch geen ram in de bosjes kregen aangespeeld; de onverwachte ontsnapping uit een hels dilemma.

Rest ons het geloof dat zich eerder uit in een stil en kalm vertrouwen dat God groter is dan de geschiedenis en de toekomst, rustend in de belofte dat hij met de verzoeking ook de uitkomst zal geven.

18 juli 2010

Even lekker..

"Ga jij nu maar lekker zitten." In deze vorm wordt "lekker" vaak gebruikt en gehoord; "lekker een ijsje (hamburger, patatje) kopen, lekker op vakantie." Lekker kan ook vervangen worden door "even." Zelf gebruik ik "even" het meest. Ik ben niet zo'n ijsliefhebber en wat er lekker aan zitten is, heb ik nog niet ontdekt. Ik sta vaak lekker, of loop even wat rond. Lekker en even hebben hierbij de functie van het legitimeren van afwijkend gedrag. Wat iemand impliciet bedoelt als zij zegt, "ga jij maar even lekker zitten," is dat het niet de bedoeling is dat het een permanente situatie wordt. Het is tijdelijk en is geen precedent. "Ga jij maar lekker zitten terwijl ik de vaat doe," mag dus niet worden opgevat als zou dit de norm zijn. De vaatdoener vindt blijkbaar dat ik het heb verdiend om niet aan het vaatgebeuren deel te nemen. Ik kan een lange reis achter de rug hebben en mag dus lekker uitrusten of ik ben te lomp en breek minsten twee glazen per vaatgebeuren. In het laatste geval is "lekker" een handige manier om de aanstonds lekker zittende gast of echtgenoot het gevoel te geven dat de vaatdoener graag een offer brengt. Zo van: "jij werkt de hele week al zo hard, rust nu maar even lekker uit.
Vandaag vlieg ik "even" naar Manchester om vandaar mijn weg naar Wales te vinden om de komende twee dagen "lekker" te vergaderen. In dit geval krijgt "even" zelfs een snobistische lading. Als je dat zo aan je vrienden vertelt: "ik vlieg even naar Parijs, Delhi, New York, Kaapstad..," wek je het gevoel op dat het allemaal niet zoveel voorstelt. De Bijbel gebruikt "even" ook wel. Al is "even" ietwat betrekkelijker. Als de Hebreeenbriefschrijver bijvoorbeeld zegt: "nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten' (10:37), dan kan "even" zomaar een paar duizend jaar zijn. En Jacobus plaatst ons "lekker" en "even" in een interessant perspectief: "Welaan dan, gij, die zegt: Vandaag of morgen gaan wij op reis naar die en die stad, wij zullen er een jaar doorbrengen, zaken doen en winst maken; gij, die niet (eens) weet, hoe morgen uw leven zijn zal! Want gij zijt een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt; in plaats van te zeggen: Indien de Here wil, zullen wij leven en dit of dat doen" (Jac. 4:13-15). Een zelfde perspectief vinden we bij de apostel Paulus die zegt dat wat we ook doen, we dit ter ere van en dank brengende aan God moeten doen (Kol. 3:17). Dus wordt het: "Zo de Heer wil vlieg ik vandaag naar Manchester en onderweg daar naartoe zeg ik Hem dank in de trein, in de rij bij de immigratie, in de auto en wanneer ik mijn lauwe koffie nuttig. En dat allemaal in het besef dat ik hier maar "even" ben. Mijn leven is net een damp. Eerst was het er niet, toen wel, en nu is de damp al bijna niet meer te zien."
Ik vind het lekker om mezelf hier weer eens even bij te bepalen.

