07 februari 2010

Een beetje nerveus

Vanavond spreek ik in de Hervormde kerk in Nieuwkoop. Het is een jeugddienst en dan mag het allemaal wat hipper en vlotter. Er is een liturgie waarbij "stil gebed", "votum en groet" en "wegzending en zegen" als items zijn opgenomen. Dat is allemaal niet zo'n probleem. Ik weet wat men dan verwacht en ik houd me redelijk aan het script. Toen ik voor het eerst in een wat traditionelere kerk sprak ging er wel eens wat mis. Zo dacht ik eens klaar te zijn met de votum en de groet maar iedereen bleef staan. Ik heb toen gezegd: "U kunt wel blijven staan, maar wat mij betreft was dit het en ik kan verder niets meer bedenken. Ik stel voor dat we maar gaan zingen." Deze kerk heeft, zo hoorde ik later, mij op de zwarte lijst gezet omdat, zo vertelde een vriend mij later, "broeder den Ouden een zooitje maakt van de votum en de groet."
Maar, beste bloglezer, ik kan u verzekeren dat ik me de votum en de groet helemaal eigen heb gemaakt, hoewel ik me de vrijheid voorbehoud om aan vrije stijl parafrase te doen. Met het wegzenden kan dat nog wel eens een probleem opleveren. Ik acht echter de kans heel klein dat mensen blijven zitten omdat ze zich niet weggezonden zouden voelen. Daarvoor is de koffie na de dienst te verleidelijk.

06 februari 2010

Blogluwte

Nou zeg, was me dat een blogluwe week. Het lijkt erop dat hoe meer structuur en activiteiten ik in een dag stop hoe gemotiveerder ik ben om te bloggen.
Deze "post India" week stond in het teken van niet al te veel hoeven en moeten. Dus meer tijd, minder bloggen. Hoe minder je doet, hoe minder er gebeurt wat aanzet tot mijmeren.
Vandaag vooral gemijmerd over de vraag of Jezus iedereen naar huis zou sturen om al zijn/haar bezittingen te verkopen alvorens Hem te kunnen volgen. De rijke jongeling zat duidelijk vast aan zijn geld. Daar hebben wij in Nederland toch geen last van? Wat wij hebben is geen luxe, maar dat zijn toch rechten; minimale levensbehoeften? Hier volgt een stukje tekst uit mijn preek voor morgenavond in de hervormde kerk in Nieuwkoop:

Maar wat is nu precies de relatie tussen geld en het koninkrijk? Uit Jezus’ antwoord begrijpen we dat een rijke slechts met grote moeite het koninkrijk der hemelen kan binnengaan. Twee vragen die meteen bij me opkomen: 1) Is het voor een arme dan ook makkelijker om het koninkrijk binnen te gaan en 2) wanneer is iemand zo rijk dat zijn geld een obstakel wordt om het koninkrijk binnen te gaan?

Even vingers zien. Wie van jullie vindt zich rijk? Arm? Moeilijk om dat voor jezelf te bepalen. Ik kan hier echter heel kort over zijn. In Nederland zijn we allemaal stinkend rijk. De luxe waarmee wij ons omringen is ongekend. Verwarmde huizen en kamers, een eigen bureau, computer, GSM, CD en boekencollectie, drie maaltijden per dag, snacken tussendoor, uitgaan, boeken, stromend koud en warm water, veel meer kleding dan we eigenlijk nodig hebben, verzamelingen schoenen, make-up, fiets, scooter, auto, studiefinanciering, vakanties en weekendjes uit. De media speelt er lustig op in met als gevolg dat veel jongeren en ouderen zich in de schulden steken. De media zijn slim omdat ze de kern van het probleem begrijpen en daar knap gebruik van maken. De apostel Paulus schreef er tweeduizend jaar geleden over aan Timoteus:

Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend. Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd.

Hebzucht. We lijden er allemaal aan. Het is de wortel van alle kwaad. Adam en Eva wilden hebben wat ze nog niet hadden. De advertentie in de kerkbode stond in full colour afgedrukt: Gij zult als God zijn. Ze konden de verleiding niet weerstaan en staken zich diep in de schulden om dat te hebben wat ze nog niet hadden. De schuld hebben ze nooit af kunnen betalen.

