03 januari 2010

Doe ik het goed?

De afgelopen week een aantal keer het boek Micha gelezen. Het is een wat deprimerend boek en de kans is dat, als je al niet veel vertrouwen in de mens hebt, je dat na het lezen van Micha helemaal kwijt bent, of zelfs op -15 uitkomt. Temidden van alle ontrouw, onrecht, uitbuiting, afgoderij en onderdrukking en een godsdienst die gereduceerd was tot routinematig offers brengen (als dat al gebeurde), maakt de profeet duidelijk dat God niet gunstig gestemd kan worden door het offerquotum op te krikken of misschien wat zwaardere offers te brengen (je eigen kinderen bijvoorbeeld).
Dit is wat God vraagt: Recht doen, trouw liefhebben en nederig wandelen met God (6:8). Hij wil zichzelf, zijn wezen, zijn karakter terug zien in het leven van zijn schepselen. Zijn verbond met zijn volk kon worden samengevat in twee woorden: Leven en Vrede. Dat wil Hij on ons kwijt zodat wij het weer aan anderen kunnen doorgeven.
Maar dat wil ik toch ook? Iedereen toch? Ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die geen leven en vrede willen.
Toch, de praktijk wijst anders uit. Het grootste obstakel tussen waarachtig leven en vrede is de mens zelf. Het kan best zijn dat, diep weggestopt een verlangen naar leven en vrede sluimert maar de zelfverrijking, zelfhandhaving en hebzucht krijgen in de levens van zovelen om voorrang. En winnen maar al te vaak.
  • Ik kan vandaag recht doen door me bewust in te zetten voor de zwakkeren en kansarmen in de samenleving.
  • Ik kan besluiten om betrouwbaar te zijn. Mijn beloftes na te komen. De waarheid te spreken.
  • Ik kan besluiten dat God groot is, en ik heel klein, en vervolgens mijn leven overeenkomstig inrichten. Zonder Hem geen leven. Nederigheid betekent dat Hij het voor het zeggen heeft en dat wat Hij wil, mijn wil wordt.

02 januari 2010

Brood (5-5)

Geef Ons Nu Brood

BROOD
Protestantse gelovigen hebben de neiging om alles wat in de Bijbel staat geestelijk uit te leggen. Brood zou over geestelijk voedsel gaan. Jezus zegt toch “Ik ben het brood des levens, wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten” (Joh. 6:35).
Hier gaat het over brood. Gewoon brood.

Ons brood. Weet je dat wij tot de 10% van de mensen behoren die 90% van de middelen die de aarde prijsgeeft gebruiken en menen er recht op te hebben. We werken er immers hard voor.
90% van de aardbewoners moet het met de overige tien procent doen.
Daarom sterven er iedere dag 30.000 kinderen onder de vijf jaar aan ziektes die op te lossen zijn.

Ander voorbeeld. Brood willen we graag wegspoelen met een glaasje water. Toch?

• 80% van alle ziektes en sterfgevallen zijn gerelateerd aan het gebrek aan veilig drinkwater
• Iedere dag sterven 6000 mensen in ontwikkelingslanden (2,2 miljoen p.j. waarvan het groot-ste deel kinderen). De directe reden: geen schoon water.
• Een miljard mensen kan de armoedespiraal niet doorbreken omdat o.a. vrouwen het belang-rijkste deel van hun tijd doorbrengen met het verzamelen van veilig drinkwater.
• Per jaar geven we 46 miljard dollar uit aan flessen water (omdat we hat water uit de kraan niet goed genoeg vinden, of water met een smaakje prefereren!)
• Een vijfentwintigste deel daarvan (1,7 miljard) op jaarbasis zou genoeg zijn om het water-probleem op te lossen!

De trieste werkelijkheid is dat de kerk meer geïnteresseerd is in het opwaarderen van haar eigen water- en broodkwaliteit dan dat ze zich inzet voor hen die helemaal geen water hebben!

Hoe kun je voor jezelf vaststellen of je in het geloof bent? Ik heb de laatste tijd wat preken beluisterd en merk dat de nadruk toch wel heel erg ligt op het aannemen van Jezus als je persoonlijke verlosser. En het is waar. De Bijbel zegt dat we alleen behouden kunnen worden door ons vertrouwen op Jezus te stellen. Het bewijs dat iemand opnieuw geboren is, is echter te zien aan het feit dat hij of zij niet langer met zichzelf bezig is maar vooral met de ander! In Matteüs 25 lezen we over hoe Jezus de mensen aan het eind van de tijd in twee groepen scheidt. Waar wordt het oordeel op gebaseerd? De mate waarin men zich voor de ander heeft ingespannen. De groep die het Koninkrijk binnengaat zijn zij die van zichzelf niet eens door hebben dat ze het deden. Waarom niet? Omdat de Heilige Geest de mens verandert van een ik-mens in een ons-mens.

