16 augustus 2009

Waarom nieuwsbrieven

Lees hier onze meest recente nieuwsbrief.

Vandaag spreek ik weer eens ouderwets in twee verschillende diensten. Vanmorgen in de uitzenddienst van Rebecca van der Sluis in de Evangelische Gemeente De Driehoek te Bleiswijk en vanavond tijdens de zogenaamde Hoop Praise in Dordrecht. Ik heb er echt zin in en zie er naar uit om volgend jaar weer meer tijd aan het spreken te kunnen geven.
Zoals je bovenaan deze blog ziet is onze tweemaandelijkse nieuwsbrief weer geschreven. Nummer 125. Dat betekent dat we nu 250 maanden bij OM werken omdat ik vanaf het begin elke 15e van de even maanden een nieuwsbrief schrijf. Ik heb het een keer overgeslagen maar heb me daar meteen van bekeerd en mezelf beloofd dat ik het altijd trouw zal blijven doen. Het is altijd veel werk omdat ik de brief vervolgens naar het Engels vertaal.
Waarom zo "fanatiek" die brieven schrijven? Het is simpel. Ook al zijn we in dienst van Operatie Mobilisatie, onze financiën worden opgebracht door een vriendenkring die bestaat uit mensen die geloven in het werk dat we doen en die mensen zijn dan ook, in strikte zin, onze opdrachtgevers. Aan je opdrachtgever leg je verantwoording af. Vandaar die brieven dus.
Nu zou dat brieven schrijven niet beperkt moeten zijn tot christeleijke werkers die voor hun inkomen afhankelijk zijn van giften. Ik heb vrienden die een "normale" baan hebben en toch een jaarlijkse brief schrijven voor vrienden en kennissen. Ik vind dat een heel goed idee. In een paar minuten ben je bijgepraat over de stand van zaken.

13 augustus 2009

Leven vanuit "Wat is"

Veel mensen leven vanuit de illusie dat wanneer de gewenste "hogere lat" is bereikt, ze eindelijk zullen kunnen vliegen. Ze pijnigen zichzelf door te vliegen met te korte vleugels: "als m'n vleugels een beetje groter zouden zijn, zou alles goed komen."
Maar wij moeten leven met "wat is." De Israëlieten voedden zich met manna terwijl ze onderweg waren naar het beloofde land. Manna betekent, "wat is." Ze wisten niet wat het was dus daarom noemden ze het, "wat is." Ze leefden van "wat is." Jij en ik moeten leven van "wat is." Het alternatief is sterven. "Wat is" houdt ons in leven en niet "wat zou moeten zijn." De Israëlieten werden al snel moe van "wat is." maar het onderhield hen totdat ze in het beloofde land aankwamen. Jij en ik kunnen ook wel eens moe worden van "wat is" maar we moeten ermee leren leven totdat ook wij in het beloofde land aankomen.
"Heer, ik vraag U niet om een speciale behandeling. Ik vraag U om kracht om om te gaan met alles wat op mijn weg komt en dat in mijn voordeel te gebruiken."
Naar: Stanley Jones: "The Way", 1956

11 augustus 2009

Down Under

Nog een maand en ik vertrek voor een maand naar Australie. Ik heb er heel veel zin in. Vier Life Direction weekenden achter elkaar in Adelaide, Sydney, Melbourne en Geelong. Vanmorgen weer wat wijzigingen aangebracht in de tekst van het 40 pagina tellende werkboek. terwijl ik het doorlas realiseerde ik me dat ik de tekst eigenlijk helemaal opnieuws zou moeten schrijven. De laatste versie is van 2005 en in de afgelopen vier jaar ben ik verder gekomen op mijn pelgrimsreis. Over enkele zaken ben ik genuanceerder gaan denken en ik zag ook dat er nog veel te veel jargon wordt gebruikt (door mij). Diep ingesleten, leerstellige paden waar mijn voorvaderen voor hebben gevochten en waar velen hun leven voor gaven worden door mij opnieuw bevraagd.
Aarzeling. Wie ben ik nu eigenlijk? Wat denk ik eigenlijk wel te weten? Die mannen (want dat waren het vooral) waren vele malen slimmer dan ik ben of ooit zal worden en zouden toch wel weten wat ze deden toen ze de leerstellingen omtrent de drie-eenheid, uitverkiezing, de totale verdorvenheid van de mens, de wil van God, de positie van de vrouw enzovoorts, minutieus uitdokterden en in formules vastlegden? Durf ik er vragen over te stellen? Ik doe het toch maar. Voorzichtig.

