29 december 2009

Geef Ons Nu Brood (1-5)

Het “Onze Vader” in Matteüs 6 staat ingeklemd tussen Jezus’ instructies over het geven, vasten, het verzamelen van schatten op aarde of in de hemel en maakt deel uit van het onderwijs over de ‘grondwet’ van het Koninkrijk van God in de hoofdstukken 5, 6 en 7.

Jezus geeft Zijn onderwijs vanuit een ontkenning. Als je geeft, vast, bidt, doe het dan niet sus, maar zo. Vervolgens is er dan een bevestiging: zo werkt het in het KvG.

Dat ‘sus’ was wat met er in de praktijk van te zien kreeg.

De geleerden en experts waren de voorbeelden die de Joden hadden. En, als het gezag zegt dat iets op een bepaalde manier moet, zal de meerderheid daarin toch wel volgen. Het juk dat de experts de Joden oplegden was te zwaar voor ze. De uitnodiging van Jezus om tot Hem te komen en Zijn juk op te nemen staat dan ook in deze context.

Het bidden was voor een belangrijk deel een show. “De huichelaars staan graag in de synagogen en op de hoeken van de pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen” (6:5). De heidenen voegden daar nog een element aan toe: Omhaal van woorden; “zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden” (:7).

Ook het geven wordt door Jezus bekritiseerd. In Jezus tijd geloofde men dat het geven van aalmoezen door God werd beloond.[1] Weldoeners lieten letterlijk hun komst voor zich uit bazuinen. De armen kwamen op het bazuingeschal af en de weldoener ontving publieke erkenning. Jezus stelt ontnuchterend dat deze weldoeners daar niets in de hemel mee verdienen. “Ze hebben hun loon reeds”; ze worden achtervolgd door paparazzi en mogen in talkshows hun verhaal komen doen.

Jezus had regelmatig confrontaties met de geestelijker leiders van het volk die enerzijds snel klaarstonden om prostituees, overspeligen, tollenaars, Samaritanen en zondaren (Lukas heeft het over zondaren zonder verder te specificeren) te oordelen en tegelijkertijd blind waren voor hun eigen zondigheid, trots (op hun geestelijkheid) en arrogantie. Deze laatste manifestaties van zonde zijn vaak subtieler en verraderlijker en worden daarom door Jezus nadrukkelijker belicht omdat ze net zo goed deel uitmaken van onze verlorenheid en gebrokenheid en waarvan we genezen moeten worden.

Jezus stelt als tegenhanger voor dat we de stilte en de onzichtbaarheid opzoeken. Waarom?

Ons publieke leven is vaak zo anders dan ons innerlijke leven. In de stilte van de binnenkamer komt onze ware aard naar boven. Daar komen we onze ware zelf tegen. We gedragen ons allemaal anders als we onder de mensen zijn. Als je alleen bent hoef je niet langer een rol te spelen.

Bill Hybels schreef een boekje “Wie je bent als niemand kijkt”. De titel alleen al zegt genoeg.

Velen van ons zouden zich diep schamen als dat wat we doen als niemand kijkt hier plotseling op een scherm geprojecteerd zou worden.

Als je afgezonderd in de binnenkamer God zoekt, begin je te begrijpen wat een geestelijk leven is! In de binnenkamer kan ons hart zich niet verstoppen en komen we tot God zoals we zijn; met onze twijfels, vragen, desillusie, boosheid, zorgen en noem maar op.



[1] In de eerste eeuw na Christus vroeg Tineius Rufus, de gouverneur van Judea eens aan Akiba, een rabbi, “Als God de armen liefheeft, waarom zorgt hij dan niet voor ze?” Akiba antwoordde dat God de zorg voor de armen aan de Joden had toevertrouwd zodat door hun barmhartige daden de Joden niet in de hel zouden komen.


26 december 2009

Bevrijding! (II)

Mat. 1:23 “‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’.