Wat ben jij? Ik of Ons?
Een “ons” mens adopteert een of meerdere kinderen (in ieder geval op afstand), doet bewust met minder zodat een ander die nog minder heeft, ietsje meer heeft.
Een “ons” mens spant zich in om het brood te laten vergezellen van een boodschap over het Le-vende Brood.
Misschien een goed idee voor het nieuwe jaar. Sponsor een kind voor zes Big Mac Meals per maand bied je een kind in Oeganda onderwijs, kleding en een toekomst. Klik hier.

01 januari 2010

Nu (4-5)

Geef Ons Nu Brood

NU
Heden en Dagelijks zijn de woorden die Jezus gebruikt. Een stukje verderop wordt dit wat verder uitgepakt als Jezus spreekt over bezorgdheid waarbij Hij de bekende uitspraak doet dat we ons niet bezorgd moeten maken tegen de dag van morgen want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (6:34).
Wat voor gevolgen zou het hebben als Jezus ons geleerd had om te bidden “Geef ons heden ons brood voor de komende zes maanden”. De belijdenis van afhankelijkheid zou al snel naar de achtergrond verdwijnen.
Ook vinden we hier de link met het Koninkrijk. “Uw koninkrijk kome” (:10) en “Zoekt eerst Zijn koninkrijk” (:33).
De zorg van God voor zijn kinderen is gekoppeld aan onze zorg voor Zijn koninkrijk. En in dat ko-ninkrijk gaat het dus om “ons brood” en in dat koninkrijk gaat het om het “hier en nu”. Dit element van het koninkrijk wordt vaak over het hoofd gezien.
De wereld houdt zich bezig met overmorgen. Het Koninkrijk van God houdt zich bezig met vandaag.
Hoe zit het dan met onze toekomstgerichtheid. Zijn het niet juist de christenen die geneigd zijn om het hier en het nu ter veronachtzamen omdat alleen de toekomst telt?
Wat zegt Paulus over dit soort dilemma’s? Rom. 6:22 “Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven”. Hij heeft zoiets van ‘dat eeuwige leven heb je, maak je daar maar niet al te druk om. Waar je je nu op moet richten is je heiliging; leven in overeenstemming met de principes van het koninkrijk.

Koninkrijkspraktijk is dat als je bidt zoals Jezus het wil, dat ‘ons’ een veel bredere betekenis krijgt dan de mensen die direct om je heen staan of leven.
Waar zie ik vandaag een tekort en wat kan ik daaraan doen?

31 december 2009

Ons (3-5)

Geef Ons Nu Brood

ONS

Wat is een van de meeste opvallende elementen in het Onze vader?
Het is vooral een God en Ons gebed en niet zozeer een God en ik gebed. Meervoud!
Wat is het belang hiervan voor ons? Waarom spreekt dat vooral tot ons? Omdat in een sterk geïndividualiseerde samenleving en kerk we geneigd zijn om te denken en te leven in termen van God en ik.
Wat wij opnieuw moeten leren is het met elkaar leven, leren, groeien en denken. We zeggen wel dat de kerk een gemeenschap is maar hechten in de praktijk vaak meer aan onze individualiteit.

Wat is nu het verschil tussen “Geef mij heden mijn dagelijks brood” en “Geef ons heden ons dagelijks brood”?

Als ik klaar ben met bidden “Geef ons heden ons dagelijks brood” kan ik niet anders doen dan om me heen kijken om te kijken of mijn gebed voor “ons” is verhoord. “Ons” leidt tot bewogenheid met en betrokkenheid bij anderen.
Frederick Buechner schreef: "Bewogenheid is het soms fatale vermogen om in de huid van een ander te kruipen. Het is de wetenschap dat er nooit echte vreugde en vrede voor mij kan zijn tenzij deze er ook voor jou is."

1,1 miljard mensen leven onder de armoedegrens (minder dan 1 dollar per dag). Zij bidden en hopen zich een weg van de ene maaltijd naar de andere.