Dat is de vraag van de rijke jongeman: “Wat moet ik doen om die schuld eindelijk eens af te kunnen betalen?" Hij voelt de druk van de schuld en is op zoek naar verlossing. Jezus ziet meteen waar het echt jeukt. Z’n geld. Z’n hebzucht. Vandaar de opdracht van Jezus om alles te verkopen en de opbrengst onder de armen te verdelen. Bij iedereen jeukt het weer ergens anders maar geld geeft vaak een heleboel jeuk.


02 februari 2010

Waterbuffalo Theology

Hoewel het geen tekstboek is, heb ik het toch het boek "Waterbuffalo Theology" aangeschaft. Alleen de titel al wekt mijn nieuwsgierigheid op. Kosuke Koyama, de auteur, schrijft over het belang van het ontwikkelen van een theologie in de Aziatische context. Hoe past het beeld van een "langzame God" (Hij doet alles heel langzaam met de kruisdood van Christus als het summum van traagheid) in de Singaporese context van snelheid en efficiëntie? Als de moesson komt, wordt God dan ook nat? En hoe zit het met het cyclische denken van de Hindoes en Boeddhisten?
In het Westen gaan we er voor ons eigen gemak van uit dat de manier waarop wij over God denken en de Bijbel interpreteren zo'n beetje de norm is. Alles wat anders is, is een afwijking. De dogma's en doctrines staan vast en zijn diep verankerd in onze Westerse historie. In onze poging om de "anderen" te bekeren houden we ons vooral bezig met het helpen van die ander om naar God, de Bijbel , de wereld onszelf te kijken door ons westerse brilletje. Natuurlijk doen we ons best om de boodschap te contextualiseren maar dat proces gaat vaak niet verder dan beelden en media vinden die het begrip van ons standpunt moeten verhogen.
Naast het gebruik van beelden die voor de ander betekenis hebben (bananenblad, plakrijst, kikkers, slangen, curry, moesson) moet het hele leven van de "ander" als uitgangspunt dienen om hem bekend te maken met een liefdevolle God die zich heeft geopenbaard in Jezus Christus, die de weg tot God is.

De neiging is om bij onszelf te beginnen. Uitleggen waarom onze schoenen beter zijn in plaats van ze uit te doen en in die van de ander te gaan staan. Beginnen bij de waterbuffalo die de ander iedere dag op weg naar zijn werk tegenkomt of, die zijn werk zijn, is ware contextualisatie en communicatie.
Althans, zo begrijp ik Kosuke Koyama.

31 januari 2010

De stille strijd

Diep achterin het vliegtuig, op de laatste rij waar de stoelen geen ruimte hebben om achterover te hellen, geklemd tegen de toiletgroep, speelt de stille strijd zich af om wie het grootste gedeelte van de acht centimeter dunne, gedeelde armleuning mag claimen. Omdat ik als laatste in Mumbai aan boord ging was de middenstoel bezet door een Indiër die zijn territorium al had afgebakend. Een groot gedeelte van de nacht speelde de machtsstrijd zich zwijgend af. Je grijpt je kans als de buurman naar het toilet gaat. De Indiër heeft echter weinig gevoel voor priveruimte en vlijt zich zonder enige gene tegen mijn rechter bovenbeen en -arm aan. De wuft van zijn met mottenballen doordrenkte leren jas, bezwangerd de directe ruimte om ons heen en ik draai mijn hoofd in de richting van het gangpad waar de derrières van van andere, door hoge nood gedreven, medepassagiers zich tot op enkele centimeters van mijn reukorgaan opstellen. Na negen en een half uur vliegen en een tocht door de krochten van Heathrow airport ben ik eindelijk buiten. De koude, knisperende Londense lucht vult mijn longen; bijna thuis. Nog vier uur wachten op de laatste vlucht van dit drie weken durende Indiase avontuur. Ik ben een zeer gezegend mens!