We leven in een verre van perfecte wereld. Dromen we allemaal niet van geluk, gezondheid, veiligheid? Naast de bevrijding door Jezus hebben we nog iets nodig. Immanuël, God met ons.

Hoe overleven we in een onvolmaakte wereld waarin we allemaal met verlies, lijden, onrecht, ziekte en dood te maken krijgen?
De antwoorden op de grote levensvragen zijn niet eenvoudig. Een paar dagen terug keek ik naar de laatste uitzending van Het Elfde Uur. In plaats van dat Andries Knevel presenteerde werd hij door anderen ondervraagd. De laatste die hem ondervroeg was Hennie Huisman. Hij vroeg Andries, de man die altijd een antwoord klaar heeft, “als je bij God komt wat zou dan je eerste vraag zijn?” Andries moest even denken maar tot mijn grote geruststelling zei hij: “Waarom?”

Kerst lost niet al onze vragen op maar geeft ons twee zaken: Bevrijding en Immanuël. Geen waterdichte antwoorden op onze vragen maar God die in ons lijden, verdriet, sterven en onze ziekte bij ons wil zijn.
Ik herinner me een ontmoeting die Martha en ik hadden met een oudere vrouw die kanker had en door de doktoren was opgeven. Van tevoren was ik gewaarschuwd dat ze helemaal niets met het geloof had en dat ze een antipathie had tegen alles wat met het geloof had te maken. Een half uur in ons gesprek besloot ik om het toch maar eens over God te hebben. Er volgde een emotionele vulkaanuitbarsting aan pijn, verdriet en vragen. Later ging ze gretig in op onze vraag of we met haar mochten bidden. Ze greep ons vast en we baden. Mijn gebed was heel simpel dat God zich als Immanuël wilde laten zien in de korte tijd die haar nog restte. Enkele weken later belde ik haar op. Ze was de Bijbel die ik bij haar achter had gelaten gaan lezen en werd vooral aangesproken door de Psalmen. Niet zo vreemd als je bedenkt dat de psalmisten veel vragen stellen en er ook niet altijd een helder antwoord komt. Wat wel duidelijk wordt is Immanuël.

In twee verzen komen we de roepnaam en de hemelse naam van Christus tegen: Jezus en Immanuël. Die gaan samen. Zonder de erkenning van Immanuël is Jezus alleen maar een profeet. De erkenning van Immanuël is de belijdenis dat Hij Gods oplossing is voor een aan het stof klevende ziel. Dat kleine baby’tje is in staat om ons te helpen, ons los te maken zodat we waarachtig kunnen leven!

Samuel Bak, Adam & Eve, 2000, crayon and oil on brown paper

25 december 2009

Bevrijding! (I)

Mat. 1:22 “Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.

Stel je voor je bent God. Je hebt de wereld en de mensen ontworpen en geschapen in de verwachting dat die mensen er voor zouden kiezen om jou als schepper te eren en in alles rekening met je te houden; te leven overeenkomstig het door jou bedachte ontwerp. Maar, tot je grote verrassingen keert je eigen schepping zich tegen je en besluit dat ze je niet nodig heeft. Echtscheiding is het gevolg. De schepping is blij van haar maker af te zijn en gaat met frisse moed op pad. Af en toe, vooral in tijden van nood, wordt het instructieboekjes geraadpleegd en pogingen gedaan om weer samen op te trekken. Echter, de schepping blijft steeds weer weglopen ondanks de avances van de schepper aan wie het alles is gelegen om verzoend te worden met zijn schepping.

Na eeuwenlang getob grijpt de schepper in. Geheel tegen de verwachting is grijpt hij niet met geweld in maar in zwakte. Hij komt naar ons toe in een kribbe. Onschuldiger en kwetsbaarder kan het niet. Hij komt als bevrijder! Hoe doet hij dat?

