Langzaam lees ik door Stanley's boek "aan u de beslissing". Bladzijde voor bladzijde, woord voor woord.
Door andere boeken, zoals de vijf boeken die ik moet lezen om de vraag "Hoe interpreteerden de Reformanten de zendingsopdracht?" te beantwoorden, blader ik wat en lees her en der een stukje en haal daar af en toe wat van aan in m'n opdracht.
De boeken van Stanley Jones zijn stuk voor stuk de moeite van het lezen waard. Het boek dat ik nu lees schreef hij zestig jaar geleden. Het heeft een hoog profetische gehalte en het bepaalt me bij de aloude waarheid dat de mens maar bitter weinig van zijn eigen geschiedenis wenst te leren.
Al zijn boeken zijn slechts in het antiquariaat te verkrijgen. Een aardige zoekpagina vind je hier.
Hieronder nog enkel van zijn gedachten.
Het ligt in de natuur van de liefde, af te dalen in de smarten, de pijn en de zonden van anderen en zich daarmee te vereenzelvigen. Jezus heeft Zich, als de verpersoonlijking van de
liefde, vereenzelvigd met onze smarten, onze pijn en onze zonden. In Zijn plaatsvervangend lijden is Hij onoverwinnelijk. Het lagere koninkrijk overwint door anderen te doen lijden, het Hoogere Koninkrijk overwint door het lijden voor anderen te aanvaarden. De wil te leven, ook al sterven anderen (de levenswil van het lagere koninkrijk), wordt tot den wil, dat anderen leven, ook al sterven wij zelf (de levenswil van het Hoogere Koninkrijk). Het Hoogere Koninkrijk vertegenwoordigt een nieuw type van kracht: het overwint het kwade door het goede, haat door liefde, duisternis door licht... en de wereld door een kruis. Er is een man geweest, die door den nevel der dingen drong en zag, waar het ware Koninkrijk lag en zei: „Heer, gedenk mijner als Ge in Uw Koninkrijk gekomen zijt". Hij ontsnapte uit de boeien van het lagere naar de verlossing van het Hoogere Koninkrijk.
Jezus stierf. Maar stervend deed Hij, wat de dramaturg den centurio tot Maria zeggen laat: „Vrouw, ik zeg u dat deze uw zoon, verworpen, bespuwd, gekruisigd, heden een Koninkrijk heeft opgericht, dat nimmermeer zal vergaan. Hier op dezen heuveltop is heden iets gebeurd, waardoor de koninkrijken, die op bloed en vrees gegrond zijn, zullen worden geschokt. De zachtmoedigen, de vreeselijk zachtmoedigen staan op het punt hun erfenis te aanvaarden. De aarde behoort hun."
Zoo is het; het Koninkrijk vertegenwoordigt een hoogere, ideĆ«ele realiteit en al wordt die Realiteit gemarteld en gekruisigd en begraven; het staat wederom op uit de dooden — het herneemt zijn rechten. Want het leven wil zonder dat Koninkrijk niet functionneeren.
nemen.
E. Stanley Jones, Aan ons de beslissing (Amsterdam: H.J. Paris, 1938), 42-3
Over religie, kerk, christendom, verbazing, mijmeringen en gebeurtenissen tijdens mijn omzwervingen door binnen- en buitenland. Vragend en onderzoekend. Dit is een persoonlijk blog en wat ik schrijf is dan ook niet representatief voor de organisatie waarvoor ik werk of voor de kerk waar ik lid van ben.
26 mei 2009
24 mei 2009
Hollandse diepgang
Het eerste wat de terugkeerders uit warme landen te horen krijgen als ze door de schuifdeuren "aankomst 1, 2 of 3" op Schiphol zichtbaar worden en ophalende geliefden hen om de nek vliegen, zijn zaken zoals:
"Ohhh, wat zijn jullie bruin geworden".
"Ja, tien uur geleden zaten we nog in 35 graden"
"Tjonge jonge, hoe is het mogelijk"
"En, trouwens, wat zijn jullie vroeg, het vliegtuig zou pas om tien uur landen en jullie waren er al om vijf voor tien".
"Tja, wind mee zeker."
"Weet je dat tante Ans een nacht in het ziekenhuis heeft gelegen nadat ze geholpen was aan een ingegroeide teennagel? Het was een kompleet drama."
