04 februari 2009

Niet meer doen

Met ingang van heden weiger ik om in de spits naar en van vergaderingen te reizen. Na vanmorgen meer dan een half uur te hebben vastgestaan bij Bodegraven ben ik omgkeerd en naar huis gegaan.

Mijn vergaderaanvangstijden zijn voortaan om:
07.00 's-morgens (de uitnodigende partij verzorgt het ontbijt)
11.00 's-morgen (de uitnodigende partij verzorgt de lunch)
16.00 's-middags (de uitnodigende partij verzorgt diner)

Het bovenstaande geldt tenzij de vergaderplek uitstekend per openbaar veroer te bereiken is. Een plaats als Terschuur, of Emmeloord (om enkele dwarsstraten te noemen) zijn dat bijvoorbeeld niet.

Aldus besloten op 4 februari 2009.

03 februari 2009

Scherpstellen

Hoeveel kan een mens uit 'eigen kracht' doen?
'Eigen kracht' is een evangelische term die ontleed is aan de Bijbel waarin we onder andere lezen dat 'onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed zijn'. Met andere woorden, als de mens al iets goeds doet dan is dat goeds nooit zuiver en staat gelijk aan een smerig vod. Een rot ei door het cakebelag maakt de hele cake rot. Zo zijn er meer passages waar we de nietigheid en het onbetekende van de mens tegenkomen. Als je alleen daar je mensbeeld aan ontleent, dan is er weinig reden tot optimisme. De mens is zo rot als een mispel, tot niets goeds in staat. Rechtvaardigheid en mensheid staan als vijanden tegenover elkaar.
Menig christen gelooft op basis van deze verzen dat wat hij/zij ook doet uit 'eigen kracht' niets voorstelt, weinig om het hand heeft en hoogstens op het misprijzen van de Allerhioogste kan rekenen.
Eigen kracht moet worden ingeleverd voor vertrouwen op God. Beide partijen (God en de mens) zijn dan weer blij met elkaar. Maar hoe doe je dat dan? Is een gebed waarin je je eigen kracht symbolisch belijdt of inlevert en je vertrouwen op God uitspreekt voldoende?

"Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt", lezen we over de mens in Psalm 8. Zo'n uispraak hangt aan het andere uiterste van het Bijbelse spectrum waaraan we ons mensbeeld ontlenen.
De een blijft in het deprimerende "nog minder dan stof" hangen, waar de ander zich enthousiast optimistisch vergaapt aan een "bijna God" mensbeeld.
Balans is wat we nodig hebben. Onszelf overschatten, maar ook onszelf onderschatten; beide zijn ongezond en we zllen wat naar het midden moeten opschuiven. Onszelf niet teveel ophemelen maar onszelf naar beneden praten helpt ook niet.
Dat we een probleem hebben (met onszelf) wordt door de redelijk denkende mens wel erkend. Een enkeling, die lijdt aan een erstig vergrote blinde vlek, blijft vasthouden aan de eigen goedheid en rechtvaardigheid en gesprekken met deze lieden verlopen meestal vrij onaangenaam. Zelfingenomen als ze zijn, ademen ze de slechte lucht van arrogantie en superieriteit uit.

Christus maakt de twee een. In Christus zien we onszelf in een gezond perspectief. Dat gezonde perspectief leidt of tot overgave, of tot een grotere afstand tussen Hem en ons.
In de overgave ligt de belofte van herstel. In relatie tot God is de mens in staat tot grote dingen. Creativiteit, productiviteit, leven, werken, leren wordt in hersteld perspectief beleefd en is niet langer naar binnen gericht maar naar God en de buren.

02 februari 2009

Wel thuis

Weer thuis! Geweldig om Martha en de kids weer te zien en te horen. Een (zon)dag in het Radisson werd uiteindelijk een mooie overgang van de Oosterse cultuur terug naar het Westen. Uitgebreid kunnen sporten en zweten in de fitness/spa/sauna/turks stoombad totdat m'n huid rimpelde. Met behulp van twee slaaptabletten zo'n vijf uur geslapen op de terugvlucht.