Ten eerste doet hij dat door voor te doen hoe zo’n leven in relatie tot de schepper er uitziet. Door naar Jezus te kijken ontdekken we hoe God het leven heeft bedoeld en het interessante is dat een leven in volkomen afhankelijkheid van God geen watje van Jezus maakt. Integendeel. Als je het leven van Jezus bestudeert zie je dat Hij bijzonder sterk was. Hij had geen last van een minderwaardigheid- of meerderwaardigheidscomplex. Hij had zijn levenswortels diep uitgeslagen in Zijn hemels vader en kon daardoor mens zijn zoals God het bedoelde. Hij liet zich niet opjagen, nam genoegen met het meest noodzakelijke, was altijd op anderen gericht en had zoveel innerlijke vrede dat hij deze nog kon uitdelen ook.

Ten tweede. De Joden leefden in bezet gebied en verwachtten een Messias, die hen zou bevrijden van de Romeinse overheersing. Maar daar leek Jezus niet zo in geïnteresseerd te zijn. Zijn interesse lag in de innerlijke bevrijding van de mens; de losmaking van de ziel die, in plaats van op God aangesloten te zijn, zijn heil zoekt in autonome zelfverwerkelijking. Dat leidt altijd tot vereenzaming, vervreemding en isolatie.

Nu worden wij momenteel niet overheerst door de Romeinen maar er zijn tal van zaken in onze samenleving die ons ongezond kunnen beheersen. In gesprekken van hart tot hart komen we eigenlijk altijd wel tot de erkenning dat we vrijheid tekort komen.

Ik moet denken aan de ontmoeting die Jezus eens had met een man die door demonen bezeten was. Jezus vroeg hem “wat is uw naam.” Eigenlijk een wat vreemde vraag voor iemand die God claimt te zijn. Toch wil Jezus dat de man Hem antwoord geeft. Het antwoord dat Jezus krijgt is een eerlijk antwoord. De man draait er niet omheen en zegt dat hij Legioen heet (want vele geesten waren in hem gevaren). Hij wordt door Jezus bevrijdt. De reactie van de omstanders als ze hem even later gekleed en bij zijn volle verstand bij Jezus zien zitten, is interessant. Ze zijn bang! Waarom? Stel je voor dat Jezus het ook bij mij doet. Dan moet ik eerst mijn naam noemen en weet iedereen dat ik niet zo vrij was als ik pretendeerde te zijn! Een ontmoeting met Jezus zou best wel eens tot bevrijding kunnen leiden! Dat is iets waar dat we enerzijds willen maar tegelijk bang voor kunnen zijn omdat alles wat je dacht te hebben; al je zekerheden dan wegvallen, je nieuwe kleren krijgt en met een ziel die verkleeft met Gods hart het leven anders gaat zien en beleven.

24 december 2009

De meerderheid heeft gelijk

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Stel je voor dat er vierhonderd profeten, die allen in de naam van God spreken, "A" zeggen en er is er een, nummer vierhonderd en een, die "B" zegt. Wie moet ik geloven?
Twee koningen willen samen een vijand in de pan hakken en het lijkt hen wijs om eerst de Heer te raadplegen om te voorkomen dat ze zelf in de pan worden gehakt. Een van de koningen lijkt het woord van de vierhonderd profeten niet helemaal te vertrouwen en vraagt aan z'n collega of er niet nog ergens een profeet is. Die is er wel maar de collega koning heeft een hekel aan die profeet omdat hij nooit iets goeds over hem profeteert. De betreffende profeet wordt, ondanks het gesputter van de collega koning, opgetrommeld en jawel hoor, het is weer raak; hij laat in niet mis te verstane woorden weten dat het slecht met Israël en Juda af zal lopen als ze besluiten om ten strijde te trekken. Het levert de profeet (Micha) een pak slaag en gevangenschap op.
Als ik er bij was geweest had het pak slaag en de gevangenneming van Micha mij gesterkt in het geloof in de vierhonderd. Als Micha in de naam van de Heer zou spreken, zou de Heer toch wel voor hem opkomen? Bovendien, het kan toch niet zo zijn dat er onder die vierhonderd profeten geen enkele is die de koningen niet naar de mond wil spreken maar opdracht naar God luistert en Zijn woorden doorgeeft.