De verdeling van basisvoorzieningen in onze wereld ziet er grofweg als volgt uit. Ons wordt tien boterhammen ter beschikking gesteld die we onder tien mensen moeten verdelen. Op de plaatjes hieronder zie je hoe de verdeling plaatsvindt:
De eerste negen boterhammen zijn voor de Westerling of, ietsje dichter bij huis, de gemiddelde Nederlander.

De overgebleven boterham wordt vervolgens onder de overgebleven negen niet Westerlingen verdeeeld.

30 december 2009

Geef (2-5)

In het Onze vader is deze zin (Geef ons heden ons dagelijks brood) het eerste element waar het over ons gaat. Het eerste deel van het gebed gaat vooral over God.

Laten we eens naar de paar woorden kijken. Het zijn er maar zes waarvan eentje twee keer voorkomt. Twee anderen liggen in elkaars verlengde; heden en dagelijks. Er blijven er feitelijk vier over: Geef ons nu brood.

GEEF
"Geef" is in zekere zin een belijdenis van afhankelijkheid. God heeft iets wat wij niet hebben. Zonder Zijn bereidheid om te geven, hebben wij helemaal niets.
Het gaat om meer dan het brood. Brood kan niet zonder vruchtbare grond, licht, warmte, water, graan, boer en bakker. Aan de basis van de vraag aan God om ons te geven, ligt de erkenning dat dit alles van Hem komt en dat Hij boven dat alles uitstijgt.
Wij kunnen door hard te werken, en in Nederland ook door helemaal niet te werken, middelen verwerven om een brood te kopen en denken daarmee onafhankelijk te zijn. Wie houdt wie voor de gek? In Hem leven en bewegen wij, zegt Paulus. Als God besluit om Zijn adem in te houden kan onze portemonnee nog zo vol zitten; er zal geen brood op de plank liggen!

29 december 2009

Geef Ons Nu Brood (1-5)

Het “Onze Vader” in Matteüs 6 staat ingeklemd tussen Jezus’ instructies over het geven, vasten, het verzamelen van schatten op aarde of in de hemel en maakt deel uit van het onderwijs over de ‘grondwet’ van het Koninkrijk van God in de hoofdstukken 5, 6 en 7.

Jezus geeft Zijn onderwijs vanuit een ontkenning. Als je geeft, vast, bidt, doe het dan niet sus, maar zo. Vervolgens is er dan een bevestiging: zo werkt het in het KvG.

Dat ‘sus’ was wat met er in de praktijk van te zien kreeg.

De geleerden en experts waren de voorbeelden die de Joden hadden. En, als het gezag zegt dat iets op een bepaalde manier moet, zal de meerderheid daarin toch wel volgen. Het juk dat de experts de Joden oplegden was te zwaar voor ze. De uitnodiging van Jezus om tot Hem te komen en Zijn juk op te nemen staat dan ook in deze context.

Het bidden was voor een belangrijk deel een show. “De huichelaars staan graag in de synagogen en op de hoeken van de pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen” (6:5). De heidenen voegden daar nog een element aan toe: Omhaal van woorden; “zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden” (:7).

Ook het geven wordt door Jezus bekritiseerd. In Jezus tijd geloofde men dat het geven van aalmoezen door God werd beloond.[1] Weldoeners lieten letterlijk hun komst voor zich uit bazuinen. De armen kwamen op het bazuingeschal af en de weldoener ontving publieke erkenning. Jezus stelt ontnuchterend dat deze weldoeners daar niets in de hemel mee verdienen. “Ze hebben hun loon reeds”; ze worden achtervolgd door paparazzi en mogen in talkshows hun verhaal komen doen.

Jezus had regelmatig confrontaties met de geestelijker leiders van het volk die enerzijds snel klaarstonden om prostituees, overspeligen, tollenaars, Samaritanen en zondaren (Lukas heeft het over zondaren zonder verder te specificeren) te oordelen en tegelijkertijd blind waren voor hun eigen zondigheid, trots (op hun geestelijkheid) en arrogantie. Deze laatste manifestaties van zonde zijn vaak subtieler en verraderlijker en worden daarom door Jezus nadrukkelijker belicht omdat ze net zo goed deel uitmaken van onze verlorenheid en gebrokenheid en waarvan we genezen moeten worden.

Jezus stelt als tegenhanger voor dat we de stilte en de onzichtbaarheid opzoeken. Waarom?