30 januari 2010

India 21, Finale

Vandaag de grote dag. Ik ga weer terug naar huis. Vrijwel dagelijks contact gehad met thuis. Martha is zelfs aan de webcam. Het zag er grijs en grauw uit in Nederland.

Genieten was het de afgelopen week in de klas “Organizational Theories and Design.” Van alle onderwerpen heb ik hier het meest aan. Ik kan er meteen mee aan de slag en het heeft me bijzonder geholpen in het begrijpen van leer- en teamdynamiek. De prof heeft een aantal onderzoeken voor de Britse regering gedaan en heeft een container aan ervaringen en inzichten bij zich. Van hem wil ik graag meer leren en ik heb hem gevraagd om me te helpen in een aantal zaken waar ik binnen mijn werk tegenaan loop.

Gisteren m’n eerste slechte cijfer teruggehad. Een zeventje voor Person and Work of Christ. Ik snap er helemaal niets van, maar ook weer wel. De prof is uiterst Calvinistisch en ik weigerde om in al z’n gedachtegangen mee te gaan. Daar heb ik strafpunten voor gekregen, hoewel ik zijn commentaar op mijn werk nog moet zien. Ik heb hem een mail gestuurd omdat hij verplicht is zijn waardering voor de opdrachten duidelijk te motiveren. Aan de andere kant kan ik er wel mee leven. Een zeven was op de middelbare school het maximale dat ik kreeg. Als ik een acht kreeg vond ik dat ik te goed mijn best had gedaan en tijd had verkwist! Maar hier gaat het om meer.

Genoeg gemopperd. Vandaag reden tot blijheid. Over een paar uur ga ik mijn koffer pakken. Morgen afhaal chinees bij Martijn en Eveline in Amsterdam. Martha en Ruben (en hopelijk Ellen) komen me ophalen en we rijden dan door naar M & E. Ik kan niet wachten!

29 januari 2010

India 20, beknorren

SCOLD
schelden op, uitschelden, uitkafferen, uitfoeteren, uitvloeken, uitbrander geven, beknorren

Een veel gebezigde praktijk in India is "scolding". Mannen doen het naar hun vrouwen toe, onderwijzend personeel naar de leerlingen, superieuren naar ondergeschikten en teamleiders naar teamleden. Ik vroeg mijn buurvrouw hoe ze het vond om teamleidster te zijn. Ze vertelde me dat ze het maar niets vond omdat ze liever op vriendschappelijk basis met teamleden omgaat en nu moet ze ze publiekelijk beknorren als de ondergeschikte teamleden om wat voor reden dan ook niet in de pas lopen. Mijn suggestie dat er ook andere manieren zijn om ongewenst gedrag om te buigen in gewenst gedrag, werd weggewuifd. "Zo doen we dat en als ik stop me beknorren, verlies ik het respect van de teamleden en nemen ze een loopje met me."
Tijdens een college over machtsdynamieken vertelde een collega/medestudent me over de plaats van de vrouw in het gezin. "Als ik ontspannen tevee zit te kijken en ik heb de afstandsbediening nodig roep ik mijn vrouw uit de keuken en, omdat ze van me houdt en me graag dient, zal ze me met vreugde de afstandsbediening aanreiken. Ik dacht dat hij een grapje maakte maar de andere getrouwde mannelijke studenten vielen hem bij. Mocht de vrouw besluiten dat haar echtgenoot de afstandsbediening best wel zelf kan pakken, volgt er een serieuze beknorring. Ik vertelde hem dat, als ik zijn vrouw was, hem minstens een knietje zou geven!

28 januari 2010

India 19, David's lijst

Na drie jaar academische studie in Bijbelse interpretatie, systematische theologie, communicatie, interculturele intelligentie, counseling, ethiek, enz. mag je verwachten dat een gemiddelde student het een en andere heeft geleerd. Twee medestudenten, een zakenman en de hoofdmeester van een school hadden wat vragen voor over de heiligheid van de christenen in Nederland. Voor het gemak noem ik ze allebei David.