Ik weet dat ik gevoelig ben voor de stem van de meerderheid en heb best wel moeite om echt goed te begrijpen wat God zegt. Hoe weet ik of een profeet betrouwbaar is? Enkele hoofdstukken verderop stelt de leviet Jachazael koning Josafat, die aangevallen wordt door een grote legermacht, gerust met de woorden: "dit is niet jullie strijd, maar die van God."
Er is natuurlijk een verschil tussen zelf aanvallen en aangevallen worden maar om altijd en in alles Gods stem, plan en bedoeling te begrijpen, is best wel lastig.
(N.a.v. 2 Kronieken 18 en 20)


Josafat's triomf over Adad, koning van Syrie door Jean Fouquet (omstreeks 1470)


23 december 2009

Samen (3)

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Zending, One man show of Joint Venture?
Deel 3 van 3

Paulus gebruikt drie verschillende woorden of metaforen om uitdrukking te geven aan wat het betekent om als een team werken.

Sunathleo

Fil. 1:27 “Maar let erop dat u zich altijd zo gedraagt als christenen past. Laat ik, of ik u nu terugzie of niet, altijd goede berichten over u mogen horen; dat u één van hart en ziel bent en dat u zich volledig inzet voor het geloof en het goede nieuws.

Fil. 4:3 “Aan u, mijn toegewijde reisgenoot, vraag ik hun te helpen. Deze vrouwen hebben zich immers met mij ingespannen om het goede nieuws bekend te maken, net als Clemens en mijn andere medewerkers, van wie de namen staan opgeschreven in het Boek van het leven”.

Probeer je hier de renbaan voor te stellen. We lopen met elkaar de wedloop. De een trekt zich aan de ander op en de ander houdt zich wat in omwille van de ander. Het is het idee dat je samen dezelfde afstand aflegt, dezelfde reis maakt en dus hetzelfde doel voor ogen hebt.

Sunergos

1 Cor 3:9 “Wij zijn Gods medewerkers en u bent Gods akker. Of anders gezegd: Gods gebouw”.
Rom. 16:3 “Doe de groeten aan Prisca en Aquila die, net als ik, voor Christus Jezus werken”.

Als we denken aan werk, denken we aan taken. We werken aan de totstandkoming van een product maar werken vaak aan verschillende onderdelen.
Neem het vers waar staat dat Paulus zegt dat we Gods medewerkers zijn. We hebben hetzelfde product voor ogen, de redding van zielen, maar de taken zijn verschillend.

Opnieuw ligt de nadruk op samen!

Koinonia

Misschien wel het sterkste woord dat Paulus gebruikt.
Fil. 1:4 “Als ik voor u bid, is mijn hart vol vreugde over de geweldige medewerking die u hebt gegeven aan het bekendmaken van het goede nieuws, vanaf de dag dat u het voor het eerst hoorde tot nu toe”.

We komen Koinonia tegen als een van de kenmerken van de gemeente. Hand. 2:42 “Zij bleven trouw aan wat de apostelen hun leerden en gingen als een grote familie met elkaar om. Zij kwamen vaak samen voor de maaltijd van de Here en voor gebed”.

De bepalende factoren bij Koinonia

· Hand in hand Gal 2:9 elkaar de broederhand reiken (“de rechterhand in gemeenschap”)

· Deelgenoot maken (Fil 1:7-8 “met elkaar deelhebben aan…):

Tenslotte: het resultaat.

Terug naar Handelingen 13. Wat is het resultaat van deze teamgerichte activiteiten?
De achterblijvende leerlingen waren vervuld van vreugde en van de heilige geest (52). Paulus mag dan de man op de voorgrond zijn geweest, zonder een groot team van medewerkers zou hij dit resultaat nooit hebben kunnen bereiken.