Zo'n zelfde gesprek op niveau vond plaats aan het tafeltje naast ons toen Martha en ik op woensdagavond zaten te eten in "Ie-Sicht", aan het Friese water.
De vier mannen kwamen later binnen en gingen weg toen wij nog zaten na te tafelen.
Een van de mannen probeerde een uur lang de andere drie te overtuigen van een route (waarschijnlijk naar een vakantiebestemming) die minder fileleed zou opleveren. Ik begreep uit het "gesprek" dat de eerste stop ergens in Limburg zou zijn. Terwijl de ene man z'n best deed, deden de andere drie heel erg hun best om tussendoor nog andere gesprekjes met elkaar te voeren. De eerste man had waarschijnlijk al teveel bier gedronken en zette z'n redevoering luid door, ongevoelig voor welk verbaal-, en non-verbaal signaal van de overige drie, waaruit duideijk bleek dat hij beter z'n mond kon houden.
Een van de gesprekspartners probeerde om de vijf minuten in te breken met de mededeling dat "we er niet over kunnen praten, want we zijn niet voltallig". Ik stelde me zo voor dat voltallig betekent dat ze met tien mannen om een tafel zitten en over de mogelijke routewijziging praten om dan na drie uur, veel bier en rode hoofden, alles bij het oude laten.
Overigens zijn Nederlands erg luid in gezelschappen (in vergelijking met andere culturen). Het lijkt wel dat, als Nederlanders in groepen optrekken, de rest van de wereld voor hen ophoudt te bestaan. Het vervelende is dat, ook al wordt er veel herrie gemaakt, het meestal nog steeds nergens over gaat.
Misschien is het de leeftijd maar ik tref mezelf steeds vaker zwijgend aan. Er wordt al zoveel lawaai gemaakt. Laten we het, of ergens over hebben, of in stilte genieten van uit- en vergezichten en de tijd doorbrengen met het verkennen van gedachten, gevoelens en vragen om zodoende tot iets zinnigs te komen als we dan onze mond een keer open doen.
"Ohhh, wat zijn jullie bruin geworden".
"Ja, tien uur geleden zaten we nog in 35 graden"
"Tjonge jonge, hoe is het mogelijk"
"En, trouwens, wat zijn jullie vroeg, het vliegtuig zou pas om tien uur landen en jullie waren er al om vijf voor tien".
"Tja, wind mee zeker."
"Weet je dat tante Ans een nacht in het ziekenhuis heeft gelegen nadat ze geholpen was aan een ingegroeide teennagel? Het was een kompleet drama."
Zo'n zelfde gesprek op niveau vond plaats aan het tafeltje naast ons toen Martha en ik op woensdagavond zaten te eten in "Ie-Sicht", aan het Friese water.
De vier mannen kwamen later binnen en gingen weg toen wij nog zaten na te tafelen.
Een van de mannen probeerde een uur lang de andere drie te overtuigen van een route (waarschijnlijk naar een vakantiebestemming) die minder fileleed zou opleveren. Ik begreep uit het "gesprek" dat de eerste stop ergens in Limburg zou zijn. Terwijl de ene man z'n best deed, deden de andere drie heel erg hun best om tussendoor nog andere gesprekjes met elkaar te voeren. De eerste man had waarschijnlijk al teveel bier gedronken en zette z'n redevoering luid door, ongevoelig voor welk verbaal-, en non-verbaal signaal van de overige drie, waaruit duideijk bleek dat hij beter z'n mond kon houden.
Een van de gesprekspartners probeerde om de vijf minuten in te breken met de mededeling dat "we er niet over kunnen praten, want we zijn niet voltallig". Ik stelde me zo voor dat voltallig betekent dat ze met tien mannen om een tafel zitten en over de mogelijke routewijziging praten om dan na drie uur, veel bier en rode hoofden, alles bij het oude laten.
Overigens zijn Nederlands erg luid in gezelschappen (in vergelijking met andere culturen). Het lijkt wel dat, als Nederlanders in groepen optrekken, de rest van de wereld voor hen ophoudt te bestaan. Het vervelende is dat, ook al wordt er veel herrie gemaakt, het meestal nog steeds nergens over gaat.
Misschien is het de leeftijd maar ik tref mezelf steeds vaker zwijgend aan. Er wordt al zoveel lawaai gemaakt. Laten we het, of ergens over hebben, of in stilte genieten van uit- en vergezichten en de tijd doorbrengen met het verkennen van gedachten, gevoelens en vragen om zodoende tot iets zinnigs te komen als we dan onze mond een keer open doen.