01 februari 2009

India, dag 22. Niet thuis

In plaats van thuis zit in in een Radisson hotelkamer in Delhi. Vannacht miste ik de aansluitende vlucht omdat de piloot die ons naar Delhi vloog in Hyderabad besloot om op enkele late passagiers te wachten. Na zo'n besluit treedt oorzaak en gevolg in werking. Een grote groep miste nu aansluitingen in Delhi! Enkele passsagiers gingen kompleet door het lint. Tot mijn eigen verbazing onderging ik het allemaal stoicijns en was zelfs in staat om enkele oververhitte medepassagiers te kalmeren.

Het duurde en duurde maar en uiteindelijk kregen we te horen dat we terug moesten naar "domestic" (een uur rijden) alwaar de verantwoordelijke airline (wellicht) voor onderkomen zou zorgen. In plaats daarvan besloot ik een taxi naar het eerste het beste hotel te nemen en nu zit ik dus in een veeeeeeeel te dure hotelkamer. Had ik nooit moeten doen. Maar je bent moe, wilt niets liever dan je hoofd neerleggen voordat de zon opkomt en de KLM man vetlede mne dat de kamer ongeveer 50 euro zou kosten (dat komt zelfs niet in de buurt van de werkelijke prijs). Uiteindelijk lag ik om 04.30 op bed.
Het ging in Hyderabad al niet lekker. Ook al had ik een schriftelijke bevestiging van de vlucht van Hyderabad naar Delhi, ik zat niet in het systeem van Kingfisher Airlines. De enige optie was om ter plekke een ticket naar Delhi te kopen.
Nu zit ik hier tot acht uur vanavond en neem dan de volgende KLM vlucht naar Amsterdam en kom nu dus maandagochtend om 05.55 aan.
Goed, genoeg gemiept en en gegriept. Ik ga er het beste van maken. Het hotel heeft een mooie fitnessruimte, sauna, zwembad en Spa. En ik kan Delhi in.

31 januari 2009

India, dag 21. Reflectie

Vandaag nog acht uur les en direct na de laatste les naar het vliegveld. Eerst naar Delhi en dan naar Amsterdam waar ik zondagochtend om 05.55 hoop te landen.

Is het een goede tijd geweest? 100% Ja

Is het een makkelijke tijd geweest? Volmondig nee. Heimwee (ik heb er altijd wel last van maar dit keer wat het wel heftig) maakte het moeilijk om hartstochtelijk van alles te genieten.

Heb je dan helemaal niet genoten? Jawel, ik heb heel goede dagen gehad.

Heb je nog lekker kunnen mopperen op professoren en andere zaken? Ja hoor, geen probleem.

Betekent dat dat je baalde? Nee, want balen is niet heltzelfde als mopperen. Het is belangtijk om kritiscche naar jezelf en je omgeving te kijken. Waar dingen niet kloppen, moet er aan de bel worden getrokken. Vanavond hadden we (internationale studenten) een uur met de faculty die feedback van ons wilde. Men wil graag meer internationale studenten en wat moet het college doen om die te werven? Wat zijn verbeter-, en aandachtspunten? Met elkaar kwamen we tot een leuk lijstje.

Opmerkelijke uitspraken? "A closed mouth will gather no feet".

Een "hoe bestaat het" ontdekking? De professor vertelde over de dominee in zijn kerk die op 79 jarige leeftijd op zijn sterfbed nog weigerde om de leiderschaap over te dragen aan een jonger iemand. Positie is zo vreselijke belangrijk hier. Het verschaft status en macht. Bewust een stap terug doen, of plaats maken voor een ander, wordt door omstander gezien en persoonlijk beleefd als een falen. Blijven zitten waar je zit, is dan ook het devies. Het helpt me beter begrijpen waarom er zo weinig doorstroom is in OM en waarom dat veelbelovende jonge leiders zich laten wegkapen of hun eigen organisatie beginnen.

Tot zover India. Morgen hoop ik weer vanuit Nederland te kunnen bloggen. Hoewel, we hebben geen inernet en telefoon meer (tot 25 februari)! Dus als er een 'bloggat' ontstaat weet je hoe het komt.

