05 juli 2010

In Schiedam maaien ze alles plat

Een oudere dame die namens een plaatselijk initiatief tot bevordering van integratie in Schiedam, gezeten was achter een marktkraam met daarover de gedrapeerde vlag die de visie van het initiatief verwoordde, vroeg me of ik ook foto's voor de krant maakte. Ik was in het Julianapark te Schiedam waar mijn zoon Martijn zou voordragen uit z'n bundel Melktanden. Als trotse vader was ik bezig om dat digitaal vast te leggen. De vrouw moet gedacht hebben: "man van middelbare leeftijd, ietwat te zwaar, kaki broek, wit overhemd, flinke camera (met de zonnekap lijkt een lens heel wat groter), veel geklik, geloop en schijnbaar vaardig door het camera-menu werkend" en associeerde dat met "krant."
Op haar vraag kon ik kort zijn en dacht dat twee woorden zouden volstaan: "nee hoor."
Maar zo gemakkelijk kwam ik niet van haar af.
"Ja, want weet u wat het is? Als er in Schiedam ook maar iets groeit of bloeit wordt het meteen neergemaaid. Om iets in bloei te kunnen zien moet ik helemaal naar Vlaardingen fietsen."
Ik dacht eerst dat ze dit allemaal in overdrachtelijke zin bedoelde; de context was immers de "culturele borrel in het Julianapark." Al snel begreep ik echter dat ze het over gewone planten en bloemen had.
Hoe dan ook, als ik wel voor de krant had gefotografeerd, dan had ze dat graag tegen we willen zeggen, legde ze uit. Ik kon haar dus niet verder helpen.
Maar.... wat ik wel kan doen is het in mijn blog melden. Dan weten ook mensen buiten Schiedam van de botanische dwaling van het gemeentebestuur.
We kennen ze allemaal wel; mensen die zich opwinden over triviale zaken en hun leven daaromheen inrichten. Op verjaardagen ben je ze liever kwijt dan rijk maar zo in het voorbijgaan roept het een glimlach en eventjes gevoelens van jaloersheid op. Ik dacht even dat het hemels zou zijn om me alleen maar druk te hoeven maken over het groenbeleid van de deelgemeente Overschie. Of, verhuizen naar Vlaardingen zou een oplossing kunnen zijn. Schijnbaar is daar een beter groenbeleid, of is het geld op. Was het leven maar zo eenvoudig.


04 juli 2010

Nog niet gelezen en toch al leuk

Gisteren "Dat moet ik nog een plekje geven" van Jeffrey Wijnberg besteld. De boekbespreking in de Volkskrant van zaterdag deed me besluiten om niet te wachten tot het boek in de Ramsj ligt of tweedehands wordt aangeboden maar om het stante pede te bestellen tegen de volle prijs (maar wel bij een internetwinkel die geen portokosten berekent en daarvoor moet je niet bij die drieletterige zaak punt com zijn). De quotes zijn dermate provocerend en stimulerend dat uitstel een masochistische daad zou zijn. Lees maar: "Zo maken ze ons tegenwoordig wijs dat we behoefte hebben aan diepgaand contact. Da's flauwekul. 'Wie aan de oppervlakte blijft is meestal gelukkiger. De meeste problemen in het huwelijk worden veroorzaakt door overmatig diep contact.'"
Nog een: 'Gebrek aan eigenwaarde is doorgaans niet de oorzaak van problemen, maar eerder het gevolg van slecht gedrag. (...) Zelfvertrouwen in de absolute betekenis van het woord bestaat helemaal niet.'
Dit soort tegengewicht kan ik goed gebruiken in de context van de hypothese in mijn studie dat om tot verandering te komen een persoon juist een omgeving nodig heeft waarin diepe contacten mogelijk zijn.
Ik zie het echter wel voor me. Een persoon die zich gewild of ongewild buiten een omgeving plaatst waarbinnen betekenisvolle en diepe contacten mogelijk zijn, bespaart zichzelf een hoop gedoe. Want, laten we wel wezen, daar waar het aantal emotionele verbintenissen tussen mij en anderen toeneemt is de kans op emotionele schade alleen maar groter. Hoe dieper de relatie, hoe groter de potentiële teleurstellingen en emotionele schade bij verraad, verlies of (permanent) afscheid.
Ik kan niet wachten. Dat wordt weer offers brengen; de nacht volgend op de bestelling van het boek zal mij korter genieten.