22 mei 2009
Zweten onder canvas
Zo'n 1100 mensen uit negen verschillende kerken uit Opende en omgeving, stroomden de grote witte tent in. Voor de gelegenheid had ik m'n camouflage jasje/dasje aan. De vraag die ik mezelf en het publief stelde was wat Jezus nu eigenlijk aan het doen is? Hij is naar de hemel "opgevaren". Vaart Hij nu nog steeds? Ligt Hij in een hangmat uit te rusten? Is Hij huizen aan het bouwen? Zit Hij gewoon stil aan de rechterhand van de Vader? Of wacht Hij misschien passief totdat God alle vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten heeft gemaakt? Is hij betrokken bij een eindeloze rechtzaak waar Hij voor al Zijn volgelingen pleit? Dat laatste zou Hem aardig bezig moeten houden omdat er voor al Zijn volgelingen wel wat te pleiten valt.
De Bijbel stelt enkele beelden voor die ons helpen om een soort van driedimensionale voorstelling te kunnen vormen van waar Jezus zich nu mee bezig zou houden.
Hij zit. Eens en voor altijd heeft Hij het offer voor de zonde gebracht. Hij is daar klaar mee en het hoeft niet nog eens een keer over gedaan te worden (hoewel sommigen dat wel aardig zouden vinden, een soort van een priveverlossingkje omdat we het maar moelijk kunnen geloven dat onze misstappen ook binnen Zijn vergevingsaanbod passen).
Terwijl Hij zit, bouwt Hij, en pleit Hij....
De zon breekt door en de temperatuur stijgt. Na tien minuten merk ik dat er waarschijnlijk geen draad van m'n overhemd meer droog is.
De dirigent van de "Lord's Moor Singers" fluistert me in het oor dat ik vergeten ben om ze twee liederen te laten zingen. Dat moet dan maar meteen na m'n preek voordat de zaal weer mee mag zingen.
We zingen met ondersteuning van een orgel. De organist weet behoorlijk de weg over de toetsen en pedalen. Wilde voor- en tussenspelen wisselen het dragen van de coupleten af. Hij heeft er zichtbaar zin in.
Na afloop de talloze korte gesprekjes. Een oud baasje heeft een aardige openingszin: "Dus u bent een bekeerde?" Mijn reactie: "U niet dan? Wat moet Jezus nog meer voor u doen dan?"
Het is een van de grootste leugens die al eeuwenlang het denken en het hart van miljoenen verlamt. Bekering is een weloverwogen beslissing van het individu. Het wachten op God totdat Hij die beslissing voor ons neemt, houdt nog steeds tienduizenden bij Christus vandaan.
Na de dienst de barbecue. De rij is zo groot dat Martha en ik het opgeven en na een uur vertrekken om bij de man met de gouden bogen te gaan eten.
De Bijbel stelt enkele beelden voor die ons helpen om een soort van driedimensionale voorstelling te kunnen vormen van waar Jezus zich nu mee bezig zou houden.
Hij zit. Eens en voor altijd heeft Hij het offer voor de zonde gebracht. Hij is daar klaar mee en het hoeft niet nog eens een keer over gedaan te worden (hoewel sommigen dat wel aardig zouden vinden, een soort van een priveverlossingkje omdat we het maar moelijk kunnen geloven dat onze misstappen ook binnen Zijn vergevingsaanbod passen).
Terwijl Hij zit, bouwt Hij, en pleit Hij....
De zon breekt door en de temperatuur stijgt. Na tien minuten merk ik dat er waarschijnlijk geen draad van m'n overhemd meer droog is.
De dirigent van de "Lord's Moor Singers" fluistert me in het oor dat ik vergeten ben om ze twee liederen te laten zingen. Dat moet dan maar meteen na m'n preek voordat de zaal weer mee mag zingen.
We zingen met ondersteuning van een orgel. De organist weet behoorlijk de weg over de toetsen en pedalen. Wilde voor- en tussenspelen wisselen het dragen van de coupleten af. Hij heeft er zichtbaar zin in.
Na afloop de talloze korte gesprekjes. Een oud baasje heeft een aardige openingszin: "Dus u bent een bekeerde?" Mijn reactie: "U niet dan? Wat moet Jezus nog meer voor u doen dan?"