30 januari 2009

India, dag 20. Eind in zicht

Nog een nachtje hier en een in het vliegtuig en dan weer thuis. Je zou bijna denken dat ik hier tegen mijn zin zit en dat is toch echt niet het geval. Ik mis thuis gewoon heel erg als ik weg ben. Het is een bijzonder voorrecht om hier te kunnen en mogen zijn; om drie weken lang op te trekken met mensen die in veel opzichten anders zijn, maar in andere opzichten toch weer zo hetzelfde. Onze basisbehoeften zijn universeel!
Ik heb lessen geleerd die niet in boeken te vinden zijn. Levenslessen noemen we dat. En daardoor ben ik rijker geworden. Gegroeid in zelfbewustzijn en inzicht en dat gun ik iedereen.
Het is een bijzonder voorrecht om te kunnen studeren. Vandaag de vakken voor volgend jaar gekozen en ik kom precies uit zodat ik in April 2010 kan afstuderen.

Vandaag een gesprekje gehad met de prof 'history of Christian mission'. Of het helpt weet ik niet. Nog een uur gepraat met de directeur van de college die volgende week naar Nederland komt om zijn doctorsbul in theologie in Utrecht in ontvangst te nemen. Heb hem enkele vragen gesteld over het aanstellen van professoren. Waarom zit er niemand van de faculty bij om te observeren hoe iemand lesgeeft? Wat zijn de beoordelings-, en toelatingscriteria? Is er een plan om eigen faculty te ontwikkelen tot betere commincators? Is er de mogelijkheid dat ze daaarin gecoached worden? De antwoorden waren helaas allemaal onbevredigend. Uitgangspunt dat wordt gehanteerd is dat iemand die de doctorstitel heeft ook les moet kunnen geven. En dat is een ernstige misvatting. Lesgeven is een vaardigheid waaraan een gave ten grondslag ligt. Zonder die gave wordt alleen maar informatie doorgegeven.

29 januari 2009

India, dag 19. Over tienden enzo

90% van de studenten aan het ICCS komt uit wat men hier 'landelijke gebieden' noemt. De professor waar ik morgen een gesprek mee heb moest als kind dagelijks stront scheppen dat vervolgens gedroogd werd en als brandstof gebruikt. Via lagere en middelbare school heeft hij uiteindelijk HBO, universiteit en vervolgens z'n doctoraat gehaald. 90% van mijn medestudenten heeft een soortgelijk verhaal. Op mensen die "ministry" doen wordt neergekeken. Studenten die op een seculiere college hun graad halen moeten er niet aan denken om "ministry" te gaan doen.
Jongeren die het in de samenleving niet ver schoppen en voor wie maatschappelijke mogelijkheiden uitgeput zijn, wordt vaak aangeraden om dan maar "ministry" te gaan doen.

In het Westen is de stap van een seculiere carrière naar "ministry" of "zending" dan wel niet altijd even populair (er zijn er die denken dat je dan je mogelijkheden en kansen weggooid); over het algemeen is er toch wel respect voor mensen die deze stap wagen en kan men op z'n minst rekenen op gebeds-, en morele steun. De financiële steun blijft vaak achter omdat kerken het geld toch veel liever aan zichzelf besteden (de Brandaris gelukkig niet en gelukkig zijn er andere lichtende voorbeelden). Een mooier gebouw, betere faciliteiten, instrumenten en noem maar op. De investering in de belangrijkste opdracht om in Jezus naam mensen uit te nodigen tot het volgen van Hem, is op z'n minst karig te noemen en er zal nog heel wat water door de Rijn moeten stromen eer er een culturele en filosofische omslag komt.

Wordt er in India op werkers neergekeken en worden ze vaak uit de kerken geweerd omdat de dominee bang is dat zijn schaapjes hun 10% (och, wat kunnen ze daar toch op hameren, je wordt er ziek van) of deel daarvan investeert in die belangrijke opdracht; in ons kikkerlandje mag er dan wat minder op koninkrijkswerkers neergekeken, de neiging om bij de distributie van de middelen kijkt de kerk toch het liefst eerst naar zichzelf. De zending is en blijft de sluitpost op de begroting van menige kerk en denominatie.