22 december 2009

Samen (2) Doing "IT"

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Zending, One man show of Joint Venture?
Deel 2 van 3

Binnen de sociale/culturele/technologische context

Paulus maakte maximaal gebruik van de kennis die hij had over zijn doelgroep. Zo gebruikt hij het altaar dat aan de onbekende God is gewijd, als opstapje voor het Evangelie (Hand. 17:16-23).

Communicatie en automatisering zijn begrippen en praktijken die kenmerkend en bepalend zijn voor de tijd waarin we leven. Met de zegeningen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen zijn er natuurlijk ook de mindere kanten. Informatie overload, afhankelijkheid van technologie, de steeds minder worden noodzaak om als teams te werken en zo kunnen we nog wel het een en andere bedenken.

Feit is dat we als christenen midden in deze wereld leven en bewegen en ons moeten beraden hoe we maximaal gebruik kunnen maken van deze ontwikkelingen, ons daarbij voortdurend afvragend hoe we deze kunnen gebruiken om effectiever onze visie en roeping gestalte te geven. De wereld waarin wij leven maakt de rekrutering van IT werkers noodzakelijk. Dat is best wel lastig en binnen onze organisatie is dit een van de grootste uitdagingen. Hoewel er ruim voldoende capabele IT werkers zijn zijn goede IT werkers die de stap naar geloofszending willen maken spaarzaam. Ik denk dat er twee redenen voor zijn. Ten eerste wordt IT werk niet meteen als zendingswerk beschouwd en ten tweede is de afweging van een goed salaris tegen geloofszending voor velen een brug te ver. Echter, in het licht van zelfs een oppervlakkige studie van Paulus' benadering en praktijk, is elke ondersteunende taak in het bereiken van de onbereikten, niet alleen noodzakelijk maar ook waardevol!

Nu zijn er best wel gelovigen die lijden aan wat ik valse nostalgie noem; de romantische zucht naar het verleden toen alles heerlijk langzaam ging en je nog de tijd kon nemen om brieven te beantwoorden, er alleen met contact geld werd gewerkt en een telefoontje plegen een kostbare onderneming was. Die tijden zullen echter niet terugkeren en we moeten ook als zendingsorganisatie met onze tijd mee. En we doen dit met elkaar. Een IT werker zal dan niet zozeer op de voorgrond werken, zonder zijn expertise en inspanningen zullen we a) geen nieuwe werkers meer aan kunnen trekken omdat de nieuwe communicatie een gegeven is en b) ons werk niet veel langer kunnen voortzetten.

Morgen: Drie Bijbelse modellen voor teamwork.

21 december 2009

Samen

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Zending, One man show of Joint Venture?
Deel 1 van 3

Teamwerk
Als je het boek handelingen leest, aan welke namen denk je dan?
Waar we vaak aan voorbijgaan is dat het werk van deze mannen een knap staaltje van teamwerk was. In Handelingen vinden we onder andere Johannes die meereisde, verder Lucas die niet alleen meereisde maar ook de dagelijkse Blog schreef en Timoteus die later als stagiaire aan het team wordt toegevoegd. We lezen over Johannes Marcus die eerste een valse start maakt maar later een betrouwbaar medewerker wordt, we lezen over mannen en vrouwen die zich tijdelijk bij het team voegden. Daarnaast vinden we anderen die de collecte voor Jeruzalem coördineren (1. Cor. 3:), brieven van Paulus en mondelinge boodschappen aan kerken in de regio bezorgen (1 Thes. 3:6, 1 Cor. 4:17, 2 Cor. 7:6-15, Fil. 2:19-23, Col. 4:7-, Ef. 6:21-22) en lezen we over secretarieel medewerkers (Rom. 16:22) en medische staf (Col. 4:14).
Als je het aantal potentiële medewerkers die in zijn brieven worden genoemd en die Paulus financieel of op andere manier ondersteunden bij elkaar optelt kom je uit op om en nabij de veertig personen.