Het is een van de grootste leugens die al eeuwenlang het denken en het hart van miljoenen verlamt. Bekering is een weloverwogen beslissing van het individu. Het wachten op God totdat Hij die beslissing voor ons neemt, houdt nog steeds tienduizenden bij Christus vandaan.
Na de dienst de barbecue. De rij is zo groot dat Martha en ik het opgeven en na een uur vertrekken om bij de man met de gouden bogen te gaan eten.
21 mei 2009
60 jaar later
Stanley Jones (1884-1973) schreef in 1938, temidden van de opkomst van het communisme en het fascisme, zijn boek "Aan ons de beslissing", over de relevantie van het koninkrijk van God hier en nu. Mensen hadden het idee dat ze of voor het communisme, of voor het fascisme moesten kiezen. Stanley Jones stelde als escape voor om het Koninkrijk van God hier en nu gestalte te geven.
Een aantal woorden uit boek:
Maar voor ik dat doe, wil ik u eerst even vertellen, dat er in den godsdienst in het algemeen en in het Christendom, zooals het tegenwoordig is georganiseerd, in het bijzonder, werkelijk niet veel is, waarvan ik bezeten ben. Dat alles lijkt zoo onbelangrijk, het is er, als we de wereld van tegenwoordig zien, zoo vreeselijk naast! Het is gedoemd, onder te gaan, omdat het zijn beteekenis, zijn actualiteit, verloren heeft. En allerminst ben ik bezeten van een opvatting, die dezelfde bisschop in hetzelfde tijdschrift ten beste gaf: „Het Christendom is te vereenigen met ieder economisch stelsel, mits de persoonlijke vrijheid er niet door aangetast wordt." Is werkelijk de persoonlijke vrijheid het eenige criterium? Vrijheid om wat te doen? Om te leven op ieder willekeurig peil van maatschappelijken welstand, in een half verhongerde wereld? Dat criterium gaat uit van een zuiver persoonlijke opvatting van het Christendom; het uitgesproken sociale karakter van de leer van Christus wordt daarbij geheel over het hoofd gezien. Van zulk een opvatting kan ik in dezen tijd onmogelijk bezeten zijn. Want de nood dezer wereld heeft twee kanten. Ten eerste is zeer zeker het zedelijk peil van het individueele leven gedaald. Vele oude zekerheden zijn uit het leven van den modernen mensch verdwenen. Hij heeft zijn geloof niet opgegeven, het is hem ontsnapt. Het is opgelost in het bijtend zuur van het moderne denken. Hij zou graag willen gelooven, want het leven zonder den ,Grooten Kameraad" is wel zeer eenzaam. Bovendien blijkt het moeilijk, nog eenige waarde vast te houden, als die eene, centrale waarde, God, eenmaal is weggevallen. Wie zijn hemel verliest, verliest ook spoedig zijn aarde. Niemand kan lang blijven gelooven in den mensch, zonder te gelooven in iets, dat grooter is dan de mensch en dat hem bestendigheid en beteekenis geeft. De moderne mensch lijdt daarom aan een innerlijke leegte, hij leeft in een op alle manieren „gedevalueerde" wereld. Ten tweede ziet hij het maatschappelijk stelsel, waarop hij zoo vast vertrouwde en dat ook zoo betrouwbaar leek, onder zijn oogen ineenstorten. Het gaat te gronde door zijn innerlijke tegenstrijdigheid en spanning. Hij voelt de behoefte aan iets, dat aan de sociale verhoudingen hun vastheid hergeven zal, iets, dat hem de zekerheid geeft een basis te bezitten voor zijn maatschappelijk leven, zoodat het niet steeds heen en weer slingert tusschen fantastische verwachtingen en volslagen wanhoop. De moderne mensch is dus op twee plaatsen gewond en heeft behoefte aan een dubbel remedie; aan iets dat zijn innerlijk leven nieuwe kracht geeft en tegelijkertijd een basis kan vormen voor de sociale en maatschappelijke verhoudingen, die nu op losse schroeven staan. Ik kan slechts bezeten zijn van iets, dat aan die dubbele behoefte voldoet. Er is in de godsdienst veel, dat daar niet aan voldoet. Daarvoor heb ik de belangstelling verloren.