Ons publieke leven is vaak zo anders dan ons innerlijke leven. In de stilte van de binnenkamer komt onze ware aard naar boven. Daar komen we onze ware zelf tegen. We gedragen ons allemaal anders als we onder de mensen zijn. Als je alleen bent hoef je niet langer een rol te spelen.

Bill Hybels schreef een boekje “Wie je bent als niemand kijkt”. De titel alleen al zegt genoeg.

Velen van ons zouden zich diep schamen als dat wat we doen als niemand kijkt hier plotseling op een scherm geprojecteerd zou worden.

Als je afgezonderd in de binnenkamer God zoekt, begin je te begrijpen wat een geestelijk leven is! In de binnenkamer kan ons hart zich niet verstoppen en komen we tot God zoals we zijn; met onze twijfels, vragen, desillusie, boosheid, zorgen en noem maar op.



[1] In de eerste eeuw na Christus vroeg Tineius Rufus, de gouverneur van Judea eens aan Akiba, een rabbi, “Als God de armen liefheeft, waarom zorgt hij dan niet voor ze?” Akiba antwoordde dat God de zorg voor de armen aan de Joden had toevertrouwd zodat door hun barmhartige daden de Joden niet in de hel zouden komen.


26 december 2009

Bevrijding! (II)

Mat. 1:23 “‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’.

We leven in een verre van perfecte wereld. Dromen we allemaal niet van geluk, gezondheid, veiligheid? Naast de bevrijding door Jezus hebben we nog iets nodig. Immanuël, God met ons.

Hoe overleven we in een onvolmaakte wereld waarin we allemaal met verlies, lijden, onrecht, ziekte en dood te maken krijgen?
De antwoorden op de grote levensvragen zijn niet eenvoudig. Een paar dagen terug keek ik naar de laatste uitzending van Het Elfde Uur. In plaats van dat Andries Knevel presenteerde werd hij door anderen ondervraagd. De laatste die hem ondervroeg was Hennie Huisman. Hij vroeg Andries, de man die altijd een antwoord klaar heeft, “als je bij God komt wat zou dan je eerste vraag zijn?” Andries moest even denken maar tot mijn grote geruststelling zei hij: “Waarom?”

Kerst lost niet al onze vragen op maar geeft ons twee zaken: Bevrijding en Immanuël. Geen waterdichte antwoorden op onze vragen maar God die in ons lijden, verdriet, sterven en onze ziekte bij ons wil zijn.
Ik herinner me een ontmoeting die Martha en ik hadden met een oudere vrouw die kanker had en door de doktoren was opgeven. Van tevoren was ik gewaarschuwd dat ze helemaal niets met het geloof had en dat ze een antipathie had tegen alles wat met het geloof had te maken. Een half uur in ons gesprek besloot ik om het toch maar eens over God te hebben. Er volgde een emotionele vulkaanuitbarsting aan pijn, verdriet en vragen. Later ging ze gretig in op onze vraag of we met haar mochten bidden. Ze greep ons vast en we baden. Mijn gebed was heel simpel dat God zich als Immanuël wilde laten zien in de korte tijd die haar nog restte. Enkele weken later belde ik haar op. Ze was de Bijbel die ik bij haar achter had gelaten gaan lezen en werd vooral aangesproken door de Psalmen. Niet zo vreemd als je bedenkt dat de psalmisten veel vragen stellen en er ook niet altijd een helder antwoord komt. Wat wel duidelijk wordt is Immanuël.

In twee verzen komen we de roepnaam en de hemelse naam van Christus tegen: Jezus en Immanuël. Die gaan samen. Zonder de erkenning van Immanuël is Jezus alleen maar een profeet. De erkenning van Immanuël is de belijdenis dat Hij Gods oplossing is voor een aan het stof klevende ziel. Dat kleine baby’tje is in staat om ons te helpen, ons los te maken zodat we waarachtig kunnen leven!

Samuel Bak, Adam & Eve, 2000, crayon and oil on brown paper

25 december 2009

Bevrijding! (I)

Mat. 1:22 “Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.