10 augustus 2009

Hangen en types

Een top weekend was het niet. Sinds lange tijd weer eens serieuze hoofdpijn gehad. Beetje hangen op de bank, wat DVD's kijken en boeken lezen. De laatste pijn heb ik vanmorgen weggeparacodt en nu hang ik half verdoofd weer achter m'n beeldscherm.

Een van de boeken die ik aan het lezen ben is "The Gospel of Ruth" van Carolyn Custis James. De subtitel klinkt veelbelovend: "Loving God enough to break the rules." Het is met stip een van de betere exposities van dit geweldige bijbelboek. Ze vergelijkt het leven en de ellende van Naomie met dat van Job en er zijn heel wat parallellen. Naomi stelt dat God haar heeft verlaten en de reactie van Ruth daarop is een reactie van hoop en geloof omdat ze die God wil volgen!
Er staat veel in het boek Ruth wat wij voor lief hebben leren nemen. De reden hiervoor is dat we in het Westen geprogrammeerd zijn om de Bijbel op een eenzijdige manier te lezen. Een van die programma's is dat van de typologie. We lezen het boek door het brilletje dat ons opdraagt om Christus te zoeken. Wie is een type van wie? Boaz is dan Jezus, Ruth de heiden en Naomi zal waarschijnlijk Israël zijn, of zo. Het scenario heeft van tevoren al kleur en geluid gekregen. We gaan te snel voorbij aan de tragedie, de schaamte, de verlatenheid, de hopeloosheid en het breken van talloze regels. De reis naar het vinden van betekenis en zin is ook voor de gelovige een avontuur waar hoogten, en diepten, pijn en vreugde, hoop en hopeloosheid een werkelijke rol spelen. Die kunnen niet worden weggepoetst door een opgewerkt en verwacht optimisme. Het is van groot belang dat we op onze geloofsreis twijfel, vragen boosheid en teleurstelling weten te erkennen en verwoorden.
Ik heb een uitgever getipt en hoop dat het wordt vertaald. Het is een belangrijk boek dat ons bepaalt bij de werkelijkheid en hardheid van het leven. Job stierf, verzoend met God, maar met veel beantwoorde vragen. Ook Naomi krijgt niet al haar verlangde antwoorden.
Het is een verhaal over gebrokenheid en geloof. En dat is een belangrijke boodschap in een wereld die bevolkt wordt door talloze gebrokenen.

1795-William-Blake-Naomi-entreating-Ruth-Orpah

06 augustus 2009

Waar praten we over?