Een aantal woorden uit boek:
Het Koninkrijk
Een bisschop heeft eens, in wat hij zelf waarschijnlijk beschouwde als een vernietigende critiek op een van mijn boeken, gezegd: „Stanley Jones schijnt bezeten te zijn van de gedachte van het Koninkrijk Gods op aarde." Toen ik dat las, sprong mijn hart op van blijdschap, en ik dacht: „God geve, dat dat waar is. Want dat zou een heerlijke bezetenheid zijn." Als ik van iets bezeten moet wezen, als iets me moet aangrijpen, me beheerschen, indien ik aan iets mijn trouw verpanden moet, dan hoop ik, dat het dit zal zijn... en ik zal u zeggen waarom.Maar voor ik dat doe, wil ik u eerst even vertellen, dat er in den godsdienst in het algemeen en in het Christendom, zooals het tegenwoordig is georganiseerd, in het bijzonder, werkelijk niet veel is, waarvan ik bezeten ben. Dat alles lijkt zoo onbelangrijk, het is er, als we de wereld van tegenwoordig zien, zoo vreeselijk naast! Het is gedoemd, onder te gaan, omdat het zijn beteekenis, zijn actualiteit, verloren heeft. En allerminst ben ik bezeten van een opvatting, die dezelfde bisschop in hetzelfde tijdschrift ten beste gaf: „Het Christendom is te vereenigen met ieder economisch stelsel, mits de persoonlijke vrijheid er niet door aangetast wordt." Is werkelijk de persoonlijke vrijheid het eenige criterium? Vrijheid om wat te doen? Om te leven op ieder willekeurig peil van maatschappelijken welstand, in een half verhongerde wereld? Dat criterium gaat uit van een zuiver persoonlijke opvatting van het Christendom; het uitgesproken sociale karakter van de leer van Christus wordt daarbij geheel over het hoofd gezien. Van zulk een opvatting kan ik in dezen tijd onmogelijk bezeten zijn. Want de nood dezer wereld heeft twee kanten. Ten eerste is zeer zeker het zedelijk peil van het individueele leven gedaald. Vele oude zekerheden zijn uit het leven van den modernen mensch verdwenen. Hij heeft zijn geloof niet opgegeven, het is hem ontsnapt. Het is opgelost in het bijtend zuur van het moderne denken. Hij zou graag willen gelooven, want het leven zonder den ,Grooten Kameraad" is wel zeer eenzaam. Bovendien blijkt het moeilijk, nog eenige waarde vast te houden, als die eene, centrale waarde, God, eenmaal is weggevallen. Wie zijn hemel verliest, verliest ook spoedig zijn aarde. Niemand kan lang blijven gelooven in den mensch, zonder te gelooven in iets, dat grooter is dan de mensch en dat hem bestendigheid en beteekenis geeft. De moderne mensch lijdt daarom aan een innerlijke leegte, hij leeft in een op alle manieren „gedevalueerde" wereld. Ten tweede ziet hij het maatschappelijk stelsel, waarop hij zoo vast vertrouwde en dat ook zoo betrouwbaar leek, onder zijn oogen ineenstorten. Het gaat te gronde door zijn innerlijke tegenstrijdigheid en spanning. Hij voelt de behoefte aan iets, dat aan de sociale verhoudingen hun vastheid hergeven zal, iets, dat hem de zekerheid geeft een basis te bezitten voor zijn maatschappelijk leven, zoodat het niet steeds heen en weer slingert tusschen fantastische verwachtingen en volslagen wanhoop. De moderne mensch is dus op twee plaatsen gewond en heeft behoefte aan een dubbel remedie; aan iets dat zijn innerlijk leven nieuwe kracht geeft en tegelijkertijd een basis kan vormen voor de sociale en maatschappelijke verhoudingen, die nu op losse schroeven staan. Ik kan slechts bezeten zijn van iets, dat aan die dubbele behoefte voldoet. Er is in de godsdienst veel, dat daar niet aan voldoet. Daarvoor heb ik de belangstelling verloren.
20 mei 2009
Thuis
Thuiskomen: het hoogtepunt van elke reis!
Thuiskomen: de onherroepelijke stapel werk die zonder pardon groeit.
Thuiskomen; het besef dat ik een zeer gezegend en bevoorrecht mens ben.