15 juli 2010

Met alles een bedoeling

Gisteren op 'uitzending gemist' een Netwerk documentaire bekeken over misbruik binnen het protestantisme. In deze documentaire wordt er een zendingsschool uitgelicht; een kostschool waar kinderen van zendelingen heen werden gestuurd zodat de ouders ongestoord hun arbeid voor God konden verrichten. Kinderen vanaf een jaar of zes gaan naar de kostschool. Het was het beleid van de organisatie; ouders en kinderen hadden geen keus. Afgezien van de wantoestanden in de kostschool zelf: het emotionele, lichamelijke, psychische en seksuele misbruik van de kinderen en de gevolgen ervan voor hun levens nu, ligt er een theologische dwaling aan ten grondslag. De aanname heerst dat het dienen van God altijd offers vraagt. En ja, Jezus maakt in de Evangeliën duidelijk dat het volgen van Hem niet zonder gevolgen is. Er hangt een prijskaartje aan. Deze offers krijgen een heroïsch tintje naarmate dat offer in omvang en in pijnbeleving toeneemt. Misschien namen de ouders en de leiders van de organisatie Abraham als voorbeeld. De ultieme test in zijn leven was zijn bereidheid om zijn zoon te slachten. De lat ligt dus hoog en je moet heel wat in huis hebben om hieraan te kunnen tippen.
Het is interessant om te zien hoe Abraham wordt geëerd in de kerk en in de Bijbel. Als je het bizarre verhaal leest vraag je je toch af of hij wel spoorde? Welke vader zou zo'n offer willen brengen? Als er vandaag iemand zijn zoon zou (willen) slachten omdat God hem dat zou opdragen, lopen we voortaan een blokje om hem heen, ontvrienden hem op Facebook en Hyves en ontzeggen we hem het recht om ons nog langer te volgen op Twitter.
Het idee staat ook haaks op de bereidheid die van de gelovige wordt gevraagd om zichzelf over te geven voor de ander. In het "zuchtje" van de keuzes die ik maak krijgen mijn kinderen al voldoende te verhapstukken. Al mijn keuzes hebben direct en indirect gevolgen voor mijn kinderen maar om hen hun eigen keuze te ontnemen en voor de consequentie van mijn keuze te laten opdraaien?
De kinderen werd op school verteld dat God met alles een bedoeling heeft. Alles. Dus ook als een twaalfjarig meisje verkracht wordt door een zogenaamde Godvrezende zendeling? Geen wonder dat ze nu niets meer met de kerk te maken wil hebben.
Het volgen van Jezus kan niet worden vereenvoudigd tot oneliners. Het leven en het geloof zijn daarvoor veel te gecompliceerd.

13 juli 2010

Nadruppelen

Gisterenavond wilde ik het journaal zien. Ik was benieuwd wat er, nu de voetbalgekte voorbij zou moeten zijn, zo her en der in de wereld ook nog gebeurde. Het olielek kwam even voorbij maar verder sloeg de klok nog steeds voetbal. Het irriteerde me de laatste weken al behoorlijk, maar nu ging het te ver. Ik heb de tv uitgezet en ben een boek gaan lezen. Ik kon het niet meer verdragen.
Zo zal het ook gegaan zijn toen Nederland besloot om God buiten de deur te zetten. Dat ging ook niet zonder slag of stoot en de centraliteit van het geloof heeft decennialang nagewerkt en, zonder dat men zich er bewust van is, is dat geloof niet uit het systeem te bannen. Onze grondwet is er zelfs op gebaseerd. Maar net zoals een voetballer maar weinig invloed heeft op de mate van en hoeveelheid aandacht die wij hem geven, lijkt God de keuze in welke mate wij hem aandacht geven ook aan ons te laten.
Dat geloof bindt de Hollanders al lang niet meer samen en dat heeft gevolgen. Na verloop van tijd vergeet men immers hoe de bal er ook weer uitzag en ontwerpt men een nieuw spel. Misschien met iets dat op een bal lijkt. Maar zou de mens niet ergens diep van binnen voelen dat het niet echt is? Is er niet ergens in de krochten van de ziel van de mens een stemmetje dat roept om een finale die eens en voor altijd het pleit beslecht?
Ik denk dat het stemmetje er is; de druppeltjes er nog zijn. Maar dat stemmetje verstomt onder het geweld van tijdelijke en semi-verbroederende surrogaten. Immers, staan we morgen niet weer massaal in de file en steken we de vinger op naar de bestuurder naast ons die geen benul heeft van het concept "ritsen"? "He, was dat niet dezelfde man die twee dagen geleden nog mijn broeder was toen we schouder aan schouder op het museumplein 'Oranje, Oranje' riepen?"
Meer druppels van God a.u.b.