02 juli 2010

Geen Blog

Vandaag absoluut geen werk. Ook niet nadenken. Hooguit wat reflectie op 28 jaar huwelijk met mijn geliefde Martha. 2 juli 1982 was ook een uitzonderlijk warme dag.

01 juli 2010

Theorie rondom de fiets

Ik heb drie dikke boeken gelezen over fietsen waarin tot in het kleinste detail wordt uitgelegd wat er voor nodig is om daadwerkelijk te kunnen fietsen. Ik heb veel geleerd en kan nu fietsen. Ik heb dan wel nog nooit een fiets gezien of vastgehouden maar ik kan wel fietsen. Daarvan ben ik overtuigd.
Het met goed resultaat volgen van een cursus betekent niet perse dat je ook iets hebt geleerd. Leren staat voor veel mensen gelijk aan het tot zich nemen van informatie. Leren is dat wat boven de kennis uitstijgt. Pas als informatie, of kennis, tot een verandering in denken en gedrag leidt is er sprake van leren. De Grieken hebben er een mooi woord voor. Eigenlijk twee: meta (boven of, verder dan) en noia (verstand).
Wij zijn zeer bekend met het woord wat wij hiervoor gebruiken. Echter, als ik het woord noem, zal het zeker niet het beeld oproepen van iets dat voor een verandering van gedrag en denken staat. Wat dat betreft kan een woord een wel heel erg eigen leven gaan leiden. Het woord dat wij in het Nederlands gebruiken is, en voor velen een meer negatieve connotatie heeft is bekering. Het oorspronkelijke woord is uitnodigender. Het is meer een concept. Als Jezus in Mattheus 4 zijn publiek oproept om zich te bekeren omdat het koninkrijk van God dichtbij was gekomen, begreep het publiek meteen dat ze alle boeken die over fietsen geschreven zijn zouden kunnen lezen maar dat pas het op de fiets stappen tot de bedoelde ervaring zou leiden.

Geinspireerd door Peter Senge's The Fifth Discipline

29 juni 2010

Was Bunyan een struisvogel?

Wie kent niet de poster en het boek van Bunyan's christenreis naar de eeuwigheid? Het boek is een aardig kado voor een frisse gelovige die zojuist het heil heeft gevonden en moedigt aan om de nieuwe reis in isolement van de wereld en anderen te gaan. De poster beeld de geneugten der wereld af als behorende bij de brede weg en alles wat glorie aan God zou kunnen brengen als behorend bij de smalle weg. Het reizen op die smalle weg vereist opperste concentratie en een enkelvoudige focus; een soort van kokervisie die slechts het einddoel ziet: de hemelse stad. Alles wat van die weg er naartoe kan afleiden, inclusief de relatie met partner en kinderen, alsmede vriendschappen met anderen, moet voor dat ene doel worden opgeofferd.
Het is een subtiele uitdrukking van geestelijk individualisme. Als Christen zijn pelgrimstocht aanvangt, klampen zijn vrouw en kinderen zich aan hem vast maar onze held stopt z'n vingers in de oren en roept "leven, eeuwig leven." Alleen dat laatste telt. De ontkenning van al het andere wordt gezien als geestelijk heroïsche daden.
Als jonge gelovige kreeg ook ik het boek kado. "Heer, zo wil ik mijn leven leiden," was mijn wens en gebed.
De enkelvoudige visie is belangrijk (waar leef ik voor en waar ga ik heen) en de gelovige is een pelgrim. Maar die pelgrim mag zijn ogen niet sluiten voor de wereld waarin God hem een plaats heeft gegeven. Bunyan lijkt alles wat de Bijbel te zeggen heeft over het liefhebben van de naaste, over de man die zijn leven opgeeft voor zijn vrouw, zoals Christus zich gaf voor de wereld, over werknemers die goed werk leveren, over mannen en vrouwen die de extra mijl willen gaan, tot de brede weg te hebben verbannen.
Deze eenzijdige kijk op het leven waarbij het persoonlijke zielenheil voorrang krijgt in alles zien we ook terug in de manier waarop de (westerse) gelovige zijn Bijbel leest. De PPT (Persoonlijke Pastorale Toepassing) is de dispositie: wat kan ik eruit halen; het gaat immers om God en mij.
Gelukkig zijn er wereldwijd vele gelovigen die de kokers hebben afgegooid en veel breder zijn gaan kijken en de wereld om zich heen niet slechts zien als een bekeringsobject maar eerlijk en oprecht zoeken naar wegen om hun eigen bekering relevant te doen zijn in de wereld, die in brand staat en om voorbeelden schreeuwt van mannen en vrouwen die tonen wat ware liefde en opofferingsgezindheid is. De smalle weg is geen geïsoleerd pad dat door de boze, verleidelijke wereld loopt, maar een levensstijl midden in die wereld.
Zou ik Bunyan kado geven aan jonge, frisse gelovigen? Ik denk het niet. Het zou herschreven moeten worden en de poster aangepast. Er zouden beelden opstaan van hoe Christen zich verhoudt tot zijn medemens, zich dienend geeft en zich inspant om dat koninkrijk van God, waar hij zich al in bevindt (en niet als prijs aan het eind van de rit als beloning ontvangt), handen en voeten geeft.