Stel je voor je bent God. Je hebt de wereld en de mensen ontworpen en geschapen in de verwachting dat die mensen er voor zouden kiezen om jou als schepper te eren en in alles rekening met je te houden; te leven overeenkomstig het door jou bedachte ontwerp. Maar, tot je grote verrassingen keert je eigen schepping zich tegen je en besluit dat ze je niet nodig heeft. Echtscheiding is het gevolg. De schepping is blij van haar maker af te zijn en gaat met frisse moed op pad. Af en toe, vooral in tijden van nood, wordt het instructieboekjes geraadpleegd en pogingen gedaan om weer samen op te trekken. Echter, de schepping blijft steeds weer weglopen ondanks de avances van de schepper aan wie het alles is gelegen om verzoend te worden met zijn schepping.

Na eeuwenlang getob grijpt de schepper in. Geheel tegen de verwachting is grijpt hij niet met geweld in maar in zwakte. Hij komt naar ons toe in een kribbe. Onschuldiger en kwetsbaarder kan het niet. Hij komt als bevrijder! Hoe doet hij dat?

Ten eerste doet hij dat door voor te doen hoe zo’n leven in relatie tot de schepper er uitziet. Door naar Jezus te kijken ontdekken we hoe God het leven heeft bedoeld en het interessante is dat een leven in volkomen afhankelijkheid van God geen watje van Jezus maakt. Integendeel. Als je het leven van Jezus bestudeert zie je dat Hij bijzonder sterk was. Hij had geen last van een minderwaardigheid- of meerderwaardigheidscomplex. Hij had zijn levenswortels diep uitgeslagen in Zijn hemels vader en kon daardoor mens zijn zoals God het bedoelde. Hij liet zich niet opjagen, nam genoegen met het meest noodzakelijke, was altijd op anderen gericht en had zoveel innerlijke vrede dat hij deze nog kon uitdelen ook.

Ten tweede. De Joden leefden in bezet gebied en verwachtten een Messias, die hen zou bevrijden van de Romeinse overheersing. Maar daar leek Jezus niet zo in geïnteresseerd te zijn. Zijn interesse lag in de innerlijke bevrijding van de mens; de losmaking van de ziel die, in plaats van op God aangesloten te zijn, zijn heil zoekt in autonome zelfverwerkelijking. Dat leidt altijd tot vereenzaming, vervreemding en isolatie.

Nu worden wij momenteel niet overheerst door de Romeinen maar er zijn tal van zaken in onze samenleving die ons ongezond kunnen beheersen. In gesprekken van hart tot hart komen we eigenlijk altijd wel tot de erkenning dat we vrijheid tekort komen.

Ik moet denken aan de ontmoeting die Jezus eens had met een man die door demonen bezeten was. Jezus vroeg hem “wat is uw naam.” Eigenlijk een wat vreemde vraag voor iemand die God claimt te zijn. Toch wil Jezus dat de man Hem antwoord geeft. Het antwoord dat Jezus krijgt is een eerlijk antwoord. De man draait er niet omheen en zegt dat hij Legioen heet (want vele geesten waren in hem gevaren). Hij wordt door Jezus bevrijdt. De reactie van de omstanders als ze hem even later gekleed en bij zijn volle verstand bij Jezus zien zitten, is interessant. Ze zijn bang! Waarom? Stel je voor dat Jezus het ook bij mij doet. Dan moet ik eerst mijn naam noemen en weet iedereen dat ik niet zo vrij was als ik pretendeerde te zijn! Een ontmoeting met Jezus zou best wel eens tot bevrijding kunnen leiden! Dat is iets waar dat we enerzijds willen maar tegelijk bang voor kunnen zijn omdat alles wat je dacht te hebben; al je zekerheden dan wegvallen, je nieuwe kleren krijgt en met een ziel die verkleeft met Gods hart het leven anders gaat zien en beleven.

24 december 2009

De meerderheid heeft gelijk

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Stel je voor dat er vierhonderd profeten, die allen in de naam van God spreken, "A" zeggen en er is er een, nummer vierhonderd en een, die "B" zegt. Wie moet ik geloven?
Twee koningen willen samen een vijand in de pan hakken en het lijkt hen wijs om eerst de Heer te raadplegen om te voorkomen dat ze zelf in de pan worden gehakt. Een van de koningen lijkt het woord van de vierhonderd profeten niet helemaal te vertrouwen en vraagt aan z'n collega of er niet nog ergens een profeet is. Die is er wel maar de collega koning heeft een hekel aan die profeet omdat hij nooit iets goeds over hem profeteert. De betreffende profeet wordt, ondanks het gesputter van de collega koning, opgetrommeld en jawel hoor, het is weer raak; hij laat in niet mis te verstane woorden weten dat het slecht met Israël en Juda af zal lopen als ze besluiten om ten strijde te trekken. Het levert de profeet (Micha) een pak slaag en gevangenschap op.
Als ik er bij was geweest had het pak slaag en de gevangenneming van Micha mij gesterkt in het geloof in de vierhonderd. Als Micha in de naam van de Heer zou spreken, zou de Heer toch wel voor hem opkomen? Bovendien, het kan toch niet zo zijn dat er onder die vierhonderd profeten geen enkele is die de koningen niet naar de mond wil spreken maar opdracht naar God luistert en Zijn woorden doorgeeft.