Regelmatig ga ik uit eten met voorgangers en gemeenteleiders. We vergelijken dan onze aantekeningen. Omdat ik momenteel interviews met tien voorgangers aan het uitwerken ben (ja, weer een andere opdracht), realiseerde ik me dat het eigenlijk altijd over een ding gaat: de uitdagingen van het kerkleiderschap.
Een gemeente leiden gaat niet vanzelf. De tien voorgangers noemen als grootste uitdagingen waar ze in hun kerk tegenaan lopen onder andere:
  • De traagheid van veranderingsprocessen
  • De angst om risico's te nemen
  • De pijn en verwondingen die mensen je aandoen
  • De weigering om conflicten op te lossen
  • De sobere vaststelling dat we als mensen consequent zijn in zelfgerichtheid
  • Het omgaan met verleiding op het terrein van seks en macht
  • De neiging om alles alleen te doen en weinig aandacht te hebben voor teambuilding
  • Hoe bijzaken de plaats innemen van de voornaamste taak van de kerk: getuigen van het Goede Nieuws
  • Verveling
Wat ik maar weinig hoor is hoe geweldig het allemaal gaat, dat alle neuzen dezelfde richting opstaan, dat alle gemeenteleden actief betrokken zijn bij een kring en zich actief uitstrekken naar Christusgelijkvormigheid. Hoewel, het duurt even voordat een gemeenteleider het echte verhaal vertelt. Aan de oppervlakte lijkt alles meestal wel aardig te gaan maar schijn bedriegt.
Ik zeg wel eens "leadership is a bitch." Iedereen wil tevreden gehouden worden en dat is totaal onmogelijk. Ieder gemeentelid heeft een uitgesproken idee over hoe de gemeente eruit zou moeten zien en is in min of meerdere mate ontevreden over de werkelijkheid. Die is altijd anders. Een verademing zijn die mensen, en ze zijn er gelukkig hoor, die zichzelf voldoende kunnen relativeren en zich geven, ondanks het feit dat het allemaal nog wel heel erg onvolmaakt is.

05 augustus 2009

De kerk als bedrijf

Onlangs sprak ik met een echtpaar dat full-time studentenwerk doet. Het christelijke studentenwerk is hartstochtelijk missionair en voor duizenden studenten is het werk van deze organisaties van eeuwig levensbelang geworden. Regelmatig spreek ik voor studentenvereniging en vraag dan steevast aan de studenten of ze, zonder het werk van deze organisaties nog zouden geloven in God. De helft steekt dan meest de hand op. Van levensbelang dus.
Kerken zouden m.i. veel meer moeten investeren in dit belangrijke zendingswerk dat in vrijwel alle steden wordt ondernomen.
Goed, terug naar het echtpaar. Ze worden ondersteund door een kerk die niet hun eigen kerk is. Hun eigen kerk heeft geen geld (lees: geen visie) voor deze cruciale bediening en heeft ervoor gekozen om de opgehaalde middelen in het eigen bedrijf te investeren. Het gebouw moet onderhouden, getweaked en, bij voorkeur, winstgevend geexploiteerd worden.
Regelmatig doe ik in mijn posts m'n beklag over het onbegrensde narcisme van de kerk. De zelfhandhaving staat centraal. Schaapjes moeten worden gemolken en de room gaat niet naar de hoofdtaak van het bedrijf.
Een relatief arme, maar heel grote gemeente in Zuid Afrika, heeft een aantal jaren geleden voldoende geld opgehaald om een vliegtuig te kunnen kopen voor de voorganger die zich nu comfortabel van de ene naar de andere conferentie verplaatst. Om deze "zegen van de Heer" in stand te houden, liggen de gemeenteleden krom. Tja, de zegen van de Heer is een behoorlijke kostenpost. Nooit geweten dat dit wel eens Gods prioriteit zou kunnen worden.

Mensen, we zijn de weg toch echt kwijt. Miljoenen lopen met open ogen rechtstreeks de eeuwige vuilnisbelt op, onderweg zich afvragend waar die rare gebouwen met puntdaken en grote parkeerplaatsen eigenlijk voor staan.
Een gebouw; afgelopen zondag noemde ik het een groot aantal kubieke meters lucht, gevangen in een cocon van baksteen en glas. En ja, we hebben zo'n ding nodig om bij elkaar te komen. Daar is niets mis mee, zolang de nadruk er niet op komt te liggen. Maar het gevaar is groot. Als ik "kerk" denk, denk ik aan de taak om de miljoenen zoekenden te bereiken met het levensveranderende Evangelie en zeker niet aan een bedrijf dat alle aandacht, energie en middelen opeist. Heer, vergeef ons!