Vandaag een gepassioneerde discussie over tienden. De meerderheid van mijn klasgenoten houdt vol, hoewel ze tegelijkertijd geloven dat alles in de kerk anders moet, dat men 10% van het inkomen aan de eigen kerk moet geven en dat het grootste deel van de zondag bij voorkeur in en om de kerk doorgebracht moet worden. Men kon rekenen op een hartgrondig "Nee, dit is onaanvaardbaar en onbijbels" van mijn kant. Nou, dat was extra zuurstof voor de discussie. Ik besloot mijn betoog met het wijzen op het feit dat we allemaal geneigd zijn om dit soort zaken meer vanuit onze cultuur te beoordelen dan vanuit gezond Bijbels onderwijs waarbij de verlossing en bevrijding van de wet centraal staat.

De professor systematische theologie van vorig jaar heeft me slechts een B+ gegeven voor een verder "zeer goed" beoordeelde paper omdat ik niet geheel in zijn straatje paste. Ik had dit verwacht en kan er wel mee leven. Bij de gewraakte passage stond de aanmoediging om 'met een nederig hart de zaak nog eens grondig te bestuderen'. Ik had toch echt verwacht dat hij wel wat kon hebben.
Zo blijven we onszelf altijd en in alles keihard tegenkomen. dat is af en toe flink lachen en soms ook wel huilen.
Lord have mercy!

28 januari 2009

India, dag 18. En nu omdraaien

Veel van mijn Indiase studenten worstelen met de Engelse taal. Hun vocabulaire is beperkt en sommigen zouden wat hulp van een logopedist goed kunnen gebruiken. De professor van week 1 is een Brit en spreekt een soort van "Queens English" en dan nog heel erg snel ook. Bovendien lardeert hij zijn referaten met typisch Engelse humor. Ik zie mijn medestudenten fronsen, concentreren en proberen; een enkeling legt het bijltje erbij neer en stopt met proberen.

De afgelopen twee weken zit ik tussen Rebecca en Santosh in. Om de zoveel minuten vragen ze me wat de beste man (het blijft toch heel erg een mannenwereldje; geen vrouwelijke professoren hier) zegt of bedoelt . Ik ben blij dat ik ze wat kan helpen. Vorige week, bij het vak "Strategic Planning", hadden ze in eerste instantie geen idee waar de best man met 38 jaar ervaring in het ontwikkelen van stategische plannen het over had. Dertig uur trok ik met ze op en hielp ze naar best kunnen. De een had het uiteindelijk door en de ander vraagt zich nog steeds af wat er die dertig uur nu eigenlijk gebeurde.
Nu ga ik straks naar huis en moet als opdracht strategische plannen gaan ontwikkelen. Ik heb via het internet meteen wat boeken besteld over organische groei. De Brandaris bijvoorbeeld, je weet wel die kerk waar ik part time voor werk, beschouwt zich als een organische gemeente. Groei plan je niet, groei gebeurd (of niet). Organisch betekent dat je meedrijft met het tij van het gebeuren (lekker abstract). Omdat het "God is die de wasdom geeft" wordt plannen, met name lange termijn plannen, gezien als een activieteit waarbij God de ruimte wordt ontnomen om het op Zijn manier en in Zijn tempo te doen. Toch wordt er wel degelijk gepland. Vaak korte termijn of reactief als problemen zich (organisch) presenteren. De "emergent church movement" beschouwt zich als meer organisch dan strategisch.
De lessen uit strategische plannen hebben mij heel veel geleerd. Vooral over waarom dat veel dingen waarvoor ik zes jaar geleden visie had niet zijn verwezenlijkt op de manier dat ik dacht, of we als gemeenteleiders dachten. De belangrijkste reden dat veel visieplannen en strategien stranden is dat deze als voorstel werden ingediend. Ook al wordt er vervolgens ruimte voor dialoog en discussie gegeven, het plan ligt er en wordt toch door alle participanten als voorstel beleefd waar men voor of tegen is.
Ik heb me voorgenomen om dat nooit meer te doen. Als er al aan visieontwikkeling gedaan wordt, moet ik anders beginnen om vanaf het startpunt draagkracht te kunnen genereren met behulp van een 'appreciative inquiry' (misschien later meer hierover).
Goed, genoeg hierover, deze blog is al veel te lang. Ik ga ontbijten en kijken of ik nog een aantal Indiase medestudenten van dienst kan zijn.