Was de brede weg niet de weg van de religie met de Farizeeën en Schriftgeleerden als representanten die meenden het leven te vinden in wetten en regels? En was de smalle weg niet de weg die Christus als deur heeft en, wanneer eenmaal daardoor naar binnen gegaan, de gelovige ingaat en uitgaat en weide vindt (Joh. 10:9)? De schapen gingen overdag toch echt naar "hun werk" waar de dreiging van beren, leeuwen en wolven dagelijkse realiteit was. Het verschil was dat de Herder er bij was. Weide vinden, vandaag. Dat vind ik een mooi uitzicht.

28 juni 2010

Het wordt allemaal steeds ingewikkelder

Gisteren gesproken over "opstanding", "daarom", "werk" en "inspanningen". Als Paulus het heeft over het werk dat de Heer je te doen geeft (1 Kor. 15:58) is er het gevaar dat we dit lezen als zou Paulus het hebben over inspanningen die verricht worden in de context van "bediening". Paulus' kijk op "werk" was echter veel breder. Ook bestond er in die tijd geen "christelijk werk". Er was een groepje mannen en vrouwen die rondreisden om de boodschap van Christus uit te dragen. Om niemand tot last te zijn verrichten ze part-time niet christelijke werkzaamheden, zoals het maken van tenten, om in hun onderhoud te voorzien. Op een enkele uitzondering na hadden de gelovigen allemaal hun bezigheden die tot doel hadden om in hun onderhoud te voorzien.
Onze gedachten en praktijken omtrent werk zijn door de eeuwen heen aanzienlijk veranderd. De aard van het werk is ook veranderd. Wie had 30 jaar geleden kunnen bedenken dat AD 2010 tientallen miljoenen arbeiders de hele dag niets anders zouden doen dan naar een scherm staren en twee- tot tienvingerige bewegingen op een sleutelbord verrichten met als merkwaardig resultaat dat er aan het eind van de maand een bedrag op de bankrekening van die arbeider wordt gestort wat hem in staat zou stellen om in zijn onderhoud te voorzien?
De Korintiers hadden geen keuze tussen wat wij geestelijke en niet geestelijke arbeid zouden noemen. Er moest gewoon op het land worden gewerkt en er moest gewoon gevist worden en dat moest ook allemaal worden klaargemaakt (en uiteindelijk opgegeten). Er was helemaal niets mis met dat werk. Het was eerbaar en Paulus helpt de Korintiers om te begrijpen dat het in het leven van de gelovige om meer gaat dan alleen de vangst of de oogst. Omdat het integraal deel uitmaakt van Gods ontwerp voor mens en wereld, wordt het werk uiteindelijk voor Hem en tot zijn eer verricht.
Als ik die gedachte vast kan houden als ik in een zeer complexe wereld m'n plek inneem en arbeid verricht waarvan ik me bij tijd en wijle afvraag in hoeverre dat wat ik doe wel eerbaar is, (want, laten we wel wezen, er is veel "werk" en er zijn talloze producten die niets anders bijdragen dan argeloze burgers geld aftroggelen) zit ik nog wel op koers. Als ik daar niet of nooit bij stil sta en gewoon maar wat doe, heb ik een groter probleem. Om in zo'n complexe wereld een plek te vinden die niet mijn hele leven opeist maar me ook in staat stelt om te genieten van al dat andere dat God mij ook in dit leven geeft, is een geweldige zegen.
Enfin, het is maar een rare blog geworden.