03 augustus 2009

Ingegroeide teennagel

Ik maak wel eens grapjes (althans ik denk dat het grappig is) over ingegroeide teennagels. Bijvoorbeeld dat een gebedsbijeenkomst het niveau van bidden voor een oudtante die een goede kennis heeft die last heeft van een ingegroeide teennagel, regelmatig niet overstijgt. Dat is eigenlijk helemaal niet grappig, maar tragisch. Ogen kunnen op elkaar zijn gericht terwijl de harten gesloten blijven.
Stanley Jones schrijft over een omgewaaide boom. Door een speling van de natuur waren de wortels van de boom niet de diepte ingegaan maar waren gedraaid en naar binnen gegroeid met de dood als gevolg. Hij zegt naar aanleiding hiervan: "Het "zelf" dat zich aan iets heeft toegewijd, houdt het "zelf" in leven. Het "zelf" dat zichzelf als centrum van het leven ziet, verstikt zichzelf uiteindelijk."

We komen dit onnatuurlijke mechanisme op allerlei niveaus tegen. Personen die zichzelf tot centrum van het universum hebben verklaard en wier narcisme hen tot sociaal geisoleerden maakt, maar ook kerken die als belangrijkste agendapunt de eigen groei als doel hebben; de energie en bronnen die haar tot beschikking staat vooral op zichzelf richt. Het gevolg is dat de impact op haar directe omgeving nihil is.
Is het niet wrang dat veel kerken onevenredig veel tijd en andere middelen kwijt is aan triviale zaken met als gevolg dat er vrijwel niets overblijft voor de hoofdzaak (als mensen al weten wat deze dan is)?
Weggeven is Gods orde. Waar iemand zich aan die taak wijdt, is er gezonde groei en de kans op een ingegroeide teennagel te verwaarlozen.

31 juli 2009

Transitie en pijn

Elke verandering in het leven gaat gepaard met emoties. Positieve, negatieve en schijnbaar neutrale emoties. De een verwelkomt verandering om de verandering zelf terwijl de ander zich liever vasthoudt aan de schijnbare zekerheid en voorspelbaarheid. Nu vindt de meerderheid van de mensheid waarschijnlijk dat de manier waarop zij met verandering omgaat de juiste is. En dat is een grote misvatting. Er is namelijk niet een juiste manier om met veranderingen om te gaan. Wat voor mechanisme iemand ook heeft om met veranderingen om te gaan; ze hebben alle hun sterke en minder sterke kanten.
Ik houd van verandering om de verandering zelf. Er hoeft niet eens een dringende reden te zijn om te veranderen. De uitdaging van het nieuwe, het onbekende; de positieve energie en anticipatie die het met zich meebrengt, ik vind het allemaal prachtig.
Ik zit dus niet zo vast aan het heden en sommigen zouden zeggen dat dit een goede, positieve eigenschap is. Uiteraard vind ik dat zelf ook. Maar er is meer aan de hand. Ik ken mezelf ondertussen goed genoeg om te weten dat ik het moeilijk vindt om me te binden. Ik houd graag alle opties open. Ik heb een hekel aan afscheid nemen. Dat is namelijk zo definitief. Het liefst glip ik weg uit situaties en relaties. Als mensen me al zouden missen; jammer dan.
Zo zit ik in elkaar en daar hangt een groot verhaal omheen dat ik in de loop van mijn leven ben gaan begrijpen. Het heeft te maken met gebrokenheid, pijn en teleurstelling.
En dan komt plotseling zo'n eerder genoemde positieve eigenschap in een heel ander licht te staan.
Wat doe ik er aan?