Ik weet dat ik gevoelig ben voor de stem van de meerderheid en heb best wel moeite om echt goed te begrijpen wat God zegt. Hoe weet ik of een profeet betrouwbaar is? Enkele hoofdstukken verderop stelt de leviet Jachazael koning Josafat, die aangevallen wordt door een grote legermacht, gerust met de woorden: "dit is niet jullie strijd, maar die van God."
Er is natuurlijk een verschil tussen zelf aanvallen en aangevallen worden maar om altijd en in alles Gods stem, plan en bedoeling te begrijpen, is best wel lastig.
(N.a.v. 2 Kronieken 18 en 20)


Josafat's triomf over Adad, koning van Syrie door Jean Fouquet (omstreeks 1470)


23 december 2009

Samen (3)

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Zending, One man show of Joint Venture?
Deel 3 van 3

Paulus gebruikt drie verschillende woorden of metaforen om uitdrukking te geven aan wat het betekent om als een team werken.

Sunathleo

Fil. 1:27 “Maar let erop dat u zich altijd zo gedraagt als christenen past. Laat ik, of ik u nu terugzie of niet, altijd goede berichten over u mogen horen; dat u één van hart en ziel bent en dat u zich volledig inzet voor het geloof en het goede nieuws.

Fil. 4:3 “Aan u, mijn toegewijde reisgenoot, vraag ik hun te helpen. Deze vrouwen hebben zich immers met mij ingespannen om het goede nieuws bekend te maken, net als Clemens en mijn andere medewerkers, van wie de namen staan opgeschreven in het Boek van het leven”.

Probeer je hier de renbaan voor te stellen. We lopen met elkaar de wedloop. De een trekt zich aan de ander op en de ander houdt zich wat in omwille van de ander. Het is het idee dat je samen dezelfde afstand aflegt, dezelfde reis maakt en dus hetzelfde doel voor ogen hebt.

Sunergos

1 Cor 3:9 “Wij zijn Gods medewerkers en u bent Gods akker. Of anders gezegd: Gods gebouw”.
Rom. 16:3 “Doe de groeten aan Prisca en Aquila die, net als ik, voor Christus Jezus werken”.

Als we denken aan werk, denken we aan taken. We werken aan de totstandkoming van een product maar werken vaak aan verschillende onderdelen.
Neem het vers waar staat dat Paulus zegt dat we Gods medewerkers zijn. We hebben hetzelfde product voor ogen, de redding van zielen, maar de taken zijn verschillend.

Opnieuw ligt de nadruk op samen!

Koinonia

Misschien wel het sterkste woord dat Paulus gebruikt.
Fil. 1:4 “Als ik voor u bid, is mijn hart vol vreugde over de geweldige medewerking die u hebt gegeven aan het bekendmaken van het goede nieuws, vanaf de dag dat u het voor het eerst hoorde tot nu toe”.

We komen Koinonia tegen als een van de kenmerken van de gemeente. Hand. 2:42 “Zij bleven trouw aan wat de apostelen hun leerden en gingen als een grote familie met elkaar om. Zij kwamen vaak samen voor de maaltijd van de Here en voor gebed”.

De bepalende factoren bij Koinonia

· Hand in hand Gal 2:9 elkaar de broederhand reiken (“de rechterhand in gemeenschap”)

· Deelgenoot maken (Fil 1:7-8 “met elkaar deelhebben aan…):

Tenslotte: het resultaat.

Terug naar Handelingen 13. Wat is het resultaat van deze teamgerichte activiteiten?
De achterblijvende leerlingen waren vervuld van vreugde en van de heilige geest (52). Paulus mag dan de man op de voorgrond zijn geweest, zonder een groot team van medewerkers zou hij dit resultaat nooit hebben kunnen bereiken.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...