Thuiskomen; naar bed willen gaan maar moet wachten tot de EO (Hoedoejijdat.nu) belt met de vraag van een luisteraar die ik poog te beantwoorden (eens in de zoveel weken werk ik daaraan mee).
Thuiskomen; de volgende trip plannen. Morgen spreek ik in Opende op de jaarlijkse evangelisatiedagen. Zo'n duizend man in een grote tent. Vanmiddag reizen Martha en ik alvast naar het Noorden en overnachten in een hotel in Oudega.
Thuiskomen; de stapel post wegwerken. Het is altijd een verrassing welke dikke enveloppen welke boeken bevatten.
Dit keer onder andere een boek dat ik in een antiquariaat heb gekocht van Stanley Jones, Aan ons de beslissing (Amsterdam: H.J. paris, 1938), waarin hij schrijft over de 'onmogelijkheid van de scheiding tusscheen persoonlijk en maatschappelijk leven' (vanuit het perspectief van het koninkrijk van God).
Een tweede boek is "Return from tomorrow", het verhaal van een 20 jarige soldaat die stierf en negen minuten later weer tot leven komt.
Hieronder nog wat plaatjes uit het Drakensberg gebied in Zuid-Afrika.







Thuiskomen: de onherroepelijke stapel werk die zonder pardon groeit.
Thuiskomen; het besef dat ik een zeer gezegend en bevoorrecht mens ben.
Thuiskomen; naar bed willen gaan maar moet wachten tot de EO (Hoedoejijdat.nu) belt met de vraag van een luisteraar die ik poog te beantwoorden (eens in de zoveel weken werk ik daaraan mee).
Thuiskomen; de volgende trip plannen. Morgen spreek ik in Opende op de jaarlijkse evangelisatiedagen. Zo'n duizend man in een grote tent. Vanmiddag reizen Martha en ik alvast naar het Noorden en overnachten in een hotel in Oudega.
Thuiskomen; de stapel post wegwerken. Het is altijd een verrassing welke dikke enveloppen welke boeken bevatten.
Dit keer onder andere een boek dat ik in een antiquariaat heb gekocht van Stanley Jones, Aan ons de beslissing (Amsterdam: H.J. paris, 1938), waarin hij schrijft over de 'onmogelijkheid van de scheiding tusscheen persoonlijk en maatschappelijk leven' (vanuit het perspectief van het koninkrijk van God).Een tweede boek is "Return from tomorrow", het verhaal van een 20 jarige soldaat die stierf en negen minuten later weer tot leven komt.
Hieronder nog wat plaatjes uit het Drakensberg gebied in Zuid-Afrika.







18 mei 2009
Zuid-Afrika, laatste dag
De dominee wil zich laten dopen. Toen hij het aan de kerkenraad meedeelde bleek dat zes van de acht leden zich de afgelopen jaren elders had laten dopen en dat al die tijd stil hebben gehouden. Er gebeuren wonderlijke dingen in deze NG kerk. Als de dominee zich laat dopen betekent dat waarschijnlijk het eind van zijn 'carriere' binnen de NG kerk. Het is mooi om te zien hoe schijnbaar dode kerken tot leven komen. Gisteren sprak ik over Jezus die bij tijd en wijle ' cultureel ongewenste en ongepaste' dingen doet. Bijvoorbeeld in Johannes 4 waar hij een gesprek begint met een Samaritaanse vrouw. Wilde Hij provoceren? Rebels zijn? Jezus had maar een agenda en dat was het doen van de wil van de Vader; koninkrijkszaken! Als het koninkrijk van God je 'te pakken' krijgt, verandert alles. Dan wil je je leven overeenkomstig de wil van God inrichten. Tja, en dan kan het gebeuren dat een hervormde dominee besluit om de geloofsdoop in praktijk te brengen.
We zijn onderweg naar Johannesburg. Nog een paar uur reizen. We hebben zojuist heerlijk ontbeten in een klein wegrestaurantje. Vanavond laat vliegen Ellen en ik terug en hopen morgen om 10.30 te landen. Foto's volgen.
We zijn onderweg naar Johannesburg. Nog een paar uur reizen. We hebben zojuist heerlijk ontbeten in een klein wegrestaurantje. Vanavond laat vliegen Ellen en ik terug en hopen morgen om 10.30 te landen. Foto's volgen.