Twee dingen:
1) Erken en vier het verleden. Zonder verleden heeft de toekomst maar weinig betekenis. Op zes September leg ik mijn taak als oudste in de Brandaris neer. De preek voor die ochtend is in mijn gedachten al af: Erken en vier het verleden. Ook al blijven wij in Rotterdam wonen en betrokken bij de Brandaris, een belangrijke fase in ons leven ronden we af. Dat kun je niet geruisloos voorbij laten gaan met de mededeling dat er wezenlijk toch niets veranderd. Terugkijken en de hand van God en Zijn handelen in en door de gemeente benoemen; het hoofdstuk uitlezen.
2) Afscheid nemen en ruimte geven voor de emotie. In het Engels zegt men dan "bringing closure." Het belang daarvan kan niet worden onderschat. Zonder "closure" is een nieuw begin alleen maar moelijker en sleep je het verleden geestelijk en emotioneel met je mee. Komplete volksstammen lopen hierdoor getraumatiseerd rond; levensfasen en gebeurtenissen, zowel positief als negatief, zijn nooit afgerond en kunnen daarom niet worden losgelaten.

29 juli 2009

1,3 en 5 jaar plan

Ik moet een opdracht maken en ik denk dat de professor niet blij is met mijn inzichten. Ik heb geprobeerd te schrijven wat hij graag wil lezen maar ik kan het niet.
De vraag is hoe ik een plan maak voor mijn leven en werk voor 1, 3 en 5 jaar. Wat is mijn probleem?
Het idee van een strak jarenplan is een exclusief westers idee en vindt zijn oorsprong in het kapitalistische denken. Ieder jaar meer winst, ieder jaar een schakeltje meer een een stapje hoger op de carrièreladder. Een globale koers of het volgen van een droom is onvoldoende.
Ik denk aan een man in een sloppenwijk en probeer me voor te stellen dat ik hem in een gesprek vraag naar zijn drie jarenplan: "meneer, waar wilt u over drie jaar zijn?" "Bij voorkeur niet hier in deze sloppenwijk," zal de man antwoorden. "Hoe denkt u hier uit te komen," is mijn volgende vraag. "Ik droom daar wel eens over," zegt de man," maar dan roept mijn vrouw dat ik voor eten moet gaan zorgen. Ik heb geen werk en mijn voornaamste zorg is dat ik mijn gezin moet onderhouden. dat is vreselijk moelijk. Er is gewoon geen werk en ik kan eigenlijk niet verder dromen dan de volgende maaltijd."
Of neem de landarbeider in China. Zijn vader, grootvader en overgrootvader leefden van het land en eigenlijk vindt hij het allemaal best zo.
Is daar iets mis mee? Wie dicteert ons dat we moeten plannen; geen genoegen moeten nemen met onze status quo?
Ik ben heel erg voor (persoonlijke) ontwikkeling. Maar dat is geen wetmatigheid. Als ik zeg dat ik tevreden ben met wat ik doe en dat ik er geen enkel probleem mee heb als ik over vijf jaar nog precies hetzelfde doe als wat ik vandaag doe, kijken de planners me vreemd aan.

Kijk, hoe plannen vorm krijgen heeft veel te maken met ons temperament. Met mijn temperament (een uitzonderlijk hoge "I" op de DISC schaal) neem ik plannen mee de zandbak in en ga spelen en werk met wat ik tegenkom. Een uitzonderlijk hoge "C" begrijpt dat niet, vindt mij onverantwoordelijk en neemt zijn plannen mee naar de tekentafel, hangt er Excel sheets aan en een tijdspad.
Het grappige is dat we na drie jaar ongeveer op dezelfde plek uitkomen.
Plan ik dan niet? Jazeker. maar mijn plannen zijn elastisch. Ik beweeg graag mee met nieuwe spelers en speelgoed.

Misschien is het beter om het niet langer over God te hebben. Geeft alleen maar gedoe.

Mijn werk is nogal verweven met het gebruik van het woord God. Een zendingsorganisatie houdt zich immers bezig met de export, uitleggingen, ...