Nooit alleen
Lichaam van Christus kent vele leden, de vele leden vormen samen een lichaam.
Een solist in het lichaam van Christus is een contradictio in terminus.
Wanneer we iemand horen zeggen “ik heb niemand nodig” en/of “alleen God is belangrijk voor mij” is dat zo’n beetje synoniem voor terugval, trots, eerzucht, en blindheid. Het is het niet onder ogen willen zien van Gods orde voor de mens. God zelf stelde dhet patroon van "samen" vast. Alles was goed, totdat God zag dat Adam alleen was: “het is niet goed voor de mens dat hij alleen zij”.
In het OT leren we wel profeten kennen die individueel optraden, maar dat was eerder uitzondering dan regel. God riep die enkeling om buitengewone dingen te doen om het volk wakker te schudden, te provoceren. Maar, de prijs was hoog! Denk aan Elia na zijn optreden op de Karmel. Hij leed aan depressies omdat hij dacht er alleen voor te staan.

Als je het NT leest, ontdek je dat er altijd in teams wordt geleefd en gewerkt. Ook de Here Jezus had mensen om zich heen nodig; vrienden, partners, gelijkgezinden. Het maakte Zijn werk lichter.
Paulus had voortdurend mensen om zich heen. Zelfs als hij in Rome gevangen zit zijn er nog medewerkers die binnen en/of buiten de muren klaar staan om namens of samen met Paulus de hand aan de ploeg te slaan.

Team is niet altijd “fijn” maar nog steeds noodzakelijk.
Het is Gods ontwerp voor de mens!
Werken met een team betekent dat je dingen tegenkomt waar je misschien liever voor weg zou lopen. Ook binnen het lichaam van Christus is het niet altijd koek en ei. Waar samengewerkt wordt, zullen mensen en meningen met elkaar botsten. Paulus maakt daar een staaltje van mee in Handelingen 15 waar enkele discipelen uit Judea kritische inzichten delen over het heidenenbeleid. Ze vonden dat die heidenen die Jezus wilden volgen zich moesten laten besnijden anders zouden ze niet gered zijn. Een felle woordenstrijd volgt en mondt uit in het eerste apostelconcilie.

Morgen: Werken binnen de sociale, culturele en technologische kontekst.

18 december 2009

Moreel Dilemma

Klik hier voor onze meest recente nieuwsbrief.

Ik lees iedere maand Internationale Samenwerking. In deze blog een column van Marcia Luyten. Ik vind het dilemma steengoed verwoord. Hoe help je iemand nu het best?
Je moet even op het plaatje klikken om het te vergroten zodat je het kunt lezen.



17 december 2009

CO2 vriendelijk vergaderen

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief. De inkt is al aan het opdrogen.

Zojuist een GoToMeeting conference call gehad met collega's uit Engeland, Schotland, Amerika, Canada en de Emiraten. Het vraagt wat discipline omdat niemand ziet wat je uitspookt. Je kan zomaar weglopen en andere dingen gaan doen, maar dat is niet echt het doel van zo'n vergadering.
Kopenhagen zou trots op ons zijn; geen gevlieg of ander gereis.
Aan de andere kant, het is wel een beetje een hype geworden en de rekensommetjes die mij een schuldgevoel aancommuniceren roepen bij mij wel wat vragen op. Mijn 29 jaar oude auto bijvoorbeeld zou 3000 kilo CO2 uitstoten bij 15.000 km per jaar (dat is 2000 liter LPG). Dat is bij mij ongeveer 1,4 kilo op een liter gas. De CO2 uitstoot is dus hoger dan het gewicht van de brandstof. Dat snap ik niet. Misschien dat iemand mij dat uit kan leggen. Zelfs als ik er de belasting voor het milieu tijdens de productie van de auto, de uitstoot doordat ik ademhaal en af en toe een windje laat, bij optel vind ik het nog aan de hoge kant.
Ik ben ooit begonnen aan een cursus Praktijkdiploma boekhouden. Na de eerste avond heb ik besloten om nooit meer terug te gaan. De eerste avond werd mij al duidelijk dat iets wat je niet hebt toch aan de pluskant kan staan en andersom. Dat gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Zoveel creativiteit heb ik eenvoudigweg niet.