16 mei 2009
Zuid-Afrika, dag 16. Winterton
Aan de voet van de Drakensberg ligt Winterton, zo'n twintig kilometer ten Westen van de N3, de tolweg van Johannesburg naar Durban. De deels onverharde weg met her en der flinke gaten is het laatste stukje van de vier uur durende reis. De duisternis en de afwezigheid van enige straatverlichting maakt het vinden van het huis van mijn vrienden wat ingewikkelder maar toch vind ik hun huis sneller dan ik had verwacht. Gerard neemt ons mee naar de bed en breakfast annex hotel waar we gastvrij worden onthaald door een echtpaar dat het complex beheert. Het drie gangen diner met daarbij vrij gebruik van de bar stemt ons, op z'n zachtst gezegd, positief en meteen na de maaltijd zien we al uit naar het ontbijt.
Vandaag gaan we richting ' de berg'. Helaas kan ik niets laten zien. Al een week geen toegang tot internet. Mijn blog houd ik bij door een mail vanaf mijn telefoonnte zenden. Typen met de nagels van de twee duimen is echter niet de meest ideale manier van typen.
Ik hoop wel z.s.m. Wat te kunnen laten zien wat de Drakensberg is toch wel een van de mooiste plekjes die onze aarde te bieden heeft.
We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier een paar dagen kunnen zijn en dat deze bijzondere vrienden alles voor ons hebben geregeld.
Het is erg leuk om Samantha bij ons te hebben. Ik hoorde Ellen en Sam tot heel laat giechelen.
Vandaag gaan we richting ' de berg'. Helaas kan ik niets laten zien. Al een week geen toegang tot internet. Mijn blog houd ik bij door een mail vanaf mijn telefoonnte zenden. Typen met de nagels van de twee duimen is echter niet de meest ideale manier van typen.
Ik hoop wel z.s.m. Wat te kunnen laten zien wat de Drakensberg is toch wel een van de mooiste plekjes die onze aarde te bieden heeft.
We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier een paar dagen kunnen zijn en dat deze bijzondere vrienden alles voor ons hebben geregeld.
Het is erg leuk om Samantha bij ons te hebben. Ik hoorde Ellen en Sam tot heel laat giechelen.
15 mei 2009
Zuid-Afrika, dag 15, clinic eind
De deelnemers zijn momenteel bezig om het geleerde in praktijk te brengen. Dat is meteen ook het einde van de training. We zijn erin geslaagd om een aantal heersende praktijken en overtuigingen aangaande mentoring te ontzenuwen en reframen. Na de lunch reizen Ellen, Samantha; een van 'mijn' recruten en Brandariaan, naar Winterton bij Drakensberg, zo'n 350 km hier vandaan en sluiten we onze tijd in Zuid Afrika af met een vrij weekend. De zon schijnt. Lifeis good. God is good.
14 mei 2009
Zuid-Afrika, dag 14.
Vandaag een interessante discussie over het onderscheid tussen mentoring en discipelschap. De discussie leidde niet tot een waterdichte definitie en daar gaat het ook niet om. De kern van de zaak is dat we bewust ons leven delen met, en investeren in anderen met als doel dat die anderen tot groei en bloei komen. Wat we deze week doen is het aanreiken en leren gebruiken van verschillende gereedschappen. Langzaam maar zeker begint het muntje te vallen en begrijpt men dat iedereen een mentor behoort te zijn.
13 mei 2009
Zuid-Afrika, dag 13, weten wat je doet
Alle deelnemers zijn min en meer betrokken bij mentoring en ontdekken deze week wat het eigenlijk is en wat er voor nodig is om het goed te doen. Voor velen is er herkenning. Omdat we het beestje een naam geven en vervolgens ontleden komen velen er achter dat er aspecten aan mentoring zitten die verder en beter ontwikkeld kunnen worden. De kerngedachte is dat het een relatie is met iemand die je bewust aangaat om de door God aan jou gegeven 'bronnen' met die iemand gaat delen met als doel dat diezelfde iemand zijn door God gegevwn potentieel bereikt.
Zeg maar ' iemand op sleeptouw nemen en in die persoon investeren'.
Zeg maar ' iemand op sleeptouw nemen en in die persoon investeren'.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Godsverlichting in den Haag (of all places)
Na een week of drie te hebben geprobeerd te vergeten dat ik had beloofd de oude tante van een Zuid-Afrikaanse collega op te zoeken, heb ik u...