11 juli 2010

Crisis brengt mensen bij elkaar

En dat is wat er aan de hand is. Miljoenen Nederlanders verenigen zich omdat ze beseffen dat ze zich in een crisis bevinden. Een crisis heeft goede kanten. Het schept saamhorigheid, gevoelens van broederschap, een gemeenschappelijke vijand en vriend en buren die eerst niet met elkaar spraken doen nog weken na de brand nog navraag naar elkaars welbevinden. Een crisis geeft ons ankerpunten, een gedeelde beleving die mensen aan elkaar verbindt.
Op grote schaal gebeurt dit met de WK.
We hebben daarbij met elkaar een groot scala aan relikwieën gecreëerd die de verbinding vereenvoudigen en het gevoel van samen door een crisis gaan en de wederzijdse herkenning versterkt:
  1. een specifieke kleur die bij waarneming of scandering het hele verhaal vertelt,
  2. foto's van helden die per held een aantal bekende en minder bekende anekdotes en legendes oplevert,
  3. een exotisch audio-instrument dat min of meer ongewild het toneel betrad maar al snel is geassimileerd als authentiek relikwie wordt erkend en gebezigd,
  4. media die lekkende olieputten, en andere zaken die zich buiten het crisisgebied afspelen, stilzwijgend tot non-issue hebben gedegradeerd,
  5. terwijl de crisis nog niet eens is bezworen, de verbroederden reeds een nationale gedenkdag opeisen,
  6. een slimme brouwer van een gegiste volksdrank die voor minstens een generatie zijn product aan een van de relikwieën heeft verbonden en een welhaast vanzelfsprekend positief sentiment voor de toekomst heeft gecreëerd (echt heel slim gedaan).
Alleen voetbal lijkt dit op zo'n grote schaal teweeg te kunnen brengen. En te beseffen dat over enkele dagen alles weer is zoals het was. Het olielek mag weer, de zelfmoordaanslagen mogen weer, de wantoestanden in het glazenwasserscircuit mag weer breed worden uitgemeten en er mag weer gemopperd worden over te hoge bonussen van toch al rijke bankiers (als je dat ook zo'n crisis vindt, stap dan over naar Triodos).

Ik bid dat de crisis die de mens zou moeten verbinden in verslagenheid, gebrokenheid, verlossing en wederopstanding Nederland in haar greep gaat krijgen. Dat is de crisis waarbij nu al vaststaat hoe deze afloopt. Het pleit is al beslecht en daarom is het zaak om nu al kleur te bekennen.

p.s. ik kijk echt wel vanavond! Ik denk dat het 2-1 wordt (voor "ons").

09 juli 2010

Weer thuis

Een uur geleden thuis gekomen uit het ziekenhuis, nu zonder appendix. In een ziekenhuis wordt je echt alleen maar zieker. Een uurtje thuis en ik kom helemaal bij. De oude vrouw naast me veranderde de zaal in een rookafdeling. Midden in de nacht stak ze een sigaret op. Na een berisping en het vertrek van de zuster weer een, en nog een. Ik dacht eerst dat ik droomde (je weet nooit na een narcose).
De komende twee weken moet ik me rustig houden. Als er verder geen complicaties zijn, het was een flinke operatie (de ontsteking zat tot aan de aanhechting met het ding waar het aanhangsel aan vast zit) ben ik spoedig weer helemaal de oude. Je wordt er bij bepaald dat een lichaam maar een raar en gecompliceerd ding is.

08 juli 2010

Post Op

Na de appendicitus. Nog steed trek in een patatje oorlog

Hij moet eruit

Na enkele onderzoekje kwam er een chirurg aan mijn bed. De blindedarm moet er vandaag uit. Als alles meezit mag ik morgen weer naar huis. Ik wil hier zo kort mogelijk zijn.

07 juli 2010

En dan is er pijn...