David: “Hoeveel leden in de kerk?
Ik: “Een paar honderd.”
David: “Leven ze allemaal een heilig leven?”
Ik: “Ik hoop het van harte, maar dat weet ik natuurlijk niet, ik kan dat niet controleren.”
David: “Maar wat doe je als ze een keer niet naar de samenkomst komen?” (Een samenkomst is naast de zondag ook de wekelijkse Bijbelstudie en de wekelijkse gebedsavond).
Jan: “Niets, ze komen dan de volgende week wel weer opdraven.”
David (met een verbaasde blik): “Maar je moet ze dan meteen opzoeken en vermanen.”
Jan: “Ik dacht het niet, ze hebben hun eigen verantwoordelijkheid naar God toe en bovendien hebben we de kringen van waaruit actie wordt ondernomen als een van de leden aan structurele absentie beginnen te lijden.
Zou ik nu een vraag mogen stellen? Hoe ziet een heilig leven er volgens jou dan uit?”

David pakt een vel papier en zonder blikken of blozen schrijft hij in een twintigtal tellen het volgende voor me op:

  1. Niet naar de bioscoop
  2. Geen alcohol
  3. Gezinsgebeden
  4. Vasten
  5. Voorbede
  6. Bijbelklas
  7. Geloof
  8. Hemels Burgerschap

David voegt toe: “Zo ziet het leven van een christen eruit.” Vervolgens krijg ik een uiteenzetting over de opwekkingen die onder John Wesley plaatsvonden. Dat zou volgens David het model moeten zijn voor onze tijd

Ik zal geen verslag doen van de discussie die hierop volgde maar ik uit wel mijn verbazing dat na drie jaar studie dit een van de resultaten is. Sommige tradities, geestelijke, culturele en sociale erfenissen hebben zich zo diep in ons wezen genesteld dat er meer voor nodig is dan (interculturele) studie om een gezondere en meer gebalanceerde kijk op het (christelijk) leven te krijgen.

Later in bed, starend naar het plafond, denk ik terug aan ons gezprek en besluit dat, als David’s leven en denken deels wordt bepaald door een vastgeroeste kijk op iets, dat bij mij ook het geval zal zijn. En dat is inderdaad zo. Ondanks alle studie, leren en lezen in mijn leven, waarbij ik me verdiep in de volmaakte wereld en het volmaakte leven is de praktijk weerbarstiger. En dat bewustzijn geeft 1) ruimte aan de ander en 2) en helpt je om jezelf niet al te serieus te nemen.

27 januari 2010

India 18, Verplichte kost

Wat is toch het vreemde fenomeen dat, wanneer iemand mij tot iets verplicht, alles in mij in opstand komt en het tegenovergestelde wil doen? Vandaag is er een hotemetoot op de campus en wordt iedereen geacht naar zijn praatje te komen luisteren. Het is een soort van auditor die “controleert” of het instituut aan de voorwaarden voor kwalificatie voldoet.

Terugkomend op de vraag en nadenkend over het antwoord kan ik een antwoord formuleren. Om meteen “de zonde” te roepen is iets te kort door de bocht. Iemand heeft het eens zo naar mij geformuleerd: “Jan, jij hebt een gezagsprobleem.” Dat wist ik al. Maar betekent dit, dat iemand die zich gezeglijk naar het praatje begeeft en zich voegt naar het over hem gestelde gezag, geen gezagsprobleem heeft? Zijn gezagsprobleem kan net zo groot, of misschien wel groter zijn, alleen manifesteert het zich anders. Eigenlijk hebben we allemaal een gezagsprobleem.

Gezag bevragen en gedwee voegen zijn  slechts uitingen. Het hart erachter kan hetzelfde zijn. Iemand kan zich gedwee voegen omdat angst voor straf hem motiveert. De ander die zich manifesteert als non-conformist kan dat doen vanwege zijn negatieve ervaringen met eerder (misbruik van) gezag in zijn leven. Is het een beter dan het ander?

Waarom gehoorzaamt een gelovige God? In onze kerken groeien we op met het idee dat we Zijn gezag nooit mogen bevragen. Gedwee en gehoorzaam volgen wordt gezien als een deugd en uiting van nederigheid. De verkenning van de vraag “waarom” wordt al gauw geassocieerd met rebellie en geassocieerd met zonde.