23 juni 2010

De wind waait, hoe dan ook

Wind en fundament zijn twee beelden die in de Bijbel gebruikt worden om aan te geven hoe we in het leven staan en wat het leven met ons doet. De wind waait, hoe dan ook. Wind die altijd van een kant komt levert scheefgroei op. De boom groeit een kant op. dat kan heel lang goed gaan en er zijn talloze plaatjes op het internet te vinden die dit illustreren. Bomen waarvan de stam recht staat maar waarvan de zijscheuten en takken slechts een kant opgroeien. Zolang de wortels stevig en diep de grond in gaan en gezond blijven, kan die boom dat wel verdragen.
Het gevaar van eenzijdigheid is niet denkbeeldig in het leven van een volgeling van Christus. Een eenzijdigheid die ontstaat als het gevolg van een voorkeur voor zuidenwind bijvoorbeeld. Alleen in die wind gaan staan en steeds weer opzoeken. Dan hoor je wat je wilt horen en gaat op een gegeven moment zelfs geloven dat de wind alleen maar uit het zuiden komt.
Noordenwind is slecht.
Nu wil het geval dat de wind ook regelmatig uit het noorden waait. Moet ik die nu uit de weg gaan?
Grote bomen, evenals hoge gebouwen hebben een stevig fundament.
De trots van Rotterdam, de Euromast, staat al jaren stevig in de grond. Toch kan de top, op zo'n 160 meter hoogte, wel tot zes meter uitslaan.
De wind van cultuur, de tijdgeest, de taal beukt op onze levens in. We ervaren het niet als een beukende wind omdat dat ze subtiel en progressief waait, als een subtiel briesje dat af en toe boertjes laat, om ons er eventjes bij te bepalen dat ze er nog is.
De boom groeit echter gestaag door naar het licht; het licht van de opstanding en de verslonden dood. "Daarom", zegt Paulus, "sta pal en onwrikbaar... uw inspanningen zijn niet voor niets."
De wind waait ook vandaag. Ik sla mijn wortels dieper uit in Hem, altijd zoekend naar de plaats waar levend water is te vinden en me tegelijkertijd richtend op dat wat is beloofd.
Vrij naar 1 Korintiers 15.

22 juni 2010

Vertrouwen

Onlangs hoorde ik het verhaal aan van een collega die vertelde dat er op de werkvloer sprake is van een chronisch gebrek aan vertrouwen. Het is niet de eerste keer dat ik dit hoor. Ongeacht de aard van het werk en de filosofie van het bedrijf; gebrek aan vertrouwen is funest voor de (werk)relaties en de gezondheid van een bedrijf of organisatie.
Hoe vertaalt dat gebrek aan vertrouwen zich dan? Je krijgt een taak toebedeeld maar je "baas" kijkt voortdurend mee met wat je doet, hijgt in je nek en de beslissingen worden uiteindelijk, of door de baas genomen, of moeten altijd met hem worden overlegd.
Nu is vertrouwen niet iets dat je zomaar weggeeft want ik moet ook betrouwbaar blijken te zijn. Wat is daarvoor nodig? Stephen M.R. Covey heeft hierover een zeer inspirerend, praktisch en herkenbaar boek geschreven, "The Speed of Trust". Hij noemt vier eigenschappen, de kern die aanwezig dient te zijn en ontwikkeld dient te worden in de te vertrouwen persoon: 1) Integriteit (walk your talk), 2) Bedoelingen (motieven en gedrag), 3) Vaardigheden (talent, houding, vaardigheden, kennis) en 4) Resultaten (krijgen we dingen voor elkaar).
Zelf zou ik hieraan toe willen voegen dat, daar waar de opdrachtgever, chef, superieur of hoe je de beste man/vrouw ook wilt noemen, altijd op veilig wil spelen en niet bereid is om risico's te nemen (iemand vertrouwen draagt altijd een risico in zich), het vertrouwen als afwezig of op z'n hoogst als heel laag wordt beleefd.