27 januari 2009

India, dag 17. Heavy

Ik probeer het lijdzaam te ondergaan maar het gaat niet echt. Ik concentreer me om iets van het engels van de prof te verstaan, maar het lukt niet. Ik heb aan de 'dean of students' gevraagd waarop leraren worden geslecteerd en geevalueerd. Dat wist men eigenlijk ook niet goed. Het komt erop neer dat vrijwel alle 64 studententen die deze klas volgen, hun tijd verdoen.
Ik vroeg de 'dean of students' hoe de prof na afloop wordt geevalueerd. "We gebruiken de geschreven evaluaties van de studenten". Ik meldde dat hij net zo goed als ik weet dat aan die evaluaties maar moeilijk conclusies te verbinden zijn omdat de Indiers over het algemeen heel erg aardig zijn en de leraar tot bijna de hemel inprijzen.
Het is vrij gemakkelijk om vanaf de zijlijn te miepen en te griepen. Dat is zo'n beetje mijn 'default' (standaardinstelling klinkt erger). Maar daar help ik mezelf niet mee en doe ik ook de prof geen dienst. Belangrijker is om tot een structurele oplossing te komen waarmee vooral de prof gediend is. Of ik het naar mijn zin heb en het gevoel heb iets te leren is secundair (of nog minder).
Ik zal dus 'B' gaan doen. 'A' heb ik nu al genoeg gezegd. Maar wat is het juiste moment? Niet te vroeg want dan zou het effect kunnen zijn dat mijn broeder zo van de leg raakt dat hij de resterende uren (21) niet meer zichzelf kan zijn of zich in allerlei bochten gaat wringen om van het geven van informatie toch nog tot enige vorm van communicatie te komen.
Na afloop van het blok kan ook niet omdat het laatste uur van deze week zijn les is en ik tijdens dat laatste uur richting vliegveld vertrek. Dus moet het donderdag gebeuren. De 'dean of students' is al lang blij dat ik het doe want een collega feedback geven is in India sowieso iets dat niet al te vaak gebeurd.
En ik neem me voor om van een mopperende tiener te veranderen in een volwassen vent die een broeder probeert te helpen.

26 januari 2009

India, dag 16. Nog even doorzetten

De laatste lesweek is begonnen. Nog even doorzetten dus. Gaat wel lukken. Nog vijf nachtjes hier, een in het vliegtuig en dan volgt de hereniging met de love of my life! Hoe langer ik hier ben en met Indiers praat, hoe meer de cultuur van het land me fascineert. Er is veel gemopper op de eigen cultuur en de drang om het Westen na te bootsen is onstopbaar. Gisteren hield ik het niet te lang uit in de dienst. Een grote paradox. India, met haar rijke cultuur, valt voor de Hillsong, Don Moen en andere worshipgrootheden. De entourage, de opbouw van de dienst, als je je ogen dicht doet waan je je in een gemiddelde westerse hippe kerkdienst.
Tweehonder meter verder op dezelfde campus, begint de Telegu dienst. Daar komende de wat 'armere' mensen bij elkaar die geen Engels spreken. Alles is anders. Kleurrijke ssaries, het zitten op de grond en muziek die diepe emoties verwoorden. Men slaagt erin om de eigen cultuur te verweven met de bevrijdende waarheid van het Evangelie. Een genot om naar te luisteren en te observeren. Beide kerken zijn een zogenaamnde "Good Shepherd Community Church", twee van de tweeduizend kerken die door OM zijn gepland. Elke week komen er nieuwe kerken bij. Vaak klein, maar de opwekking onder de Dalits gaat door en de projectie is dat er over zes jaar duizende kerken bij zullen komen met een potentieel voor wel 50.000.
God is niet dood. Hij leeft, en het werk van zijn Geest is niet te stoppen.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...