16 december 2009

Big Brother

Gisteren op de tv een clip over Wychen dat ik rep en roer is omdat de gemeente de afvalcontainers van een chip heeft voorzien. De angst slaat de mensen om het hart. Wat weten ze allemaal van mij en mijn afval beleid? Misschien tappen ze mijn pincode wel af! Weet de gemeente dat ik glas in de container doe en veel te veel etensresten weggooi? Houden ze misschien extra in de gaten? Is het geen verkapte controle?
De gemeente Wychen meldt: Om kosten te besparen zijn de nieuwe containers voorzien van een elektronische chip en een adressticker. De chip is bedoeld om de registratie van de containers op orde te hebben en te houden. Het invoeren van de chip betekent niet dat de gemeente de containers gaat wegen. Wel wordt op deze manier het illegaal aanbieden van afval tegen gegaan. De chip zorgt er voor dat de vuilniswagen weet bij welk adres de container hoort. U kunt voortaan uw container alleen nog in uw eigen straat of clusterplaats aanbieden. De sticker op de container zorgt er voor dat u uw eigen containers makkelijk kunt herkennen.

Voor het chiptijdperk plakten we stickers met onze adressen op diezelfde containers of verfden er ons huisnummer op. Ik had dan altijd mijn schone, glimmende container weer terug en de buren hun vuile en stinkende. Misschien maakte het gevoel van controle die wij er zelf over hadden het anders.

Google Maps is leuk. Streetview is gaaf. De Google Map Auto met apparatuur moet in onze straat hebben gereden net toen ik de straat binnenreed en mijn auto uitstapte (klik hier). Ik heb daar niet zo'n moeite mee. Iedereen mag zien dat ik wat grijzer wordt en in een 29 jaar oude auto rijdt.

Ik snap het recht op privacy en dat ongevraagde, dus onrechtmatige inmenging, onjuist en onethisch is. Maar tegelijkertijd zegt het wat over de mens. Allereerst is er de angst dat anderen misbruik maken van de informatie die ze over mij vergaren. Er zijn genoeg voorbeelden hiervan. Als ik iets over jou weet waarvan jij niet wilt dat anderen dat weten heb ik een zekere macht over je. En dat voelt niet lekker. Het kan tegen je gebruikt worden.
Ten tweede is er het fenomeen van het verborgen leven en dat wil ik angstvallig voor anderen verstoppen. Ik wil de schijn ophouden dat ik een gemiddeld, normaal mens ben. De dingen die ik in het donker doe, gaan niemand wat aan. Ik denk dat de meeste mensen wel iets hebben waarvoor ze zich schamen en als dat iets aan het licht zou komen is schaamte of schuld het gevolg.

Ik vind het een enorme geruststelling dat God alles over en van mij weet. Zelfs de diepste, donkerste gedachten zijn voor Hem een open boek. En Hij gebruikt het niet eens tegen mij maar nodigt mij uit om ermee naar het kruis van Golgotha te gaan waar Christus het allemaal op zich wil nemen; meeneemt naar de dood. Wat een geweldig nieuws dat er een plek is waar ik met mijn schuld en schaamte naar toe kan gaan en dat zelfs elke mogelijke beschuldiging tegen mij wordt uitgewist. Ik mag leven, fris en vrij met het uitzicht op een eeuwige toekomst met en bij Hem.
In dat licht stelt die Chip niets voor.

Misschien is het beter om het niet langer over God te hebben. Geeft alleen maar gedoe.

Mijn werk is nogal verweven met het gebruik van het woord God. Een zendingsorganisatie houdt zich immers bezig met de export, uitleggingen, ...