Ik moest hieraan denken in de context van Jezus die zijn discipelen de opdracht geeft om voor "de kudde" te zorgen. Hij geeft minimale instructies, een hulplijn en draagt de zaak na een te korte inwerkperiode al aan hen over. Vervolgens vertrekt hij.
Zullen de discipelen succesvol zijn? Te allen tijden integer blijken te zijn? Altijd de beste bedoelingen hebben? Hebben ze de juiste opleiding en kunnen ze een blijk van in en door de praktijk geoefende vaardigheden tonen? Zijn de resultaten om over naar huis te schrijven? De geschiedenis leert dat ze op alle terreinen tekortschieten. Desondanks is er vandaag wereldwijd een zeer grote kudde.
Als we wachten tot wij vinden dat mensen voldoende betrouwbaar zijn om een taak of opdracht aan te delegeren, gebeurt er niet zoveel. Covey schrijft goede dingen en ik heb veel aan zijn boek, maar net als de talloze andere boeken over management en leiderschap wordt er een veel te rooskleurig beeld geschetst van de (mogelijke) werkelijkheid. De lat wordt meteen onneembaar hoog gelegd.
Ja, ik span me in om betrouwbaar te blijken maar ben ongelooflijk blij dat Jezus vanaf dag een me al een opdracht toevertrouwde. Getuige zijn. Ik kende "het bedrijf" nog helemaal niet, maar mocht het meteen al vertegenwoordigen. Dat in mij gestelde vertrouwen doet iets bijzonders met me. Het in mij gestelde vertrouwen werkt in mij uit dat ik het vertrouwen waard zal blijken te zijn. Het maakt me beretrots dat bij Jezus iedereen mag meedoen.


20 juni 2010

Sorry, vergeten...

De inlogcode en het wachtwoord waren zo eenvoudig dat ik besloot dat ik ze niet ergens hoefde vast te leggen. Daar gebruik ik normaliter (en meteen) het kleine programma Keepass voor, een geweldig hulpmiddel voor iedereen die geen fotografische geheugen heeft en dreigt om te komen in de zich opstapelende codes, wachtwoorden en pincodes. Ik heb daar veel plezier van. Maar dan moet je de gegevens er wel in opslaan! Duhh!
Toch trap ik er regelmatig weer in: "O, deze onthoud ik wel." Een dag later ben ik alweer vergeten welke website het ook al weer was of waar ik me verzekerd heb tegen brand en opstalschade.
Ja, en nu ben ik geblokkeerd. Kan ik niet meer bij m'n spullen! Moet ik gaan bellen.
Zo heb ik ook een logische structuur voor het archiveren van mijn mails en documenten. Althans, logisch op het moment van opslaan. Een dag later heb ik geen idee meer waar ik het ook al weer had opgeslagen. Meestal zoek ik dan eerst in de prullenbak of gebruik de zoekfuncties die mijn computer argeloze en naïeve gebruikers zoals ondergetekende ter assistentie aanbied.

Waar het me om gaat is dit. Dit soort akkefietjes leert me dat ik zaken nooit voor lief kan nemen en dat ik nog heel ver verwijderd ben van een perfect set gereedschappen dat me veilig en fluitend door het leven navigeert.
Donderdagochtend jogde ik zo'n acht kilometer door de achterhoek. Het was nog vroeg en ik was alleen (er is daar niet zo veel verkeer). Rennend over zandpaadjes en langs de akkers en velden werd ik me opeens bewust van het feit dat, waar ik vroeger stil zou gaan staan om de geur van gemaaid gras tot in de krochten van mijn ziel op te snuiven, ik er letterlijk aan voorbijging. Het leek me niets te doen. Later reflecteerde ik op het ontbreken van een reactie en concludeerde dat ik met teveel dingen bezig ben. M'n hoofd zit zo vol dat de broodnodige prikkels die me helpen om volop van het leven te genieten mijn zintuigen niet lijken te bereiken. Een wit bord met rode rand verscheen op mijn netvlies: "Let op, gevaar."
Het leven is te kort om mezelf te veroorloven om te vergeten en zo druk te zijn met van alles en nog wat (en het zal allemaal best wel belangrijk zijn) dat de code die toegang geeft tot het genieten zo diep is weggezakt dat hij niet meer lijkt te werken. Keepass mag dan een hulp zijn bij triviale zaken die de zakelijke kant van het leven helpt organiseren; als ik de code die me toegang geeft tot het genieten niet meer herinner, heb ik een groter probleem. Ik ga ermee aan de slag! Dat wordt bellen met de Auteur van het leven zelf.

18 juni 2010



U I T N O D I G I N G


Martijn den Ouden

leest voor uit

Melktanden

op donderdag 24 juni

van 15.30 uur tot 15.40 uur
van 15.45 uur tot 15.55 uur
van 16.00 uur tot 16.10 uur
van 16.15 uur tot 16.25 uur

in de Engelse kerk op Begijnhof 48 in Amsterdam

vanaf 16.30 uur is er een afsluitende borrel in café De Engelse Reet

Begijnensteeg 4 in Amsterdam

U bent van harte welkom!



De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...