...dus naar de dokter getogen. Die ziet op een echo dat het wormvormig aanhangsel van de blinde darm ontstoken lijkt. Eigenlijk zou ik meteen naar de afdeling chirurgie van het SFG moeten maar ik wacht tot morgen. Omdat ik niet overkom als een spoedgeval zullen ze me in een bed stoppen en pas morgen de onderzoekjes en eventuele behandeling starten. Dan slaap ik liever thuis.
Mocht appendicitis bevestigd worden hoop ik dat ze het met een kijkoperatie oplossen zodat ik voor het weekend weer thuis kan zijn. Ja, ik weet het, ik ben altijd wat aan de optimistische kant..
Nu begrijp ik waarom ik me de laatste twee weken zo lamlendig voelde en nergens energie voor had. Vannacht niet geslapen van de pijn. Deze trok in de loop van de dag weg, van een zeven naar een ruime twee, maar ik weet dat dat niet alles zegt. Als ik morgen nu geen pijn meer heb, moet ik dan nog wel gaan? Ik kan er voorzichtig voor bidden. Toch? Wilde vanmiddag gaan hardlopen (waarschijnlijk om mezelf te bewijzen dat er misschien niets aan de hand is) maar besloot dat dat iets te optimistisch zou zijn. Verder: op de bank liggen, slapen en vijf sterren Sudoku's oplossen.

06 juli 2010

Ik kon kiezen

Vanmorgen kon ik kiezen om te lezen uit Groot Nieuws, De NBV, de NBG, de Statenvertaling, de NIV, the NLT, Het Boek en The Message. Die vertalingen van de Bijbel staan letterlijk binnen handbereik. Daaromheen staan hulpmiddelen zoals The New International Greek Testament Commentary, The Expositor's Bible Commentary, de New International Dictionary of Old Testament Theology and Exegesis, de wat populairder Tyndale Commentaries en de New International Bible Commentary, aangevuld met de Systematic Theology van Berkhof, Oden en Grudhem en, last but not least, twee sets bijbelse encyclopedieën. Dan heb ik het nog niet eens over de schat aan hulpmiddelen die online gratis ter beschikking worden gesteld.
Maakt het van mij een betere gelovige? Die vraag overdacht ik toen ik eergisteren het programma van de EO zag, "God in de lage landen," met stip een van de betere series van de laatste vijf jaar.
Toen in 1637 de Statenvertaling onder de pers vandaan kwam, was dat niets minder dan de grootste geestelijke doorbraak voor de kerk in Nederland. Iedereen die kon lezen, kon nu zelf de Bijbel lezen. Daar was een jarenlange strijd aan vooraf gegaan. Er waren wel wat (deel)vertalingen in omloop maar die waren handgeschreven en van het eerste gedrukte Oude Testament (Delftse Bijbel) waren slechts 250 exemplaren in omloop. Waar het om gaat is dat de Bijbel bereikbaar werd voor de massa.
Kennis is macht. De priesters hadden kennis en dus de macht. Die gaven hun plekje niet zonder slag of stoot prijs.
Nu hebben we allemaal toegang tot kennis. En, dat is dan meteen ook de keerzijde, nu zij we dus allemaal experts. Helpt deze kennis de kerk om het beter te doen? We kunnen nu uitgebreid van gedachten wisselen en van mening verschillen over woordbetekenis, cultuur en context.
Zie voetbal. De toegang tot informatie over achtergronden, strategieën en filosofieën maakt van ons allemaal coaches. Achterover hangend op de bank, bier drinkend en chips etend weten we allemaal precies wat er moet gebeuren en welke actie moet volgen op de huidige.
Totdat we zelf het veld op zouden moeten: "Het is toch ingewikkelder." "Ja kom nou, ik kan helemaal niet voetballen." "Ach ik kan we tegen een bal trappen maar ik ga er zeker niet achteraan lopen."
Wat telt is het spel. Bij de introductie van de NBV hoorde ik regelmatig mensen zeggen dat ze het een slechte vertaling vonden (op grond waarvan dat oordeel was gevormd is me nog steeds onduidelijk). Dat soort uitspraken maakt mij nieuwsgierig want betekent dat dat zij een vertaling
hebben die nog beter uitlegt hoe we God en onze naaste moeten liefhebben?
Let op het spel!

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...