“Leer mij volgen zonder vragen,” klink heerlijk heilig en berustend het zo bekende lied. Echter, nergens in de Bijbel worden we opgeroepen om te volgen zonder vragen. Alsof er een bordje om Gods nek hangt met daarop de woorden, “Verboden vragen te stellen. Wat Ik doe is altijd goed. En daarmee zul je het moeten doen.” Dat “vragen” wordt door ons snel geassocieerd met kritiek. De betekenis van “vragen” is echter meer een zoektocht naar zin en betekenis. En daar is denk ik niets mis mee. Wanneer iets zin en betekenis krijgt wordt het volgen en gehoorzamen alleen maar rijker en de onderwerping aan Zijn wil dieper.

26 januari 2010

India 17, In elkaar's macht

De pronk van de Jordaan ligt verwoest. Ik durf de parallel aan met de kroon op God’s schepping die, onder Zijn macht vandaan, is overgeleverd aan de macht van zijn naaste (Zach. 11:6). Aan elkaar overgeleverd staan we in een machtsverhouding tot elkaar. Status, kaste, opleiding, vermogen bepalen wie wie mag dienen of commanderen. Je hoeft er niets voor te doen. De machtsverhoudingen zullen niet altijd aan de buitenkant zichtbaar zijn, ons hart weet wel beter!

Gisteren met wat medestudenten een vorig jaar afgehaakte studente opgezicht. Twee uur met de autoriksja heen, anderhalf uur in het centrum van Secunderabad met haar krankzinnige verkeer gewacht, een uur gegeten en anderhalf uur terug. De stroom bedelaars die in die anderhalf uur van wachten me aanklampten eindeloos en de aanklacht in mijn hart meedogenloos. Wie krijgt wat en wanneer stop ik. De een geeft nooit. Uit principe niet of omdat er een complottheorie heerste die de Indiërs doet geloven dat de bedelaars eigenblijk stinkend rijk zijn en verenigd zijn in bendes. Ik trek een grens als de muntjes op zijn en er alleen papiergeld in mijn portemonnee zit. Maar, zegt een stemmetje in mijn hart, als je dat ook weggeeft zit er zelfs nog geen deukje in mijn bankrekening. Ik troost me met de gedachte dat niemand papiergeld weggeeft en verschuil me de meerderheid.

En zo sta ik daar. In hevig conflict met mezelf. Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik voel me machteloos en hypocriet.

Ja, het hart is arglistig en de stroom bedelaars schijnbaar eindeloos. Het conflict gaat niet weg en ik realiseer me dat mijn probleem pas echt groot is als dat wel zo zijn.

25 januari 2010

India 16, Doorgespoeld potentieel

Het klinkt wat vergezocht en de gemiddelde westerling zou niet zou gauw op het idee komen maar de twee belangrijkste hindernissen voor de opleiding van jonge meisjes uit de landelijke gebieden in India zijn transport en toiletten. De infrastructuur van het openbaar vervoer is ontoereikend. Waar jongens nog kunnen liften is het gebrek aan of ontbreken van OV voor meisjes een onoverkomelijke hindernis. Dus haken ze voortijdig af en blijven ze thuis.
Slechts de helft van alle openbare scholen heeft toiletvoorzieningen. Van de scholen die wel toiletvoorzieningen hebben heeft 4 op de 10 geen aparte vorzieningen voor meisjes, is bijna 15% van de toiletten permanent op slot en is 50% onbruikbaar. Waar de jongens nog een boom of een muur op kunnen zoeken houdt het hier voor de meisjes echt op. Zelfs in een grote stad als Mumbai is de drop-out onder meisjes hoger dan bij de jongens vanwege het ontbreken van sanitaire voorzieningen.
India heeft nog een lange weg te gaan. Goed om even bij stil te staan als je straks de WC doorspoelt.
(Bron: The Hindu, Zondag 24 Januari)

De toegang naar de campus

Hier je auto maar niet parkeren

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...